Het leven van Theo als voorbeeld van Balgoyse gemeenschapzin

Op zaterdag 25 januari bezocht ik Theo Willems in hospice en zorghotel “Residentie Mariëndaal” te Velp. Hij had gevraagd of ik op bezoek wilde komen. Toen ik binnenkwam en vroeg hoe het met hem ging was zijn antwoord: “Daar wil ik het niet over hebben; ik wil liever over vroeger praten”. Ruim twee uur later was hij eigenlijk nog niet uitgepraat, maar was ik toch heel veel wijzer geworden.

Theo Willems werd op 24 augustus 1960 als jongste uit een gezin van vier kinderen in Balgoy geboren; hij had een broer Gerrie en twee zussen, Frenny en Thea. Zijn ouders waren Toon Willems en Nel Kuipers en het gezin woonde in de Veldsestraat. Eerst zijn Nel en Toon, die uit Overasselt kwam, ingetrouwd bij haar ouders in een boerderijtje wat stond op de plek waar nu Niek van den Boogaard woont en vanaf 1957 zijn ze verhuisd naar het nieuwgebouwde huis ook in de Veldsestraat, waar Theo tot het laatst toe is blijven wonen. Theo is daar in 1960 geboren.

image427_edited

Toon en Nel Willems – Kuipers met hun vier kinderen, vlnr. Frennie, Theo, Thea en Gerrie

 

WhatsApp Image 2020-02-04 at 13.20.38

Aan het werk in Wijchen

Toon was bouwvakker en Nel was thuis en zorgde voor de kinderen, zoals zovelen in die tijd.  Ze hadden het zeker niet breed toentertijd. Theo ging net als zijn zussen in Wijchen naar school. Naar eigen zeggen, omdat hij moeite zou hebben met het leertempo in Balgoy. Toen hij niet meer leerplichtig was, ging hij werken in de plantsoenendienst en dat heeft hij meer dan 40 jaar gedaan. Ruim 40 jaar met plezier gewerkt. Met de hoge piefen van de gemeente, zoals Theo ze noemde, had hij niks, maar de collega’s uit de keet waren wel erg belangrijk voor hem. Elke morgen op de fiets naar Wijchen, door weer en wind. De fiets waar hij zo afhankelijk van was en die hem tegelijkertijd onafhankelijk maakte. Hij deed vaak zelf de boodschappen bij de Jumbo in Wijchen-Zuid.

Zijn hele sociale leven speelde zich in Balgoy af. Daar voelde hij zich thuis en werd hij door de Balgoyse gemeenschap opgenomen. Zoals zovelen ging hij voetballen bij Diosa. Jammer genoeg moest hij na enkele jaren stoppen, omdat hij last van zijn longen kreeg en kortademig werd. Dat vond Theo erg jammer, want hij genoot van de activiteiten op en rond het voetbalveld. Met name de derde helft en het gevoel dat je er echt bij hoorde daar kon hij enorm van genieten. Theo was dan ook blij verrast toen, niet lang nadat hij had aangegeven te gaan stoppen met voetballen, Hans van Baal, vergezeld door Antoon Jans, bij hem aan de deur stond. Hans vroeg of Theo zin had om te helpen op het voetbalveld op de zaterdag met de jeugd en ook op zondag was er van alles te doen, de kleedkamers in orde maken en de hoekvlaggen op hun plek zetten bijvoorbeeld. Theo vertelde me dat hij verschrikkelijk blij was met het verzoek van Hans en dus van Diosa. Theo heeft zich jarenlang meer dan 100 procent ingezet voor Diosa, is ook jeugdleider geweest en aanvoerder van Diosa 7 en hij heeft daar heel veel gezelligheid en vrienden voor teruggekregen.

12

Theo, Diosa- en Feyenoordsupporter in hart en nieren. Hier in het cafe van Teun en Sjan van Haren.

Ik leerde Theo beter kennen toen ik in de familievoetbalcommissie gevraagd werd. De organisatie van dit nog steeds populaire jaarlijkse voetbalspektakel begin juni met als doel de jeugdkas van Diosa te spekken vereist de inzet van heel veel trouwe Diosa leden. Het mooie is dat je dan samenwerkt met een ploeg mensen die allemaal met hun eigen talent proberen om er een geslaagd evenement van te maken. De organisatie kon altijd rekenen op de fanatieke voetbalonderhoudsploeg waarvan ook Theo deel uit maakte en die voor en na het toernooi ploeterden om de tent te zetten, stoelen, dissen, versiering en wat al niet meer klaar te zetten, zodat het zondags een groot feest kon worden en dan ’s zondags ook nog van vroeg tot heel laat rennen om daarna de boel op maandag weer op te ruimen. Toen ik er met Theo twee weken geleden over sprak tintelden zijn ogen weer en je zag dat hij er nog steeds van genoot.

In die tijd ontstond er ook een samenwerking tussen Diosa en harmonie Kunst en Vriendschap. KenV had en heeft nog steeds een kleine draaimolen die jarenlang werd gebruikt tijdens de jaarlijkse fancyfair en leden van KenV zorgden ervoor dat die draaimolen ook tijdens het familievoetbaltoernooi draaide voor de Balgoyse kinderen. Als tegenprestatie kwam de Diosa voetbalploeg inclusief Theo Willems helpen bij de jaarlijkse rommelmarkten van de harmonie. Een mooi voorbeeld van de goede samenwerking tussen de verenigingen in het dorp en Theo vond het prachtig. Vooral de opening van de markt waarbij de bezoekers de dranghekken en Paul Hammen bijna platliepen was een spektakel. 

