Samen maken we de goede keuzes: een naïeve gedachte?

stemmen Ballegoijke

In de week van de gemeenteraadsverkiezingen, waarin we in vrijheid kunnen stemmen, wordt op tv en radio druk gediscussieerd en gespeculeerd over wie ons gaan vertegenwoordigen en ook in de kranten en op twitter heeft iedereen een mening. Er zijn natuurlijk mensen die vinden dat het allemaal onzin is of die vinden dat ons politieke en bestuurlijke systeem niet deugt, maar in meerderheid zijn we wel tevreden hoe het in Nederland en in onze gemeente is geregeld. Automatisch denk je dan ook terug hoe het vroeger was.

Hoe het begon, de vroonhoeve

Meanderende Maas

Figuur 1. Meanderende Maas (tekening: Werner Peters)

De meanderende Maas heeft eeuwenlang het lot bepaald van het gebied waar nu Balgoy en Keent liggen. Het dorp Balgoy is heel waarschijnlijk ontstaan op een wat hoger gelegen zandgebied ten westen van Nederasselt, waar de rivier gedwongen werd een ruime bocht naar het noordwesten te maken (loop I in figuur 1). Balgoy lag toen westelijk van de rivier, op Brabantse grond. Toen de rivier in de 11e eeuw van bedding veranderde (loop II in figuur 1, loop III is de huidige situatie) kwam Balgoy aan de noordelijke (Gelderse) kant van de Maas te liggen. In die tijd zullen door de veranderde ligging Balgoy en Keent meer met elkaar te maken gekregen hebben. De kerken, met name het bisdom Utrecht, maar ook het dekenaat Xanten, behorend tot het aartsbisdom Keulen, spelen dan een belangrijke bestuurlijke rol. We weten dat in de 12e eeuw de buurschappen Balgoy en Keent werden ondergebracht in één kerspel. In Balgoy was al lang daarvoor een kerkje gebouwd (ca. 960) en in Keent een kapel. De bisschoppen van Utrecht verwierven veel grond in het gebied en zij inden de tienden (belastingen) in Balgoy voor het Kapittel van St. Jan. Zij bouwden er ook een grote herenboerderij of vroonhoeve. Horigen deden het werk en het bestuur van Balgoy werd geregeld vanuit deze vroonhoeve, die waarschijnlijk gestaan moet hebben in de Holtsehoek (in de buurt van de boerderijen ’t Hof en/of ’t Hold). Een vroonhof, vroonhoeve of vroenhof was in de middeleeuwen de hoeve, van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd volgens het puur economische Hofstelsel, dus voordat er in Balgoy sprake was van een meer feodaal, politiek systeem, de Heerlijkheid. Wanneer die herenboerderij definitief verdween, is nog niet duidelijk. Het kerkje in Balgoy bleek al snel te klein, want al in diezelfde 12de eeuw werd het vergroot. De kanunniken van het Kapittel van St. Jan, die de gronden in bezit kregen en exploiteerden, gaven de kerk de naam St. Jan. Johannes de Doper was hun beschermheilige.

Het kasteel, de Heerlijkheid

gld_balgoij_prent

“’t Slot te Balgoijen”

De streek rond de buurschappen Balgoy en Keent was een grensgebied tussen een aantal grotere en kleinere heersers. Niet zo’n stabiele situatie dus. Het eerste grote conflict ontstond toen de bisschoppen van Utrecht in hun streven naar macht werden gedwarsboomd door de heren van Cuijk, die door huwelijk recht meenden te hebben het gebied. Utrecht won, maar het duurde niet lang of het Kapittel kreeg te maken met de graven van Kleef, die invloed wilden in het (nieuwe) Gelderse gebied. Het leidde er toe dat in 1247 Kleef eenderde van het gebied afdwong. De graven van Kleef bouwden in de 14de eeuw een kasteel en Claes Trouweloos werd de eerste kasteelheer, die het kasteel en de Heerlijkheid Balgoy en Keent van hen in leen kreeg. Trouweloos deed zijn naam eer aan, want in 1367 pleegde hij verraad en liet hij Gelderse troepen toe in het kasteel. Na een aantal jaren namen de Graven van Kleef wraak en in het begin van de 15de eeuw werden Balgoy en Keent op gruwelijke wijze door Kleefse troepen afgestraft. Tot het einde toe (1838) zijn Balgoy en Keent Kleefs leen gebleven.

