In wikipedia gelezen: kerk weg en toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd

Regelmatig komen er vragen binnen via de website van Pagus Balgoye. Meestal betreft het vragen over waar mensen hebben gewoond in Balgoy of informatie over bepaalde familierelaties. Dit keer betreft het informatie over de kerk van Balgoy.
De vraagsteller, dhr van Tienen, is bezig met een overzicht over 200 jaar geschiedenis van hun bouwbedrijf, B.F.van Tienen te Nijmegen (1). Uit overlevering weet dhr. van Tienen dat hun bedrijf gewerkt heeft aan de kerk of toren van Balgoy. Zijn inschatting is dat het geweest moet zijn in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Hij wil graag weten of dit ook zo is. In het archief van het bouwbedrijf is daar helaas niets over te vinden en in wikipedia had hij gelezen dat de kerk er al niet meer was en dat de toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd was.

1Om mee te beginnen – en dat zal weinigen verbazen – de kerk staat er nog steeds. De roomkatholieke kerk Johannes de Doper aan de Boomsestraat, een ontwerp van de Tilburgse architect Jan van der Valk, werd in 1914 gebouwd. Het is een belangrijke kerk in neoromaanse en neogotische vormen, met toren. Gebouwd ter vervanging van een vroegere kerk, waarvan de middeleeuwse toren nog elders in het dorp staat. Het ontwerp sluit aan bij de wensen van de Liturgische Beweging (zgn. volkskerk) van begin twintigste eeuw: vergrote viering in de vorm van een onregelmatige achthoek. Grotendeels houten overwelving van het interieur; het gewelf over de viering bevat een bovenlicht. Mede doordat dit één van de laatst overgebleven kerken naar ontwerp van architect J. van der Valk is, heeft deze kerk een extra zeldzaamheidswaarde. De enige andere nog bestaande, en als kerk in gebruik zijnde, kerk van deze architect is de O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad in Tilburg-Broekhoven (2).

Kerk beschadigd 1940

De Johannes de Doperkerk werd zwaar beschadigd na beschieting door Nederlandse militairen in 1940 

De toren van de kerk werd inderdaad zwaar beschadigd in het begin van de oorlog, zoals dhr. van Tienen gelezen had in wikipedia. Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit en vielen de Duitsers ons land binnen en dit had ook voor Balgoy gevolgen. In het Registrum Memorial Parochiae de Balgoy, Keent et Dimidia Parte Page Neerasselt Cum de “de Wegelaar” 30 Martii 19010 (3) wordt dit beschreven door de toenmalige pastoor van Balgoy, pastoor K.J. Aarts. Een memoriale (memoriaal) is een aantekenboek waarin men achtereenvolgens lopende zaken vermeldt. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere.

Kerk beschadigd 1940

Beschrijving van de poging van Nederlandse militairen om in mei 1940 de toren van de kerk op te blazen in het Registrum Memorial Parochiae. De tekst aan de onderkant is commentaar van Wim Verhoeven over additionele schade aan vijf woningen in Balgoy.

Zoals hierboven door pastoor Aarts beschreven, waren de beschadigingen aan de kerk van dien aard dat de kerkelijke diensten moesten worden gehouden in een zaal van het patronaat. Begin 1941 kwam het bericht dat de kerk hersteld zou worden. De kosten werden betaald door het Departement van Defensie en bedroegen 16.613 gulden. Het werk werd onderhands gegund aan de firma Thijsse Klaassen en Wessels uit Wijchen (3), dus hier was bouwbedrijf B.F. van Tienen niet bij betrokken.

Pastoor Aarts overleed in november 1957 en precies een jaar later werd Hendrikus Gerardus Remy de nieuwe pastoor van Balgoy. Toen pastoor Remy met de hulp van het bisdom de boekhouding inventariseerde, bleek de situatie niet erg rooskleurig. Hij schreef zelf in het Registrum Memorial Parochiae “dat alles nog niet zo mee viel”.

Verbouwing kerk 1959

Detail uit het Registrum Memorial Parochiae in 1959

Er werd een inventarisatie gemaakt van de staat van de kerk en pastorie met een globale kostenraming van de uit te voeren werkzaamheden (4). De gebouwen waren aan een noodzakelijke reparatie toe ter waarde van 56.000 gulden. In het Registrum Memorial Parochiae 1959 kunnen we lezen wie het werk gegund werd, waarbij we kunnen vaststellen dat dhr. van Tienen een goede inschatting heeft gemaakt. Het “hout en metselwerk” werd uitgevoerd door B.J. van Tienen uit Nijmegen.

