Het verhaal tussen Maas en Waal

Het “Verhaal tussen Maas en Waal” is een nieuwe website, www.verhaaltussenmaasenwaal.nl, die vertelt hoe bewoners eeuwenlang geleefd hebben tussen de twee rivieren. Het water sijpelt, stroomt of klotst door alle verhalen, waarin landschap, economie en macht aan bod komen. Duik in dit Verhaal, ga af en toe kopje onder. En kom boven met een frisse blik op de kolkende geschiedenis van dit land en zijn bewoners.

Een van de verhalen gaat over Balgoy en de Maas. Begin twintigste eeuw zijn er grote zorgen over de waterbeheersing van de Maas. Tussen 1900 en 1927 veroorzaakt de Maas veel problemen. De regering in Den Haag besluit de dijken van de Maas te verzwaren. Bij de overstromingen van 1926 concluderen de bestuurders dat dijkverzwaring alleen onvoldoende is. Waar deze conclusie toe leidde leest u op de nieuwe website.

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie. Meer info vindt u ook elders in deze blog.

Wie was Willem Coenraad van Rappard?

Op zoek naar een vroege eigenaar van de grond waarop ik nu woon op de Lingert, stuit ik op een naam die binding suggereert met het kasteel van Balgoy. Op de kadasterkaart van 1832 wordt aangegeven dat de eigenaar van sectie E24 en E25 Willem Coenraad van Rappard is.

Kadasterkaart 1832 met Wijchen sectie E25
Overlay van perceel Wijchen E25 en de huidige situatie op de Lingert

Voordat Balgoy en Keent een gemeente werden, was het een heerlijkheid. De laatste die het kasteel van Balgoy kocht en heer werd van de heerlijkheid was Bernhard van Rappard van Balgoy in 1780. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde. Het ambt van Maas en Waal kreeg een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden formeel opgeheven. Toch bleef de heer van Balgoy en Keent het voor het zeggen hebben. In die tijd deed de heer het bestuur van het dorp samen met afgevaardigden van de inwoners die land hadden, de geërfden. Voor de dagelijkse gang van zaken konden zij een schout en buurmeesters aanwijzen. De laatste heren van de heerlijkheid Balgoy en Keent, Bernhard van Rappard (overleden in 1819) en diens zoon Coenrad Willem Le Mercier van Rappard waren tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent. Jhr. Coenraad Willem was heer van Balgoy en Keent en schout van Balgoy en Keent vanaf 1817, lid raad van Nijmegen vanaf 1819 en heemraad (polderbestuurder) van het land tussen Maas en Waal). Hij overleed op 49-jarige leeftijd te Nijmegen op 16 september 1824.

Ruïne van het Huis tot Balgoy in de twintigste eeuw (Bron: Mien Jacobs Spann).

Dus Coenraad Willem Le Mercier van Rappard overleed in 1824; wie was dan Willem Coenraad van Rappard, die in 1832 nog leefde? Misschien de zoon van Coenraad Willem? Ik heb het antwoord nog niet gevonden, maar het lijkt niet waarschijnlijk. Coenraad Willem Le Mercier van Rappard was gehuwd met Alida Maria de la Court. Na diens dood in 1824 ging het Huis te Balgoij over aan de familie De la Court. Over kinderen die mogelijk erven wordt niet gesproken. De gronden om het kasteel worden dan beheert door Pieter Maria de la Court (1814 – 1872), rentenier te Nijmegen. Later wordt het kasteel doorverkocht aan Louis Machen. Na diens noodlottig overlijden volgde de familie Zuynderhoudt. Bij een openbare verkoop van het huis en de restanten van de inmiddels versnipperde heerlijkheid, werd de kasteelruïne gekocht door Albert Spann, de dorpsveldwachter van Balgoy en Keent. Blijft dus de vraag wie was Willem Coenraad van Rappard, die eigenaar was van het bouwland op de Lingert?

En toen was het stil…..