gemeente Balgoy en Keent

Vanaf 1825 trad er in de plattelandsgemeenten rondom Nijmegen een nieuw reglement in werking dat voorzag in een gemeenteraad en een college. Het college werd gevormd door de burgemeester (in het begin nog schout genoemd) en één of meer assessoren. De burgemeester werd door de koning benoemd, de gemeenteraad door de gedeputeerde staten en de assessoren door de gouverneur. Mr. Pieter Hendrik de la Court (1778-1848) was in 1838 schout van de gemeente Balgoy en Keent. Het Rivierpolder reglement van datzelfde jaar maakte in feite een definitief einde aan de heerlijkheid Balgoy en Keent. Toch blijft ook in de jaren daarna de naam heerlijkheid Balgoy en Keent een veel gebruikte naam voor de zelfstandige gemeente. De la Court werd op zijn verzoek bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1830 eervol ontslag verleend en Henricus van Lunen werd tegelijkertijd benoemd tot “heer van de heerlijkheid”. Zelfs in 1840 wordt bijvoorbeeld nog gesproken van de gemeenteraad van de heerlijkheid Balgoy en Keent. Desalniettemin is er dan dus wel een gemeenteraad; de eerste stappen naar een democratie.

grondwet_1848_nl_hana_2_02_04_514_01.jpg()(mediaclass-landscape-.2c9d6c4cb847ce456d63dfe410bfcb2d0db5e937)(crop-+1221+1144)(2D0596B56D6A7BBD0E523A4AC72F7CD2)

In 1848 ondertekende Willem II een grondwet die zijn invloed sterk beperkte. Minder macht voor de koning en meer voor kabinet en parlement: de grondwet van 1848 wordt het begin van onze democratie genoemd.

De Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 maakten een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. Iedere gemeente kreeg drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De raadsleden werden voortaan direct gekozen door stembevoegde inwoners, de gemeenteraad koos uit zijn midden de wethouders en de burgemeester werd benoemd door de koning. Alle heerlijke rechten met betrekking tot voordracht van functionarissen vervielen. Verder schreef de Gemeentewet iedere gemeente een gemeentesecretaris voor, de hoogste gemeentelijke ambtenaar, die als taak had de drie bestuursorganen te ondersteunen. Voor de bestuurlijke verhoudingen was de voornaamste ontwikkeling dat het kiesrecht gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw voor een steeds grotere groep inwoners werd opengesteld, totdat in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen werd ingevoerd en in 1919 ook voor vrouwen.

In 1850, nadat Henricus van Lunen eervol was ontslagen, werd Gerard Mauritz Koentz, die ook burgemeester van Wijchen was, burgemeester van Balgoy en Keent. Het gemeentearchief van Balgoy en Keent werd ook overgebracht naar Wijchen. Twee jaar later kwam op 13 april 1852 in de gemeenteraad de fusie van Balgoy en Keent met de gemeente Wijchen ter sprake, maar er werd na rijp beraad voor zelfstandigheid gekozen.

IMG_7226

De ambtsketen van de burgemeester van Balgoy en Keent (eigendom familie de Bruijn).

In 1856 werd Johannes de Bruijn, een rijke hereboer uit Balgoy, burgemeester van de gemeente Balgoy en Keent. Een nieuwe periode met veel veranderingen in de wereld, in Nederland en in de gemeente Balgoy en Keent. Johannes de Bruijn werd geboren op 05-11-1821 te Keent, overleden op 06-05-1893 te Balgoy op 71-jarige leeftijd. Hij krijgt in de raadsvergadering van 13 november 1886 met algemene stemmen eervol ontslag. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Wilhelmus Joannes Cornelius de Bruijn. Die werd geboren op 16-09-1858 te Balgoy en is overleden op 30-04-1931 te Balgoy op 72-jarige leeftijd. Hij was burgemeester-secretaris van Balgoy en Keent tot 1923. De periode van de twee laatste burgemeesters van Balgoy en Keent kent in basis de gemeentelijke bestuursstructuur, die we nu nog hebben.

