Frans Hammen, een boerenknecht uit Reek trouwt in de 19e eeuw in Balgoy.

Een van de carnavalsfoto’s van Rikie Peters – Hulsman die in de afgelopen carnavalsweken op Facebook verschenen: van rechts naar links Corrie Hammen, Maria Rossen en Rikie zelf in de carnavalsoptocht van 1968. Foto is genomen ter hoogte van van Haren Mengvoeders in de Eindsestraat.

Corrie is een van de veertien kinderen van Hendrik Hammen en Annie Hammen – Lucassen uit Balgoy. Hendrik overleed in 2006 en Annie in 2018. De familie Hammen is alom bekend en zeer actief in onze dorpsgemeenschap en haar verenigingen. In dit verhaal wil ik net als de dansmariekes dat deden met de carnavalsoptocht, jullie meenemen via Eindsestraat, Boomsestraat, Torenstraat en Houtsestraat, naar waar de familie Hammen woont en al bijna 150 jaar gewoond heeft.

De kerk is uit en Hendrik Hammen (midden) wandelt eind vorige eeuw op zondagmorgen richting zijn woonhuis, samen met de gebroeders Lamers. Rechts het woonhuis van zoon Gerard. Dit was eens het Balgoyse boterfabriekje.
Huis van familie Hammen in de Torenstraat

De zonen Henk en Paul wonen nog in het ouderlijk huis van de familie Hammen in de Torenstraat. De boerderij werd gekocht in 1926 (zie kadaster dienstjaar (dj) 1927). Opvallend was dat de boerderij op naam stond van drie minderjarigen, nl. Frans (Franciscus Hendrikus), geboren in 1908, Gien (Regina Elisabeth), geboren in 1910 en Hendrik (Hendrikus Franciscus) Hammen, geboren in 1912.

Kadastraal leggerartikel Balgoy dienstjaar 1927 met huis, schuur en bouwland Sectie A 736.
Gezin Grad Hammen, vlnr: Grad, Frans, Gina, Hendrik, Keetje Driessen in de dertiger jaren van de vorige eeuw.

Het gezin van Grad Hammen, had daarvoor gewoond in de Houtsestraat (Sectie A Nr. 8). Na hun huwelijk in april 1907 waren Grad Hammen en Keet Driessen ingetrouwd bij de ouders van Grad. Zij kregen daar drie kinderen. Grad was zelf enigst kind van Francis (Frans) Hammen en Hendrina (ook soms Hendrika genoemd) Janssen.

Blad 41 van het Bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923. De familie Hammen woont in die periode in de Houtsestraat, sectie A nr. 8.

Alleen is er voor zover ik weet geen foto of afbeelding van de boerderij aan de Houtsestraat beschikbaar; ook de familie Hammen heeft die niet. Een luchtfoto uit 1953 is wel een tastbare indicatie van waar de locatie was. Als er iemand is, die nog wel een foto heeft dan zou ik die graag willen zien.

Luchtfoto Houtsestraat (Holtsehoek) Balgoy, 1953. In die tijd was er op die plek nog geen Balgoyseweg of Drutenseweg. Hoewel de familie Hammen al in 1926 naar de Torenstraat verhuisde, bleef een deel van de bebouwing staan. Sloping vond pas plaats in 1965.

Wie was Francis Hammen en waar kwam hij vandaan? Hij trouwde in 1875 in Balgoy met Hendrina Janssen, weduwe van Gradus Willems (29 november 1873 overleden in Balgoy). In de trouwakte staat dat Francis Hammen van beroep dienstknecht was en geboren was in Reek. Hoe het contact is ontstaan tussen de dertig jarige dienstknecht en de tweeënveertig jarige weduwe is niet duidelijk. In het bevolkingsregister is niet vermeld dat Francis werkzaam was op de boerderij van Gradus Willems en Hendrina Janssen of ergens anders in Balgoy.

