Een gebeurtenis met impact in de krant van februari 1931

Het is een spannende tijd! Het begon met de stikstofcrisis, de maximum snelheid op snelwegen is naar 100 km per uur gegaan en de coronacrisis heeft ons leven helemaal op de kop gezet. De impact van de coronaviruspandemie op ons leven is ongekend en heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Balgoyse mensen over 100 jaar nog over de gebeurtenissen in 2020 zullen praten.

Ik weet dat het bericht in de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931 op pagina 9 in geen enkele verhouding staat tot de recente gebeurtenissen, maar toch denk ik dat niemand zich toen heeft gerealiseerd wat voor impact het beschreven besluit uiteindelijk zou hebben. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de overstromingen, de waterbeheersing en de rechtlegging van de Maas zaken die de mensen bezighield. De Maasbodejournalist melde dat de krant er op attent gemaakt was, dat “in het definitief plan tot rechtlegging der Maas de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Dr. C. W. Lely was voorzien. De nieuwe bedding zal niet ten Noorden van Balgooy worden gegraven, zooals wij op gezag van zijn uitvoerig rapport aannamen, maar men zal den kortsten weg kiezen ten Zuiden van dit kerkdorp, zoodat de parochie Balgooy en Keent in twee ongelijke helften zal worden verdeeld.” Waar dit besluit in de afgelopen negentig jaar toe geleid heeft is nu goed zichtbaar als je boven aan de dijk staat bij de Hoeveweg in Balgoy.

De Maas gezien vanaf de dijk aan de Hoeveweg in Balgoy (bron: Werner Peters)

De reden dat de Maas, o.a. bij Balgoy gekanaliseerd moest worden kent een hele lange geschiedenis. In de oudste tijden was de Maas een zelfstandige rivier, die stroomde, waar op het einde van de negentiende eeuw de Bergse Maas is gegraven. De Maas stroomde door de toen nog niet bestaande Biesbosch en mondde uit in een zeearm die thans ook niet meer bestaat. Op het einde van de dertiende eeuw werd de Maas met de Waal verbonden om de Waal te ontlasten, met als gevolg zeer hoge waterstanden het hele jaar door. In de dertiende en veertiende eeuw werd begonnen met de aanleg van dijken langs de Maas, maar daarmee was de wateroverlast niet ten einde. De rivierstanden werden zelfs nog hoger. Het water moest binnen de dijken zijn weg vinden, wat extreem hoge waterstanden met zich meebracht en op die plaatsen waar nog geen of slechte dijken waren aangelegd, stroomde het water weer als vanouds door het lage Brabantse poldergebied naar de Dieze en vandaar weer de Maas in. Ook de dijken aan de Gelderse kant van de Maas kregen het vaak zwaar te verduren. Toen in 1473 Karel de Stoute Brabant en Gelderland in zijn macht kreeg, liet hij aan de Brabantse kant van de Maas, boven Grave, twee gedeelten onbedijkt, de zogenaamde overlaten. De Brabanders, die in het Maaskantgebied woonden, waren het hier vanzelfsprekend niet mee eens en concludeerden dat Gelderland belangrijker werd gevonden dan Brabant.

Door de jaarlijkse overstromingen was het Maaskantgebied een prachtige buffer voor Gelderland en Holland, tegen eventuele vijanden, die het op Noord-Nederland hadden gemunt. De Brabantse Maaskant werd dus opgeofferd in het belang van Holland en Gelderland. De Overlaten werkten vrijwel elk jaar, en in een aantal jaren leidde het zelfs tot grote rampen. Het duurde tot dik in de 19e eeuw voordat er maatregelen kwamen. Als laatste van die maatregelen restte nog de sluiting van de Beerse Overlaat. Toen daar in 1904 een positief besluit over werd genomen, tekende de provincie Gelderland protest aan. Gelderland was bang dat als de dijken aan de Brabantse kant verzwaard zouden worden bij hoog water de dijken aan de Gelderse kant het zouden begeven. In 1919 stelde de minister van Waterstaat een commissie in, de Commissie Jolles, die met adviezen moest komen die tot verbetering van de toestand moesten leiden ook aan de Gelderse kant.

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Op basis van het advies van die Commissie Jolles werden de hoogtes van de dijken aangepast, maar in de nacht van 6 op 7 maart 1923 ging de Overlaat weer werken. Men herstelde de schade en het zou nu toch wel even rustig blijven. Helaas, ook in 1924 overstroomde de Maas aan de Brabantse kant. En dat was niet de laatste keer. De overstroming van 1924 betekende niets in vergelijking met de ramp in de winter van 1925-’26. In de Brabantse rivierdijken ontstonden veertien doorbraken en diverse dorpskernen kwamen meters diep in het water te staan. Ook de Gelderse Maasdijken braken door, zodat het gehele land van Maas en Waal overstroomde. Iedereen sprak erover en er moest iets gebeuren! Dr. Ir. Lely kreeg direct opdracht een zodanig plan op te stellen dat de waterstanden van 1926 verleden tijd zouden zijn. Reeds op 21 juli 1927 bracht Lely zijn lijvig rapport uit, waarin de volgende uit te voeren werken werden voorgesteld: kanalisatie van de Maas van Grave tot de Blauwe Sluis in Gewande waarbij vijf bochten in de Maas zouden worden afgesneden, verbreding van het zomerbed van de Maas van 75 tot 100 meter, bouw van de stuw bij Lith om te zorgen dat de Maas ook in de zomer bevaarbaar zou blijven en het dichten van de Beerse Overlaat tot zogenaamde bandijkhoogte (+ 12,60m NAP). De letterlijke tekst uit het rapport over de bochtafsnijding bij Balgoy luidde:

