In Balgoy voel ik me thuis

Milleniumfoto Balgoy (Foto: Berry van Haren)

Bijna twee jaren geleden verhuisden Ans en ik (tijdelijk) naar Wijchen-Zuid, zodat onze dochter Anneke met haar gezin in Balgoy kon komen wonen. Toch blijft Balgoy mijn Balgoy. Hoe komt het dat je zo thuis kunt zijn in een dorp als Balgoy? Die vraag heb ik me de afgelopen veertig jaar regelmatig gesteld en hield me ook afgelopen week bezig in de aanloop naar carnaval in het Moasland. Het zijn niet de gebouwen, de geschiedenis die je opduikt in een archief en ook niet per see een activiteit zoals carnaval, een Allerzielen herdenkingsviering, een concert van de harmonie of de gezelligheid op het voetbalveld van Diosa. De ontmoeting met, de herinnering aan en het praten over mensen die leven of geleefd hebben in het dorp maken dat je deel uit gaat maken van de leefgemeenschap, dat je meeleeft en je er thuis gaat voelen.

Mijn opa en oma, Piet van Erp en Lena van Tuijl, voor hun kruidenierswinkeltje in de kerkstraat te Geffen in augustus 1959.

Wat heeft mijn interesse in mensen en hun verhalen opgewekt? Het was het buurten dat ik leerde toen ik als klein kind bij mijn opa en oma op bezoek was, later tijdens familiefeestjes of als er duivenmelkers bij ons thuis kwamen. Altijd werden er verhalen verteld, verhalen over mensen uit het heden en verleden van het dorp.

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

De verhalen van Ries van Haren over “zijn Keent” zitten nog vers in ons geheugen. Het zijn de verhalen van Ries die ons nog steeds verbinden met de mensen, die leven en leefden in het buurtschap Keent dat eind dertiger jaren van de vorige eeuw van Balgoy werd afgesneden door de maaskanalisatie. Tot 1 mei 1923 vormden de buurtschappen Balgoy en Keent de gemeente Balgoy. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Keent werd in 1958 definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en is nu gemeente Oss. Ries hield de verbinding van Balgoy en Keent levend in zijn gedichten:

De scheiding van Ballegoij en Keent (1932 – 1938)
Scheppen, graven, alle dagen, weken, maanden, jaren
Op de grens van Keent en Balgoij, noodzakelijk kwaad maar echt niet mooi
Zandzuigers en baggermolens die gingen het verder uitdiepen
Er kwam een nieuwe Maas, waar eerst de mensen en dieren liepen
Families gescheiden door water en dijken
Van school en kerk en dode lijken
Keentse mensen, allemaal om- en/of uitgekocht
Hebben nog gauw in Balgoij of elders ruimte gezocht
Opnieuw beginnen en herinneren
Hoe mooi het vroeger was met die boerderijtjes aan de Keentse dijk
Markttuinders, zelfvoorzienend, eigen cultuur, hooigras,
Maar toch in armoede rijk
(Bron: Balgoijse Minse – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer, 1999)

Ook de oudere geschiedenis van het dorp geeft het dorp zijn eigenheid. De eerste kerk in Balgoy werd gebouwd in het jaar 960, zo staat in het Registrum Memorial van de Johannes de Doperkerk. Waar deze stond en hoe die kerk er uit zag is niet bekend (Bron: 75 jaar: Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven). Een Registrum Memorial is een aantekenboek waarin chronologisch lopende zaken vermeldt worden. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere en in het aantekenboek is zeker niet de complete geschiedenis van de kerk terug te lezen. Zeker is wel dat de kerk een belangrijke factor is geweest voor de verbondenheid van de Balgoyse leefgemeenschap.

Halverwege de 18e werd door Bulthuis een kopergravure gemaakt van “het dorp Balgoyen” met de toenmalige kerk. De ets, die ook nog eens “oud” is ingekleurd, hangt in onze keuken.

Een voorbeeld is dat de Balgoyse kerk in 1609 door de gereformeerden in bezit werd genomen. Tot 1672 gingen de Katholieken in Ravenstein en Velp bij Grave naar de kerk, daarna voornamelijk naar Wijchen, totdat in 1693 in Balgoy een schuurkerk werd geopend. De eerste schuurkerk werd in 1715 door een nieuwe vervangen in wat nu de Veldsestraat is. De parochie omvatte toen behalve Balgoy en Keent ook half Nederasselt en “twee hoeven op de Weggelaar onder Wijchen”. De schuurkerk werd gebouwd op grond, die de kasteelvrouw, Everdina geboren gravin van Weede, prinses van Anholt en Vrijvrouwe van Balgoij en Keent, daarvoor ter beschikking stelde. Zij legde op 15 juli 1715 de eerste steen. Verder droeg zij tot de bouw bij door een deel van het oude kasteel te laten afbreken en de stenen ten behoeve van het te bouwen “kerkehuis” te schenken. De gemeente Balgoy en Keent droeg f 700, – bij, de grond kostte f 35. Voor de verder benodigde penningen zorgde Maximilianus Snel, broer van de pastoor Eustachius Snel. De paters Capucijnen uit Velp bedienden de statie gedurende een groot deel van de 18de eeuw (Bron: Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) A.G. Schulte). Dat de mensen weer samen konden komen in hun eigen (schuur)kerk verbond ze en gaf ze dat saamhorigheidsgevoel dat we nu nog zien. Ik denk dat in die periode ook de basis is gelegd voor een leefgemeenschap groter dan de geografische grenzen van het dorp.

