Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie

Netherlands,_leaflet_for_the_promotion_of_unemployment_relief,_1907

Pamflet uit 1907 waarin wordt opgeroepen tot werkverschaffingsprojecten voor werklozen (Bron: Wikipedea).

De crisis van de jaren 30 was de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. Ze ontstond als gevolg van de beurskrach van 1929, waarbij de aandelenkoersen op Wall Street (New York) ongekend snel kelderden. De krach werd gevolgd door een bankencrisis en een internationale schuldencrisis (Bron: Wikipedea). De Amerikaanse regering en ook de Nederlandse regering stonden in eerste instantie zeer terughoudend ten opzichte van rigoreuze overheidsbemoeienis op het (sociaal-)economische vlak, wat met de kennis van nu geen slimme keuze was.

De werkloosheid in Nederland nam schrikbarend toe. De Nederlandse regering begint een actievere houding aan te nemen naarmate de jaren dertig voortschrijden. De uitvoer van publieke werken gedurende de jaren dertig, de werkverschaffing, is een voorbeeld hiervan.

Dat de maaskanalisatie in Balgoy voornamelijk gedurende de jaren dertig van de vorige eeuw is gerealiseerd, is daarom niet verwonderlijk. Mede vanwege de goedkope arbeidskrachten door de crisisjaren (tewerkgestelden) en de angst voor herhaling van een dijkdoorbraak zoals in 1926, kon ingenieur Lely zijn plannen versneld uitvoeren. In juli van datzelfde jaar 1926 kwam Lely al met o.a. de aanbeveling dat tussen Grave en Blauwe Sluis tien scherpe bochten moesten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 kilometer zou worden ingekort, hierbij ook de bocht bij Balgoy en Keent en bij Neerloon. Hierdoor zou de waterafvoer worden bevorderd. De ingekorte rivier was bovendien een extra voordeel voor de intensievere vrachtscheepvaart.

Voorontwerp Lely

In het voorontwerp van Lely is de bochtafsnijding ten noorden van Balgoy getekend, zoals in deze tekening uit de Gelderlander van 24 februari 1938 duidelijk te zien is (vergissing van de Gelderlander?).

blogger-image-1351337676

Met de schop uitgestoken (Bron: “Het Werkende Land – Opbouw van Nederland in Moeilijke Tijden” door Mr. W.J. van Balen, 1936)

In de Gelderlander van maandag 2 maart 1931 op pagina 11 wordt voor het eerst gesproken over “het definitieve plan tot rechtlegging der Maas”, waarin de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Lely. De nieuwe bedding werd niet ten noorden van Balgoy gegraven, maar men koos de korste weg ten zuiden van het dorp. Alle boeren in Keent werden onteigend en de meesten waren gedwongen te verhuizen. De bedding van de nieuwe Maas werd met de schop uitgestoken en deels gebruikt om een nieuwe zware bandijk aan te leggen met een kruinbreedte van 10 meter, waarna grote zandzuigerinstallaties de rest van het werk deden.

Op deze plekken waar boeren eeuwenlang het land hadden bewerkt, werd tussen 1936 en eind 1938 gewerkt door tewerkgestelden met name uit Nijmegen en uit het westen van Nederland. De maaswerken kunnen als de meest productieve werkverschaffing worden aangemerkt (Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 17 juli 1937). In totaal waren er in 1937 ruim 1800 mensen aan het werk, afkomstig uit ongeveer 40 gemeenten verspreid over het hele land (dit was ook het geval in 1938, Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 6 augustus 1938). Voor zover dat mogelijk was werden de tewerkgestelden per autobus aangevoerd of ze kwamen met de fiets. Een deel werd ook ondergebracht in kampen bij Balgoy en Maasbommel. Tot juli 1937 was ongeveer 6 miljoen kubieke meter grond verzet, op enkele uitzonderingen na, vrijwel geheel in werkverschaffing.

Balgoij-werkkamp

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Als je de kranten moet geloven, was iedereen zeer positief over de inzet van de tewerkgestelden bij de maaswerken. Het hele project is redelijk binnen de planning afgerond en er zijn nauwelijks problemen geweest met de werkers. In de regionale kranten, zoals de Gelderlander of de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, ben ik geen incidenten tegengekomen. Na wat zoeken kwam ik wel een bericht tegen in de IJmuider Courant van 4 mei 1938. Het betrof een probleempje van een groepje tewerkgestelden van het werkkamp die werkzaam waren bij de maaskanalisatie te Balgoy (Brabant!). Zij waren gaan stappen in Grave en te laat binnengekomen (althans dat was de versie van de werkers). Zij werden voor straf naar huis gestuurd. Alleen stond in het rapport een heel andere lezeing over de reden waarom ze naar huis waren gestuurd.

