Balgoy en Keent, een plek met hart en ziel

Luchtfoto van de maaskanalisatie bij Balgoy (linksboven) en Keent (rechts). Afsplitsing op voorgrond is de Loonse Waard.
Luchtfoto gemaakt op 5 november 1938. © KLM Aerocarto 013734zr, Aviodrome.info

Met Pasen ben je vrij en heb je weer eens wat tijd om na te denken en te schrijven. Automatisch denk je met Pasen aan voorjaar, nieuw leven, een nieuwe lente en aan veranderingen. Het is goed dat er veranderingen zijn, dat er steeds nieuw leven komt. Het is ook een gegeven dat eigenlijk heel simpel is. De tijd gaat door en veranderingen zijn onomkeerbaar en onontkoombaar.

Het gebied van Balgoy en Keent, samen met de Loonse Waard is al eeuwenlang onderhevig aan veranderingen. De natuurlijke loop van de Maas is hierbij van grote invloed geweest. Ook veranderingen door de mens aangebracht hebben invloed gehad, zoals te zien in de KLM luchtfoto hierboven. Eind 1938 werd ten gevolge van de maaskanalisatie de scheiding van Balgoy en Keent een feit. Op enkele meters na ter hoogte van de Hoogveldsestraat was het stuk nieuwe Maas klaar en werd een van de grootste veranderingen voor de dorpen Balgoy en Keent een feit. Natuurlijk, sowieso verandert een gebied in de loop van de tijd. Dat geldt overal en is van alle tijden. Terugdraaien is niet mogelijk en dat moeten we ook niet willen. Het zijn de veranderingen, die mede de ziel van een dorp of plek bepalen. In het geval van Balgoy en Keent heeft de Maas daarbij een grote rol gespeeld.

Nieuwbouw ‘t Veldje in Balgoy 2002 (Bron: Werner Peters)

Maar ook huizenbouw is een bron van continue verandering door de jaren heen, ook in Balgoy. Het dorpscentrum van Balgoy is een aantal keren aangepast in de loop der eeuwen. Waar het “dorpsleven” ooit was geconcentreerd nabij het kasteel, schoof de huizenconcentratie langzaam op naar de oude kerk en later weer richting verenigingsgebouw en nieuwe kerk. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw vond de eerste wat grootschaligere uitbreiding plaats door een nieuwe wijk aan het dorp toe te voegen, namelijk de S. Toonen Dekkerstraat met zo’n twintig woningen. In 1980 werd de wijk Veldsehoek met dertien woningen toegevoegd en in de jaren ‘90 werd Den Bogerd met negenentwintig woningen gebouwd. Daarna vond er nog een uitbreiding plaats in de eerste jaren van deze eeuw, namelijk het Veldje met zestien woningen. (Bron: Dorpsontwikkelingsplan Balgoy (DOP) september 2011). De laatste uitbreiding met negen woningen dateert van ca. 2018. De Maasakkers, een woningbouwproject dat tot stand kwam na een experiment met burgerparticipatie. In 2018 waren acht van de negen kavels verkocht, waren al twee woningen gerealiseerd en stonden twee woningen in de steigers (De Gelderlander, 4 januari 2018).

De Gelderlander 4 januari 2018

Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy op 2 december 2013 onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister.

Boerderij van familie Jans maakt plaats voor zes nieuwe woningen (linksboven de oude situatie).

Op dit moment wordt er nog op verschillende plekken in het dorp gebouwd/verbouwd. In de Torenstraat maakt de boerderij van de familie Jans plaats voor zes nieuwe woningen. Natuurlijk aan een kant jammer, maar het schept weer nieuwe mogelijkheden voor het dorp en zijn inwoners. Het leven gaat door.

