Balgoy en Keent, een plek met hart en ziel

Luchtfoto van de maaskanalisatie bij Balgoy (linksboven) en Keent (rechts). Afsplitsing op voorgrond is de Loonse Waard.
Luchtfoto gemaakt op 5 november 1938. © KLM Aerocarto 013734zr, Aviodrome.info

Met Pasen ben je vrij en heb je weer eens wat tijd om na te denken en te schrijven. Automatisch denk je met Pasen aan voorjaar, nieuw leven, een nieuwe lente en aan veranderingen. Het is goed dat er veranderingen zijn, dat er steeds nieuw leven komt. Het is ook een gegeven dat eigenlijk heel simpel is. De tijd gaat door en veranderingen zijn onomkeerbaar en onontkoombaar.

Het gebied van Balgoy en Keent, samen met de Loonse Waard is al eeuwenlang onderhevig aan veranderingen. De natuurlijke loop van de Maas is hierbij van grote invloed geweest. Ook veranderingen door de mens aangebracht hebben invloed gehad, zoals te zien in de KLM luchtfoto hierboven. Eind 1938 werd ten gevolge van de maaskanalisatie de scheiding van Balgoy en Keent een feit. Op enkele meters na ter hoogte van de Hoogveldsestraat was het stuk nieuwe Maas klaar en werd een van de grootste veranderingen voor de dorpen Balgoy en Keent een feit. Natuurlijk, sowieso verandert een gebied in de loop van de tijd. Dat geldt overal en is van alle tijden. Terugdraaien is niet mogelijk en dat moeten we ook niet willen. Het zijn de veranderingen, die mede de ziel van een dorp of plek bepalen. In het geval van Balgoy en Keent heeft de Maas daarbij een grote rol gespeeld.

Nieuwbouw ‘t Veldje in Balgoy 2002 (Bron: Werner Peters)

Maar ook huizenbouw is een bron van continue verandering door de jaren heen, ook in Balgoy. Het dorpscentrum van Balgoy is een aantal keren aangepast in de loop der eeuwen. Waar het “dorpsleven” ooit was geconcentreerd nabij het kasteel, schoof de huizenconcentratie langzaam op naar de oude kerk en later weer richting verenigingsgebouw en nieuwe kerk. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw vond de eerste wat grootschaligere uitbreiding plaats door een nieuwe wijk aan het dorp toe te voegen, namelijk de S. Toonen Dekkerstraat met zo’n twintig woningen. In 1980 werd de wijk Veldsehoek met dertien woningen toegevoegd en in de jaren ‘90 werd Den Bogerd met negenentwintig woningen gebouwd. Daarna vond er nog een uitbreiding plaats in de eerste jaren van deze eeuw, namelijk het Veldje met zestien woningen. (Bron: Dorpsontwikkelingsplan Balgoy (DOP) september 2011). De laatste uitbreiding met negen woningen dateert van ca. 2018. De Maasakkers, een woningbouwproject dat tot stand kwam na een experiment met burgerparticipatie. In 2018 waren acht van de negen kavels verkocht, waren al twee woningen gerealiseerd en stonden twee woningen in de steigers (De Gelderlander, 4 januari 2018).

De Gelderlander 4 januari 2018

Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy op 2 december 2013 onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister.

Boerderij van familie Jans maakt plaats voor zes nieuwe woningen (linksboven de oude situatie).

Op dit moment wordt er nog op verschillende plekken in het dorp gebouwd/verbouwd. In de Torenstraat maakt de boerderij van de familie Jans plaats voor zes nieuwe woningen. Natuurlijk aan een kant jammer, maar het schept weer nieuwe mogelijkheden voor het dorp en zijn inwoners. Het leven gaat door.