 

Wat natuurlijk niet mag ontbreken aan een verhaal over een werkkamp in Balgoy is een persoonlijk verhaal van een inwoner van Balgoy. Een van de inwoners van Balgoy, die de gevolgen van de Maaskanalisatie aan den lijve heeft ondervonden, is Nellie Stevens (1926), bij oud-Balgoyenaren beter bekend als zus Hulsman. Zij vertelt hierover het volgende:

image628

Thijs Hulsman en Dora van Stippen voor hun huis in de Veldsestraat met Wim, Lies, Nellie, Marietje en Thea.

Het historische moment, dat de doorbraak een feit was, kan ik me nog goed herinneren, omdat wij van de meester hierover een brief moesten schrijven aan Frans Berben, die toentertijd in Oss op kostschool zat en van alle belangrijke gebeurtenissen in ons dorp op de hoogte moest blijven (internet bestond nog niet). En werkelijk iedereen schreef over de fluit, behalve ik. Ik dacht namelijk: “Dat doen anderen al; waarom zou ik hetzelfde schrijven?” Op het moment, dat de draglines de laatste klompen klei tussen de twee delen weghaalden, hoorden we luid de fluit van die machines. Wij waren toen op school. Na school zijn we meteen gaan kijken, maar er was niet zo bijster veel nieuws te zien, want de loop van de nieuwe “waterweg” was eigenlijk al maanden zichtbaar. We hadden al lang kunnen volgen, hoe vanuit Niftrik aan de westkant en vanuit Grave aan de oostkant de twee geulen elkaar naderden. Volgens mij kwamen ze ongeveer ergens tussen de Hoeveweg en de Veldsestraat bij elkaar. Totdat de oorlog uitbrak was Keent toch nog bereikbaar, omdat de gemeente Overasselt voor een pontje had gezorgd. Op een gegeven ogenblik besloot de gemeente niet meer te betalen en hebben wij dus, met de hele school, op een zaterdag de Keentse kinderen voor het laatst (naar wij dachten) naar de pont gebracht. Mijn nichtje Fien Kersten had al huilend afscheid genomen, omdat ze niet meer met haar vriendinnetjes naar dezelfde school kon. De gemeente ging echter na een weekend al overstag (waarschijnlijk vanwege de leerplicht) en de pont bleef varen, totdat hij bij het begin van de oorlog werd opgeblazen, tegelijk met de kerktoren (mislukt) en 4 woningen bij de dijk:

  • aan de Hoeveweg, waar nu Timmermans en Walraven wonen.
  • aan de Veldsestraat de villa van de Bruin en het ouderlijk huis van de burgemeester. Dit laatste huis is weer opgebouwd; de villa niet. Het naambord van deze Villa Johanna is nu te zien op de villa tegenover de Huttenkamp in Wychen.

Mijn nichtje Nellie Toenders (wegens hertrouwen van moeder later Nellie Poos genoemd) was al in 1935 verhuisd naar Alphen, omdat hun woning precies op de nieuwe dijk zou komen te staan. Chris van Rossum (de bakker) is vertrokken naar Lunen, want zijn huis stond anders midden in de Maas. Piet de Bruin moest ook weg: die woonde op de plek, waar de pont kwam. Ook mensen, die niet weg hoefden, werden uitgekocht. Veel mensen kwamen in noodwoningen. Heel Keent kwam in het bezit van de domeinen. Slechte pachters kregen geen nieuw contract. Wij moesten er bijvoorbeeld voor zorgen, dat er geen distels stonden en zulke dingen.

Van de werkzaamheden herinner ik me verder, dat er dagelijks rijen fietsers bij ons langs kwamen, die in het kader van de werkverschaffing met de schop kiepkarretjes moesten gaan vullen met klei. Die karretjes liepen op rails, die dwars over de weg lagen bij Chris van Rossum. Op een zondag ging ik daar, met mijn zusje achterop, spelen (we hadden stiekem de fiets van moeder gepakt) en we zijn uitgegleden over die rails. Vies dat we waren, vol klei. Gelukkig kwam Oom Grad uit Keent net op visite, zodat het niet opviel toen we zo thuis kwamen.

