Soms zit het mee en soms zit het tegen

BHIC (Brabants Historisch informatiecentrum) in de Citadel van ‘s-Hertogenbosch (Bron: BHIC op Wikipedea)

Onderzoek doen naar de geschiedenis van je familie of je leefomgeving is een fantastische hobby. Elke keer vind je weer verrassende informatie over mensen en de tijd waarin ze leefden. Er is zoveel bewaard gebleven over onze geschiedenis en er zijn heel veel bronnen waarin je kunt zoeken, in een archief en ook thuis achter je pc. Omdat veel Balgoyse mensen roots hebben in het Brabantse is een bezoek aan het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in de Citadel van Den Bosch onontkoombaar, maar ook zeer de moeite waard. Blijf je liever thuis, dan kun je in de digitale studiezaal van het BHIC informatie vinden in bijna 40 kilometer archieven en collecties. Je krijgt hulp bij onderzoek, kunt vragen stellen aan een archivaris via chat en ontmoet andere onderzoekers op het forum.

screenshot.png

BHIC Bronnen die je thuis kunt raadplegen

Toch kun je soms pech hebben. Dat overkwam mij met mijn speurtocht naar de voorouders van mijn vrouw Ans Jans, Godefridus Jans en Geertrudis van Raaij uit Escharen en hun verwanten. Informatie over het huwelijk van Godefridus en Geertrudis was niet te vinden. Omdat beiden uit Escharen kwamen, moet het huwelijk bijna zeker in de kerk van Escharen gesloten zijn. Zoeken in de Doop, Trouw en Begraafboeken van omringende plaatsen leverde ook niets op. Dan maar een vraag op het BHIC forum geplaatst. Nog diezelfde avond, was er al een reactie. De Doop, Trouw en Begraafboeken van Escharen van eind 18e eeuw blijken niet compleet te zijn en o.a. het R.K. trouwen Escharen 1788-1800 ontbreekt in het archief.

Soms heb je ook een meevaller. In het archief van het dorp Escharen wordt onder nummer 67 een lijst van eigenaren van onroerend goed bewaard (Bron: Escharen rond 1800: een boeren-gemeenschap, uitgave in het kader van de finan­ciële actie “Werk aan de kerk” onder auspiciën van het kerkbestuur van de Lambertuskerk in Escharen). Deze lijst werd begin 18e eeuw aangelegd voor belastingdoeleinden, en wel in het kader van nieuwe wetgeving op het (al bestaande) zegelrecht. Alle transportak­ten van onroerend goed, alle uitgiften van bezittingen in erfpacht, elke verkoop of ver­vreemding van erf pachtbrieven, alle renten, tienden en huren en alle verhuringen en ver­pachtingen voor een termijn van 25 jaar of langer op gezegeld papier moesten worden geschreven. Het tarief was progressief: hoe duurder het goed, des te duurder het zegel. Om de heffing van dit recht te kunnen verzekeren, diende de uitgangssituatie te worden vastgelegd: alle bewaarders van registers van vast goed moesten hun bestanden moesten actualiseren. Voor Escharen berustte deze verplichting bij het dorpsbestuur.
Al te willig waren de regeerders van Escharen niet, zo min overigens als vele anderen in den lande. Het opschrift van het Escharense kohier meldt dat het dorpsbestuur pas in actie kwam na een waarschuwing van het departementaal bestuur dat het kohier vóór 1 januari 1807 in orde moest zijn gemaakt. Conform de opdracht werden nu alle eigenaren van onroerend goed en alle tiendheffers onder de jurisdictie van Escharen in een register gebracht. Naderhand werden nog enkele mutaties opgetekend, zodat de beschreven situatie geldig mag worden geacht voor de periode ca. 1807 – ca 1810.

De lijst bevat veel interessante informatie over ontroerend goed in Escharen, waaronder twee nummers die van bijzondere interesse zijn, no. 40 en no. 55.

