In memoriam Ries van Haren 1938 – 2019

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)
Rouwadvertentie Ries van Haren

Op Zondagmorgen 3 november werd ik gebeld met het bericht dat Ries van Haren was overleden, een dag nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen en een plek had gekregen in verpleeghuis Waelwick in Ewijk. Een echte Balgoyse mens was toch nog onverwachts overleden. Ries was niet alleen Balgoyse mens en boer, maar ook een echte familiemens, echtgenoot, een vader, een opa, die boven alles zijn familie om hem heen wilde en met iedereen vriend wilde zijn. Hij vond het ook geweldig dat de boerderij omgebouwd was tot een mantelzorgwoning, hoewel hij die zelf zo nooit genoemd heeft.

Kaft van het eerste boek van Ries bij gelegenheid van 100 jaar Boerenbond in Nederasselt, Balgoy en Keent

Naast zijn boer zijn, was Ries van Haren ook de dorpsdichter en verhalenschrijver en verteller van de Balgoyse en Keentse geschiedenis en taal. Ries kende de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeerde op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de zes boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Het boek “Ballegoyse minsen” uit 1999

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Zeven jaar geleden, in 2012, verscheen “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen in dichtvorm wordt hun herinnering levend gehouden.

“Marga’s huwelijk met de Heer van Wiechen”, Ries’ laatste boek

Ries van Haren schreef, volgens zijn eigen zeggen, zonder moeilijke woorden. Met de gedichten en verhalen probeerde hij op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden. Teksten met nostalgie en maatschappelijke betrokkenheid, maar bovenal met optimisme en humor. In zijn laatste boek, waarin eerder in krant en carnavalsgids gepubliceerde verhalen over de Ballegoijse Marga die trouwt met de Heer van Wiechen herschreven zijn, herkennen we die elementen zeker terug, maar het is ook een unieke kijk op de hele Balgoyse gemeenschap en de relatie met de gemeente Wijchen, die formeel begonnen is na een gemeentelijke herindeling in 1980. Ries koos voor een andere vorm dan zijn eerdere boeken, een versmelting van fictie en feitelijke gebeurtenissen. Verder bevat het boek een groot aantal foto’s van Paul Berben die een beeld geven van het maaslandschap in de periode die door Ries in het boek beschreven wordt en dat hem zo dierbaar was.

De liefde van Ries voor Balgoy en zeker ook voor Keent is gemakkelijk te verklaren. In januari 2018 schreef ik daarover al eens een blog naar aanleiding van een uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West. Daarin stond een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

Bertuske Kocken was de opa van Ries, van zijn moeders kant. Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot”. Ook Ries’ vader, Jo van Haren, heeft in Keent gewoond. De familie van Haren en de familie Kocken zijn in de zomer van 1936 verhuisd naar Balgoy. Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd en heeft er de rest van zijn leven gewoond en gewerkt.

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956
Ries van Haren (rechts) tijdens vergadering van heemkundekring “Pagus Balgoye”

Ries van Haren was zoals gezegd een maatschappelijk betrokken Balgoyse mens, die enorm hield van zijn boerenleven en de natuur om hem heen. Maar hij is ook lid van het school- en kerkbestuur geweest, hielp als kerkhofwerker om het kerkhof en de omgeving van de kerk schoon te houden, hij was tot het laatst toe actief in het gemengd zangkoor en een trouw lid van de heemkundekring “Pagus Balgoye”. Wanneer dat bij opruimen of opbouwen van pas kwam, bracht Ries zijn tractor mee. Harmonie Kunst en Vriendschap kon altijd terecht bij Ries in de Holtse Hoek als ze opslagruimte nodig hadden voor rommelmarktspullen.

“Ik ben blij de ge al zoveul van mijn geleerd hed” zei Ries bij de boekpresentatie van mijn Balgoyse boek “Boeren, burgers en buitenlui” tijdens Open Monumenten Dag 2017 bij de Oude Toren. Het was een eer en mijn grote wens dat Ries als geboren en getogen Balgoyse mens bij die boekpresentatie een exemplaar uitreikte aan nieuwe inwoners van Balgoy. Het zijn mensen als Ries, die voorbeeld zijn voor Piet’s Blog. De weblog over Balgoy en de Balgoyse minse.

Ries reikt als geboren en getogen Balgoyse mens een exemplaar uit van “Boeren, burgers en buitenlui” aan de nieuwe inwoners van Balgoy, Antonio en Carolina Gasquez

Ries van Haren, die we gekend hebben als familie of als Balgoyse mens, is overleden. Sindsdien klinkt zijn naam meer dan ooit. Op onverwachte momenten duikt de naam op: als het gaat over iets wat hij graag deed, of bij activiteiten in ons dorp. We koesteren de naam met herinneringen. Elke dag zijn er wel herinneringen, ze komen vanzelf bovendrijven. De ene keer doordat je iets persoonlijks tegenkomt, de andere keer doordat je het er samen met anderen over hebt. Sommige dingen ben je misschien vergeten of heb je verder weggestopt – oh ja, nu je het zegt, dat was ook zo…. Iedereen heeft zo zijn eigen herinneringen. Herinneren wordt een actief werkwoord als het ons lukt, onze herinneringen levend te houden. “Herinneren” wordt dan “Gedenken”. “Gedenken” is: gaande houden, bij het nu betrekken, niet verloren laten gaan. Dat is wat we moeten doen, Ries blijven betrekken bij het leven, bij ons leven. Zijn gedichten en boeken zullen daarbij zeker helpen.

