Balgoy verbonden met het verhaal van Mariken van Nieumeghen

4744d-img_0084

Mariken van Nieumeghen (Marjolein Pieks) op bezoek in dorpshuis ’t Ballegoyke in september 2016.

Voor mij begon het allemaal op 29 september 2016 toen ik door Mariken van Nieumeghen naar dorpshuis ’t Ballegoyke werd gelokt om te praten over de verbinding van Mariken en haar verhaal met het dorp waar ik woon en leef en zo werd de legende van Mariken van Nieumeghen ook voor mij een stukje Balgoyse historie. In de Gelderlander van 8 december vertelt ook hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten dat het boek “Mariken van Nieumeghen” waarschijnlijk helemaal niet in Nijmegen speelt en dat Nijmegen hoogstwaarschijnlijk alleen gekozen is als symbolische plaatsnaam. Zelfs als Nijmegen wél echt plaats van handeling van het verhaal zou zijn, dan is volgens Jos Joosten in het verhaal duidelijk te lezen dat Mariken niet uit Nijmegen komt, maar uit de omgeving. Meest waarschijnlijke woonplaats van het meisje is dan volgens hem Balgoy.

Trouw 2-11-1977

Krantenartikel in Trouw van 2-11-1977 waarin het verband wordt gelegd tussen Mariken van Nieumeghen en Balgoy. Kent iemand de mensen op de foto?

Dat verhaal was al langer in Balgoy bekend. Toen de Balgoyse mensen in 1977 naar de stembus mochten om te kiezen voor de gemeente Overasselt of de gemeente Wijchen was dat landelijk nieuws. Bijvoorbeeld in een artikel in Trouw werd over de volksraadpleging gesproken en kan men ook lezen dat de moeilijke keuze die de Balgoyse mensen moesten maken werd vergeleken met Mariken die in Balgoy de duivel ontmoette en toen ook moest kiezen wat ze ging doen (zonder bronvermelding).

detail Trouw 2-11-1977

Detail (laatste alinea) uit krantenartikel Trouw.

De verbinding tussen Balgoy en Mariken werd ook opgeschreven door Balgoyenaar Jo Heijmans, de zoon van Wimke Heijmans, die fruitteler (en tolheffer) was op een boerderijtje bij het Balgoyse kasteel. Zijn verhaal Mariken van Nimwegen. Een literair-historische speurtocht naar Mariken’s woonplaats” is nog terug te lezen op internet. Jo Heijmans baseert zich op een publicatie van de historici W.A.F. Janssen, W.H. Beuken en K. de Vries in het tijdschrift Leuvensche bijdragen op het gebied van de Germaansche philologie en in ’t bijzonder van de Nederlandsche dialectkunde Vol. 56, No. 1 (1967), p. 1-99.

In de editie “Mariken van Nieumeghen” van Dirk Coigneau uit 1996 wordt op blz 149 en 150 ook de verbinding met Balgoy uitgelegd. De auteur verwijst o.a. naar dezelfde publicatie als Jo Heijmans. Op dri milen na Nieumeghen: vgl. v. 16 twe groote milen en v. 54 ongeveer drie uren gaans. De Hollands mijl in de middeleeuwen was ongeveer 1 uur gaans, dus ca. 5 km. Volgens v. 652 woonde de Oom in Venlo dat echter geen drie, maar twaalf uur gaans van Nijmegen verwijderd is. Bovendien is Venlo geen dorp (vgl. daarentegen v. 84) en behoorde het tot een ander dekenaat en bisdom (nl. Luik) dan Nijmegen (Keulen) (vgl. echter v. 1007, het proza na v. 1020 en de reis naar Keulen). Daarom stelde Janssen de mogelijkheid voor dat hier oorspronkelijk niet Venlo, maar ‘Balgoy’ zou zijn bedoeld, ‘de naam van een ongeveer tegenover Grave aan de Maas gelegen zeer oude dorpsparochie, die tot het dekenaat Nijmegen en het bisdom Keulen behoorde en vrijwel precies drie uur gaans van Nijmegen verwijderd was’ (Leuv. Bijdr. 56 (1967), p. 22 en 35). Mijns inziens hoeft de terloopse en afzonderlijke vermelding van Venlo in v. 652 (niet in D) niet zo nauw met de initiële afstandsgegevens die heel doelgericht alleen op Nijmegen betrokken zijn, verbonden te worden. In een enkele zin die onverwacht en gedwongen precies de woonplaats van de Oom ten opzichte van die der tante onderscheidt, lijkt ‘Venlo’ eerder een secundair gegeven (ook in het inleidend proza van XIV keert de Oom, geheel ongespecificeerd, ‘tot sinen lande’ weer). Het gedwongen karakter van deze specificering is begrijpelijk binnen de formele structuur van het rondeel dat geheel om het verzoek van Emmeken om haar verwanten ‘inden lande van Ghelre’ te gaan bezoeken ‘draait’ (v. 648-655). Dat de dichter daarbij dan als rijmwoord op ‘no’ en ‘alsoe’ de naam van een bekende plaats in Opper-Gelre in de pen werd gegeven, is, hoewel in de ruimere context ongepast, al even begrijpelijk.

