Soms zit het mee en soms zit het tegen

BHIC (Brabants Historisch informatiecentrum) in de Citadel van ‘s-Hertogenbosch (Bron: BHIC op Wikipedea)

Onderzoek doen naar de geschiedenis van je familie of je leefomgeving is een fantastische hobby. Elke keer vind je weer verrassende informatie over mensen en de tijd waarin ze leefden. Er is zoveel bewaard gebleven over onze geschiedenis en er zijn heel veel bronnen waarin je kunt zoeken, in een archief en ook thuis achter je pc. Omdat veel Balgoyse mensen roots hebben in het Brabantse is een bezoek aan het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in de Citadel van Den Bosch onontkoombaar, maar ook zeer de moeite waard. Blijf je liever thuis, dan kun je in de digitale studiezaal van het BHIC informatie vinden in bijna 40 kilometer archieven en collecties. Je krijgt hulp bij onderzoek, kunt vragen stellen aan een archivaris via chat en ontmoet andere onderzoekers op het forum.

screenshot.png

BHIC Bronnen die je thuis kunt raadplegen

Toch kun je soms pech hebben. Dat overkwam mij met mijn speurtocht naar de voorouders van mijn vrouw Ans Jans, Godefridus Jans en Geertrudis van Raaij uit Escharen en hun verwanten. Informatie over het huwelijk van Godefridus en Geertrudis was niet te vinden. Omdat beiden uit Escharen kwamen, moet het huwelijk bijna zeker in de kerk van Escharen gesloten zijn. Zoeken in de Doop, Trouw en Begraafboeken van omringende plaatsen leverde ook niets op. Dan maar een vraag op het BHIC forum geplaatst. Nog diezelfde avond, was er al een reactie. De Doop, Trouw en Begraafboeken van Escharen van eind 18e eeuw blijken niet compleet te zijn en o.a. het R.K. trouwen Escharen 1788-1800 ontbreekt in het archief.

Soms heb je ook een meevaller. In het archief van het dorp Escharen wordt onder nummer 67 een lijst van eigenaren van onroerend goed bewaard (Bron: Escharen rond 1800: een boeren-gemeenschap, uitgave in het kader van de finan­ciële actie “Werk aan de kerk” onder auspiciën van het kerkbestuur van de Lambertuskerk in Escharen). Deze lijst werd begin 18e eeuw aangelegd voor belastingdoeleinden, en wel in het kader van nieuwe wetgeving op het (al bestaande) zegelrecht. Alle transportak­ten van onroerend goed, alle uitgiften van bezittingen in erfpacht, elke verkoop of ver­vreemding van erf pachtbrieven, alle renten, tienden en huren en alle verhuringen en ver­pachtingen voor een termijn van 25 jaar of langer op gezegeld papier moesten worden geschreven. Het tarief was progressief: hoe duurder het goed, des te duurder het zegel. Om de heffing van dit recht te kunnen verzekeren, diende de uitgangssituatie te worden vastgelegd: alle bewaarders van registers van vast goed moesten hun bestanden moesten actualiseren. Voor Escharen berustte deze verplichting bij het dorpsbestuur.
Al te willig waren de regeerders van Escharen niet, zo min overigens als vele anderen in den lande. Het opschrift van het Escharense kohier meldt dat het dorpsbestuur pas in actie kwam na een waarschuwing van het departementaal bestuur dat het kohier vóór 1 januari 1807 in orde moest zijn gemaakt. Conform de opdracht werden nu alle eigenaren van onroerend goed en alle tiendheffers onder de jurisdictie van Escharen in een register gebracht. Naderhand werden nog enkele mutaties opgetekend, zodat de beschreven situatie geldig mag worden geacht voor de periode ca. 1807 – ca 1810.

De lijst bevat veel interessante informatie over ontroerend goed in Escharen, waaronder twee nummers die van bijzondere interesse zijn, no. 40 en no. 55.