In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Keent werd door de maaskanalisatie in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw afgescheiden en in 1958 definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en later Oss. Na een raadplegend referendum over de gemeentelijke herindeling sprak in 1977 een meerderheid van het dorp zich uit voor aansluiting bij de gemeente Wijchen wat in 1980 ook gebeurde.

Balgoy en Wijchen

Balgoy is nu een van de kerkdorpen, die deel uitmaakt van de gemeente Wijchen. Volwaardig deel uitmakend van en geïntegreerd in de gemeente, maar nog steeds herkenbaar een eigenstandige en soms ook een beetje eigenzinnige leefgemeenschap. Een open, tolerante en betrokken gemeenschap met een rijk verenigingsleven en vele vrijwilligers, die zich ook politiek durft uit te spreken en keuzes durf te maken. Het referendum van 1977 is een duidelijk voorbeeld met een opkomstpercentage van 97%, waarbij 57% zich uitsprak voor aansluiting bij de gemeente Wijchen. De opkomstpercentages bij landelijke en gemeentelijke verkiezingen zijn altijd hoog, hoger dan de landelijke gemiddelden en Balgoyse mensen waren actief als gemeenteraadslid of wethouder.

Dat was zo in de tijd dat Balgoy onderdeel uitmaakte van de gemeente Overasselt, maar ook in de afgelopen bijna dertig jaren dat Balgoy deel uitmaakte van de gemeente Wijchen. Een sprekend voorbeeld is Ber van Haren, die eind jaren tachtig politiek actief wordt als PvdA lid en uiteindelijk drie termijnen Wijchens wethouder was, met als portefeuilles o.a. Ruimtelijke Ordening, Werkgelegenheid, Onderwijs, Sociale Zaken en Welzijn en Sport. Op WijWijchen.nl is een Wie-Kent-hem-niet buurtverhaal over hem te vinden. Ik weet zeker dat de geschiedenis en ontwikkeling van de omgeving waarin de Balgoyse mensen geleefd en gewerkt hebben, bijgedragen heeft aan de sociale en bestuurlijke betrokkenheid, die zo herkenbaar is in de Balgoyse cultuur.

Gemeenteraadsverkiezingen 21 maart 2018

GR2018iedereen zal begrijpen, dat ik niet bang ben dat Balgoyse mensen hun stem niet zullen gebruiken voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018. Als je naar de ontwikkeling kijkt van de kleine leefgemeenschap, dan twijfel ik ook niet over de uitslag; dat zal uiteindelijk de goede uitslag zijn, want de meerderheid van de mensen kon er zich in vinden. Misschien ben ik naïef, maar ik ben er van overtuigd dat de Balgoyse mensen in de middeleeuwen en gedurende de laatste tweehonderd jaar steeds de juiste keuzes hebben willen,  kunnen of mogen maken. Anders was Balgoy niet geworden wat het nu is. We lieten en laten ons leiden door een aantal kernwaarden zoals democratisch, respect, gelijkwaardig, rechtvaardig, duurzaam, kwaliteit van het leven, transparant en integer. Waarschijnlijk niet toevallig dat deze kernwaarden ook in een van de verkiezingsprogramma’s van de Wijchense partijen voor komen. Waarden, kwaliteiten, die richting geven aan ons denken en die de keuzes beïnvloeden van ons handelen, die ons gebracht hebben waar we nu zijn en die ons in de gelegenheid zullen stellen ons nog verder te ontwikkelen.

Schaatsen op een dichtgevroren Maas

Het wekelijkse prietpraatje van Jan van Ravenstein uit Geffen op zijn WordPress weblog is naast mijn in Geffen wonende familie een welkome informatiebron over wel en wee in het Brabantse dorp waar ik geboren ben. Deze week was de titel van z’n blog “SKOTSE”. Ik moest effe nadenken voordat ik het snapte, want wij uit Geffen komen toch niet uit “Skijndel”; volgens mij zei ik vroeger altijd “schotse”, net zoals ik dat nou nog doe in Balgoy. En natuurlijk kan ik me de Karreput nog herinneren in Nuland en ik weet ook nog dat er verschillende mensen gingen schaatsen ’s winters. Maar wij niet. Wij schaatsten in Geffen zelf, in de Bieskempes of op de Wiel bij Wimke Linders en in het begin bij onze buurman Piet van de Oever achter in den hof, want dat lag een stuk lager en liep altijd onder in de winter. Jammer dat ik er geen foto’s meer van heb!

