Een Brabander in Gelderland

IMG_2584

Als je over de dijk kijkt op de kop van de Hoeveweg in Balgoy zie je Brabant aan de andere kant van de Maas.

IMG_2580

Brabant achter de dijk vanuit het dakraam

Het is als rasechte Brabander niet moeilijk om je een echte Brabander te voelen. Dat gevoel blijft ook als je levenslot je in Gelderland heeft laten terechtkomen. Het zit in je. Hoewel ik vanuit het bovenraam van mijn Balgoyse woonhuis uitkijk op de dijk en het Brabantse land nog kan zien, woon ik in Gelderland. En ik ben daar heel tevreden mee, want ik voel me zeker ook Balgoyse mens. In het Wijchense kerkdorp voel ik me thuis en ben ik meer dan gelukkig.

 

veer Balgoy Keent

Veer tussen Balgoy en Keent in de periode 1945 – 1952

En ik ben niet de enige met Brabantse wortels in Balgoy. “Echte” Balgoyse mensen zoals de Hammes of mijn schoonfamilie hebben hun wortels in het Brabantse land. Is ook niet gek, want van oudsher liggen daar de contacten. Ten noorden van Balgoy lag het moeras, een oude bedding van de meanderende Maas. Wilde je toch die kant op, dan moest je nog tol betalen ook. Nee, het was de meeste tijd van het jaar veel gemakkelijker om met een bootje de Maas over te steken.

Misschien is dat ook wel de reden dat we ons meer verbonden voelen met Brabant dan met Gelderland en dat we een dialect hebben met Brabantse invloeden. “Dat kan verkeren….”, om met onze Brabantse burgemeester te spreken, die in een recente tweet tot dezelfde conclusie kwam. En hij hoorde het zelfs terug in het Wijchens, dat volgens hem ook sterke Brabantse invloeden heeft. Ik denk wel dat ik snap wat Hans bedoeld; in Balgoy hoor ik die Brabantse invloeden zeker terug in het taalgebruik.

Wellicht zijn er nog wel meer redenen waarom de mensen in het Rivierengebied zich verbonden weten en voelen; en ik bedoel met Rivierengebied ook de Brabantse maaskant. De mensen leven er met en van de rivieren Maas en Waal. Een Gelders rivierengebied is er zeker ook. Tot het einde van de achttiende eeuw bestond Gelderland uit drie deelstaten: het kwartier van Zutphen, het kwartier van Arnhem en het kwartier van Nijmegen. Deze deelstaten zijn na de Franse revolutie opgeheven, maar zijn in 2018 nog altijd duidelijk te herkennen. Het kwartier van Nijmegen noemen we tegenwoordig het Rivierengebied en onderscheid zich duidelijk van de rest van Gelderland. Het kwartier van Arnhem is gelijk aan de Veluwe en het kwartier van Zutphen bestaat uit de Achterhoek en de Liemers. Er is dus misschien wel niet één Gelderland, of één Gelders gevoel?

Gelukkig komt er een nieuw boek over de geschiedenis van Gelderland las ik in de Gelderlander en in VOX. Hoogleraar Gelderse geschiedenis Dolly Verhoeven gaat het maken. ,,Bijna alle provincies hebben hun geschiedkundige werken in de afgelopen jaren vernieuwd, Gelderland nog niet.” In dat nieuwe boek zal zeker aandacht zijn voor de Gelderse identiteit. Met vragen als: “Hoe keken Gelderlanders naar zichzelf? Hoe keken anderen naar Gelderland? Zagen ze zichzelf als Geldersen en hoe veranderde dat? Welke eigenschappen kenden ze zichzelf toe? En hoe kijken buitenstaanders ernaar?” zal er in het boek naast feitelijke informatie ook aandacht zijn voor het Gelderse gevoel. De realisatie van zo’n boek zal nog wel vier tot vijf jaar kosten, is de inschatting van Dolly Verhoeven. Ze wil ook lokale, historische verenigingen bij het maken van het boek betrekken. Om mee te denken, of te reageren op teksten. Zo wordt de inhoud van het boek breder gedragen door een veel breder deel van de historische wereld dan alleen de academische. We gaan hier zeker meer van horen.

Gertrudes van Raaij, echtgenote van Godefridus Jans, slachtoffer van de grillen van de Maas?

2e143-afbeelding9

Gertrudes van Raaij woonde in Escharen, op de Legeheij (Lage Heide)

Dat de Maas een grote rol speelde in het leven van de mensen die aan beide zijden van de rivier woonden is al vaker beschreven in deze blog.  Deze keer een voorbeeld aan de andere kant van de Maas.