No. 55 zijn de eigendommen van Godefridus Jans:

  • “een Huys en verder getimmers gen: de bolt, voor 2/3, met 3/4 morgen Zompgrond”
  • “4 Hond biesagtig Weijland gelegen in eenen onverdeelden Kamp genaamt de Horst in het geheel groot 3 morgen belend Eenerzijds B: van de Wiegelaar en meer Erven eene Eynde de Rivier de Raam, en Verders de Gemeente”
  • “1/3 in eenen Kamp zompig wijland genaamt de Lagen waeijcamp, in het geheel groot”
  • “1/2 morgen belend, Eenerzyds Derk Prinss en meer Erven, Anderzyds B Van de Wiegelaar Eene Eynde de Rivier de Raam ander Eynde Mathijs Cuppen Escharen terug in de tijd pagina 19 4 een Parceel Heygrond groot 4 1/2 morgen gelegen aan de Legeheij belend, Eener­zeyds het Weversveld en verder de Gemeente”

No. 40 zijn eigendommen van de erfgenamen van Hendricus Theunisse van Raaij (de vader van Geertrudis van Raaij):

  • “eenen bouwhoff gelegen in de Lege­heij, met 4 1/2 morgen zoo bouw weij als Heijland belend Eener Zeyds de Wed: Jacob Jans en meer Erven en verder gemeene Wegen in de marge: Modo Godefridus Jans het huys met hoff en aangelegen bouwland groot 1/2 morgen, Reinier Reijnders c:s: eene morgen bouw en groesland, Jan van Raaij eene morgen bouw en Heyland, Johannes v:d: Broek 6 & 3/4 morgen bouw en een Kampke wyland groot 1/4 morgen, Hermanus van den bogaard c:s: eene morgen bouw en groesland”
  • “4 1/2 hond Weijland geleegen in Eenen onverdeelden Kamp, in het geheel groot 3 H: Morgen, gen: de Horst, belend EenerZeijds B: van de Wiegelaar en meer Erven, Eynde de Rivier de raam ander zeyds en eynde de Gemeente in de marge: Modo de Heer A:W: van Ham te Grave”

Deze beschrijving komt overeen en wordt bevestigd door de erfdeling die in 1807 plaatsvindt en die is terug te vinden in de index van het schepenprotocol van Escharen onder toegangsnummer en inventarisnummer 7040.522.
De kinderen en erfgenamen van Hendricus Theunissen van Raaij en Catharina Jacobs van den Heuvel in leven echtelieden, Jan van Raaij, Godefridus Jans weduwnaar van Geertruij van Raaij, Anthonet van Raaij en Johannes van den Broek echtelieden, Angenes van Raaij en Reinier Reinders echtelieden, Elisabeth van Raaij en Hermanus van den Bogaart echtelieden verdelen de volgende onroerende goederen: een huisje met aangelegen moeshof en bouwland in de Legeheij, groot samen ongeveer een halve morgen. Een perceel bouw- en groesland een Hollandse morgen groot. Een morgen bouw- en heiland, grenzend enerzijds Godefridus Jans en verder rondom de gemeene wegen. Drie vierde morgen bouwland en een kampke groesland ongeveer een tiende morgen tussen de gemeene straat en Godefridus Jans. Een stuk bouw- en groesland ongeveer een Hollandse morgen groot, grenzend enerzijds de gemeente en een eind Melchior en ander eind Rein Hendriks. Was getekend M. Poos klerk.

 

Gertrudes van Raaij, echtgenote van Godefridus Jans, slachtoffer van de grillen van de Maas?

2e143-afbeelding9

Gertrudes van Raaij woonde in Escharen, op de Legeheij (Lage Heide)

Dat de Maas een grote rol speelde in het leven van de mensen die aan beide zijden van de rivier woonden is al vaker beschreven in deze blog.  Deze keer een voorbeeld aan de andere kant van de Maas.

