Unne prachtige Balgoyse mins, Thijs van Piet van Sjarreltjes.

Thijs van Haren, Thijs van Piet van Sjarreltjes, thuis in de Veldsestraat (Bron: Astrid Huis Fotografie)

Een echte Balgoyse mens is niet meer. Thijs van Haren overleed op 4 december 2019. Toen ik het in memoriam hoorde, uitgesproken tijdens de uitvaart op 9 december door zijn beide zoons Charles en Martijn, wist ik meteen dat er geen mooier levensverhaal te bedenken en te schrijven is. Met hun toestemming krijgt het een plaats op dit blog over Balgoyse mensen en hun geschiedenis. Niet opgeschreven in het Balgoys dialect, zoals het werd verteld; dat komt misschien later nog wel eens. Een schoenmaker blijft bij zijn leest en een Brabander probeert geen Balgoys te schrijven.

Cafe de Valk, met aan de linkerkant de bakkerij

Op 16 april 1941 werd in Balgoy, in de woning boven de bakkerij van Miemke de Valk aan de Hoeveweg, de oudste zoon van Piet en Anna van Haren geboren. De eerste jaren woonden ze daar, tot ze verhuisden naar de Veldsestraat, waar Piet een boerderij kocht om met het alsmaar groter wordende gezin te kunnen wonen. Toch kwam Thijs nadat ze verhuisd waren nog veel in de bakkerij om bij Miemke te werken. Daar kon hij mooi over vertellen. Hoe hij met Miemke de rozijnen voor het krentebrood sorteerde en de steentjes eruit haalde en hoe hij ’s winters tot de knieen door de sneeuw ging om de bestellingen weg te brengen. Verhalen vertellen dat kon Thijs! Pas op, NOOIT gelogen, maar wel altijd een beetje aangedikt, want een verhaal moet je wel kunnen brengen natuurlijk! En dat kon Thijs. Als er iemand wist hoe je een verhaal moest vertellen, dan was Thijs dat wel.

Gezin Piet van Haren en An Ariens, met kinderen Bets, Pietje, Dientje, Thijs en Willy

Na de lagere school zat Thijs een paar jaar op het seminarie, maar dat hield hij redelijk snel voor gezien, want pastoor worden was toch niks voor hem. Hij ging iets met chemie doen en bij Organon in Oss werken en later bij Rengers in Wijchen. Maar toen moest Thijs eerst het leger in en hoewel hij bij z’n kameraden zeer geliefd was en ze regelmatig allemaal in Balgoy kwamen mee eten, waren de meerderen zeker niet altijd tevreden met hem. Thijs zat nogal eens in de cel, omdat hij zich moeilijk gedeisd kon houden. Nee, gezag was niet Thijs z’n ding! Hij was eerder antiautoritair. En…, ik weet niet of de gemiddelde lezer dat weet, maar hij kon ook best eigenwijs zijn. De Balgoyse mensen zullen dat wel kunnen beamen denk ik. Thijs heeft aardig wat bazen en bedrijven versleten, deels omdat hij carrière wilde maken, maar misschien ook wel deels omdat het samenwerken met die bazen niet zo goed ging.

Toen vader Piet van Haren in Duitsland z’n geld ging verdienen, en de hele week van huis was, kreeg Thijs de verantwoordelijkheid voor d’n hof. Meer dan eens vertelde hij dat als zijn vader dan na een week weer thuis kwam, ze dan eerst een rondje door d’n hof maakten, en dan pas ging Piet naar zijn vrouw Anna kijken. Daar heeft Thijs de liefde voor het tuinieren opgedaan, want d’n hof was zijn grote trots. Vol overgave kon hij vertellen over de geweldige kolen, bonen en sla die hij had. Hij had wel honderd tomaten aan één struik! Z’n broer Wim had ze geteld; hij had weer overdreven, het waren er maar zevenennegentig. En van al wat hij teelde gaf Thijs de helft af aan een ander.

Op z’n eenentwintigste ging zijn Balgoyse kameraad, Bennie Overman, vrijen in Wijchen. Bennie had een meidje leren kennen, Trees heette ze, maar die was nogal jong en Bennie wist niet goed hoe die dat moest aanpakken. “Gewoon goan” zei Thijs, “ik goi wel mi”, en zo leerde Thijs de vriendin van Trees kennen, want die had voor de zekerheid ook maar haar vriendin meenenomen. Die vriendin heette Thea Hofman, en vorig jaar hebben Thijs en Thea samen nog hun 50-jarige bruiloft mogen vieren.

