In wikipedia gelezen: kerk weg en toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd

Regelmatig komen er vragen binnen via de website van Pagus Balgoye. Meestal betreft het vragen over waar mensen hebben gewoond in Balgoy of informatie over bepaalde familierelaties. Dit keer betreft het informatie over de kerk van Balgoy.
De vraagsteller, dhr van Tienen, is bezig met een overzicht over 200 jaar geschiedenis van hun bouwbedrijf, B.F.van Tienen te Nijmegen (1). Uit overlevering weet dhr. van Tienen dat hun bedrijf gewerkt heeft aan de kerk of toren van Balgoy. Zijn inschatting is dat het geweest moet zijn in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Hij wil graag weten of dit ook zo is. In het archief van het bouwbedrijf is daar helaas niets over te vinden en in wikipedia had hij gelezen dat de kerk er al niet meer was en dat de toren in het begin van de oorlog zwaar beschadigd was.

1Om mee te beginnen – en dat zal weinigen verbazen – de kerk staat er nog steeds. De roomkatholieke kerk Johannes de Doper aan de Boomsestraat, een ontwerp van de Tilburgse architect Jan van der Valk, werd in 1914 gebouwd. Het is een belangrijke kerk in neoromaanse en neogotische vormen, met toren. Gebouwd ter vervanging van een vroegere kerk, waarvan de middeleeuwse toren nog elders in het dorp staat. Het ontwerp sluit aan bij de wensen van de Liturgische Beweging (zgn. volkskerk) van begin twintigste eeuw: vergrote viering in de vorm van een onregelmatige achthoek. Grotendeels houten overwelving van het interieur; het gewelf over de viering bevat een bovenlicht. Mede doordat dit één van de laatst overgebleven kerken naar ontwerp van architect J. van der Valk is, heeft deze kerk een extra zeldzaamheidswaarde. De enige andere nog bestaande, en als kerk in gebruik zijnde, kerk van deze architect is de O.L. Vrouw Moeder van Goede Raad in Tilburg-Broekhoven (2).

Kerk beschadigd 1940

De Johannes de Doperkerk werd zwaar beschadigd na beschieting door Nederlandse militairen in 1940 

De toren van de kerk werd inderdaad zwaar beschadigd in het begin van de oorlog, zoals dhr. van Tienen gelezen had in wikipedia. Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit en vielen de Duitsers ons land binnen en dit had ook voor Balgoy gevolgen. In het Registrum Memorial Parochiae de Balgoy, Keent et Dimidia Parte Page Neerasselt Cum de “de Wegelaar” 30 Martii 19010 (3) wordt dit beschreven door de toenmalige pastoor van Balgoy, pastoor K.J. Aarts. Een memoriale (memoriaal) is een aantekenboek waarin men achtereenvolgens lopende zaken vermeldt. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere.

Kerk beschadigd 1940

Beschrijving van de poging van Nederlandse militairen om in mei 1940 de toren van de kerk op te blazen in het Registrum Memorial Parochiae. De tekst aan de onderkant is commentaar van Wim Verhoeven over additionele schade aan vijf woningen in Balgoy.

Zoals hierboven door pastoor Aarts beschreven, waren de beschadigingen aan de kerk van dien aard dat de kerkelijke diensten moesten worden gehouden in een zaal van het patronaat. Begin 1941 kwam het bericht dat de kerk hersteld zou worden. De kosten werden betaald door het Departement van Defensie en bedroegen 16.613 gulden. Het werk werd onderhands gegund aan de firma Thijsse Klaassen en Wessels uit Wijchen (3), dus hier was bouwbedrijf B.F. van Tienen niet bij betrokken.

Pastoor Aarts overleed in november 1957 en precies een jaar later werd Hendrikus Gerardus Remy de nieuwe pastoor van Balgoy. Toen pastoor Remy met de hulp van het bisdom de boekhouding inventariseerde, bleek de situatie niet erg rooskleurig. Hij schreef zelf in het Registrum Memorial Parochiae “dat alles nog niet zo mee viel”.