Verbouwing kerk 1959

Aanbesteding van de noodzakelijke reparaties aan kerk en pastorie

Het bisdom nam het merendeel van de kosten voor haar rekening, maar Pastoor Remy wist toch ook op allerlei manieren en met ludieke acties de parochianen te stimuleren om bij te dragen in de kosten. Hij startte o.a. een verjaardagsactie, waarbij parochianen werd gevraagd om een cent te doneren voor ieder jaar dat men oud was. Maar ook zelf leverde hij salaris in; de maandelijkse bijdrage voor de pastoor van 1700 gulden werd verlaagd tot 1200 gulden en het verschil werd een bijdrage voor de kerk (5).

Bronnen:

  1. Website van BF VAN TIENEN AANNEMERSBEDRIJF B.V.
  2. Website van ReliWiki.nl
  3. Ter Herinnering: Renovatie 1997 Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  4. Inventaris van het archief van de parochie H. Johannes de Doper Balgoij (2012) J.P.H. Daverveld
  5. 75 jaar Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven

Marianne van den Boogaard verrast met Pro Ecclesia et Pontifice

Pro Ecclesia et Pontifice (Latijn, Voor Kerk en Paus) is een pauselijke onderscheiding voor bewezen diensten aan de Rooms-katholieke Kerk of het rooms-katholieke geloof.

De medaille wordt uitgereikt aan katholieke gelovigen die ten minste 45 jaar oud zijn en zich gedurende ten minste 25 jaar verdienstelijk hebben gemaakt voor het katholieke geloof of de Kerk. Het is het hoogste ereteken dat een leek kan ontvangen van de Paus. De medaille komt in het protocol van het Vaticaan desondanks na de vijf Pauselijke ridderorden. Niet in aanmerking voor deze onderscheiding komen niet-katholieken, personen in loondienst bij een onderdeel van de Rooms-Katholieke Kerk, priesters en diakens.

De onderscheiding kwam voor Marianne als een complete verrassing en werd uitgereikt op het einde van een speciale Mariaviering in de H. Johannes de Doperkerk te Balgoy door Aloys van Velthoven, de eerst-aanspreekbare pastor van de geloofsgemeenschap H. Johannes de Doper binnen parochie de Twaalf Apostelen. Na afloop van de viering werden Marianne en echtgenoot Niek in een koetsje naar huis gereden, waar gelegenheid was om de trotse gedecoreerde te feliciteren.

IMG_3723Marianne is al sinds 1990 betrokken bij de Balgoyse kerk en geloofsgemeenschap. Zij heeft de overgang van eigenstandige parochie, via een pastorale unie met parochie de Hoeksteen in Wijchen, naar fusieparochie de Twaalf Apostelen meegemaakt en zit nu in de contactraad van de H. Johannes de Doper geloofsgemeenschap. Naast haar bestuurlijke activiteiten, heeft ze heel veel tijd en energie gestoken in de begeleiding van communicanten en vormelingen, een activiteit waarvan de meeste mensen binnen en ook buiten onze geloofsgemeenschap haar kennen. Toch denk ik dat een andere activiteit voor Balgoy belangrijker is geweest en mede er toe bijgedragen heeft dat we nog als eigenstandige geloofsgemeenschap functioneren.

Photo517697680500_inner_83-231-602-231-82-888-601-888In 1993 besluit toenmalig pastoor Arts, die al vanaf 1964 pastoor was van de Balgoyse parochie, te stoppen. Hij is dan nog herstellend van een ernstige val, die hij eind van het jaar daarvoor maakte en waarvoor hij enige tijd opgenomen was in het Canisius Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen. In die periode werd met instemming en actieve medewerking van de pastoor een gebeds- en communiedienstengroep actief, die tijdens de afwezigheid van de pastoor voorgingen in een deel van de weekendvieringen op de zaterdagavond of de zondag. Op de groepsfoto uit 1997 (bron: boek Renovatie 1997 Kerk Balgoy van Wim Verhoeven) staan de mensen die toen actief waren, waaronder Marianne. Bij de start waren daar zeker nog anderen bij betrokken, waaronder Annie van Hal en Hans Matse. De inzet van deze leken in de Balgoyse kerk, met instemming van toenmalig pastoor Arts, hebben er mede zorg voor gedragen dat er in de periode van ziekte van deze pastoor en later nadat hem op 1 augustus 1993 eervol ontslag verleend werd en pastoor Groos, reeds pastoor in Hernen en Niftrik, door de bisschop aangesteld werd om ook Balgoy te gaan bedienen, continuïteit bleef wat betreft de vieringen in het weekend. Een deel van de mensen verzorgden ook al de avondwakes en ook hierbij was Marianne actief. Deze actieve betrokkenheid van Balgoyse mensen toen bij het wel en wee van de geloofsgemeenschap heeft die vitaal gehouden en vormt op dit moment nog steeds een belangrijke basis voor die vitaliteit.