Piet van Haren en zoon Wim gaan werken (Bron: film Balgoyse minse 1965 van Cor vd Berg)

Nadat Thijs bij Rengers stopte zei z’n vader: “Jong got toch mi ons mi in Duitsland werreke, dor kunde goud geld verdiene”. En zo kwam Thijs in de bouw terecht, eerst als üpperman, en later als timmerman, verdiende hij zijn boterham in de bouw samen met zijn vader en z’n broers en later met zijn neven. Hij deed het graag, maar hij heeft er zich wel letterlijk kapot gewerkt, twee versleten nekwervels en drie versleten rugwervels en een versleten knie waren het gevolg, want half werk dat kende Thijs niet. As er iemand wist wat hard werken was, dan was dat Thijs.

gezin Thijs en Thea van Haren met zonen Martijn en Charles, mei 1999, bij voordeur Veldsestraat 11

En met hard werken hebben Thijs en Thea, samen met de rest van de familie, hun eigen huis aan de Veldsestraat gebouwd, waar ze meer dan 50 jaar gewoond hebben. Overal waar hij kon ging Thijs helpen en hij hoefde er nooit iets voor te hebben. Vaak bleef er bij Thijs en Thea thuis van alles liggen wat eigenlijk gedaan moest worden, omdat iemand Thijs vroeg of hij eventjes kon helpen. Thijs heeft altijd voor een ander klaar gestaan, een leven lang. “Hij was handig, maar als het dan een keer niet lukte, kwamen er ook wel eens uitspraken voorbij, die hier in de kerk niet herhaald kunnen worden”, zei zoon Martijn tijdens de uitvaart. Thijs was een hele sociale mens, zelfs op vakantie hielp hij mensen die hulp nodig hadden. Het gezin, Thijs, Thea en hun beide zonen Charles en Martijn, waren in Joegoslavie toen daar een windhoos door het dorp van de ober trok. Die stond in tranen te vertellen dat hij niet wist hoe het met zijn ouders was. De volgende morgen vroeg waren ze alle vier, inclusief de ober, onderweg dwars door joegoslavie om te gaan kijken hoe de situatie bij de ouders van de ober was. Zo was Thijs.

Thijs tussen de harmonieleden; helpen met opbouwen van de fancy fair in 2003
Pastoor Arts in dierentuin Noorder zoo Emmen, vlnr: Thea van Haren, zuster Petronella, Thijs van Haren en pastoor Arts, augustus 1996

Thijs heeft veel gedaan voor andere mensen, maar ook voor het verenigingleven in Balgoy was hij altijd in de weer. En niet alleen hand en spandiensten, nee, Thijs had een uitgesproken mening en was niet te beroerd om in diverse besturen het voortouw te nemen. Hij heeft de drumband mee opgericht, de carnavalsvereniging, waar hij nog 7 jaar voorzitter van is geweest en hij heeft er voor gezorgd dat het schoolbestuur zelfstandig werd van het kerkbestuur. Altijd met een groot rechtvaardigheidsgevoel en op zijn mond was hij ook niet gevallen, want hij zei wat hij vond, ook als dat niet altijd door iedereen in dank werd afgenomen. Maar daar had Thijs lak aan, hij gaf iedereen ongezouten zijn mening en daar moesten de mensen het dan maar mee doen. Hij heeft daarom misschien wel wat vijanden gemaakt in het leven, maar veel meer vrienden, want voor alles was Thijs een gezelligheidsliefhebber, die niets liever deed dan gezellig buurten met een pilske erbij. Ook bij de harmonie, waar hij een groot fan van was, heeft Thijs altijd meegeholpen met de rommelmarkt. Tijd kende hij dan niet; hij ging nooit naar huis, hij bleef liever nog eventjes zitten om een mooi verhaal te vertellen en op een gegeven moment natuurlijk zijn stem te laten schallen. Want zingen was het liefste wat hij deed. Hoewel hij het jammer vond dat zijn kinderen niet zongen, kwam Thijs wel trouw naar alle concerten luisteren waar Charles op de trombone en Martijn op de trompet muziek maakten. Behalve als hij zelf moest zingen, want dat ging altijd voor!