Gertudes van Raaij, dochter van Hendricus van Raaij en Catrin Jacobs, geboren 28 januari 1756 op “de Legeheij” (tegenover “het Huukske” op de weg van Escharen naar Zeeland) was de echtgenote van Godefridus Jans, zoon van Jean Wilbers en Maria Jans Diependaal, geboren in Mill. Godefridus is de betovergrootvader van Harry Jans, geboren en getogen in Balgoy. Godefridus trouwde in in de ouderlijke boerderij van Gertrudes, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was.

van Godefridus naar Harry Jans

Stamreeks van Harry Jans, die in vier generaties uitkomt bij Godefridus Jans en Gertrudis van Raaij uit Escharen

Gertrudes overlijdt op 15 februari 1799, op 43-jarige leeftijd. Ze wordt niet in Escharen waar ze woonde begraven maar in Reek op 19 februari. In het begraafboek van Reek is te lezen waarom.

1a58c-afbeelding6

1799 die 15 Februarii vite munita (=voorzien van ziekenzalving) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob (als gevolg van) inundantiam (inundatio=overstroming) aquaram (=water) hie sepelitur( =is hier begraven) 19 ejusdem (=hetzelfde)

De inschrijving in het begraafboek kan mijns inziens toch nog op twee manieren worden uitgelegd. De meest voor de hand liggende vertaling is: In 1799 op 15 februari is voorzien van de ziekenzalving overleden in Escharen Gertrudis van Roij en die is als gevolg van overstroming hier begraven op de 19e van diezelfde maand. De vraag is of Gertrudis verdronken is bij de overstroming of dat ze als gevolg van de overstroming niet begraven kon worden in Escharen. Op dit moment denk ik dat het laatste het geval was, omdat Gertrudis voorzien was van het sacrament der zieken. Bij de verdrinkingsdood verwacht je dat niet meteen, eerder bij een ziekbed.

In ieder geval is duidelijk dat in februari 1799 de Maas buiten zijn oevers was getreden. In het tijdschrift Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28) wordt geciteerd uit een aantekeningenboekje van de Blerickse schoolmeester Simon Teeuwen (1). De winter van 1798-1799 was streng en ging gepaard met overstromingen. En dat was niet de eerste keer in de achttiende eeuw. IJsvorming kwam in de achttiende eeuw veelvuldig voor. Dit verschijnsel, dat in verband stond met de strenge winters in deze periode (de laatste fase van de ‘kleine ijstijd’), zag men als één van de grootste boosdoeners bij het ontstaan van rivieroverstromingen. Wanneer ijs losraakte en ging drijven zette het kruiende ijs zich vast door over elkaar te schuiven en zo werden grote ijsdammen gevormd die ver boven de dijken uitstaken. Water en ijs werden tegen deze ijsdammen opgestuwd en het water rees zo hoog dat het over de dijken stroomde. Hierdoor kalfden de dijken aan de achterkant af en braken door (2). Dit gebeurde dus ook in februari 1799.

Tweestromenland 1978.png

Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)

Toch begon het traditionele beeld dat de rivier de manier van leven van de mensen bepaalde te veranderen! De Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw maakte niet alleen korte metten met de oude politieke en sociale orde, maar zorgde tevens voor een doorbraak van de moderne, rationalistische denkbeelden van de Verlichting en het geloof dat de mens in staat was zijn eigen lot in handen te nemen. Dit geloof werd bovendien in belangrijke mate versterkt doordat de Britse industriële revolutie aantoonde dat de mogelijkheden daartoe, vooral als gevolg van de uitvinding van de stoommachine, plotseling sterk waren toegenomen. Dankzij de Franse en Britse revoluties aan het einde van de achttiende eeuw kwam de maakbare samenleving binnen handbereik en, met het Franse voorbeeld voor ogen, waren ook in ons land velen van mening dat de staat hierbij een belangrijke rol moest spelen (2). De nieuwe staatsvorm in 1798 en de bestuurlijke omwenteling zouden belangrijke gevolgen hebben voor de aanpak van de rivierenproblematiek. Het was nu mogelijk op nationaal niveau beleid te ontwikkelen om in te kunnen grijpen. Het werd de taak van de, eveneens in 1798 ingestelde, centrale waterstaatsdienst (Rijkswaterstaat) om na te gaan wat deze algemene verbetering voor de rivieren moest behelzen. In de winter van 1798-1799 werd weer eens duidelijk hoe belangrijk dat was.