Het is al weer een tijd geleden dat er een bericht verscheen op deze blog. De intelligente lockdown ten gevolge van de corona-pandemie veranderde niet alleen op ons werk (thuiswerken) veel, maar ook ons hele sociale leven met familie en verenigingen werd helemaal anders. Hoe het verder zal gaan is afwachten, want het aantal besmettingen neemt momenteel weer toe.

Uitreiking van de Koninklijke Erepenning aan 100-jarige muziekvereniging Kunst en Vriendschap. Burgemeester van Beek vertelt en het voltallige bestuur luistert aandachtig.

Toch was er genoeg te vertellen. Alleen al het feit dat op donderdagavond 2 juli jl. op de parkeerplaats van dorpshuis ’t Balgoyke leden, ereleden en vrijwilligers van Harmonie Kunst en Vriendschap Balgoy samengekomen waren voor een speciale bijeenkomst ter afsluiting van het jubileum jaar.

Ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan mocht ik als voorzitter uit handen van burgemeester Marijke van Beek een Koninklijke Erepenning in ontvangst nemen. Deze bijzondere eer valt maar weinig verenigingen in ons land ten deel. Maar de verrassing was nog niet compleet. Ook de activiteiten van mijzelf waren in Den Haag blijkbaar niet onopgemerkt gebleven. Na de uitreiking van het ereteken werd ik ook nog toegesproken door de burgemeester en volgde een benoeming tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Ook de websites van de Gelderlander, RN7 en harmonie Kunst en Vriendschap doen verslag.

Wonen in Kerkeveld op de Lingert
De wetering die langs de Lingert loopt verbindt het Wijchens Meer met de Balgoysewetering.

Een grote verandering die ook in de afgelopen maanden plaatsvond, is dat ik verhuisd ben naar Wijchen. Inderdaad heb ik Balgoy (hopelijk tijdelijk) verlaten en een nieuwe stek gevonden in het Wijchense Kerkeveld. Natuurlijk is Balgoy niet uit het oog verloren en verandert er niets aan mijn verbondenheid met de Balgoyse gemeenschap. Er is niks mis met een andere kijk op Balgoy, vanuit Wijchen Zuid (of Balgoy Noord, ’t is maar net hoe je het bekijkt). De binding met het water blijft en via de Woordsestraat en Rijdtsestraat sta je binnen tien minuten bij de oude toren. Via de Elshof, het brugje over de Balgoyesewetering en boerderij de Gamert kan natuurlijk ook.

In het gebied tussen Woord en Lunen, Kerkveld, werd vanaf begin jaren negentig een nieuwe wijk gebouwd, Kerkeveld.

Dit waren van oudsher de twee gangbare manieren om van Balgoy naar Wijchen te gaan. Vanaf dat ik in Balgoy ben gaan wonen is aan de andere kant van de Balgoysewetering een nieuwe wijk gebouwd, Kerkeveld. De wijk Kerkeveld bestaat uit verschillende buurten: Diemewei, De Meren, De Flier, De Lingert en De Gamert. De Meren en Diemewei waren in de beginjaren van Kerkeveld de enige buurten.

In de eerste fase werden de Meren en Diemewei gebouwd

Later kwam hier de Flier en de Gamert bij. Nog een tijd later vestigde zich ook de buurt de Lingert in Kerkeveld (Bron: Wikipedia).

De situatie op dit moment. Nieuwe woonplek is aangegeven met *. Deze woningen zijn in 2002 opgeleverd volgens de buren en vorige bewoner.
Advertentie uit de Provinciale Geldersche en Nijmeegse Courant uit 1907.

Ik was wel benieuwd waarom deze buurt de naam “de Lingert” heeft gekregen. Het enige wat ik tot nu toe gevonden heb is een advertentie uit 1907 in de Provinciale Geldersche en Nijmeegse Courant, waarin vermeld wordt dat in cafe Burgers te Lunen onder andere het halfgewas van twee percelen rogge en twee percelen tarwe publiek is verkocht. Het betrof percelen op de Lingert. Dit suggereert dat de Lingert agrarische grond was in deze buurt. Een leuke bijkomstigheid is, dat ik nu net als de Alvernezen, die op Alverna wonen, kan zeggen dat ik op de Lingert woon.