Hoe staat het er nu precies geschreven? De legende begint met het verzoek van heer Ghijsbrecht, de oom en priester waar Mariken in huis is, om boodschappen te gaan doen in Nijmegen. Op bladzijde  53 van het boek van Coigneau staat een soort inleiding, waarin al een hint naar Balgoy kan worden gelezen:

Die prologhe
(I)nden tijde dat hertoghe Arent van Gheldre te Grave ghevanghen wert gheset van sijnen sone hertoghe Olof ende sijnen medepleghers, so woende op dri milen na Nieumeghen een devoet priester gheheeten heer Ghijsbrecht ende met hem woende een schoon ionghe maecht gheheeten Mariken, zijnder suster dochter, wiens moeder doot was. Dese voerscreven maecht regeerde haers ooms huys, hem zijn gherief wel eerlijck ende neerstelijck doende.

I Hoe heer Ghijsbrecht Mariken zijnder nichten tot Nimmeghen ghesonden heeft.

Mariken1

Bron: “Mariken van Nieumeghen” van Dirk Coigneau uit 1996

Het ghebuerde dat des heer Ghijsbrecht Mariken zijnder nichten seynden wilde in die stadt van Nieumeghen om daer te coopen tghene dat si behoefden, tot haer seggende aldus:

MARIKEN
Wat ghelieft u heer oom?

DIE OOM
Hoort kint, slaet mijnder woorden goom
Ghi moet nae Nimmeghen nemen u vertreck
Om ons provande te halen, wi hebbens ghebreck
Van keersen, van olie in die lampe te doene,
Van azine, van soute ende van enzoene
Ende van solferpriemen soe ghi selve ontcnoopt.
Daer zijn acht stuvers; gaet henen, coopt
Te Nimmeghen van dies wi hebben breke.
Tesser nu iuyst mertdach vander weke,
Te bat suldi vinden al dat u ghereyt.

MARIKEN
Heer oom, tot uwer onderdanicheit Kent mi bereet in alder (mate).

DIE OOM
Om tavont weder thuys te sine werdet te late
Want die daghen zijn seer cort nu ter wilen
Ende tes van hier te Nieumeghen twe groote milen
Ende tes nu tien uren of daer toe bet.
Hoort kint, eest dat ghier so lange let
Dat u dunct dat ghi met schonen daghe
Niet gheraken en sout tuwen behaghe,
Blijft daer vri te nacht, ick werts te gherustere
Ende gaet slapen tot uwer moeyen, mijnder suster(e),
Die en sal u om eenen nacht niet ontsegghen.
Ick hebt liever dan dat ghi doer haeghen ende heggen
Thuys by doncker sout comen alleene,
Want den wech en es van bo(e)ven niet alte reene,
Ende ghi sijt een schone, ionghe lustighe maecht,
Men soude u lichtelijck aenspreken.

Een stukje verderop bij versregel 54 staat nog een tweede aanwijzing.
Beginnend bij versregel 45:

Nu heb ic van als dat ons ghebrack
Doen weghen ende meten naer mijn ghemack

Ende daer na ghecocht ende wel betaelt.
Maer mi dunct dat ic hier so langhe heb gedraelt
Dat ghinder die nacht compt op gheresen.
Daer sie ick eenen wiser; wat macht wesen
Aenden dach? Tes alre tusschen vieren ende viven!
Nu moet ic tavont int stede bliven;
Ten es noch maer een ure dach
Ende in drie uren dat ict nauwelijck gaen en mach
Van hier tot mijns ooms. Neen, tes beter ghebleven.
Mijn moeye die woent recht hier neven;
Ick wil haer gaen bidden datse mi een bedde decke,
Ende morghen, also vroech als ick ontwecke,
Soe mach ic mi nae huys snel ten labuere s(l)aen.
Ick sie mijn moeye voer haer dore staen;
Soot wel betaemt, wil icse gaen groeten.