WP142 IMG_4582

Schaatsen op het “schaatsbaantje” op de kop van de Hoeveweg in Balgoy.

Hier in Balgoy werd en wordt natuurlijk ook volop geschaatst. Wij hebben natuurlijk de Maas en het hoeft maar een paar dagen te vriezen, zoals de afgelopen week, en in de ondergelopen uiterwaarden of op het speciale schaatsbaantje op de kop van de Hoeveweg wordt geschaatst. Maar echte harde winters hebben we niet meer. Dat was vroeger.

nr1-ReinierPaping

Reinier Paping tijdens de Elfstedentocht in 1963     Foto: Bert Breed

Koud was het meer dan vijfenzestig jaar geleden zeer zeker. De barre winter van 1962-1963.  Herinneren we ons nog iets van die winter van 1963? Iedereen grofweg boven de 60 jaar die je deze vraag stelt komt met verhalen over de sneeuwstormen, het bevroren IJsselmeer en natuurlijk de Elfstedentocht. De historische beelden van een heroïsch zegevierende Reinier Paping staan in ieders geheugen gegrift. Andere Tijden, het geschiedprogramma van de NTR en de VPRO, geeft een terugblik op deze strengste winter van de eeuw, die niet alleen maar sneeuw en ijspret bracht. De winter van 1962-63 was de koudste winter van de vorige eeuw. De winter van ‘63 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is +2,2 C. Voor 1963 is dit –3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari – de dag van de Elfstedentocht – in Joure en bedroeg –20,8 C.

IMG_8796kopieZW

Op de voorgrond Wim Ariëns en op de achtergrond nog enkele Balgoyse(?) mensen op een dichtgevroren Maas. Welk jaar de foto genomen is, is onbekend. (Foto: dochter Maaike Erdmann)

Toch was de Maas in dat jaar niet helemaal dichtgevroren. Wel stukken en op sommige plaatsen zijn ook wel foto’s gemaakt van mensen op de bevroren maas (bron: BHIC). 1963 was niet het enige jaar in de afgelopen eeuw waarin de rivier deels dichtvroor, maar het was wel de koudste winter van de eeuw. Dat dichtvriezen gebeurde eveneens in (waarschijnlijk) 1956, 1954 en 1947 en (zeker) in 1942, 1940, 1929 en 1917. Hoewel er in februari 1985 ook een Elfstedentocht plaatsvond en het behoorlijk winter was, was er toen zeker geen sprake van een dichtgevroren Maas. Door de intensieve scheepvaart in de tweede helft van de vorige eeuw werd het dichtvriezen ook bemoeilijkt.

Wim Ariëns, die in 1930 te Nederasselt geboren werd, zal op de foto tussen de 20 en 30 jaar oud zijn. De vraag is dan wanneer de foto gemaakt is, in 1954 of 1956 of toch in 1963. Binnen een paar uur kreeg ik al een prachtige reactie van Joke Niessing – van Haren, die nu in Grave woont, maar die geboren is en bijna haar hele leven gewoond heeft in Balgoy. “1953 (de winter van 1953/1954). Wij zijn toen met z’n allen vanuit de school over de Maas naar Keent gelopen. Zelfs tante Anna van de Heijden heeft toen haar zus tante Mina in Neerloon bezocht. En Richard en Gerrit van Berkel hadden zand gestrooid, zodat het minder moeilijk was om te lopen.”

Natuurlijk blijft de vraag wie heeft wellicht ook nog andere mooie foto’s van Balgoyse mensen, die schaatsen op een dichtgevroren Maas?

In wikipedia gelezen: kerk weg en toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd

Regelmatig komen er vragen binnen via de website van Pagus Balgoye. Meestal betreft het vragen over waar mensen hebben gewoond in Balgoy of informatie over bepaalde familierelaties. Dit keer betreft het informatie over de kerk van Balgoy.
De vraagsteller, dhr van Tienen, is bezig met een overzicht over 200 jaar geschiedenis van hun bouwbedrijf, B.F.van Tienen te Nijmegen (1). Uit overlevering weet dhr. van Tienen dat hun bedrijf gewerkt heeft aan de kerk of toren van Balgoy. Zijn inschatting is dat het geweest moet zijn in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Hij wil graag weten of dit ook zo is. In het archief van het bouwbedrijf is daar helaas niets over te vinden en in wikipedia had hij gelezen dat de kerk er al niet meer was en dat de toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd was.