Tusschen Grave en Blauwe Sluis kan de rivier zeer belangrijk door afsnijding van bochten verkort worden, op de wijze als behandeld in Hoofdstuk IV van het Verslag der Commissie-JOLLES en globaal aangegeven voor de ontworpen verbetering Grave—Lith, op de bij dat Verslag behoorende bijlage 11. Doordat na de in Januari 1926 opgedane ervaring van een belangrijk grooter maximum afvoer en lagere hoogste standen dient te worden uitgegaan, moet wat de aan te brengen verbetering betreft het plan der Comissie-JOLLES echter belangrijk worden uitgebreid. In Hoofdstuk VI is reeds aangetoond, dat zelfs een voortzetting der rivierverbetering van Lith tot Blauwe Sluis nog niet voldoende zal zijn en de Maas beneden Blauwe Sluis en ten deele ook de Bergsche Maas nog in het verbeteringsplan moeten worden opgenomen. Omtrent de tusschen Grave en Blauwe Sluis aan te brengen bochtafsnijdingen, welke op bijlage 15 in rood zijn aangegeven, kan het volgende worden medegedeeld. Tusschen Grave en Ravenstein kan, bij den zeer kronkeligen loop der rivier, alleen door afsnijding van bochten binnen de bandijken, geen noemenswaardige verbetering worden tot stand gebracht, zoodat hier een bochtafsnijding is ontworpen door het land heen. De meest aangewezen richting voor de nieuw te graven rivier zou zijn, door van de thans in aanbouw zijnde stuw beneden Grave af met een flauwe bocht door den polder van Balgoy te gaan. De nieuwe rivier zou dan echter door de R.K. kerk te Balgoy komen en de vrijwel één geheel vormende buurtschappen Balgoy en Keent in tweeën snijden. Dit meest voor de hand liggende tracé kan om deze redenen, die een zeer kostbare onteigening zouden vorderen, behalve nog de noodzakelijkheid om ter sparing van de kerk in de doorgaande bocht nog een S-bocht bezuiden de kerk te maken, niet voor uitvoering in aanmerking komen. De afsnijding tusschen Grave en Ravenstein is daarom ontworpen benoorden de bebouwing van Balgoy omgaande, zoodat alleen bij de doorsnijding van den weg van Neder-Asselt naar Balgoy een aantal woningen zullen moeten verdwijnen, doch verder vrijwel geen bebouwde eigendommen zullen worden geraakt. Ook kan het thans in aanbouw zijnde gemaal bij de Balgoysche sluis behouden blijven voor de bemaling van het afgesneden gebied. Het door de nieuwe rivier van Gelderland afgesneden land zal door afdamming van de bestaande rivier met het in noordwestelijke richting loopende dijksvak van den Marspolder in verbinding worden gebracht, zoodat vandaar, via de in aanbouw zijnde brug over de stuw beneden Grave, de verbinding met Gelderland, zonder dat een pontveer noodig is, behouden blijft. De lengte van de nieuwe rivier benoorden Balgoy is ongeveer 1 K.M. grooter dan van een afsnijding tusschen Balgoy en Keent, doch levert nog een rivierverkorting tusschen Grave en Ravenstein op van ongeveer 5,3 K.M. volgens de as der rivier en ruim 7 K.M. van de gestrekte lengte. Deze zeer belangrijke verkorting van ruim 40 % heeft toch nog tot gevolg, dat aan het benedeneinde bij Niftrik en Ravenstein de hoogste stand bij maximum afvoer, uitgaande van een stand van 10,80 M, + N.A.P. te Grave, nog even hoog zal blijven als de stand die daar in Januari 1920 is bereikt.

Nog voordat Lely’s plan van 21 juli 1927 bij de inwoners van Balgoy en Keent bekend was en hen zou doen beseffen dat ze Brabander zouden worden verscheen het krantenbericht in de Maasbode.

Bericht uit de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931. Hierin wordt melding gemaakt dat de doorsnijding van de bocht in de Maas dwars door Balgoy en Keent gaat lopen.

Toen werd dus alles anders. Alleen Keent kwam te liggen in de provincie Noord-Brabant en Balgoy bleef Gelderland. Het was dus begin 1931 dat voor het eerst in de media werd gesproken over de scheiding van Balgoy en Keent. Binnen tien jaar was de scheiding een feit. Wat ik wel zou willen weten is hoe, wanneer en door wie het definitieve besluit is genomen om af te wijken van Lely’s plan. Een onderzoek in het archief van de gemeente Overasselt en de raadsstukken uit de periode 1926-1931 zal zeker informatie opleveren. De impact moet gigantisch geweest zijn voor jong en oud, voor de inwoners uit Keent, maar ook voor de inwoners uit Balgoy. Een simpel voorbeeld is het feit dat Keentse kinderen niet meer in Balgoy naar school konden gaan. Ben benieuwd hoeveel kinderen die nu op de Roncallischool zitten dit feit nog kennen. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoeveel kinderen op de Roncallischool in 2120 nog kunnen vertellen over de gevolgen van de coronaviruspandemie van 2020.

