Wilhelmus van Erp – Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt

Willie van Erp (links) en
zoon Arnout laten de kaft
van hun nieuwe boek zien.

Mijn broer Willie en zijn zoon Arnout hebben in de afgelopen drie jaren zoveel informatie verzameld over Wilhelmus van Erp, een van onze voorvaderen, dat ze besloten er een boek over te schrijven. Wilhelmus (1802 – 1883) was de tweede en langstzittende burgemeester van Geffen, en eigenaar van molen De Vlijt. Geffen is het Brabantse dorp waar ik geboren ben en meer dan twintig jaar van mijn leven heb gewoond.
Wilhelmus van Erp werd in 1833 benoemd tot burgemeester van Geffen. Zijn leven en regeerperiode vielen midden in een tijdvak tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914). In deze periode ontwikkelde de wetenschap en technologie zich met rasse schreden, wat zorgde voor een materialistische levensbeschouwing en een geloof in de vooruitgang. Toch was hiervan nog niet veel te merken op het Brabantse platteland. Armoede was dan nog steeds de standaard. Het onderwijs was nog slecht en zeker niet toegankelijk voor alle kinderen. Burgemeester, pastoor, notaris, dokter en enkele andere notabelen hadden het voor het zeggen. In Geffen, en op het Brabantse platteland in het algemeen, was het een tijd van traditie en stilstand, of een heel langzame vooruitgang in sommige sectoren. In 1862 beëindigde Wilhelmus van Erp zijn burgemeesterschap. In het boek worden zijn leven en werk beschreven aan de hand van aktes en ander schriftelijk bewijs. Hij kocht in 1864 molen De Vlijt en ook het hele verhaal van deze molen met al zijn eigenaren wordt in het boek beschreven.
Geffen 1880: midden molen De Vlijt, links De Zeldenrust (1).
In 1883 overleed Wilhelmus van Erp in Geffen op 80-jarige leeftijd. Hij was niet meer ‘bij zijn verstand’. Tijdens het leven van Wilhelmus heeft Geffen toch wel een ander gezicht gekregen. Het centrum van het dorp is vanaf “De Heuvel” naar de Molenstraat verplaatst met de in 1840 gebouwde burgemeesters-woning en het in 1856 opgerichte gemeentehuis en plein, genaamd ’t Dorp. In 1876 verplaatste Wilhelmus van Erp molen De Vlijt vanaf de Papendijk naar een perceel naast zijn burgemeestershuis. Samen met molen De Zeldenrust, eveneens gesitueerd aan de Molenstraat, vormde dit het nieuwe beeld van Geffen aan het einde van de negentiende eeuw.
Het boek geeft een prachtig tijdsbeeld van een Brabants dorp in de periode 1800 – 1900, zeker niet alleen interessant voor familie en Geffenaren. De auteurs hechten aan een feitelijk relaas, goed onderbouwd met originele documenten, aktes, kadasterkaarten en foto’s, historisch en genealogisch verantwoord dus.
Dit was al het uitgangspunt vanaf het allereerste begin van onze genealogische zoekacties. Het begon in 1989 toen mijn vrouw Ans met de wetenschap dat haar opa Piet Jans uit Escharen kwam, op zoek ging naar meer genealogische informatie in het streekarchief in Grave. Ook ik werd nieuwsgierig en niet veel later werd begonnen met de stamboom van van Erp uit Geffen en was ik regelmatig in het BHIC in Den Bosch te vinden. Vanaf 1989 werd de gevonden informatie gedeeld op genealogieonline. Iets meer dan vier jaar geleden stapte ik over op MyHeritage om de gevonden gegevens weer te geven en te beheren; deze genealogische database en website is alleen toegankelijk voor leden. Het betreft niet alleen de van Erp stamboom, maar de database bevat meerdere gelinkte stambomen met o.a. de namen Jans, van Overbeek, Elbers en van de Koolwijk, in totaal meer dan 4000 personen met veel foto’s, aktes en andere genealogische documenten. Arnout ziet de genealogische verzameling als een uitdaging en gaat de stamboom van onze van Erp familie verder invullen en wordt mede beheerder van de Myheritage website. Het duurt niet lang of Arnout stuit op Wilhelmus van Erp, de zoon van Joannes van Erp. Joannes is een broer van Adrianus van Erp, onze stamvader en de zoon van Jan Rutte van Erp. Hij vraagt zijn vader hem te assisteren.
Deel van de stamboomgegevens (2) waarin de relatie wordt aangegeven tussen de verschillende Geffenaren met de achternaam van Erp. Vele Geffenaren met de achternaam Van Erp zijn familie. Niet alleen onze stam (met de bijnaam ”Corrie”), maar ook de bijnamen als “Smid” en “Zouaaf” zijn rechtstreekse afstammelingen van Jan Rutte van Erp.
Cornelis (Corrie) van Erp met
echtgenote Johanna Hermes
rond 1920
Winkeltje met kruidenierswaren
en zuidvruchten in de Kloosterstraat (3)
Piet en Lena van Erp van Tuijl voor
hun winkel in de Kloosterstraat in 1959
Waar komt die interesse in onze voorvaderen vandaan? Of beter gezegd vanwaar onze belangstelling in de kennis van de eigen omgeving, de Brabanders, de gebruiken en heemkundig waardevolle overblijf-selen. Ik denk dat het met de paplepel is ingegeven door de generaties voor ons. We zijn opgegroeid en opgevoed met “buurten” en verhalen vertellen. Horeca is een goede voedingsbodem en we stammen af van een familie met een lange horeca historie. Het café tegenover de kerk wordt door menig Geffenaar “De Gover” genoemd. Onze voorvaderen, Jan Rutte van Erp, zoon Adriaan van Erp en diens kinderen en kleinkinderen, zijn de oudst bekende uitbaters van deze horecagelegenheid (4). Mijn opa en naamgenoot Piet van Erp, Piet “de Corrie” (zoon van Cornelis van Erp) had een winkeltje midden in Geffen in de kloosterstraat met kruidenierswaren en zuidvruchten. Nadat opa was gestopt met de winkel zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis, eerst met paard en wagen en later ome Toon nog met een klein soort “SRV-wagen”. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en voor de winkel werd veel “gebuurt”. Ome Albert had later o.a. een café (Nooit Gedacht) in Oss waar mijn vader Jan van Piet de Corrie regelmatig ging oberen. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader en ome Frans waren duivenmelkers. De Corries zijn een hechte familie, met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Wie de familie kent, wie Willie of Arnout kent, weet ook dat ze nooit als eerste naar huis gaan als ze aan het buurten slaan.