1Om mee te beginnen – en dat zal weinigen verbazen – de kerk staat er nog steeds. De roomkatholieke kerk Johannes de Doper aan de Boomsestraat, een ontwerp van de Tilburgse architect Jan van der Valk, werd in 1914 gebouwd. Het is een belangrijke kerk in neoromaanse en neogotische vormen, met toren. Gebouwd ter vervanging van een vroegere kerk, waarvan de middeleeuwse toren nog elders in het dorp staat. Het ontwerp sluit aan bij de wensen van de Liturgische Beweging (zgn. volkskerk) van begin twintigste eeuw: vergrote viering in de vorm van een onregelmatige achthoek. Grotendeels houten overwelving van het interieur; het gewelf over de viering bevat een bovenlicht. Mede doordat dit één van de laatst overgebleven kerken naar ontwerp van architect J. van der Valk is, heeft deze kerk een extra zeldzaamheidswaarde. De enige andere nog bestaande, en als kerk in gebruik zijnde, kerk van deze architect is de O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad in Tilburg-Broekhoven (2).

Kerk beschadigd 1940

De Johannes de Doperkerk werd zwaar beschadigd na beschieting door Nederlandse militairen in 1940 

De toren van de kerk werd inderdaad zwaar beschadigd in het begin van de oorlog, zoals dhr. van Tienen gelezen had in wikipedia. Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit en vielen de Duitsers ons land binnen en dit had ook voor Balgoy gevolgen. In het Registrum Memorial Parochiae de Balgoy, Keent et Dimidia Parte Page Neerasselt Cum de “de Wegelaar” 30 Martii 19010 (3) wordt dit beschreven door de toenmalige pastoor van Balgoy, pastoor K.J. Aarts. Een memoriale (memoriaal) is een aantekenboek waarin men achtereenvolgens lopende zaken vermeldt. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere.

Kerk beschadigd 1940

Beschrijving van de poging van Nederlandse militairen om in mei 1940 de toren van de kerk op te blazen in het Registrum Memorial Parochiae. De tekst aan de onderkant is commentaar van Wim Verhoeven over additionele schade aan vijf woningen in Balgoy.

Zoals hierboven door pastoor Aarts beschreven, waren de beschadigingen aan de kerk van dien aard dat de kerkelijke diensten moesten worden gehouden in een zaal van het patronaat. Begin 1941 kwam het bericht dat de kerk hersteld zou worden. De kosten werden betaald door het Departement van Defensie en bedroegen 16.613 gulden. Het werk werd onderhands gegund aan de firma Thijsse Klaassen en Wessels uit Wijchen (3), dus hier was bouwbedrijf B.F. van Tienen niet bij betrokken.

Pastoor Aarts overleed in november 1957 en precies een jaar later werd Hendrikus Gerardus Remy de nieuwe pastoor van Balgoy. Toen pastoor Remy met de hulp van het bisdom de boekhouding inventariseerde, bleek de situatie niet erg rooskleurig. Hij schreef zelf in het Registrum Memorial Parochiae “dat alles nog niet zo mee viel”.

Verbouwing kerk 1959

Detail uit het Registrum Memorial Parochiae in 1959

Er werd een inventarisatie gemaakt van de staat van de kerk en pastorie met een globale kostenraming van de uit te voeren werkzaamheden (4). De gebouwen waren aan een noodzakelijke reparatie toe ter waarde van 56.000 gulden. In het Registrum Memorial Parochiae 1959 kunnen we lezen wie het werk gegund werd, waarbij we kunnen vaststellen dat dhr. van Tienen een goede inschatting heeft gemaakt. Het “hout en metselwerk” werd uitgevoerd door B.J. van Tienen uit Nijmegen.