In Balgoy, de leefgemeenschap zoals hierboven beschreven, voel ik me thuis, zo simpel is het. Daarom ook mijn interesse in zijn geschiedenis en de “Heemkunde”. Het woord(deel) heem is een Oudnederlands woord en kent twee betekenissen: 1) Woning, huis, hoeve en 2) Woonplaats, woongebied, dorp, buurtschap. “Heem” is verwant aan het Engelse home en het Duitse Heim(at), maar wij hebben in onze taal “Heem” vervangen door het woord “thuis”. Dus mijn interesse in de Balgoyse geschiedenis heeft dus vooral te maken met het feit dat ik me er thuis voel en er oud wil worden. Dat wist ik al 15 jaar geleden met de carnaval in 2007, zoals te zien in onderstaande foto.

Op zoek naar een bejaardehuisje in Balgoy. carnaval 2007

Een bidprentje uit 1950 met alleen de voornamen

Bidprentje uit een verzameling gekregen foto’s en bidprentjes.

Soms blijft een verhaal als concept voor langere tijd liggen. Dat kan verschillende redenen hebben. Je bent niet helemaal tevreden over de inhoud, je mist nog informatie of je vindt de informatie te gevoelig om meteen openbaar te maken. Dat laatste gevoel had ik toen ik twee jaar geleden met het onderstaande bezig was. Het was zaterdagmorgen en ik snuffelde wat door een verzameling foto’s, envelopjes met kaartjes en bidprentjes afkomstig van de toen pas overleden Theo Willems. Materiaal dat geschikt zou kunnen zijn voor onze heemkundegroep Pagus Balgoye. En dan stuit je op bovenstaand bidprentje in een kerkmissaaltje dat van iemand uit het dorp is geweest. Een kindje dat na 3 maanden overleden is, maar alleen de voornamen zijn vermeld. Geen achternaam dus en ook niet waar het kindje is begraven.

Een kind verliezen is het ergste dat ouders kan overkomen. Dat was ruim zeventig jaar geleden niet anders dan nu. De reden waarom in dit geval geen achternaam of locatiegegevens zijn gebruikt is niet bekend, maar de samenleving en met name de katholieke kerk was in die tijd erg streng en het zou zo maar kunnen zijn dat de toen geldende regels van de katholieke kerk ermee te maken hebben gehad.

Dan maar een berichtje op de Facebookpagina van Pagus Balgoye zetten en hopen dat er misschien iemand anders is die iets meer weet. Sneller dan verwacht kwam er antwoord. Toen ik buurvrouw en Paguslid Riky Peters vertelde over het bidprentje, suggereerde ze dat het wellicht een zus van Theo Willems zou kunnen zijn. En inderdaad blijken namen en data van het bidprentje overeen te komen met de gegevens over het oudste zusje van Theo in het trouwboekje van haar ouders Toon Willems en Nelleke Kuipers.

Bladzijde uit het trouwboekje van Antonius Lambertus Willems en Petronella Jacoba Kuipers, die op 29 augustus 1945 voor de wet getrouwd zijn in Overasselt en op 2 september in de H. Johannes de Doperkerk te Balgoy.

Bidprentjes werden en worden nog steeds uitgegeven naar aanleiding van een overlijden en vermelden minimaal de voornaam of voornamen, de achternaam, geboorte- en sterfdag van de overledene. Soms ook staat er een korte levensbeschrijving op. Deze bidprentjes hadden zeker vroeger tot doel om in een missaal te worden gestoken, zodat men tijdens een Heilige Mis naar zo’n prentje kon bladeren en zo deze personen in herinnering roepen. Ze werden op deze manier lang bewaard en zijn dan ook een goede vertrekbasis bij het opstellen van een stamboom, maar de informatie moet met enige omzichtigheid gebruikt worden omdat er nogal eens fouten of onnauwkeurigheden (bv. in de naam van een persoon) voorkomen. Bidprentjes werden ook uitgegeven bij sacramenten zoals doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk en priesterschap. Deze prentjes waren meestal voorzien van een religieuze afbeelding, vaak een heilige, en er stond op voor- of achterzijde meestal ook een gebed.

Gedachtenisprentje (bidprentje) van Theo Willems.

Nadenkend over het plaatsen van dit verhaal, vind ik dat dit een mooi moment is. Theo Willems is zo’n Balgoyse mens die we willen blijven herinneren. We hebben misschien niet allemaal een missaal meer, waarin we bidprentjes verzamelen, maar middels dit verhaal blijft Theo toch nog een beetje bij ons. Hij overleed in de nacht van 4 februari 2020. Zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat”. Dus mensen allemaal genieten volgende week.

Allerzielen 2021: voor wie steek je een kaarsje aan?

Een tafel met brandende kaarsen, die herinneren aan de mensen, die in de afgelopen twee jaren in Balgoy zijn overleden (foto: Rudy van Haren).

Op Allerzielen, elk jaar op 2 november, herdenken we de mensen die er niet meer zijn: een naaste, een vriend of vriendin, een dorpsgenoot… In Balgoy deden we dat op zondag 31 oktober in een Allerzielen herdenkingsviering, waarin Gerrie Valks, pastor Hennie Witsiers en ik voorgingen, en onze speciale aandacht ging uit naar de overledenen van de afgelopen twee jaren (vorig jaar kon de allerzielenviering vanwege corona niet plaatsvinden). Wij noemden hun namen en vroegen nabestaanden, wanneer zij dat wilden om een kaars aan te komen steken voor hun dierbaren. We staken ook een kaars aan voor de andere overledenen uit Balgoy en tevens was deze kaars ter nagedachtenis aan allen die ons in de dood zijn voorgegaan, dichtbij maar ook ver weg.

Herinneringsprentje Allerzielen 2020/2021 Balgoy. Op de achterkant staan de namen van de overledenen.

