Unne prachtige Balgoyse mins, Thijs van Piet van Sjarreltjes.

Thijs van Haren, Thijs van Piet van Sjarreltjes, thuis in de Veldsestraat (Bron: Astrid Huis Fotografie)

Een echte Balgoyse mens is niet meer. Thijs van Haren overleed op 4 december 2019. Toen ik het in memoriam hoorde, uitgesproken tijdens de uitvaart op 9 december door zijn beide zoons Charles en Martijn, wist ik meteen dat er geen mooier levensverhaal te bedenken en te schrijven is. Met hun toestemming krijgt het een plaats op dit blog over Balgoyse mensen en hun geschiedenis. Niet opgeschreven in het Balgoys dialect, zoals het werd verteld; dat komt misschien later nog wel eens. Een schoenmaker blijft bij zijn leest en een Brabander probeert geen Balgoys te schrijven.

Cafe de Valk, met aan de linkerkant de bakkerij

Op 16 april 1941 werd in Balgoy, in de woning boven de bakkerij van Miemke de Valk aan de Hoeveweg, de oudste zoon van Piet en Anna van Haren geboren. De eerste jaren woonden ze daar, tot ze verhuisden naar de Veldsestraat, waar Piet een boerderij kocht om met het alsmaar groter wordende gezin te kunnen wonen. Toch kwam Thijs nadat ze verhuisd waren nog veel in de bakkerij om bij Miemke te werken. Daar kon hij mooi over vertellen. Hoe hij met Miemke de rozijnen voor het krentebrood sorteerde en de steentjes eruit haalde en hoe hij ’s winters tot de knieen door de sneeuw ging om de bestellingen weg te brengen. Verhalen vertellen dat kon Thijs! Pas op, NOOIT gelogen, maar wel altijd een beetje aangedikt, want een verhaal moet je wel kunnen brengen natuurlijk! En dat kon Thijs. Als er iemand wist hoe je een verhaal moest vertellen, dan was Thijs dat wel.

Gezin Piet van Haren en An Ariens, met kinderen Bets, Pietje, Dientje, Thijs en Willy

Na de lagere school zat Thijs een paar jaar op het seminarie, maar dat hield hij redelijk snel voor gezien, want pastoor worden was toch niks voor hem. Hij ging iets met chemie doen en bij Organon in Oss werken en later bij Rengers in Wijchen. Maar toen moest Thijs eerst het leger in en hoewel hij bij z’n kameraden zeer geliefd was en ze regelmatig allemaal in Balgoy kwamen mee eten, waren de meerderen zeker niet altijd tevreden met hem. Thijs zat nogal eens in de cel, omdat hij zich moeilijk gedeisd kon houden. Nee, gezag was niet Thijs z’n ding! Hij was eerder antiautoritair. En…, ik weet niet of de gemiddelde lezer dat weet, maar hij kon ook best eigenwijs zijn. De Balgoyse mensen zullen dat wel kunnen beamen denk ik. Thijs heeft aardig wat bazen en bedrijven versleten, deels omdat hij carrière wilde maken, maar misschien ook wel deels omdat het samenwerken met die bazen niet zo goed ging.

Toen vader Piet van Haren in Duitsland z’n geld ging verdienen, en de hele week van huis was, kreeg Thijs de verantwoordelijkheid voor d’n hof. Meer dan eens vertelde hij dat als zijn vader dan na een week weer thuis kwam, ze dan eerst een rondje door d’n hof maakten, en dan pas ging Piet naar zijn vrouw Anna kijken. Daar heeft Thijs de liefde voor het tuinieren opgedaan, want d’n hof was zijn grote trots. Vol overgave kon hij vertellen over de geweldige kolen, bonen en sla die hij had. Hij had wel honderd tomaten aan één struik! Z’n broer Wim had ze geteld; hij had weer overdreven, het waren er maar zevenennegentig. En van al wat hij teelde gaf Thijs de helft af aan een ander.

Op z’n eenentwintigste ging zijn Balgoyse kameraad, Bennie Overman, vrijen in Wijchen. Bennie had een meidje leren kennen, Trees heette ze, maar die was nogal jong en Bennie wist niet goed hoe die dat moest aanpakken. “Gewoon goan” zei Thijs, “ik goi wel mi”, en zo leerde Thijs de vriendin van Trees kennen, want die had voor de zekerheid ook maar haar vriendin meenenomen. Die vriendin heette Thea Hofman, en vorig jaar hebben Thijs en Thea samen nog hun 50-jarige bruiloft mogen vieren.