Trouwakte Balgoy 1875 Francis Hammen en Hendrina Janssen.

Gradus Willems was de zoon van Willem Willems en Maria van den Anker. De vader van Maria van den Anker, Cornelius van den Anker woonde ook in de boerderij waar later de familie Hammen woonde. Dat is te vinden in het minuutplan van den Holdschen Hoek uit die periode. Met behulp van de OAT-bladen kunnen we vaststellen wie er in de boerderijen woonden. In de Steeg (nu Houtsestraat) woonde op Het Hold, kadastraal nr. 26 Jacob de Bruijn (landbouwer), verder op de hoek, kadastraal nr. 32 Sebilla Loeffen (doorgestreept Francis Loeffen, landbouwer) en dan naar het oosten kadastraal nr. 70 Cornelis van den Anker (bouwman).

Dit was in de periode eind 18e en begin 19e eeuw. In die periode toen Nederland van de Franse overheersing werd bevrijd, vonden er op bestuurlijk gebied de nodige veranderingen plaats, ook in het gebied waar Balgoy en Keent deel van uitmaakten. Toch was er geen sprake van een revolutie, van een complete ommekeer. Het ambt van Maas en Waal kreeg weliswaar een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden opgeheven en als zelfstandige gemeenten bij het ambt gevoegd, terwijl bijna alle buurmeesters en schouten op de dorpen door nieuwe werden vervangen. Toch bleven de laatste heren van de heerlijkheid Balgoy en Keent, Bernhard Rappard (overleden in 1819) en Conrad Willem Le Mercier van Rappard nog aan de macht en werden zij tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent.

In 1824 overleed Conrad Willem Le Mercier van Rappard, schout van de gemeente en voormalig heer der heerlijkheid Balgoy en Keent; in de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor (tot ca. 1850 de naam voor wethouder) Cornelius van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen (Secretariearchief gemeente Balgoij en Keent, (1776) 1811 – 1923, inv. nr. 1). Hoewel niet officieel genoemd in de lijst van burgemeesters op Wikipedia, is Cornelius eigenlijk de eerste “burger” burgemeester van Balgoy en komen we hem tegen in de stamboom van de familie Hammen.

Stamboom Hammen met de verbinding naar Cornelius van den Anker

Nieuw eBook (Flipboek) met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse

Afgelopen weekend verscheen het boek “Balgoyse minse, verhalen over Balgoy en haar inwoners door de eeuwen heen, het vervolg”. Zoals de titel zegt is het boek een vervolg op een eerder verschenen boek. Wederom een boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse mensen. De verhalen zijn (deels bewerkingen van) in 2017 en 2018 op deze weblog geplaatste teksten. Verhalen over mijn familie. De familie Jans, generaties terug al boer in Mill en via Escharen in Balgoy terecht gekomen. Ook over de familie van Erp uit Geffen, waar dezelfde verhalen worden rondverteld en die ik meegebracht heb naar Balgoy en zo worden verweven met de Balgoyse geschiedenis. Ook verhalen over Keent, kasteel, maaskanalisatie en tweede wereldoorlog zijn gebundeld in het 175 pagina’s tellende boek. Lees, leer en geniet ervan!

In 2017 verscheen het eerste boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse met als titel “Boeren, burgers en buitenlui”. De titel van dat boek was een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. Net als met het OMD-thema, lag de nadruk van het boek sterk op mensen en hun onderlinge economische en culturele relaties. De korte verhalen in het boek hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners.