Herinneren wordt een actief werkwoord als het ons lukt, onze herinneringen levend te houden. “Herinneren” wordt dan “Herdenken”. “Herdenken” is: gaande houden, niet verloren laten gaan. Een herinneringsprentje met op de achterkant de namen van de overledenen werd uitgedeeld en de overledenen van de afgelopen twee jaren werden herinnerd en genoemd.

Geboren op 24 januari 1935. In gedachten zien we hem nog op zijn fiets stappen. Zijn pet op zijn hoofd, de zon op zijn gezicht, altijd richting de dijk of de Loonse Waard, op weg naar de koeien. Onderweg genieten van alles wat groeit en leeft. Ben Schamp, een boer in hart en nieren en een mensenmens. Ben is 84 jaar geworden. Het is goed zo

“Ik heb gelukkig geleefd
Liep niet te vaak uit de maat.
Ik volgde een kromme straat
Mijn geloof in God en de mensen was altijd groot
Het maakte me niet bang voor de dood.”
Dit zijn de eigen woorden van Ries van Haren, geboren op 26 juni 1938. Ries was boer, dorpsdichter en verhalenverteller over de Balgoyse en Keentse geschiedenis. Hij werd 81 jaar.

Jan van Beuningen zullen we blijven herinneren als een warme, gezellige Balgoyse mens. Een gedreven en fanatieke bouwvakker, verenigingsman en trompettist. De liefde voor muziek klinkt nog steeds door in de instrumenten van zijn kinderen en kleinkinderen. Helaas heeft hij niet lang van zijn laatste bouwproject kunnen genieten. Jan overleed op 73-jarige leeftijd op 7 november 2019. “Je leven was een mooie melodie, beleefd in goede harmonie”, stond op het bidprentje.

Haar leven dat in het teken stond van hart werken en zorgzaamheid begon op 18 december 1924 in Sambeek. Corrie Arts-Hafmans had niet alleen een sterk lichaam, ze begreep boven alles wat belangrijk was in het leven. Er voor elkaar zijn. De positieve kant zien van mensen en het leven omarmen. Ook na het overlijden van Rudolf vond ze de mogelijkheden om iets van het leven te maken tot haar overlijden op december 2019.

Bij alles wat hij deed stond gezelligheid centraal waarbij tijd geen rol speelde. Hij was betrokken bij wat er in het dorp gebeurde en gaf indien nodig zijn uitgesproken mening. Naast tuinieren was zingen zijn grootste hobby. Thijs van Haren wilde geen groots afscheid maar tijdens zijn uitvaart kreeg hij toch een staande ovatie. “Veel heeft hij overwonnen, maar dit was zelfs hem te machtig.” Thijs overleed op 4 december 2019.

Op tweede Kerstdag 2019 overleed Piet Janssen in de leeftijd van 91 jaren. Rustig en bescheiden, nooit op de voorgrond wel altijd attent. Hij genoot van de kleine dingen in het leven, een bloem in de tuin of een pony in de wei. En volgens zijn eigen woorden: “We moeten ons geluk niet baseren op de mening van anderen, wanneer we het kunnen vinden in ons eigen hart.”

Feyenoord fan in hart en nieren, Theo Willems. Het hele sociale leven van Theo speelde zich af in Balgoy, daar voelde hij zich thuis. Hij was goudeerlijk, recht door zee, zonder poespas en altijd bereidt te helpen. Vaak te vinden op de velden van Diosa. We kennen hem ook van zijn kamer vullende kerststal thuis en de kerststal in de kerk. Hij overleed in de nacht van 4 februari 2020; zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat.”

Hij werd op handen gedragen door Gon, door de kinderen, door de kleinkinderen en door familie, vrienden en bekenden. Op handen gedragen vanwege zijn goede zorg, betrokkenheid, verwennerij en gezelligheid. Piet Sengers stond midden in de wereld en kon genieten van gesprekken met diepgang. De dood van Gon in 2018 verstomde zijn typerende schaterlach. Gelukkig kon hij het laatste half jaar weer wat meer genieten. Piet overleed op 27 februari 2020.

5 Maanden na het overlijden van Ries overleed Ger van Haren-de Kleijn op 26 maart 2020. Een lieve warme zorgzame en betrokken vrouw. Een grote steun en toeverlaat voor haar gezin maar ook voor anderen, ze had oog voor de zwakkeren in onze samenleving. Ze gaf veel, maar vond het moeilijk om waardering of complimentjes te ontvangen. Ze had een passie voor bloemen en planten en had oog voor detail. Op de dag van haar uitvaart branden er vele kaarsjes in Balgoy.

Een grote mond maar een hartje van goud, dat was Maat van Haren. Een bijzondere Balgoyse mens, altijd aanwezig, in het bezit van een gigantische balpennenverzameling en een opmerkelijk geheugen voor datums. Een zorgbroer voor familie en buurt, ze waren trots op hem. Hij was met weinig tevreden. De laatste jaren van zijn leven woonden hij in Catharinahof waar hij op 3 april 2020 overleed.

Als oudste in een groot gezin was het harde werken hem met de paplepel ingegeven. Recht door zee, een tikkeltje eigenwijs en niets was hem te veel als zijn hulp werd gevraagd. Dat was Jan Jetten. Een zorgzame, lieve man, vader en opa die veel verdriet gekend heeft maar desondanks positief in het leven stond. Hij kon genieten van de kleine en de grote uitstapjes met zijn gezin. Op 9 april 2020 is Jan rustig ingeslapen.