No. 55 zijn de eigendommen van Godefridus Jans:

  • “een Huys en verder getimmers gen: de bolt, voor 2/3, met 3/4 morgen Zompgrond”
  • “4 Hond biesagtig Weijland gelegen in eenen onverdeelden Kamp genaamt de Horst in het geheel groot 3 morgen belend Eenerzijds B: van de Wiegelaar en meer Erven eene Eynde de Rivier de Raam, en Verders de Gemeente”
  • “1/3 in eenen Kamp zompig wijland genaamt de Lagen waeijcamp, in het geheel groot”
  • “1/2 morgen belend, Eenerzyds Derk Prinss en meer Erven, Anderzyds B Van de Wiegelaar Eene Eynde de Rivier de Raam ander Eynde Mathijs Cuppen Escharen terug in de tijd pagina 19 4 een Parceel Heygrond groot 4 1/2 morgen gelegen aan de Legeheij belend, Eener­zeyds het Weversveld en verder de Gemeente”

No. 40 zijn eigendommen van de erfgenamen van Hendricus Theunisse van Raaij (de vader van Geertrudis van Raaij):

  • “eenen bouwhoff gelegen in de Lege­heij, met 4 1/2 morgen zoo bouw weij als Heijland belend Eener Zeyds de Wed: Jacob Jans en meer Erven en verder gemeene Wegen in de marge: Modo Godefridus Jans het huys met hoff en aangelegen bouwland groot 1/2 morgen, Reinier Reijnders c:s: eene morgen bouw en groesland, Jan van Raaij eene morgen bouw en Heyland, Johannes v:d: Broek 6 & 3/4 morgen bouw en een Kampke wyland groot 1/4 morgen, Hermanus van den bogaard c:s: eene morgen bouw en groesland”
  • “4 1/2 hond Weijland geleegen in Eenen onverdeelden Kamp, in het geheel groot 3 H: Morgen, gen: de Horst, belend EenerZeijds B: van de Wiegelaar en meer Erven, Eynde de Rivier de raam ander zeyds en eynde de Gemeente in de marge: Modo de Heer A:W: van Ham te Grave”

Deze beschrijving komt overeen en wordt bevestigd door de erfdeling die in 1807 plaatsvindt en die is terug te vinden in de index van het schepenprotocol van Escharen onder toegangsnummer en inventarisnummer 7040.522.
De kinderen en erfgenamen van Hendricus Theunissen van Raaij en Catharina Jacobs van den Heuvel in leven echtelieden, Jan van Raaij, Godefridus Jans weduwnaar van Geertruij van Raaij, Anthonet van Raaij en Johannes van den Broek echtelieden, Angenes van Raaij en Reinier Reinders echtelieden, Elisabeth van Raaij en Hermanus van den Bogaart echtelieden verdelen de volgende onroerende goederen: een huisje met aangelegen moeshof en bouwland in de Legeheij, groot samen ongeveer een halve morgen. Een perceel bouw- en groesland een Hollandse morgen groot. Een morgen bouw- en heiland, grenzend enerzijds Godefridus Jans en verder rondom de gemeene wegen. Drie vierde morgen bouwland en een kampke groesland ongeveer een tiende morgen tussen de gemeene straat en Godefridus Jans. Een stuk bouw- en groesland ongeveer een Hollandse morgen groot, grenzend enerzijds de gemeente en een eind Melchior en ander eind Rein Hendriks. Was getekend M. Poos klerk.

 

Gertrudes van Raaij, echtgenote van Godefridus Jans, slachtoffer van de grillen van de Maas?

2e143-afbeelding9

Gertrudes van Raaij woonde in Escharen, op de Legeheij (Lage Heide)

Dat de Maas een grote rol speelde in het leven van de mensen die aan beide zijden van de rivier woonden is al vaker beschreven in deze blog.  Deze keer een voorbeeld aan de andere kant van de Maas.

Gertudes van Raaij, dochter van Hendricus van Raaij en Catrin Jacobs, geboren 28 januari 1756 op “de Legeheij” (tegenover “het Huukske” op de weg van Escharen naar Zeeland) was de echtgenote van Godefridus Jans, zoon van Jean Wilbers en Maria Jans Diependaal, geboren in Mill. Godefridus is de betovergrootvader van Harry Jans, geboren en getogen in Balgoy. Godefridus trouwde in in de ouderlijke boerderij van Gertrudes, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was.

van Godefridus naar Harry Jans

Stamreeks van Harry Jans, die in vier generaties uitkomt bij Godefridus Jans en Gertrudis van Raaij uit Escharen

Gertrudes overlijdt op 15 februari 1799, op 43-jarige leeftijd. Ze wordt niet in Escharen waar ze woonde begraven maar in Reek op 19 februari. In het begraafboek van Reek is te lezen waarom.