Een van de laatste keren dat de kinderen uit Keent de school in Balgoy bezoeken. Herkenbaar vlnr Jo Zwartjes, Rien Gerrits, Piet Willems, Gerrit Schamp, …. Schamp, Nol van Zwam, Jan (?) Gerrits, Toon Zwartjes, Harrie Schamp, e.o. Fie en Dora van Zwam, 3e van links Bart Gerrits. Links op de achtergrond het huis van Joaneske Arts, in 1940 bij het uitbreken van de oorlog door de Nederlandse militairen afgebrand. Achter het huis de school en op de achtergrond de “nieuwe” kerk met de originele torenspits.

Het leven van Theo als voorbeeld van Balgoyse gemeenschapzin

Op zaterdag 25 januari bezocht ik Theo Willems in hospice en zorghotel “Residentie Mariëndaal” te Velp. Hij had gevraagd of ik op bezoek wilde komen. Toen ik binnenkwam en vroeg hoe het met hem ging was zijn antwoord: “Daar wil ik het niet over hebben; ik wil liever over vroeger praten”. Ruim twee uur later was hij eigenlijk nog niet uitgepraat, maar was ik toch heel veel wijzer geworden.

Theo Willems werd op 24 augustus 1960 als jongste uit een gezin van vier kinderen in Balgoy geboren; hij had een broer Gerrie en twee zussen, Frenny en Thea. Zijn ouders waren Toon Willems en Nel Kuipers en het gezin woonde in de Veldsestraat. Eerst zijn Nel en Toon, die uit Overasselt kwam, ingetrouwd bij haar ouders in een boerderijtje wat stond op de plek waar nu Niek van den Boogaard woont en vanaf 1957 zijn ze verhuisd naar het nieuwgebouwde huis ook in de Veldsestraat, waar Theo tot het laatst toe is blijven wonen. Theo is daar in 1960 geboren.

image427_edited

Toon en Nel Willems – Kuipers met hun vier kinderen, vlnr. Frennie, Theo, Thea en Gerrie

 

WhatsApp Image 2020-02-04 at 13.20.38

Aan het werk in Wijchen

Toon was bouwvakker en Nel was thuis en zorgde voor de kinderen, zoals zovelen in die tijd.  Ze hadden het zeker niet breed toentertijd. Theo ging net als zijn zussen in Wijchen naar school. Naar eigen zeggen, omdat hij moeite zou hebben met het leertempo in Balgoy. Toen hij niet meer leerplichtig was, ging hij werken in de plantsoenendienst en dat heeft hij meer dan 40 jaar gedaan. Ruim 40 jaar met plezier gewerkt. Met de hoge piefen van de gemeente, zoals Theo ze noemde, had hij niks, maar de collega’s uit de keet waren wel erg belangrijk voor hem. Elke morgen op de fiets naar Wijchen, door weer en wind. De fiets waar hij zo afhankelijk van was en die hem tegelijkertijd onafhankelijk maakte. Hij deed vaak zelf de boodschappen bij de Jumbo in Wijchen-Zuid.

Zijn hele sociale leven speelde zich in Balgoy af. Daar voelde hij zich thuis en werd hij door de Balgoyse gemeenschap opgenomen. Zoals zovelen ging hij voetballen bij Diosa. Jammer genoeg moest hij na enkele jaren stoppen, omdat hij last van zijn longen kreeg en kortademig werd. Dat vond Theo erg jammer, want hij genoot van de activiteiten op en rond het voetbalveld. Met name de derde helft en het gevoel dat je er echt bij hoorde daar kon hij enorm van genieten. Theo was dan ook blij verrast toen, niet lang nadat hij had aangegeven te gaan stoppen met voetballen, Hans van Baal, vergezeld door Antoon Jans, bij hem aan de deur stond. Hans vroeg of Theo zin had om te helpen op het voetbalveld op de zaterdag met de jeugd en ook op zondag was er van alles te doen, de kleedkamers in orde maken en de hoekvlaggen op hun plek zetten bijvoorbeeld. Theo vertelde me dat hij verschrikkelijk blij was met het verzoek van Hans en dus van Diosa. Theo heeft zich jarenlang meer dan 100 procent ingezet voor Diosa, is ook jeugdleider geweest en aanvoerder van Diosa 7 en hij heeft daar heel veel gezelligheid en vrienden voor teruggekregen.

12

Theo, Diosa- en Feyenoordsupporter in hart en nieren. Hier in het cafe van Teun en Sjan van Haren.