Gertudes van Raaij, dochter van Hendricus van Raaij en Catrin Jacobs, geboren 28 januari 1756 op “de Legeheij” (tegenover “het Huukske” op de weg van Escharen naar Zeeland) was de echtgenote van Godefridus Jans, zoon van Jean Wilbers en Maria Jans Diependaal, geboren in Mill. Godefridus is de betovergrootvader van Harry Jans, geboren en getogen in Balgoy. Godefridus trouwde in in de ouderlijke boerderij van Gertrudes, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was.

van Godefridus naar Harry Jans

Stamreeks van Harry Jans, die in vier generaties uitkomt bij Godefridus Jans en Gertrudis van Raaij uit Escharen

Gertrudes overlijdt op 15 februari 1799, op 43-jarige leeftijd. Ze wordt niet in Escharen waar ze woonde begraven maar in Reek op 19 februari. In het begraafboek van Reek is te lezen waarom.

1a58c-afbeelding6

1799 die 15 Februarii vite munita (=voorzien van ziekenzalving) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob (als gevolg van) inundantiam (inundatio=overstroming) aquaram (=water) hie sepelitur( =is hier begraven) 19 ejusdem (=hetzelfde)

De inschrijving in het begraafboek kan mijns inziens toch nog op twee manieren worden uitgelegd. De meest voor de hand liggende vertaling is: In 1799 op 15 februari is voorzien van de ziekenzalving overleden in Escharen Gertrudis van Roij en die is als gevolg van overstroming hier begraven op de 19e van diezelfde maand. De vraag is of Gertrudis verdronken is bij de overstroming of dat ze als gevolg van de overstroming niet begraven kon worden in Escharen. Op dit moment denk ik dat het laatste het geval was, omdat Gertrudis voorzien was van het sacrament der zieken. Bij de verdrinkingsdood verwacht je dat niet meteen, eerder bij een ziekbed.

In ieder geval is duidelijk dat in februari 1799 de Maas buiten zijn oevers was getreden. In het tijdschrift Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28) wordt geciteerd uit een aantekeningenboekje van de Blerickse schoolmeester Simon Teeuwen (1). De winter van 1798-1799 was streng en ging gepaard met overstromingen. En dat was niet de eerste keer in de achttiende eeuw. IJsvorming kwam in de achttiende eeuw veelvuldig voor. Dit verschijnsel, dat in verband stond met de strenge winters in deze periode (de laatste fase van de ‘kleine ijstijd’), zag men als één van de grootste boosdoeners bij het ontstaan van rivieroverstromingen. Wanneer ijs losraakte en ging drijven zette het kruiende ijs zich vast door over elkaar te schuiven en zo werden grote ijsdammen gevormd die ver boven de dijken uitstaken. Water en ijs werden tegen deze ijsdammen opgestuwd en het water rees zo hoog dat het over de dijken stroomde. Hierdoor kalfden de dijken aan de achterkant af en braken door (2). Dit gebeurde dus ook in februari 1799.

Tweestromenland 1978.png

Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)

Toch begon het traditionele beeld dat de rivier de manier van leven van de mensen bepaalde te veranderen! De Franse revolutie aan het einde van de achttiende eeuw maakte niet alleen korte metten met de oude politieke en sociale orde, maar zorgde tevens voor een doorbraak van de moderne, rationalistische denkbeelden van de Verlichting en het geloof dat de mens in staat was zijn eigen lot in handen te nemen. Dit geloof werd bovendien in belangrijke mate versterkt doordat de Britse industriële revolutie aantoonde dat de mogelijkheden daartoe, vooral als gevolg van de uitvinding van de stoommachine, plotseling sterk waren toegenomen. Dankzij de Franse en Britse revoluties aan het einde van de achttiende eeuw kwam de maakbare samenleving binnen handbereik en, met het Franse voorbeeld voor ogen, waren ook in ons land velen van mening dat de staat hierbij een belangrijke rol moest spelen (2). De nieuwe staatsvorm in 1798 en de bestuurlijke omwenteling zouden belangrijke gevolgen hebben voor de aanpak van de rivierenproblematiek. Het was nu mogelijk op nationaal niveau beleid te ontwikkelen om in te kunnen grijpen. Het werd de taak van de, eveneens in 1798 ingestelde, centrale waterstaatsdienst (Rijkswaterstaat) om na te gaan wat deze algemene verbetering voor de rivieren moest behelzen. In de winter van 1798-1799 werd weer eens duidelijk hoe belangrijk dat was.