Uitzicht vanuit de Lingert op Lunen.

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar nog meer (historische) informatie over deze mooie rustige nieuwe woonplek en de eventuele verbinding van deze plek met Balgoy. Van boerderij de Gamert aan de westkant van Kerkeveld weten we dat de laatste agrariër die er heeft gewoond (dus voordat oud-raadslid Rob Engels de boerderij kocht in 1995) wortels had in Keent (Tweestromenland, nummer 88 uit 1996). Zijn naam was Lambertus Broeren, zoon van Huub Broeren uit Keent en Pieta Sengers uit Wijchen. Lambertus breidde de Gamert uit van ongeveer 31 tot 42 ha. Dit was met name uitbreiding met gronden die oorspronke­lijk bij het Balgoysch kasteel behoor­den. De gemeente Wijchen betaalde in 1994 ongeveer 6 miljoen gulden voor de Gamert. De grond werd, behalve voor het woonhuis met het bijbehorende erf (ongeveer 2000 m2) gebruikt voor het realiseren van bouwplannen in Kerkeveld.

Een Zuid-Hollandse familie in Balgoy 1928-1931

Meer dan een jaar geleden werd er op faceboek een berichtje gepost door Anneke uit Berkel en Rodenrijs, Zuid-Holland over familieleden die in Balgoy gewoond hadden. Het resulteerde in een eerder verhaal op deze blog over de familie Helderman, die in de Hoeveweg heeft gewoond. Ze vroeg om foto’s en gegevens en het leuke is dat ze nu zelf ook steeds meer foto’s tegenkomt die gemaakt zijn in Balgoy, zoals de foto hieronder.

IMG_0084
2e van links Hans Helderman, 21-04-1929 geboren in Balgoy, en helemaal rechts Leo Helderman, op 02-11-1930 geboren in Balgoy. De geboren Balgoyenaren kwamen dus een bezoekje brengen aan hun geboorteplaats. Wie de andere twee mannen zijn is niet bekend; misschien waren zij destijds de bewoners. Deze foto is rond 1950 gemaakt. (Bron: Anneke Krak)

Ik ben net als Anneke ook benieuwd of er Balgoyse mensen zijn die de meest linkse man op de foto kennen en de tweede van rechts. Wat betreft de familie Helderman is de stamboom op MyHeritage te vinden. Een uitsnede, met o.a. Johannes Helderman, zijn vrouw Anna, de twee jongens die in Balgoy geboren zijn en de relatie met Anneke, is hieronder gegeven.

Helderman stamboom
Deel van de stamboom van Johannes Everardus Helderman en Anna Petronella van der Helm zoals die op MyHeritage te vinden is.
Hoeveweg 14 en Hoeveweg 16 (achterhuis) op dit moment.

Anneke vroeg zich ook af of het huis er nog stond of dat het misschien afgebroken was. Het huis, hoewel grondig verbouwd, staat er nog en net als in de tijd van de familie Helderman wordt het bewoond door twee gezinnen. Op kadastrale kaarten is de ligging terug te vinden. Een gemakkelijke manier om de lokatie weer te geven is middels PDOK. Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) is een platform voor het ontsluiten van geodatasets van Nederlandse overheden. Dit zijn actuele en betrouwbare gegevens voor zowel de publieke als private sector. PDOK stelt digitale geo-informatie als dataservices en bestanden beschikbaar. De PDOK diensten zijn gebaseerd op open data en daarom voor iedereen vrij beschikbaar.

Kadaster nu
Met PDOK worden o.a. de kadastrale perceelsgrenzen, perceelnummers, de belangrijkste bebouwing en straatnamen weergegeven.