1a58c-afbeelding6

1799 die 15 Februarii vite munita (=voorzien van ziekenzalving) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob (als gevolg van) inundantiam (inundatio=overstroming) aquaram (=water) hie sepelitur( =is hier begraven) 19 ejusdem (=hetzelfde)

De inschrijving in het begraafboek kan mijns inziens toch nog op twee manieren worden uitgelegd. De meest voor de hand liggende vertaling is: In 1799 op 15 februari is voorzien van de ziekenzalving overleden in Escharen Gertrudis van Roij en die is als gevolg van overstroming hier begraven op de 19e van diezelfde maand. De vraag is of Gertrudis verdronken is bij de overstroming of dat ze als gevolg van de overstroming niet begraven kon worden in Escharen. Op dit moment denk ik dat het laatste het geval was, omdat Gertrudis voorzien was van het sacrament der zieken. Bij de verdrinkingsdood verwacht je dat niet meteen, eerder bij een ziekbed.

In ieder geval is duidelijk dat in februari 1799 de Maas buiten zijn oevers was getreden. In het tijdschrift Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28) wordt geciteerd uit een aantekeningenboekje van de Blerickse schoolmeester Simon Teeuwen (1). De winter van 1798-1799 was streng en ging gepaard met overstromingen. En dat was niet de eerste keer in de achttiende eeuw. IJsvorming kwam in de achttiende eeuw veelvuldig voor. Dit verschijnsel, dat in verband stond met de strenge winters in deze periode (de laatste fase van de ‘kleine ijstijd’), zag men als één van de grootste boosdoeners bij het ontstaan van rivieroverstromingen. Wanneer ijs losraakte en ging drijven zette het kruiende ijs zich vast door over elkaar te schuiven en zo werden grote ijsdammen gevormd die ver boven de dijken uitstaken. Water en ijs werden tegen deze ijsdammen opgestuwd en het water rees zo hoog dat het over de dijken stroomde. Hierdoor kalfden de dijken aan de achterkant af en braken door (2). Dit gebeurde dus ook in februari 1799.

Tweestromenland 1978.png

Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)

Toch begon het traditionele beeld dat de rivier de manier van leven van de mensen bepaalde te veranderen! De Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw maakte niet alleen korte metten met de oude politieke en sociale orde, maar zorgde tevens voor een doorbraak van de moderne, rationalistische denkbeelden van de Verlichting en het geloof dat de mens in staat was zijn eigen lot in handen te nemen. Dit geloof werd bovendien in belangrijke mate versterkt doordat de Britse industriële revolutie aantoonde dat de mogelijkheden daartoe, vooral als gevolg van de uitvinding van de stoommachine, plotseling sterk waren toegenomen. Dankzij de Franse en Britse revoluties aan het einde van de achttiende eeuw kwam de maakbare samenleving binnen handbereik en, met het Franse voorbeeld voor ogen, waren ook in ons land velen van mening dat de staat hierbij een belangrijke rol moest spelen (2). De nieuwe staatsvorm in 1798 en de bestuurlijke omwenteling zouden belangrijke gevolgen hebben voor de aanpak van de rivierenproblematiek. Het was nu mogelijk op nationaal niveau beleid te ontwikkelen om in te kunnen grijpen. Het werd de taak van de, eveneens in 1798 ingestelde, centrale waterstaatsdienst (Rijkswaterstaat) om na te gaan wat deze algemene verbetering voor de rivieren moest behelzen. In de winter van 1798-1799 werd weer eens duidelijk hoe belangrijk dat was.

Bronnen:

  1. “Strenge winter met overstroming” in: Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)
  2. “Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland”. Alex van Heezik, proefschrift Technische Universiteit Delft 2007

Piet van Willem van Peter van Hannes Schel uit Vinkel

 

Deze keer geen blog over Balgoy of Keent en ook niet over Geffen. Of eigenlijk toch wel een beetje, want Geffen en Vinkel zijn ongeveer hetzelfde als Balgoy en Keent. Naar aanleiding van de vorige blog “Pietje de Hoas en Thé den Hoan, namen om niet te vergeten”, die ging over namen en bijnamen in de vorige eeuw en daarvoor, kreeg ik al binnen een dag een reactie uit Geffen van Herman de Haas. Zoals ik in dat bericht al zei heb ik regelmatig nog even contact met deze Geffense mens, meestal via Facebook. Het WordPress bericht wordt ook altijd vermeld op Facebook, waar het dan wordt opgepikt en eventueel geliked. Soms ook, zoals deze keer, krijg je een reactie.