Ik leerde Theo beter kennen toen ik in de familievoetbalcommissie gevraagd werd. De organisatie van dit nog steeds populaire jaarlijkse voetbalspektakel begin juni met als doel de jeugdkas van Diosa te spekken vereist de inzet van heel veel trouwe Diosa leden. Het mooie is dat je dan samenwerkt met een ploeg mensen die allemaal met hun eigen talent proberen om er een geslaagd evenement van te maken. De organisatie kon altijd rekenen op de fanatieke voetbalonderhoudsploeg waarvan ook Theo deel uit maakte en die voor en na het toernooi ploeterden om de tent te zetten, stoelen, dissen, versiering en wat al niet meer klaar te zetten, zodat het zondags een groot feest kon worden en dan ’s zondags ook nog van vroeg tot heel laat rennen om daarna de boel op maandag weer op te ruimen. Toen ik er met Theo twee weken geleden over sprak tintelden zijn ogen weer en je zag dat hij er nog steeds van genoot.

In die tijd ontstond er ook een samenwerking tussen Diosa en harmonie Kunst en Vriendschap. KenV had en heeft nog steeds een kleine draaimolen die jarenlang werd gebruikt tijdens de jaarlijkse fancyfair en leden van KenV zorgden ervoor dat die draaimolen ook tijdens het familievoetbaltoernooi draaide voor de Balgoyse kinderen. Als tegenprestatie kwam de Diosa voetbalploeg inclusief Theo Willems helpen bij de jaarlijkse rommelmarkten van de harmonie. Een mooi voorbeeld van de goede samenwerking tussen de verenigingen in het dorp en Theo vond het prachtig. Vooral de opening van de markt waarbij de bezoekers de dranghekken en Paul Hammen bijna platliepen was een spektakel. 

Theo was dus een bekende Balgoyse mens aan het worden en die zijn interessant voor carnavalsvereniging de Moaslanders, want dat zijn potentiële prinsen en adjudanten. In november 1998 was het zover, alleen Theo wist van niks. De onthulling was voorbij en de nieuwe prins was prins Marcel dun Urste uit d’n Ekstersnest. Theo had meegedaan met de geslaagde onthulling en dacht dat hij wel aan een lekker koud Maltje toe was. Maar hij werd kei verrast, want prins Marcel wilde iemand die geen verstand had van voetbal, een Feijenoordsupporter, als adjudant en dat was Theo Willems! Het begin van een fantastisch verrassingsjaar in 1999. Er zat ook nog een minder leuke verrassing in het najaar van datzelfde jaar 1999. Twee droevige omstandigheden in Balgoy deden de carnavalsvereniging besluiten de prinsonthulling uit te stellen. Het overlijden van Jan Loeffen en van Frank Ariens, binnen 8 dagen, had diepe wonden geslagen in het dorp en niemand wilde aan carnavalsactiviteiten denken. Theo vertelde me, dat die droeve gebeurtenis er wel toe leidde dat hij als adjudant twee keer de nieuwjaarsreceptie van Diosa mocht bezoeken wat wel weer uniek was. Theo had een ijzersterk geheugen voor feitjes.

19

Prins Theo dun vijfde van ’t Moasland

Als klapper werd Theo in 2001 prins Theo dun Vijfde van het Moasland. Met een toepasselijk thema: “het vrijgezellen jaar” werd het voor hem en het Moasland een onvergetelijk jaar en het is typisch Theo die dan in de carnavalsgids schrijft: “Alleen met z’n allen samen kan dat lukken. We gaan er voor”. 

Theo was dus geen onbekende in het dorp, want behalve zijn inzet voor Diosa en de Moaslanders kennen de Balgoyse mensen Theo ook van zijn kamer vullende kerststal thuis en het bouwen van de kerststal in de kerk. Na de Balgoyse kermis kwamen de plannen voor de kerststal in de woonkamer al op tafel. De kerststal in de kerk was van latere zorg, want dat deed hij samen met de kerststalploeg. Voor Theo was de nachtmis of kerstavondviering het hoogtepunt van zijn kerststalproject, want dan bracht hij het kerstkindje naar de kerststal. De trots straalde eraf. Theo zei nooit nee als je vroeg om te helpen. Ook afgelopen najaar nog vroeg de contactraad van de kerk nog aan Theo of hij de adventskrans wilde maken. Theo twijfelde niet en zei meteen ja, terwijl hij toen al ziek was. Daarom werd bij de uitvaart een mooi versierde adventskrans opgehangen in de kerk.

WhatsApp Image 2020-02-04 at 12.54.25

Theo was trots op zijn kerststal thuis

IMG-20200117-WA0000Theo Willems was goudeerlijk, recht door zee, zonder poespas en altijd bereid te helpen. Alles werd anders toen Theo ziek werd. Hij bleef positief, maar zeker de laatste weken waren niet gemakkelijk voor hem. De pijn werd steeds erger en uiteindelijk werd hij gedwongen de Veldsestraat te verlaten. Maar hij bleef trots op zijn dorp Balgoy, de Veldsestraat, de verenigingen en zeker ook de Balgoyse mensen en wij moeten trots zijn op deze Balgoyse mens. Hij overleed in de nacht van 4 februari. Zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat”.

Unne prachtige Balgoyse mins, Thijs van Piet van Sjarreltjes.