Gedachtenisprentje Ries van Haren

Het Balgoyse roomboterfabriekje “de Eendracht”

Torenstraat 9 te Balgoy, het voormalige “botterfabriekje” (foto dateert van de 70-er jaren, bron: boek 60 jaar harmonie Kunst en Vriendschap, samensteller Wim Verhoeven, uitgegeven samen met de vereniging in 1979 )

Tijdens de Open Monumentendagexpositie bij de oude toren in het weekend van 14 en 15 september, kreeg ik de vraag of ik wist wanneer het huis aan Torenstraat 9 (het voormalige “botterfabriekje”) werd gebouwd en wie er allemaal hebben gewoond. De vraag naar het bouwjaar is relatief gemakkelijk te beantwoorden. Daar hebben we sinds 1815-1830 het kadaster voor. Opzoeken kan bijvoorbeeld via kadasterdata.nl. Het huis, dat nu kadastraal geregistreerd is als BGY00 (Balgoy) Sectie B Nr. 117, lijkt in 1900 te zijn gebouwd.

Gegevens en ligging van de woning Torenstraat 9 zoals die te vinden zijn in kadasterdata.nl

De oudst bekende kadastrale gegevens voor het perceel dateren van eind 19e eeuw: BGY00 leggerartikel 458: eigendom Joannes de Bruijn, burgemeester van Balgoy. Het betreft sectie A, nr. 336, volgnr. 16. De omschrijving van het perceel was bouwland. Het perceel gaat dan over naar artikel 889 volgnr. 3. op naam van Elisabeth de Bruijn, particulier. In dienstjaar 1906 wordt het perceel (nog steeds bouwland) verkocht aan Johanna Arts, weduwe van Johannes Wilhelmus Berben, en gaat over naar artikel 950 volgnr. 6. In die periode werd volgens de website www.zuivelfabrieken.nl in Balgoy een handkrachtfabriekje gestart, de coöperatieve roomboterfabriek “de Eendracht”, maar een link van de nieuwe boterfabriek naar het betreffende perceel kwam vooralsnog niet naar boven in het kadastrale register.

De melk wordt gezeefd en vervoerd in melkbussen (foto: Jan van Haren, Batenburg)

Na een tijdje verder zoeken, kwam ik achter de reden waarom de bouw van de boterfabriek niet op het bovengenoemde perceel te vinden was. De fabriek werd gebouwd op de “openbare weg”, gemeentegrond die geen kadastraal nummer had tot dan toe. Het kadastrale leggerartikel dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj (dienstjaar) 1908 geeft die verklaring. Sectie A, nr. 726 is niet getrokken uit een eerder artikel, maar krijgt de omschrijving “ong weg” (bijna elke weg kreeg de afkorting ong) en is dus een nieuw perceel op de plek waar eerst openbare weg was.

Het kadastrale leggerartikel 1009, dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj 1908.
Hulpkaart BGY00 A 80

De kadastrale hulpkaart illustreert duidelijk de ligging van de nieuwe boterfabriek. Op het punt waar Herre Weg en toen nog Molen Weg (nu Torenstraat) samen kwamen is de nieuwe fabriek gebouwd en krijgt het perceel een nieuw kadastraal nummer. De eigenaar van het perceel met fabriek en erf is de Coöperatieve Roomboterfabriek de Eendracht uit Balgoy. De hulpkaart die door het kadaster gemaakt werd dateert van juli 1907; daarmee weten we omstreeks welke datum de boterfabriek is gaan draaien.

Rudolf Arts: de eerste melkmachine in Balgoy ca. 1957. De karhoepel diende als bescherming en kon tevens gebruikt worden om de koeien vast te zetten. (bron: boek 100 jaar NCB – Ries van Haren)

In ons land zijn zuivelfabrieken nog niet oud: omstreeks 1880 werd nog vrijwel alle melk op de boerderijen verwerkt. Het was zelfs zo, dat ons land in dit opzicht achter liep bij andere landen. Te lang werd hier vastgehouden aan het bereiden van boter op de boerderijen zelf, wat de kwaliteit van het product niet ten goede kwam. In de laatste jaren van de 19e eeuw begon de situatie in de landbouw te verbeteren. Er werden langzamerhand allerlei verbeteringen ingevoerd. De kunstmest deed zijn intrede, wat vooral voor de zandgronden vooruitgang betekende. Met de uitvinding van de centrifuge begon ook in Nederland de zuivelindustrie zich te ontwikkelen. Friesland liep daarbij voorop: in de 80-er jaren werden daar de eerste zuivelfabrieken opgericht. Beetje bij beetje volgden daarna de andere provincies: Brabant en Limburg, en ook Gelderland, enz. De ontwikkelingen gingen gestaag door en in 1939 waren er in ons land 877 zuivelfabrieken in bedrijf, waarvan 240 als boterfabriek.

Hendrik Hammen aan het ploegen – kaft boek 100 jaar NCB geschreven door Ries van Haren

Met de opbloei van de landbouw zag je ook de coöperatieve gedachte in Nederland opbloeien. De Boerenbond werd opgericht vanaf het einde van de 19e eeuw (Balgoy in 1912; boek 100 jaar NCB – Veel gewonnen, veel verloren, de ploeg bouwt steeds weer nieuwe voren – auteur: Ries van Haren). De oprichting van collectieve veeverzekeringen, ook die in Balgoy, waren van grote betekenis voor de boeren evenals de Coöperatieve Boerenleenbank, die een concurrent werd van de Rijkspostspaarbank. Dit alles wordt mooi geïllustreerd in een krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915. Hierin wordt verslag gedaan van de ledenvergaderingen van het Balgoyse veefonds en de coöperatieve roomboterfabriek, die de activiteiten over het jaar 2014 bespraken.

Krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915
De coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt ( Bron: NN-Nederasselt Nieuws, feiten en historie op Facebook)

Toch had de boterfabriek het niet gemakkelijk. Dat blijkt uit het artikel uit de Gelderlander hieronder. Het besluit van minister Posthuma (minister van landbouw van 1914-1918) dat melk voortaan gepasteuriseerd moest worden, bleek zeer moeilijk uit te voeren voor kleine handkrachtfabriekjes zoals de Eendracht. Daarmee kwamen ze ook niet in aanmerking voor “het Rijksmerk” en dat maakte de afzet lastig. Het werd de aanzet tot de aansluiting bij de coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt. In oktober 1915 tijdens een ledenvergadering werd besloten tot ontbinding van “de Eendracht”, zodra de aansluiting tot stand was gekomen. (Stoom)roomboterfabriek De Volharding in Nederasselt is gebouwd rond 1915, en tot 1954 in gebruik geweest.

Bericht uit de Gelderlander van 28 oktober 1915 waarin het einde van het Balgoyse “Botterfabriekje” wordt aangekondigd

Het “botterfabriekje” werd verkocht aan timmerman Marinus Janssen, die er een timmerwinkel runde volgens de kadasterregistratie.

Kadastraal Leggerartikel 1086 BGY00 waaruit kan worden opgemaakt dat Marinus Janssen in 1916 het boterfabriekje kocht en er een timmerwinkel begon.

Marinus Janssen verkocht het perceel in dienstjaar 1929 aan Petrus Johannes Berben, administrateur. Die woonde in boerderij Florenstein tegenover het perceel (C30) en heeft het huis (C28) toen verhuurd. De eerste huurders waren volgens het bevolkingsregister van Overasselt (1923-1930) vrachtrijder Johannes van Osterom en Petronella Johanna Arntz. Recentere gegevens uit kadaster en bevolkingsregister zijn nog niet openbaar en dus nog niet beschikbaar, maar Ries van Haren schreef in zijn millenniumboek een mooi gedicht over “het oude botterfabriekje” waarin alle recente bewoners worden vermeld.

HET OUDE BOTTERFABRIEKJE
In 1936 huurde Sigbert Toonen Dekkers als woning de oude botterfabriek
Mei ’40 sneuvelde hij, en vrouw Hanneke vertrok met Piet en Woutje naar familie aan den diek
Zijn neef Pietje Toonen Dekkers huurde toen dat pand voor enkele jaren
Daarna vertrok Pietje met vrouw Anna van Uden naar de Veldsestraat en werd het pand verhuurd aan Piet van Haren
In die tijd werd er door Pietje Arts en Nelleke de Bruyn een woning gezocht
Zo kwam Pietje Arts er wonen, met zijn eikenhouten kruiwagen,
Wel onder zijn stand, zodat menigeen hem deed plagen
Maar Pietje bleef en 30 jaren kruide hij naar zijn land, houtmijt en aardbeien
Iedereen in Balgoy “ja juist” zag Pietje dagelijks rijen
Toen kwam Sjef van Haaren op de proppen, en kocht de oude botterfabriek
Zijn dochter kwam er wonen, daarna de fam. Martien van Diek
Daarna werd het door Gerard Hammen en Corrie van Halen gekocht, zij wilden gaan trouwen
Die hebben er een mooi huis van gemaakt, daarvoor moesten ze het wel helemaal verbouwen
Je ziet er nooit meer een eikenhouten kruiwagen staan,
En de laatste flessen cognac van Pietje Arts zijn door “verkeerde kelen” gegaan

De kerk is uit (1981). De gebroeders Lamers en Hendrik Hammen (midden) wandelen naar huis. Rechts de verbouwde “botterfabriek” (foto: Gerard Hammen)

Het Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent

Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent
Sticker op de voorkant van het boek: “Thijns-boek van D. Paringet, 1703”

De afgelopen weken mocht ik genieten van een belangrijk stuk historisch en cultureel erfgoed; een handgeschreven Balgoys en Keents boekwerk uit het begin van de 18e eeuw. Het is het belastingregister van de ambachtsheer van Balgoy en Keent en bevat informatie over de tijnsen (tienden) en erfpachten die jaarlijks op St. Lambertusdag aan hem verschuldigd waren.

Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, overleden in 1707 (bron: dit thijnsboek)

Het register is samengesteld door Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, in 1703, aan de hand van en volgend op oudere registers en bijgehouden door hem en zijn opvolgers tot ca. 1860. Paringet was niet alleen rigter en secretaris van Balgoy. Diederik Paringet werd op 12 augustus 1657 in Ravenstein Nederduits gereformeerd gedoopt als het eerste kind en de eerste zoon van het echtpaar Robbert Paringet en Margareta Richters. Hij heeft zeker een goede scholing gehad, met name in het Latijn, maar geen universitaire opleiding. Deze informatie komt uit een verhaal van de website van het BHIC. Vanaf juli 1677 was hij notaris in ’s-Gravenhage en vanaf 8 september 1678 oefende hij dat ambt uit in Grave. Hij trad er ook op als advocaat en procureur. Op 23 december 1692 werd Paringet benoemd tot rentmeester van de stad Grave, een functie die hij combineerde met zijn andere taken, waaronder dus ook rigter en secretaris van Balgoy. Wederom blijkt hieruit dat Balgoy en Keent, die aan de Gelderse kant van de Maas lagen, meer georiënteerd waren op Brabant, dan op Gelderland.