Een ander probleem: Elke dag was er om 7.30 uur een H.Mis in Balgoy en daarna kathechismusles (wie weet nu nog, wat dat is?). De kinderen uit Keent konden daarna niet meer terug op en neer, voordat om 9 uur de school begon en bleven zolang bij vriendjes of familie. Schoolgaande kinderen voeren overigens gratis op dagen, dat er school was. Zoals al gezegd, is de pont in 1940 kapotgeschoten. Later voer Gerrit van Berkel met een roeiboot op en neer. Hij was toen niet in dienst van de Gemeente Overasselt, maar werd betaald door Rijkswaterstaat. Voor de kanalisatie waren de oevers vol wissen en er waren kribben. Wij keken graag, hoe de golven tegen die kribben sloegen, als er een grote boot voorbijkwam. Het was daar een echt strand waar wij op blote voeten liepen en naar kleine visjes zochten. Na de kanalisatie was er niet zo veel meer aan.

Ik ben ook veel vriendinnetjes kwijtgeraakt door de nieuw gegraven rivier, want de kinderen uit Keent gingen in Overlangel naar school of ze waren verhuisd. Nellie Haerkmans ging naar Malden; Lieske Pfeffer naar Kerkdriel; die van de Bruin naar Wychen; mijn latere man Frans Stevens was al naar de Huurling verhuisd; de familie Gerrits ging naar Niftrik. Het hoofd der school was daar erg blij mee, omdat zij zoveel kinderen hadden, kon de school blijven bestaan! Zo zie je maar. Was getekend, Nellie Stevens-Hulsman.

22219801_1324355934360089_7036121674647757895_o

De Maas anno 2017 (Bron: Werner Peters)

Wat zeker geconcludeerd kan worden is dat de Maas sinds de tweede helft van de jaren dertig beter beschermd is tegen overstromingen door de inzet van heel veel mankracht. Deze menselijke ingrepen hebben bijgedragen aan het herstel van de Nederlandse economie en aan de welvaart van ons land, maar hebben ook ingrijpende gevolgen gehad voor Balgoy en Keent die hierdoor voorgoed van elkaar gescheiden werden door de rivier.

 

Bloggen in de vakantie. De vakantie, zeker met de extreme temperaturen van deze keer, is voor de gemiddelde blogschrijver net een beetje anders dan de rest van het jaar. Veel bloggers zien de vakantietijd als een nadeel voor hun blog, maar voor mij is er dan net een beetje meer tijd! Nu zit de vakantie er weer op. Morgen mag ik weer gaan werken, maar dat betekent ook dat er minder tijd zal zijn om te schrijven. Hopelijk hebben jullie de afgelopen twee weken leuk gevonden, ik heb er in ieder geval van genoten.

Ries van Haren staat met twee benen in Keent

In de laatste uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West, staat een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

image081

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

In de vier generaties tellende stamboom (kwartierstaat) van Ries hieronder kun je zien dat Bertuske Kocken de opa van Ries was van zijn moeders kant.

stamboom_Ries_van_Haren_4_generaties

De kwartierstaat van Ries van Haren met vier generaties

Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot” (Met een morgen wordt een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen is meestal iets minder dan een hectare groot. De precieze grootte is echter streekgebonden.). Ries kent de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeert op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de vijf boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Landleven met Ries Gelderlander 2007

Ries van Haren, met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Vijf jaar geleden verscheen in 2012 “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen wordt hun herinnering levend gehouden.

geboorte_Bertus_Kocken_in_Overangel

Geboorteakte Lambertus Henricus (Bertus) Kocken, Herpen 1867

Wie was Bertus Kocken? Hij werd in 1867 geboren in het gehucht Overlangel, zoals in zijn geboorteakte staat vermeld. Zijn vader Emericus Kocken woonde op B125 in Overlangel, eigenlijk vlakbij maar wel gescheiden door de Maas.

Keent en Overlangel.png

Keent en Overlangel werden gescheiden door de Maas in die tijd.

Op 17 mei 1893 trouwt Bertus in Overasselt met Maria (Mieke) Coelen, een naaister, en ze gaan in Nederasselt wonen. Daar worden ook hun zes kinderen geboren, waaronder in 1900 Hendrika (Drieka), de moeder van Ries van Haren. Op “den zestienden Januari dezes jaars,  des middags ten drie uren, in nummer achtentachtig te Nederasselt” staat er in de geboorteakte.