Thijs van Haren, Thijs van Piet van Sjarreltjes, thuis in de Veldsestraat (Bron: Astrid Huis Fotografie)

Een echte Balgoyse mens is niet meer. Thijs van Haren overleed op 4 december 2019. Toen ik het in memoriam hoorde, uitgesproken tijdens de uitvaart op 9 december door zijn beide zoons Charles en Martijn, wist ik meteen dat er geen mooier levensverhaal te bedenken en te schrijven is. Met hun toestemming krijgt het een plaats op dit blog over Balgoyse mensen en hun geschiedenis. Niet opgeschreven in het Balgoys dialect, zoals het werd verteld; dat komt misschien later nog wel eens. Een schoenmaker blijft bij zijn leest en een Brabander probeert geen Balgoys te schrijven.

Cafe de Valk, met aan de linkerkant de bakkerij

Op 16 april 1941 werd in Balgoy, in de woning boven de bakkerij van Miemke de Valk aan de Hoeveweg, de oudste zoon van Piet en Anna van Haren geboren. De eerste jaren woonden ze daar, tot ze verhuisden naar de Veldsestraat, waar Piet een boerderij kocht om met het alsmaar groter wordende gezin te kunnen wonen. Toch kwam Thijs nadat ze verhuisd waren nog veel in de bakkerij om bij Miemke te werken. Daar kon hij mooi over vertellen. Hoe hij met Miemke de rozijnen voor het krentebrood sorteerde en de steentjes eruit haalde en hoe hij ’s winters tot de knieen door de sneeuw ging om de bestellingen weg te brengen. Verhalen vertellen dat kon Thijs! Pas op, NOOIT gelogen, maar wel altijd een beetje aangedikt, want een verhaal moet je wel kunnen brengen natuurlijk! En dat kon Thijs. Als er iemand wist hoe je een verhaal moest vertellen, dan was Thijs dat wel.

Gezin Piet van Haren en An Ariens, met kinderen Bets, Pietje, Dientje, Thijs en Willy

Na de lagere school zat Thijs een paar jaar op het seminarie, maar dat hield hij redelijk snel voor gezien, want pastoor worden was toch niks voor hem. Hij ging iets met chemie doen en bij Organon in Oss werken en later bij Rengers in Wijchen. Maar toen moest Thijs eerst het leger in en hoewel hij bij z’n kameraden zeer geliefd was en ze regelmatig allemaal in Balgoy kwamen mee eten, waren de meerderen zeker niet altijd tevreden met hem. Thijs zat nogal eens in de cel, omdat hij zich moeilijk gedeisd kon houden. Nee, gezag was niet Thijs z’n ding! Hij was eerder antiautoritair. En…, ik weet niet of de gemiddelde lezer dat weet, maar hij kon ook best eigenwijs zijn. De Balgoyse mensen zullen dat wel kunnen beamen denk ik. Thijs heeft aardig wat bazen en bedrijven versleten, deels omdat hij carrière wilde maken, maar misschien ook wel deels omdat het samenwerken met die bazen niet zo goed ging.

Toen vader Piet van Haren in Duitsland z’n geld ging verdienen, en de hele week van huis was, kreeg Thijs de verantwoordelijkheid voor d’n hof. Meer dan eens vertelde hij dat als zijn vader dan na een week weer thuis kwam, ze dan eerst een rondje door d’n hof maakten, en dan pas ging Piet naar zijn vrouw Anna kijken. Daar heeft Thijs de liefde voor het tuinieren opgedaan, want d’n hof was zijn grote trots. Vol overgave kon hij vertellen over de geweldige kolen, bonen en sla die hij had. Hij had wel honderd tomaten aan één struik! Z’n broer Wim had ze geteld; hij had weer overdreven, het waren er maar zevenennegentig. En van al wat hij teelde gaf Thijs de helft af aan een ander.

Op z’n eenentwintigste ging zijn Balgoyse kameraad, Bennie Overman, vrijen in Wijchen. Bennie had een meidje leren kennen, Trees heette ze, maar die was nogal jong en Bennie wist niet goed hoe die dat moest aanpakken. “Gewoon goan” zei Thijs, “ik goi wel mi”, en zo leerde Thijs de vriendin van Trees kennen, want die had voor de zekerheid ook maar haar vriendin meenenomen. Die vriendin heette Thea Hofman, en vorig jaar hebben Thijs en Thea samen nog hun 50-jarige bruiloft mogen vieren.

Piet van Haren en zoon Wim gaan werken (Bron: film Balgoyse minse 1965 van Cor vd Berg)

Nadat Thijs bij Rengers stopte zei z’n vader: “Jong got toch mi ons mi in Duitsland werreke, dor kunde goud geld verdiene”. En zo kwam Thijs in de bouw terecht, eerst als üpperman, en later als timmerman, verdiende hij zijn boterham in de bouw samen met zijn vader en z’n broers en later met zijn neven. Hij deed het graag, maar hij heeft er zich wel letterlijk kapot gewerkt, twee versleten nekwervels en drie versleten rugwervels en een versleten knie waren het gevolg, want half werk dat kende Thijs niet. As er iemand wist wat hard werken was, dan was dat Thijs.