Verbouwing kerk 1959

Aanbesteding van de noodzakelijke reparaties aan kerk en pastorie

Het bisdom nam het merendeel van de kosten voor haar rekening, maar Pastoor Remy wist toch ook op allerlei manieren en met ludieke acties de parochianen te stimuleren om bij te dragen in de kosten. Hij startte o.a. een verjaardagsactie, waarbij parochianen werd gevraagd om een cent te doneren voor ieder jaar dat men oud was. Maar ook zelf leverde hij salaris in; de maandelijkse bijdrage voor de pastoor van 1700 gulden werd verlaagd tot 1200 gulden en het verschil werd een bijdrage voor de kerk (5).

Bronnen:

  1. Website van BF VAN TIENEN AANNEMERSBEDRIJF B.V.
  2. Website van ReliWiki.nl
  3. Ter Herinnering: Renovatie 1997 Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  4. Inventaris van het archief van de parochie H. Johannes de Doper Balgoij (2012) J.P.H. Daverveld
  5. 75 jaar Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven

Ries van Haren staat met twee benen in Keent

In de laatste uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West, staat een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

image081

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

In de vier generaties tellende stamboom (kwartierstaat) van Ries hieronder kun je zien dat Bertuske Kocken de opa van Ries was van zijn moeders kant.

stamboom_Ries_van_Haren_4_generaties

De kwartierstaat van Ries van Haren met vier generaties

Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot” (Met een morgen wordt een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen is meestal iets minder dan een hectare groot. De precieze grootte is echter streekgebonden.). Ries kent de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeert op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de vijf boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Landleven met Ries Gelderlander 2007

Ries van Haren, met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Vijf jaar geleden verscheen in 2012 “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen wordt hun herinnering levend gehouden.

geboorte_Bertus_Kocken_in_Overangel

Geboorteakte Lambertus Henricus (Bertus) Kocken, Herpen 1867

Wie was Bertus Kocken? Hij werd in 1867 geboren in het gehucht Overlangel, zoals in zijn geboorteakte staat vermeld. Zijn vader Emericus Kocken woonde op B125 in Overlangel, eigenlijk vlakbij maar wel gescheiden door de Maas.

Keent en Overlangel.png

Keent en Overlangel werden gescheiden door de Maas in die tijd.

Op 17 mei 1893 trouwt Bertus in Overasselt met Maria (Mieke) Coelen, een naaister, en ze gaan in Nederasselt wonen. Daar worden ook hun zes kinderen geboren, waaronder in 1900 Hendrika (Drieka), de moeder van Ries van Haren. Op “den zestienden Januari dezes jaars,  des middags ten drie uren, in nummer achtentachtig te Nederasselt” staat er in de geboorteakte.

geboorteakte_BS_Hendrika_Kocken

Geboorteakte Hendrika Kocken, Overasselt 1900

image662

Marinus van Haren in de boerderij aan de Eindsestraat

Nummer 88 in Nederasselt is de boerderij waar lang Marinus de Kriemel (van Haren) heeft gewoond aan de Eindsestraat (nu Eindsestraat 24A en 24B). Bertus werkte als boerenknecht in Nederasselt bij van Tienen. Volgens het bevolkingsregister van Balgoy 1890-1923 is Bertus naar Keent verhuisd op 2 mei 1906. De reden van de verhuizing is volgens Ries van Haren dat hij gevraagd werd om in het Keentse boterfabriekje te komen werken. Bertuske wilde wel, maar om van Nederasselt naar Keent te lopen elke dag vond hij toch te veel werk. Er stond een boerderijtje te koop aan de Kapelstraat, maar Bertuske vond het wel erg duur. Gelukkig dat Grad Schamp en Hent de Mulder (Willems, de toenmalige molenaar) garant wilden staan, dus ging hij verhuizen.  Het adres van Lambertus Henricus Kocken, zoals Bertuske staat vernoemd in de meeste bronnen,  is dan C14. Wanneer de gemeente Balgoy opgaat in Overasselt (1923) wordt dat in eerste instantie D14 en daarna wordt het nummer veranderd in C70 (zie kaartje hieronder).

detail_kaart_Keent_1930

Detail van kaart Keent uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met adressen uit het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931