Theo was dus een bekende Balgoyse mens aan het worden en die zijn interessant voor carnavalsvereniging de Moaslanders, want dat zijn potentiële prinsen en adjudanten. In november 1998 was het zover, alleen Theo wist van niks. De onthulling was voorbij en de nieuwe prins was prins Marcel dun Urste uit d’n Ekstersnest. Theo had meegedaan met de geslaagde onthulling en dacht dat hij wel aan een lekker koud Maltje toe was. Maar hij werd kei verrast, want prins Marcel wilde iemand die geen verstand had van voetbal, een Feijenoordsupporter, als adjudant en dat was Theo Willems! Het begin van een fantastisch verrassingsjaar in 1999. Er zat ook nog een minder leuke verrassing in het najaar van datzelfde jaar 1999. Twee droevige omstandigheden in Balgoy deden de carnavalsvereniging besluiten de prinsonthulling uit te stellen. Het overlijden van Jan Loeffen en van Frank Ariens, binnen 8 dagen, had diepe wonden geslagen in het dorp en niemand wilde aan carnavalsactiviteiten denken. Theo vertelde me, dat die droeve gebeurtenis er wel toe leidde dat hij als adjudant twee keer de nieuwjaarsreceptie van Diosa mocht bezoeken wat wel weer uniek was. Theo had een ijzersterk geheugen voor feitjes.

19

Prins Theo dun vijfde van ’t Moasland

Als klapper werd Theo in 2001 prins Theo dun Vijfde van het Moasland. Met een toepasselijk thema: “het vrijgezellen jaar” werd het voor hem en het Moasland een onvergetelijk jaar en het is typisch Theo die dan in de carnavalsgids schrijft: “Alleen met z’n allen samen kan dat lukken. We gaan er voor”. 

Theo was dus geen onbekende in het dorp, want behalve zijn inzet voor Diosa en de Moaslanders kennen de Balgoyse mensen Theo ook van zijn kamer vullende kerststal thuis en het bouwen van de kerststal in de kerk. Na de Balgoyse kermis kwamen de plannen voor de kerststal in de woonkamer al op tafel. De kerststal in de kerk was van latere zorg, want dat deed hij samen met de kerststalploeg. Voor Theo was de nachtmis of kerstavondviering het hoogtepunt van zijn kerststalproject, want dan bracht hij het kerstkindje naar de kerststal. De trots straalde eraf. Theo zei nooit nee als je vroeg om te helpen. Ook afgelopen najaar nog vroeg de contactraad van de kerk nog aan Theo of hij de adventskrans wilde maken. Theo twijfelde niet en zei meteen ja, terwijl hij toen al ziek was. Daarom werd bij de uitvaart een mooi versierde adventskrans opgehangen in de kerk.

WhatsApp Image 2020-02-04 at 12.54.25

Theo was trots op zijn kerststal thuis

IMG-20200117-WA0000Theo Willems was goudeerlijk, recht door zee, zonder poespas en altijd bereid te helpen. Alles werd anders toen Theo ziek werd. Hij bleef positief, maar zeker de laatste weken waren niet gemakkelijk voor hem. De pijn werd steeds erger en uiteindelijk werd hij gedwongen de Veldsestraat te verlaten. Maar hij bleef trots op zijn dorp Balgoy, de Veldsestraat, de verenigingen en zeker ook de Balgoyse mensen en wij moeten trots zijn op deze Balgoyse mens. Hij overleed in de nacht van 4 februari. Zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat”.

Koningin Wilhelmina bezoekt Balgoy op 2 januari 1926 – Harrie Jans, pater Vincentius en een redacteur van de Telegraaf doen verslag

F87302

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Tijdens het interview dat Ruud van Haren en ik hadden met Leo Klaassen (de Gelderlander) voor het artikel dat zaterdag 27 juli werd gepubliceerd in de Maas-Waal editie, “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument”, vroeg hij enkele keren naar details zoals: “Hoe kwam Wilhelmina in Balgoy?” en “Wie waren er behalve koningin Wilhelmina allemaal bij” en “Hoe zat dat nu precies met dat vee in de kerk, wanneer mocht dat naar binnen?”. Daarom een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie met ooggetuigen.

Eind december 1925 was het weer heel slecht met veel sneeuw en hevige regenval. Dit had tot gevolg dat het water van de Maas tot het randje van de dijk stond. Oudjaarsdag stond een zuidwesterstorm pal op de kwetsbare dijk en het water sloeg een gat van honderd meter tussen Overasselt en Nederasselt ter hoogte van boerderij ´t Roth (zie kaart hieronder). Tijdens de vroegmis in de Overasseltse kerk even na half acht stroomde tijdens het Evangelie de kerk ineens leeg en bleef de pastoor verbaast achter. Iemand riep nog: “D´n diek is deurgebroken” en toen was iedereen weg (Maas & Waal Cultuur Express).

kaart1931

Een kadastrale kaart gedateerd 1931 met daarop aangegeven de plaats van de dijkdoorbraak (rechtsonder) en de kerk en pastorie in Balgoy waar koningin Wilhemina aan land ging (linksboven). Opgestapt bij het klooster in Alverna vaarde op 2 januari een gezelschap via Lunen, Nederasselt, de Eindschestraat, naar de pastorie in Balgoy. De plaats waar de dijk over een lengte van 100 meter werd weggeslagen bij boerderij ’t Roth is ook aangegeven (rechtsonder).

Harrie Jans in Andere Tijden“Wij hoorden het in Balgoy tegen een uur of acht, half negen” vertelde Harrie Jans in de TV-documentaire “Andere Tijden, Kronkels van de Maas”. “En tegen ongeveer half vijf was het water in Balgoy, ’s avonds. En het bleef wassen tot ’s nachts half twaalf ” Harrie Jans woonde als 13-jarige jongen bij zijn ouders Piet Jans en Hanna Kersten in de Torenstraat. “Het water kwam gewoon over die grote bult hin, en zo….. En het begon te ruisen. Dat water viel daar in ene keer een meter omlaag”. Dit verhaal vertelde hij in december 2007 alsof het een dag ervoor was gebeurd (het werd in januari 2008 uitgezonden). Het geeft aan wat voor impact het voor de mensen in die tijd moet hebben gehad.