Een handgeschreven manuscript uit 1701 van Diederik Paringet over de stad Grave en het Land van Cuijk werd in 1752 in drukvorm uitgegeven (Bron: BHIC)

Paringet heeft zeer veel documenten voor het nageslacht vastgelegd, waarvan velen over de geschiedenis van Grave en het Land van Cuijk gingen; verschillende ervan zijn sindsdien spoorloos zoekgeraakt. Ook de locatie van dit thijnsboek was onbekend, totdat het opdook bij een antiquariaat in Haarlem. Ruud van Haren wist het boek in handen te krijgen en de bedoeling is nu om het complete boek te vertalen en te digitaliseren. Diederik Paringet overleed in functie; op 21 november 1707 werd hij in de Sint Elisabethkerk te Grave begraven.

Van ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent wordt de ligging in 1703 door Paringet omschreven en wordt het jaarlijks ontvangen bedrag genoteerd met de naam van de eigenaar/tijnsplichtige. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw. Nagenoeg alle tijnsen zijn dan afgekocht, wat feitelijk het einde betekent van een belangrijk Balgoys en Keents tijdperk. Over ca. anderhalve eeuw kan het grondbezit worden nagegaan, zowel door vererving als door verkoop. Het mooie is ook dat bij bijna alle percelen in de periode 1820-1840 het nieuw ingevoerde kadasternummer wordt vermeld, waardoor de registratie naadloos aansluit op het nieuwe registratiesysteem in Nederland dat tot nu toe gebruikt wordt. Dit maakt het boekwerk uniek.

Het thijnsboek bevat ook een beknopt overzicht van historische gebeurtenissen in Balgoy en Keent in de 12e-17e eeuw.

Het boekwerk bevat verder nog een aantal beschrijvingen en jaartallen van gebeurtenissen in de regio, die overgenomen zijn uit “de inleiding tot de Historie van Gelderland” door W.A. van Spaan uit 1805. Ook staat er een lijst in van heren en vrouwen van Balgoy, van rigteren en van secretarissen. Er is ook nog een tijnsreglement in opgenomen. De jaarlijkse tijnsbedragen worden in 1703 nog aangegeven met een aantal hoenen (later 5 stuivers voor een hoen), capoenen (10 stuivers) of eieren ( 2 duiten). Dit thijnsboek is daarom een uniek boekwerk met gedetailleerde historische informatie over de regio, maar ook topografische informatie. Voor genealogisch onderzoek in dit gebied (Balgoy en Keent) in de periode 1700 – 1850 is dit een belangrijke unieke bron.

Met deze pagina in het boek begint de registratie van de ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent waarover tijns is verschuldigd aan de Vrijheeren van Balgoy en Keent

Een voorbeeld van de tijnsregistratie is folio 21. Van het perceel wordt de ligging in 1703 omschreven en wordt het jaarlijks te ontvangen bedrag genoteerd: “Deselve Vol. 11.9 uijt de helft van de vierde hoeve, oost de hoogveltse straat west de maas suijd en noord een merghen zestien en 1/2 duijt 4 3/4 eij”.

Voorbeeld van tijnsregistratie uit 1703.

In de meeste gevallen wordt ook de naam van de eigenaar/tijnsplichtige vermeld. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw, toen de meeste tijnsen werden afgekocht.

Eigendomsovergangen werden bijgehouden tot in het midden van de 19e eeuw; uiteindelijk het eigendom door aankoop over aan Albertus van Laatum, tuinman te Balgoy.

Over anderhalve eeuw valt het grondbezit op deze wijze na te gaan, zowel door vererving als door verkoop. Bij veel van de percelen is ook rond 1830 het nieuw ingevoerde kadasternummer vermeld. In dit geval Sectie A, nummers 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161 en 168. Met de combinatie van beschrijving en het minuutplan van de kadastrale kaart 1811-1832, sectie A, blad 2 is de locatie van het betreffende perceel gemakkelijk te vinden.

Kadastrale kaart 1811-1832: detail van minuutplan Balgoy, sectie A, blad 02 (MIN05015A02)
Met behulp van de Oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) Balgoy, sectie A, blad 010 (OAT05015A010) is ook de toenmalige eigenaar te traceren, in dit geval Maria van Florenstein
Manus de Valk

Met de kadastergegevens kunnen we het grondbezit nagaan tot ca. 1950. In leggerartikel 731 wordt Albertus Johannes van Laatum nog genoemd en in dienstjaar (dj) 1898 wordt het huis vervangen en opnieuw “gesticht”. Het kadasternummer verandert van A159, naar A592 en als van Laatum het huis verkoopt in dj 1912 heeft het kadastraal nummer A705 gekregen. Het huis werd verkocht aan schipper Hermanus (Manus) de Valk. Het verhaal van Manus de Valk, getrouwd met Maria van Geffen, die zich omstreeks kerstmis 1910 vestigde in Balgoy werd al eerder verteld in deze blog. Dat hij een huis kocht van een zekere Van Lathum in Balgoy, in het bevolkingsregister genummerd C38; later Veldsestraat genoemd kunnen we nu bevestigen. Zoon Ermert nam het winkelboerderijtje over begin jaren veertig en hij ventte met brood en kruidenierswaar. Tot in de zestiger jaren gingen er schoolkinderen snoep kopen voor een stuiver of een dubbeltje. Toen op 1 januari 1969 de BTW werd ingevoerd, besloot Ermert de winkel te sluiten. Op de voorgevel van de woning stond het jaartal 1747 vermeld. In het thijnsboek (Folio 21, no. 13) staat vermeld dat Paulus en Jacomijna Arts op 10 mei 1740 het daarin vermelde perceel overgenomen hebben. De kans is groot dat zij het boerderijtje destijds hebben gebouwd. Met de informatie uit het Thijnsboek der vrije heerlijckheyt Balgoy en Keent kunnen we nu anderhalve eeuw verder terug in de tijd op zoek naar bewoners en hun eigendommen in Balgoy en Keent.