 

De boekpresentatie, in samenwerking met Heemkundewerkgroep Vladerack, zal plaatsvinden op zaterdag 21 mei van 14.00 tot 16.00 uur bij molen De Vlijt in Geffen, met muzikale ondersteuning van blaaskapel De Pompzwengels.
Daar vindt u een inkijkexemplaar en kunt u inschrijven voor het boek dat € 15,50 zal gaan kosten. Bij voorinschrijving betaalt u slechts € 13,50.
Graag nodigen wij u uit om er een gezellige middag van te maken. De molenaars van molen de Vlijt zullen bij genoeg wind de molen laten draaien.

Bronnen:
(1) Geffen in oude ansichten, G.H.J. Ulijn, 1971, Zaltbommel.
(4) Een pot nat. De historie van de Geffense horeca van 1840 tot 2010, Ruud Verhagen, 2010, Geffen

Wie was wie en waar was wat? Het gebruik van Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.

Naar aanleiding van een eerdere blog over een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw kreeg ik veel vragen over hoe de informatie verkregen was. Met andere woorden welke bronnen werden gebruikt om de gegevens over deze Balgoyse boerderij en zijn bewoners te vinden.
Boerderij in Den Holdschen Hoek
(bron: bedenbreakfast.nl)

Zoals ook al uitgelegd op een werkavond van heemkundekring Pagus Balgoye (1) was het uitgangspunt bij die zoektocht niet verschillend van elk ander genealogisch onderzoek en begint altijd dicht bij huis. Probeer zoveel mogelijk gegevens uit je geheugen op te diepen en raadpleeg mensen die de betreffende plek of mensen nog gekend hebben. Vooral oudere mensen uit de buurt of familieleden kunnen je waarschijnlijk nog veel vertellen. Ga bovendien op zoek naar bewaard gebleven documenten zoals trouwboekjes, geboortekaartjes, trouwkaarten, rouwkaarten, familieberichten uit kranten ed. om deze gegevens te controleren. Verder werd in dit specifieke geval alleen gebruik gemaakt van bronnen die digitaal beschikbaar waren, omdat het onderzoek in relatief korte tijd moest gebeuren.
Bidprentje Johanna “Hanneke” Lamers
(bron: “Geleefd Verleden”, Ries van Haren)
Gerardus Lamers en Johanna Maria
Driessen zijn begraven op het
kerkhof in Balgoy

Van de huidige bewoners weten we dat ze in de boerderij zijn komen wonen in 2009 na een periode van leegstand. Daarvoor woonde Hanneke Lamers in de boerderij. In het boek “Geleefd Verleden” van Ries van Haren staat een gedicht over haar en haar ouders en is ook een bidprentje te vinden (2). Hierin staat dat Johanna “Hanneke” Lamers werd geboren in Balgoy in 1923 en overleed in Nijmegen in 2002. We weten ook dat ze in Balgoy is begraven, omdat ze vermeld is in het boek (2) en terug te vinden is op  Begraafplaatsen Online.