Pastoor Andreas Arts bij afscheid in 1993 Ereburger van de gemeente Wijchen

Het is zaterdag en al weer half maart. Dat betekent dat we de vrije tijd weer moeten verdelen tussen de echte hobbies heemkunde en muziekvereniging en het tuinieren. Terwijl ik in gedachte bezig ben met de voorbereiding van de jaarvergadering van Kunst en Vriendschap voor aanstaande maandag, sta ik op een ladder en ben bezig met snoeien. En dan gaat ook nog de telefoon. Of ik thuis ben en even wil kijken naar iets dat werd gevonden bij het opruimen in de kerk. Klinkt als heemkunde.
Binnen 10 minuten staat Albert voor de deur met wat spullen uit de kerk. Mijn oog valt meteen op een klein grijs doosje van ongeveer 10×10 cm. Rechtsonder staat een logo met de naam Joop Falke, edelsmid uit Oss.

In het doosje zit een bronzen erepenning van de gemeente Wijchen.

Bijgevoegd is ook een klein getypt briefje waarop het volgende staat geschreven:

“In 1964 werd Andreas Arts benoemd tot pastoor van de parochie Johannes de Doper te Balgoy. Bij zijn afscheid als pastoor op 15 augustus 1993, werd hij benoemd tot Ereburger van de Gemeente Wijchen. (zie onderscheiding) Bij afwezigheid van de burgemeester, werd deze onderscheiding uitgereikt door loco burgemeester / wethouder W. Roelofs. Als emiritus pastoor van Balgoy heeft hij nog zeven jaren samen met zuster Petronella Maria van Driel doorgebracht in Uden. Daar overleed hij op 16 maart 2000. Zijn laatste wens was begraven te worden in Balgoy, hetgeen plaatsvond op 22 maart 2000.”
 
 
Andreas Arts, die rector was van het Cecilia-klooster in Zijtaart, werd zoals hierboven te lezen, in 1964 benoemd tot pastoor van de H. Johannes de Doperparochie te Balgoy. De zestiger jaren waren roerige jaren voor de katholieke kerk. Pastoor Arts werd aangesteld door monseigneur Wilhelmus Marinus Bekkers, de toenmalige bisschop van Den Bosch. Bekkers was van huis uit een eenvoudige, vrome boerenzoon, betoogde modernistische opvattingen in verschillende morele kwesties. Volgens Bekkers moest de Kerk niet een strenge moraal voorschrijven, maar tegemoetkomen aan de wensen van de gelovigen. Zijn opvattingen werden meer ingegeven door pastorale overwegingen dan door wetenschappelijke bezinning. Spraakmakend was zijn mening over de geboorteregeling die hij verwoordde op 21 maart 1963. Bekkers vond dat gelovigen zelf moesten beslissen over het gebruik van de anticonceptiepil. Zonder het woord ‘anticonceptiepil’ te gebruiken, benadrukte Bekkers dat ouders hun eigen geweten moeten volgen bij het bepalen van het kindertal. Niet lang daarna kreeg Balgoy een nieuwe pastoor, die meteen een begin mocht maken met de vernieuwde liturgie, waarbij de priester met het gezicht naar de gelovigen stond. Het verpachten van de kerkbanken werd afgeschaft; hiervoor in de plaats kwam het plaatsengeld en de gezinsbijdrage. Er kwam ook een geluidsinstallatie in de kerk en het priesterkoor werd uitgebreid. Belangrijk waren ook de bestuurlijke veranderingen in die tijd. Het aantal leden van het parochiebestuur werd uitgebreid en zij kregen ook taken toebedeeld. Het parochiebestuur was ook niet meer automatisch bestuur van de RK lagere school; de school kreeg een eigen schoolbestuur. Grote veranderingen dus in een kleine geloofsgemeenschap, maar maximaal gesteund door het bisdom. Toen Bekkers na een korte ziekte al op de leeftijd van 58 jaar overleed, werd Johannes Bluyssen op 11 oktober 1966 tot diens opvolger benoemd. Bluyssen was (na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853) van 1966 tot aan zijn vervroegde emeritaat in 1984 de achtste bisschop van ‘s-Hertogenbosch. Zijn wapenspreuk luidde: Quotidie ministrans (dagelijks dienstbaar), een lijfspreuk die naadloos aansloot bij het levensmotto van pastoor Arts. Tijdens de bisschopstijd van Bluyssen veranderde er veel in het bisdom en in Nederland. Het waren de jaren van polarisatie, de Nederlandse Bisschoppensynode van 1980, de vele ambtsverlatingen, de sluiting van de seminaries, het gebrek aan priester- en kloosterroepingen. Pastoor Arts was juist in deze roerige periode van grote waarde voor de kleine Balgoyse parochie. Vanwege zijn grote verdiensten en het feit dat hij zich tot op hoge leeftijd beschikbaar bleef stellen voor zijn parochie, kwam bisschop Johannes ter Schure naar Balgoy met de volgende verrassing: “Het heeft Z.H. de Paus behaagd u te benoemen tot zijn kamerheer en daarom wordt u voortaan aangesproken met Monseigneur!”
Mgr. Arts werd op 1 augustus 1993 eervol ontslag verleend, waarna hij in Uden van zijn welverdiende rust kon gaan genieten samen met zuster Petronella Maria van Driel, die hem sinds het overlijden van Grada Venbrux verzorgd had. Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot Ereburger van de Gemeente Wijchen. De bronzen erepenning zal in het archief van heemkundekring Pagus Balgoye bewaard worden.
(bron: Ter Herrinnering: Renovatie 1997, Wim Verhoeven (Drukkerij Veldhoven – Rosmalen, 1997)