Het klinkt tegenstrijdig, maar verhalen vertellen over de geschiedenis van het dorp en zijn inwoners is een belangrijke manier om het dorp levend te houden. We moeten nooit ophouden met deze overlevering! Het verbindt de mensen in het dorp en bevordert daardoor de leefbaarheid en sociale cohesie. De boeken over Balgoyse minse zijn een bescheiden poging om mijn bijdrage te leveren aan die overlevering. Een nieuwe tijd kent nieuwe vormen en ik heb de afgelopen jaren geprobeerd om middels website van stichting Balgoy Beter Bekend, website van Pagus BalgoyefacebookQR-codes en mijn weblog een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu te vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Het nieuwe boek is (nog) niet verschenen op papier. Misschien hoeft dat ook niet meer in deze nieuwe tijd van podcasts, youtube en e-readers. Ook het eerste boek uit 2017 heb ik daarom omgezet naar een flipboek (zie hierboven).

In Balgoy voel ik me thuis

Milleniumfoto Balgoy (Foto: Berry van Haren)

Bijna twee jaren geleden verhuisden Ans en ik (tijdelijk) naar Wijchen-Zuid, zodat onze dochter Anneke met haar gezin in Balgoy kon komen wonen. Toch blijft Balgoy mijn Balgoy. Hoe komt het dat je zo thuis kunt zijn in een dorp als Balgoy? Die vraag heb ik me de afgelopen veertig jaar regelmatig gesteld en hield me ook afgelopen week bezig in de aanloop naar carnaval in het Moasland. Het zijn niet de gebouwen, de geschiedenis die je opduikt in een archief en ook niet per see een activiteit zoals carnaval, een Allerzielen herdenkingsviering, een concert van de harmonie of de gezelligheid op het voetbalveld van Diosa. De ontmoeting met, de herinnering aan en het praten over mensen die leven of geleefd hebben in het dorp maken dat je deel uit gaat maken van de leefgemeenschap, dat je meeleeft en je er thuis gaat voelen.

Mijn opa en oma, Piet van Erp en Lena van Tuijl, voor hun kruidenierswinkeltje in de kerkstraat te Geffen in augustus 1959.

Wat heeft mijn interesse in mensen en hun verhalen opgewekt? Het was het buurten dat ik leerde toen ik als klein kind bij mijn opa en oma op bezoek was, later tijdens familiefeestjes of als er duivenmelkers bij ons thuis kwamen. Altijd werden er verhalen verteld, verhalen over mensen uit het heden en verleden van het dorp.

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

De verhalen van Ries van Haren over “zijn Keent” zitten nog vers in ons geheugen. Het zijn de verhalen van Ries die ons nog steeds verbinden met de mensen, die leven en leefden in het buurtschap Keent dat eind dertiger jaren van de vorige eeuw van Balgoy werd afgesneden door de maaskanalisatie. Tot 1 mei 1923 vormden de buurtschappen Balgoy en Keent de gemeente Balgoy. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Keent werd in 1958 definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en is nu gemeente Oss. Ries hield de verbinding van Balgoy en Keent levend in zijn gedichten:

De scheiding van Ballegoij en Keent (1932 – 1938)
Scheppen, graven, alle dagen, weken, maanden, jaren
Op de grens van Keent en Balgoij, noodzakelijk kwaad maar echt niet mooi
Zandzuigers en baggermolens die gingen het verder uitdiepen
Er kwam een nieuwe Maas, waar eerst de mensen en dieren liepen
Families gescheiden door water en dijken
Van school en kerk en dode lijken
Keentse mensen, allemaal om- en/of uitgekocht
Hebben nog gauw in Balgoij of elders ruimte gezocht
Opnieuw beginnen en herinneren
Hoe mooi het vroeger was met die boerderijtjes aan de Keentse dijk
Markttuinders, zelfvoorzienend, eigen cultuur, hooigras,
Maar toch in armoede rijk
(Bron: Balgoijse Minse – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer, 1999)

Ook de oudere geschiedenis van het dorp geeft het dorp zijn eigenheid. De eerste kerk in Balgoy werd gebouwd in het jaar 960, zo staat in het Registrum Memorial van de Johannes de Doperkerk. Waar deze stond en hoe die kerk er uit zag is niet bekend (Bron: 75 jaar: Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven). Een Registrum Memorial is een aantekenboek waarin chronologisch lopende zaken vermeldt worden. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere en in het aantekenboek is zeker niet de complete geschiedenis van de kerk terug te lezen. Zeker is wel dat de kerk een belangrijke factor is geweest voor de verbondenheid van de Balgoyse leefgemeenschap.