Het begon al vroeg thuis, waar de hele familie onder aanvoering van Piet van Haren zong. Zo werd Thijs al op jonge leeftijd “gedwongen” door de “ouwe Overman” om bij het kerkkoor te gaan, want “anders hoefde ie nie mer langs te komme”. Thijs zong veel en vaak en dat had gevolgen, want niet alleen in Balgoy, maar tot ver in de omtrek kenden ze de kwaliteiten van Thijs als zanger. Op vakantie was hij eens in een vreemde kerk en wou hij de akoestiek testen. Thijs zette de Panis in en de hele kerk viel stil en stond met open mond te luisteren naar die vreemde zanger. Thijs was een geweldige bas-bariton, die op het laatst bij vier koren zat, het AMDG in Nijmegen, de Bronzen Stemmen, Cantabile en in Balgoy in het koor. En als hij gekund had zou Thijs nog wel bij vier meer koren hebben kunnen zitten, want iedereen kende hem en wou hem bij zijn of haar koor hebben. Het zou dus inderdaad zomaar kunnen, zoals wel beweerd werd in Balgoy, dat Thijs 100 keer de nachtmis gezongen heeft.

Het gemengd zangkoor in Balgoy (2017)

Ongeveer zestien jaar geleden kreeg Thijs voor het eerst te maken met een levensbedreigende aandoening. Zijn aorta sprong en hij moest op stel en sprong geopereerd worden. Dat was de eerste keer dat Thijs door het oog van de naald kroop. “Maar ons pap was unnen taaie, die gaf het nie af, nog nie misschien”, zei Charles bij het afscheid in de kerk. Vervolgens kreeg Thijs blaaskanker, een levensgevaarlijke bacterieinfectie en longkanker. Maar hij vocht zich er elke keer weer bovenop en bleef altijd positief.

“Hij wilde ok noit gehuldigd worre”, zei Martijn. Een lintje zou Thijs geweigerd hebben en een kerkelijke onderscheiding ook, maar hij was wel erg trots op zijn vrouw Thea, toen die een koninklijke onderscheiding kreeg. Dat had ze wél dik verdiend, vond hij. Als voorzitter van het kerkbestuur en als voorzitter van het koor heeft Thijs verschillende kerkelijke onderscheidingen voor andere mensen aangevraagd, maar zelf …
“As ze van het bisdom nog te lamlendig zijn om uit Den Bosch te komme um um an te biede, dan meuge ze em van mijn hauwe”. En ook: “Ik zing vur mun plezier, doar hoefde nie vur onderscheide te worre. Doe mar gewoon, de’s meer as zat”, aldus Thijs.

Toen zoon Charles een paar weken geleden voorstelde om bij de begrafenis eens goed uit te pakken: “dan loate we ut Koor het Requiem van Mozart instudere, en dan regel ik een orkest, dan zulle we ut in de kerk es loate dondere”, toen schudde Thijs zijn hoofd en zei, “moi klein houwe”. Voor Thijs geen flauwekul. Thijs van Haren, die overal in de omgeving op begrafenissen ging zingen, die op ik weet niet hoeveel bruiloften voor niks ging zingen, wou zelf geen groots afscheid. Maar dat vonden Charles en Martijn niet goed tijdens de begrafenis: “Wij veinde de dizze mins, dun beste zanger die we kennen, een groots afscheid verdiend. En durrum willen wij jullie allemaol vroage um vur dizze mins te goan stoan vur un latste eerbetoon vur dizze prachtige Ballogoyse mins, vur Thijs van Piet van Sjarreltjes” En zo kreeg Thijs een welverdiend staande applaus als laatste eerbetoon van iedereen in de kerk. Een mooiere en uniekere onderscheiding had niemand kunnen bedenken.