gezin Thijs en Thea van Haren met zonen Martijn en Charles, mei 1999, bij voordeur Veldsestraat 11

En met hard werken hebben Thijs en Thea, samen met de rest van de familie, hun eigen huis aan de Veldsestraat gebouwd, waar ze meer dan 50 jaar gewoond hebben. Overal waar hij kon ging Thijs helpen en hij hoefde er nooit iets voor te hebben. Vaak bleef er bij Thijs en Thea thuis van alles liggen wat eigenlijk gedaan moest worden, omdat iemand Thijs vroeg of hij eventjes kon helpen. Thijs heeft altijd voor een ander klaar gestaan, een leven lang. “Hij was handig, maar als het dan een keer niet lukte, kwamen er ook wel eens uitspraken voorbij, die hier in de kerk niet herhaald kunnen worden”, zei zoon Martijn tijdens de uitvaart. Thijs was een hele sociale mens, zelfs op vakantie hielp hij mensen die hulp nodig hadden. Het gezin, Thijs, Thea en hun beide zonen Charles en Martijn, waren in Joegoslavie toen daar een windhoos door het dorp van de ober trok. Die stond in tranen te vertellen dat hij niet wist hoe het met zijn ouders was. De volgende morgen vroeg waren ze alle vier, inclusief de ober, onderweg dwars door joegoslavie om te gaan kijken hoe de situatie bij de ouders van de ober was. Zo was Thijs.

Thijs tussen de harmonieleden; helpen met opbouwen van de fancy fair in 2003
Pastoor Arts in dierentuin Noorder zoo Emmen, vlnr: Thea van Haren, zuster Petronella, Thijs van Haren en pastoor Arts, augustus 1996

Thijs heeft veel gedaan voor andere mensen, maar ook voor het verenigingleven in Balgoy was hij altijd in de weer. En niet alleen hand en spandiensten, nee, Thijs had een uitgesproken mening en was niet te beroerd om in diverse besturen het voortouw te nemen. Hij heeft de drumband mee opgericht, de carnavalsvereniging, waar hij nog 7 jaar voorzitter van is geweest en hij heeft er voor gezorgd dat het schoolbestuur zelfstandig werd van het kerkbestuur. Altijd met een groot rechtvaardigheidsgevoel en op zijn mond was hij ook niet gevallen, want hij zei wat hij vond, ook als dat niet altijd door iedereen in dank werd afgenomen. Maar daar had Thijs lak aan, hij gaf iedereen ongezouten zijn mening en daar moesten de mensen het dan maar mee doen. Hij heeft daarom misschien wel wat vijanden gemaakt in het leven, maar veel meer vrienden, want voor alles was Thijs een gezelligheidsliefhebber, die niets liever deed dan gezellig buurten met een pilske erbij. Ook bij de harmonie, waar hij een groot fan van was, heeft Thijs altijd meegeholpen met de rommelmarkt. Tijd kende hij dan niet; hij ging nooit naar huis, hij bleef liever nog eventjes zitten om een mooi verhaal te vertellen en op een gegeven moment natuurlijk zijn stem te laten schallen. Want zingen was het liefste wat hij deed. Hoewel hij het jammer vond dat zijn kinderen niet zongen, kwam Thijs wel trouw naar alle concerten luisteren waar Charles op de trombone en Martijn op de trompet muziek maakten. Behalve als hij zelf moest zingen, want dat ging altijd voor!

Het begon al vroeg thuis, waar de hele familie onder aanvoering van Piet van Haren zong. Zo werd Thijs al op jonge leeftijd “gedwongen” door de “ouwe Overman” om bij het kerkkoor te gaan, want “anders hoefde ie nie mer langs te komme”. Thijs zong veel en vaak en dat had gevolgen, want niet alleen in Balgoy, maar tot ver in de omtrek kenden ze de kwaliteiten van Thijs als zanger. Op vakantie was hij eens in een vreemde kerk en wou hij de akoestiek testen. Thijs zette de Panis in en de hele kerk viel stil en stond met open mond te luisteren naar die vreemde zanger. Thijs was een geweldige bas-bariton, die op het laatst bij vier koren zat, het AMDG in Nijmegen, de Bronzen Stemmen, Cantabile en in Balgoy in het koor. En als hij gekund had zou Thijs nog wel bij vier meer koren hebben kunnen zitten, want iedereen kende hem en wou hem bij zijn of haar koor hebben. Het zou dus inderdaad zomaar kunnen, zoals wel beweerd werd in Balgoy, dat Thijs 100 keer de nachtmis gezongen heeft.

Het gemengd zangkoor in Balgoy (2017)

Ongeveer zestien jaar geleden kreeg Thijs voor het eerst te maken met een levensbedreigende aandoening. Zijn aorta sprong en hij moest op stel en sprong geopereerd worden. Dat was de eerste keer dat Thijs door het oog van de naald kroop. “Maar ons pap was unnen taaie, die gaf het nie af, nog nie misschien”, zei Charles bij het afscheid in de kerk. Vervolgens kreeg Thijs blaaskanker, een levensgevaarlijke bacterieinfectie en longkanker. Maar hij vocht zich er elke keer weer bovenop en bleef altijd positief.