Pietje de Haas

Pietje de Haas uit de van Coothstraat in Geffen

Herman reageert op Facebook: “Pietje de Hoas, is geborre in Vinkel in de Neeikampen, as Piet van Willem van Hannes Schel, mar deh weten de mensen in Geffen wir nie, mar in Vinkel ist nou nog altijd: oo geh zet er inne van Piet van Willemke Schel.” Ik reageer meteen terug met “Mag ik dit stukske nog d’r bij schrijven? Makt ‘t wel af!”, waarna ik met kerende post een positief antwoord krijg en nog wat extra informatie: “Tuurlijk woarum nie, is ginne scheldnaam mar kumt van een oma af, Sara Schel.”

Natuurlijk geloof ik meteen dat wat Herman zegt klopt. Die bijnamen zitten zo diep geworteld in de families en hoewel onze generatie die bijnamen niet zo vaak meer gebruiken, zijn die door overlevering bewaard gebleven. Ik ben er inne van Jan van Piet de Corry en Herman is er inne van Piet van Willemke Schel!

Toch wil de wetenschapper in mij zoiets dan nog even checken, valideren. Dat kan in zo’n geval simpel met de websites van WieWasWie en BHIC. We typen op WieWasWie Petrus de Haas in en krijgen meer dan 1200 hits. Die vraag moet verfijnd worden. We gaan uitgebreid zoeken en voegen de plaatsnaam toe. Geffen levert geen bruikbare resultaten in de periode 1924-2000 op (Met Google al gevonden dat Piet de Haas op 25 december 2009 85 jaar oud werd en dus in 1924 geboren is), dus nieuwe poging gewaagd met Nuland. Vinkel was in de vorige eeuw opgesplits en hoorde deels bij Geffen, bij Nuland en bij Heesch. De combinatie met Nuland levert 10 resultaten, waaronder het bevolkingsregister vanaf 01-01-1917 met scan.

screenshot

screenshot.png

7340-0009.030

Detail van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934, pagina 29

Uit het bevolkingsregister blijkt dat het de Petrus (Piet) de Haas betreft die we zoeken, want de geboorteplaats is Nuland en de geboortedatum 25 december 1924. Verder is te zien dat Petrus in Wijk B (waarschijnlijk Vinkel) woont op nummer 57. Alleen worden geen ouders vermeld op deze pagina. Het volgnummer van Petrus is 21, dus er staan nog 20 vermeldingen op de pagina hiervoor (pagina 28). Herman vertelde dat hij er “inne was van Piet van Willemke Schel”, dus de naam van de vader van Petrus was Wilhelmus (Willemke). In WieWasWie wordt Petrus vervangen door Wilhelmus en we vinden opnieuw het Bevolkingsregister van 01-01-1917, maar dan een pagina eerder, pagina 28 in plaats van pagina 29.

screenshot.png

7340-0009.029.jpg

Pagina 28 van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934

Deze pagina vermeldt op volgnummer 1 het hoofd van het gezin van op B57 woont, nl. Wilhelmus de Haas, geboren 28-03-1867 in Nuland, weduwnaar van Antonia Bosch, die op 10-05-1918 getrouwd is met Gijsberdina van Lokven. Hij is dan 51 jaar. Petrus de Haas is hun zoon. Gijsberdina komt volgens het Bevolkingsregister uit Berlicum. Er van uitgaande dat Wilhelmus en Gijsberdina dan ook in Berlicum getrouwd zijn, is de huwelijksakte met behulp van WieWasWie gemakkelijk terug te vinden in het archief van de Burgerlijke Stand.

017-550-295-1918_014.jpg

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Berlicum 1918

Behalve het bruidspaar, worden in de akte ook de wederzijdse ouders genoemd. Wilhelmus de Haas was boerenarbeider en meerderjarige zoon van Peter de Haas en Theodora van den Bosch uit Nuland. De stamreeks van Herman de Haas telt nu al een viertal generaties, maar de naam van “oma” Sara Schel is nog niet gevonden. We zoeken nu het huwelijk van Peter de Haas en Theodora van den Bosch op WieWasWie op. Zij zijn op 17-09-1857 in Nuland getrouwd. Peter was de zoon van Johannes Cornelus de Haas en Sara Schel!