Ook Keent verandert continue. Waar in de tijd van de gemeente Balgoy en Keent, in het begin van de vorige eeuw, het dorp Keent nog groter was dan het dorp Balgoy, is Keent nu met de resterende boerderijen en woningen, de kleinste kern van de gemeente Oss met nog maar 72 inwoners. De Oude Maasarm rond het eiland is over een lengte van vier kilometer weer uitgegraven. Hiermee heeft de Maas na tachtig jaar haar oorspronkelijke loop teruggekregen. Bovendien is in Keent een robuust natuurgebied ontstaan, waar riviergebonden processen en begrazing sturend zijn. Het gebied is tegenwoordig in beheer bij het Brabants Landschap.

Keent met op de achtergrond de kerk van Balgoy.

Als we veranderingen blijven zien als de ziel van een dorp of streek, hoeven we ons daarover ook geen zorgen te maken en dan zullen Balgoy en Keent samen een unieke, herkenbare plek blijven vormen en Balgoy zal ook altijd zijn eigen dorpse karakter behouden. Samen met voorzieningen, zoals school, dorpshuis en verenigingen, die het hart (en de longen; vitale organen dus) zijn van een dorp of plek, wordt leefbaarheid en sociale cohesie vorm gegeven. Zo blijft een dorp levend en blijven de bewoners herkenbaar als unieke Balgoyse (en Keentse) mensen. Zalig Pasen.

Nog een eBook: Balgoyse minse verhalen over Balgoy en haar inwoners door de eeuwen heen (verschenen in 2019 en 2020)

Nog een eBook met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse

In 2017 verscheen mijn eerste boek “Boeren, burgers en buitenlui, verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse”. Een boek met korte verhalen die betrekking hebben op de geschiedenis, maar zeker ook op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners.

Het was een collectie van verhalen die in de jaren tot de zomer van 2017 waren verschenen op de website van Pagus Balgoye, verhalen gekoppeld aan QR-codes op plekken in Balgoy en met name verhalen op een weblog over Balgoy en de Balgoyse minse. Op die manier wilde ik een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Natuurlijk verschenen er in de loop van de tijd meer verhalen op de weblog en kortgeleden verscheen dan ook het vervolg, verhalen verschenen in 2017 en 2018. Vooralsnog is de vorm een eBook (Flipbook) geworden, passend in deze nieuwe tijd.

Ik was zelf zo enthousiast over het resultaat, dat ik ook de jaren 2019 en 2020 heb gebundeld tot een eBook (Flipbook) om zo de geschiedenis van Balgoy en Keent levend te houden. Dit is het resultaat geworden. Tweehonderd pagina’s verhalen en geschiedenis. Lees, leer en geniet ervan!

Nieuw eBook (Flipboek) met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse

Afgelopen weekend verscheen het boek “Balgoyse minse, verhalen over Balgoy en haar inwoners door de eeuwen heen, het vervolg”. Zoals de titel zegt is het boek een vervolg op een eerder verschenen boek. Wederom een boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse mensen. De verhalen zijn (deels bewerkingen van) in 2017 en 2018 op deze weblog geplaatste teksten. Verhalen over mijn familie. De familie Jans, generaties terug al boer in Mill en via Escharen in Balgoy terecht gekomen. Ook over de familie van Erp uit Geffen, waar dezelfde verhalen worden rondverteld en die ik meegebracht heb naar Balgoy en zo worden verweven met de Balgoyse geschiedenis. Ook verhalen over Keent, kasteel, maaskanalisatie en tweede wereldoorlog zijn gebundeld in het 175 pagina’s tellende boek. Lees, leer en geniet ervan!

In 2017 verscheen het eerste boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse met als titel “Boeren, burgers en buitenlui”. De titel van dat boek was een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. Net als met het OMD-thema, lag de nadruk van het boek sterk op mensen en hun onderlinge economische en culturele relaties. De korte verhalen in het boek hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners.