“Hij wilde ok noit gehuldigd worre”, zei Martijn. Een lintje zou Thijs geweigerd hebben en een kerkelijke onderscheiding ook, maar hij was wel erg trots op zijn vrouw Thea, toen die een koninklijke onderscheiding kreeg. Dat had ze wél dik verdiend, vond hij. Als voorzitter van het kerkbestuur en als voorzitter van het koor heeft Thijs verschillende kerkelijke onderscheidingen voor andere mensen aangevraagd, maar zelf …
“As ze van het bisdom nog te lamlendig zijn om uit Den Bosch te komme um um an te biede, dan meuge ze em van mijn hauwe”. En ook: “Ik zing vur mun plezier, doar hoefde nie vur onderscheide te worre. Doe mar gewoon, de’s meer as zat”, aldus Thijs.

Toen zoon Charles een paar weken geleden voorstelde om bij de begrafenis eens goed uit te pakken: “dan loate we ut Koor het Requiem van Mozart instudere, en dan regel ik een orkest, dan zulle we ut in de kerk es loate dondere”, toen schudde Thijs zijn hoofd en zei, “moi klein houwe”. Voor Thijs geen flauwekul. Thijs van Haren, die overal in de omgeving op begrafenissen ging zingen, die op ik weet niet hoeveel bruiloften voor niks ging zingen, wou zelf geen groots afscheid. Maar dat vonden Charles en Martijn niet goed tijdens de begrafenis: “Wij veinde de dizze mins, dun beste zanger die we kennen, een groots afscheid verdiend. En durrum willen wij jullie allemaol vroage um vur dizze mins te goan stoan vur un latste eerbetoon vur dizze prachtige Ballogoyse mins, vur Thijs van Piet van Sjarreltjes” En zo kreeg Thijs een welverdiend staande applaus als laatste eerbetoon van iedereen in de kerk. Een mooiere en uniekere onderscheiding had niemand kunnen bedenken.

Bron: In memoriam uitgesproken door de broers Charles en Martijn van Haren tijdens de uitvaart van hun vader Thijs van Haren op 9 december 2019 in de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

Voor mensen die een lichtpuntje verdienen in soms donkere dagen: Mazing Joy

Een lichtpuntje in deze soms donker dagen

De straten van Overasselt, Nederasselt en Balgoy zijn op de vroege vrijdagavond na kerstmis schemerig, stil en leeg. Iedereen is aan het bijkomen van de drukke feestdagen. Ik zat nog even de foto’s te bekijken van de knutselende kinderen, die een mooie ster aan het maken waren en de mooie kindvriendelijke kerstviering van kerstavond. Dan wordt de stilte doorbroken in de Hoeveweg door “Stille Nacht”. Het koor Mazing Joy staat op de oprijlaan van de overburen en zingt kerstliederen. Zij brengen, evenals vorig jaar, een aantal bezoekjes aan mensen die wel een lichtpuntje verdienen en gebruiken kunnen in deze soms donkere dagen. Dit jaar staan er 12 mensen op hun lijstje om te bezoeken.

Onder de bezielende leiding van Ilja van Luijk worden bij de spontaan aangestoken vuurton een aantal bekende kerstliederen gezongen, begeleid door twee gitaren. Volgens mij is het koor vorig jaar begonnen met dit initiatief. Een geweldig initiatief! “Het is heel leuk om te doen”, zegt een van de koorleden. “Het is heel mooi om te zien hoe de mensen reageren”, vindt een ander koorlid. “Na verloop van tijd zie je meer en meer nieuwsgierige buren verschijnen”, zegt ze, “Of luisteren mensen met tranen in de ogen.’’ 

Koor Mazing Joy is opgericht als katholiek kerkkoor en ze zingen gemiddeld drie keer per maand in de vieringen van Balgoy en Nederasselt. Maar daarnaast richten ze zich ook op het ontwikkelen van (inter)culturele muzikale voorstellingen met een boodschap, vaak gekoppeld aan een goed doel. Denk daarbij aan het uitvoeren van musicals en het verzorgen van vredesconcerten. Naast kerkdiensten in Balgoy en Nederasselt werken ze mee aan bruiloften en uitvaarten, en aan koren- en kerstfestivals. Ze vormen met 25 leden een meerstemmig koor voor jong en oud, bestaande uit sopranen, hoge en lage alten en bassen, dat met begeleiding van piano, gitaar en accordeon – en soms ook met gastmuzikanten, waaronder harmonie “Kunst en Vriendschap” uit Balgoy – voor een professionele uitvoering zorgt. Het repertoire is breed en loopt uiteen van pop tot gospel en van jazz tot klassiek. Het koor werd op 3 september 2005 officieel opgericht en komt voort uit de kerkkoren Astrilde in Balgoy en Voices in Nederasselt. Deze dorpen liggen aan de Maas. Vroeger werd er ‘Maze’ geschreven. Je kunt de naam ook lezen als ‘mee-zing-plezier’. De bedenker van de naam was Ries van Haren.