Het winkelboerderijtje van Ermert de Valk.

Koningin Wilhelmina bezoekt Balgoy op 2 januari 1926 – Harrie Jans, pater Vincentius en een redacteur van de Telegraaf doen verslag

F87302

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Tijdens het interview dat Ruud van Haren en ik hadden met Leo Klaassen (de Gelderlander) voor het artikel dat zaterdag 27 juli werd gepubliceerd in de Maas-Waal editie, “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument”, vroeg hij enkele keren naar details zoals: “Hoe kwam Wilhelmina in Balgoy?” en “Wie waren er behalve koningin Wilhelmina allemaal bij” en “Hoe zat dat nu precies met dat vee in de kerk, wanneer mocht dat naar binnen?”. Daarom een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie met ooggetuigen.

Eind december 1925 was het weer heel slecht met veel sneeuw en hevige regenval. Dit had tot gevolg dat het water van de Maas tot het randje van de dijk stond. Oudjaarsdag stond een zuidwesterstorm pal op de kwetsbare dijk en het water sloeg een gat van honderd meter tussen Overasselt en Nederasselt ter hoogte van boerderij ´t Roth (zie kaart hieronder). Tijdens de vroegmis in de Overasseltse kerk even na half acht stroomde tijdens het Evangelie de kerk ineens leeg en bleef de pastoor verbaast achter. Iemand riep nog: “D´n diek is deurgebroken” en toen was iedereen weg (Maas & Waal Cultuur Express).

kaart1931

Een kadastrale kaart gedateerd 1931 met daarop aangegeven de plaats van de dijkdoorbraak (rechtsonder) en de kerk en pastorie in Balgoy waar koningin Wilhemina aan land ging (linksboven). Opgestapt bij het klooster in Alverna vaarde op 2 januari een gezelschap via Lunen, Nederasselt, de Eindschestraat, naar de pastorie in Balgoy. De plaats waar de dijk over een lengte van 100 meter werd weggeslagen bij boerderij ’t Roth is ook aangegeven (rechtsonder).

Harrie Jans in Andere Tijden“Wij hoorden het in Balgoy tegen een uur of acht, half negen” vertelde Harrie Jans in de TV-documentaire “Andere Tijden, Kronkels van de Maas”. “En tegen ongeveer half vijf was het water in Balgoy, ’s avonds. En het bleef wassen tot ’s nachts half twaalf ” Harrie Jans woonde als 13-jarige jongen bij zijn ouders Piet Jans en Hanna Kersten in de Torenstraat. “Het water kwam gewoon over die grote bult hin, en zo….. En het begon te ruisen. Dat water viel daar in ene keer een meter omlaag”. Dit verhaal vertelde hij in december 2007 alsof het een dag ervoor was gebeurd (het werd in januari 2008 uitgezonden). Het geeft aan wat voor impact het voor de mensen in die tijd moet hebben gehad.

Harrie Jans Andere Tijden 2“Mijn vader zei: waar moet ik met het vee naartoe?”, vervolgde Harrie Jans. “Gewikt en gewogen. Zullen we met al ’t vee naar de kerk gaan? Want de kerk ligt hoog hier. En ’s nachts een wind. Waaien, regenen. Die nacht, geweldig! En dat vee liep tot zover in de modder”. Hij vervolgt: “Toen kwam de koningin. En die juffrouw, Willemien, werd toen gedragen. Prins Hendrik was erbij. En nog een paar anderen waren erbij. Mijn vader zei, daar komen een stuk of wat nieuwsgierigen aan, zet ie”.

Wie waren nu precies die anderen en hoe kwamen ze in Balgoy? Allereerst de plannen van koningin Wilhelmina. Zij reisde op 1 januari met de trein van 08.46 uur van den Haag naar Nijmegen. Dat deed ze vanzelfsprekend niet alleen. Haar gevolg bestond o.a. uit freule van Swinderen en adjudant onderofficier Hr. Verheijen (burgerkleding). De aankomst in Nijmegen was om 12 uur ’s nachts. Ze overnachtten in de koninklijke trein. Op 2 januari om 08.30 uur voormiddags was de tocht gepland naar de doorbraak van de dijk bij Nederasselt (zie detail uit de journalen van de reis hieronder).

detail archief Wilhelmina

Detail van de journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50).

2560px-Franciscanenklooster_Alverna_1

Klooster Alverna aan het einde van de 19e eeuw (Bron: Pontianus Polman & Maturus Hendriks (1980) Alverna. Van begin tot einde).