Het is een boerderijtje aan het begin van de Kapelstraat. Volgens Ries in zijn gedicht is het een keuterijtje van anderhalve morgen groot, dat net genoeg opleverde om hun zes kinderen te eten te geven. Het was omringd door smalle droge sloten, waarlangs een rij oude walnoten stonden, met verder sterappels, pruimen en verschillende soorten peren. Daar omheen stond ook nog een meidoornhaag. Verder hadden ze een grote moestuin en 5 akkertjes land voor rogge, haver, gerst, mangelen en piepers. Met twee kuuskes, drie varkens, twaalf kippen en een sana geit was de keuterboerderij compleet. In de zomer van 1936 verhuizen Bertus en Drieka naar Woort (Wijchen), Bertus is dan 68 jaar oud. In 1940 doet Bertus aangifte van het overlijden van zijn vrouw, Maria Coelen bij de gemeente Wijchen. Zelf overlijdt Bertus in Wijchen op 14 mei 1954, hij is dan 87 jaar oud en in de overlijdensakte staat dat zijn beroep op dat moment koster is.

BS_Wijchen_1940_004528045_02443

Overlijdensakte van Maria Coelen

image285

Mathijs van Haren (Sjarreltje) met vrouw en dochter Til naar de kerk (1941)

Sigbertus Gerardus (Bertus) Schamp was de buurman van Bertus Kocken in Keent, want die stond in het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt 1924-1931 geregistreerd op nr C71, waarbij D15 was doorgestreept. In Balgoy 1890 – 1923 was het C15, dus de nummering is van C15 -> D15 geworden en daarna C71. Bertus was de vader van Piet Schamp die later op de Hoeve in Balgoy ging wonen. Naast Bertus op C72 woonde Mathijs (Thijs) van Haren (Sjarreltje). In het bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923 woont de vader van Mathijs van Haren, Sigbertus Antonius (Siebert) van Haren niet op dezelfde plek als Mathijs in de periode 1924-1931. Het adresnummer C31 is doorgestreept en is C36 geworden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931 was het eerst D36, daarna C49 en uiteindelijk C53. Deze boerderij ligt ook in Keent en zelfs dichtbij de drie andere woningen (zie kaartje).

Bidprentjes

Bidprentje Thijs van Haren, overleden in Balgoy 1957

Ook Mathijs van Haren en diens vader Siebert komen voor in de stamboom van Ries van Haren. Mathijs van Haren is de opa van Ries van vaders kant. Johannes Si(e)gbertus (Jo) van Haren, zoon van Mathijs en de vader van Ries, werd op 2 juni 1901 geboren in Altendorf (Duitsland). Uit het bevolkingsregister van Reek, 1880-1910, blijkt dat Jo tussen 1903 en 1905 in Reek heeft gewoond, Sectie B nr. 47. Mathijs van Haren, geb 3-12-1873, en Huberdina Toonen Dekkers, geb. 17-10-1874, zijn 30 maart 1905 vanuit Reek naar Keent gegaan met 4 kinderen, Wilhelmina Petronella Antonia, Johannes Siegbertus, Petronella Antonia Wilhelmina en Siegbertus Johannes (Bevolkingsregister Reek 1880 – 1910). In 1906 woonde het gezin in Keent, want daar werd dochter Anna Maria geboren. Ze waren al getrouwd in Balgoy op 13 april 1899. In de zomer van 1936 (in dezelfde tijd als Bertus Kocken) verhuist het gezin Mathijs van Haren naar de Houtsestraat (Holtsehoek) in Balgoy. Mathijs overlijdt in 1957.

Zoon Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd.

image082

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956

Jo overleed op 9 augustus 1978 en Drieka overleed op 8 februari 1985.

Bidprentjes

Bidprentje Jo van Haren

Kocken19850208

Bidprentje Drieka Kocken

 

 

 

 

 

 

 

Keent 1930 - 2015

Keent toen en nu. De boerenfamilies Kocken (C70), Schamp (C71) en van Haren (C72, C53) in het begin van de 20e eeuw en hoe het er nu uitziet.

Bronnen:

Honderd jaar gemeente Balgoy en Keent

Vrijdag laat in de middag komt Thijs van Haren de oprit op rijden. “Ik heb iets voor jou”, klinkt het uit de auto. “Handgemaakt en het gaat over de gemeente Balgoy en Keent”.