Zoals gezegd is het verhaal van Mariken, dat vanzelfsprekend nog veel langer is, een laat-middeleeuwse legende, maar toch is de hele context van het verhaal gebaseerd op historische feiten. De schrijver of schrijvers waren goed op de hoogte van de politieke en maatschappelijke situatie in en ook rond Nijmegen. De samenstelling van het uiteindelijke gedrukte boekwerk is wel erg complex geworden en bevat elementen van verzen en proza van verschillende tijden, die vermengd zijn. Daarmee kan ook de geschiedenis van de hoofdpersoon misschien wel deels verweven zijn met feitelijke gegevens die op verschillende plekken en zelfs verschillende tijden hebben plaatsgevonden. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld, maar het lijkt heel aannemelijk dat een deel van het verhaal plaatsvond in en rond Balgoy. In ieder geval kende(n) de schrijver(s) de situatie daar. Zij wisten dat er een kerkje was in het dorpje waar Mariken woonde. In Balgoy werd al in de 11e of begin 12e eeuw van veld- en tufsteen een zaalkerkje gebouwd zoals die voorkomen in het Nederrijnsgebied. Van dit zaalkerkje zijn funderingsrestanten teruggevonden. Sinds september 2016 zijn voor mij dit kerkje, de “devote priester heer Ghijsbrecht en de met hem wonende schone jonge maagd geheten Mariken, de dochter van zijn zuster” onlosmakelijk met Balgoy verbonden.

331da-img_0132

Halverwege de 18e werd door Bulthuis een kopergravure gemaakt van “het dorp Balgoyen” met zijn kerkje. Ik ben de gelukkige bezitter van zo’n mooie kopergravure, die ook nog eens “oud” is ingekleurd.

Heeroom pater Libertus Jans (1875 – 1948)

trouwfoto tante Lies 1944

Trouwfoto van Marinus van Thiel uit Schayk en Lies Jans uit Balgoy. Lies was de dochter van Piet Jans en Hanna Kersten (zittend links van het bruidspaar), die op de boerderij in de Torenstraat te Balgoy woonden, de boerderij waar nu kleinzoon Frans woont. Rechts van het bruidspaar zit heeroom Libertus Jans.

De wortels van de familie Jans liggen in het Brabantse Mill en Escharen. Hieronder is duidelijk te zien hoe in de 19e en begin 20e eeuw de familie Jans verbonden was met Escharen. Met name Godefridus Jans, die schepen was in Escharen heeft een belangrijke rol gespeeld in het Brabantse dorp.Jans Escharen

Hierdoor is er ook regelmatig contact met mensen van EstersHeem, de heemkundekring in Escharen. In 2012 vierde de Stichting Esterse Minipers Escharen haar 40-jarig bestaan. Naar aanleiding hiervan was er een fototentoonstelling in het Dorpshuus. De belangstelling vanuit de Escharense bevolking was groot. Voor enkele enthousiaste dorpelingen was dit een aanzet om een nieuwe Escharense Heemkundekring op te zetten, “Esters Heem” genaamd. De ontvangen foto’s werden benoemd, gerangschikt en gearchiveerd en aan de verzameling toegevoegd.

Afgelopen week werd ik opnieuw benaderd door EstersHeem en het onderwerp was ook deze keer de familie Jans. Een van de mensen van de heemkundekring is de geschiedenis van Pater Libertus Jans (1875-1948) aan het opschrijven. Aanleiding was een mooi oud herinneringsprentje van zijn priesterwijding in december 1902.

De vraag van de heemkundekring was of ik een foto had van pater Libertus. Veel gegevens van hem hebben ze inmiddels bij elkaar gezet, maar ze missen nog een foto/afbeelding van hem.