geboorteakte_BS_Hendrika_Kocken

Geboorteakte Hendrika Kocken, Overasselt 1900

image662

Marinus van Haren in de boerderij aan de Eindsestraat

Nummer 88 in Nederasselt is de boerderij waar lang Marinus de Kriemel (van Haren) heeft gewoond aan de Eindsestraat (nu Eindsestraat 24A en 24B). Bertus werkte als boerenknecht in Nederasselt bij van Tienen. Volgens het bevolkingsregister van Balgoy 1890-1923 is Bertus naar Keent verhuisd op 2 mei 1906. De reden van de verhuizing is volgens Ries van Haren dat hij gevraagd werd om in het Keentse boterfabriekje te komen werken. Bertuske wilde wel, maar om van Nederasselt naar Keent te lopen elke dag vond hij toch te veel werk. Er stond een boerderijtje te koop aan de Kapelstraat, maar Bertuske vond het wel erg duur. Gelukkig dat Grad Schamp en Hent de Mulder (Willems, de toenmalige molenaar) garant wilden staan, dus ging hij verhuizen.  Het adres van Lambertus Henricus Kocken, zoals Bertuske staat vernoemd in de meeste bronnen,  is dan C14. Wanneer de gemeente Balgoy opgaat in Overasselt (1923) wordt dat in eerste instantie D14 en daarna wordt het nummer veranderd in C70 (zie kaartje hieronder).

detail_kaart_Keent_1930

Detail van kaart Keent uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met adressen uit het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931

Het is een boerderijtje aan het begin van de Kapelstraat. Volgens Ries in zijn gedicht is het een keuterijtje van anderhalve morgen groot, dat net genoeg opleverde om hun zes kinderen te eten te geven. Het was omringd door smalle droge sloten, waarlangs een rij oude walnoten stonden, met verder sterappels, pruimen en verschillende soorten peren. Daar omheen stond ook nog een meidoornhaag. Verder hadden ze een grote moestuin en 5 akkertjes land voor rogge, haver, gerst, mangelen en piepers. Met twee kuuskes, drie varkens, twaalf kippen en een sana geit was de keuterboerderij compleet. In de zomer van 1936 verhuizen Bertus en Drieka naar Woort (Wijchen), Bertus is dan 68 jaar oud. In 1940 doet Bertus aangifte van het overlijden van zijn vrouw, Maria Coelen bij de gemeente Wijchen. Zelf overlijdt Bertus in Wijchen op 14 mei 1954, hij is dan 87 jaar oud en in de overlijdensakte staat dat zijn beroep op dat moment koster is.

BS_Wijchen_1940_004528045_02443

Overlijdensakte van Maria Coelen

image285

Mathijs van Haren (Sjarreltje) met vrouw en dochter Til naar de kerk (1941)

Sigbertus Gerardus (Bertus) Schamp was de buurman van Bertus Kocken in Keent, want die stond in het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt 1924-1931 geregistreerd op nr C71, waarbij D15 was doorgestreept. In Balgoy 1890 – 1923 was het C15, dus de nummering is van C15 -> D15 geworden en daarna C71. Bertus was de vader van Piet Schamp die later op de Hoeve in Balgoy ging wonen. Naast Bertus op C72 woonde Mathijs (Thijs) van Haren (Sjarreltje). In het bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923 woont de vader van Mathijs van Haren, Sigbertus Antonius (Siebert) van Haren niet op dezelfde plek als Mathijs in de periode 1924-1931. Het adresnummer C31 is doorgestreept en is C36 geworden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931 was het eerst D36, daarna C49 en uiteindelijk C53. Deze boerderij ligt ook in Keent en zelfs dichtbij de drie andere woningen (zie kaartje).

Bidprentjes

Bidprentje Thijs van Haren, overleden in Balgoy 1957

Ook Mathijs van Haren en diens vader Siebert komen voor in de stamboom van Ries van Haren. Mathijs van Haren is de opa van Ries van vaders kant. Johannes Si(e)gbertus (Jo) van Haren, zoon van Mathijs en de vader van Ries, werd op 2 juni 1901 geboren in Altendorf (Duitsland). Uit het bevolkingsregister van Reek, 1880-1910, blijkt dat Jo tussen 1903 en 1905 in Reek heeft gewoond, Sectie B nr. 47. Mathijs van Haren, geb 3-12-1873, en Huberdina Toonen Dekkers, geb. 17-10-1874, zijn 30 maart 1905 vanuit Reek naar Keent gegaan met 4 kinderen, Wilhelmina Petronella Antonia, Johannes Siegbertus, Petronella Antonia Wilhelmina en Siegbertus Johannes (Bevolkingsregister Reek 1880 – 1910). In 1906 woonde het gezin in Keent, want daar werd dochter Anna Maria geboren. Ze waren al getrouwd in Balgoy op 13 april 1899. In de zomer van 1936 (in dezelfde tijd als Bertus Kocken) verhuist het gezin Mathijs van Haren naar de Houtsestraat (Holtsehoek) in Balgoy. Mathijs overlijdt in 1957.