Piet van Haren en zoon Wim gaan werken (Bron: film Balgoyse minse 1965 van Cor vd Berg)

Nadat Thijs bij Rengers stopte zei z’n vader: “Jong got toch mi ons mi in Duitsland werreke, dor kunde goud geld verdiene”. En zo kwam Thijs in de bouw terecht, eerst als üpperman, en later als timmerman, verdiende hij zijn boterham in de bouw samen met zijn vader en z’n broers en later met zijn neven. Hij deed het graag, maar hij heeft er zich wel letterlijk kapot gewerkt, twee versleten nekwervels en drie versleten rugwervels en een versleten knie waren het gevolg, want half werk dat kende Thijs niet. As er iemand wist wat hard werken was, dan was dat Thijs.

gezin Thijs en Thea van Haren met zonen Martijn en Charles, mei 1999, bij voordeur Veldsestraat 11

En met hard werken hebben Thijs en Thea, samen met de rest van de familie, hun eigen huis aan de Veldsestraat gebouwd, waar ze meer dan 50 jaar gewoond hebben. Overal waar hij kon ging Thijs helpen en hij hoefde er nooit iets voor te hebben. Vaak bleef er bij Thijs en Thea thuis van alles liggen wat eigenlijk gedaan moest worden, omdat iemand Thijs vroeg of hij eventjes kon helpen. Thijs heeft altijd voor een ander klaar gestaan, een leven lang. “Hij was handig, maar als het dan een keer niet lukte, kwamen er ook wel eens uitspraken voorbij, die hier in de kerk niet herhaald kunnen worden”, zei zoon Martijn tijdens de uitvaart. Thijs was een hele sociale mens, zelfs op vakantie hielp hij mensen die hulp nodig hadden. Het gezin, Thijs, Thea en hun beide zonen Charles en Martijn, waren in Joegoslavie toen daar een windhoos door het dorp van de ober trok. Die stond in tranen te vertellen dat hij niet wist hoe het met zijn ouders was. De volgende morgen vroeg waren ze alle vier, inclusief de ober, onderweg dwars door joegoslavie om te gaan kijken hoe de situatie bij de ouders van de ober was. Zo was Thijs.

Thijs tussen de harmonieleden; helpen met opbouwen van de fancy fair in 2003
Pastoor Arts in dierentuin Noorder zoo Emmen, vlnr: Thea van Haren, zuster Petronella, Thijs van Haren en pastoor Arts, augustus 1996

Thijs heeft veel gedaan voor andere mensen, maar ook voor het verenigingleven in Balgoy was hij altijd in de weer. En niet alleen hand en spandiensten, nee, Thijs had een uitgesproken mening en was niet te beroerd om in diverse besturen het voortouw te nemen. Hij heeft de drumband mee opgericht, de carnavalsvereniging, waar hij nog 7 jaar voorzitter van is geweest en hij heeft er voor gezorgd dat het schoolbestuur zelfstandig werd van het kerkbestuur. Altijd met een groot rechtvaardigheidsgevoel en op zijn mond was hij ook niet gevallen, want hij zei wat hij vond, ook als dat niet altijd door iedereen in dank werd afgenomen. Maar daar had Thijs lak aan, hij gaf iedereen ongezouten zijn mening en daar moesten de mensen het dan maar mee doen. Hij heeft daarom misschien wel wat vijanden gemaakt in het leven, maar veel meer vrienden, want voor alles was Thijs een gezelligheidsliefhebber, die niets liever deed dan gezellig buurten met een pilske erbij. Ook bij de harmonie, waar hij een groot fan van was, heeft Thijs altijd meegeholpen met de rommelmarkt. Tijd kende hij dan niet; hij ging nooit naar huis, hij bleef liever nog eventjes zitten om een mooi verhaal te vertellen en op een gegeven moment natuurlijk zijn stem te laten schallen. Want zingen was het liefste wat hij deed. Hoewel hij het jammer vond dat zijn kinderen niet zongen, kwam Thijs wel trouw naar alle concerten luisteren waar Charles op de trombone en Martijn op de trompet muziek maakten. Behalve als hij zelf moest zingen, want dat ging altijd voor!

Het begon al vroeg thuis, waar de hele familie onder aanvoering van Piet van Haren zong. Zo werd Thijs al op jonge leeftijd “gedwongen” door de “ouwe Overman” om bij het kerkkoor te gaan, want “anders hoefde ie nie mer langs te komme”. Thijs zong veel en vaak en dat had gevolgen, want niet alleen in Balgoy, maar tot ver in de omtrek kenden ze de kwaliteiten van Thijs als zanger. Op vakantie was hij eens in een vreemde kerk en wou hij de akoestiek testen. Thijs zette de Panis in en de hele kerk viel stil en stond met open mond te luisteren naar die vreemde zanger. Thijs was een geweldige bas-bariton, die op het laatst bij vier koren zat, het AMDG in Nijmegen, de Bronzen Stemmen, Cantabile en in Balgoy in het koor. En als hij gekund had zou Thijs nog wel bij vier meer koren hebben kunnen zitten, want iedereen kende hem en wou hem bij zijn of haar koor hebben. Het zou dus inderdaad zomaar kunnen, zoals wel beweerd werd in Balgoy, dat Thijs 100 keer de nachtmis gezongen heeft.