Het klinkt tegenstrijdig, maar verhalen vertellen over de geschiedenis van het dorp en zijn inwoners is een belangrijke manier om het dorp levend te houden. We moeten nooit ophouden met deze overlevering! Het verbindt de mensen in het dorp en bevordert daardoor de leefbaarheid en sociale cohesie. De boeken over Balgoyse minse zijn een bescheiden poging om mijn bijdrage te leveren aan die overlevering. Een nieuwe tijd kent nieuwe vormen en ik heb de afgelopen jaren geprobeerd om middels website van stichting Balgoy Beter Bekend, website van Pagus BalgoyefacebookQR-codes en mijn weblog een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu te vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Het nieuwe boek is (nog) niet verschenen op papier. Misschien hoeft dat ook niet meer in deze nieuwe tijd van podcasts, youtube en e-readers. Ook het eerste boek uit 2017 heb ik daarom omgezet naar een flipboek (zie hierboven).

In Balgoy voel ik me thuis

Milleniumfoto Balgoy (Foto: Berry van Haren)

Bijna twee jaren geleden verhuisden Ans en ik (tijdelijk) naar Wijchen-Zuid, zodat onze dochter Anneke met haar gezin in Balgoy kon komen wonen. Toch blijft Balgoy mijn Balgoy. Hoe komt het dat je zo thuis kunt zijn in een dorp als Balgoy? Die vraag heb ik me de afgelopen veertig jaar regelmatig gesteld en hield me ook afgelopen week bezig in de aanloop naar carnaval in het Moasland. Het zijn niet de gebouwen, de geschiedenis die je opduikt in een archief en ook niet per see een activiteit zoals carnaval, een Allerzielen herdenkingsviering, een concert van de harmonie of de gezelligheid op het voetbalveld van Diosa. De ontmoeting met, de herinnering aan en het praten over mensen die leven of geleefd hebben in het dorp maken dat je deel uit gaat maken van de leefgemeenschap, dat je meeleeft en je er thuis gaat voelen.

Mijn opa en oma, Piet van Erp en Lena van Tuijl, voor hun kruidenierswinkeltje in de kerkstraat te Geffen in augustus 1959.

Wat heeft mijn interesse in mensen en hun verhalen opgewekt? Het was het buurten dat ik leerde toen ik als klein kind bij mijn opa en oma op bezoek was, later tijdens familiefeestjes of als er duivenmelkers bij ons thuis kwamen. Altijd werden er verhalen verteld, verhalen over mensen uit het heden en verleden van het dorp.

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

De verhalen van Ries van Haren over “zijn Keent” zitten nog vers in ons geheugen. Het zijn de verhalen van Ries die ons nog steeds verbinden met de mensen, die leven en leefden in het buurtschap Keent dat eind dertiger jaren van de vorige eeuw van Balgoy werd afgesneden door de maaskanalisatie. Tot 1 mei 1923 vormden de buurtschappen Balgoy en Keent de gemeente Balgoy. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Keent werd in 1958 definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en is nu gemeente Oss. Ries hield de verbinding van Balgoy en Keent levend in zijn gedichten:

De scheiding van Ballegoij en Keent (1932 – 1938)
Scheppen, graven, alle dagen, weken, maanden, jaren
Op de grens van Keent en Balgoij, noodzakelijk kwaad maar echt niet mooi
Zandzuigers en baggermolens die gingen het verder uitdiepen
Er kwam een nieuwe Maas, waar eerst de mensen en dieren liepen
Families gescheiden door water en dijken
Van school en kerk en dode lijken
Keentse mensen, allemaal om- en/of uitgekocht
Hebben nog gauw in Balgoij of elders ruimte gezocht
Opnieuw beginnen en herinneren
Hoe mooi het vroeger was met die boerderijtjes aan de Keentse dijk
Markttuinders, zelfvoorzienend, eigen cultuur, hooigras,
Maar toch in armoede rijk
(Bron: Balgoijse Minse – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer, 1999)