Zoon Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd.

image082

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956

Jo overleed op 9 augustus 1978 en Drieka overleed op 8 februari 1985.

Bidprentjes

Bidprentje Jo van Haren

Kocken19850208

Bidprentje Drieka Kocken

 

 

 

 

 

 

 

Keent 1930 - 2015

Keent toen en nu. De boerenfamilies Kocken (C70), Schamp (C71) en van Haren (C72, C53) in het begin van de 20e eeuw en hoe het er nu uitziet.

Bronnen:

Een vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent

Het verhaal van het vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent is algemeen bekend bij de Balgoyse mensen [1,2]. Oud-marinier en oud-vlieger Van der Vijver, burgemeester van Overasselt 1927 – 1934, was het die ervoor gezorgd heeft dat in de uiterwaarden van Keent vanaf de zomer van 1928 af en toe vliegtuigen van de marine en de luchtmacht landden op een provisorisch vliegterrein.

Een aantal notabelen uit de gemeente Overasselt op het vliegveld in Keent (Burgemeester H. van der Vijver 5e van rechts, bron: Wim Verhoeven)

 

Van der Vijver wilde meer en met de watersnoodramp van 1926 nog vers in het geheugen van de mensen wist hij het gemeentebestuur te interesseren voor een grote vliegdemonstratie. Er werd een vliegterrein van 600 x 600 meter aangelegd op het Meridelterrein in Keent, waar van 15 t/m 19 juli 1933 de Overasseltse vliegweek plaatsvond. De vliegdemonstraties trokken meer dan 20.000 bezoekers. Een deel van de opbrengst kwam ten gunste van het crisiscomité van de overstromingsramp.

Een van de publiekstrekkers was een vlucht met bejaarden uit de regio, waaronder Piet Cornelissen, oud 92 jaren uit Overasselt en Hent de Haan, oud 94 jaren met echtgenote Tonia van Rossum uit Wijchen (2). In de lijst met mensen die deelnamen aan de vlucht voor hoogbejaarden staan geen inwoners uit Balgoy of Keent. Hoewel onder de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 staat dat het echtpaar de Haan afkomstig was uit Balgoy, heb ik dat niet kunnen achterhalen en bevestigen. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924-1930 wordt Hendricus de Haan niet genoemd en in de overlijdensakte van de burgerlijke stand staat geschreven dat hij geboren en wonende te Wijchen was toen hij op eenennegentigjarige aldaar overleed op 7 november 1937.

Overlijden H de Haan

Overlijdensakte Hendricus de Haan, Burgerlijke Stand Wijchen 1937, inventarisnummer 9797.

De leeftijd bij overlijden (91) klopt niet met de leeftijd die wordt genoemd in het boek van Boeijen (94 jaren in juli 1933). De geboorteakte in de Burgerlijke Stand van de gemeente Wijchen geeft uitsluitsel: Hendricus de Haan is geboren op 20 januari 1846 in Wijchen, Aktenummer 4, Invertarisnummer 2314. Dit betekent dat Hendricus in juli 1933 “pas” 87 jaren oud was.

Een lastiger probleem is wie het echtpaar is op de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 en in het boek van Verhoeven op blz. 82? Twee foto’s met dezelfde mensen, maar in het boek van Boeijen is het Hent de Haan en in het boek van Verhoeven is het Piet Cornelissen. Bovendien is nu niet duidelijk wie de tekst heeft uitgesproken die onder de foto staat. Op de foto lijkt een echtpaar te staan en dit suggereert dat het Hent de Haan en Tonia van Rossum zijn, omdat zij het enige echtpaar in de lijst van bejaarde passagiers waren. Wie de uitspraak gedaan heeft “Ik ben dichter bij Hem geweest dan U” of “Ik ben korter bij God gewèst as Gij” is lastig te achterhalen.

Photo527968916995_inner_56-20-647-22-32-947-668-928

Foto uit Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen, blz. 36

Photo527968965263_inner_44-59-553-64-86-951-567-951
Foto uit 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven, blz. 8

Toen het vliegfeest achter de rug was en in 1935 Walraed (W.J.F.M) baron van Hugenpoth tot Aerdt burgemeester werd van Overasselt werd het vliegveld snel vergeten. De maaskanalisatie en de splitsing van Balgoy en Keent kregen de volle aandacht van de gemeente Overasselt en toen net voor de oorlog de maaswerken waren voltooid lag Keent aan de Brabantse kant van de Maas en was er weinig over van het vliegveld.