Foto op 5 nov. 2017 09_48_40

Jacob_Kuyper_(1821-1908)

Kuyper (1883)

Het blijkt de bekende Kuyperkaart van de gemeente Balgoy en Keent, die deels is ingekleurd. Aan de onderkant staat dat de gemeente toentertijd 640 bunders groot was en 400 inwoners telde. Jacob Kuyper tekende in de jaren 1865-1870 kaarten van alle 1200 Nederlandse gemeenten en publiceerde die als atlas (De Gemeente-Atlas van Nederland). De atlas werd in 1871 uitgegeven door Hugo Suringar te Leeuwarden. De originele kaartjes van de Nederlandse gemeenten, ook die van de gemeente Balgoy en Keent, uit die periode zijn nog steeds verkrijgbaar met een certificaat van echtheid (kosten 60 euro). Het kaartje van Balgoy en Keent is 18 x 14,5 cm groot.

De gemeente Balgoy en Keent heeft tot 1 mei 1923 bestaan. Voordat het een gemeente werd was het een heerlijkheid. De laatste die het kasteel van Balgoy kocht en heer werd van de heerlijkheid was Bernhard van Rappard van Balgoy in 1780. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde. Het ambt van Maas en Waal kreeg een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden formeel opgeheven. Toch bleef de heer van Balgoy en Keent het voor het zeggen hebben, want Gerrit Arnoldussen werd in die periode nog benoemd tot buurmeester van Balgoy en Keent. In die tijd deed de heer het bestuur van het dorp samen met afgevaardigden van de inwoners die land hadden, de geërfden. Voor de dagelijkse gang van zaken konden zij een schout en buurmeesters aanwijzen. De laatste heren van de heerlijkheid Balgoy en Keent, Bernhard van Rappard (overleden in 1819) en diens zoon Coenrad Willem Le Mercier van Rappard waren tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent. Jhr. Coenraad Willem was heer van Balgoy en Keent en schout van Balgoy en Keent vanaf 1817, lid raad van Nijmegen vanaf 1819 en heemraad (polderbestuurder) van het land tussen Maas en Waal). Hij overleed op 49-jarige leeftijd te Nijmegen op 16 september 1824.

004487118_00188

Overlijdensakte gemeente Nijmegen van Jhr Coenraad Willem le Mercier van Rappard;  dit overlijden markeert misschien wel het einde van de heerlijkheid Balgoy en Keent

In de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen en vanaf 23 november 1824 werd vervolgens Mr. Pieter Hendrik de la Court (1778-1848) bij Koninklijk Besluit benoemd tot schout van de gemeente. Het Rivierpolder reglement van 1838 maakte in feite een definitief einde aan de heerlijkheid Balgoy en Keent. Toch blijft ook in de jaren daarna de naam heerlijkheid Balgoy en Keent een veel gebruikte naam voor de zelfstandige gemeente. De la Court werd op zijn verzoek bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1830 eervol ontslag verleend en Henricus van Lunen werd tegelijkertijd benoemd tot “heer van de heerlijkheid”. Zelfs in 1840 wordt bijvoorbeeld nog gesproken van de gemeenteraad van de heerlijkheid Balgoy en Keent.

Het bestuur van de gemeente Balgoy en Keent, nadat de heerlijke rechten werden afgeschaft, was geen vanzelfsprekendheid en al in 1829 tijdens de raadsvergadering werd de mogelijkheid van vereniging met de gemeente Overasselt besproken. Een meerderheid van de gemeenteraad wilde toch onafhankelijk blijven. In 1850, nadat Henricus van Lunen eervol was ontslagen, werd Gerard Mauritz Koentz, die ook burgemeester van Wychen was, burgemeester van Balgoy en Keent. Het gemeentearchief van Balgoy en Keent werd ook overgebracht naar Wijchen. Niet onverwacht kwam op 13 april 1852 opnieuw de vereniging van Balgoy en Keent, maar nu met Wychen in de raad ter sprake. Wederom besloot de gemeenteraad voor zelfstandigheid en dat bleef zo ook nadat in 1854 de heer Petrus Vemer benoemd werd tot burgemeester van Balgoy en Keent, terwijl hij tevens burgemeester van Wychen was. In 1856 werd Vemer opgevolgd door Johannes de Bruijn uit Balgoy, die met ingang van 10 december 1856 zijn functie aanvaardde.

Niet lang daarna werd het Kuyperkaartje van Balgoy en Keent gemaakt, dat door Thijs aan de heemkundekring werd geschonken.