Verbouwing kerk 1959

Detail uit het Registrum Memorial Parochiae in 1959

Er werd een inventarisatie gemaakt van de staat van de kerk en pastorie met een globale kostenraming van de uit te voeren werkzaamheden (4). De gebouwen waren aan een noodzakelijke reparatie toe ter waarde van 56.000 gulden. In het Registrum Memorial Parochiae 1959 kunnen we lezen wie het werk gegund werd, waarbij we kunnen vaststellen dat dhr. van Tienen een goede inschatting heeft gemaakt. Het “hout en metselwerk” werd uitgevoerd door B.J. van Tienen uit Nijmegen.

Verbouwing kerk 1959

Aanbesteding van de noodzakelijke reparaties aan kerk en pastorie

Het bisdom nam het merendeel van de kosten voor haar rekening, maar Pastoor Remy wist toch ook op allerlei manieren en met ludieke acties de parochianen te stimuleren om bij te dragen in de kosten. Hij startte o.a. een verjaardagsactie, waarbij parochianen werd gevraagd om een cent te doneren voor ieder jaar dat men oud was. Maar ook zelf leverde hij salaris in; de maandelijkse bijdrage voor de pastoor van 1700 gulden werd verlaagd tot 1200 gulden en het verschil werd een bijdrage voor de kerk (5).

Bronnen:

  1. Website van BF VAN TIENEN AANNEMERSBEDRIJF B.V.
  2. Website van ReliWiki.nl
  3. Ter Herinnering: Renovatie 1997 Kerk Balgoy, Wim Verhoeven
  4. Inventaris van het archief van de parochie H. Johannes de Doper Balgoij (2012) J.P.H. Daverveld
  5. 75 jaar Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven

Ries van Haren staat met twee benen in Keent

In de laatste uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West, staat een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

image081

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

In de vier generaties tellende stamboom (kwartierstaat) van Ries hieronder kun je zien dat Bertuske Kocken de opa van Ries was van zijn moeders kant.

stamboom_Ries_van_Haren_4_generaties

De kwartierstaat van Ries van Haren met vier generaties

Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot” (Met een morgen wordt een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen is meestal iets minder dan een hectare groot. De precieze grootte is echter streekgebonden.). Ries kent de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeert op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de vijf boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Landleven met Ries Gelderlander 2007

Ries van Haren, met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Vijf jaar geleden verscheen in 2012 “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen wordt hun herinnering levend gehouden.

geboorte_Bertus_Kocken_in_Overangel

Geboorteakte Lambertus Henricus (Bertus) Kocken, Herpen 1867

Wie was Bertus Kocken? Hij werd in 1867 geboren in het gehucht Overlangel, zoals in zijn geboorteakte staat vermeld. Zijn vader Emericus Kocken woonde op B125 in Overlangel, eigenlijk vlakbij maar wel gescheiden door de Maas.

Keent en Overlangel.png

Keent en Overlangel werden gescheiden door de Maas in die tijd.

Op 17 mei 1893 trouwt Bertus in Overasselt met Maria (Mieke) Coelen, een naaister, en ze gaan in Nederasselt wonen. Daar worden ook hun zes kinderen geboren, waaronder in 1900 Hendrika (Drieka), de moeder van Ries van Haren. Op “den zestienden Januari dezes jaars,  des middags ten drie uren, in nummer achtentachtig te Nederasselt” staat er in de geboorteakte.