Op 18 februari 1815 werd het Topographisch Bureau opgericht. Sinds die datum verzamelt en ontsluit de Nederlandse overheid geografische informatie: bijvoorbeeld over de ligging van wegen, water, bebouwing en landbouwgrond. Later ging het Bureau verder onder de naam Topografische Dienst. In 2004 werd de Dienst onderdeel van het Kadaster. Hiermee haalde het Kadaster jarenlange ervaring met het verzamelen van geo-informatie in huis. Om 200 jaar topografie te vieren werd een tijdreis-app gemaakt, topotijdreis.nl. Met deze app zijn meer dan 200 jaar aan topografische gegevens van nederland beschikbaar! Als we naar de twintiger jaren van de vorige eeuw gaan, zien we de bebouwing van de Hoeveweg in die periode en kunnen we de boerderij die bewoond werd door de familie Helderman terugvinden.

Hoeveweg 1925
Topografische kaart uit de periode 1925-1930.

Een gebeurtenis met impact in de krant van februari 1931

Het is een spannende tijd! Het begon met de stikstofcrisis, de maximum snelheid op snelwegen is naar 100 km per uur gegaan en de coronacrisis heeft ons leven helemaal op de kop gezet. De impact van de coronaviruspandemie op ons leven is ongekend en heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Balgoyse mensen over 100 jaar nog over de gebeurtenissen in 2020 zullen praten.

Ik weet dat het bericht in de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931 op pagina 9 in geen enkele verhouding staat tot de recente gebeurtenissen, maar toch denk ik dat niemand zich toen heeft gerealiseerd wat voor impact het beschreven besluit uiteindelijk zou hebben. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de overstromingen, de waterbeheersing en de rechtlegging van de Maas zaken die de mensen bezighield. De Maasbodejournalist melde dat de krant er op attent gemaakt was, dat “in het definitief plan tot rechtlegging der Maas de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Dr. C. W. Lely was voorzien. De nieuwe bedding zal niet ten Noorden van Balgooy worden gegraven, zooals wij op gezag van zijn uitvoerig rapport aannamen, maar men zal den kortsten weg kiezen ten Zuiden van dit kerkdorp, zoodat de parochie Balgooy en Keent in twee ongelijke helften zal worden verdeeld.” Waar dit besluit in de afgelopen negentig jaar toe geleid heeft is nu goed zichtbaar als je boven aan de dijk staat bij de Hoeveweg in Balgoy.

De Maas gezien vanaf de dijk aan de Hoeveweg in Balgoy (bron: Werner Peters)

De reden dat de Maas, o.a. bij Balgoy gekanaliseerd moest worden kent een hele lange geschiedenis. In de oudste tijden was de Maas een zelfstandige rivier, die stroomde, waar op het einde van de negentiende eeuw de Bergse Maas is gegraven. De Maas stroomde door de toen nog niet bestaande Biesbosch en mondde uit in een zeearm die thans ook niet meer bestaat. Op het einde van de dertiende eeuw werd de Maas met de Waal verbonden om de Waal te ontlasten, met als gevolg zeer hoge waterstanden het hele jaar door. In de dertiende en veertiende eeuw werd begonnen met de aanleg van dijken langs de Maas, maar daarmee was de wateroverlast niet ten einde. De rivierstanden werden zelfs nog hoger. Het water moest binnen de dijken zijn weg vinden, wat extreem hoge waterstanden met zich meebracht en op die plaatsen waar nog geen of slechte dijken waren aangelegd, stroomde het water weer als vanouds door het lage Brabantse poldergebied naar de Dieze en vandaar weer de Maas in. Ook de dijken aan de Gelderse kant van de Maas kregen het vaak zwaar te verduren. Toen in 1473 Karel de Stoute Brabant en Gelderland in zijn macht kreeg, liet hij aan de Brabantse kant van de Maas, boven Grave, twee gedeelten onbedijkt, de zogenaamde overlaten. De Brabanders, die in het Maaskantgebied woonden, waren het hier vanzelfsprekend niet mee eens en concludeerden dat Gelderland belangrijker werd gevonden dan Brabant.