Ook Keent verandert continue. Waar in de tijd van de gemeente Balgoy en Keent, in het begin van de vorige eeuw, het dorp Keent nog groter was dan het dorp Balgoy, is Keent nu met de resterende boerderijen en woningen, de kleinste kern van de gemeente Oss met nog maar 72 inwoners. De Oude Maasarm rond het eiland is over een lengte van vier kilometer weer uitgegraven. Hiermee heeft de Maas na tachtig jaar haar oorspronkelijke loop teruggekregen. Bovendien is in Keent een robuust natuurgebied ontstaan, waar riviergebonden processen en begrazing sturend zijn. Het gebied is tegenwoordig in beheer bij het Brabants Landschap.

Keent met op de achtergrond de kerk van Balgoy.

Als we veranderingen blijven zien als de ziel van een dorp of streek, hoeven we ons daarover ook geen zorgen te maken en dan zullen Balgoy en Keent samen een unieke, herkenbare plek blijven vormen en Balgoy zal ook altijd zijn eigen dorpse karakter behouden. Samen met voorzieningen, zoals school, dorpshuis en verenigingen, die het hart (en de longen; vitale organen dus) zijn van een dorp of plek, wordt leefbaarheid en sociale cohesie vorm gegeven. Zo blijft een dorp levend en blijven de bewoners herkenbaar als unieke Balgoyse (en Keentse) mensen. Zalig Pasen.

Het verhaal tussen Maas en Waal

Het “Verhaal tussen Maas en Waal” is een nieuwe website, www.verhaaltussenmaasenwaal.nl, die vertelt hoe bewoners eeuwenlang geleefd hebben tussen de twee rivieren. Het water sijpelt, stroomt of klotst door alle verhalen, waarin landschap, economie en macht aan bod komen. Duik in dit Verhaal, ga af en toe kopje onder. En kom boven met een frisse blik op de kolkende geschiedenis van dit land en zijn bewoners.

Een van de verhalen gaat over Balgoy en de Maas. Begin twintigste eeuw zijn er grote zorgen over de waterbeheersing van de Maas. Tussen 1900 en 1927 veroorzaakt de Maas veel problemen. De regering in Den Haag besluit de dijken van de Maas te verzwaren. Bij de overstromingen van 1926 concluderen de bestuurders dat dijkverzwaring alleen onvoldoende is. Waar deze conclusie toe leidde leest u op de nieuwe website.

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie. Meer info vindt u ook elders in deze blog.

Een Brabander in Gelderland

IMG_2584

Als je over de dijk kijkt op de kop van de Hoeveweg in Balgoy zie je Brabant aan de andere kant van de Maas.

IMG_2580

Brabant achter de dijk vanuit het dakraam

Het is als rasechte Brabander niet moeilijk om je een echte Brabander te voelen. Dat gevoel blijft ook als je levenslot je in Gelderland heeft laten terechtkomen. Het zit in je. Hoewel ik vanuit het bovenraam van mijn Balgoyse woonhuis uitkijk op de dijk en het Brabantse land nog kan zien, woon ik in Gelderland. En ik ben daar heel tevreden mee, want ik voel me zeker ook Balgoyse mens. In het Wijchense kerkdorp voel ik me thuis en ben ik meer dan gelukkig.

 

veer Balgoy Keent

Veer tussen Balgoy en Keent in de periode 1945 – 1952

En ik ben niet de enige met Brabantse wortels in Balgoy. “Echte” Balgoyse mensen zoals de Hammes of mijn schoonfamilie hebben hun wortels in het Brabantse land. Is ook niet gek, want van oudsher liggen daar de contacten. Ten noorden van Balgoy lag het moeras, een oude bedding van de meanderende Maas. Wilde je toch die kant op, dan moest je nog tol betalen ook. Nee, het was de meeste tijd van het jaar veel gemakkelijker om met een bootje de Maas over te steken.

Misschien is dat ook wel de reden dat we ons meer verbonden voelen met Brabant dan met Gelderland en dat we een dialect hebben met Brabantse invloeden. “Dat kan verkeren….”, om met onze Brabantse burgemeester te spreken, die in een recente tweet tot dezelfde conclusie kwam. En hij hoorde het zelfs terug in het Wijchens, dat volgens hem ook sterke Brabantse invloeden heeft. Ik denk wel dat ik snap wat Hans bedoeld; in Balgoy hoor ik die Brabantse invloeden zeker terug in het taalgebruik.