Dit is nu wat kerstmis meer maakt dan een gezellig familiefeestje met cadeautjes onder de kerstboom. Vergis je niet, ik ben dol op gezellig samen zijn met familie, leuke mensen en al helemaal op lekker eten. Maar voor mij draait kerst toch om meer. Om lichtpuntjes zoeken in de duisternis. Om aandacht voor elkaar, het brengen van wat hoop in een soms grimmige wereld. Kerstmis 2019 is voor mij geslaagd door de stralende sterren die de Balgoyse kinderen gemaakt hebben en de bezoekjes van Mazing Joy aan mensen die een lichtpuntje kunnen gebruiken. Zalig Kerstfeest en laat het nieuwe jaar maar komen!

In memoriam Jan van Beuningen 1946 – 2019

Jubileumconcert 100 jaar Kunst en Vriendschap mei 2019 (Bron: Rona Laurant)

Herinner mij, maar niet in sombere dagen
Herinner mij, zoals we elkaar in mooie tijden zagen
Herinner mij, in de stralende zon
Herinner mij, toen ik alles nog kon

Donderdag 7 november jongstleden kreeg ik het droeve bericht dat Jan van Beuningen is overleden.

Jan was een trouw en fanatiek lid van harmonie Kunst en Vriendschap, die met zijn kwaliteiten jarenlang een visitekaartje was voor harmonie en drumband. Met zijn 73 jaar was Jan een van de oudere leden. Samen met de andere leden van de harmonie en ook alleen, maar dan wel in het KeV uniform, liet hij zien dat de muziekvereniging de naam Kunst en Vriendschap met ere draagt en dat de leden doen wat in de statuten staat, namelijk “Zo goed mogelijk bijdragen aan het gemeenschapsleven te Balgoy, in de gemeente en omgeving door de bevordering van de beoefening van instrumentele muziek”.

Jan verving de dirigent bij serenades

Jan was lid van Kunst en Vriendschap sinds 1961, uitgegroeid tot een vaste kracht en leider van de trompetsectie van de harmonie. Hij verving de dirigent als die niet aanwezig was bij serenades en culturele opluisteringen. Iedereen in de HaFa-wereld, tot in de verre omgeving wist wie Jan van Beuningen was. Hij werd altijd gevraagd voor het taptoe-signaal, vanuit het dakraam van toenmalig bakkerij van Dorst op de Markt in Wijchen.

Taptoe-signaal vanuit het dakraam van bakkerij van Dorst

Hij werd gevraagd voor de Last Post bij dodenherdenking en de herdenking van Market Garden in Wijchen. Behalve de harmonie had Jan nog een passie, de hofkapel. Als kapelmeister, in de voetsporen van vader Thé van Beuningen senior, is Jan jarenlang het gezicht geweest van de Ruisende Knotwilgen. Het was ook Jan die na afloop van bijna ieder concert, zijn trompet weer uit zijn koffer haalde om, samen met een aantal andere leden, al dweilend, de avond nog eens extra muzikaal af te sluiten.

Carnaval 2006

De laatste jaren zijn voor Jan niet gemakkelijk geweest, vanwege zijn gezondheid. Zijn gezin, de verbouwing en zeker ook de harmonie hielden hem op de been. Als Jan maar half kon, zat hij weer op zijn stoel achter de lessenaar op de repetitie of was hij van de partij bij een concert. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn op die repetitieavonden. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn tijdens alle concerten en andere activiteiten. Jan is onlosmakelijk verbonden met harmonie en drumband, met de vereniging. Ze zullen zijn kennis en ervaring moeten missen. Ze missen die nu al. 

Mooier en meer herkenbaar kan Jan’s verbondenheid met muziek niet duidelijk worden gemaakt dan met de trompet, zijn eigen trompet, die op de rouwkaart staat. Muziek en muziekvereniging vervlochten met leven, gezin en familie van Jan. Opgegroeid met muziek, van vader op zoon, van generatie op generatie is en wordt nog steeds het KeV-gevoel doorgegeven binnen de familie van Beuningen. Jan, jouw liefde voor de muziek klinkt nu door in de instrumenten van Patricia, Silke en Jelle.

Koninklijke onderscheiding tijdens de taptoe in Wijchen

Jan werd onderscheiden vanwege zijn bijdrage, niet alleen aan de harmonie, maar aan de hele Balgoyse en Wijchense gemeenschap. Trots was Jan op zijn koninklijke onderscheiding, die hij in 2008 ontving tijdens de taptoe en misschien nog wel meer trots was hij op de KeV-speld als lid van verdienste van Kunst en Vriendschap, die hij opgespeld kreeg in 2004. Wat is de vereniging ook blij dat ze donderdag 31 oktober, een week voor zijn overlijden, Jan thuis in zijn vertrouwde eigen omgeving, nog erelid heeft mogen maken. Het was een bijzondere en emotionele gebeurtenis, die de vereniging zal blijven koesteren.

Kunst en Vriendschap tijdens optreden in theater ’t Mozaiek te Wijchen met Jan van Beuningen links midden in de trompetsectie (bron: Antonie van den Heuvel)

Jan van Beuningen zal herinnert blijven als een warme gezellige Balgoyse mens, een gedreven en fanatieke muzikant en verenigingsman, voor wie niets te veel was en die altijd voor iedereen klaar stond.