Nog meer details vinden we in het verslag van de reis door de enige journalist die mee mocht reizen, een speciale redacteur van de Telegraaf. Zijn ervaringen en verslag zijn terug te vinden in de Telegraaf van zondag 3 januari 1926 en de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant van maandag 4 januari 1926. Zoals ook al uit het journaal van koningin Wilhelmina bleek, vertrok het gezelschap om 08.30 uur vanuit Nijmegen en wel met koninklijke auto’s. Koningin Wilhelmina was gekleed in een donkerbruin gevoerde regenmantel en vetleren laarzen; prins Hendrik droeg een regenjas en rijlaarzen. Omdat de Rijksweg naar den Bosch ook ondergelopen was, moest overgestapt worden op roeiboten (vletten). Om 09.15 uur vertrekken de vletten bij het klooster van Alverna. Als herinnering werd aan de Graafseweg in Alverna tegenover het klooster een monument geplaatst. Het is een granieten obelisk op een uitspringende sokkel. Aan de zijde van de Graafseweg staat erop: Quae primae in honore /et primae in amore/watersnood 1926. (In Liefde ging voorop, die vooraan staat in ere). Op 25 mei 1927 werd het monument door prins Hendrik onthuld.

Alverna_(Wijchen)_monument_watersnood_1926,_Graafseweg

Monument watersnood 1926 (Bron foto: Wikipedia).

In de voorste vlet die vanaf het Alverneese klooster vertrok zaten de koningin, prins Hendrik, de commissaris der Koningin in de provincie Gelderland en commandant Harmsen van de Marine; in de tweede vlet jhr. Roell, gepensioneerd generaal, vice-voorzitter van het Rode Kruis, burgemeester van Ryckevorssel uit Wijchen, freule van Swinderen en jhr. Verheyen, adjudant van de prins; in de derde vlet de hoofdingenieur van den Waterstaat, de heer Seydenzaal, kapitein E. Werner en de redacteur van de Telegraaf, die als enige journalist de tocht volgde. Op elke vlet was ook een gids, die de streek kende en wist hoe gevaren moest worden. De vletten waren verder bemand met vier matrozen en een konstabel (marine onderofficier).

Het aanzicht richting Nederasselt was een eindeloze, grauwe watervlakte, een meer, met hier en daar daken van huizen. Daarboven grijze en donkere regenwolken. De regen kwam met bakken uit de lucht en er gierde een gure storm. Met vaste slagen werd tegen de stroom in opgeroeid richting Nederasselt en Balgoy. De vletten zaten regelmatig vast tegen een heg of een paal die onder het wateroppervlak verborgen zat. In Nederasselt aangekomen, werd goed zichtbaar dat het water anderhalve meter in de huizen stond.

image761

Gebroeders Wim en Frans Lamers. Op de schouw moet gemarkeerd zijn hoe hoog het water stond op 1 januari 1926 (Bron: Ber van Haren).

Dit was ook het geval in Balgoy, want daar wordt verteld dat in het huis van de gebroeders Lamers bij de schouw een streep was aangebracht die de waterhoogte op nieuwjaarsdag 1926 aangaf, ook tussen anderhalf en twee meter. Wellicht dat er mensen zijn die weten of dit ook nog op andere plaatsen is aangegeven.

Nederasselt was een groot meer geworden, waar de huizen uit opstaken. De fraaie, oude dorpsweg was met moeite te herkennen. Het was wel droog geworden en de gure wind was gaan liggen. Er heerste een beklemmende stilte op het wateroppervlak, toen de vletten Nederasselt verlieten en richting Eindschestraat en Balgoy voeren. Alleen hoorde je het geloei van koeien en ook het geblaat van schapen, die op de daken van huizen zaten. De meeste huizen waar langs gevaren werd waren reeds verlaten en eenzaam. Zo naderde het gezelschap de kerk van Balgoy.

De koninklijke familie in Balgoy 1926

Koningin Wilhelmina in Balgoy (Bron: de Maasbode 4 januari 1926).

De Telegraaf journalist schreef dat de vletten aardig vol liepen met water en dat een korte landing noodzakelijk werd. Verder viel hem op dat Balgoy aan de ene zijde een dorp was met armelijke hutjes en aan de andere zijde vol stond met rijke boerenwoningen. Trots stond er de grote nieuwe kerk op een eiland een meter uit het water gerezen. Met moeite werd er geland. De matrozen sprongen in het water en droegen de koningin, de prins met gevolg en ook de journalist aan land. Het eilandje met kerk en pastorie was een grote modderpoel geworden. Er waren een paar honderd stuks vee bijeengebracht, die de grond doorkneed hadden met hun hoeven. Al het vee stond dus op het eiland, maar niet in de kerk.

Koningin Wilhelmina werd welkom geheten in Balgoy door pater Vincentius en niet door de Balgoyse pastoor Godefridus van Acht, die een breuk-operatie moest ondergaan in het Canisius Ziekenhuis in Nijmegen. Hoewel die operatie slaagde, kreeg hij als complicatie een longontsteking waaraan hij op 23 januari 1926 overleed. Daarom werd de parochie waargenomen door een pater Kapucijn uit Velp. Pater Vincentius wist niet of hij gerechtigd was het vee in de kerk toe te laten. Daarover moest de deken beslissen.

Dit blijkt ook uit een verslag in het archief van de Kapucijnen te Velp over de wateroverlast in Grave en Velp, maar ook over het bezoek van koningin Wilhelmina aan Balgoy. Hierin wordt gedetailleerd beschreven hoe pater Vincentius het bezoek van de koningin heeft ervaren en wat er precies gebeurd is.

Detail van verslag Kapucijnen

Detail uit verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)

In het verslag staat ook dat de boeren sterk aandrongen om het vee in de kerk te mogen stallen. Vincentius wilde dat niet graag toestaan uit eerbied voor het Godshuis. Hij besloot de uiterste noodzaak af te wachten. Doch ondertussen zond hij een man om inlichtingen naar de H.E. Heer Deken te Grave. Deze zei dat de pater maar moest doen wat het beste was. Toen op 2 januari de koningin Wilhelmina, prins Hendrik, haar gemaal, Baron van Heemstra, Gouverneur der koningin in Gelderland met verder gevolg op het eiland landden, waar kerk en pastorie stonden, spoedde de pater zich naar dit hoog gezelschap om het te verwelkomen.