Harrie Jans Andere Tijden 2“Mijn vader zei: waar moet ik met het vee naartoe?”, vervolgde Harrie Jans. “Gewikt en gewogen. Zullen we met al ’t vee naar de kerk gaan? Want de kerk ligt hoog hier. En ’s nachts een wind. Waaien, regenen. Die nacht, geweldig! En dat vee liep tot zover in de modder”. Hij vervolgt: “Toen kwam de koningin. En die juffrouw, Willemien, werd toen gedragen. Prins Hendrik was erbij. En nog een paar anderen waren erbij. Mijn vader zei, daar komen een stuk of wat nieuwsgierigen aan, zet ie”.

Wie waren nu precies die anderen en hoe kwamen ze in Balgoy? Allereerst de plannen van koningin Wilhelmina. Zij reisde op 1 januari met de trein van 08.46 uur van den Haag naar Nijmegen. Dat deed ze vanzelfsprekend niet alleen. Haar gevolg bestond o.a. uit freule van Swinderen en adjudant onderofficier Hr. Verheijen (burgerkleding). De aankomst in Nijmegen was om 12 uur ’s nachts. Ze overnachtten in de koninklijke trein. Op 2 januari om 08.30 uur voormiddags was de tocht gepland naar de doorbraak van de dijk bij Nederasselt (zie detail uit de journalen van de reis hieronder).

detail archief Wilhelmina

Detail van de journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50).

2560px-Franciscanenklooster_Alverna_1

Klooster Alverna aan het einde van de 19e eeuw (Bron: Pontianus Polman & Maturus Hendriks (1980) Alverna. Van begin tot einde).

Nog meer details vinden we in het verslag van de reis door de enige journalist die mee mocht reizen, een speciale redacteur van de Telegraaf. Zijn ervaringen en verslag zijn terug te vinden in de Telegraaf van zondag 3 januari 1926 en de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant van maandag 4 januari 1926. Zoals ook al uit het journaal van koningin Wilhelmina bleek, vertrok het gezelschap om 08.30 uur vanuit Nijmegen en wel met koninklijke auto’s. Koningin Wilhelmina was gekleed in een donkerbruin gevoerde regenmantel en vetleren laarzen; prins Hendrik droeg een regenjas en rijlaarzen. Omdat de Rijksweg naar den Bosch ook ondergelopen was, moest overgestapt worden op roeiboten (vletten). Om 09.15 uur vertrekken de vletten bij het klooster van Alverna. Als herinnering werd aan de Graafseweg in Alverna tegenover het klooster een monument geplaatst. Het is een granieten obelisk op een uitspringende sokkel. Aan de zijde van de Graafseweg staat erop: Quae primae in honore /et primae in amore/watersnood 1926. (In Liefde ging voorop, die vooraan staat in ere). Op 25 mei 1927 werd het monument door prins Hendrik onthuld.

Alverna_(Wijchen)_monument_watersnood_1926,_Graafseweg

Monument watersnood 1926 (Bron foto: Wikipedia).

In de voorste vlet die vanaf het Alverneese klooster vertrok zaten de koningin, prins Hendrik, de commissaris der Koningin in de provincie Gelderland en commandant Harmsen van de Marine; in de tweede vlet jhr. Roell, gepensioneerd generaal, vice-voorzitter van het Rode Kruis, burgemeester van Ryckevorssel uit Wijchen, freule van Swinderen en jhr. Verheyen, adjudant van de prins; in de derde vlet de hoofdingenieur van den Waterstaat, de heer Seydenzaal, kapitein E. Werner en de redacteur van de Telegraaf, die als enige journalist de tocht volgde. Op elke vlet was ook een gids, die de streek kende en wist hoe gevaren moest worden. De vletten waren verder bemand met vier matrozen en een konstabel (marine onderofficier).

Het aanzicht richting Nederasselt was een eindeloze, grauwe watervlakte, een meer, met hier en daar daken van huizen. Daarboven grijze en donkere regenwolken. De regen kwam met bakken uit de lucht en er gierde een gure storm. Met vaste slagen werd tegen de stroom in opgeroeid richting Nederasselt en Balgoy. De vletten zaten regelmatig vast tegen een heg of een paal die onder het wateroppervlak verborgen zat. In Nederasselt aangekomen, werd goed zichtbaar dat het water anderhalve meter in de huizen stond.

image761

Gebroeders Wim en Frans Lamers. Op de schouw moet gemarkeerd zijn hoe hoog het water stond op 1 januari 1926 (Bron: Ber van Haren).

Dit was ook het geval in Balgoy, want daar wordt verteld dat in het huis van de gebroeders Lamers bij de schouw een streep was aangebracht die de waterhoogte op nieuwjaarsdag 1926 aangaf, ook tussen anderhalf en twee meter. Wellicht dat er mensen zijn die weten of dit ook nog op andere plaatsen is aangegeven.

Nederasselt was een groot meer geworden, waar de huizen uit opstaken. De fraaie, oude dorpsweg was met moeite te herkennen. Het was wel droog geworden en de gure wind was gaan liggen. Er heerste een beklemmende stilte op het wateroppervlak, toen de vletten Nederasselt verlieten en richting Eindschestraat en Balgoy voeren. Alleen hoorde je het geloei van koeien en ook het geblaat van schapen, die op de daken van huizen zaten. De meeste huizen waar langs gevaren werd waren reeds verlaten en eenzaam. Zo naderde het gezelschap de kerk van Balgoy.

De koninklijke familie in Balgoy 1926

Koningin Wilhelmina in Balgoy (Bron: de Maasbode 4 januari 1926).