Bron: In memoriam uitgesproken door de broers Charles en Martijn van Haren tijdens de uitvaart van hun vader Thijs van Haren op 9 december 2019 in de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

Voor mensen die een lichtpuntje verdienen in soms donkere dagen: Mazing Joy

Een lichtpuntje in deze soms donker dagen

De straten van Overasselt, Nederasselt en Balgoy zijn op de vroege vrijdagavond na kerstmis schemerig, stil en leeg. Iedereen is aan het bijkomen van de drukke feestdagen. Ik zat nog even de foto’s te bekijken van de knutselende kinderen, die een mooie ster aan het maken waren en de mooie kindvriendelijke kerstviering van kerstavond. Dan wordt de stilte doorbroken in de Hoeveweg door “Stille Nacht”. Het koor Mazing Joy staat op de oprijlaan van de overburen en zingt kerstliederen. Zij brengen, evenals vorig jaar, een aantal bezoekjes aan mensen die wel een lichtpuntje verdienen en gebruiken kunnen in deze soms donkere dagen. Dit jaar staan er 12 mensen op hun lijstje om te bezoeken.

Onder de bezielende leiding van Ilja van Luijk worden bij de spontaan aangestoken vuurton een aantal bekende kerstliederen gezongen, begeleid door twee gitaren. Volgens mij is het koor vorig jaar begonnen met dit initiatief. Een geweldig initiatief! “Het is heel leuk om te doen”, zegt een van de koorleden. “Het is heel mooi om te zien hoe de mensen reageren”, vindt een ander koorlid. “Na verloop van tijd zie je meer en meer nieuwsgierige buren verschijnen”, zegt ze, “Of luisteren mensen met tranen in de ogen.’’ 

Koor Mazing Joy is opgericht als katholiek kerkkoor en ze zingen gemiddeld drie keer per maand in de vieringen van Balgoy en Nederasselt. Maar daarnaast richten ze zich ook op het ontwikkelen van (inter)culturele muzikale voorstellingen met een boodschap, vaak gekoppeld aan een goed doel. Denk daarbij aan het uitvoeren van musicals en het verzorgen van vredesconcerten. Naast kerkdiensten in Balgoy en Nederasselt werken ze mee aan bruiloften en uitvaarten, en aan koren- en kerstfestivals. Ze vormen met 25 leden een meerstemmig koor voor jong en oud, bestaande uit sopranen, hoge en lage alten en bassen, dat met begeleiding van piano, gitaar en accordeon – en soms ook met gastmuzikanten, waaronder harmonie “Kunst en Vriendschap” uit Balgoy – voor een professionele uitvoering zorgt. Het repertoire is breed en loopt uiteen van pop tot gospel en van jazz tot klassiek. Het koor werd op 3 september 2005 officieel opgericht en komt voort uit de kerkkoren Astrilde in Balgoy en Voices in Nederasselt. Deze dorpen liggen aan de Maas. Vroeger werd er ‘Maze’ geschreven. Je kunt de naam ook lezen als ‘mee-zing-plezier’. De bedenker van de naam was Ries van Haren.

Dit is nu wat kerstmis meer maakt dan een gezellig familiefeestje met cadeautjes onder de kerstboom. Vergis je niet, ik ben dol op gezellig samen zijn met familie, leuke mensen en al helemaal op lekker eten. Maar voor mij draait kerst toch om meer. Om lichtpuntjes zoeken in de duisternis. Om aandacht voor elkaar, het brengen van wat hoop in een soms grimmige wereld. Kerstmis 2019 is voor mij geslaagd door de stralende sterren die de Balgoyse kinderen gemaakt hebben en de bezoekjes van Mazing Joy aan mensen die een lichtpuntje kunnen gebruiken. Zalig Kerstfeest en laat het nieuwe jaar maar komen!

In memoriam Jan van Beuningen 1946 – 2019

Jubileumconcert 100 jaar Kunst en Vriendschap mei 2019 (Bron: Rona Laurant)

Herinner mij, maar niet in sombere dagen
Herinner mij, zoals we elkaar in mooie tijden zagen
Herinner mij, in de stralende zon
Herinner mij, toen ik alles nog kon

Donderdag 7 november jongstleden kreeg ik het droeve bericht dat Jan van Beuningen is overleden.