Ook de oudere geschiedenis van het dorp geeft het dorp zijn eigenheid. De eerste kerk in Balgoy werd gebouwd in het jaar 960, zo staat in het Registrum Memorial van de Johannes de Doperkerk. Waar deze stond en hoe die kerk er uit zag is niet bekend (Bron: 75 jaar: Kerkkroniek Balgoy (1989) Wim Verhoeven). Een Registrum Memorial is een aantekenboek waarin chronologisch lopende zaken vermeldt worden. Volgens bisschoppelijk voorschrift diende het door elke pastoor te worden bijgehouden, zodat de opvolger zich goed kon informeren over de geschiedenis en over het financieel reilen en zeilen van zijn nieuwe standplaats. Van deze plicht heeft de ene pastoor zich nauwgezetter gekweten dan de andere en in het aantekenboek is zeker niet de complete geschiedenis van de kerk terug te lezen. Zeker is wel dat de kerk een belangrijke factor is geweest voor de verbondenheid van de Balgoyse leefgemeenschap.

Halverwege de 18e werd door Bulthuis een kopergravure gemaakt van “het dorp Balgoyen” met de toenmalige kerk. De ets, die ook nog eens “oud” is ingekleurd, hangt in onze keuken.

Een voorbeeld is dat de Balgoyse kerk in 1609 door de gereformeerden in bezit werd genomen. Tot 1672 gingen de Katholieken in Ravenstein en Velp bij Grave naar de kerk, daarna voornamelijk naar Wijchen, totdat in 1693 in Balgoy een schuurkerk werd geopend. De eerste schuurkerk werd in 1715 door een nieuwe vervangen in wat nu de Veldsestraat is. De parochie omvatte toen behalve Balgoy en Keent ook half Nederasselt en “twee hoeven op de Weggelaar onder Wijchen”. De schuurkerk werd gebouwd op grond, die de kasteelvrouw, Everdina geboren gravin van Weede, prinses van Anholt en Vrijvrouwe van Balgoij en Keent, daarvoor ter beschikking stelde. Zij legde op 15 juli 1715 de eerste steen. Verder droeg zij tot de bouw bij door een deel van het oude kasteel te laten afbreken en de stenen ten behoeve van het te bouwen “kerkehuis” te schenken. De gemeente Balgoy en Keent droeg f 700, – bij, de grond kostte f 35. Voor de verder benodigde penningen zorgde Maximilianus Snel, broer van de pastoor Eustachius Snel. De paters Capucijnen uit Velp bedienden de statie gedurende een groot deel van de 18de eeuw (Bron: Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) A.G. Schulte). Dat de mensen weer samen konden komen in hun eigen (schuur)kerk verbond ze en gaf ze dat saamhorigheidsgevoel dat we nu nog zien. Ik denk dat in die periode ook de basis is gelegd voor een leefgemeenschap groter dan de geografische grenzen van het dorp.

In Balgoy, de leefgemeenschap zoals hierboven beschreven, voel ik me thuis, zo simpel is het. Daarom ook mijn interesse in zijn geschiedenis en de “Heemkunde”. Het woord(deel) heem is een Oudnederlands woord en kent twee betekenissen: 1) Woning, huis, hoeve en 2) Woonplaats, woongebied, dorp, buurtschap. “Heem” is verwant aan het Engelse home en het Duitse Heim(at), maar wij hebben in onze taal “Heem” vervangen door het woord “thuis”. Dus mijn interesse in de Balgoyse geschiedenis heeft dus vooral te maken met het feit dat ik me er thuis voel en er oud wil worden. Dat wist ik al 15 jaar geleden met de carnaval in 2007, zoals te zien in onderstaande foto.

Op zoek naar een bejaardehuisje in Balgoy. carnaval 2007

Unne prachtige Balgoyse mins, Thijs van Piet van Sjarreltjes.

Thijs van Haren, Thijs van Piet van Sjarreltjes, thuis in de Veldsestraat (Bron: Astrid Huis Fotografie)

Een echte Balgoyse mens is niet meer. Thijs van Haren overleed op 4 december 2019. Toen ik het in memoriam hoorde, uitgesproken tijdens de uitvaart op 9 december door zijn beide zoons Charles en Martijn, wist ik meteen dat er geen mooier levensverhaal te bedenken en te schrijven is. Met hun toestemming krijgt het een plaats op dit blog over Balgoyse mensen en hun geschiedenis. Niet opgeschreven in het Balgoys dialect, zoals het werd verteld; dat komt misschien later nog wel eens. Een schoenmaker blijft bij zijn leest en een Brabander probeert geen Balgoys te schrijven.