116-050-5501-1857_024

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Nuland 1857

stamreeks Piet de Haas

Korte stamreeks Piet de Haas 

Samengevat, kunnen we het volgende concluderen, nadat ik met behulp van de websites WieWasWie en BHIC enkele feiten heb opgezocht over de voorvaderen van Piet de Haas. Sara Schel was getrouwd met Johannes Cornelis (Hannes) de Haas en die kregen in 1825 een zoon Petrus (Peter) in Geffen. Dus Geffense mensen zouden ’t kunnen weten. Peter was de vader van Wilhelmus (Willemke) en dat was weer de vader van Pietje. Dus dat betekent dat Herman de Haas, Herman van Pietje van Willemke van Peter van Hannes Schel moet zijn. Een mooie bijnaam, diep geworteld in de Geffense en Vinkelse grond. Ik ben nog wel benieuwd naar waarom precies de naam van de vrouwelijke lijn als bijnaam werd aangenomen.

Pietje de Hoas en Thé den Hoan, namen om niet te vergeten

De sociale media zijn zo gek nog niet! Het houd contacten levend, die anders wellicht verwateren. Mijn contacten in Indianapolis bijvoorbeeld, waar ik in 2005 een aantal maanden mocht werken bij het farmaceutische bedrijf Eli Lilly. Natuurlijk zou ik ze vaker willen bezoeken, maar de Amerikaanse Midwest is niet bij de deur. Maar ook contacten dichterbij zijn belangrijk. Regelmatig heb ik nog even contact met een Geffense mens. Herman van Pietje de Haas (of de Hoas op z’n Geffens) is zo iemand. Hij reageert regelmatig op een Facebook-bericht van mij. Sociale media hebben zeker mindere kanten, maar tegelijkertijd zijn er dus ook positieve kanten. Zo blijf je verbonden met je roots, zelfs als je er al veertig jaar niet meer woont.

facebook-HermanMet een kop koffie in de kapschuur moest ik terugdenken aan de blog over de vliegshow in Keent in 1933. Het verhaal van het vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent is algemeen bekend bij de Balgoyse mensen. Oud-marinier en oud-vlieger Van der Vijver, burgemeester van Overasselt 1927 – 1934, was het die ervoor zorgde dat in de uiterwaarden van Keent, op het Meridelterrein, een vliegterrein van 600 x 600 meter werd aangelegd.

Wat heeft die blog te maken met Herman de Haas? Eigenlijk niet veel, maar ik moest denken aan een foto die besproken is in de betreffende blog. Een van de publiekstrekkers van de vliegshow was een vlucht met bejaarden uit de regio, waaronder Piet Cornelissen, oud 92 jaren (1) en Hent de Haan, oud 94 jaren (2), beiden uit Balgoy. Dat Hent de Haan uit Wijchen kwam en niet uit Balgoy, zoals onder een foto in het boek van dhr. Boeijen geschreven staat, was snel gevonden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924-1930 wordt Hendricus de Haan niet genoemd en in de overlijdensakte van de burgerlijke stand staat geschreven dat hij geboren en wonende te Wijchen was toen hij op eenennegentigjarige aldaar overleed op 7 november 1937. Toen ik vroeg om meer informatie over Hent de Haan reageerde Theo Thoonen uit Balgoy. Hij zei dat het in ieder geval geen familie was van hem. Hoezo vroeg ik, jouw achternaam is toch Thoonen, niet de Haan? “Ja, dat klopt” zei Theo, maar wij komen uit Alverna en daar heet ik Theetje d’n Hoan. Een bijnaam zoals zovelen vroeger een bijnaam hadden, ook in Balgoy. Vaak hadden de bijnamen een betekenis, soms ook niet. Wie kent de Balgoyse bijnamen en weet waar ze vandaan komen? Harry den Bels en Jo de Post, de Sjarreltjes, Bartje Buiting, Thijs van Sissen, Thé d’n Dekker, Marinus de Kriemel, Petje Kamer, Piet Fuuk, Hent de Mulder, Pet de Smid en Tinnuske Puf om er maar een paar te noemen, maar er zijn er nog veel meer. Een stukje Balgoyse en Keentse geschiedenis, dat niet verloren mag gaan, vind ik.