Bronnen:

  1. “Strenge winter met overstroming” in: Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)
  2. “Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland”. Alex van Heezik, proefschrift Technische Universiteit Delft 2007

Schaatsen op een dichtgevroren Maas

Het wekelijkse prietpraatje van Jan van Ravenstein uit Geffen op zijn WordPress weblog is naast mijn in Geffen wonende familie een welkome informatiebron over wel en wee in het Brabantse dorp waar ik geboren ben. Deze week was de titel van z’n blog “SKOTSE”. Ik moest effe nadenken voordat ik het snapte, want wij uit Geffen komen toch niet uit “Skijndel”; volgens mij zei ik vroeger altijd “schotse”, net zoals ik dat nou nog doe in Balgoy. En natuurlijk kan ik me de Karreput nog herinneren in Nuland en ik weet ook nog dat er verschillende mensen gingen schaatsen ’s winters. Maar wij niet. Wij schaatsten in Geffen zelf, in de Bieskempes of op de Wiel bij Wimke Linders en in het begin bij onze buurman Piet van de Oever achter in den hof, want dat lag een stuk lager en liep altijd onder in de winter. Jammer dat ik er geen foto’s meer van heb!

WP142 IMG_4582

Schaatsen op het “schaatsbaantje” op de kop van de Hoeveweg in Balgoy.

Hier in Balgoy werd en wordt natuurlijk ook volop geschaatst. Wij hebben natuurlijk de Maas en het hoeft maar een paar dagen te vriezen, zoals de afgelopen week, en in de ondergelopen uiterwaarden of op het speciale schaatsbaantje op de kop van de Hoeveweg wordt geschaatst. Maar echte harde winters hebben we niet meer. Dat was vroeger.

nr1-ReinierPaping

Reinier Paping tijdens de Elfstedentocht in 1963     Foto: Bert Breed

Koud was het meer dan vijfenzestig jaar geleden zeer zeker. De barre winter van 1962-1963.  Herinneren we ons nog iets van die winter van 1963? Iedereen grofweg boven de 60 jaar die je deze vraag stelt komt met verhalen over de sneeuwstormen, het bevroren IJsselmeer en natuurlijk de Elfstedentocht. De historische beelden van een heroïsch zegevierende Reinier Paping staan in ieders geheugen gegrift. Andere Tijden, het geschiedprogramma van de NTR en de VPRO, geeft een terugblik op deze strengste winter van de eeuw, die niet alleen maar sneeuw en ijspret bracht. De winter van 1962-63 was de koudste winter van de vorige eeuw. De winter van ‘63 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is +2,2 C. Voor 1963 is dit –3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari – de dag van de Elfstedentocht – in Joure en bedroeg –20,8 C.

IMG_8796kopieZW

Op de voorgrond Wim Ariëns en op de achtergrond nog enkele Balgoyse(?) mensen op een dichtgevroren Maas. Welk jaar de foto genomen is, is onbekend. (Foto: dochter Maaike Erdmann)

Toch was de Maas in dat jaar niet helemaal dichtgevroren. Wel stukken en op sommige plaatsen zijn ook wel foto’s gemaakt van mensen op de bevroren maas (bron: BHIC). 1963 was niet het enige jaar in de afgelopen eeuw waarin de rivier deels dichtvroor, maar het was wel de koudste winter van de eeuw. Dat dichtvriezen gebeurde eveneens in (waarschijnlijk) 1956, 1954 en 1947 en (zeker) in 1942, 1940, 1929 en 1917. Hoewel er in februari 1985 ook een Elfstedentocht plaatsvond en het behoorlijk winter was, was er toen zeker geen sprake van een dichtgevroren Maas. Door de intensieve scheepvaart in de tweede helft van de vorige eeuw werd het dichtvriezen ook bemoeilijkt.

Wim Ariëns, die in 1930 te Nederasselt geboren werd, zal op de foto tussen de 20 en 30 jaar oud zijn. De vraag is dan wanneer de foto gemaakt is, in 1954 of 1956 of toch in 1963. Binnen een paar uur kreeg ik al een prachtige reactie van Joke Niessing – van Haren, die nu in Grave woont, maar die geboren is en bijna haar hele leven gewoond heeft in Balgoy. “1953 (de winter van 1953/1954). Wij zijn toen met z’n allen vanuit de school over de Maas naar Keent gelopen. Zelfs tante Anna van de Heijden heeft toen haar zus tante Mina in Neerloon bezocht. En Richard en Gerrit van Berkel hadden zand gestrooid, zodat het minder moeilijk was om te lopen.”