Zijn humor en zijn gezelligheid worden nog steeds gemist. Sterke wil, ijdel, doorzettingsvermogen en creatief, zo stond hij bekend in Balgoy. Wim Stevens. Geboren in Overasselt en later samen met Rose en de kinderen 18 jaar in Grave gewoond. Ze verhuisden naar Balgoy waar Wim lid werd van dames- en herenkoor. 31 Jaar was hij ook hier de sfeermaker. Genoten heeft hij van de kampeervakanties en weekendjes weg met het gezin of de familie. Hij overleed op 1 oktober 2020 op 76-jarige leeftijd.

Een groot fijn gezin, zingen en bloemen; dat waren haar wortels …
Een gezellige familie, het koor en de tuin; dat was haar leven …
Intelligent, uitbundig en open; zo kende men Joke Wintjes-Spaan in Balgoy.
Zorgen en verzorgen; dat was zij ten voeten uit
Actief, positief en kleurrijk; dat was zij heel haar leven. Haar leven wat eindigde op 24 november 2020. Joke is 89 jaar geworden.

Zonder opsmuk en bescheiden
– aan het boerenland verkocht –
leefde zij daar met haar Rinus
digiloos en uitgelogd

Koffiezettend voor visite
in de keuken naast de stal
in het bijzijn van haar Miesje
als miauwend muizenval

Als boerin der oude garde
– amper zeven turven hoog –
voelde zij ten langen leste
dat haar aardse tijd vervloog

Nu zij ons heeft losgelaten
en haar leven is volbracht
rest ons nog een laatste ‘houdoe’
Lieve Betske, rust maar zacht

Mooier dan met dit kenmerkende gedicht, geschreven door Pedro Willems, kunnen wij Bets Giesbers-van der Ven niet neerzetten. Ze overleed op 17 september van dit jaar.

Lust je koffie? Uit deze korte vraag komen een paar mooie karaktereigenschappen van Clasien Holleman-van Berkel naar voren. Zorgzaam en gastvrij. Ze was creatief en een gezelligheidsmens, hield van de kermis en carnaval, genoot van de wandelingen met haar wandelclubje en was lid van de gym club. Maar het liefst was ze thuis bij haar grootste hobby’s; de tuin en de vogeltjes. De laatste twee jaar woonde Clasien in Catharinahof in Grave waar zij na een liefdevolle verzorging overleed op 1 oktober 2021.

Op verzoek van de familie werd dit jaar alleen een kaarsje aangestoken voor Willy Loeffen. Hij zal in de viering van 2022 herdacht worden. Voor Piet Arts en Joke van Uuden – de Wildt uit Alverna werd ook een kaars aangestoken. Zij waren koorleden van het dames- en herenkoor, dat de herdenkingsviering muzikaal opluisterde. Verder was er een trombone solo van Charles van Haren en een slotlied van Mieke van Haren, beide begeleid op piano door Ilja van Luijk. De titel van het slotlied was het bekende “Telkens weer” van Willeke Alberti, maar met een tekst die aangepast was voor de Balgoyse mensen.

Telkens weer (versie Mieke van Haren),
klik voor afspelen van mp3

Telkens weer moest een geliefde gaan
Ja en dan valt het zwaar om alleen te staan
Telkens weer voel je die scherpe pijn
Dat ie er niet meer is bij het samenzijn

refrein
Maar telkens weer denk ik, we moeten door
In dat dorp dat leeft
En liefde geeft
Want met elkaar voel je die warme sfeer
Liefde voor altijd Telkens weer

Telkens weer denk ik de laatste keer
Is het dan nu voorbij maar dan gaan we weer
Telkens weer omdat het nooit geneest
Blijft er die pijn bestaan om wat is geweest

refrein
Maar telkens weer denk ik, we moeten door
In dat dorp dat leeft
En liefde geeft
Want met elkaar voel je die warme sfeer
Liefde voor altijd Telkens weer

Na de Allerzielen herdenkingsviering samen op het kerkhof (foto: Rudy van Haren)

Het leven van Theo als voorbeeld van Balgoyse gemeenschapzin

Op zaterdag 25 januari bezocht ik Theo Willems in hospice en zorghotel “Residentie Mariëndaal” te Velp. Hij had gevraagd of ik op bezoek wilde komen. Toen ik binnenkwam en vroeg hoe het met hem ging was zijn antwoord: “Daar wil ik het niet over hebben; ik wil liever over vroeger praten”. Ruim twee uur later was hij eigenlijk nog niet uitgepraat, maar was ik toch heel veel wijzer geworden.

Theo Willems werd op 24 augustus 1960 als jongste uit een gezin van vier kinderen in Balgoy geboren; hij had een broer Gerrie en twee zussen, Frenny en Thea. Zijn ouders waren Toon Willems en Nel Kuipers en het gezin woonde in de Veldsestraat. Eerst zijn Nel en Toon, die uit Overasselt kwam, ingetrouwd bij haar ouders in een boerderijtje wat stond op de plek waar nu Niek van den Boogaard woont en vanaf 1957 zijn ze verhuisd naar het nieuwgebouwde huis ook in de Veldsestraat, waar Theo tot het laatst toe is blijven wonen. Theo is daar in 1960 geboren.

image427_edited

Toon en Nel Willems – Kuipers met hun vier kinderen, vlnr. Frennie, Theo, Thea en Gerrie

 

WhatsApp Image 2020-02-04 at 13.20.38

Aan het werk in Wijchen

Toon was bouwvakker en Nel was thuis en zorgde voor de kinderen, zoals zovelen in die tijd.  Ze hadden het zeker niet breed toentertijd. Theo ging net als zijn zussen in Wijchen naar school. Naar eigen zeggen, omdat hij moeite zou hebben met het leertempo in Balgoy. Toen hij niet meer leerplichtig was, ging hij werken in de plantsoenendienst en dat heeft hij meer dan 40 jaar gedaan. Ruim 40 jaar met plezier gewerkt. Met de hoge piefen van de gemeente, zoals Theo ze noemde, had hij niks, maar de collega’s uit de keet waren wel erg belangrijk voor hem. Elke morgen op de fiets naar Wijchen, door weer en wind. De fiets waar hij zo afhankelijk van was en die hem tegelijkertijd onafhankelijk maakte. Hij deed vaak zelf de boodschappen bij de Jumbo in Wijchen-Zuid.