1fb8e-image072

Wilhelmina wordt verwelkomt in Balgoy door pater Kapucijn Vincentius, dijkdoorbraak 1926 (Harrie Jans met bosje hooi).

Hij liet de kerk zien en leidde Hare Majesteit naar de vrouwen en kinderen ondergebracht op de pastorie. Hij onthaalde dan verder het hoge gezelschap in de huiskamer van de pastorie, die op dat moment alleen verwarmd was. Door dit gezelschap werd nu ook sterk aangedrongen op het openen van de kerk voor het vee. Pater Vincentius, gezien de erbarmelijke toestand waarin het vee begon te verkeren, meende nu niet langer te mogen weigeren. Hij besloot dan ook dit toe te staan. Nadat het gezelschap nog wat op de pastorie had vertoefd, deed de pater hen uitgeleide naar de boten. Een driemaal herhaald “Lang zal zij leven” werd aangeheven en de boten voeren af.

Hierna begon pater Vincentius de toebereidselen te maken om het vee in de kerk te kunnen plaatsen. Het H. Sacrament bracht hij in de kluis in de sacristie. Voor de communiebank liet hij de bidbanken opstapelen, zodat het presbyterium geheel was afgesloten. Daarna werden de paarden en koeien naar binnen gebracht. Vijf dagen heeft het vee er gestaan. Hoewel het vee na vijf dagen alweer uit de kerk was weggevoerd, wachtte de pater nog vele dagen met het reconcilieeren van de kerk, omdat er grote scheuren in het kerkgebouw waren gekomen. Doch toen alles zonder gevaar bleek te zijn, kon Vincentius de kerk op 23 januari plechtig reconcilieeren. Dit was de dag waarop de pastoor, gestorven te Nijmegen in ’t ziekenhuis, plechtig te Balgoy begraven werd.

image477

Ruïne van het Huis tot Balgoy in de twintigste eeuw (Bron: Mien Jacobs Spann).

Na het vertrek vanaf de kerk voer het gezelschap langzaam door het ondergelopen Balgoy. Het was windstil geworden, maar toch maakte het stromende water draaikolken bij de bomen en andere hinderpalen. Troosteloos zag het land eruit. Onderweg werd weer brood uitgedeeld bij boerderijen waar nog mensen aanwezig waren, dat dankbaar werd aangenomen. De vletten voeren richting Wijchen en aan de linkerhand stond de ruïne van het oude Balgoyse kasteel met sinistere raamgaten en ingestort dak. Langs de kruinen van fruitbomen varend, werd Balgoy verlaten en ging men richting Wijchen. Het moet al na drieën geweest zijn.

Kerk Balgoy 1926

Mensen bij de ingang van de toren, tijdens de watersnood van 1926 – balgoy – 20027582 – rce | Door: BotMultichillT – 1926 | Licentie: CC-BY-SA-3.0-NL (Wikipedia).

Tenslotte nog even terug naar het artikel in de Gelderlander van 27 juli. De geschiedenis van Balgoy is verweven met de Maas en er zijn talrijke gebeurtenissen die onherroepelijk de Balgoyse mensen en hun cultuur zullen hebben beïnvloed. De dijkdoorbraak van oudjaarsdag 1925 en de gevolgen in het begin van 1926 zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De toenmalige regering Colijn vond het weliswaar geen nationale ramp en wilde geen geld beschikbaar stellen; in een interview met de Telegraaf zei de minister-president: “De toestand is droevig, zelfs ernstig, maar ik acht hem niet van dien aard, tenzij zich nieuwe complicaties voordoen, dat het een nationale ramp zal worden”. Toch zijn de sporen van de dijkdoorbraak nog vele jaren fysiek en mentaal zichtbaar geweest en dat kunnen en mogen we niet vergeten en ook de generaties na ons moeten dit verhaal blijven horen. Een herinnering op een plek vlak bij de school en de plek waar Wilhelmina aan land kwam, lijkt mij een prachtig initiatief. Het gaat er niet om of een iemand het wil of een groepje. Er moet draagvlak zijn in het hele dorp; de Balgoyse mensen moeten het willen.

Bronnen:

  • “Wilhelmina verraste het verdronken Balgoij, nu krijgt ze er een monument” in de Gelderlander (editie Maas-Waal), 27 juli 2019
  • “D’n diek is deurgebroken” op Maas en Waal Cultuur Express.
  • “De watersnood in 1925 en de gevolgen” in Geschiedenis van de maasdorpen Overasselt, Nederasselt, Balgoij – Keent, 1978
  • “Andere Tijden: Kronkels van de Maas”. VPRO NTR aflevering 329 in 2008
  • A50-XVa-33, nr. III, Journalen van de bezoeken van Wilhelmina, bijgehouden door haar particulier secretaris F.M.L. baron van Geen, 1904, aug 1 – 1929 jun en baron van Heemstra. Archief van koningin Wilhelmina (A50)
  • De Telegraaf, zondag 3 januari 1926
  • De Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbosche Courant, maandag 4 januari 1926
  • Ter Herinnering: Renovatie 1997, Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  • Verslag van de watersnood in de winter van 1925-1926 te Grave, Velp en Balgoy, Archief van de Kapucijnen in Velp (NB)

 

Wat doet een herbergier uit Velp (NB) in Keent?