De Telegraaf journalist schreef dat de vletten aardig vol liepen met water en dat een korte landing noodzakelijk werd. Verder viel hem op dat Balgoy aan de ene zijde een dorp was met armelijke hutjes en aan de andere zijde vol stond met rijke boerenwoningen. Trots stond er de grote nieuwe kerk op een eiland een meter uit het water gerezen. Met moeite werd er geland. De matrozen sprongen in het water en droegen de koningin, de prins met gevolg en ook de journalist aan land. Het eilandje met kerk en pastorie was een grote modderpoel geworden. Er waren een paar honderd stuks vee bijeengebracht, die de grond doorkneed hadden met hun hoeven. Al het vee stond dus op het eiland, maar niet in de kerk.

Koningin Wilhelmina werd welkom geheten in Balgoy door pater Vincentius en niet door de Balgoyse pastoor Godefridus van Acht, die een breuk-operatie moest ondergaan in het Canisius Ziekenhuis in Nijmegen. Hoewel die operatie slaagde, kreeg hij als complicatie een longontsteking waaraan hij op 23 januari 1926 overleed. Daarom werd de parochie waargenomen door een pater Kapucijn uit Velp. Pater Vincentius wist niet of hij gerechtigd was het vee in de kerk toe te laten. Daarover moest de deken beslissen.

Dit blijkt ook uit een verslag in het archief van de Kapucijnen te Velp over de wateroverlast in Grave en Velp, maar ook over het bezoek van koningin Wilhelmina aan Balgoy. Hierin wordt gedetailleerd beschreven hoe pater Vincentius het bezoek van de koningin heeft ervaren en wat er precies gebeurd is.

Detail van verslag Kapucijnen

Detail uit verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)

In het verslag staat ook dat de boeren sterk aandrongen om het vee in de kerk te mogen stallen. Vincentius wilde dat niet graag toestaan uit eerbied voor het Godshuis. Hij besloot de uiterste noodzaak af te wachten. Doch ondertussen zond hij een man om inlichtingen naar de H.E. Heer Deken te Grave. Deze zei dat de pater maar moest doen wat het beste was. Toen op 2 januari de koningin Wilhelmina, prins Hendrik, haar gemaal, Baron van Heemstra, Gouverneur der koningin in Gelderland met verder gevolg op het eiland landden, waar kerk en pastorie stonden, spoedde de pater zich naar dit hoog gezelschap om het te verwelkomen.

1fb8e-image072

Wilhelmina wordt verwelkomt in Balgoy door pater Kapucijn Vincentius, dijkdoorbraak 1926 (Harrie Jans met bosje hooi).

Hij liet de kerk zien en leidde Hare Majesteit naar de vrouwen en kinderen ondergebracht op de pastorie. Hij onthaalde dan verder het hoge gezelschap in de huiskamer van de pastorie, die op dat moment alleen verwarmd was. Door dit gezelschap werd nu ook sterk aangedrongen op het openen van de kerk voor het vee. Pater Vincentius, gezien de erbarmelijke toestand waarin het vee begon te verkeren, meende nu niet langer te mogen weigeren. Hij besloot dan ook dit toe te staan. Nadat het gezelschap nog wat op de pastorie had vertoefd, deed de pater hen uitgeleide naar de boten. Een driemaal herhaald “Lang zal zij leven” werd aangeheven en de boten voeren af.

Hierna begon pater Vincentius de toebereidselen te maken om het vee in de kerk te kunnen plaatsen. Het H. Sacrament bracht hij in de kluis in de sacristie. Voor de communiebank liet hij de bidbanken opstapelen, zodat het presbyterium geheel was afgesloten. Daarna werden de paarden en koeien naar binnen gebracht. Vijf dagen heeft het vee er gestaan. Hoewel het vee na vijf dagen alweer uit de kerk was weggevoerd, wachtte de pater nog vele dagen met het reconcilieeren van de kerk, omdat er grote scheuren in het kerkgebouw waren gekomen. Doch toen alles zonder gevaar bleek te zijn, kon Vincentius de kerk op 23 januari plechtig reconcilieeren. Dit was de dag waarop de pastoor, gestorven te Nijmegen in ’t ziekenhuis, plechtig te Balgoy begraven werd.

image477

Ruïne van het Huis tot Balgoy in de twintigste eeuw (Bron: Mien Jacobs Spann).

Na het vertrek vanaf de kerk voer het gezelschap langzaam door het ondergelopen Balgoy. Het was windstil geworden, maar toch maakte het stromende water draaikolken bij de bomen en andere hinderpalen. Troosteloos zag het land eruit. Onderweg werd weer brood uitgedeeld bij boerderijen waar nog mensen aanwezig waren, dat dankbaar werd aangenomen. De vletten voeren richting Wijchen en aan de linkerhand stond de ruïne van het oude Balgoyse kasteel met sinistere raamgaten en ingestort dak. Langs de kruinen van fruitbomen varend, werd Balgoy verlaten en ging men richting Wijchen. Het moet al na drieën geweest zijn.

Kerk Balgoy 1926

Mensen bij de ingang van de toren, tijdens de watersnood van 1926 – balgoy – 20027582 – rce | Door: BotMultichillT – 1926 | Licentie: CC-BY-SA-3.0-NL (Wikipedia).

Tenslotte nog even terug naar het artikel in de Gelderlander van 27 juli. De geschiedenis van Balgoy is verweven met de Maas en er zijn talrijke gebeurtenissen die onherroepelijk de Balgoyse mensen en hun cultuur zullen hebben beïnvloed. De dijkdoorbraak van oudjaarsdag 1925 en de gevolgen in het begin van 1926 zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De toenmalige regering Colijn vond het weliswaar geen nationale ramp en wilde geen geld beschikbaar stellen; in een interview met de Telegraaf zei de minister-president: “De toestand is droevig, zelfs ernstig, maar ik acht hem niet van dien aard, tenzij zich nieuwe complicaties voordoen, dat het een nationale ramp zal worden”. Toch zijn de sporen van de dijkdoorbraak nog vele jaren fysiek en mentaal zichtbaar geweest en dat kunnen en mogen we niet vergeten en ook de generaties na ons moeten dit verhaal blijven horen. Een herinnering op een plek vlak bij de school en de plek waar Wilhelmina aan land kwam, lijkt mij een prachtig initiatief. Het gaat er niet om of een iemand het wil of een groepje. Er moet draagvlak zijn in het hele dorp; de Balgoyse mensen moeten het willen.