f5012-cornelisvanerpca1920

Cornelis van Erp en zijn vrouw Johanna Hermes 

Voor wie het interessant vindt, ook in Geffen hadden ze bijnamen. Niet Herman van Pietje de Haas, want dat is z’n echte achternaam. Maar mijn bijnaam bijvoorbeeld is Piet de Corry. Mijn overgrootvader was Cornelis van Erp en diens afstammelingen kregen de bijnaam de Corry. In Geffen waren meerdere families die van Erp heetten en op die manier konden die uit elkaar worden gehouden.

Getekend,
Piet van Jan van Piet de Corry

Bronnen:
1) 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven
2) Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen

Samen maken we de goede keuzes: een naïeve gedachte?

stemmen Ballegoijke

In de week van de gemeenteraadsverkiezingen, waarin we in vrijheid kunnen stemmen, wordt op tv en radio druk gediscussieerd en gespeculeerd over wie ons gaan vertegenwoordigen en ook in de kranten en op twitter heeft iedereen een mening. Er zijn natuurlijk mensen die vinden dat het allemaal onzin is of die vinden dat ons politieke en bestuurlijke systeem niet deugt, maar in meerderheid zijn we wel tevreden hoe het in Nederland en in onze gemeente is geregeld. Automatisch denk je dan ook terug hoe het vroeger was.

Hoe het begon, de vroonhoeve

Meanderende Maas

Figuur 1. Meanderende Maas (tekening: Werner Peters)

De meanderende Maas heeft eeuwenlang het lot bepaald van het gebied waar nu Balgoy en Keent liggen. Het dorp Balgoy is heel waarschijnlijk ontstaan op een wat hoger gelegen zandgebied ten westen van Nederasselt, waar de rivier gedwongen werd een ruime bocht naar het noordwesten te maken (loop I in figuur 1). Balgoy lag toen westelijk van de rivier, op Brabantse grond. Toen de rivier in de 11e eeuw van bedding veranderde (loop II in figuur 1, loop III is de huidige situatie) kwam Balgoy aan de noordelijke (Gelderse) kant van de Maas te liggen. In die tijd zullen door de veranderde ligging Balgoy en Keent meer met elkaar te maken gekregen hebben. De kerken, met name het bisdom Utrecht, maar ook het dekenaat Xanten, behorend tot het aartsbisdom Keulen, spelen dan een belangrijke bestuurlijke rol. We weten dat in de 12e eeuw de buurschappen Balgoy en Keent werden ondergebracht in één kerspel. In Balgoy was al lang daarvoor een kerkje gebouwd (ca. 960) en in Keent een kapel. De bisschoppen van Utrecht verwierven veel grond in het gebied en zij inden de tienden (belastingen) in Balgoy voor het Kapittel van St. Jan. Zij bouwden er ook een grote herenboerderij of vroonhoeve. Horigen deden het werk en het bestuur van Balgoy werd geregeld vanuit deze vroonhoeve, die waarschijnlijk gestaan moet hebben in de Holtsehoek (in de buurt van de boerderijen ’t Hof en/of ’t Hold). Een vroonhof, vroonhoeve of vroenhof was in de middeleeuwen de hoeve, van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd volgens het puur economische Hofstelsel, dus voordat er in Balgoy sprake was van een meer feodaal, politiek systeem, de Heerlijkheid. Wanneer die herenboerderij definitief verdween, is nog niet duidelijk. Het kerkje in Balgoy bleek al snel te klein, want al in diezelfde 12de eeuw werd het vergroot. De kanunniken van het Kapittel van St. Jan, die de gronden in bezit kregen en exploiteerden, gaven de kerk de naam St. Jan. Johannes de Doper was hun beschermheilige.