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

Een levendige gemeenschap in Balgoy is volgens mij belangrijk voor het welzijn van de mensen die er wonen. Dat lijkt niet altijd vanzelfsprekend in deze tijd van druk bestaan met werk en activiteiten op afstand van het dorp. Toch blijf ik voorstander van een rijk verenigingsleven en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners bij activiteiten, evenementen door het jaar heen. Kerstavond in onze Johannes de Doperkerk is voor mij ook zo’n moment van samen gemeenschap zijn. Gelukkig geldt dat niet alleen voor mij; de kerk zat ook dit jaar weer helemaal vol, jong en oud.
Het kerstkindje wordt in
het kribje gelegd
Theo Willems draagt het
kerstkindje binnen

De mooie kerststal voor in de kerk is dan een blikvanger. Traditioneel gebouwd en ingericht door Theo Willems, geholpen door Jan Reijnen en door de kerkhofwerkers. Het is ook traditie dat Theo tijdens de viering op kerstavond het kerstkind de kerk binnendraagt en in de kerststal plaatst. Een mooie kerststal met een mooie beeldengroep, die er al is zolang als we ons kunnen herinneren. Hoe lang precies? Dat weten we niet zeker. Komt de beeldengroep nog uit de oude kerk? Sommigen beweren van wel, maar dat lijkt niet waarschijnlijk.

Kerststal zonder kribbe met kerstkind daags voor Kerstmis
De traditie van gipsen beelden stamt uit de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn enorme hoeveelheden gipsen kerstgroepen en beelden gemaakt. Met name in de eerste helft van de twintigste eeuw waren er in Brabant en Limburg veel ateliers waar ze werden gegoten en gepolychromeerd (beschilderd). Maar ook in Amsterdam en Haarlem waren ateliers te vinden. Het lijkt er dus op dat de kerstgroep is aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914.
Bijeenkomst Pagus Balgoye in 2000
Wim de Mul (l) in diezelfde
bijeenkomst

Typisch een onderwerp, een vraag voor heemkundekring Pagus Balgoye zou je zeggen. Toch was het onderwerp nog niet eerder aan de orde geweest. Tot enkele dagen voor kerstmis oud-inwoner van Balgoy en oud-lid van Pagus Balgoye Wim de Mul aanbelde met de vraag of hij de kerststal in de Balgoyse kerk nog een keertje mocht zien. Wim heeft een speciale interesse in religieuze kunst, met name kruisbeelden, maar in dit geval betrof het dus de kerstgroep in onze kerk. Hijzelf had thuis een kerstgroep die gemaakt was in het atelier van Pietro Mazzotti in Münster en hij meende zich te kunnen herinneren dat ook de kerstgroep in Balgoy van Mazzotti was. 

Natuurlijk wordt je dan nieuwsgierig. Wie was Pietro Mazzotti?