Het gemengd zangkoor in Balgoy (2017)

Ongeveer zestien jaar geleden kreeg Thijs voor het eerst te maken met een levensbedreigende aandoening. Zijn aorta sprong en hij moest op stel en sprong geopereerd worden. Dat was de eerste keer dat Thijs door het oog van de naald kroop. “Maar ons pap was unnen taaie, die gaf het nie af, nog nie misschien”, zei Charles bij het afscheid in de kerk. Vervolgens kreeg Thijs blaaskanker, een levensgevaarlijke bacterieinfectie en longkanker. Maar hij vocht zich er elke keer weer bovenop en bleef altijd positief.

“Hij wilde ok noit gehuldigd worre”, zei Martijn. Een lintje zou Thijs geweigerd hebben en een kerkelijke onderscheiding ook, maar hij was wel erg trots op zijn vrouw Thea, toen die een koninklijke onderscheiding kreeg. Dat had ze wél dik verdiend, vond hij. Als voorzitter van het kerkbestuur en als voorzitter van het koor heeft Thijs verschillende kerkelijke onderscheidingen voor andere mensen aangevraagd, maar zelf …
“As ze van het bisdom nog te lamlendig zijn om uit Den Bosch te komme um um an te biede, dan meuge ze em van mijn hauwe”. En ook: “Ik zing vur mun plezier, doar hoefde nie vur onderscheide te worre. Doe mar gewoon, de’s meer as zat”, aldus Thijs.

Toen zoon Charles een paar weken geleden voorstelde om bij de begrafenis eens goed uit te pakken: “dan loate we ut Koor het Requiem van Mozart instudere, en dan regel ik een orkest, dan zulle we ut in de kerk es loate dondere”, toen schudde Thijs zijn hoofd en zei, “moi klein houwe”. Voor Thijs geen flauwekul. Thijs van Haren, die overal in de omgeving op begrafenissen ging zingen, die op ik weet niet hoeveel bruiloften voor niks ging zingen, wou zelf geen groots afscheid. Maar dat vonden Charles en Martijn niet goed tijdens de begrafenis: “Wij veinde de dizze mins, dun beste zanger die we kennen, een groots afscheid verdiend. En durrum willen wij jullie allemaol vroage um vur dizze mins te goan stoan vur un latste eerbetoon vur dizze prachtige Ballogoyse mins, vur Thijs van Piet van Sjarreltjes” En zo kreeg Thijs een welverdiend staande applaus als laatste eerbetoon van iedereen in de kerk. Een mooiere en uniekere onderscheiding had niemand kunnen bedenken.

Bron: In memoriam uitgesproken door de broers Charles en Martijn van Haren tijdens de uitvaart van hun vader Thijs van Haren op 9 december 2019 in de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

Het Balgoyse roomboterfabriekje “de Eendracht”

Torenstraat 9 te Balgoy, het voormalige “botterfabriekje” (foto dateert van de 70-er jaren, bron: boek 60 jaar harmonie Kunst en Vriendschap, samensteller Wim Verhoeven, uitgegeven samen met de vereniging in 1979 )

Tijdens de Open Monumentendagexpositie bij de oude toren in het weekend van 14 en 15 september, kreeg ik de vraag of ik wist wanneer het huis aan Torenstraat 9 (het voormalige “botterfabriekje”) werd gebouwd en wie er allemaal hebben gewoond. De vraag naar het bouwjaar is relatief gemakkelijk te beantwoorden. Daar hebben we sinds 1815-1830 het kadaster voor. Opzoeken kan bijvoorbeeld via kadasterdata.nl. Het huis, dat nu kadastraal geregistreerd is als BGY00 (Balgoy) Sectie B Nr. 117, lijkt in 1900 te zijn gebouwd.

Gegevens en ligging van de woning Torenstraat 9 zoals die te vinden zijn in kadasterdata.nl

De oudst bekende kadastrale gegevens voor het perceel dateren van eind 19e eeuw: BGY00 leggerartikel 458: eigendom Joannes de Bruijn, burgemeester van Balgoy. Het betreft sectie A, nr. 336, volgnr. 16. De omschrijving van het perceel was bouwland. Het perceel gaat dan over naar artikel 889 volgnr. 3. op naam van Elisabeth de Bruijn, particulier. In dienstjaar 1906 wordt het perceel (nog steeds bouwland) verkocht aan Johanna Arts, weduwe van Johannes Wilhelmus Berben, en gaat over naar artikel 950 volgnr. 6. In die periode werd volgens de website www.zuivelfabrieken.nl in Balgoy een handkrachtfabriekje gestart, de coöperatieve roomboterfabriek “de Eendracht”, maar een link van de nieuwe boterfabriek naar het betreffende perceel kwam vooralsnog niet naar boven in het kadastrale register.