Halverwege de 18e werd door Bulthuis een kopergravure gemaakt van “het dorp Balgoyen” met de toenmalige kerk. De ets, die ook nog eens “oud” is ingekleurd, hangt in onze keuken.

Een voorbeeld is dat de Balgoyse kerk in 1609 door de gereformeerden in bezit werd genomen. Tot 1672 gingen de Katholieken in Ravenstein en Velp bij Grave naar de kerk, daarna voornamelijk naar Wijchen, totdat in 1693 in Balgoy een schuurkerk werd geopend. De eerste schuurkerk werd in 1715 door een nieuwe vervangen in wat nu de Veldsestraat is. De parochie omvatte toen behalve Balgoy en Keent ook half Nederasselt en “twee hoeven op de Weggelaar onder Wijchen”. De schuurkerk werd gebouwd op grond, die de kasteelvrouw, Everdina geboren gravin van Weede, prinses van Anholt en Vrijvrouwe van Balgoij en Keent, daarvoor ter beschikking stelde. Zij legde op 15 juli 1715 de eerste steen. Verder droeg zij tot de bouw bij door een deel van het oude kasteel te laten afbreken en de stenen ten behoeve van het te bouwen “kerkehuis” te schenken. De gemeente Balgoy en Keent droeg f 700, – bij, de grond kostte f 35. Voor de verder benodigde penningen zorgde Maximilianus Snel, broer van de pastoor Eustachius Snel. De paters Capucijnen uit Velp bedienden de statie gedurende een groot deel van de 18de eeuw (Bron: Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) A.G. Schulte). Dat de mensen weer samen konden komen in hun eigen (schuur)kerk verbond ze en gaf ze dat saamhorigheidsgevoel dat we nu nog zien. Ik denk dat in die periode ook de basis is gelegd voor een leefgemeenschap groter dan de geografische grenzen van het dorp.

In Balgoy, de leefgemeenschap zoals hierboven beschreven, voel ik me thuis, zo simpel is het. Daarom ook mijn interesse in zijn geschiedenis en de “Heemkunde”. Het woord(deel) heem is een Oudnederlands woord en kent twee betekenissen: 1) Woning, huis, hoeve en 2) Woonplaats, woongebied, dorp, buurtschap. “Heem” is verwant aan het Engelse home en het Duitse Heim(at), maar wij hebben in onze taal “Heem” vervangen door het woord “thuis”. Dus mijn interesse in de Balgoyse geschiedenis heeft dus vooral te maken met het feit dat ik me er thuis voel en er oud wil worden. Dat wist ik al 15 jaar geleden met de carnaval in 2007, zoals te zien in onderstaande foto.

Op zoek naar een bejaardehuisje in Balgoy. carnaval 2007

Een bidprentje uit 1950 met alleen de voornamen

Bidprentje uit een verzameling gekregen foto’s en bidprentjes.

Soms blijft een verhaal als concept voor langere tijd liggen. Dat kan verschillende redenen hebben. Je bent niet helemaal tevreden over de inhoud, je mist nog informatie of je vindt de informatie te gevoelig om meteen openbaar te maken. Dat laatste gevoel had ik toen ik twee jaar geleden met het onderstaande bezig was. Het was zaterdagmorgen en ik snuffelde wat door een verzameling foto’s, envelopjes met kaartjes en bidprentjes afkomstig van de toen pas overleden Theo Willems. Materiaal dat geschikt zou kunnen zijn voor onze heemkundegroep Pagus Balgoye. En dan stuit je op bovenstaand bidprentje in een kerkmissaaltje dat van iemand uit het dorp is geweest. Een kindje dat na 3 maanden overleden is, maar alleen de voornamen zijn vermeld. Geen achternaam dus en ook niet waar het kindje is begraven.