Ik wil echter beginnen met de gegevens die ik zelf heb verzameld over pater Libertus Jans, wiens doopnamen bij geboorte Antonius Gijsbertus Hermanus waren. Zijn ouders waren Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt en hij was een broer van Piet Jans, de vader van Harrie Jans en de grootvader van mijn echtgenote Ans (zie de stamboom hierboven). Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt trouwen in 1866 en kregen dertien kinderen. In 1874 wordt Antonius Gijsbertus Hermanus Jans geboren als zesde kind van het gezin, maar het overlijdt al in januari 1875.

054-0050-2421-1875_005

Gemeente Escharen, overlijdensakte van Antonius Gijsbertus Hermanus Jans “in den ouderdom van drie maanden”.

Photo5000406Op 6 december van datzelfde jaar krijgen Joannes en Gijsberta weer een zoon, die ze dezelfde naam geven als hun in januari overleden zoon, Antonius Gijsbertus Hermanus. Als Antonius 19 jaar oud is op 3 oktober 1895, treedt hij in de orde der Minderbroeders-Capucijnen in Babberich en een jaar later wordt hij geprofest. In 1902 wordt hij priester gewijd (zie het herinneringsprentje). “Na meermalen de bediening van Novicenmeester, Definitor en Gardiaan vervuld te hebben, voorzien van de H. H. Sacramenten der stervenden”, is Antonius overleden te Handel op 5 maart 1948.

IMG_0049

Pater Libertus Jans

Maar hoe zag pater Libertus er nu uit? Gelukkig heb ik een foto van het huwelijk van de zus van Harrie Jans, Lies met Marinus van Thiel in 1944. De foto komt uit een fotoalbum van Harrie Jans. Op die foto (zie bovenaan dit bericht) zit rechts naast het bruidspaar een geestelijke. Navraag bij de familie van Thiel leverde geen aanknopingspunten op die de pater op de trouwfoto verbond met die familie, dus ik ben overtuigd dat dit pater Libertus Jans is op 69-jarige leeftijd.

In de fotoverzameling van Harrie Jans zaten verder een tweetal foto’s, waarvan dochter Ans weet dat hij de pater die op die foto’s te zien is heeroom noemde. Hoewel de pater op die foto’s een stuk jonger is, is er zeker een gelijkenis met de pater op de trouwfoto en ik ben vrijwel zeker dat dit pater Libertus is op jongere leeftijd. Op de achterkant van de foto staat met de hand geschreven Janssen, Balagoye ± 80 stuks.

IMG_0051

In memoriam Theo Verheijen 1936-2018, gedreven Balgoyse bestuurder met veel Wijchense contacten

Theo Verheijen, ook bekend in Wijchen als Smid Verheijen werd daar geboren op 5 februari 1936 en woonde er meer dan dertig jaar op de hoek Stationsstraat – Baron d’Osystraat. Hij trouwde met Annie Vergeest en samen kregen ze drie kinderen. Theo was een familieman en stond altijd klaar voor zijn gezin.

img_0058

Theo laat zien dat hij het werk in de smederij niet verleerd is (2005).

Tijdens de rondwandeling door Wijchen (10-jarig bestaan van Pagus Balgoye) werd ook even stilgestaan bij de voormalige smederij van de familie Verheijen aan de Teersmortelweg.

Theo was een echte ondernemer. Na het overlijden in 1964 van zijn vader, Frans Verheijen, nam hij samen met broer Henk de smederij over. In 1969 werd een boerderij in Balgoy gekocht aan de Torenstraat op nummer 21 en in 1971 vond de officiële opening van het nieuwe bedrijfspand, Landbouwmechanisatiebedrijf Fa. Verheijen & Zn. plaats. De werkzaamheden richtten zich primair op de verkoop en reparatie van tractoren, maaidorsers, hakselaars en landbouwwerktuigen. De werkzaamheden verband houdend met hoefbeslag, haarden en kachels, waterleiding en constructie, die de belangrijkste bezigheden waren in Wijchen, verdwenen uit het programma.

Theo kon niet stilzitten en was naast zijn werk ook actief bij de brandweer. Al op zijn twintigste was hij lid van de vrijwillige brandweer in Wijchen en bleef dat 35 jaar doen. Veel van zijn vrije tijd stopte hij ook in het verenigingsleven. In Wijchen waren dat met name de Wijchense paardenmarkt (Theo was jarenlang bestuurslid van de Stichting Veemarkt Wijchen) en hij was actief bij Tweestromenland. Hij was betrokken bij de paardenmarkt vanaf het eerste uur. In een documentaire van Tweestromenland in Beeld en Geluid van dit jaar vertelt Theo hoe hij zich destijds samen met Paul Rutjes bezig heeft gehouden met de wederoprichting van de paardenmarkt. Een jaar eerder werd Theo ook al geïnterviewd door de Wijchense Omroep.