Pietro Mazzotti werd geboren in 1838 in Coreglia in het hertogdom van Lucca in Toscane en emigreerde als 19-jarige in 1857 naar Duitsland. Vanaf 1865 is zijn naam terug te vinden in documenten in het stadsarchief in Münster. Nadat hij burgerrechten verwierf tegen betaling van 18,50 Mark, trouwde hij met Theresa Horsthemke uit Münster, met wie hij vier kinderen kreeg.
visitekaartje van het bedrijf
Gaddini-Mazzotti
In 1873 richtte hij met een Italiaanse partner het bedrijf Gaddini-Mazzotti op, dat vooral gericht was op de reproductie met gips. Werk van Pietro Mazzotti genoot binnen de kortste keren een hoge reputatie. Toch was wat Mazzotti deed ongebruikelijk in zijn tijd, omdat hij beeldhouwer was, “kunstenaar” dus, in de klassieke zin en zijn collega kunstenaars distantieerden zich als professionele groep van zijn werk vanwege de “zielloze volkskunst massaproducten”. Vanaf 1906 maakte hij kerstgroepen, die erg gewild waren en nog steeds zijn in een groot deel van Duitsland en ook in zuid en oost Nederland.
merkteken PM op een
van de beeldjes

Samen met Wim naar de kerk dus en naar de kerststal om te kijken of die ook van Pietro Mazzotti is. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie, was er toch ook wel wat twijfel, want de beelden waren deels overschilderd en er waren ook zeker beelden bij, met name een aantal schapen, die met zekerheid niet tot de originele beeldengroep behoorden. Op zoek naar een merkteken, want dan heb je meer zekerheid. En inderdaad op een paar beelden, die ook gelijkenis vertoonden met de beelden van Wim thuis, werd een merkteken gevonden. Op anderen niet, wat volgens Wim niet hoeft te betekenen dat ze niet origineel zijn, want niet alle beelden van een groep werden voorzien van een merkteken. Tevreden naar huis dus, met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw is vervaardigd in Münster en dus naar alle waarschijnlijkheid is aangeschaft voor de nieuwe kerk.

kerstkindje in de kribbe
merkteken GLV op beeldje
van het kerstkind

Toch is het verhaal nog niet volledig, want toen Wim en ik de kerststal bekeken, was er nog geen kribbe in de kerststal. Het kerstkind werd pas in de kerststal geplaatst op kerstavond. En wat schetst mijn verbazing toen ik met kerst het beeldje van het kerstkindje bekeek op zoek naar het merkteken PM? Wel een merkteken, maar niet PM! Het merkteken aan het hoofdeinde van het beeldje vermelde GLV. Dat was een verrassing. Wie of wat was GLV? Op de website van Vrienden van de Kerstgroep is een alfabetisch overzicht te vinden van ca. 375 gegevens over merktekens op gipsen Kerstgroepen. GLV wordt vermeld in deze lijst en is het merkteken van Gerard Linssen die in 1893 een gipsenbeelden fabriek oprichtte in Venlo. Daarvoor was hij werkzaam voor beeldenfabriek Schmitt-Heckler in Keulen. Gerard overleed in 1921. Zijn zoon Martin volgde hem op. Dat werd geen succes. In 1931 verkocht Martin Linssen de zaak aan Jos Heintges (merkteken J.H.V.). Het gipsen kerstkindje uit onze kerststal is dus in Venlo vervaardigd, ook in het begin van de vorige eeuw.
We kunnen concluderen dat we in onze H. Johannes de Doperkerk een mooie kerststal hebben met een gemengde beeldengroep, die we kunnen dateren op het begin van de twintigste eeuw. Met een grote mate van zekerheid kunnen we daarom ook zeggen dat deze beeldengroep niet uit de oude kerk aan de Torenstraat afkomstig is, maar wellicht is aangeschaft voor de huidige kerk aan de Boomsestraat, die ruim honderd jaar geleden gebouwd werd. Natuurlijk zijn in de loop van de jaren sommige beelden voorzien van een nieuw laagje verf. Af een toe zal er ook een beeldje beschadigd, zelfs gesneuveld en vervangen zijn. Daardoor is het een gemengde beeldengroep geworden. Maar wel een hele mooie beeldengroep die al ruim honderd jaar door de Balgoyse mensen met Kerstmis is bewonderd.

Jozef en Maria in de kerststal met het kerstkind in de kribbe
De hele kerststal (foto: Rikie Peters)