Een kind verliezen is het ergste dat ouders kan overkomen. Dat was ruim zeventig jaar geleden niet anders dan nu. De reden waarom in dit geval geen achternaam of locatiegegevens zijn gebruikt is niet bekend, maar de samenleving en met name de katholieke kerk was in die tijd erg streng en het zou zo maar kunnen zijn dat de toen geldende regels van de katholieke kerk ermee te maken hebben gehad.

Dan maar een berichtje op de Facebookpagina van Pagus Balgoye zetten en hopen dat er misschien iemand anders is die iets meer weet. Sneller dan verwacht kwam er antwoord. Toen ik buurvrouw en Paguslid Riky Peters vertelde over het bidprentje, suggereerde ze dat het wellicht een zus van Theo Willems zou kunnen zijn. En inderdaad blijken namen en data van het bidprentje overeen te komen met de gegevens over het oudste zusje van Theo in het trouwboekje van haar ouders Toon Willems en Nelleke Kuipers.

Bladzijde uit het trouwboekje van Antonius Lambertus Willems en Petronella Jacoba Kuipers, die op 29 augustus 1945 voor de wet getrouwd zijn in Overasselt en op 2 september in de H. Johannes de Doperkerk te Balgoy.

Bidprentjes werden en worden nog steeds uitgegeven naar aanleiding van een overlijden en vermelden minimaal de voornaam of voornamen, de achternaam, geboorte- en sterfdag van de overledene. Soms ook staat er een korte levensbeschrijving op. Deze bidprentjes hadden zeker vroeger tot doel om in een missaal te worden gestoken, zodat men tijdens een Heilige Mis naar zo’n prentje kon bladeren en zo deze personen in herinnering roepen. Ze werden op deze manier lang bewaard en zijn dan ook een goede vertrekbasis bij het opstellen van een stamboom, maar de informatie moet met enige omzichtigheid gebruikt worden omdat er nogal eens fouten of onnauwkeurigheden (bv. in de naam van een persoon) voorkomen. Bidprentjes werden ook uitgegeven bij sacramenten zoals doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk en priesterschap. Deze prentjes waren meestal voorzien van een religieuze afbeelding, vaak een heilige, en er stond op voor- of achterzijde meestal ook een gebed.

Gedachtenisprentje (bidprentje) van Theo Willems.

Nadenkend over het plaatsen van dit verhaal, vind ik dat dit een mooi moment is. Theo Willems is zo’n Balgoyse mens die we willen blijven herinneren. We hebben misschien niet allemaal een missaal meer, waarin we bidprentjes verzamelen, maar middels dit verhaal blijft Theo toch nog een beetje bij ons. Hij overleed in de nacht van 4 februari 2020. Zijn laatste boodschap aan de mensen in Balgoy was: “Allemaal genieten met de carnavalsdagen, jong en oud. Groetjes van Theo uit de Veldsestraat”. Dus mensen allemaal genieten volgende week.

Australia hier….. Het verhaal van Hent Jansen en zijn bijnaam

Via mijn weblog over Balgoy en de Balgoyse minse krijg ik regelmatig vragen of informatie over Balgoy en zijn inwoners. Bovenstaand bericht prikkelde mijn belangstelling om verschillende redenen. Op de eerste plaats de bijnaam “de mof”, omdat ik die naam wel kende van Harry Jansen die jarenlang klarinet speelde bij harmonie Kunst en Vriendschap. Ik kende Harry Jansen eigenlijk alleen maar als Harry de mof, maar wist niet hoe hij aan die bijnaam was gekomen.