Bronnen:

  1. “Strenge winter met overstroming” in: Tweestromenland, het Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, van mei 1978 (nr. 28)
  2. “Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland”. Alex van Heezik, proefschrift Technische Universiteit Delft 2007

Het boeren zit ze in de genen – de familie Jans in Mill, Escharen en Balgoy van 1632 tot heden

Begin vorige eeuw, om precies te zijn op 6 mei 1910, trouwde Petrus Johannes (Piet) Jans uit Escharen met Johanna Arnolda (Hanna) Kersten uit Balgoy. Zij trouwden in op de boerderij aan de Torenstraat in Balgoy van de ouders van Hanna Kersten, Hendrikus Kersten en Elizabeth de Bruijn, die er vanaf 1876 hadden geboerd.
De boerderij van Frans Jans (kleinkind van Piet Jans) en Petra van Uden aan de Torenstraat in Balgoy.
Insert: Piet Jans en Hanna Kersten in 1960 toen ze 50 jaar getrouwd waren.
Vijf generaties “Jans” in Mill

Om te begrijpen hoe Piet Jans in Balgoy terecht kwam, zullen we beginnen bij de oudste stamvader die we gevonden hebben en de stamreeks volgen. Een stamreeks is een genealogisch overzicht van de afstammingslijn tussen een bepaalde voorouder en een nakomeling, vaak in mannelijke lijn. Hiervoor gaan we allereerst naar Mill, Noord-Brabant. Anthonius Nelissen werd daar rond 1632 geboren en trouwde met Johanna Jacobs. We hebben twee zonen van hen kunnen vinden. Een van deze twee kinderen, Joannes Theunissen trouwde met Wendel Kerstens in 1695 en van hen hebben we vier kinderen kunnen vinden. De derde generatie is Willebrordus Jans en Maria Jans van Dijck, getrouwd in 1718 en zij hadden bijna zeker twaalf kinderen. Joannes Wilbers was een van de twaalf en hij trouwde met Maria Jans Diependaal in 1746, nog steeds in Mill en zij kregen acht kinderen. Maria Jans Diependaal was al eerder getrouwd met Johannes van Sambeeck waarmee ze twee kinderen had.

Handtekenening Jan Wilberts (Joannes Wilbers) onder huwelijkscontract

Vanwege dit eerdere huwelijk werd er een huwelijkscontract opgesteld en hierdoor hebben we ook de handtekening van Joannes Wilbers. Maria Jans Diependaal kon blijkbaar niet schrijven en tekende met een “kruis”.
Hun zoon Godefridus Jans werd geboren in 1749 en was de laatste voorvader uit Mill.

Inschrijving van Godefridus in het doopboek van Mill

Godefridus trouwde met Geertruda van Raaij uit Escharen. Dit moet zijn geweest tussen 1790 en 1793, maar hierover is tot nu toe niets te vinden in de DTB registers van Escharen of de regio. Hij trouwde in in de ouderlijke boerderij van Geertruda, waar zij samen woonde met haar moeder die al weduwe was. Dit was op de Lage Heide.

Godefridus Jans verhuisde naar Escharen,
naar de Legeheij (Lage Heide).
Geertruda kreeg samen met Godefridus drie kinderen. De oudste was Johanna, die in een akte die we gevonden hebben staat omschreven als “onwijs”. In de overlijdensakte staat dat ze geboren is in Escharen en dat ze drieënveertig jaar oud is geworden. Dit betekent dat ze waarschijnlijk in 1794 geboren is, maar net als de huwelijksakte van haar ouders is een doopbewijs niet te vinden.
Als tweede werd Henricus geboren in 1796. Hij is een van onze voorvaderen. Hij werd later de wettelijke voogd over Johanna. Tenslotte werd in 1798 Petronella geboren.
In 1799 overleed Geertruda op drieënveertigjarige leeftijd. Zij werd niet in Escharen begraven, maar in het naburige Reek, waarschijnlijk omdat het kerkhof in Escharen onder water stond (door de Beerse overlaat?). Het kan ook zijn dat ze is verdronken (zie onderschrift bij de tekst in het begraafboek van Reek uit 1799).
1799 die 15 Februarii vite munita(=voorzien va ziekenzalving?) obit(=is gestorven) in Eschaare Gertrudis van Roij et ob(is overleden?) inundantiam(=onderwaterzetting?) aquaram(=door water?) hie sepelitur(=begraven) 19 ejsdern?
In 1802 gebeurde er iets belangrijks voor Godefridus. Zijn broer Peter werd ziek en overleed. Op zijn ziekbed maakte Peter een testament, waarin hij Godefridus als enige erfgenaam benoemde. Dit bleek een behoorlijke som geld en onroerende goederen, waaronder een boerderij in Escharen, de Bolt genoemd.