De melk wordt gezeefd en vervoerd in melkbussen (foto: Jan van Haren, Batenburg)

Na een tijdje verder zoeken, kwam ik achter de reden waarom de bouw van de boterfabriek niet op het bovengenoemde perceel te vinden was. De fabriek werd gebouwd op de “openbare weg”, gemeentegrond die geen kadastraal nummer had tot dan toe. Het kadastrale leggerartikel dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj (dienstjaar) 1908 geeft die verklaring. Sectie A, nr. 726 is niet getrokken uit een eerder artikel, maar krijgt de omschrijving “ong weg” (bijna elke weg kreeg de afkorting ong) en is dus een nieuw perceel op de plek waar eerst openbare weg was.

Het kadastrale leggerartikel 1009, dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj 1908.
Hulpkaart BGY00 A 80

De kadastrale hulpkaart illustreert duidelijk de ligging van de nieuwe boterfabriek. Op het punt waar Herre Weg en toen nog Molen Weg (nu Torenstraat) samen kwamen is de nieuwe fabriek gebouwd en krijgt het perceel een nieuw kadastraal nummer. De eigenaar van het perceel met fabriek en erf is de Coöperatieve Roomboterfabriek de Eendracht uit Balgoy. De hulpkaart die door het kadaster gemaakt werd dateert van juli 1907; daarmee weten we omstreeks welke datum de boterfabriek is gaan draaien.

Rudolf Arts: de eerste melkmachine in Balgoy ca. 1957. De karhoepel diende als bescherming en kon tevens gebruikt worden om de koeien vast te zetten. (bron: boek 100 jaar NCB – Ries van Haren)

In ons land zijn zuivelfabrieken nog niet oud: omstreeks 1880 werd nog vrijwel alle melk op de boerderijen verwerkt. Het was zelfs zo, dat ons land in dit opzicht achter liep bij andere landen. Te lang werd hier vastgehouden aan het bereiden van boter op de boerderijen zelf, wat de kwaliteit van het product niet ten goede kwam. In de laatste jaren van de 19e eeuw begon de situatie in de landbouw te verbeteren. Er werden langzamerhand allerlei verbeteringen ingevoerd. De kunstmest deed zijn intrede, wat vooral voor de zandgronden vooruitgang betekende. Met de uitvinding van de centrifuge begon ook in Nederland de zuivelindustrie zich te ontwikkelen. Friesland liep daarbij voorop: in de 80-er jaren werden daar de eerste zuivelfabrieken opgericht. Beetje bij beetje volgden daarna de andere provincies: Brabant en Limburg, en ook Gelderland, enz. De ontwikkelingen gingen gestaag door en in 1939 waren er in ons land 877 zuivelfabrieken in bedrijf, waarvan 240 als boterfabriek.

Hendrik Hammen aan het ploegen – kaft boek 100 jaar NCB geschreven door Ries van Haren

Met de opbloei van de landbouw zag je ook de coöperatieve gedachte in Nederland opbloeien. De Boerenbond werd opgericht vanaf het einde van de 19e eeuw (Balgoy in 1912; boek 100 jaar NCB – Veel gewonnen, veel verloren, de ploeg bouwt steeds weer nieuwe voren – auteur: Ries van Haren). De oprichting van collectieve veeverzekeringen, ook die in Balgoy, waren van grote betekenis voor de boeren evenals de Coöperatieve Boerenleenbank, die een concurrent werd van de Rijkspostspaarbank. Dit alles wordt mooi geïllustreerd in een krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915. Hierin wordt verslag gedaan van de ledenvergaderingen van het Balgoyse veefonds en de coöperatieve roomboterfabriek, die de activiteiten over het jaar 1914 bespraken.

Krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915
De coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt ( Bron: NN-Nederasselt Nieuws, feiten en historie op Facebook)

Toch had de boterfabriek het niet gemakkelijk. Dat blijkt uit het artikel uit de Gelderlander hieronder. Het besluit van minister Posthuma (minister van landbouw van 1914-1918) dat melk voortaan gepasteuriseerd moest worden, bleek zeer moeilijk uit te voeren voor kleine handkrachtfabriekjes zoals de Eendracht. Daarmee kwamen ze ook niet in aanmerking voor “het Rijksmerk” en dat maakte de afzet lastig. Het werd de aanzet tot de aansluiting bij de coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt. In oktober 1915 tijdens een ledenvergadering werd besloten tot ontbinding van “de Eendracht”, zodra de aansluiting tot stand was gekomen. (Stoom)roomboterfabriek De Volharding in Nederasselt is gebouwd rond 1915, en tot 1954 in gebruik geweest.