Bronnen:

  • “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument” in de Gelderlander (editie Maas-Waal), 27 juli 2019
  • “D’n diek is deurgebroken” op Maas en Waal Cultuur Express.
  • “De watersnood in 1925 en de gevolgen” in Geschiedenis van de maasdorpen Overasselt, Nederasselt, Balgoij – Keent, 1978
  • “Andere Tijden: Kronkels van de Maas”. VPRO NTR aflevering 329 in 2008
  • A50-XVa-33, nr. III, Journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50)
  • De Telegraaf, zondag 3 januari 1926
  • De Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant, maandag 4 januari 1926
  • Ter Herinnering: Renovatie 1997, Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  • Verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)

 

Kerstmis 2018 – De kerstgroep van de H. Johannes de Doperkerk viert honderdste verjaardag

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

De kerstal in de H. Johannes de Doperkerk op kerstavond

De kerststal in de H. Johannes de Doperkerk is in de kersttijd een blikvanger voor in de kerk. Traditioneel gebouwd en ingericht door Theo Willems, geholpen door Jan Reijnen en door de kerkhofwerkers. Het is ook traditie dat Theo tijdens de viering op kerstavond het kerstkind de kerk binnendraagt en in de kerststal plaatst en dat heeft hij ook dit jaar weer gedaan. Balgoy heeft een mooie kerststal met een mooie beeldengroep, die er al is zolang als we ons kunnen herinneren. Hoe lang precies? Er waren mensen die zeiden dat de kerstgroep misschien wel uit de oude kerk afkomstig zou kunnen zijn.

In december 2015 schreef ik een blog over de kerststal in de Balgoyse kerk. Samen met religieuze kunstkenner Wim de Mul had ik in de kerk naar de kerststal gekeken of die van Pietro Mazzotti was. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie bleek bij een aantal beelden ook het merkteken van Mazzotti (PM) aangebracht te zijn. Ik was heel tevreden met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw was vervaardigd in Münster door Pietro Mazzotti en dus naar alle waarschijnlijkheid was aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914.

pastoor Jan Cornelis Martens

pastoor Jan Cornelis Martens

Afgelopen zomer was er het verhaal over Balgoys nieuws in de kranten van 100 jaar geleden. Een van de nieuwsfeiten was het overlijden van pastoor Martens. Hij is op 4 september 1918 overleden, voorzien van het H. Sacrament der Zieken. Joannes Cornelis Martens werd pastoor van Balgoy in 1911. Hij was geboren te Udenhout op 11-12-1866 als zoon van Adriaan Martens en Cornelia Burgmans. Hij had gestudeerd aan het seminarie van Haaren, werd in 1892 tot priester gewijd en in 1894 tot kapelaan in Wanroij benoemd. Van 1898 tot 1911 was hij aangesteld als kapelaan in Asten (Bron: Heemkundekring De Vonder Asten – Someren). Onder zijn pastoraat in Balgoy is de in 1913-1914 aan de Boomsestraat gebouwde nieuwe parochiekerk tot stand gekomen; Martens werd dan ook wel de “bouwpastoor” genoemd.

De benoeming van een nieuwe pastoor in Balgoy was in die tijd snel geregeld. Nog in diezelfde maand werd kapelaan van Acht uit Kaatsheuvel aangesteld als pastoor in Balgoy. Uit een bericht in De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918 blijkt dat Balgoy blij mocht zijn met de nieuwe pastoor en op 20 september was de benoeming een feit.

van Acht

Pastoor Godefridus van Acht

Kaatsheuvel

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918

Het meest verrassende en interessante bericht dat ik las in het krantennieuws van 2018, was een bericht uit de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918, een paar maanden na de benoeming van pastoor van Acht. Het betrof een cadeau van de leden van de vereniging van de H. Familie uit Kaatsheuvel, waarvan de toenmalige kapelaan van Acht directeur was geweest aan de nieuwe pastoor van Balgoy. Een beeldengroep. De beeldengroep!

beeldengroep

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918

De kerstgroep die nu in de Balgoyse kerk staat werd dus waarschijnlijk niet aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914. Meer voor de hand liggend is het, na dit krantenbericht gelezen te hebben, dat het een cadeautje was uit Kaatsheuvel voor de nieuwe pastoor in  1918. Dat betekent dus dat de kerstal dit jaar precies 100 jaar oud is.

OdhVlxcvTTu+ISCittr+6g

Kinderen uit Balgoy maakten hun eigen kerstgroep met Jozef, Maria en het kindje Jezus

Het is ook om deze reden, dat de kinderen uit Balgoy samen met Ans van Erp, allemaal een mooie kerstgroep van Jozef, Maria en het kindje Jezus met ster hebben geknutseld in het theehuis van Yvon van Haren. Die meer dan dertig mooie kerstgroepen stonden voor in de overvolle kerk tijdens de kindvriendelijke kerstviering op 24 december. Het thema van de viering was “Kerstmis is vrede voor iedereen”. In deze viering gingen we samen op weg naar de stal van Bethlehem.

IMG_0068

Levende kerststal uitgebeeld door kinderen tijdens de kindvriendelijke kerstviering.