Overzicht Balgoy en Keent

Balgoy en Keent, in 1923 nog een zelfstandige gemeente in een grote kronkel van de Maas. Veel Balgoyse en Keentse mensen hadden contacten aan de Brabantse kant van de Maas, Escharen, Grave, Velp, Neerloon, Huisseling, Ravenstein, Dennenburg, Demen en Dieden.

Omdat het vakantietijd is, kan ik weer wat tijd stoppen in de Balgoyse en Keentse historie. Ik ben druk bezig met een inventarisatie van de Balgoyse en Keentse mensen (wie en waar) ten tijde van de opheffing van de gemeente Balgoy in 1923, gebruik makend van het bevolkingsregister (BR). In een van de volgende blogs meer hierover.

voorpagina BR Balgoy

Het bevolkingsregister van de gemeente Balgoy in de periode 1890 – 1923.

Tussendoor krijg ik nog regelmatig verzoeken en vragen over Balgoyse (en Keentse) mensen. Een paar weken terug vroeg Diane via een persoonlijk bericht op Twitter, naar voorouders in Balgoy en Keent. Bezig met stamboomonderzoek kwam ze erachter dat één van haar voorouders in de gemeente Balgoy en Keent heeft gewoond. Ze wilde natuurlijk graag weten waar precies, maar helaas bestaat het adres in die tijd niet uit een straat en huisnummer, maar uit een wijk en een huisnummer. En voor Balgoy en Keent is het zelfs nog een beetje lastiger, omdat de wijknummers in die periode een paar keer veranderd zijn. De gemeente Balgoy (tot 1923 dus) hanteerde twee wijken, A (Balgoy) en B (Keent). Toen in 1923 de gemeente opging in Overasselt werden de nummers anders en werden ze verdeeld in 4 wijken (A,B,C,B), maar na 1928 ging die indeling helemaal op de schop en kregen alle huizen weer andere nummers. Diane wist dat het wijk B was en huisnummer 44. De naam van haar voorouder was Martinus Antonius Nabuurs.

Met een huisnummer en een volledige naam in de hand is de eerste keuze om te gaan zoeken het BR. Na 1928 is heel Balgoy en Keent omgenummerd naar C-nummers, dus ligt de periode daaraan voorafgaand het meest voor de hand. Zoeken in het bevolkingsregister van Balgoy dus, in de periode 1890 – 1923. Op het voorlaatste blad (folio 118) was het raak.

BR Balgoy 1890 - 1923 blad 118

BR Balgoy 1890 – 1923 blad 118

detail Keent

Martinus Antonius Nabuurs woonde in de Hoogveldschestraat inKeent op de hoek met het Merste Straatje van 1898 – 1900.

Martinus Antonius Nabuurs werd op 19 juli 1898 ingeschreven in de gemeente Balgoy. Hij werd geboren op 18-11-1873 te Velp (NB) en zijn beroep volgens het BR was herbergier. Dagtekening van vestiging in de gemeente was 15-7-1898 en hij kwam uit de gemeente Linden (NB). Zijn verblijf in de gemeente Balgoy was maar kort, want op 3 mei 1900 vertrok hij alweer naar Dieden (NB). De “Huizing” (de plek waar hij gewoond heeft) is B40 (B44 veranderd in B40). Dit is in de Hoogveldschestraat in Keent ter hoogte (op de hoek) van het Merste Straatje (zie kaartdetail). De precieze plaats is afgeleid van de totale inventarisatie van de Balgoyse en Keentse mensen in 1923 volgens het BR, maar daarover meer in een volgende blog. Toen Martinus in Keent kwam wonen was hij al getrouwd met Petronella Josefina van Marwijk (geboren 14-3-1869 te Linden (NB)). Op 7 november 1898 kwam de zuster van Martinus, Maria, ook in Keent wonen. Zij trok in bij Martinus en Petronella. Die kregen in Keent twee kinderen, nl. Sophia Johanna, geb. 29-1-1899 en Johanna Wilhelmina, geb. 16-3-1900. Zoals gezegd is het gezin in mei 1900 vertrokken naar Dieden bij Ravenstein aan de Brabantse kant van de Maas.

Keent nu Google

De plek waar Martinus Antonius Nabuurs woonde, als je kijkt naar het huidige Keent (Google Maps).

Diane wilde graag weten waar het adres van haar voorvader was, als je kijkt naar het huidige Balgoy en Keent. In het Google Maps plaatje is de plek aangegeven. Wat ik zou willen weten is: “Zijn er nog foto’s van de mensen beschikbaar om het verhaal compleet te maken?” en misschien nog wel interessanter: “Wat doet een herbergier uit Velp in Keent en waarom is hij binnen twee jaar weer vertrokken?” Er waren al café’s in Keent, bijvoorbeeld het café van Koos Kersten aan de andere kant van het dorp bij de molen van Broeren. En als schipper Jan de Valk aan wal gaat, gaat hij precies op de grens van Balgoy en Keent wonen, op B136, later de overgang van Veldse- naar Hoogveldsestraat en precies waar de maaskanalisatie werd gepland. Zijn vrouw Regina Rosalia (Gieneke) Dinnissen begon daar een cafeetje. Het huis moest weliswaar wijken voor de nieuwe Maas, maar de familie verhuisde naar de Hoeveweg, tegenover de nieuwe kerk, waar ze een café en bakkerij begonnen. Het café werd later verkocht en is tot 2012 het dorpscafé van Balgoy geweest.