Federaal Muziekconcours Groenlo 1952 – eerste prijs in de ereafdeling harmonie.
Voor: Piet Dinnissen, Gerard Overman. Zittend: Wim Willems, Harrie Willems, Wim Verhoeven, burgemeester van Hugenpoth tot Aerdt, pastoor Aarts, Jan Verhoeven en Marte van Haren. Staande: Miem de Valk, Gerard Overman, Nol van Haren, Jan de Bruin, Jan van Haren, Harry Jansen, Koos Dinnissen, Ermert de Valk, Koos Wintjes, Jo Willems, The Berben, Harrie Jans, Jan Willems, Wim Berben en Jan Overman. Achteraan: Chris van Haren, Koos Hulsman, Jan Wintjes, Tinie van Haren, Gerard de Valk, Joske van Haren, Frans Berben, Toon van Haren, The van Beuningen, Jan Driessen en Bernard Groenen.

De tweede reden waarom ik het bericht interessant vond, was dat eind vorig jaar mijn vrouw Ans aangesproken werd in de kerk door mensen die ze in eerste instantie niet kende. De oudere man vertelde dat hij Piet Jansen heette en in Balgoy gewoond had. Na wat over en weer gepraat bleek deze man de broer te zijn van Harrie de mof. Ans kende Harrie ook, omdat ze zelf ook klarinet gespeeld heeft bij de harmonie. Uit het bericht hierboven blijkt dat de vader van Roel Jansen uit Brisbane Piet de mof is. De derde reden om wat dieper in de geschiedenis van de familie Jansen te duiken is de plek waar ze gewoond hebben in de Eindsestraat, een stukje Balgoy (eigenlijk Nederasselt) waar ik nog niet veel over heb verteld.

Hendricus (Hent) Jansen was een van de negen kinderen van Peter Jansen. Peter werd geboren op 1 Augustus 1856 in Overasselt en trouwde in 1887 met Regina van Raaij uit Nederasselt. In 1898 vertrok hij naar Duitsland met vrouw en 7 kinderen om werk te vinden in het industriegebied bij Dusseldorf (Hochdahl/Trills). Hij ging werken bij Mannesman, een toen net opgericht metaalindustrie-bedrijf dat zijn hoofdvestiging had in Düsseldorf. Een zoontje (Hendrikus), was al na 7 dagen overleden in Velp op 5 januari 1893. De negende baby is in Duitsland geboren (Regina) in 1902. Van de negen kinderen zijn er in totaal drie gestorven tijdens deze zware tijden. (Bron: Roel Jansen uit Brisbane Australie, kleinkind van Hent en Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900).

Deel van blad 58 van het Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900. Het gezin van Peter Jansen en Regina van Raaij woonden in Ewijk Dorp op nr 40. Ze woonden daar vanaf 9 mei 1896 en op 24 mei 1898 zijn ze vertrokken naar “Hochthal”.

Hent werd geboren in 1894 in Escharen en was dus 4 jaar oud toen het gezin vertrok naar Duitsland. Hoe het de familie daar is vergaan is mij niet precies bekend, maar Hent werd op jonge leeftijd ziek. De familie vermoedt dat hij last van maagzweren had, en hij werd door vader en moeder naar Nederland gestuurd om beter te worden. Hent ging toen wonen bij zijn oom, een broer van zijn moeder, Hendrikus van Raay, in Nederasselt.

Hent werd als achtste kind van het gezin geboren op 19 april 1894 in Escharen. (Bron: boek BS Escharen, Deel: 2396, Periode: 1894, Geboorteregister Escharen 1894)

Hendrikus van Raaij heeft het huis aan de Eindsestraat in 1922 gekocht (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 20) en daarna verbouwd. Volgens het bevolkingsregister 1924-1931 woonde in dat huis (B101) toen ook Hendricus Jansen. Daarvoor woonde Hendrikus van Raaij in Nederasselt Dorp op nr 61 en 53 en tot 1900 in ieder geval zonder Hendricus Jansen, maar ik mis nog gegevens van het bevolkingsregister Overasselt tussen 1900 en 1924 (niet digitaal gevonden). Volgens de familie is Hendricus in 1919 op 25-jarige leeftijd teruggekomen naar Nederland en bij Hendrikus van Raaij in gaan wonen. In Nederasselt leerde hij Elisabeth van Tilburg kennen waarmee hij op 8 Mei 1929 trouwde in Balgoy. Op 1 mei werd al getrouwd voor de wet in Overasselt.