Bericht uit de Gelderlander van 28 oktober 1915 waarin het einde van het Balgoyse “Botterfabriekje” wordt aangekondigd

Het “botterfabriekje” werd verkocht aan timmerman Marinus Janssen, die er een timmerwinkel runde volgens de kadasterregistratie.

Kadastraal Leggerartikel 1086 BGY00 waaruit kan worden opgemaakt dat Marinus Janssen in 1916 het boterfabriekje kocht en er een timmerwinkel begon.

Marinus Janssen verkocht het perceel in dienstjaar 1929 aan Petrus Johannes Berben, administrateur. Die woonde in boerderij Florenstein tegenover het perceel (C30) en heeft het huis (C28) toen verhuurd. De eerste huurders waren volgens het bevolkingsregister van Overasselt (1923-1930) vrachtrijder Johannes van Osterom en Petronella Johanna Arntz. Recentere gegevens uit kadaster en bevolkingsregister zijn nog niet openbaar en dus nog niet beschikbaar, maar Ries van Haren schreef in zijn millenniumboek een mooi gedicht over “het oude botterfabriekje” waarin alle recente bewoners worden vermeld.

HET OUDE BOTTERFABRIEKJE
In 1936 huurde Sigbert Toonen Dekkers als woning de oude botterfabriek
Mei ’40 sneuvelde hij, en vrouw Hanneke vertrok met Piet en Woutje naar familie aan den diek
Zijn neef Pietje Toonen Dekkers huurde toen dat pand voor enkele jaren
Daarna vertrok Pietje met vrouw Anna van Uden naar de Veldsestraat en werd het pand verhuurd aan Piet van Haren
In die tijd werd er door Pietje Arts en Nelleke de Bruyn een woning gezocht
Zo kwam Pietje Arts er wonen, met zijn eikenhouten kruiwagen,
Wel onder zijn stand, zodat menigeen hem deed plagen
Maar Pietje bleef en 30 jaren kruide hij naar zijn land, houtmijt en aardbeien
Iedereen in Balgoy “ja juist” zag Pietje dagelijks rijen
Toen kwam Sjef van Haaren op de proppen, en kocht de oude botterfabriek
Zijn dochter kwam er wonen, daarna de fam. Martien van Diek
Daarna werd het door Gerard Hammen en Corrie van Halen gekocht, zij wilden gaan trouwen
Die hebben er een mooi huis van gemaakt, daarvoor moesten ze het wel helemaal verbouwen
Je ziet er nooit meer een eikenhouten kruiwagen staan,
En de laatste flessen cognac van Pietje Arts zijn door “verkeerde kelen” gegaan

De kerk is uit (1981). De gebroeders Lamers en Hendrik Hammen (midden) wandelen naar huis. Rechts de verbouwde “botterfabriek” (foto: Gerard Hammen)

Wat doet een herbergier uit Velp (NB) in Keent?

Overzicht Balgoy en Keent

Balgoy en Keent, in 1923 nog een zelfstandige gemeente in een grote kronkel van de Maas. Veel Balgoyse en Keentse mensen hadden contacten aan de Brabantse kant van de Maas, Escharen, Grave, Velp, Neerloon, Huisseling, Ravenstein, Dennenburg, Demen en Dieden.

Omdat het vakantietijd is, kan ik weer wat tijd stoppen in de Balgoyse en Keentse historie. Ik ben druk bezig met een inventarisatie van de Balgoyse en Keentse mensen (wie en waar) ten tijde van de opheffing van de gemeente Balgoy in 1923, gebruik makend van het bevolkingsregister (BR). In een van de volgende blogs meer hierover.

voorpagina BR Balgoy

Het bevolkingsregister van de gemeente Balgoy in de periode 1890 – 1923.

Tussendoor krijg ik nog regelmatig verzoeken en vragen over Balgoyse (en Keentse) mensen. Een paar weken terug vroeg Diane via een persoonlijk bericht op Twitter, naar voorouders in Balgoy en Keent. Bezig met stamboomonderzoek kwam ze erachter dat één van haar voorouders in de gemeente Balgoy en Keent heeft gewoond. Ze wilde natuurlijk graag weten waar precies, maar helaas bestaat het adres in die tijd niet uit een straat en huisnummer, maar uit een wijk en een huisnummer. En voor Balgoy en Keent is het zelfs nog een beetje lastiger, omdat de wijknummers in die periode een paar keer veranderd zijn. De gemeente Balgoy (tot 1923 dus) hanteerde twee wijken, A (Balgoy) en B (Keent). Toen in 1923 de gemeente opging in Overasselt werden de nummers anders en werden ze verdeeld in 4 wijken (A,B,C,B), maar na 1928 ging die indeling helemaal op de schop en kregen alle huizen weer andere nummers. Diane wist dat het wijk B was en huisnummer 44. De naam van haar voorouder was Martinus Antonius Nabuurs.