Het verhaal werd verteld door twee poetsvrouwen, die samen met de kinderen een levende kerststal uitbeeldden. Ze vertelden daarbij dat heel vroeger alle verhalen over Jezus alleen maar in de bijbel te lezen waren. In het begin van de 13e eeuw was er een monnik, Franciscus van Assisi, die het belangrijk vond dat ook arme mensen die niet konden lezen het geboorteverhaal van Jezus konden zien. Dus hij maakte een levende kerststal ergens in een grot. Zo zijn mensen al eeuwenlang op zoek naar het kind van warmte, licht, geluk en vrede. Een zoektocht naar de stal in Bethlehem en naar het kerstkind, zo mooi uitgebeeld in de kerststal die al 100 jaar in onze kerk staat en in al die nieuwe kerststalletjes die door de kinderen zijn gemaakt. Na de viering mochten de kinderen hun eigen gemaakte kerstgroep mee naar huis nemen. Een mooie herinnering aan “Kerstmis is vrede voor iedereen”. Zalig kerstfeest.

Openbaar vervoer in Balgoy – een oproep voor een virtuele Breng Flex halte

Openbaar vervoer in Balgoy is er niet! Je vraagt je af of het dan ook niet gemist wordt. Dat zou de gemeente Wijchen en de Wijchense politiek zich toch ook moeten afvragen. Ik heb ze er nooit over gehoord. De Balgoyse mensen hoor ik er ook niet vaak over, trouwens. Men is gewend om naar Wijchen Zuid te fietsen of naar het kruispunt in Nederasselt. Of als je toch al aan het fietsen bent, dan fiets je door naar het NS station in Wijchen. Openbaar vervoer in het dorp?

Has en Mieke van Stippen - van Thiel

Has en Mieke van Stippen – van Thiel (Bron: familie van Stippen)

Misschien omdat het er vroeger ook nooit was. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw had je Has de Stip in de Houtse en Jan den Draad (van Ostrum) in de Hoeve. Zij reden taxi, brachten de mensen die zelf geen auto bezaten naar het ziekenhuis of naar familie die wat verder weg woonde. Maar dat gebeurde niet zo vaak. Meestal gingen mensen te voet of met de fiets. En als het niet anders kon gingen ze naar de Rijksweg in Lunen of Nederasselt en pakten daar de bus, net als nu eigenlijk.

Jan van Osterom met sigaar bij de benzinepomp

Jan van Ostrum met sigaar bij de benzinepomp (Bron: Marietje Jonker – Hulsman)

Toch denk ik er zelf wel over na. Hoe moet dat straks als ik zelf niet meer kan of mag autorijden? Wie brengt mij dan naar Wijchen of Nijmegen. Is de gemeenschapszin en saamhorigheid, waar ik nu Balgoy zo om waardeer, er dan ook nog. Het is niet voor niets dat we een stichting in het leven hebben geroepen, stichting Balgoy Beter Bekend, die zich hard maakt om initiatieven te steunen om leefbaarheid en sociale samenhang te bevorderen en/of te verbeteren. En ik ben niet de enige natuurlijk. Nederland vergrijst in hoog tempo en zeker in de kleinere dorpen neemt de gemiddelde leeftijd snel toe. Openbaar vervoer in Balgoy, een lijndienst terug in het dorp, zoals al eerder is geprobeert, lijkt me geen haalbare optie.

normal_9344_BF-90-JY_ZO

Zuidooster 9344 Nijmegen (Bron: www.busfoto.nl)

Toen ik in juli 1992 in Balgoy kwam wonen, stonden er op de route Balgoyseweg, Houtsestraat, Torenstraat, Boomsestraat, Eindsestraat borden met busrouteinformatie. Op 3 juni 1984 werd Zuid-Ooster lijn 88 vanuit Beuningen verlengd naar Grave via Wijchen. Tussen Wijchen en Grave reed lijn 88 via Balgoy en Nederasselt. Deze lijn reed maandag t/m zaterdag overdag tot ongeveer 19:00. Vanaf 27 mei 1990 werd lijn 88 ingekort tot Beuningen – Molenhoek. Het traject Grave – Beuningen bleef bestaan onder de lijnnummers 94, Beuningen – Wijchen en 95, Wijchen – Grave. Deze werden gereden als belbussen. Dus het busbordje bij de kerk in 1992 gaf aan dat de Zuidooster/Hermes reed met de belbuslijnen 95 op dit traject, waarbij in Wijchen moest worden overgestapt door doorgaande reizigers. Per 23 mei 1993 werden deze lijnen samengevoegd en reed lijn 94 1x per uur tussen Wijchen en Grave in de spitsuren en 1x per 2 uur in de daluren als belbus. Een ochtendrit naar Grave begon in Beuningen en in de middag reed 1x per 2 uur een bus vanuit Beuningen naar Grave. De eerste rit op de dag kwam uit Woezik en reed als vaste rit. Vanaf Grave reed de eerste rit op de ochtend naar Beuningen. Tot de middagspits reden de bussen dan slechts tot Wijchen en reden in de middagspits weer tot Beuningen. De dienstregeling eindigde rond 18:00. Lijn 94 reed niet in het weekend. Deze informatie is terug te vinden op de website OV in Nederland.

Op 1 juni 1997 is lijn 94 opgeheven en vervangen door lijn 594. Lijn 594 is een voormalige lijntaxi die reed van Beuningen naar Grave. Lijn 594 reed op werkdagen 1x per uur in de spitsuren, daarbuiten 1x per 2 uur. De dienst eindige om 19:00 uur. Op zaterdag en zondag reed lijn 594 in de ochtend en avond 1x per uur, in de middag 1x per 2 uur. De dienst eindige al om 18:00. Op 28 mei 2000 werd lijn 594 samen met alle andere lijntaxi’s weer opgeheven omdat de formule niet aansloeg bij de reiziger. Lijn 594 werd omgezet in lijn 94. Het aantal ritten werd flink beperkt. Op werkdagen reden nog slechts vijf ritten. In het weekend verviel de verbinding geheel. In de dienstregeling 2002 waren bijna alle ritten vervallen. Op 12 december 2004 werd lijn 94 opgeheven en was er in Balgoy geen openbaar vervoer meer.