geboorteakte_BS_Hendrika_Kocken

Geboorteakte Hendrika Kocken, Overasselt 1900

image662

Marinus van Haren in de boerderij aan de Eindsestraat

Nummer 88 in Nederasselt is de boerderij waar lang Marinus de Kriemel (van Haren) heeft gewoond aan de Eindsestraat (nu Eindsestraat 24A en 24B). Bertus werkte als boerenknecht in Nederasselt bij van Tienen. Volgens het bevolkingsregister van Balgoy 1890-1923 is Bertus naar Keent verhuisd op 2 mei 1906. De reden van de verhuizing is volgens Ries van Haren dat hij gevraagd werd om in het Keentse boterfabriekje te komen werken. Bertuske wilde wel, maar om van Nederasselt naar Keent te lopen elke dag vond hij toch te veel werk. Er stond een boerderijtje te koop aan de Kapelstraat, maar Bertuske vond het wel erg duur. Gelukkig dat Grad Schamp en Hent de Mulder (Willems, de toenmalige molenaar) garant wilden staan, dus ging hij verhuizen.  Het adres van Lambertus Henricus Kocken, zoals Bertuske staat vernoemd in de meeste bronnen,  is dan C14. Wanneer de gemeente Balgoy opgaat in Overasselt (1923) wordt dat in eerste instantie D14 en daarna wordt het nummer veranderd in C70 (zie kaartje hieronder).

detail_kaart_Keent_1930

Detail van kaart Keent uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met adressen uit het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931

Het is een boerderijtje aan het begin van de Kapelstraat. Volgens Ries in zijn gedicht is het een keuterijtje van anderhalve morgen groot, dat net genoeg opleverde om hun zes kinderen te eten te geven. Het was omringd door smalle droge sloten, waarlangs een rij oude walnoten stonden, met verder sterappels, pruimen en verschillende soorten peren. Daar omheen stond ook nog een meidoornhaag. Verder hadden ze een grote moestuin en 5 akkertjes land voor rogge, haver, gerst, mangelen en piepers. Met twee kuuskes, drie varkens, twaalf kippen en een sana geit was de keuterboerderij compleet. In de zomer van 1936 verhuizen Bertus en Drieka naar Woort (Wijchen), Bertus is dan 68 jaar oud. In 1940 doet Bertus aangifte van het overlijden van zijn vrouw, Maria Coelen bij de gemeente Wijchen. Zelf overlijdt Bertus in Wijchen op 14 mei 1954, hij is dan 87 jaar oud en in de overlijdensakte staat dat zijn beroep op dat moment koster is.

BS_Wijchen_1940_004528045_02443

Overlijdensakte van Maria Coelen

image285

Mathijs van Haren (Sjarreltje) met vrouw en dochter Til naar de kerk (1941)

Sigbertus Gerardus (Bertus) Schamp was de buurman van Bertus Kocken in Keent, want die stond in het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt 1924-1931 geregistreerd op nr C71, waarbij D15 was doorgestreept. In Balgoy 1890 – 1923 was het C15, dus de nummering is van C15 -> D15 geworden en daarna C71. Bertus was de vader van Piet Schamp die later op de Hoeve in Balgoy ging wonen. Naast Bertus op C72 woonde Mathijs (Thijs) van Haren (Sjarreltje). In het bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923 woont de vader van Mathijs van Haren, Sigbertus Antonius (Siebert) van Haren niet op dezelfde plek als Mathijs in de periode 1924-1931. Het adresnummer C31 is doorgestreept en is C36 geworden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931 was het eerst D36, daarna C49 en uiteindelijk C53. Deze boerderij ligt ook in Keent en zelfs dichtbij de drie andere woningen (zie kaartje).

Bidprentjes

Bidprentje Thijs van Haren, overleden in Balgoy 1957

Ook Mathijs van Haren en diens vader Siebert komen voor in de stamboom van Ries van Haren. Mathijs van Haren is de opa van Ries van vaders kant. Johannes Si(e)gbertus (Jo) van Haren, zoon van Mathijs en de vader van Ries, werd op 2 juni 1901 geboren in Altendorf (Duitsland). Uit het bevolkingsregister van Reek, 1880-1910, blijkt dat Jo tussen 1903 en 1905 in Reek heeft gewoond, Sectie B nr. 47. Mathijs van Haren, geb 3-12-1873, en Huberdina Toonen Dekkers, geb. 17-10-1874, zijn 30 maart 1905 vanuit Reek naar Keent gegaan met 4 kinderen, Wilhelmina Petronella Antonia, Johannes Siegbertus, Petronella Antonia Wilhelmina en Siegbertus Johannes (Bevolkingsregister Reek 1880 – 1910). In 1906 woonde het gezin in Keent, want daar werd dochter Anna Maria geboren. Ze waren al getrouwd in Balgoy op 13 april 1899. In de zomer van 1936 (in dezelfde tijd als Bertus Kocken) verhuist het gezin Mathijs van Haren naar de Houtsestraat (Holtsehoek) in Balgoy. Mathijs overlijdt in 1957.