Het waren de Duitsers, die op het einde van de oorlog in 1944 een soort uitwijklandingsbaan zochten voor Volkel dat steeds werd gebombardeerd door de geallieerden en in Keent terecht kwamen. In juni 1944 werd in de uiterwaarden begonnen met de aanleg van een vliegstrip, ongeveer op dezelfde plek als het eerdere vliegveld, maar dan twee keer zo groot. Het nieuw aangelegde vliegveld werd nauwelijks gebruikt door de Duitsers. Toch werd Keent op 25 en 26 september 1944 als klein onderdeel van Market Garden toch nog geschiedenis; de grootste bevoorradingsoperatie door de lucht naar een frontlijn. Het vergeten vliegveld werd even een belangrijke levensader voor de snel oprukkende grondtroepen. Tijdens deze operatie kreeg het ook de code AIRSTRIP B82 Grave(4).

 

759D6A72-D7F9-4091-A9C5-6C494481DDD3-1060-000002749FD9C7F1

Luchtfoto van B.82 Grave, genomen kort
na de spectaculaire bevoorradingsoperatie, bron: BHIC en Bommeltje.nl(4,5).

Bronnen:
1) Vliegveld Keent, Wikipedia
2) Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen
3) 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven
4) Airstrip B82 Grave, Bommeltje.nl
5) Vliegveld Keent (2014) Paul Huismans, BHIC

Waarom een boek over Balgoyse minse?

2002_011 (1)

Alle Balgoyse mensen: Millenniumfoto 1999 (Bron: Ber van Haren)

Op 3 september komt mijn boek “Boeren, burgers en buitenlui – Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse” beschikbaar. Het is een boek over, voor en opgedragen aan Balgoyse mensen. Daarmee is trouwens het boek niet minder interessant voor al die andere boeren, burgers en buitenlui! Waarom een nieuw boek?

Balgoy heeft samen met Keent al een lange geschiedenis achter de rug. Ooit een Heerlijkheid, lange tijd een eigenstandige gemeente, in 1924 samengegaan met de gemeente Overasselt en na een referendum in 1977 een meerderheid van de Balgoyse mensen die zich uitsprak voor aansluiting bij de gemeente Wijchen, wat in 1980 ook gebeurde. En dan was er ook nog de maaskanalisatie die in 1939 Balgoy en Keent van elkaar splitste, waardoor Keent in 1958 definitief naar de gemeente Ravenstein overging en later gemeente Oss werd. Een operatie met ongekende impact voor de kleine leefgemeenschap. De specifieke ligging van de dorpen Balgoy en Keent, ingesloten tussen de rivier de Maas in het zuiden en een moeras (gevolg van de meandering van diezelfde Maas) in het noorden, maakte en maakt dat de Balgoyse en Keentse mensen een herkenbaar karakter hadden en nog steeds hebben, met een mengeling van de Brabantse gemoedelijkheid en Gelderse nuchterheid. Die mengeling maakt ze behoorlijk eigenzinnig, maar ook gezellig en tolerant; geeft ze een duidelijke eigen identiteit. Natuurlijk kregen die Balgoyse mensen ook nog eens te maken met oorlog en natuurrampen, zoals de dijkdoorbraak in 1926.

9c45b-omd-logo-met-bgl-sidebarDe titel van het nieuwe boek is een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. Net als met het OMD-thema, ligt de nadruk van het boek ook sterk op mensen en hun onderlinge economische en culturele relaties. De korte verhalen hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners. Het verbindt de Balgoyse en Keentse mensen met het landschap, werk, culturele leven en de bebouwing.

In 2000 werd “Pagus Balgoye” opgericht. “Pagus Balgoye” is de heemkundekring van Balgoy en Keent en kent een twintigtal actieve leden. Samen willen die de belangstelling voor de kennis van eigen omgeving, volk, gebruiken bevorderen en heemkundig waardevolle overblijfselen conserveren en bewaren.

5c15e-photo5001123

Mijn opa Piet “de Corrie”en zijn echtgenote Lena van Tuijl

Dat ikzelf daar graag deel van wil uitmaken is niet verwonderlijk als je mijn achtergrond kent. Afkomstig uit het Brabantse dorp Geffen en vernoemd naar mijn opa, de plaatselijke kruidenier, Piet van Erp, is de interesse voor de plaatselijke geschiedenis en zijn mensen niet raar. Die interesse is met de paplepel ingegeven door de generaties voor mij. Ik ben opgegroeid en opgevoed met buurten en verhalen vertellen. Mijn opa Piet van Erp, Piet “de Corrie” (zoon van Cornelis van Erp) had een kruidenierswinkeltje midden in Geffen, in de Kloosterstraat. Nadat opa was gestopt met de winkel, zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis en ik mocht vaak meegaan. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en voor de winkel werd veel gebuurt. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader, ome Frans en ome Albert waren duivenmelkers. De “Corries” zijn een hechte familie met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Wie de familie kent, wie mij kent, weet ook dat ze nooit als eerste naar huis gaan als ze aan het buurten slaan.