Zijn hele sociale leven speelde zich in Balgoy af. Daar voelde hij zich thuis en werd hij door de Balgoyse gemeenschap opgenomen. Zoals zovelen ging hij voetballen bij Diosa. Jammer genoeg moest hij na enkele jaren stoppen, omdat hij last van zijn longen kreeg en kortademig werd. Dat vond Theo erg jammer, want hij genoot van de activiteiten op en rond het voetbalveld. Met name de derde helft en het gevoel dat je er echt bij hoorde daar kon hij enorm van genieten. Theo was dan ook blij verrast toen, niet lang nadat hij had aangegeven te gaan stoppen met voetballen, Hans van Baal, vergezeld door Antoon Jans, bij hem aan de deur stond. Hans vroeg of Theo zin had om te helpen op het voetbalveld op de zaterdag met de jeugd en ook op zondag was er van alles te doen, de kleedkamers in orde maken en de hoekvlaggen op hun plek zetten bijvoorbeeld. Theo vertelde me dat hij verschrikkelijk blij was met het verzoek van Hans en dus van Diosa. Theo heeft zich jarenlang meer dan 100 procent ingezet voor Diosa, is ook jeugdleider geweest en aanvoerder van Diosa 7 en hij heeft daar heel veel gezelligheid en vrienden voor teruggekregen.

12

Theo, Diosa- en Feyenoordsupporter in hart en nieren. Hier in het cafe van Teun en Sjan van Haren.

Ik leerde Theo beter kennen toen ik in de familievoetbalcommissie gevraagd werd. De organisatie van dit nog steeds populaire jaarlijkse voetbalspektakel begin juni met als doel de jeugdkas van Diosa te spekken vereist de inzet van heel veel trouwe Diosa leden. Het mooie is dat je dan samenwerkt met een ploeg mensen die allemaal met hun eigen talent proberen om er een geslaagd evenement van te maken. De organisatie kon altijd rekenen op de fanatieke voetbalonderhoudsploeg waarvan ook Theo deel uit maakte en die voor en na het toernooi ploeterden om de tent te zetten, stoelen, dissen, versiering en wat al niet meer klaar te zetten, zodat het zondags een groot feest kon worden en dan ’s zondags ook nog van vroeg tot heel laat rennen om daarna de boel op maandag weer op te ruimen. Toen ik er met Theo twee weken geleden over sprak tintelden zijn ogen weer en je zag dat hij er nog steeds van genoot.

In die tijd ontstond er ook een samenwerking tussen Diosa en harmonie Kunst en Vriendschap. KenV had en heeft nog steeds een kleine draaimolen die jarenlang werd gebruikt tijdens de jaarlijkse fancyfair en leden van KenV zorgden ervoor dat die draaimolen ook tijdens het familievoetbaltoernooi draaide voor de Balgoyse kinderen. Als tegenprestatie kwam de Diosa voetbalploeg inclusief Theo Willems helpen bij de jaarlijkse rommelmarkten van de harmonie. Een mooi voorbeeld van de goede samenwerking tussen de verenigingen in het dorp en Theo vond het prachtig. Vooral de opening van de markt waarbij de bezoekers de dranghekken en Paul Hammen bijna platliepen was een spektakel. 

Theo was dus een bekende Balgoyse mens aan het worden en die zijn interessant voor carnavalsvereniging de Moaslanders, want dat zijn potentiële prinsen en adjudanten. In november 1998 was het zover, alleen Theo wist van niks. De onthulling was voorbij en de nieuwe prins was prins Marcel dun Urste uit d’n Ekstersnest. Theo had meegedaan met de geslaagde onthulling en dacht dat hij wel aan een lekker koud Maltje toe was. Maar hij werd kei verrast, want prins Marcel wilde iemand die geen verstand had van voetbal, een Feijenoordsupporter, als adjudant en dat was Theo Willems! Het begin van een fantastisch verrassingsjaar in 1999. Er zat ook nog een minder leuke verrassing in het najaar van datzelfde jaar 1999. Twee droevige omstandigheden in Balgoy deden de carnavalsvereniging besluiten de prinsonthulling uit te stellen. Het overlijden van Jan Loeffen en van Frank Ariens, binnen 8 dagen, had diepe wonden geslagen in het dorp en niemand wilde aan carnavalsactiviteiten denken. Theo vertelde me, dat die droeve gebeurtenis er wel toe leidde dat hij als adjudant twee keer de nieuwjaarsreceptie van Diosa mocht bezoeken wat wel weer uniek was. Theo had een ijzersterk geheugen voor feitjes.

19

Prins Theo dun vijfde van ’t Moasland

Als klapper werd Theo in 2001 prins Theo dun Vijfde van het Moasland. Met een toepasselijk thema: “het vrijgezellen jaar” werd het voor hem en het Moasland een onvergetelijk jaar en het is typisch Theo die dan in de carnavalsgids schrijft: “Alleen met z’n allen samen kan dat lukken. We gaan er voor”. 