Zoon Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd.

image082

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956

Jo overleed op 9 augustus 1978 en Drieka overleed op 8 februari 1985.

Bidprentjes

Bidprentje Jo van Haren

Kocken19850208

Bidprentje Drieka Kocken

 

 

 

 

 

 

 

Keent 1930 - 2015

Keent toen en nu. De boerenfamilies Kocken (C70), Schamp (C71) en van Haren (C72, C53) in het begin van de 20e eeuw en hoe het er nu uitziet.

Bronnen:

Honderd jaar gemeente Balgoy en Keent

Vrijdag laat in de middag komt Thijs van Haren de oprit op rijden. “Ik heb iets voor jou”, klinkt het uit de auto. “Handgemaakt en het gaat over de gemeente Balgoy en Keent”.

Foto op 5 nov. 2017 09_48_40

Jacob_Kuyper_(1821-1908)

Kuyper (1883)

Het blijkt de bekende Kuyperkaart van de gemeente Balgoy en Keent, die deels is ingekleurd. Aan de onderkant staat dat de gemeente toentertijd 640 bunders groot was en 400 inwoners telde. Jacob Kuyper tekende in de jaren 1865-1870 kaarten van alle 1200 Nederlandse gemeenten en publiceerde die als atlas (De Gemeente-Atlas van Nederland). De atlas werd in 1871 uitgegeven door Hugo Suringar te Leeuwarden. De originele kaartjes van de Nederlandse gemeenten, ook die van de gemeente Balgoy en Keent, uit die periode zijn nog steeds verkrijgbaar met een certificaat van echtheid (kosten 60 euro). Het kaartje van Balgoy en Keent is 18 x 14,5 cm groot.

De gemeente Balgoy en Keent heeft tot 1 mei 1923 bestaan. Voordat het een gemeente werd was het een heerlijkheid. De laatste die het kasteel van Balgoy kocht en heer werd van de heerlijkheid was Bernhard van Rappard van Balgoy in 1780. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde. Het ambt van Maas en Waal kreeg een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden formeel opgeheven. Toch bleef de heer van Balgoy en Keent het voor het zeggen hebben, want Gerrit Arnoldussen werd in die periode nog benoemd tot buurmeester van Balgoy en Keent. In die tijd deed de heer het bestuur van het dorp samen met afgevaardigden van de inwoners die land hadden, de geërfden. Voor de dagelijkse gang van zaken konden zij een schout en buurmeesters aanwijzen. De laatste heren van de heerlijkheid Balgoy en Keent, Bernhard van Rappard (overleden in 1819) en diens zoon Coenrad Willem Le Mercier van Rappard waren tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent. Jhr. Coenraad Willem was heer van Balgoy en Keent en schout van Balgoy en Keent vanaf 1817, lid raad van Nijmegen vanaf 1819 en heemraad (polderbestuurder) van het land tussen Maas en Waal). Hij overleed op 49-jarige leeftijd te Nijmegen op 16 september 1824.

004487118_00188

Overlijdensakte gemeente Nijmegen van Jhr Coenraad Willem le Mercier van Rappard;  dit overlijden markeert misschien wel het einde van de heerlijkheid Balgoy en Keent

In de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen en vanaf 23 november 1824 werd vervolgens Mr. Pieter Hendrik de la Court (1778-1848) bij Koninklijk Besluit benoemd tot schout van de gemeente. Het Rivierpolder reglement van 1838 maakte in feite een definitief einde aan de heerlijkheid Balgoy en Keent. Toch blijft ook in de jaren daarna de naam heerlijkheid Balgoy en Keent een veel gebruikte naam voor de zelfstandige gemeente. De la Court werd op zijn verzoek bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1830 eervol ontslag verleend en Henricus van Lunen werd tegelijkertijd benoemd tot “heer van de heerlijkheid”. Zelfs in 1840 wordt bijvoorbeeld nog gesproken van de gemeenteraad van de heerlijkheid Balgoy en Keent.