Wim Verhoeven 2000

Wim Verhoeven

Het was dan ook geen straf om kennis te maken met de verhalen van en over de typische Balgoyse mensen met namen als Hammen, Jans, Stevens, de Bruijn, Berben, Dinnissen, Arts, Willems en van Haren. De boeken van Wim Verhoeven en later Ries van Haren hebben mijn interesse voor de Balgoyse geschiedenis mee bepaald. De boeken van Wim Verhoeven bevatten veel relevante informatie en foto’s en zijn bovendien doorspekt van anekdotes en Balgoyse overlevering, waardoor ze heel prettig lezen.

Ries van Haren

Ries van Haren

Naast Wim Verhoeven heeft ook Ries van Haren zijn sporen verdiend met zijn visie in verhaal en dichtvorm op met name het Balgoyse en Keentse agrarische leven. Ries schrijft op zijn eigen Balgoyse wijze gedichten en verhalen met veel nostalgie en zeker ook maatschappelijke betrokkenheid. Heel veel overlevering van Balgoyse mensen zijn door Wim en Ries op papier gezet.

We moeten nooit ophouden met deze overlevering! Het verbindt de mensen in het dorp en bevordert daardoor de leefbaarheid en sociale cohesie. Dit boek is een poging om een bijdrage te leveren aan die overlevering. Een nieuwe tijd kent nieuwe vormen en ik heb de afgelopen jaren geprobeerd om middels website van Pagus Balgoye, facebook, QR-codes en een weblog een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu te vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Een deel van die informatie kunt u terugvinden in het nieuwe boek.
Lees, leer en geniet ervan!

 

De verbinding van Balgoy met Keent: Van Molenweg naar Hoeveweg

Alweer meer dan 25 jaar woonachtig in Balgoy aan de Hoeveweg of “op de Hoeve”. Uitzoeken waar die naam vandaan komt en wanneer precies de naam “Hoeveweg” aan de straat werd gegeven staat nog op mijn to-do-lijstje, maar met die laatste verwijzing “op de Hoeve” lijkt het voor de hand dat “de Hoeve” al eerder bestond dan de Hoeveweg. Nadat ik pas geleden op een werkvond van Pagus Balgoye dit onderwerp besprak, kwam ’s avonds al een reactie van mijn buurman en medelid van Pagus Balgoye. Een e-mail met een plattegrond die dateerde uit 1866 (1).

Ontwerp ter verbetering der rivier de Maas onder Balgoij (1866)

In het Balgoy uit die tijd heette volgens deze plattegrond het land ten oosten van de Herreweg “de Lumtte” (nu bekend als de Luumpt) en tussen de Herreweg en Molenweg “de Hoeve”. De Molenweg is wat nu de Hoeveweg heet en deze Molenweg verbond Keent en Balgoy, die een hoge vrije heerlijkheid vormden en die te zamen een kerspel en een rechtsgebied uitmaakten (2). In deze bron wordt weliswaar gesproken over Molenstraat, maar dit moet een vergissing zijn. Op een kadastrale kaart uit ca. 1830 is dit nog duidelijker te zien (3). De Molenweg vormt de verbindingsweg tussen de dorpskernen van Keent en van Balgoy. De kern van Balgoy was in die tijd gesitueerd rondom de toenmalige kerk (nu de Oude Toren).

Detail kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Balgoij, Gelderland (MIN05015VK1)