Theo was dus geen onbekende in het dorp, want behalve zijn inzet voor Diosa en de Moaslanders kennen de Balgoyse mensen Theo ook van zijn kamer vullende kerststal thuis en het bouwen van de kerststal in de kerk. Na de Balgoyse kermis kwamen de plannen voor de kerststal in de woonkamer al op tafel. De kerststal in de kerk was van latere zorg, want dat deed hij samen met de kerststalploeg. Voor Theo was de nachtmis of kerstavondviering het hoogtepunt van zijn kerststalproject, want dan bracht hij het kerstkindje naar de kerststal. De trots straalde eraf. Theo zei nooit nee als je vroeg om te helpen. Ook afgelopen najaar nog vroeg de contactraad van de kerk nog aan Theo of hij de adventskrans wilde maken. Theo twijfelde niet en zei meteen ja, terwijl hij toen al ziek was. Daarom werd bij de uitvaart een mooi versierde adventskrans opgehangen in de kerk.

WhatsApp Image 2020-02-04 at 12.54.25

Theo was trots op zijn kerststal thuis

IMG-20200117-WA0000Theo Willems was goudeerlijk, recht door zee, zonder poespas en altijd bereid te helpen. Alles werd anders toen Theo ziek werd. Hij bleef positief, maar zeker de laatste weken waren niet gemakkelijk voor hem. De pijn werd steeds erger en uiteindelijk werd hij gedwongen de Veldsestraat te verlaten. Maar hij bleef trots op zijn dorp Balgoy, de Veldsestraat, de verenigingen en zeker ook de Balgoyse mensen en wij moeten trots zijn op deze Balgoyse mens. Hij overleed in de nacht van 4 februari. Zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat”.

Koningin Wilhelmina bezoekt Balgoy op 2 januari 1926 – Harrie Jans, pater Vincentius en een redacteur van de Telegraaf doen verslag

F87302

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Tijdens het interview dat Ruud van Haren en ik hadden met Leo Klaassen (de Gelderlander) voor het artikel dat zaterdag 27 juli werd gepubliceerd in de Maas-Waal editie, “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument”, vroeg hij enkele keren naar details zoals: “Hoe kwam Wilhelmina in Balgoy?” en “Wie waren er behalve koningin Wilhelmina allemaal bij” en “Hoe zat dat nu precies met dat vee in de kerk, wanneer mocht dat naar binnen?”. Daarom een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie met ooggetuigen.

Eind december 1925 was het weer heel slecht met veel sneeuw en hevige regenval. Dit had tot gevolg dat het water van de Maas tot het randje van de dijk stond. Oudjaarsdag stond een zuidwesterstorm pal op de kwetsbare dijk en het water sloeg een gat van honderd meter tussen Overasselt en Nederasselt ter hoogte van boerderij ´t Roth (zie kaart hieronder). Tijdens de vroegmis in de Overasseltse kerk even na half acht stroomde tijdens het Evangelie de kerk ineens leeg en bleef de pastoor verbaast achter. Iemand riep nog: “D´n diek is deurgebroken” en toen was iedereen weg (Maas & Waal Cultuur Express).

kaart1931

Een kadastrale kaart gedateerd 1931 met daarop aangegeven de plaats van de dijkdoorbraak (rechtsonder) en de kerk en pastorie in Balgoy waar koningin Wilhemina aan land ging (linksboven). Opgestapt bij het klooster in Alverna vaarde op 2 januari een gezelschap via Lunen, Nederasselt, de Eindschestraat, naar de pastorie in Balgoy. De plaats waar de dijk over een lengte van 100 meter werd weggeslagen bij boerderij ’t Roth is ook aangegeven (rechtsonder).

Harrie Jans in Andere Tijden“Wij hoorden het in Balgoy tegen een uur of acht, half negen” vertelde Harrie Jans in de TV-documentaire “Andere Tijden, Kronkels van de Maas”. “En tegen ongeveer half vijf was het water in Balgoy, ’s avonds. En het bleef wassen tot ’s nachts half twaalf ” Harrie Jans woonde als 13-jarige jongen bij zijn ouders Piet Jans en Hanna Kersten in de Torenstraat. “Het water kwam gewoon over die grote bult hin, en zo….. En het begon te ruisen. Dat water viel daar in ene keer een meter omlaag”. Dit verhaal vertelde hij in december 2007 alsof het een dag ervoor was gebeurd (het werd in januari 2008 uitgezonden). Het geeft aan wat voor impact het voor de mensen in die tijd moet hebben gehad.

Harrie Jans Andere Tijden 2“Mijn vader zei: waar moet ik met het vee naartoe?”, vervolgde Harrie Jans. “Gewikt en gewogen. Zullen we met al ’t vee naar de kerk gaan? Want de kerk ligt hoog hier. En ’s nachts een wind. Waaien, regenen. Die nacht, geweldig! En dat vee liep tot zover in de modder”. Hij vervolgt: “Toen kwam de koningin. En die juffrouw, Willemien, werd toen gedragen. Prins Hendrik was erbij. En nog een paar anderen waren erbij. Mijn vader zei, daar komen een stuk of wat nieuwsgierigen aan, zet ie”.

Wie waren nu precies die anderen en hoe kwamen ze in Balgoy? Allereerst de plannen van koningin Wilhelmina. Zij reisde op 1 januari met de trein van 08.46 uur van den Haag naar Nijmegen. Dat deed ze vanzelfsprekend niet alleen. Haar gevolg bestond o.a. uit freule van Swinderen en adjudant onderofficier Hr. Verheijen (burgerkleding). De aankomst in Nijmegen was om 12 uur ’s nachts. Ze overnachtten in de koninklijke trein. Op 2 januari om 08.30 uur voormiddags was de tocht gepland naar de doorbraak van de dijk bij Nederasselt (zie detail uit de journalen van de reis hieronder).

detail archief Wilhelmina

Detail van de journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50).