Wellicht zijn er nog wel meer redenen waarom de mensen in het Rivierengebied zich verbonden weten en voelen; en ik bedoel met Rivierengebied ook de Brabantse maaskant. De mensen leven er met en van de rivieren Maas en Waal. Een Gelders rivierengebied is er zeker ook. Tot het einde van de achttiende eeuw bestond Gelderland uit drie deelstaten: het kwartier van Zutphen, het kwartier van Arnhem en het kwartier van Nijmegen. Deze deelstaten zijn na de Franse revolutie opgeheven, maar zijn in 2018 nog altijd duidelijk te herkennen. Het kwartier van Nijmegen noemen we tegenwoordig het Rivierengebied en onderscheid zich duidelijk van de rest van Gelderland. Het kwartier van Arnhem is gelijk aan de Veluwe en het kwartier van Zutphen bestaat uit de Achterhoek en de Liemers. Er is dus misschien wel niet één Gelderland, of één Gelders gevoel?

Gelukkig komt er een nieuw boek over de geschiedenis van Gelderland las ik in de Gelderlander en in VOX. Hoogleraar Gelderse geschiedenis Dolly Verhoeven gaat het maken. ,,Bijna alle provincies hebben hun geschiedkundige werken in de afgelopen jaren vernieuwd, Gelderland nog niet.” In dat nieuwe boek zal zeker aandacht zijn voor de Gelderse identiteit. Met vragen als: “Hoe keken Gelderlanders naar zichzelf? Hoe keken anderen naar Gelderland? Zagen ze zichzelf als Geldersen en hoe veranderde dat? Welke eigenschappen kenden ze zichzelf toe? En hoe kijken buitenstaanders ernaar?” zal er in het boek naast feitelijke informatie ook aandacht zijn voor het Gelderse gevoel. De realisatie van zo’n boek zal nog wel vier tot vijf jaar kosten, is de inschatting van Dolly Verhoeven. Ze wil ook lokale, historische verenigingen bij het maken van het boek betrekken. Om mee te denken, of te reageren op teksten. Zo wordt de inhoud van het boek breder gedragen door een veel breder deel van de historische wereld dan alleen de academische. We gaan hier zeker meer van horen.

Gertrudes van Raaij, echtgenote van Godefridus Jans, slachtoffer van de grillen van de Maas?

2e143-afbeelding9

Gertrudes van Raaij woonde in Escharen, op de Legeheij (Lage Heide)

Dat de Maas een grote rol speelde in het leven van de mensen die aan beide zijden van de rivier woonden is al vaker beschreven in deze blog.  Deze keer een voorbeeld aan de andere kant van de Maas.

Gertudes van Raaij, dochter van Hendricus van Raaij en Catrin Jacobs, geboren 28 januari 1756 op “de Legeheij” (tegenover “het Huukske” op de weg van Escharen naar Zeeland) was de echtgenote van Godefridus Jans, zoon van Jean Wilbers en Maria Jans Diependaal, geboren in Mill. Godefridus is de betovergrootvader van Harry Jans, geboren en getogen in Balgoy. Godefridus trouwde in in de ouderlijke boerderij van Gertrudes, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was.

van Godefridus naar Harry Jans

Stamreeks van Harry Jans, die in vier generaties uitkomt bij Godefridus Jans en Gertrudis van Raaij uit Escharen

Gertrudes overlijdt op 15 februari 1799, op 43-jarige leeftijd. Ze wordt niet in Escharen waar ze woonde begraven maar in Reek op 19 februari. In het begraafboek van Reek is te lezen waarom.