Apple-car

Apple zelfrijdende auto

Zoals ik al zei, is het niet voor de hand liggend dat er nu nog een lijnbus door Balgoy gaat rijden. Ikzelf zit al enkele jaren op een doorbraak te wachten van de auto zonder chauffeur op bestelling. Onder andere Google en Apple zijn de laatste jaren druk bezig met het ontwikkelen van technologie voor zelfrijdende auto’s. Google heeft bijvoorbeeld een klein autootje ontwikkeld wat zelf kan rijden, dat kleine autootje is nu ook op de openbare weg te vinden. De autootjes doen testritten op de openbare weg in Mountain View. Het stadje in Silicon Valley waar Google is gevestigd. Google rijdt al jaren op de openbare weg met zelfrijdende auto’s van andere merken. Zo zijn er aangepaste Lexus en Prius-auto’s die al meer dan een miljoen kilometer hebben afgelegd. Daarbij zit er echter altijd iemand achter het stuur die kan ingrijpen indien dat nodig mocht zijn. Op termijn is het de bedoeling dat auto’s echt zelf gaan rijden zonder bestuurder. Maar als we straks allemaal massaal zonder handen aan het stuur gaan autorijden, hoe zit het dan met de autoverzekering en de aansprakelijkheid? De Nederlandse wet schrijft nu nog voor dat je altijd twee handen aan het stuur moet hebben. Veroorzaak je een ongeluk wanneer je de handen niet aan het stuur had door de autopilot? Dan ben je aansprakelijk. Dat kan er zelfs toe leiden dat je eigen verzekering jou aansprakelijk stelt bij een ongeluk wanneer je schade veroorzaakt. Maar als de auto verantwoordelijk is voor schade als jij de auto niet bestuurd, in hoeverre kan een verzekeraar dan de autofabrikant aansprakelijk stellen en dit in de premie meenemen? Mogelijk dat autoverzekeringen uiteindelijk zelfs verdwijnen, omdat verzekeraars bij schade direct afspraken gaan maken met de fabrikant en jij bij personenschade bijvoorbeeld alleen zorg vergoed krijgt via de zorgverzekering. Eventuele schade aan de auto wordt dan wellicht kosteloos gerepareerd en de rekening komt direct bij de fabrikant terecht.

BRENG-1Maar zover is het nog niet. Tot die tijd lijkt me het Breng Flex initiatief een prima oplossing. Ikzelf heb daar al een aantal keren gebruik van gemaakt. Breng Flex is een handige vervoerservice op bestelling, die rijdt van halte naar halte. Welke haltes? Dat bepaal jezelf. Breng flex komt op alle haltes van de gewone bus, plus enkele virtuele haltes of buurtbushaltes. Met een handige app of per telefoon reserveer je een zitplaats in een voertuig. Je bepaalt zelf wanneer je wordt opgehaald bij de halte en waar je naar toe reist. Je bestelt Breng flex dus als het jou uitkomt. En je betaalt altijd € 3,50 per rit. Lekker duidelijk! Breng Flex mist hier dus wel een aantal eisen van de Wet Personenvervoer 2000 om te voldoen aan de norm voor openbaar vervoer. Er is geen vaste route, geen vaste dienstregeling en er wordt geen OV-tarief gehanteerd. Maar de flexibiliteit is toch ook weer een voordeel!

Breng haltes

Op het kaartje is de plek aangegeven waar de RK kerk van Balgoy staat (rode speld), maar daar is geen Breng flex halte in de buurt. De haltes het dichts in de buurt zijn aangegeven met de blauwe rondjes (het eventuele cijfer in de rondjes geeft het aantal haltes aan).

Breng flex is elke dag van de week beschikbaar tijdens deze uren:

  • maandag – vrijdag 06.30 – 24.00 uur
  • zaterdag 08.00 – 24.00 uur
  • zondag 09.00 – 24.00 uur

In de Gelderlander van afgelopen december stond een bericht dat de vrees bestaat dat Breng Flex een ‘subsidievreter’ blijkt te zijn, waardoor de opdrachtgever (de provincie Gelderland) een keer de stekker eruit trekt. Ik denk dat zonder subsidie heel veel initiatieven zoals Breng Flex zullen mislukken, omdat tijd nodig is om bekend te worden en te laten zien dat het haalbaar is. In diezelfde Gelderlander stond ook een bericht dat de pilot Breng Flex in Wijchen een succes was. Gebruikers van Breng Flex waarderen de ritten van de service gemiddeld met een 9,7. Zo blijkt uit een informatienota van de gemeente Wijchen.

Kerk Balgoy

Een virtuele Breng Flex halte bij de kerk in Balgoy

Wat mij betreft is er nog maar een wens om Breng Flex helemaal mijn favoriet te maken en daarmee ook het “Openbaar Vervoer” weer terug te krijgen in Balgoy. Ik zou heel graag zien dat er een virtuele halte bij zou komen bij de R.K. Kerk in Balgoy. Dit zou mijns inziens de leefbaarheid voor met name de oudere Balgoyse mensen enorm bevorderen. In combinatie met de 34% leeftijdskorting voor 65-plussers kunnen zij voor ongeveer 2 euro zelfstandig en op het moment dat zij dat willen naar Wijchen of Nijmegen blijven gaan voor boodschappen, winkelen, theater of gewoon een gezellig bezoekje aan familie, vrienden of bekenden. Laat iedereen een verzoek daartoe indienen bij Breng!