Natuurlijk blijft de vraag wie heeft wellicht ook nog andere mooie foto’s van Balgoyse mensen, die schaatsen op een dichtgevroren Maas?

Ries van Haren staat met twee benen in Keent

In de laatste uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West, staat een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

image081

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

In de vier generaties tellende stamboom (kwartierstaat) van Ries hieronder kun je zien dat Bertuske Kocken de opa van Ries was van zijn moeders kant.

stamboom_Ries_van_Haren_4_generaties

De kwartierstaat van Ries van Haren met vier generaties

Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot” (Met een morgen wordt een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen is meestal iets minder dan een hectare groot. De precieze grootte is echter streekgebonden.). Ries kent de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeert op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de vijf boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Landleven met Ries Gelderlander 2007

Ries van Haren, met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Vijf jaar geleden verscheen in 2012 “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen wordt hun herinnering levend gehouden.

geboorte_Bertus_Kocken_in_Overangel

Geboorteakte Lambertus Henricus (Bertus) Kocken, Herpen 1867

Wie was Bertus Kocken? Hij werd in 1867 geboren in het gehucht Overlangel, zoals in zijn geboorteakte staat vermeld. Zijn vader Emericus Kocken woonde op B125 in Overlangel, eigenlijk vlakbij maar wel gescheiden door de Maas.

Keent en Overlangel.png

Keent en Overlangel werden gescheiden door de Maas in die tijd.

Op 17 mei 1893 trouwt Bertus in Overasselt met Maria (Mieke) Coelen, een naaister, en ze gaan in Nederasselt wonen. Daar worden ook hun zes kinderen geboren, waaronder in 1900 Hendrika (Drieka), de moeder van Ries van Haren. Op “den zestienden Januari dezes jaars,  des middags ten drie uren, in nummer achtentachtig te Nederasselt” staat er in de geboorteakte.

geboorteakte_BS_Hendrika_Kocken

Geboorteakte Hendrika Kocken, Overasselt 1900

image662

Marinus van Haren in de boerderij aan de Eindsestraat

Nummer 88 in Nederasselt is de boerderij waar lang Marinus de Kriemel (van Haren) heeft gewoond aan de Eindsestraat (nu Eindsestraat 24A en 24B). Bertus werkte als boerenknecht in Nederasselt bij van Tienen. Volgens het bevolkingsregister van Balgoy 1890-1923 is Bertus naar Keent verhuisd op 2 mei 1906. De reden van de verhuizing is volgens Ries van Haren dat hij gevraagd werd om in het Keentse boterfabriekje te komen werken. Bertuske wilde wel, maar om van Nederasselt naar Keent te lopen elke dag vond hij toch te veel werk. Er stond een boerderijtje te koop aan de Kapelstraat, maar Bertuske vond het wel erg duur. Gelukkig dat Grad Schamp en Hent de Mulder (Willems, de toenmalige molenaar) garant wilden staan, dus ging hij verhuizen.  Het adres van Lambertus Henricus Kocken, zoals Bertuske staat vernoemd in de meeste bronnen,  is dan C14. Wanneer de gemeente Balgoy opgaat in Overasselt (1923) wordt dat in eerste instantie D14 en daarna wordt het nummer veranderd in C70 (zie kaartje hieronder).

detail_kaart_Keent_1930

Detail van kaart Keent uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met adressen uit het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931

Het is een boerderijtje aan het begin van de Kapelstraat. Volgens Ries in zijn gedicht is het een keuterijtje van anderhalve morgen groot, dat net genoeg opleverde om hun zes kinderen te eten te geven. Het was omringd door smalle droge sloten, waarlangs een rij oude walnoten stonden, met verder sterappels, pruimen en verschillende soorten peren. Daar omheen stond ook nog een meidoornhaag. Verder hadden ze een grote moestuin en 5 akkertjes land voor rogge, haver, gerst, mangelen en piepers. Met twee kuuskes, drie varkens, twaalf kippen en een sana geit was de keuterboerderij compleet. In de zomer van 1936 verhuizen Bertus en Drieka naar Woort (Wijchen), Bertus is dan 68 jaar oud. In 1940 doet Bertus aangifte van het overlijden van zijn vrouw, Maria Coelen bij de gemeente Wijchen. Zelf overlijdt Bertus in Wijchen op 14 mei 1954, hij is dan 87 jaar oud en in de overlijdensakte staat dat zijn beroep op dat moment koster is.