 

Theo Verheijen prins carnaval 1975 zw

Theo als prins carnaval van ’t Moasland in 1975.

Toen hij in Balgoy kwam wonen en werken verdeelde Theo zijn tijd en energie tussen Wijchen en Balgoy. In 1975 werd hij prins carnaval van het Moasland in Balgoy. Hij was ook een periode bestuurslid van de carnavalsvereniging en bleef actief in het EPK (ex prinsen kabinet) dat elk jaar zorgt voor een origineel optreden tijdens de Bonte n’aovond.

Vanaf 1991 was hij bovendien vice-voorzitter van parochie de Heilige Johannes de Doper. Geen gemakkelijke tijd was dat voor de parochie. Mgr. Arts, die vanaf 1964 pastoor was van de parochie in Balgoy, werd op 1 augustus 1993 eervol ontslag verleend, waarna hij in Uden van zijn welverdiende rust kon gaan genieten samen met zuster Petronella Maria van Driel, die hem sinds het overlijden van Grada Venbrux verzorgd had. Mgr. Arts was de laatste pastoor die op de pastorie in Balgoy woonde en samen met zuster Petronella de zorg had over de kerk en alles wat er bij hoorde. In die tijd moest het bestuur de organisatie van de parochie vernieuwen, een tijdrovend en soms moeilijk proces. De goede communicatieve vaardigheden en de vele contacten die Theo had, kwamen hierbij goed van pas.

Parochiebestuur 1997 zw

Het toenmalige parochiebestuur met vlnr.: Marianne van den Boogaard, Piet Janssen, pastoor Groos (die in Hernen woonde), Ans van Erp, Theo Verheijen en Wim Verhoeven.

In 1995 verkocht Theo het landbouwmechanisatiebedrijf, omdat er geen opvolger was. Misschien dat de vrije tijd die dit met zich meebracht wel meegespeeld heeft om ja te zeggen toen de initiatiefnemers van Pagus Balgoye in 2000 hem vroegen om voorzitter te willen worden van de nieuwe heemkundekring. De vele contacten die Theo had bij de gemeente Wijchen hebben zeker geholpen toen de kersverse heemkundekring de Oude Toren als expositieruimte en visitekaartje wilden gaan gebruiken. Dat dit een goede keuze is geweest hebben de vele exposities en ander activiteiten die bij de Oude Toren zijn georganiseeerd wel bewezen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

verjaardag en doop pagus 064

54bf5-1454807_421189334674346_1224756502_n

vlnr.: minister Ronald Plasterk, Ruud van Haren en Theo Verheijen

Een van de hoogtepunten van het voorzitterschap van Pagus Balgoye zal zeer zeker het bezoek van een minister aan Balgoy in december 2013 zijn geweest. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister, die ook een bezoek bracht bij de Oude Toren, het visitekaartje van heemkundekring Pagus Balgoye. Hij werd daar rondgeleid door toenmalig voorzitter Theo Verheijen.

In 2014 stopt Theo als voorzitter en wordt opgevolgd door Wil Giesbers. Theo wordt dan benoemd tot het eerste lid van verdienste voor al zijn inspanningen gedaan voor de vereniging. Van 2014 tot het laatst toe blijft Theo actief bij Pagus Balgoye, voor zover zijn gezondheid dat toeliet. Hij was aanwezig bij ledenvergaderingen, werkavonden en exposities; op de werkavond van woensdag 3 oktober nam hij nog actief deel aan de discussies, o.a. over café en winkel “VIVO” van André van den Berg. Op woensdag 7 november melde hij af, omdat hij ziek was.

Theo Verheijen lid van verdienste

In 2014 wordt Theo Lid van Verdienste van Pagus Balgoy (bericht uit Wegwijs).