Burgerlijke Stand Overasselt, Huwelijken 1929. Uit deze akte blijkt dat Peter Jansen nog steeds in Duisland woont en dat zijn vrouw Regina van Raaij is overleden.
Hendricus (Hent) Jansen en Elisabeth Mechtilda van Tilburg op hun trouwdag op 8 mei 1929.
Familiefoto bij het huwelijk van Hent Jansen en Elisabeth van Tilburg. De foto is genomen bij het ouderlijke huis van Elisabeth van Tilburg aan de Eindsestraat in Nederasselt.

De trouwfoto is gemaakt bij het ouderlijk huis van Elisabeth van Tilburg. De boerderij was van 1908 tot 1949 eigendom van Petrus van Tilburg (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 95). Na verkoop werd de boerderij, die stond op de hoek van de Eindsestraat en de Oude Graafscheweg, afgebroken en er werd een nieuw huis gebouwd dat sinds 1979 eigendom is van Jos van Beuningen (kadastraal Nederasselt, sectie C nummer 2269; nu sectie D nummer 21).

Eindsestraat 12 Nederasselt. Op de plek waar eerste helft vorige eeuw Petrus van Tilburg woonde.

Omdat Hent Jansen al vanaf jonge leeftijd in Duitsland had gewoond (3-25) en omdat er zeker drie mannen in Balgoy ook Hendricus (Hent) heette werd hij meestal door de mensen uit de omgeving Hent de mof genoemd. Ook zoon Piet herinnert zich als kind aangesproken te zijn als Piet van Hent de mof en zoals eerder al gezegd was zoon Harry bij de harmonie ook beter bekend als Harry (van Hent) de mof.

In een e-mail vertelt Roel Jansen: “Hendricus en Elisabeth kregen acht kinderen. Regina (Gina), Petrus Joseph (Piet), mijn vader, Hendricus Petrus (Harry), Maria Regina (Riet), Johannus Martinus (Jan), Elisabeth Helena (Lies), Johanna Hendrika (overleden op 3 jarige leeftijd in 1946), Wilhelmina Mechtilda (Willie). Ze woonden in de Eindsestraat B101. Daar woonden ze in een mooie boerderij (met een dak van stro, maar toen de overburen grote brand kregen is ook het huis van mijn opa helemaal afgebrand. Onverzekerd en met weinig geld hebben ze een klein huisje gebouwd op dezelfde plaats als het oude huis.”

De boerderij aan de Eindsestraat waar Hent Jansen met zijn gezin gewoond hebben tot het in 1950 afbrandde. Deze foto is van eind jaren veertig (Bron: Piet Jansen, Oss). Linksboven de huidige situatie met het klein huisje dat werd gebouwd na de brand.
Bericht in de Gelderlander van 11 april 1950.

Hent Jansen kocht de boerderij van Hendrikus van Raaij in 1941 (kadastraal Eindsestraat sectie C nummer 20, leggerartikel 1128 (13) naar 1685 (3). Hendrikus van Raaij blijft in het huis wonen tot zijn overlijden op 22 april 1944.