Jan was een trouw en fanatiek lid van harmonie Kunst en Vriendschap, die met zijn kwaliteiten jarenlang een visitekaartje was voor harmonie en drumband. Met zijn 73 jaar was Jan een van de oudere leden. Samen met de andere leden van de harmonie en ook alleen, maar dan wel in het KeV uniform, liet hij zien dat de muziekvereniging de naam Kunst en Vriendschap met ere draagt en dat de leden doen wat in de statuten staat, namelijk “Zo goed mogelijk bijdragen aan het gemeenschapsleven te Balgoy, in de gemeente en omgeving door de bevordering van de beoefening van instrumentele muziek”.

Jan verving de dirigent bij serenades

Jan was lid van Kunst en Vriendschap sinds 1961, uitgegroeid tot een vaste kracht en leider van de trompetsectie van de harmonie. Hij verving de dirigent als die niet aanwezig was bij serenades en culturele opluisteringen. Iedereen in de HaFa-wereld, tot in de verre omgeving wist wie Jan van Beuningen was. Hij werd altijd gevraagd voor het taptoe-signaal, vanuit het dakraam van toenmalig bakkerij van Dorst op de Markt in Wijchen.

Taptoe-signaal vanuit het dakraam van bakkerij van Dorst

Hij werd gevraagd voor de Last Post bij dodenherdenking en de herdenking van Market Garden in Wijchen. Behalve de harmonie had Jan nog een passie, de hofkapel. Als kapelmeister, in de voetsporen van vader Thé van Beuningen senior, is Jan jarenlang het gezicht geweest van de Ruisende Knotwilgen. Het was ook Jan die na afloop van bijna ieder concert, zijn trompet weer uit zijn koffer haalde om, samen met een aantal andere leden, al dweilend, de avond nog eens extra muzikaal af te sluiten.

Carnaval 2006

De laatste jaren zijn voor Jan niet gemakkelijk geweest, vanwege zijn gezondheid. Zijn gezin, de verbouwing en zeker ook de harmonie hielden hem op de been. Als Jan maar half kon, zat hij weer op zijn stoel achter de lessenaar op de repetitie of was hij van de partij bij een concert. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn op die repetitieavonden. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn tijdens alle concerten en andere activiteiten. Jan is onlosmakelijk verbonden met harmonie en drumband, met de vereniging. Ze zullen zijn kennis en ervaring moeten missen. Ze missen die nu al. 

Mooier en meer herkenbaar kan Jan’s verbondenheid met muziek niet duidelijk worden gemaakt dan met de trompet, zijn eigen trompet, die op de rouwkaart staat. Muziek en muziekvereniging vervlochten met leven, gezin en familie van Jan. Opgegroeid met muziek, van vader op zoon, van generatie op generatie is en wordt nog steeds het KeV-gevoel doorgegeven binnen de familie van Beuningen. Jan, jouw liefde voor de muziek klinkt nu door in de instrumenten van Patricia, Silke en Jelle.

Koninklijke onderscheiding tijdens de taptoe in Wijchen

Jan werd onderscheiden vanwege zijn bijdrage, niet alleen aan de harmonie, maar aan de hele Balgoyse en Wijchense gemeenschap. Trots was Jan op zijn koninklijke onderscheiding, die hij in 2008 ontving tijdens de taptoe en misschien nog wel meer trots was hij op de KeV-speld als lid van verdienste van Kunst en Vriendschap, die hij opgespeld kreeg in 2004. Wat is de vereniging ook blij dat ze donderdag 31 oktober, een week voor zijn overlijden, Jan thuis in zijn vertrouwde eigen omgeving, nog erelid heeft mogen maken. Het was een bijzondere en emotionele gebeurtenis, die de vereniging zal blijven koesteren.

Kunst en Vriendschap tijdens optreden in theater ’t Mozaiek te Wijchen met Jan van Beuningen links midden in de trompetsectie (bron: Antonie van den Heuvel)

Jan van Beuningen zal herinnert blijven als een warme gezellige Balgoyse mens, een gedreven en fanatieke muzikant en verenigingsman, voor wie niets te veel was en die altijd voor iedereen klaar stond.