Cafe de Valk, met aan de linkerkant de bakkerij

Op 16 april 1941 werd in Balgoy, in de woning boven de bakkerij van Miemke de Valk aan de Hoeveweg, de oudste zoon van Piet en Anna van Haren geboren. De eerste jaren woonden ze daar, tot ze verhuisden naar de Veldsestraat, waar Piet een boerderij kocht om met het alsmaar groter wordende gezin te kunnen wonen. Toch kwam Thijs nadat ze verhuisd waren nog veel in de bakkerij om bij Miemke te werken. Daar kon hij mooi over vertellen. Hoe hij met Miemke de rozijnen voor het krentebrood sorteerde en de steentjes eruit haalde en hoe hij ’s winters tot de knieen door de sneeuw ging om de bestellingen weg te brengen. Verhalen vertellen dat kon Thijs! Pas op, NOOIT gelogen, maar wel altijd een beetje aangedikt, want een verhaal moet je wel kunnen brengen natuurlijk! En dat kon Thijs. Als er iemand wist hoe je een verhaal moest vertellen, dan was Thijs dat wel.

Gezin Piet van Haren en An Ariens, met kinderen Bets, Pietje, Dientje, Thijs en Willy

Na de lagere school zat Thijs een paar jaar op het seminarie, maar dat hield hij redelijk snel voor gezien, want pastoor worden was toch niks voor hem. Hij ging iets met chemie doen en bij Organon in Oss werken en later bij Rengers in Wijchen. Maar toen moest Thijs eerst het leger in en hoewel hij bij z’n kameraden zeer geliefd was en ze regelmatig allemaal in Balgoy kwamen mee eten, waren de meerderen zeker niet altijd tevreden met hem. Thijs zat nogal eens in de cel, omdat hij zich moeilijk gedeisd kon houden. Nee, gezag was niet Thijs z’n ding! Hij was eerder antiautoritair. En…, ik weet niet of de gemiddelde lezer dat weet, maar hij kon ook best eigenwijs zijn. De Balgoyse mensen zullen dat wel kunnen beamen denk ik. Thijs heeft aardig wat bazen en bedrijven versleten, deels omdat hij carrière wilde maken, maar misschien ook wel deels omdat het samenwerken met die bazen niet zo goed ging.

Toen vader Piet van Haren in Duitsland z’n geld ging verdienen, en de hele week van huis was, kreeg Thijs de verantwoordelijkheid voor d’n hof. Meer dan eens vertelde hij dat als zijn vader dan na een week weer thuis kwam, ze dan eerst een rondje door d’n hof maakten, en dan pas ging Piet naar zijn vrouw Anna kijken. Daar heeft Thijs de liefde voor het tuinieren opgedaan, want d’n hof was zijn grote trots. Vol overgave kon hij vertellen over de geweldige kolen, bonen en sla die hij had. Hij had wel honderd tomaten aan één struik! Z’n broer Wim had ze geteld; hij had weer overdreven, het waren er maar zevenennegentig. En van al wat hij teelde gaf Thijs de helft af aan een ander.

Op z’n eenentwintigste ging zijn Balgoyse kameraad, Bennie Overman, vrijen in Wijchen. Bennie had een meidje leren kennen, Trees heette ze, maar die was nogal jong en Bennie wist niet goed hoe die dat moest aanpakken. “Gewoon goan” zei Thijs, “ik goi wel mi”, en zo leerde Thijs de vriendin van Trees kennen, want die had voor de zekerheid ook maar haar vriendin meenenomen. Die vriendin heette Thea Hofman, en vorig jaar hebben Thijs en Thea samen nog hun 50-jarige bruiloft mogen vieren.