Het kasteel, de Heerlijkheid

gld_balgoij_prent

“’t Slot te Balgoijen”

De streek rond de buurschappen Balgoy en Keent was een grensgebied tussen een aantal grotere en kleinere heersers. Niet zo’n stabiele situatie dus. Het eerste grote conflict ontstond toen de bisschoppen van Utrecht in hun streven naar macht werden gedwarsboomd door de heren van Cuijk, die door huwelijk recht meenden te hebben het gebied. Utrecht won, maar het duurde niet lang of het Kapittel kreeg te maken met de graven van Kleef, die invloed wilden in het (nieuwe) Gelderse gebied. Het leidde er toe dat in 1247 Kleef eenderde van het gebied afdwong. De graven van Kleef bouwden in de 14de eeuw een kasteel en Claes Trouweloos werd de eerste kasteelheer, die het kasteel en de Heerlijkheid Balgoy en Keent van hen in leen kreeg. Trouweloos deed zijn naam eer aan, want in 1367 pleegde hij verraad en liet hij Gelderse troepen toe in het kasteel. Na een aantal jaren namen de Graven van Kleef wraak en in het begin van de 15de eeuw werden Balgoy en Keent op gruwelijke wijze door Kleefse troepen afgestraft. Tot het einde toe (1838) zijn Balgoy en Keent Kleefs leen gebleven.

gemeente Balgoy en Keent

Vanaf 1825 trad er in de plattelandsgemeenten rondom Nijmegen een nieuw reglement in werking dat voorzag in een gemeenteraad en een college. Het college werd gevormd door de burgemeester (in het begin nog schout genoemd) en één of meer assessoren. De burgemeester werd door de koning benoemd, de gemeenteraad door de gedeputeerde staten en de assessoren door de gouverneur. Mr. Pieter Hendrik de la Court (1778-1848) was in 1838 schout van de gemeente Balgoy en Keent. Het Rivierpolder reglement van datzelfde jaar maakte in feite een definitief einde aan de heerlijkheid Balgoy en Keent. Toch blijft ook in de jaren daarna de naam heerlijkheid Balgoy en Keent een veel gebruikte naam voor de zelfstandige gemeente. De la Court werd op zijn verzoek bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1830 eervol ontslag verleend en Henricus van Lunen werd tegelijkertijd benoemd tot “heer van de heerlijkheid”. Zelfs in 1840 wordt bijvoorbeeld nog gesproken van de gemeenteraad van de heerlijkheid Balgoy en Keent. Desalniettemin is er dan dus wel een gemeenteraad; de eerste stappen naar een democratie.

grondwet_1848_nl_hana_2_02_04_514_01.jpg()(mediaclass-landscape-.2c9d6c4cb847ce456d63dfe410bfcb2d0db5e937)(crop-+1221+1144)(2D0596B56D6A7BBD0E523A4AC72F7CD2)

In 1848 ondertekende Willem II een grondwet die zijn invloed sterk beperkte. Minder macht voor de koning en meer voor kabinet en parlement: de grondwet van 1848 wordt het begin van onze democratie genoemd.

De Grondwet van 1848 en de daarop gebaseerde Gemeentewet van 1851 maakten een einde aan de wettelijke verschillen tussen stad en platteland. Iedere gemeente kreeg drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De raadsleden werden voortaan direct gekozen door stembevoegde inwoners, de gemeenteraad koos uit zijn midden de wethouders en de burgemeester werd benoemd door de koning. Alle heerlijke rechten met betrekking tot voordracht van functionarissen vervielen. Verder schreef de Gemeentewet iedere gemeente een gemeentesecretaris voor, de hoogste gemeentelijke ambtenaar, die als taak had de drie bestuursorganen te ondersteunen. Voor de bestuurlijke verhoudingen was de voornaamste ontwikkeling dat het kiesrecht gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw voor een steeds grotere groep inwoners werd opengesteld, totdat in 1917 het algemeen kiesrecht voor mannen werd ingevoerd en in 1919 ook voor vrouwen.

In 1850, nadat Henricus van Lunen eervol was ontslagen, werd Gerard Mauritz Koentz, die ook burgemeester van Wijchen was, burgemeester van Balgoy en Keent. Het gemeentearchief van Balgoy en Keent werd ook overgebracht naar Wijchen. Twee jaar later kwam op 13 april 1852 in de gemeenteraad de fusie van Balgoy en Keent met de gemeente Wijchen ter sprake, maar er werd na rijp beraad voor zelfstandigheid gekozen.

IMG_7226

De ambtsketen van de burgemeester van Balgoy en Keent (eigendom familie de Bruijn).