Het bestuur van de gemeente Balgoy en Keent, nadat de heerlijke rechten werden afgeschaft, was geen vanzelfsprekendheid en al in 1829 tijdens de raadsvergadering werd de mogelijkheid van vereniging met de gemeente Overasselt besproken. Een meerderheid van de gemeenteraad wilde toch onafhankelijk blijven. In 1850, nadat Henricus van Lunen eervol was ontslagen, werd Gerard Mauritz Koentz, die ook burgemeester van Wychen was, burgemeester van Balgoy en Keent. Het gemeentearchief van Balgoy en Keent werd ook overgebracht naar Wijchen. Niet onverwacht kwam op 13 april 1852 opnieuw de vereniging van Balgoy en Keent, maar nu met Wychen in de raad ter sprake. Wederom besloot de gemeenteraad voor zelfstandigheid en dat bleef zo ook nadat in 1854 de heer Petrus Vemer benoemd werd tot burgemeester van Balgoy en Keent, terwijl hij tevens burgemeester van Wychen was. In 1856 werd Vemer opgevolgd door Johannes de Bruijn uit Balgoy, die met ingang van 10 december 1856 zijn functie aanvaardde.

Niet lang daarna werd het Kuyperkaartje van Balgoy en Keent gemaakt, dat door Thijs aan de heemkundekring werd geschonken.

 

 

Een vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent

Het verhaal van het vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent is algemeen bekend bij de Balgoyse mensen [1,2]. Oud-marinier en oud-vlieger Van der Vijver, burgemeester van Overasselt 1927 – 1934, was het die ervoor gezorgd heeft dat in de uiterwaarden van Keent vanaf de zomer van 1928 af en toe vliegtuigen van de marine en de luchtmacht landden op een provisorisch vliegterrein.

Een aantal notabelen uit de gemeente Overasselt op het vliegveld in Keent (Burgemeester H. van der Vijver 5e van rechts, bron: Wim Verhoeven)

 

Van der Vijver wilde meer en met de watersnoodramp van 1926 nog vers in het geheugen van de mensen wist hij het gemeentebestuur te interesseren voor een grote vliegdemonstratie. Er werd een vliegterrein van 600 x 600 meter aangelegd op het Meridelterrein in Keent, waar van 15 t/m 19 juli 1933 de Overasseltse vliegweek plaatsvond. De vliegdemonstraties trokken meer dan 20.000 bezoekers. Een deel van de opbrengst kwam ten gunste van het crisiscomité van de overstromingsramp.

Een van de publiekstrekkers was een vlucht met bejaarden uit de regio, waaronder Piet Cornelissen, oud 92 jaren uit Overasselt en Hent de Haan, oud 94 jaren met echtgenote Tonia van Rossum uit Wijchen (2). In de lijst met mensen die deelnamen aan de vlucht voor hoogbejaarden staan geen inwoners uit Balgoy of Keent. Hoewel onder de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 staat dat het echtpaar de Haan afkomstig was uit Balgoy, heb ik dat niet kunnen achterhalen en bevestigen. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924-1930 wordt Hendricus de Haan niet genoemd en in de overlijdensakte van de burgerlijke stand staat geschreven dat hij geboren en wonende te Wijchen was toen hij op eenennegentigjarige aldaar overleed op 7 november 1937.

Overlijden H de Haan

Overlijdensakte Hendricus de Haan, Burgerlijke Stand Wijchen 1937, inventarisnummer 9797.