Lars van Haren verhuist van Keent naar Nederasselt

Deze blog gaat over een e-mail die ik ontving met vragen over Balgoyse en Keentse voorouders. De vragensteller, Leo van Stippent, weet dat zijn grootvader Laurentius Petrus van Haren in 1880 is geboren in Keent op nummer B9 en zijn grootmoeder, Francina Derks in 1883 in Keent op B28. In 1909 is hun oudste zoon geboren in Nederasselt 150. Hun derde kind in 1911 in Nederasselt 145. De moeder van Leo, de tiende is eveneens geboren in Nederasselt 145. In 1930 overlijdt zijn opa in Nederasselt 146. In 1936 verhuizen ze naar Wijchen. Leo’s moeder heeft altijd aangegeven dat ze uit Keent kwam en in Nederasselt naar school ging. Leo heeft ook gelezen dat een deel van Balgoy onder Nederasselt viel.
Bij hem roept dit een aantal vragen op. Is er regelmatig een nieuw huisnummer toegekend of is het gezin enkele keren verhuisd? Is er meer bekend over hun huis of huizen?

vlnr. : Frans, Ciska en Nel van Haren. Drie van de kinderen van Lars van Haren en Sien Derks. De foto is gemaakt in Keent.

De zoektocht van Leo begint in de jaren 80 van de 19e eeuw. Toen werden zijn grootvader en grootmoeder geboren in Keent, op B9 en B29, respectievelijk. In die tijd vormden Keent en Balgoy samen een gemeente en die was ingedeeld in twee wijken. Wijk A begon bij het kasteel van Balgoy en volgde de Molenweg ongeveer tot aan de Keentse Molen. Wijk B begon waar wijk A ophield en besloeg Keent en eindigde in de Hoogveldsestraat. In 1840 heeft de gemeente Balgoy 69 huizen met 406 inwoners, verdeeld in het gelijknamige dorp 29/171 (= huizen/inwoners) en de buurtschap Keent 40/235 (opmerkelijk dat de buurtschap Keent in die tijd groter was dan de hoofdplaats van de gemeente!). Tegenwoordig heeft het dorp ca. 280 huizen met ca. 700 inwoners. De geboorteaktes van beide grootouders uit de burgerlijke stand van de gemeente Balgoy en Keent vindt u hieronder.

Geboorteakte gemeente Balgoy en Keent, geboren Laurentius Petrus van Haren in Keent op 22-2-1880, Wijk B no 9
Geboorteakte gemeente Balgoy en Keent, geboren Francina Wilhelmina Derks in Keent op 24-10-1883, Wijk B no 28

De boerderij van Johannes van Haren, de vader van Laurentius Petrus van Haren stond aan de Molenweg, Wijk B (Keent), nr. 9. Johannes overlijdt op 31 december 1885. Hij was wethouder, landbouwer, tapper, winkelier en karman (Bevolkingsregister Balgoy en Keent 1860-1890). In mei 1886 kwam Johannes Kersten er wonen, landbouwer die er ook een winkel en café runde. Het café van Kersten is bekend geworden door de Keentse kermis die er jaarlijks was. Het wijknummer B9 werd in de tussentijd wel B10(C).

Bevolkingsregister Balgoy en Keent 1890 – 1923 met daarin de informatie dat Johannes Kersten vanaf 1886 in Wijk B nr 10C is komen te wonen. Ook is te zien dat B9 is doorgestreept.

In het bevolkingsregister van Balgoy en Keent 1890 – 1923 is ook echtgenote van Johannes van Haren, Johanna van Aanhout terug te vinden op blad 2. Zij woont dan ook nog steeds in Wijk B nr 10. In juli 1906 verhuizen Laurentius Petrus, hij is dan al 26 jaar, en zijn moeder Johanna van Aanhout naar de gemeente Overasselt (Bevolkingsregister Balgoy en Keent 1890-1923). Francina Wilhelmina (Sien) Derks en Laurentius Petrus (Lars) van Haren zijn op 23-04-1908 getrouwd in Balgoy.

De weduwe van Johannes van Haren, Johanna van Aanhout blijft, na het overlijden van haar man, in Keent wonen op B10 met twee zonen en twee dochters. In 1906 vertrekt ze uit Keent en gaat naar de gemeente Overasselt.

Het huis, weliswaar danig verbouwd, staat er nog steeds (zie Google Maps). Het geboortehuis van Francina Wilhelmina Derks was helemaal aan de andere kant van Keent te vinden, aan Den Dijk. Dit huis is volgens het kadaster in dienstjaar 1930 gesloopt en het perceel in 1935 verkocht aan de Staat der Domeinen. Nu is er op die plek geen bebouwing meer.