De dubbele brand die Roel noemt vond plaats op maandag 10 april 1950, Tweede Paasdag. De eerste brand brak uit in een boerderij op de hoek van de Maasbandijk en het Veerstraatje in Balgoy (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 165). In zeer korte tijd stond de boerderij van de gebroeders Hulsman (Piet, Koos en Jan) in vuur en vlam, mede door de sterke zuidwester storm. De ramp werd nog groter toen een tweede boerderij op zo’n 500 meter afstand, de boerderij van Hent Jansen aan de Eindsestraat, ook in brand vloog doordat de rieten kap vlam vatte door een vonkenregen. In de Gelderlander van 11 april 1950 staat geschreven dat door deze branden zeventien personen dakloos werden en bijna al hun bezittingen verloren gingen. Rikie, dochter van Jan Hulsman, vult nog aan dat die dag niet 17 maar 19 mensen dakloos werden en dat ze allemaal onderdak kregen in hun eigen dorp.

Restanten van het huis van de familie Hulsman aan de Maasbandijk. De foto met Rikie Hulsman is genomen in 1950 toen het huis op tweede paasdag afgebrand was en zij haar eerste verjaardag vierde bij Jan en Drieka Bours, hun buren van toen.

De kinderen van Hent Jansen waren heel actief in het Balgoyse verenigingsleven. Harmonie Kunst en Vriendschap is al genoemd in het begin van dit verhaal. Zoon Piet speelde trompet en Harry klarinet. Ook voetbalden Harry, Piet en Jan (doelman) in Balgoy. De geschiedenis van het Balgoyse voetbal begint in 1932. Eigenlijk al eerder kunnen we lezen in “Boterhammen met Spek! – 75 jaar voetbal op ’t Gelderse platteland” (jubileumboek vv Diosa 2007), want voor 1932 nam pastoor Aarts op zondag na het lof de jongens van ongeveer 14 to 17 jaar oud mee naar de speelplaats van de school aan de Hoeveweg om een partijtje te voetballen. Maar vanaf 1932 zien we de voetballers van BVV, de Balgoyse Voetbal Vereniging, spelen op weilanden in de Bremdenmeer en achter het cafe aan de Hoeveweg. In het begin is de voetbalclub lid van RK Voetbalbond Den Bosch. Na 1940 worden ze lid van de KNVB afdeling Nijmegen, maar dat leverde een onverwacht probleem op: er waren meerdere BVV’s. Er moest een nieuwe naam komen en er werd een prijsje uitgeloofd voor de origineelste naam. Jan Jansen bedacht de winnende naam: Diosa, Doelen Is Ons Streven Altijd.

Tenslotte nog een voetbalfoto met twee zonen van Hent Jansen. Staand van l-r Jo v Haren- Frans v Haren-Grad Heymans-Antoon v Haren-Wim Heymans-Huub van Haren. Zittend van l-r Theo v Haren -Arie Willems-Jan Jansen- Harrie Jansen-Leo Stevens. Elftal kampioen geworden in Alphen in 1957. De laatste keer van Diosa. Naam bedacht door deze keeper. Normaal deed Louis v Haren ook mee. Het veld is misschien op het veld bij de Hoeve. Dat veld is later iets naar achter gegaan. (Bron: Ruud van Haren)
Bidprentje Hendricus Jansen (Bron: collectie bidprentjes Heemkunde werkgroep Esters Heem Bid- en Gedachtenisprentjes uit Escharen | Esters Heem (bidprent-escharen.nl))

Hent Jansen overleed op 27 juli 1967 in het St. Canisiusziekenhuis te Nijmegen en ligt in Balgoy op het kerkhof begraven. In 1992 werd daar ook zijn vrouw Elisabeth van Tilburg begraven. Het huis werd in 1970 verkocht aan Adrianus Hoogstraten, tuinder uit Neerbosch en staat er nog steeds. Toen het huis verkocht werd woonde weduwe Elisabeth van Tilburg met haar twee dochters Regina en Wilhelmina er nog. De vijf andere kinderen waren allemaal uit huis volgens de gegevens van het kadaster.

Leggerartikel 1685 uit het kadaster Nederasselt, sectie C, perceelnr. 20.

De stamboom van Hendricus Jansen is te vinden op MyHeritage: Stamboom Hendricus Jansen – Balgoyse minse – MyHeritage.