De leeftijd bij overlijden (91) klopt niet met de leeftijd die wordt genoemd in het boek van Boeijen (94 jaren in juli 1933). De geboorteakte in de Burgerlijke Stand van de gemeente Wijchen geeft uitsluitsel: Hendricus de Haan is geboren op 20 januari 1846 in Wijchen, Aktenummer 4, Invertarisnummer 2314. Dit betekent dat Hendricus in juli 1933 “pas” 87 jaren oud was.

Een lastiger probleem is wie het echtpaar is op de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 en in het boek van Verhoeven op blz. 82? Twee foto’s met dezelfde mensen, maar in het boek van Boeijen is het Hent de Haan en in het boek van Verhoeven is het Piet Cornelissen. Bovendien is nu niet duidelijk wie de tekst heeft uitgesproken die onder de foto staat. Op de foto lijkt een echtpaar te staan en dit suggereert dat het Hent de Haan en Tonia van Rossum zijn, omdat zij het enige echtpaar in de lijst van bejaarde passagiers waren. Wie de uitspraak gedaan heeft “Ik ben dichter bij Hem geweest dan U” of “Ik ben korter bij God gewèst as Gij” is lastig te achterhalen.

Photo527968916995_inner_56-20-647-22-32-947-668-928

Foto uit Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen, blz. 36

Photo527968965263_inner_44-59-553-64-86-951-567-951
Foto uit 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven, blz. 8

Toen het vliegfeest achter de rug was en in 1935 Walraed (W.J.F.M) baron van Hugenpoth tot Aerdt burgemeester werd van Overasselt werd het vliegveld snel vergeten. De maaskanalisatie en de splitsing van Balgoy en Keent kregen de volle aandacht van de gemeente Overasselt en toen net voor de oorlog de maaswerken waren voltooid lag Keent aan de Brabantse kant van de Maas en was er weinig over van het vliegveld.

Het waren de Duitsers, die op het einde van de oorlog in 1944 een soort uitwijklandingsbaan zochten voor Volkel dat steeds werd gebombardeerd door de geallieerden en in Keent terecht kwamen. In juni 1944 werd in de uiterwaarden begonnen met de aanleg van een vliegstrip, ongeveer op dezelfde plek als het eerdere vliegveld, maar dan twee keer zo groot. Het nieuw aangelegde vliegveld werd nauwelijks gebruikt door de Duitsers. Toch werd Keent op 25 en 26 september 1944 als klein onderdeel van Market Garden toch nog geschiedenis; de grootste bevoorradingsoperatie door de lucht naar een frontlijn. Het vergeten vliegveld werd even een belangrijke levensader voor de snel oprukkende grondtroepen. Tijdens deze operatie kreeg het ook de code AIRSTRIP B82 Grave(4).

 

759D6A72-D7F9-4091-A9C5-6C494481DDD3-1060-000002749FD9C7F1

Luchtfoto van B.82 Grave, genomen kort
na de spectaculaire bevoorradingsoperatie, bron: BHIC en Bommeltje.nl(4,5).

Bronnen:
1) Vliegveld Keent, Wikipedia
2) Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen
3) 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven
4) Airstrip B82 Grave, Bommeltje.nl
5) Vliegveld Keent (2014) Paul Huismans, BHIC

Wandelroute Balgoy bij gelegenheid van OMD 2017

Op 3 september werd een nieuw Balgoys boek gepresenteerd met als titel “Boeren, burgers en buitenlui – verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse”. De titel van het boek is een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. De korte verhalen in het boek hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners. Het verbindt de Balgoyse en Keentse mensen met het landschap, werk, culturele leven en de bebouwing.

Behalve de boekpresentatie was er ook een kleine expositie die aansloot bij het OMD-thema en bij de inhoud van het boek. Deze keer was die expositie maar deels in de Oude Toren en verder in de vorm van een korte wandelroute van ca. 4 km die je op eigen gelegenheid kon lopen met op een aantal plaatsen uitleg over de plek waar je dan bent. Start- en eindpunt van de wandeling was bij de Oude Toren.