Balgoys nieuws in de krant precies 100 jaar geleden

screenshot 2Wat was het Balgoyse nieuws vandaag precies 100 jaar geleden op maandag 22 juli 1918? We zouden daarvoor een krant moeten kunnen lezen van die datum. Dat kan! Met behulp van Delpher kunnen we dat. In “De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad“, een landelijk dagblad nogwel, vinden we een kort berichtje over Balgoy.

screenshot.png

De Tijd 22 juli 1918

In Delpher vindt je miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften die je allemaal woord voor woord kunt doorzoeken. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. Ze worden in Delpher onder één knop aangeboden om het vinden van informatie voor u gemakkelijk te maken.

Delpher is een goudmijn voor iedere onderzoeker. Het maakt niet uit wat voor onderzoek je doet en op welk niveau. Delpher biedt voor iedereen de originele teksten uit meer dan ruim 1,3 miljoen kranten, 4,4 miljoentijdschriftpagina’s en meer dan 320.000 boeken uit de 15de tot de 21ste eeuw. En het aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien. Van 60 miljoen pagina’s nu tot 100 miljoen over een paar jaar. Wat nog mooier is, is dat het vrij te gebruiken is voor privé-doeleinden en onderzoek. Al het materiaal uit Delpher mag je voor eigen onderzoek vrij gebruiken. Het gebruik van de website wijst zichzelf, maar er is ook een uitgebreide handleiding voor wie dat wil.

pastoor Jan Cornelis Martens

Joannes Cornelis Martens (Bron: Wim Verhoeven)

Terug naar het Balgoys nieuws van 1918. De Balgoyse pastoor Martens werd op 22 juli voorzien van het H. Sacrament der Zieken, hij werd bediend. Joannes Cornelis Martens werd pastoor van Balgoy in 1911. Hij was geboren te Udenhout op 11-12-1866 als zoon van Adriaan Martens en Cornelia Burgmans. Hij had gestudeerd aan het seminarie van Haaren, werd in 1892 tot priester gewijd en in 1894 tot kapelaan in Wanroij benoemd. Van 1898 tot 1911 was hij aangesteld als kapelaan in Asten (Bron: Heemkundekring De Vonder Asten – Someren). Onder zijn pastoraat in Balgoy is de in 1913-1914 aan de Boomsestraat gebouwde nieuwe parochiekerk tot stand gekomen; Martens werd dan ook wel de “bouwpastoor” genoemd. Joannes Cornelis Martens is op 04-09-1918 te Balgoy overleden en hieronder zijn overlijdensakte.

overlijdensakte Martens

BS Overlijden Balgoy, Gelders Archief, Arnhem, Archief 0207, regnr 8074

screenshot

Het Centrum, 4 september 1918

In die overlijdensakte staat duidelijk dat “Johannes Cornelis Martens, roomsch Katholiek Pastoor”, “op den vierde september dezes jaars, des namiddags, om half een uur, binnen deze gemeente in het huis, wijk A, nummer negen en dertig a is overleden. Toch verscheen in het landelijk dagblad Het Centrum van woensdag 4 september 1918 een kort bericht, dat de pastoor “zijn intrek heeft genomen in het gesticht te Wanroy”.

advertentie fam Martens

De Tijd, 5 september 1918

Blijkbaar is pastoor Martens toch nog onverwacht overleden. Uit de overlijdensadvertentie van de familie in De Tijd, kan opgemaakt worden dat er sprake was van “een langdurig, geduldig lijden”. De benoeming van een nieuwe pastoor in Balgoy was in die tijd snel geregeld. Nog in diezelfde maand werd kapelaan van Acht uit Kaatsheuvel aangesteld als pastoor in Balgoy. Uit een bericht in De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918 blijkt dat Balgoy blij mocht zijn met de nieuwe pastoor en op 20 september was de benoeming een feit.

Kaatsheuvel

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918

beeldengroep

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918

Het meest verrassende en interessante bericht dat ik las in het krantennieuws van 2018, was een bericht uit de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918, een paar maanden na de benoeming van pastoor van Acht. Het betrof een cadeau van de leden van de vereniging van de H. Familie uit Kaatsheuvel, waarvan de toenmalige kapelaan van Acht directeur was geweest aan de nieuwe pastoor van Balgoy. Een beeldengroep. De beeldengroep!

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

De beeldengroep (Bron: Rikie Peters)

In december 2015 schreef ik een blog over de kerstal in de Balgoyse kerk. Samen met religieuze kunstkenner Wim de Mul had ik in de kerk naar de kerststal gekeken of die van Pietro Mazzotti was. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie bleek bij een aantal beelden ook het merkteken van Mazzotti (PM) aangebracht te zijn. Ik was heel tevreden met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw was vervaardigd in Münster door Pietro Mazzotti en dus naar alle waarschijnlijkheid was aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914. Mooi niet dus! Een cadeautje uit Kaatsheuvel voor de nieuwe pastoor in  1918 is veel waarschijnlijker na dit krantenbericht gelezen te hebben. En een feestje om te vieren met Kerst: de kerstal is 100 jaar oud.

Er was natuurlijk nog veel meer nieuws in Balgoy in 1918. Ter illustratie een tweetal berichten uit de Maasbode. Dit klinkt als een regionale krant, maar de Maasbode was opgericht als weekblad met 800 abonnees in 1868 en vanaf 1885 een in Rotterdam verschijnend landelijk katholiek dagblad, na de Tweede Wereldoorlog als avondkrant (Bron: Wikepedia).

boerderijbrand

Het eerste bericht betreft een boerderijbrand in Keent. Vraag is wie weet wie H. St. was, die 2 koeien en een vaars verloor en onderverzekerd was? (De Maasbode van 23 februari 1918)

post

Met het tweede bericht begint een lange periode met postbezorging door de familie Willems. Dus 100 jaar geleden werd Jentje de Post benoemd als brievengaarder te Balgoy. (De Maasbode 4 maart 1918)