Door de jaarlijkse overstromingen was het Maaskantgebied een prachtige buffer voor Gelderland en Holland, tegen eventuele vijanden, die het op Noord-Nederland hadden gemunt. De Brabantse Maaskant werd dus opgeofferd in het belang van Holland en Gelderland. De Overlaten werkten vrijwel elk jaar, en in een aantal jaren leidde het zelfs tot grote rampen. Het duurde tot dik in de 19e eeuw voordat er maatregelen kwamen. Als laatste van die maatregelen restte nog de sluiting van de Beerse Overlaat. Toen daar in 1904 een positief besluit over werd genomen, tekende de provincie Gelderland protest aan. Gelderland was bang dat als de dijken aan de Brabantse kant verzwaard zouden worden bij hoog water de dijken aan de Gelderse kant het zouden begeven. In 1919 stelde de minister van Waterstaat een commissie in, de Commissie Jolles, die met adviezen moest komen die tot verbetering van de toestand moesten leiden ook aan de Gelderse kant.

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Op basis van het advies van die Commissie Jolles werden de hoogtes van de dijken aangepast, maar in de nacht van 6 op 7 maart 1923 ging de Overlaat weer werken. Men herstelde de schade en het zou nu toch wel even rustig blijven. Helaas, ook in 1924 overstroomde de Maas aan de Brabantse kant. En dat was niet de laatste keer. De overstroming van 1924 betekende niets in vergelijking met de ramp in de winter van 1925-’26. In de Brabantse rivierdijken ontstonden veertien doorbraken en diverse dorpskernen kwamen meters diep in het water te staan. Ook de Gelderse Maasdijken braken door, zodat het gehele land van Maas en Waal overstroomde. Iedereen sprak erover en er moest iets gebeuren! Dr. Ir. Lely kreeg direct opdracht een zodanig plan op te stellen dat de waterstanden van 1926 verleden tijd zouden zijn. Reeds op 21 juli 1927 bracht Lely zijn lijvig rapport uit, waarin de volgende uit te voeren werken werden voorgesteld: kanalisatie van de Maas van Grave tot de Blauwe Sluis in Gewande waarbij vijf bochten in de Maas zouden worden afgesneden, verbreding van het zomerbed van de Maas van 75 tot 100 meter, bouw van de stuw bij Lith om te zorgen dat de Maas ook in de zomer bevaarbaar zou blijven en het dichten van de Beerse Overlaat tot zogenaamde bandijkhoogte (+ 12,60m NAP). De letterlijke tekst uit het rapport over de bochtafsnijding bij Balgoy luidde:

Tusschen Grave en Blauwe Sluis kan de rivier zeer belangrijk door afsnijding van bochten verkort worden, op de wijze als behandeld in Hoofdstuk IV van het Verslag der Commissie-JOLLES en globaal aangegeven voor de ontworpen verbetering Grave—Lith, op de bij dat Verslag behoorende bijlage 11. Doordat na de in Januari 1926 opgedane ervaring van een belangrijk grooter maximum afvoer en lagere hoogste standen dient te worden uitgegaan, moet wat de aan te brengen verbetering betreft het plan der Comissie-JOLLES echter belangrijk worden uitgebreid. In Hoofdstuk VI is reeds aangetoond, dat zelfs een voortzetting der rivierverbetering van Lith tot Blauwe Sluis nog niet voldoende zal zijn en de Maas beneden Blauwe Sluis en ten deele ook de Bergsche Maas nog in het verbeteringsplan moeten worden opgenomen. Omtrent de tusschen Grave en Blauwe Sluis aan te brengen bochtafsnijdingen, welke op bijlage 15 in rood zijn aangegeven, kan het volgende worden medegedeeld. Tusschen Grave en Ravenstein kan, bij den zeer kronkeligen loop der rivier, alleen door afsnijding van bochten binnen de bandijken, geen noemenswaardige verbetering worden tot stand gebracht, zoodat hier een bochtafsnijding is ontworpen door het land heen. De meest aangewezen richting voor de nieuw te graven rivier zou zijn, door van de thans in aanbouw zijnde stuw beneden Grave af met een flauwe bocht door den polder van Balgoy te gaan. De nieuwe rivier zou dan echter door de R.K. kerk te Balgoy komen en de vrijwel één geheel vormende buurtschappen Balgoy en Keent in tweeën snijden. Dit meest voor de hand liggende tracé kan om deze redenen, die een zeer kostbare onteigening zouden vorderen, behalve nog de noodzakelijkheid om ter sparing van de kerk in de doorgaande bocht nog een S-bocht bezuiden de kerk te maken, niet voor uitvoering in aanmerking komen. De afsnijding tusschen Grave en Ravenstein is daarom ontworpen benoorden de bebouwing van Balgoy omgaande, zoodat alleen bij de doorsnijding van den weg van Neder-Asselt naar Balgoy een aantal woningen zullen moeten verdwijnen, doch verder vrijwel geen bebouwde eigendommen zullen worden geraakt. Ook kan het thans in aanbouw zijnde gemaal bij de Balgoysche sluis behouden blijven voor de bemaling van het afgesneden gebied. Het door de nieuwe rivier van Gelderland afgesneden land zal door afdamming van de bestaande rivier met het in noordwestelijke richting loopende dijksvak van den Marspolder in verbinding worden gebracht, zoodat vandaar, via de in aanbouw zijnde brug over de stuw beneden Grave, de verbinding met Gelderland, zonder dat een pontveer noodig is, behouden blijft. De lengte van de nieuwe rivier benoorden Balgoy is ongeveer 1 K.M. grooter dan van een afsnijding tusschen Balgoy en Keent, doch levert nog een rivierverkorting tusschen Grave en Ravenstein op van ongeveer 5,3 K.M. volgens de as der rivier en ruim 7 K.M. van de gestrekte lengte. Deze zeer belangrijke verkorting van ruim 40 % heeft toch nog tot gevolg, dat aan het benedeneinde bij Niftrik en Ravenstein de hoogste stand bij maximum afvoer, uitgaande van een stand van 10,80 M, + N.A.P. te Grave, nog even hoog zal blijven als de stand die daar in Januari 1920 is bereikt.

Nog voordat Lely’s plan van 21 juli 1927 bij de inwoners van Balgoy en Keent bekend was en hen zou doen beseffen dat ze Brabander zouden worden verscheen het krantenbericht in de Maasbode.

Bericht uit de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931. Hierin wordt melding gemaakt dat de doorsnijding van de bocht in de Maas dwars door Balgoy en Keent gaat lopen.

Toen werd dus alles anders. Alleen Keent kwam te liggen in de provincie Noord-Brabant en Balgoy bleef Gelderland. Het was dus begin 1931 dat voor het eerst in de media werd gesproken over de scheiding van Balgoy en Keent. Binnen tien jaar was de scheiding een feit. Wat ik wel zou willen weten is hoe, wanneer en door wie het definitieve besluit is genomen om af te wijken van Lely’s plan. Een onderzoek in het archief van de gemeente Overasselt en de raadsstukken uit de periode 1926-1931 zal zeker informatie opleveren. De impact moet gigantisch geweest zijn voor jong en oud, voor de inwoners uit Keent, maar ook voor de inwoners uit Balgoy. Een simpel voorbeeld is het feit dat Keentse kinderen niet meer in Balgoy naar school konden gaan. Ben benieuwd hoeveel kinderen die nu op de Roncallischool zitten dit feit nog kennen. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoeveel kinderen op de Roncallischool in 2120 nog kunnen vertellen over de gevolgen van de coronaviruspandemie van 2020.

Een van de laatste keren dat de kinderen uit Keent de school in Balgoy bezoeken. Herkenbaar vlnr Jo Zwartjes, Rien Gerrits, Piet Willems, Gerrit Schamp, …. Schamp, Nol van Zwam, Jan (?) Gerrits, Toon Zwartjes, Harrie Schamp, e.o. Fie en Dora van Zwam, 3e van links Bart Gerrits. Links op de achtergrond het huis van Joaneske Arts, in 1940 bij het uitbreken van de oorlog door de Nederlandse militairen afgebrand. Achter het huis de school en op de achtergrond de “nieuwe” kerk met de originele torenspits.