Handout bij expo
De routebeschrijving als pdf-bestand downloaden 

Zoals op het plaatje hierboven is te zien, is de wandelroute ingetekend op de kaart van de “Balgoyse ommetjes”. Deze kaart is ook te raadplegen bij de kerk aan de Boomsestraat. Hoewel de borden met uitleg alleen op 3 en 10 september geplaatst waren, is het wellicht toch de moeite waard om de wandeling te maken. Hier vindt u de uitleg die op de borden te lezen was en de wandelroute kun je ook bekijken via Google Maps. Zelf wandelen met deze informatie is natuurlijk nog leuker.

Start- en eindpunt van de wandeling is bij de Oude Toren.

  1. Eerste uitlegpunt is in de Torenstraat ter hoogte van de driesprong met de Herreweg. Hier woont en werkt de familie Jans. Het boeren zit ze in de genen (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 79).
    df85a-afbeelding1
  2. Een stukje verderop op de hoek met de Hoeveweg staat het oude verenigingsgebouw. Dit was lang de plek waar harmonie Kunst en Vriendschap wekelijks repeteerde (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 97).
    6
  3. Tegenover het oude verenigingsgebouw staat de “nieuwe” kerk. Deze kerk uit 1914 verving de kerk waarvan de oude toren nog resteert en waar de wandeling begon. De geschiedenis van de kerk in Balgoy en Keent voor zover nu bekend begint in de elfde eeuw (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 43).
    1
  4. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan werd in 2014 bij de kerk een Mariakapel gebouwd (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 47).

    Feestelijke inzegening van de Mariakapel in Balgoy
  5. Een stuk verderop in de Hoeveweg richting Maas stond tot halverwege de jaren zestig de lagere school. Nu is er alleen nog weiland.
    Afbeelding1
    De reden van het bouwen van deze school, wanneer en waarom op die plek, toentertijd halverwege de Hoeveweg (of Molenweg), is niet helemaal duidelijk. Een voor de hand liggende reden dat deze locatie gekozen werd is omdat ook de kinderen uit Keent naar die school gingen. Op de website van “huis van de Nijmeegse geschiedenis”  wordt 1914 genoemd als begin. In 1964 werd de school gesloten en niet lang daarna afgebroken. De kinderen gingen naar de nieuwe Roncallischool aan de Boomsestraat (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 107).faa4d-screenshot
  6. Boven aan de dijk aangekomen hebt u een schitterend uitzicht over de Maas, die zo verweven is met de geschiedenis van Balgoy en Keent. De veerpontsteen die er als monumentje ligt is nog het bewijs van het veerpont dat Balgoy en Keent verbond in de eerste jaren na de maaskanalisatie (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 49).
    Een veerpont tussen Balgoy en Keent 1938 - 1952
  7. Wandelend over de dijk en genietend van het prachtige landschap bereikt u de Herreweg. Vanaf dat punt hebt u een mooi uitzicht over de Loonsewaard, in vergeten stukje Brabant bij Balgoy.
    2
    De scheiding van Balgoy en Keent bijna driekwart eeuw geleden is vaker onderwerp van gesprek. Maar dat de Maaskanalisatie van destijds ook een stuk Brabant naar Gelderland overhevelde, is minder bekend. De Loonsche Uiterwaarden, vandaag de dag beter bekend als de Loonse Waard, werden door het rechttrekken van de Maas voorgoed gescheiden van Neerloon, het dorpje dat dit gebied zijn naam gaf.
    Uiteindelijk werd de Loonse Waard aangewezen als ontzandings- én recreatiegebied. Er kwamen twee jachthavens en de plaatselijke jeugd maakte aan een van de zandgaten zijn eigen Balgoy Beach (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 103).
  8. Via Herreweg en Korte Herreweg komt u in het oudste deel van Balgoy: de Holdse Hoek (“Den Holdschen Hoek”). Daarna gaat de route via de Houtsestraat weer terug naar de oude toren, waar de wandeling begon (Boeren, burgers en buitenlui, Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse, blz. 53).

Meer informatie over de geschiedenis van Balgoy en Keent vindt u op de website van de Heemkundekring Pagus Balgoye.