Piet van Haren en zoon Wim gaan werken (Bron: film Balgoyse minse 1965 van Cor vd Berg)

Nadat Thijs bij Rengers stopte zei z’n vader: “Jong got toch mi ons mi in Duitsland werreke, dor kunde goud geld verdiene”. En zo kwam Thijs in de bouw terecht, eerst als üpperman, en later als timmerman, verdiende hij zijn boterham in de bouw samen met zijn vader en z’n broers en later met zijn neven. Hij deed het graag, maar hij heeft er zich wel letterlijk kapot gewerkt, twee versleten nekwervels en drie versleten rugwervels en een versleten knie waren het gevolg, want half werk dat kende Thijs niet. As er iemand wist wat hard werken was, dan was dat Thijs.

gezin Thijs en Thea van Haren met zonen Martijn en Charles, mei 1999, bij voordeur Veldsestraat 11

En met hard werken hebben Thijs en Thea, samen met de rest van de familie, hun eigen huis aan de Veldsestraat gebouwd, waar ze meer dan 50 jaar gewoond hebben. Overal waar hij kon ging Thijs helpen en hij hoefde er nooit iets voor te hebben. Vaak bleef er bij Thijs en Thea thuis van alles liggen wat eigenlijk gedaan moest worden, omdat iemand Thijs vroeg of hij eventjes kon helpen. Thijs heeft altijd voor een ander klaar gestaan, een leven lang. “Hij was handig, maar als het dan een keer niet lukte, kwamen er ook wel eens uitspraken voorbij, die hier in de kerk niet herhaald kunnen worden”, zei zoon Martijn tijdens de uitvaart. Thijs was een hele sociale mens, zelfs op vakantie hielp hij mensen die hulp nodig hadden. Het gezin, Thijs, Thea en hun beide zonen Charles en Martijn, waren in Joegoslavie toen daar een windhoos door het dorp van de ober trok. Die stond in tranen te vertellen dat hij niet wist hoe het met zijn ouders was. De volgende morgen vroeg waren ze alle vier, inclusief de ober, onderweg dwars door joegoslavie om te gaan kijken hoe de situatie bij de ouders van de ober was. Zo was Thijs.

Thijs tussen de harmonieleden; helpen met opbouwen van de fancy fair in 2003
Pastoor Arts in dierentuin Noorder zoo Emmen, vlnr: Thea van Haren, zuster Petronella, Thijs van Haren en pastoor Arts, augustus 1996

Thijs heeft veel gedaan voor andere mensen, maar ook voor het verenigingleven in Balgoy was hij altijd in de weer. En niet alleen hand en spandiensten, nee, Thijs had een uitgesproken mening en was niet te beroerd om in diverse besturen het voortouw te nemen. Hij heeft de drumband mee opgericht, de carnavalsvereniging, waar hij nog 7 jaar voorzitter van is geweest en hij heeft er voor gezorgd dat het schoolbestuur zelfstandig werd van het kerkbestuur. Altijd met een groot rechtvaardigheidsgevoel en op zijn mond was hij ook niet gevallen, want hij zei wat hij vond, ook als dat niet altijd door iedereen in dank werd afgenomen. Maar daar had Thijs lak aan, hij gaf iedereen ongezouten zijn mening en daar moesten de mensen het dan maar mee doen. Hij heeft daarom misschien wel wat vijanden gemaakt in het leven, maar veel meer vrienden, want voor alles was Thijs een gezelligheidsliefhebber, die niets liever deed dan gezellig buurten met een pilske erbij. Ook bij de harmonie, waar hij een groot fan van was, heeft Thijs altijd meegeholpen met de rommelmarkt. Tijd kende hij dan niet; hij ging nooit naar huis, hij bleef liever nog eventjes zitten om een mooi verhaal te vertellen en op een gegeven moment natuurlijk zijn stem te laten schallen. Want zingen was het liefste wat hij deed. Hoewel hij het jammer vond dat zijn kinderen niet zongen, kwam Thijs wel trouw naar alle concerten luisteren waar Charles op de trombone en Martijn op de trompet muziek maakten. Behalve als hij zelf moest zingen, want dat ging altijd voor!