Met een huisnummer en een volledige naam in de hand is de eerste keuze om te gaan zoeken het BR. Na 1928 is heel Balgoy en Keent omgenummerd naar C-nummers, dus ligt de periode daaraan voorafgaand het meest voor de hand. Zoeken in het bevolkingsregister van Balgoy dus, in de periode 1890 – 1923. Op het voorlaatste blad (folio 118) was het raak.

BR Balgoy 1890 - 1923 blad 118

BR Balgoy 1890 – 1923 blad 118

detail Keent

Martinus Antonius Nabuurs woonde in de Hoogveldschestraat inKeent op de hoek met het Merste Straatje van 1898 – 1900.

Martinus Antonius Nabuurs werd op 19 juli 1898 ingeschreven in de gemeente Balgoy. Hij werd geboren op 18-11-1873 te Velp (NB) en zijn beroep volgens het BR was herbergier. Dagtekening van vestiging in de gemeente was 15-7-1898 en hij kwam uit de gemeente Linden (NB). Zijn verblijf in de gemeente Balgoy was maar kort, want op 3 mei 1900 vertrok hij alweer naar Dieden (NB). De “Huizing” (de plek waar hij gewoond heeft) is B40 (B44 veranderd in B40). Dit is in de Hoogveldschestraat in Keent ter hoogte (op de hoek) van het Merste Straatje (zie kaartdetail). De precieze plaats is afgeleid van de totale inventarisatie van de Balgoyse en Keentse mensen in 1923 volgens het BR, maar daarover meer in een volgende blog. Toen Martinus in Keent kwam wonen was hij al getrouwd met Petronella Josefina van Marwijk (geboren 14-3-1869 te Linden (NB)). Op 7 november 1898 kwam de zuster van Martinus, Maria, ook in Keent wonen. Zij trok in bij Martinus en Petronella. Die kregen in Keent twee kinderen, nl. Sophia Johanna, geb. 29-1-1899 en Johanna Wilhelmina, geb. 16-3-1900. Zoals gezegd is het gezin in mei 1900 vertrokken naar Dieden bij Ravenstein aan de Brabantse kant van de Maas.

Keent nu Google

De plek waar Martinus Antonius Nabuurs woonde, als je kijkt naar het huidige Keent (Google Maps).

Diane wilde graag weten waar het adres van haar voorvader was, als je kijkt naar het huidige Balgoy en Keent. In het Google Maps plaatje is de plek aangegeven. Wat ik zou willen weten is: “Zijn er nog foto’s van de mensen beschikbaar om het verhaal compleet te maken?” en misschien nog wel interessanter: “Wat doet een herbergier uit Velp in Keent en waarom is hij binnen twee jaar weer vertrokken?” Er waren al café’s in Keent, bijvoorbeeld het café van Koos Kersten aan de andere kant van het dorp bij de molen van Broeren. En als schipper Jan de Valk aan wal gaat, gaat hij precies op de grens van Balgoy en Keent wonen, op B136, later de overgang van Veldse- naar Hoogveldsestraat en precies waar de maaskanalisatie werd gepland. Zijn vrouw Regina Rosalia (Gieneke) Dinnissen begon daar een cafeetje. Het huis moest weliswaar wijken voor de nieuwe Maas, maar de familie verhuisde naar de Hoeveweg, tegenover de nieuwe kerk, waar ze een café en bakkerij begonnen. Het café werd later verkocht en is tot 2012 het dorpscafé van Balgoy geweest.

 

Heeroom pater Libertus Jans (1875 – 1948)

trouwfoto tante Lies 1944

Trouwfoto van Marinus van Thiel uit Schayk en Lies Jans uit Balgoy. Lies was de dochter van Piet Jans en Hanna Kersten (zittend links van het bruidspaar), die op de boerderij in de Torenstraat te Balgoy woonden, de boerderij waar nu kleinzoon Frans woont. Rechts van het bruidspaar zit heeroom Libertus Jans.

De wortels van de familie Jans liggen in het Brabantse Mill en Escharen. Hieronder is duidelijk te zien hoe in de 19e en begin 20e eeuw de familie Jans verbonden was met Escharen. Met name Godefridus Jans, die schepen was in Escharen heeft een belangrijke rol gespeeld in het Brabantse dorp.Jans Escharen

Hierdoor is er ook regelmatig contact met mensen van EstersHeem, de heemkundekring in Escharen. In 2012 vierde de Stichting Esterse Minipers Escharen haar 40-jarig bestaan. Naar aanleiding hiervan was er een fototentoonstelling in het Dorpshuus. De belangstelling vanuit de Escharense bevolking was groot. Voor enkele enthousiaste dorpelingen was dit een aanzet om een nieuwe Escharense Heemkundekring op te zetten, “Esters Heem” genaamd. De ontvangen foto’s werden benoemd, gerangschikt en gearchiveerd en aan de verzameling toegevoegd.