Google Maps kaart waarin toenmalige Wijk B nr. 9 (Gemeente Balgoy en Keent) is aangegeven
huwelijksakte gemeente Balgoy en Keent, getrouwd Laurentius Petrus van Haren en Francina Wilhelmina Derks

Johanna van Aanhoud, de moeder van Lars van Haren is op 9 juli 1909 ’s morgens om 9 uur “in nummer 150 te Nederasselt” overleden volgens de overlijdensakte van de burgerlijke stand. Ook het eerste kind van Lars en Sien wordt in 1909 geboren op nummer 150. We mogen dus wel aannemen dat het gezin van Keent naar Nederasselt, nummer 150 is verhuisd. Uit het bevolkingsregister van Overasselt, bevolking 1880 – 1900 (klapper) kunnen we opmaken dat de hoge nummers van Nederasselt bij het buurtschap Hoogveld horen, dat aan Keent grensde. In 1840 heeft de gemeente Overasselt 211 huizen met 1.500 inwoners, verdeeld in het gelijknamige dorp 21/146 (= huizen/inwoners) met de buurtschappen Schoonenberg 34/240, Worsum 23/161 en De Heide 25/207 en dorp Nederasselt 19/134 met de buurtschappen De Molen 25/173, Eindsche of Einsche 34/223 en Hoogveld 30/216. Opvallend is dat de buurtschappen destijds qua huizen- en inwonertallen groter waren dan de dorpen waaronder zij vallen.

We weten dat Laurentius Petrus van Haren in 1906 is verhuisd naar Nederasselt. Toch wordt hij al wel genoemd in het bevolkingsregister van Overasselt 1880-1900. Hij zou in wijk B (Nederasselt) wonen op nummer 145. Het bladnummer 349 is alleen nog niet beschikbaar.

Jammergenoeg is het bevolkingsregister van Overasselt na 1900 nog niet digitaal beschikbaar, dus is verder zoeken nog lastig. Waarom Laurentius Petrus van Haren al wordt genoemd in het bevolkingsregister 1880-1900 is niet duidelijk en onlogisch en dat hij dan op nummer 145 staat geregistreerd en niet op nummer 150, suggereert dat, net als in Balgoy en Keent, ook in Nederasselt de huisnummering soms verwarrend kan zijn. Dat Laurentius Petrus in 1930 overlijdt in Nederasselt op nummer 146 maakt het nog verwarrender. Misschien dat iemand die bekend is met de historie van Nederasselt meer weet over de woonlocatie van het gezin Laurentius Petrus van Haren.

Overlijdensakte van Laurentius Petrus van Haren in 1930

Op de website van de Historische Vereniging Tweestromenland, bij de werkgroep Maas en Waalse Geslachten staat een parenteel van Sigbertus van Haren. Hierin komen de hierboven genoemde families ook voor.

In memoriam Ries van Haren 1938 – 2019

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)
Rouwadvertentie Ries van Haren

Op Zondagmorgen 3 november werd ik gebeld met het bericht dat Ries van Haren was overleden, een dag nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen en een plek had gekregen in verpleeghuis Waelwick in Ewijk. Een echte Balgoyse mens was toch nog onverwachts overleden. Ries was niet alleen Balgoyse mens en boer, maar ook een echte familiemens, echtgenoot, een vader, een opa, die boven alles zijn familie om hem heen wilde en met iedereen vriend wilde zijn. Hij vond het ook geweldig dat de boerderij omgebouwd was tot een mantelzorgwoning, hoewel hij die zelf zo nooit genoemd heeft.

Kaft van het eerste boek van Ries bij gelegenheid van 100 jaar Boerenbond in Nederasselt, Balgoy en Keent

Naast zijn boer zijn, was Ries van Haren ook de dorpsdichter en verhalenschrijver en verteller van de Balgoyse en Keentse geschiedenis en taal. Ries kende de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeerde op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de zes boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Het boek “Ballegoyse minsen” uit 1999

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Zeven jaar geleden, in 2012, verscheen “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen in dichtvorm wordt hun herinnering levend gehouden.