BS_Wijchen_1940_004528045_02443

Overlijdensakte van Maria Coelen

image285

Mathijs van Haren (Sjarreltje) met vrouw en dochter Til naar de kerk (1941)

Sigbertus Gerardus (Bertus) Schamp was de buurman van Bertus Kocken in Keent, want die stond in het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt 1924-1931 geregistreerd op nr C71, waarbij D15 was doorgestreept. In Balgoy 1890 – 1923 was het C15, dus de nummering is van C15 -> D15 geworden en daarna C71. Bertus was de vader van Piet Schamp die later op de Hoeve in Balgoy ging wonen. Naast Bertus op C72 woonde Mathijs (Thijs) van Haren (Sjarreltje). In het bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923 woont de vader van Mathijs van Haren, Sigbertus Antonius (Siebert) van Haren niet op dezelfde plek als Mathijs in de periode 1924-1931. Het adresnummer C31 is doorgestreept en is C36 geworden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931 was het eerst D36, daarna C49 en uiteindelijk C53. Deze boerderij ligt ook in Keent en zelfs dichtbij de drie andere woningen (zie kaartje).

Bidprentjes

Bidprentje Thijs van Haren, overleden in Balgoy 1957

Ook Mathijs van Haren en diens vader Siebert komen voor in de stamboom van Ries van Haren. Mathijs van Haren is de opa van Ries van vaders kant. Johannes Si(e)gbertus (Jo) van Haren, zoon van Mathijs en de vader van Ries, werd op 2 juni 1901 geboren in Altendorf (Duitsland). Uit het bevolkingsregister van Reek, 1880-1910, blijkt dat Jo tussen 1903 en 1905 in Reek heeft gewoond, Sectie B nr. 47. Mathijs van Haren, geb 3-12-1873, en Huberdina Toonen Dekkers, geb. 17-10-1874, zijn 30 maart 1905 vanuit Reek naar Keent gegaan met 4 kinderen, Wilhelmina Petronella Antonia, Johannes Siegbertus, Petronella Antonia Wilhelmina en Siegbertus Johannes (Bevolkingsregister Reek 1880 – 1910). In 1906 woonde het gezin in Keent, want daar werd dochter Anna Maria geboren. Ze waren al getrouwd in Balgoy op 13 april 1899. In de zomer van 1936 (in dezelfde tijd als Bertus Kocken) verhuist het gezin Mathijs van Haren naar de Houtsestraat (Holtsehoek) in Balgoy. Mathijs overlijdt in 1957.

Zoon Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd.

image082

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956

Jo overleed op 9 augustus 1978 en Drieka overleed op 8 februari 1985.

Bidprentjes

Bidprentje Jo van Haren

Kocken19850208

Bidprentje Drieka Kocken

 

 

 

 

 

 

 

Keent 1930 - 2015

Keent toen en nu. De boerenfamilies Kocken (C70), Schamp (C71) en van Haren (C72, C53) in het begin van de 20e eeuw en hoe het er nu uitziet.

Bronnen:

Een veerpont tussen Balgoy en Keent 1938 – 1952

 

Eind jaren dertig van de vorige eeuw werden Balgoy en Keent van elkaar gescheiden door een bochtafsnijding van de Maas.

Voor de inwoners van beide leefgemeenschappen werd door het Ministerie van Waterstaat in 1938 een veerpont in de vaart genomen. Een verzoek vanuit de inwoners van Balgoy, om deze veerdienst gratis te maken, werd afgewezen. Het tarief voor volwassenen bedroeg 4 cent per overtocht. Wel mochten de schoolkinderen uit Keent tot 1940 gratis naar de overkant om naar school te gaan.

De veerpont voer tot eind 1944, vastgehouden aan een ketting tussen Balgoy en Keent, op en neer. Deze ketting zat verbonden aan grote oeverstenen. In de laatste dagen van de tweede wereldoorlog werd het veerpont vernietigd; het opnieuw in de vaart nemen bleek na de oorlog, om met name financiële redenen, niet haalbaar.

 

Wel werd er een roeiboot ingezet om mensen over te zetten tussen Balgoy en Keent. Deze “Rijksveerdienst” werd in 1952 opgeheven. Het veerhuisje is nog een tijdje blijven staan.

Op zaterdag 5 april 2014 werden twee veerpontsteenbankjes onthuld, vervaardigd met twee originele oeverstenen. De twee bankjes, een in Balgoy en de ander in Keent, vormen tezamen een monument dat de band tussen de beide dorpen, die eens een gemeente vormden, symboliseert.