Afgelopen week werd ik opnieuw benaderd door EstersHeem en het onderwerp was ook deze keer de familie Jans. Een van de mensen van de heemkundekring is de geschiedenis van Pater Libertus Jans (1875-1948) aan het opschrijven. Aanleiding was een mooi oud herinneringsprentje van zijn priesterwijding in december 1902.

De vraag van de heemkundekring was of ik een foto had van pater Libertus. Veel gegevens van hem hebben ze inmiddels bij elkaar gezet, maar ze missen nog een foto/afbeelding van hem.

Ik wil echter beginnen met de gegevens die ik zelf heb verzameld over pater Libertus Jans, wiens doopnamen bij geboorte Antonius Gijsbertus Hermanus waren. Zijn ouders waren Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt en hij was een broer van Piet Jans, de vader van Harrie Jans en de grootvader van mijn echtgenote Ans (zie de stamboom hierboven). Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt trouwen in 1866 en kregen dertien kinderen. In 1874 wordt Antonius Gijsbertus Hermanus Jans geboren als zesde kind van het gezin, maar het overlijdt al in januari 1875.

054-0050-2421-1875_005

Gemeente Escharen, overlijdensakte van Antonius Gijsbertus Hermanus Jans “in den ouderdom van drie maanden”.

Photo5000406Op 6 december van datzelfde jaar krijgen Joannes en Gijsberta weer een zoon, die ze dezelfde naam geven als hun in januari overleden zoon, Antonius Gijsbertus Hermanus. Als Antonius 19 jaar oud is op 3 oktober 1895, treedt hij in de orde der Minderbroeders-Capucijnen in Babberich en een jaar later wordt hij geprofest. In 1902 wordt hij priester gewijd (zie het herinneringsprentje). “Na meermalen de bediening van Novicenmeester, Definitor en Gardiaan vervuld te hebben, voorzien van de H. H. Sacramenten der stervenden”, is Antonius overleden te Handel op 5 maart 1948.

IMG_0049

Pater Libertus Jans

Maar hoe zag pater Libertus er nu uit? Gelukkig heb ik een foto van het huwelijk van de zus van Harrie Jans, Lies met Marinus van Thiel in 1944. De foto komt uit een fotoalbum van Harrie Jans. Op die foto (zie bovenaan dit bericht) zit rechts naast het bruidspaar een geestelijke. Navraag bij de familie van Thiel leverde geen aanknopingspunten op die de pater op de trouwfoto verbond met die familie, dus ik ben overtuigd dat dit pater Libertus Jans is op 69-jarige leeftijd.

In de fotoverzameling van Harrie Jans zaten verder een tweetal foto’s, waarvan dochter Ans weet dat hij de pater die op die foto’s te zien is heeroom noemde. Hoewel de pater op die foto’s een stuk jonger is, is er zeker een gelijkenis met de pater op de trouwfoto en ik ben vrijwel zeker dat dit pater Libertus is op jongere leeftijd. Op de achterkant van de foto staat met de hand geschreven Janssen, Balagoye ± 80 stuks.

IMG_0051

In memoriam Theo Verheijen 1936-2018, gedreven Balgoyse bestuurder met veel Wijchense contacten

Theo Verheijen, ook bekend in Wijchen als Smid Verheijen werd daar geboren op 5 februari 1936 en woonde er meer dan dertig jaar op de hoek Stationsstraat – Baron d’Osystraat. Hij trouwde met Annie Vergeest en samen kregen ze drie kinderen. Theo was een familieman en stond altijd klaar voor zijn gezin.

img_0058

Theo laat zien dat hij het werk in de smederij niet verleerd is (2005).

Tijdens de rondwandeling door Wijchen (10-jarig bestaan van Pagus Balgoye) werd ook even stilgestaan bij de voormalige smederij van de familie Verheijen aan de Teersmortelweg.

Theo was een echte ondernemer. Na het overlijden in 1964 van zijn vader, Frans Verheijen, nam hij samen met broer Henk de smederij over. In 1969 werd een boerderij in Balgoy gekocht aan de Torenstraat op nummer 21 en in 1971 vond de officiële opening van het nieuwe bedrijfspand, Landbouwmechanisatiebedrijf Fa. Verheijen & Zn. plaats. De werkzaamheden richtten zich primair op de verkoop en reparatie van tractoren, maaidorsers, hakselaars en landbouwwerktuigen. De werkzaamheden verband houdend met hoefbeslag, haarden en kachels, waterleiding en constructie, die de belangrijkste bezigheden waren in Wijchen, verdwenen uit het programma.