Theo Verheijen overleed op 17 november 2018. Hij was een gedreven en altijd goedlachse bestuurder in het Wijchense en Balgoyse verenigingsleven met heel veel contacten, die als geen ander verstond om mensen te verbinden en enthousiast te maken. Voor al zijn activiteiten werd hij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau, een Koninklijke onderscheiding die hij met trots droeg. De uitvaartdienst vond plaats op 22 november in een overvolle H. Johannes de Doperkerk te Balgoy.

Cafe en winkel “VIVO” van André van den Berg

 

De woning op een hoek van de Torenstraat waar tot het einde van de 19e eeuw de secretarie van de gemeente Balgoy en Keent was gevestigd. Deze foto is gemaakt in 1999.

Totdat eind 1884 of begin 1885 het nieuwe (verbouwde) gemeentehuis met secretarie in gebruik genomen werd, was de secretarie van de gemeente Balgoij en Keent gevestigd in het pand van H.M. van Eldonk, op een hoek van de Torenstraat ter hoogte van waar nu de oude toren is. In dit pand was ook een café met een drankwetvergunning gevestigd en dit was er de oorzaak van dat er in 1881, toen een dergelijke combinatie door de drankwet van dat jaar verboden werd, een nieuwe secretarie en raadkamer moest komen. De gemeentesecretarie verhuisde naar de hoek met de Molenweg (nu Hoeveweg), waar ook de school was, maar het café bleef. Het pand kende wel meerdere eigenaren in de vorige eeuw, zoals blijkt uit het gedicht van Ries van Haren, dat hij in 1999 publiceerde in “Balgoyse minse, een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer”:

Het pand veranderde

Begin deze eeuw stond in de oude kern café-boerderij van Kempen
In de twintiger jaren kwam familie van Eldonk erin, en die verdienden met broodbakkenen ’t café de centen
Rond de vijftiger jaren ging “Nappie” naar de broodfabriek in Nijmegen
Toen hebben we Piet Raaijmakers met Betsie en Willemien in dat pand gekregen
Tot grote teleurstelling van Piet is in 1953 de winkel op verdachte wijze afgebrand
Toen kwam André van de Berg erin met café en “VIVO” pand
In de zeventiger jaren kocht Ton Diekstra met Heleen de “VIVO” en handelde in antiek
In ’t café kwam lijstenmaker Van Haren, die runde er een sexclub bij met veel Balgoijse kritiek
Geert en Nelleke Banken kochten het café in de tachtiger jaren en maakten daarvan een mooie woning
En Diekstra verkocht in ’97 aan van Benthem, die runnen een schoonheidssalon, dat is de bekroning

André van den Berg, zoon van Cillis (Marcellus) van den Berg en Maria Loeffen, was de laatste eigenaar van het pand, die er een winkel en café had. Cillis van den Berg uit Dennenburg trouwt in 1901 met de Balgoyse Maria Loeffen.

Trouwakte 19-9-1901 gemeente Balgoy en Keent, Marcellus van den Berg uit Dennenburg trouwt met Maria Geertruda Joanna Loeffen uit Balgoy.

Cillis, die volgens het bevolkingsregister van de gemeente Balgoy fabrieksarbeider was, en zijn vrouw Maria gingen wonen in de Hoeveweg, in het huis waar Dries van den Akker met zijn gezin hadden gewoond (Bron: Balgoyse minse, een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer, Ries van Haren, 1999) en waar nu Sjaak en Ria van den Bogaard wonen en werken (dierenasiel de Mère). Eind 1912 wordt daar zoon Andreas Martinus (André) geboren. André maakte een winkel in het huis.

11019-10_00014

Gemeente Balgoy, geboorteakte Andreas Martinus van den Berg op 28-11-1912

image141

Gouden bruiloft Marcelis vd Berg en Maria Loeffen in 1951. Staand vlnr: Cor vd Ven, Marie, Andre, Dina, Jan Hulsman, Jans, Kees Joosten en Lies. Zitend vlnr: Anna, Jan, Marcelis vd Berg, Maria Loeffen, Thijs en Berta Groenen (Bron: Marietje Jonker).

SAMSUNG
Cillis overleed in 1957 en werd begraven op het kerkhof van de H. Johannes de Doperkerk (bron: Graftombe.nl). Net daarvoor verhuisde André, die getrouwd was met Dina de Groot, naar het pand in de Torenstraat.  In dat pand woonde toentertijd Piet Raaijmakers, die ook een winkel had. Die winkel brandde onder verdachte omstandigheden af.