Het begon al vroeg thuis, waar de hele familie onder aanvoering van Piet van Haren zong. Zo werd Thijs al op jonge leeftijd “gedwongen” door de “ouwe Overman” om bij het kerkkoor te gaan, want “anders hoefde ie nie mer langs te komme”. Thijs zong veel en vaak en dat had gevolgen, want niet alleen in Balgoy, maar tot ver in de omtrek kenden ze de kwaliteiten van Thijs als zanger. Op vakantie was hij eens in een vreemde kerk en wou hij de akoestiek testen. Thijs zette de Panis in en de hele kerk viel stil en stond met open mond te luisteren naar die vreemde zanger. Thijs was een geweldige bas-bariton, die op het laatst bij vier koren zat, het AMDG in Nijmegen, de Bronzen Stemmen, Cantabile en in Balgoy in het koor. En als hij gekund had zou Thijs nog wel bij vier meer koren hebben kunnen zitten, want iedereen kende hem en wou hem bij zijn of haar koor hebben. Het zou dus inderdaad zomaar kunnen, zoals wel beweerd werd in Balgoy, dat Thijs 100 keer de nachtmis gezongen heeft.

Het gemengd zangkoor in Balgoy (2017)

Ongeveer zestien jaar geleden kreeg Thijs voor het eerst te maken met een levensbedreigende aandoening. Zijn aorta sprong en hij moest op stel en sprong geopereerd worden. Dat was de eerste keer dat Thijs door het oog van de naald kroop. “Maar ons pap was unnen taaie, die gaf het nie af, nog nie misschien”, zei Charles bij het afscheid in de kerk. Vervolgens kreeg Thijs blaaskanker, een levensgevaarlijke bacterieinfectie en longkanker. Maar hij vocht zich er elke keer weer bovenop en bleef altijd positief.

“Hij wilde ok noit gehuldigd worre”, zei Martijn. Een lintje zou Thijs geweigerd hebben en een kerkelijke onderscheiding ook, maar hij was wel erg trots op zijn vrouw Thea, toen die een koninklijke onderscheiding kreeg. Dat had ze wél dik verdiend, vond hij. Als voorzitter van het kerkbestuur en als voorzitter van het koor heeft Thijs verschillende kerkelijke onderscheidingen voor andere mensen aangevraagd, maar zelf …
“As ze van het bisdom nog te lamlendig zijn om uit Den Bosch te komme um um an te biede, dan meuge ze em van mijn hauwe”. En ook: “Ik zing vur mun plezier, doar hoefde nie vur onderscheide te worre. Doe mar gewoon, de’s meer as zat”, aldus Thijs.

Toen zoon Charles een paar weken geleden voorstelde om bij de begrafenis eens goed uit te pakken: “dan loate we ut Koor het Requiem van Mozart instudere, en dan regel ik een orkest, dan zulle we ut in de kerk es loate dondere”, toen schudde Thijs zijn hoofd en zei, “moi klein houwe”. Voor Thijs geen flauwekul. Thijs van Haren, die overal in de omgeving op begrafenissen ging zingen, die op ik weet niet hoeveel bruiloften voor niks ging zingen, wou zelf geen groots afscheid. Maar dat vonden Charles en Martijn niet goed tijdens de begrafenis: “Wij veinde de dizze mins, dun beste zanger die we kennen, een groots afscheid verdiend. En durrum willen wij jullie allemaol vroage um vur dizze mins te goan stoan vur un latste eerbetoon vur dizze prachtige Ballogoyse mins, vur Thijs van Piet van Sjarreltjes” En zo kreeg Thijs een welverdiend staande applaus als laatste eerbetoon van iedereen in de kerk. Een mooiere en uniekere onderscheiding had niemand kunnen bedenken.

Bron: In memoriam uitgesproken door de broers Charles en Martijn van Haren tijdens de uitvaart van hun vader Thijs van Haren op 9 december 2019 in de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.