Godefridus verhuisde naar de Bolt. Het bakhuis stamt nog uit
die tijd, maar de boerderij werd in 1917 helemaal herbouwt.
We weten niet precies wanneer Godefridus verhuisde naar de Bolt. We weten wel dat Catrin van den Heuvel Jacobs, zijn schoonmoeder, overleed in 1806 en dat er in de Schepenbank een akte is met een boedelscheiding, waarin de ontroerende goederen van de Lage Heide verdeeld worden. Daarna is hij in ieder geval verhuisd naar de Bolt.
Godefridus had zeker aanzien in Escharen, want hij was Schepen, wat je tegenwoordig raadslid zou noemen en wordt veel genoemd in de Schepenbank van Escharen in die periode. Hij overleed in 1814. Na zijn overlijden erven de kinderen de Bolt. 2/3 voor zoon Henricus, omdat hij ook het erfdeel van zus Johanna beheert en 1/3 voor Petronella.

Overlijdensakte van Godefridus Jans uit de zeer jonge, nog Franse, Burgerlijke Stand van Escharen in 1814.

Henricus, Hendrik was zijn roepnaam, trouwde met Johanna van Beusekom op 18 mei 1823. Op dezelfde dag trouwde ook zijn zus, Petronella, met Gerardus Jans. Allen waren afkomstig uit Escharen en allemaal afkomstig uit boerenfamilies. Ze bleven wonen op de Bolt. Daar werden zeker vijf van de acht kinderen van Hendrik geboren.
Volgens het kadaster heeft Willem van Beusekom, zijn schoonvader, die woonde op een boerderij op Kouwenhuizen, zijn perceel kadastraal sectie G nummer 42 in 1834 in tweeën gesplitst. Op het nieuwe perceel sectie G nummer 163 bouwt Henricus een nieuwe boerderij. Op 13 oktober 1834 wordt de woning “deugdelijk verklaard” en verhuist hij waarschijnlijk snel daarna van de Bolt naar Kouwenhuizen.