 

image849.jpg

Gezin Andre van de Berg voor het café aan de Torenstraat, vlnr.: Riek, Andre, Marietje, Dina, Willemien, Marcel, zittend vlnr.: Elly en Janny.

André van den Berg bleef tot in de zeventiger jaren in de winkel en het café. In 1987 overleed hij.

overlijdensbericht

Overlijdensbericht van Andreas Martinus van den Berg in 1987

Balgoy en WOII, herinneringen doorgeven

Kaft Tweestromenland 177De periode 1940 – 1945 en de Tweede Wereldoorlog zijn zelden onderwerp van deze blog. Dit heeft geen speciale reden anders dan dat het niet mijn persoonlijke interesse heeft. Natuurlijk begrijp ik de impact die het heeft gehad en nog steeds heeft op de mensen die die periode hebben meegemaakt. Daarom ook is het heel belangrijk dat hun verhalen, nu deze generatie nog leeft, wordt opgetekend en vastgelegd. Het artikel in het Maas en Waals Tijdschrift voor Streekgeschiedenis Tweestromenland is dan ook meer dan de moeite waard om te lezen: “De lotgevallen van de familie Kwant in Balgoij, oktober 1944 tot maart 1945”.

Nijmegenaar Carel Kwant vertelt zijn verhaal over Nijmegen bij het begin van Operatie Market Garden in september 1944, de voortdurende beschietingen van de stad en zijn leven in de (schuil)kelder.  Het artikel begint met een citaat van hem: “Als ik leerlingen in mijn klas had die uit Balgoij kwamen, vertelde ik hen altijd over mijn jeugdherinneringen. Die leerlingen waren b.v. Charles van Haren, Sander v.d. Boogaard, Wim Willems, Wilma Willems en Liesbeth Wintjes. Het leek mij leuk om die herinneringen in Tweestromenland door te geven aan alle geïnteresseerden.” Het gezin Kwant werd in oktober 1944, samen met een aantal buurtgenoten, naar Balgoy gebracht. Hij had nog nooit van Balgoy gehoord. In het artikel vertelt Carel dat het gezin tot december bij het gezin Thijs Francissen werd ondergebracht, toen naar de familie Wim en Cato Willems verhuisde en in januari tot maart 1945 werd ondergebracht bij het echtpaar Harry en Mieneke Theunissen. In maart keerde het gezin terug naar Nijmegen, dat toen weer veilig was.

Harry Theunissen en Mien van Overbeek aan het melken.

Harry Theunissen en Mien van Overbeek aan het melken (bron: Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw van Ries van Haren)

Carel Kwant en zijn gezin waren niet de enige gasten van het echtpaar Theunissen in de tweede wereldoorlog. Harry en Mieneke namen ook verschillende onderduikers in huis. Ze hadden een nieuwe boerderij in de Korte Herreweg, een gemengd bedrijf met ruim drie buunder grond, twee koeien, een paard, tien varkens en kippen. De twee kippenhokken stonden een beetje verscholen in de boomgaard die ze ook hadden. In een van de hokken, onder de grond, vond ook een geallieerde luchtmachtsoldaat een schuilplek tot de bevrijding (Bron: Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw van Ries van Haren, blz 69).

Sigbert Toonen Dekkers

Sigbertus Marinus Toonen Dekkers

Er zijn zeker nog meer herinneringen en verhalen over Balgoy en de tweede wererldoorlog, die bewaard moeten blijven voor het nageslacht. De meesten in Balgoy kennen het verhaal van Sigbert Toonen Dekkers, die in mei 1940 net als enkele andere mannen uit Balgoy, naar het Grebbebergfront moest. Hij was een van de 382 militairen van het Nederlandse leger die tijdens de strijd om de Grebbeberg sneuvelden volgens een telling van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, achttien officieren, 344 manschappen van een lagere rang en twintig vermisten. Op de militaire erebegraafplaats op de Grebbeberg liggen ongeveer achthonderd in de meidagen gesneuvelde Nederlandse militairen (Bron: Wikipedia). WOII, een periode in de Balgoyse en Nederlandse geschiedenis die we niet mogen vergeten.

Militair_ereveld_Grebbeberg

Militair ereveld Grebbeberg, met de naam van Sigbert Toonen Dekkers op het monument (Bron: Wikimedia.org)