1a58c-afbeelding6

1799 die 15 Februarii vite munita (=voorzien van ziekenzalving) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob (als gevolg van) inundantiam (inundatio=overstroming) aquaram (=water) hie sepelitur( =is hier begraven) 19 ejusdem (=hetzelfde)

De inschrijving in het begraafboek kan mijns inziens toch nog op twee manieren worden uitgelegd. De meest voor de hand liggende vertaling is: In 1799 op 15 februari is voorzien van de ziekenzalving overleden in Escharen Gertrudis van Roij en die is als gevolg van overstroming hier begraven op de 19e van diezelfde maand. De vraag is of Gertrudis verdronken is bij de overstroming of dat ze als gevolg van de overstroming niet begraven kon worden in Escharen. Op dit moment denk ik dat het laatste het geval was, omdat Gertrudis voorzien was van het sacrament der zieken. Bij de verdrinkingsdood verwacht je dat niet meteen, eerder bij een ziekbed.

In ieder geval is duidelijk dat in februari 1799 de Maas buiten zijn oevers was getreden. In het tijdschrift Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28) wordt geciteerd uit een aantekeningenboekje van de Blerickse schoolmeester Simon Teeuwen (1). De winter van 1798-1799 was streng en ging gepaard met overstromingen. En dat was niet de eerste keer in de achttiende eeuw. IJsvorming kwam in de achttiende eeuw veelvuldig voor. Dit verschijnsel, dat in verband stond met de strenge winters in deze periode (de laatste fase van de ‘kleine ijstijd’), zag men als één van de grootste boosdoeners bij het ontstaan van rivieroverstromingen. Wanneer ijs losraakte en ging drijven zette het kruiende ijs zich vast door over elkaar te schuiven en zo werden grote ijsdammen gevormd die ver boven de dijken uitstaken. Water en ijs werden tegen deze ijsdammen opgestuwd en het water rees zo hoog dat het over de dijken stroomde. Hierdoor kalfden de dijken aan de achterkant af en braken door (2). Dit gebeurde dus ook in februari 1799.

Tweestromenland 1978.png

Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)

Toch begon het traditionele beeld dat de rivier de manier van leven van de mensen bepaalde te veranderen! De Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw maakte niet alleen korte metten met de oude politieke en sociale orde, maar zorgde tevens voor een doorbraak van de moderne, rationalistische denkbeelden van de Verlichting en het geloof dat de mens in staat was zijn eigen lot in handen te nemen. Dit geloof werd bovendien in belangrijke mate versterkt doordat de Britse industriële revolutie aantoonde dat de mogelijkheden daartoe, vooral als gevolg van de uitvinding van de stoommachine, plotseling sterk waren toegenomen. Dankzij de Franse en Britse revoluties aan het einde van de achttiende eeuw kwam de maakbare samenleving binnen handbereik en, met het Franse voorbeeld voor ogen, waren ook in ons land velen van mening dat de staat hierbij een belangrijke rol moest spelen (2). De nieuwe staatsvorm in 1798 en de bestuurlijke omwenteling zouden belangrijke gevolgen hebben voor de aanpak van de rivierenproblematiek. Het was nu mogelijk op nationaal niveau beleid te ontwikkelen om in te kunnen grijpen. Het werd de taak van de, eveneens in 1798 ingestelde, centrale waterstaatsdienst (Rijkswaterstaat) om na te gaan wat deze algemene verbetering voor de rivieren moest behelzen. In de winter van 1798-1799 werd weer eens duidelijk hoe belangrijk dat was.

Bronnen:

  1. “Strenge winter met overstroming” in: Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)
  2. “Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland”. Alex van Heezik, proefschrift Technische Universiteit Delft 2007

Schaatsen op een dichtgevroren Maas

Het wekelijkse prietpraatje van Jan van Ravenstein uit Geffen op zijn WordPress weblog is naast mijn in Geffen wonende familie een welkome informatiebron over wel en wee in het Brabantse dorp waar ik geboren ben. Deze week was de titel van z’n blog “SKOTSE”. Ik moest effe nadenken voordat ik het snapte, want wij uit Geffen komen toch niet uit “Skijndel”; volgens mij zei ik vroeger altijd “schotse”, net zoals ik dat nou nog doe in Balgoy. En natuurlijk kan ik me de Karreput nog herinneren in Nuland en ik weet ook nog dat er verschillende mensen gingen schaatsen ’s winters. Maar wij niet. Wij schaatsten in Geffen zelf, in de Bieskempes of op de Wiel bij Wimke Linders en in het begin bij onze buurman Piet van de Oever achter in den hof, want dat lag een stuk lager en liep altijd onder in de winter. Jammer dat ik er geen foto’s meer van heb!