In 1856 werd Johannes de Bruijn, een rijke hereboer uit Balgoy, burgemeester van de gemeente Balgoy en Keent. Een nieuwe periode met veel veranderingen in de wereld, in Nederland en in de gemeente Balgoy en Keent. Johannes de Bruijn werd geboren op 05-11-1821 te Keent, overleden op 06-05-1893 te Balgoy op 71-jarige leeftijd. Hij krijgt in de raadsvergadering van 13 november 1886 met algemene stemmen eervol ontslag. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Wilhelmus Joannes Cornelius de Bruijn. Die werd geboren op 16-09-1858 te Balgoy en is overleden op 30-04-1931 te Balgoy op 72-jarige leeftijd. Hij was burgemeester-secretaris van Balgoy en Keent tot 1923. De periode van de twee laatste burgemeesters van Balgoy en Keent kent in basis de gemeentelijke bestuursstructuur, die we nu nog hebben.

In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Keent werd door de maaskanalisatie in de tweede helft van de dertiger jaren van de vorige eeuw afgescheiden en in 1958 definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en later Oss. Na een raadplegend referendum over de gemeentelijke herindeling sprak in 1977 een meerderheid van het dorp zich uit voor aansluiting bij de gemeente Wijchen wat in 1980 ook gebeurde.

Balgoy en Wijchen

Balgoy is nu een van de kerkdorpen, die deel uitmaakt van de gemeente Wijchen. Volwaardig deel uitmakend van en geïntegreerd in de gemeente, maar nog steeds herkenbaar een eigenstandige en soms ook een beetje eigenzinnige leefgemeenschap. Een open, tolerante en betrokken gemeenschap met een rijk verenigingsleven en vele vrijwilligers, die zich ook politiek durft uit te spreken en keuzes durf te maken. Het referendum van 1977 is een duidelijk voorbeeld met een opkomstpercentage van 97%, waarbij 57% zich uitsprak voor aansluiting bij de gemeente Wijchen. De opkomstpercentages bij landelijke en gemeentelijke verkiezingen zijn altijd hoog, hoger dan de landelijke gemiddelden en Balgoyse mensen waren actief als gemeenteraadslid of wethouder.

Dat was zo in de tijd dat Balgoy onderdeel uitmaakte van de gemeente Overasselt, maar ook in de afgelopen bijna dertig jaren dat Balgoy deel uitmaakte van de gemeente Wijchen. Een sprekend voorbeeld is Ber van Haren, die eind jaren tachtig politiek actief wordt als PvdA lid en uiteindelijk drie termijnen Wijchens wethouder was, met als portefeuilles o.a. Ruimtelijke Ordening, Werkgelegenheid, Onderwijs, Sociale Zaken en Welzijn en Sport. Op WijWijchen.nl is een Wie-Kent-hem-niet buurtverhaal over hem te vinden. Ik weet zeker dat de geschiedenis en ontwikkeling van de omgeving waarin de Balgoyse mensen geleefd en gewerkt hebben, bijgedragen heeft aan de sociale en bestuurlijke betrokkenheid, die zo herkenbaar is in de Balgoyse cultuur.

Gemeenteraadsverkiezingen 21 maart 2018

GR2018iedereen zal begrijpen, dat ik niet bang ben dat Balgoyse mensen hun stem niet zullen gebruiken voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018. Als je naar de ontwikkeling kijkt van de kleine leefgemeenschap, dan twijfel ik ook niet over de uitslag; dat zal uiteindelijk de goede uitslag zijn, want de meerderheid van de mensen kon er zich in vinden. Misschien ben ik naïef, maar ik ben er van overtuigd dat de Balgoyse mensen in de middeleeuwen en gedurende de laatste tweehonderd jaar steeds de juiste keuzes hebben willen,  kunnen of mogen maken. Anders was Balgoy niet geworden wat het nu is. We lieten en laten ons leiden door een aantal kernwaarden zoals democratisch, respect, gelijkwaardig, rechtvaardig, duurzaam, kwaliteit van het leven, transparant en integer. Waarschijnlijk niet toevallig dat deze kernwaarden ook in een van de verkiezingsprogramma’s van de Wijchense partijen voor komen. Waarden, kwaliteiten, die richting geven aan ons denken en die de keuzes beïnvloeden van ons handelen, die ons gebracht hebben waar we nu zijn en die ons in de gelegenheid zullen stellen ons nog verder te ontwikkelen.