Kouwenhuizen lag in het gebied van de voormalige Generaal de Bons-kazerne. Op  de Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Escharen, Noord Brabant, sectie G, blad 01 (rechtsboven, ) is de locatie aangegeven van de splitsing. In die tijd had het perceel nog nummer 42. Op de kadastrale hulpkaart uit 1834 is te zien waar de nieuwe boerderij van Henricus Jans werd gebouwd.
Op de kadastrale hulpkaart uit 1834 is te lezen dat perceel sectie G oud nummer 42 wordt gesplitst in nummer 162 nog steeds van Willem van Beusekom en nummer 163 van Hendricus Jans.
Op Kouwenhuizen werd in 1838 Joannes Jans geboren, onze volgende voorvader.
Van beroep was Johannes landbouwer. Dat is ook te lezen in een afschrift van de Nationale Militie, wat als huwelijkse bijlage te vinden was bij de huwelijksakte van Johannes en Gijsberta van der Burgt. Hierin staat dat hij in 1857 opgeroepen zou worden, maar een plaatsvervanger werd gesteld, die 5 jaar heeft gediend. Wat we verder weten uit een rapport van de Nationale Militie is dat Johannes in 1856 werd gekeurd en in het keuringsrapport wordt vermeld dat hij een gezonde slanke jongeman is van 1 m 70, een smal gezicht heeft, grijze ogen en een grote neus. Hij werd daarna opgeroepen om dienst te nemen, maar hij is de dag van de opkomst niet verschenen. Er gingen een paar maanden overheen, waarna hij een aanmaning kreeg dat als hij op een bepaalde datum niet zou verschijnen, hij opgehaald zou worden. Hij heeft het toen afgekocht. Je kon in die tijd een beroepsmilitair betalen, die dan de dienstplicht voor jou vervulde. In dit geval was dat een man uit Breda.
Joannes trouwt in 1866 met Gijsberta Hermina van der Burgt uit Escharen, ook weer een boerenfamilie. Hij trouwt in bij zijn schoonmoeder, Sebastiana Poos die weduwe is. Het adres is Kerkenhoek 147.
Escharen, Kerkenhoek 147. Waarschijnlijk is deze foto gemaakt op maandagmiddag want ’s maandags was het wasdag. Achter het Gemeentehuis hangt het wasgoed aan de lijn en in de tuin liggen de lakens ‘op de bleek’ (Foto’s gemaakt door Willie Blom vanuit de kerktoren in 1948, www.estersheem.nl)
Boerderij Hoog Esteren
Op de Kerkenhoek 147 werden twee van de dertien kinderen geboren. Daarna worden er zes kinderen ingeschreven als geboren aan de Hekkens, wijknummer 173. We hebben nog niet kunnen achterhalen waar dat precies is, want in Escharen zijn minstens 5 plekken die de Hekkens heten. De Hekkens kan een aanwijzing zijn dat er vroeger op die plek tol werd geheven. Nummer 9, Johannes Petrus werd geboren op Kerkenhoek 186 in 1879.
Uit het bevolkingsregister van Escharen van 1870 tot 1880 blijkt dat Johannes Jans binnen die periode is verhuisd naar een boerderij die eerst werd bewoond door Hendricus Cuppen. Verder zijn er kadastrale gegevens dat dit een woning betreft ten zuiden van het dorp Escharen op de Bullen, die Hoog Esteren heet.
Hulpkaart Kadaster Escharen 1881,
opgemaakt en deugdelijk
verklaard 30 mei 1880.
Opvallend is dat uit kadastrale gegevens blijkt dat de boerderij in 1880 grondig is aangepast. Een grote schuur werd afgebroken, het woonhuis werd verbouwd en er werd een karnmolen aangebouwd. Dit zou kunnen duiden op de verhuizing. Op 10 juni 1880 wordt kind nummer tien, zoon Petrus Johannes (Piet) Jans, geboren en in de doopakte van de Burgerlijke stand van Escharen staat vermeld dat hij geboren is op Hoogesteren. Ook opvallend is dat in datzelfde jaar de boerderij op de Bolt werd verbouwd en ook daar werd een nieuwe karnmolen gebouwd. Zoon Piet Jans blijft op boerderij Hoog Esteren wonen tot hij in 1910 trouwt en naar Balgoy verhuisd.
Vier generaties “Jans” in Escharen.
Piet Jans en Hanna Kersten kregen in Balgoy elf kinderen, waarvan er zeven volwassen zijn geworden. Het eerste kind Hendrikus Johannes heeft nog geen 4 maanden geleefd. Johanna Maria, die in 1918 werd geboren is nog geen 8 maanden oud geworden en de tweeling die daarna werd geboren zijn 1 en 2 dagen oud geworden. Ze werden pas uitgeschreven in 1920 (toen Antonius Hermanus Gijsbertus, Antoon, werd aangegeven).
Hermina Gijsberta, die Mien werd genoemd en in 1917 werd geboren, is op 24 september 1945 verongelukt in het cafe in Balgoy, door van de keldertrap te vallen toen ze hielp op een bruiloftsfeest.
Trouwboekje van Piet Jans en Hanna Kersten

Na Piet Jans, werd het boerenbedrijf aan de Torenstraat in Balgoy overgenomen door zoon Theodorus Petrus Jans en op dit moment is het bedrijf in handen van diens zoon Frans. Dus na Mill en Escharen boert de familie Jans al weer drie generaties (ruim honderd jaar) in Balgoy.