WP142 IMG_4582

Schaatsen op het “schaatsbaantje” op de kop van de Hoeveweg in Balgoy.

Hier in Balgoy werd en wordt natuurlijk ook volop geschaatst. Wij hebben natuurlijk de Maas en het hoeft maar een paar dagen te vriezen, zoals de afgelopen week, en in de ondergelopen uiterwaarden of op het speciale schaatsbaantje op de kop van de Hoeveweg wordt geschaatst. Maar echte harde winters hebben we niet meer. Dat was vroeger.

nr1-ReinierPaping

Reinier Paping tijdens de Elfstedentocht in 1963     Foto: Bert Breed

Koud was het meer dan vijfenzestig jaar geleden zeer zeker. De barre winter van 1962-1963.  Herinneren we ons nog iets van die winter van 1963? Iedereen grofweg boven de 60 jaar die je deze vraag stelt komt met verhalen over de sneeuwstormen, het bevroren IJsselmeer en natuurlijk de Elfstedentocht. De historische beelden van een heroïsch zegevierende Reinier Paping staan in ieders geheugen gegrift. Andere Tijden, het geschiedprogramma van de NTR en de VPRO, geeft een terugblik op deze strengste winter van de eeuw, die niet alleen maar sneeuw en ijspret bracht. De winter van 1962-63 was de koudste winter van de vorige eeuw. De winter van ‘63 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is +2,2 C. Voor 1963 is dit –3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari – de dag van de Elfstedentocht – in Joure en bedroeg –20,8 C.

IMG_8796kopieZW

Op de voorgrond Wim Ariëns en op de achtergrond nog enkele Balgoyse(?) mensen op een dichtgevroren Maas. Welk jaar de foto genomen is, is onbekend. (Foto: dochter Maaike Erdmann)

Toch was de Maas in dat jaar niet helemaal dichtgevroren. Wel stukken en op sommige plaatsen zijn ook wel foto’s gemaakt van mensen op de bevroren maas (bron: BHIC). 1963 was niet het enige jaar in de afgelopen eeuw waarin de rivier deels dichtvroor, maar het was wel de koudste winter van de eeuw. Dat dichtvriezen gebeurde eveneens in (waarschijnlijk) 1956, 1954 en 1947 en (zeker) in 1942, 1940, 1929 en 1917. Hoewel er in februari 1985 ook een Elfstedentocht plaatsvond en het behoorlijk winter was, was er toen zeker geen sprake van een dichtgevroren Maas. Door de intensieve scheepvaart in de tweede helft van de vorige eeuw werd het dichtvriezen ook bemoeilijkt.

Wim Ariëns, die in 1930 te Nederasselt geboren werd, zal op de foto tussen de 20 en 30 jaar oud zijn. De vraag is dan wanneer de foto gemaakt is, in 1954 of 1956 of toch in 1963. Binnen een paar uur kreeg ik al een prachtige reactie van Joke Niessing – van Haren, die nu in Grave woont, maar die geboren is en bijna haar hele leven gewoond heeft in Balgoy. “1953 (de winter van 1953/1954). Wij zijn toen met z’n allen vanuit de school over de Maas naar Keent gelopen. Zelfs tante Anna van de Heijden heeft toen haar zus tante Mina in Neerloon bezocht. En Richard en Gerrit van Berkel hadden zand gestrooid, zodat het minder moeilijk was om te lopen.”

Natuurlijk blijft de vraag wie heeft wellicht ook nog andere mooie foto’s van Balgoyse mensen, die schaatsen op een dichtgevroren Maas?