De naam Molenweg was te danken aan de Molen die aan de Maasbandijk was gelegen net voordat de dorpskern Keent begon (4). Volgens de molendatabase was er al een molen op die plek in 1730 of zelfs eerder. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 staat dat het een windkorenmolen betrof. Een korenmolen van het type standerdmolen, in 1908 door brand verwoest, weer opgebouwd en na 1937 gesloopt, omdat door de maaskanalisatie de functie verloren was gegaan. De molen was in de 20e eeuw eigendom van Lambertus Broeren, die woonde op de toen genaamde Hoeveweg, nu genaamd oude Maasweg. Broeren maalde voor boeren uit Keent roggemeel wat gebruikt werd voor varkensvoer en uiteraard ook ander meel voor bakkers uit de omgeving. Zo ook voor de opa van Arno van Zwam, die met zijn grote gezin naast de molen en molenwiel woonde. Zijn woning (boerderij) bezat een bakhuisje en hij bakte daar voor Keent het brood af. Het geknede deeg werd in bussen door Broeren aangeleverd en de opa van Arno kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn (5).
Wie woonde er nog meer in de Hoeveweg in die tijd (6)? Misschien ook wel een interessante vraag voor de vele nieuwe bewoners van de straat. Een stukje geschiedenis van de plek waar je woont willen de meeste mensen wel weten. Hiervoor werd het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt periode (1924 – 1931) in het Regionaal Archief te Nijmegen geraadpleegd. Het bevolkingsregister bestaat uit 10-jarige tabellen met daarin de inwoners van de gemeente geregistreerd op huisnummer. Bovendien is opgetekend wanneer zij in de betreffende periode zijn gevestigd of wanneer zij zijn vertrokken. De onlogische begindatum (1924) wordt verklaard door het feit dat op 1 mei 1923 de gemeente Balgoy en Keent haar zelfstandigheid opgaf en werd gevoegd bij de gemeente Overasselt. Als huisnummer is de nummering aangehouden zoals die door de gemeente Overasselt werd ingevoerd in de zomer van 1928 (juli/augustus). De huisnummers zijn ingetekend op een landkaart van die periode. Deze kaart is weer als overlay gebruikt op een Google Earth luchtfoto met datering 2006.

Op C85 woonde molenaar Broeren

Op C86 Petrus de Bruijn, die enkele jaren later moest wijken voor de maaskanalisatie en naar de Herreweg verhuisde

Op C87 woonde Hend Stevens

Een stukje verderop aan de Maasbandijk woonde het gezin van Peter van den Boogaard

Op C90 woonde het gezin Adrianus Arts

C92 was schuin tegenover C90 en werd bewoond door Gerardus Walk


Op C94 woonde de familie Rossen; de foto is van achter het huis gemaakt, want links ervan is heel mooi de “nieuwe” kerk te zien

Op C96 was ook een kruidenierswinkeltje gevestigd in die tijd

 

Het huis op C100 werd in die tijd bewoond door 2 broers en een zus; later in 1955 werd het gekocht door mijn schoonouders en nu woon ik er

Er zijn natuurlijk heel veel feiten met betrekking tot de Hoeveweg die we op dit moment nog niet kennen. Gebeurtenissen, activiteiten, gebouwen en mensen die er geleefd en gewerkt hebben, bijvoorbeeld het veerpont dat tussen Keent en Balgoy voer na de maaskanalisatie en van de maaskanalisatie zelf?

 

Wanneer werd de naam Hoeveweg ingevoerd en was het niet meer Molenweg? De geschiedenis van het café, dat halverwege de dertiger jaren werd gebouwd tegenover de kerk. De kerk die in 1914 werd gebouwd; waarom op die plek? De geschiedenis van het postkantoor dat er nu niet meer is.
In de periode dat bovengenoemde mensen in de Hoeveweg woonden, in 1927 om precies te zijn, werd er ook een school gebouwd in de Hoeveweg (7). De reden van het bouwen van deze school en waarom op die plek, toentertijd halverwege de Hoeveweg (of Molenweg) is mij (nog) niet helemaal bekend. Wellicht was de lokatie zo gekozen, omdat ook de kinderen uit Keent naar die school gingen. Het jaartal 1927 is niet helemaal zeker, omdat op de website van “huis van de Nijmeegse geschiedenis” 1914 wordt genoemd (8). In 1964 werd de school gesloten en niet lang daarna afgebroken. De kinderen gingen naar de nieuwe Roncallischool aan de Boomsestraat. De lagere school aan de Hoeveweg is zeker ook een stukje Balgoyse geschiedenis waar nog meer over te vertellen en schrijven valt.

Bron:

  1. Uit 1866 daterende kaart uit archief Pagus Balgoye betreffende de maaskanalisatie.
  2. Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) – A.G. Schulte, bladz. 287
  3. Kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Balgoij, Gelderland (MIN05015VK1)
  4. http://www.molendatabase.org/ (nummer=3684)
  5. Arno van Zwam in: “de standerdmolen van Keent” van Jeroen Arts, Brabants Historisch Informatie Centrum
  6. “Wie woonde waar in Balgoy en Keent ten tijde van de maaskanalisatie” (2010) Piet van Erp, Werner Peters
  7. “75 jaar Kerkkroniek Balgoy” (1989) Wim Verhoeven
  8. Gemeente Balgoij en Keent