2560px-Franciscanenklooster_Alverna_1

Klooster Alverna aan het einde van de 19e eeuw (Bron: Pontianus Polman & Maturus Hendriks (1980) Alverna. Van begin tot einde).

Nog meer details vinden we in het verslag van de reis door de enige journalist die mee mocht reizen, een speciale redacteur van de Telegraaf. Zijn ervaringen en verslag zijn terug te vinden in de Telegraaf van zondag 3 januari 1926 en de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant van maandag 4 januari 1926. Zoals ook al uit het journaal van koningin Wilhelmina bleek, vertrok het gezelschap om 08.30 uur vanuit Nijmegen en wel met koninklijke auto’s. Koningin Wilhelmina was gekleed in een donkerbruin gevoerde regenmantel en vetleren laarzen; prins Hendrik droeg een regenjas en rijlaarzen. Omdat de Rijksweg naar den Bosch ook ondergelopen was, moest overgestapt worden op roeiboten (vletten). Om 09.15 uur vertrekken de vletten bij het klooster van Alverna. Als herinnering werd aan de Graafseweg in Alverna tegenover het klooster een monument geplaatst. Het is een granieten obelisk op een uitspringende sokkel. Aan de zijde van de Graafseweg staat erop: Quae primae in honore /et primae in amore/watersnood 1926. (In Liefde ging voorop, die vooraan staat in ere). Op 25 mei 1927 werd het monument door prins Hendrik onthuld.

Alverna_(Wijchen)_monument_watersnood_1926,_Graafseweg

Monument watersnood 1926 (Bron foto: Wikipedia).

In de voorste vlet die vanaf het Alverneese klooster vertrok zaten de koningin, prins Hendrik, de commissaris der Koningin in de provincie Gelderland en commandant Harmsen van de Marine; in de tweede vlet jhr. Roell, gepensioneerd generaal, vice-voorzitter van het Rode Kruis, burgemeester van Ryckevorssel uit Wijchen, freule van Swinderen en jhr. Verheyen, adjudant van de prins; in de derde vlet de hoofdingenieur van den Waterstaat, de heer Seydenzaal, kapitein E. Werner en de redacteur van de Telegraaf, die als enige journalist de tocht volgde. Op elke vlet was ook een gids, die de streek kende en wist hoe gevaren moest worden. De vletten waren verder bemand met vier matrozen en een konstabel (marine onderofficier).

Het aanzicht richting Nederasselt was een eindeloze, grauwe watervlakte, een meer, met hier en daar daken van huizen. Daarboven grijze en donkere regenwolken. De regen kwam met bakken uit de lucht en er gierde een gure storm. Met vaste slagen werd tegen de stroom in opgeroeid richting Nederasselt en Balgoy. De vletten zaten regelmatig vast tegen een heg of een paal die onder het wateroppervlak verborgen zat. In Nederasselt aangekomen, werd goed zichtbaar dat het water anderhalve meter in de huizen stond.

image761

Gebroeders Wim en Frans Lamers. Op de schouw moet gemarkeerd zijn hoe hoog het water stond op 1 januari 1926 (Bron: Ber van Haren).

Dit was ook het geval in Balgoy, want daar wordt verteld dat in het huis van de gebroeders Lamers bij de schouw een streep was aangebracht die de waterhoogte op nieuwjaarsdag 1926 aangaf, ook tussen anderhalf en twee meter. Wellicht dat er mensen zijn die weten of dit ook nog op andere plaatsen is aangegeven.

Nederasselt was een groot meer geworden, waar de huizen uit opstaken. De fraaie, oude dorpsweg was met moeite te herkennen. Het was wel droog geworden en de gure wind was gaan liggen. Er heerste een beklemmende stilte op het wateroppervlak, toen de vletten Nederasselt verlieten en richting Eindschestraat en Balgoy voeren. Alleen hoorde je het geloei van koeien en ook het geblaat van schapen, die op de daken van huizen zaten. De meeste huizen waar langs gevaren werd waren reeds verlaten en eenzaam. Zo naderde het gezelschap de kerk van Balgoy.

De koninklijke familie in Balgoy 1926

Koningin Wilhelmina in Balgoy (Bron: de Maasbode 4 januari 1926).

De Telegraaf journalist schreef dat de vletten aardig vol liepen met water en dat een korte landing noodzakelijk werd. Verder viel hem op dat Balgoy aan de ene zijde een dorp was met armelijke hutjes en aan de andere zijde vol stond met rijke boerenwoningen. Trots stond er de grote nieuwe kerk op een eiland een meter uit het water gerezen. Met moeite werd er geland. De matrozen sprongen in het water en droegen de koningin, de prins met gevolg en ook de journalist aan land. Het eilandje met kerk en pastorie was een grote modderpoel geworden. Er waren een paar honderd stuks vee bijeengebracht, die de grond doorkneed hadden met hun hoeven. Al het vee stond dus op het eiland, maar niet in de kerk.

Koningin Wilhelmina werd welkom geheten in Balgoy door pater Vincentius en niet door de Balgoyse pastoor Godefridus van Acht, die een breuk-operatie moest ondergaan in het Canisius Ziekenhuis in Nijmegen. Hoewel die operatie slaagde, kreeg hij als complicatie een longontsteking waaraan hij op 23 januari 1926 overleed. Daarom werd de parochie waargenomen door een pater Kapucijn uit Velp. Pater Vincentius wist niet of hij gerechtigd was het vee in de kerk toe te laten. Daarover moest de deken beslissen.

Dit blijkt ook uit een verslag in het archief van de Kapucijnen te Velp over de wateroverlast in Grave en Velp, maar ook over het bezoek van koningin Wilhelmina aan Balgoy. Hierin wordt gedetailleerd beschreven hoe pater Vincentius het bezoek van de koningin heeft ervaren en wat er precies gebeurd is.