“Marga’s huwelijk met de Heer van Wiechen”, Ries’ laatste boek

Ries van Haren schreef, volgens zijn eigen zeggen, zonder moeilijke woorden. Met de gedichten en verhalen probeerde hij op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden. Teksten met nostalgie en maatschappelijke betrokkenheid, maar bovenal met optimisme en humor. In zijn laatste boek, waarin eerder in krant en carnavalsgids gepubliceerde verhalen over de Ballegoijse Marga die trouwt met de Heer van Wiechen herschreven zijn, herkennen we die elementen zeker terug, maar het is ook een unieke kijk op de hele Balgoyse gemeenschap en de relatie met de gemeente Wijchen, die formeel begonnen is na een gemeentelijke herindeling in 1980. Ries koos voor een andere vorm dan zijn eerdere boeken, een versmelting van fictie en feitelijke gebeurtenissen. Verder bevat het boek een groot aantal foto’s van Paul Berben die een beeld geven van het maaslandschap in de periode die door Ries in het boek beschreven wordt en dat hem zo dierbaar was.

De liefde van Ries voor Balgoy en zeker ook voor Keent is gemakkelijk te verklaren. In januari 2018 schreef ik daarover al eens een blog naar aanleiding van een uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West. Daarin stond een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

Bertuske Kocken was de opa van Ries, van zijn moeders kant. Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot”. Ook Ries’ vader, Jo van Haren, heeft in Keent gewoond. De familie van Haren en de familie Kocken zijn in de zomer van 1936 verhuisd naar Balgoy. Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd en heeft er de rest van zijn leven gewoond en gewerkt.

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956
Ries van Haren (rechts) tijdens vergadering van heemkundekring “Pagus Balgoye”

Ries van Haren was zoals gezegd een maatschappelijk betrokken Balgoyse mens, die enorm hield van zijn boerenleven en de natuur om hem heen. Maar hij is ook lid van het school- en kerkbestuur geweest, hielp als kerkhofwerker om het kerkhof en de omgeving van de kerk schoon te houden, hij was tot het laatst toe actief in het gemengd zangkoor en een trouw lid van de heemkundekring “Pagus Balgoye”. Wanneer dat bij opruimen of opbouwen van pas kwam, bracht Ries zijn tractor mee. Harmonie Kunst en Vriendschap kon altijd terecht bij Ries in de Holtse Hoek als ze opslagruimte nodig hadden voor rommelmarktspullen.

“Ik ben blij de ge al zoveul van mijn geleerd hed” zei Ries bij de boekpresentatie van mijn Balgoyse boek “Boeren, burgers en buitenlui” tijdens Open Monumenten Dag 2017 bij de Oude Toren. Het was een eer en mijn grote wens dat Ries als geboren en getogen Balgoyse mens bij die boekpresentatie een exemplaar uitreikte aan nieuwe inwoners van Balgoy. Het zijn mensen als Ries, die voorbeeld zijn voor Piet’s Blog. De weblog over Balgoy en de Balgoyse minse.

Ries reikt als geboren en getogen Balgoyse mens een exemplaar uit van “Boeren, burgers en buitenlui” aan de nieuwe inwoners van Balgoy, Antonio en Carolina Gasquez

Ries van Haren, die we gekend hebben als familie of als Balgoyse mens, is overleden. Sindsdien klinkt zijn naam meer dan ooit. Op onverwachte momenten duikt de naam op: als het gaat over iets wat hij graag deed, of bij activiteiten in ons dorp. We koesteren de naam met herinneringen. Elke dag zijn er wel herinneringen, ze komen vanzelf bovendrijven. De ene keer doordat je iets persoonlijks tegenkomt, de andere keer doordat je het er samen met anderen over hebt. Sommige dingen ben je misschien vergeten of heb je verder weggestopt – oh ja, nu je het zegt, dat was ook zo…. Iedereen heeft zo zijn eigen herinneringen. Herinneren wordt een actief werkwoord als het ons lukt, onze herinneringen levend te houden. “Herinneren” wordt dan “Gedenken”. “Gedenken” is: gaande houden, bij het nu betrekken, niet verloren laten gaan. Dat is wat we moeten doen, Ries blijven betrekken bij het leven, bij ons leven. Zijn gedichten en boeken zullen daarbij zeker helpen.

Gedachtenisprentje Ries van Haren