Theo kon niet stilzitten en was naast zijn werk ook actief bij de brandweer. Al op zijn twintigste was hij lid van de vrijwillige brandweer in Wijchen en bleef dat 35 jaar doen. Veel van zijn vrije tijd stopte hij ook in het verenigingsleven. In Wijchen waren dat met name de Wijchense paardenmarkt (Theo was jarenlang bestuurslid van de Stichting Veemarkt Wijchen) en hij was actief bij Tweestromenland. Hij was betrokken bij de paardenmarkt vanaf het eerste uur. In een documentaire van Tweestromenland in Beeld en Geluid van dit jaar vertelt Theo hoe hij zich destijds samen met Paul Rutjes bezig heeft gehouden met de wederoprichting van de paardenmarkt. Een jaar eerder werd Theo ook al geïnterviewd door de Wijchense Omroep.

 

Theo Verheijen prins carnaval 1975 zw

Theo als prins carnaval van ’t Moasland in 1975.

Toen hij in Balgoy kwam wonen en werken verdeelde Theo zijn tijd en energie tussen Wijchen en Balgoy. In 1975 werd hij prins carnaval van het Moasland in Balgoy. Hij was ook een periode bestuurslid van de carnavalsvereniging en bleef actief in het EPK (ex prinsen kabinet) dat elk jaar zorgt voor een origineel optreden tijdens de Bonte n’aovond.

Vanaf 1991 was hij bovendien vice-voorzitter van parochie de Heilige Johannes de Doper. Geen gemakkelijke tijd was dat voor de parochie. Mgr. Arts, die vanaf 1964 pastoor was van de parochie in Balgoy, werd op 1 augustus 1993 eervol ontslag verleend, waarna hij in Uden van zijn welverdiende rust kon gaan genieten samen met zuster Petronella Maria van Driel, die hem sinds het overlijden van Grada Venbrux verzorgd had. Mgr. Arts was de laatste pastoor die op de pastorie in Balgoy woonde en samen met zuster Petronella de zorg had over de kerk en alles wat er bij hoorde. In die tijd moest het bestuur de organisatie van de parochie vernieuwen, een tijdrovend en soms moeilijk proces. De goede communicatieve vaardigheden en de vele contacten die Theo had, kwamen hierbij goed van pas.

Parochiebestuur 1997 zw

Het toenmalige parochiebestuur met vlnr.: Marianne van den Boogaard, Piet Janssen, pastoor Groos (die in Hernen woonde), Ans van Erp, Theo Verheijen en Wim Verhoeven.

In 1995 verkocht Theo het landbouwmechanisatiebedrijf, omdat er geen opvolger was. Misschien dat de vrije tijd die dit met zich meebracht wel meegespeeld heeft om ja te zeggen toen de initiatiefnemers van Pagus Balgoye in 2000 hem vroegen om voorzitter te willen worden van de nieuwe heemkundekring. De vele contacten die Theo had bij de gemeente Wijchen hebben zeker geholpen toen de kersverse heemkundekring de Oude Toren als expositieruimte en visitekaartje wilden gaan gebruiken. Dat dit een goede keuze is geweest hebben de vele exposities en ander activiteiten die bij de Oude Toren zijn georganiseeerd wel bewezen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

verjaardag en doop pagus 064

54bf5-1454807_421189334674346_1224756502_n

vlnr.: minister Ronald Plasterk, Ruud van Haren en Theo Verheijen

Een van de hoogtepunten van het voorzitterschap van Pagus Balgoye zal zeer zeker het bezoek van een minister aan Balgoy in december 2013 zijn geweest. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister, die ook een bezoek bracht bij de Oude Toren, het visitekaartje van heemkundekring Pagus Balgoye. Hij werd daar rondgeleid door toenmalig voorzitter Theo Verheijen.

In 2014 stopt Theo als voorzitter en wordt opgevolgd door Wil Giesbers. Theo wordt dan benoemd tot het eerste lid van verdienste voor al zijn inspanningen gedaan voor de vereniging. Van 2014 tot het laatst toe blijft Theo actief bij Pagus Balgoye, voor zover zijn gezondheid dat toeliet. Hij was aanwezig bij ledenvergaderingen, werkavonden en exposities; op de werkavond van woensdag 3 oktober nam hij nog actief deel aan de discussies, o.a. over café en winkel “VIVO” van André van den Berg. Op woensdag 7 november melde hij af, omdat hij ziek was.

Theo Verheijen lid van verdienste

In 2014 wordt Theo Lid van Verdienste van Pagus Balgoy (bericht uit Wegwijs).

Theo Verheijen overleed op 17 november 2018. Hij was een gedreven en altijd goedlachse bestuurder in het Wijchense en Balgoyse verenigingsleven met heel veel contacten, die als geen ander verstond om mensen te verbinden en enthousiast te maken. Voor al zijn activiteiten werd hij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau, een Koninklijke onderscheiding die hij met trots droeg. De uitvaartdienst vond plaats op 22 november in een overvolle H. Johannes de Doperkerk te Balgoy.