Detail van verslag Kapucijnen

Detail uit verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)

In het verslag staat ook dat de boeren sterk aandrongen om het vee in de kerk te mogen stallen. Vincentius wilde dat niet graag toestaan uit eerbied voor het Godshuis. Hij besloot de uiterste noodzaak af te wachten. Doch ondertussen zond hij een man om inlichtingen naar de H.E. Heer Deken te Grave. Deze zei dat de pater maar moest doen wat het beste was. Toen op 2 januari de koningin Wilhelmina, prins Hendrik, haar gemaal, Baron van Heemstra, Gouverneur der koningin in Gelderland met verder gevolg op het eiland landden, waar kerk en pastorie stonden, spoedde de pater zich naar dit hoog gezelschap om het te verwelkomen.

1fb8e-image072

Wilhelmina wordt verwelkomt in Balgoy door pater Kapucijn Vincentius, dijkdoorbraak 1926 (Harrie Jans met bosje hooi).

Hij liet de kerk zien en leidde Hare Majesteit naar de vrouwen en kinderen ondergebracht op de pastorie. Hij onthaalde dan verder het hoge gezelschap in de huiskamer van de pastorie, die op dat moment alleen verwarmd was. Door dit gezelschap werd nu ook sterk aangedrongen op het openen van de kerk voor het vee. Pater Vincentius, gezien de erbarmelijke toestand waarin het vee begon te verkeren, meende nu niet langer te mogen weigeren. Hij besloot dan ook dit toe te staan. Nadat het gezelschap nog wat op de pastorie had vertoefd, deed de pater hen uitgeleide naar de boten. Een driemaal herhaald “Lang zal zij leven” werd aangeheven en de boten voeren af.

Hierna begon pater Vincentius de toebereidselen te maken om het vee in de kerk te kunnen plaatsen. Het H. Sacrament bracht hij in de kluis in de sacristie. Voor de communiebank liet hij de bidbanken opstapelen, zodat het presbyterium geheel was afgesloten. Daarna werden de paarden en koeien naar binnen gebracht. Vijf dagen heeft het vee er gestaan. Hoewel het vee na vijf dagen alweer uit de kerk was weggevoerd, wachtte de pater nog vele dagen met het reconcilieeren van de kerk, omdat er grote scheuren in het kerkgebouw waren gekomen. Doch toen alles zonder gevaar bleek te zijn, kon Vincentius de kerk op 23 januari plechtig reconcilieeren. Dit was de dag waarop de pastoor, gestorven te Nijmegen in ’t ziekenhuis, plechtig te Balgoy begraven werd.

image477

Ruïne van het Huis tot Balgoy in de twintigste eeuw (Bron: Mien Jacobs Spann).

Na het vertrek vanaf de kerk voer het gezelschap langzaam door het ondergelopen Balgoy. Het was windstil geworden, maar toch maakte het stromende water draaikolken bij de bomen en andere hinderpalen. Troosteloos zag het land eruit. Onderweg werd weer brood uitgedeeld bij boerderijen waar nog mensen aanwezig waren, dat dankbaar werd aangenomen. De vletten voeren richting Wijchen en aan de linkerhand stond de ruïne van het oude Balgoyse kasteel met sinistere raamgaten en ingestort dak. Langs de kruinen van fruitbomen varend, werd Balgoy verlaten en ging men richting Wijchen. Het moet al na drieën geweest zijn.

Kerk Balgoy 1926

Mensen bij de ingang van de toren, tijdens de watersnood van 1926 – balgoy – 20027582 – rce | Door: BotMultichillT – 1926 | Licentie: CC-BY-SA-3.0-NL (Wikipedia).

Tenslotte nog even terug naar het artikel in de Gelderlander van 27 juli. De geschiedenis van Balgoy is verweven met de Maas en er zijn talrijke gebeurtenissen die onherroepelijk de Balgoyse mensen en hun cultuur zullen hebben beïnvloed. De dijkdoorbraak van oudjaarsdag 1925 en de gevolgen in het begin van 1926 zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De toenmalige regering Colijn vond het weliswaar geen nationale ramp en wilde geen geld beschikbaar stellen; in een interview met de Telegraaf zei de minister-president: “De toestand is droevig, zelfs ernstig, maar ik acht hem niet van dien aard, tenzij zich nieuwe complicaties voordoen, dat het een nationale ramp zal worden”. Toch zijn de sporen van de dijkdoorbraak nog vele jaren fysiek en mentaal zichtbaar geweest en dat kunnen en mogen we niet vergeten en ook de generaties na ons moeten dit verhaal blijven horen. Een herinnering op een plek vlak bij de school en de plek waar Wilhelmina aan land kwam, lijkt mij een prachtig initiatief. Het gaat er niet om of een iemand het wil of een groepje. Er moet draagvlak zijn in het hele dorp; de Balgoyse mensen moeten het willen.

Bronnen:

  • “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument” in de Gelderlander (editie Maas-Waal), 27 juli 2019
  • “D’n diek is deurgebroken” op Maas en Waal Cultuur Express.
  • “De watersnood in 1925 en de gevolgen” in Geschiedenis van de maasdorpen Overasselt, Nederasselt, Balgoij – Keent, 1978
  • “Andere Tijden: Kronkels van de Maas”. VPRO NTR aflevering 329 in 2008
  • A50-XVa-33, nr. III, Journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50)
  • De Telegraaf, zondag 3 januari 1926
  • De Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant, maandag 4 januari 1926
  • Ter Herinnering: Renovatie 1997, Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  • Verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)