Om te weten te komen wanneer de boerderij gebouwd is heb je kadastrale gegevens nodig. Alleen zijn die niet digitaal beschikbaar vanuit thuis; daarvoor moet je naar het Gelders Archief in Arnhem. Alleen de oudste gegevens zijn thuis in te zien via de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Vanaf 1 januari 2016 is de collectie Kadastrale Kaarten 1811-1832 raadpleegbaar en  daarbinnen onderverdeeld in 3 deelcollecties:  VerzamelplansMinuutplans  en Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT-bladen).

detail kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, 
sectie A, blad 01, 1811-1832
Het minuutplan van den Holdschen Hoek uit die periode is helder. De boerderij moest nog worden gebouwd. Met behulp van de OAT-bladen kunnen we wel vaststellen wie er in de al wel bestaande boerderijen woonden. In de Steeg (nu Houtsestraat) woonde op Het Hold, kadastraal nr. 26 Jacob de Bruijn (landbouwer), verder op de hoek, kadastraal nr. 32 Sebilla Loeffen (doorgestreept Francis Loeffen, landbouwer) en dan naar het oosten kadastraal nr. 70 Cornelis van den Anker (bouwman). We kunnen hieruit concluderen dat er voor 1832 nog geen huis stond op de plek waar Hanneke Lamers werd geboren. In de buurt stond wel een huis dat eigendom was van Cornelis van den Anker en een huis waar Sebilla Loeffen (ogenschijnlijk alleen) woonde. Hoewel er legio bronnen zijn om onderzoek mee te doen, kunnen we voor verder onderzoek vooralsnog volstaan met het Bevolkingsregister en de registers van de Burgerlijke Stand, die voor een groot deel digitaal beschikbaar zijn. Voor de meeste andere bronnen moet je naar een gemeente- of streekarchief (Raadpleeg op www.archiefnet.nl) of naar het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag.
Trouwakte Gerardus Lamers en Johanna Maria Driessen in 1922

Ons onderzoek start dus bij Hanneke Lamers, geboren te Balgoy op 7 juni 1923. In het boek van Ries van Haren vinden we ook dat zij de dochter was van Gradje Lamers en Moena Driessen. Met behulp van wiewaswie gaan we op zoek naar hun huwelijk. Gerardus Lamers en Johanna Maria Driessen zijn in 1922 getrouwd in Balgoy. Gerardus was toen al 51 jaar oud en zijn vrouw 42. In 1923 wordt hun enige kind geboren. In de trouwakte vind je ook de wederzijdse ouders terug. Vader van Gerardus was Francis Lamers, die in 1922 al is overleden. Hij was getrouwd met Johanna Jacoba Hendriks (die volgens overlevering Koosje heette). Zij was in 1922 nog wel in leven.
Op de GenVer website kunnen we vinden dat voor de gemeente Balgoy en Keent het bevolkingsregister 1860-1923 beschikbaar is (3).

Aanwezige akten Burgerlijke Stand en Bevolkingregister voor Balgoy (1)

Hierin is dan ook het gezin Francis Lamers en Johanna Jacoba Hendriks terug te vinden. Een groot gezin, zoals gebruikelijk in die tijd, met elf kinderen.

Onderste helft van blad 28 van Bevolkingsregister Balgoij (1860-1923)
Detail blad 28

Als we naar de twee bovenste namen in het register kijken zien we dat Francis Lamers op 28 januari 1836 geboren werd in Balgoy en Johanna Jacoba Hendriks op 16 november 1843 in Velp, Noord Brabant. Met deze informatie kunnen we middels de akten van de Burgerlijke Stand de ouders van beide personen opzoeken.

Een ander opvallend detail op blad 28 van het Bevolkingsregister is, dat het adres in de betreffende periode werd veranderd van 5a naar 6. Dit heeft vanzelfsprekend als consequentie dat de buurwoning naar het oosten, van nr. 6 naar nr. 7 gaat. Het Bevolkingsregister geeft geen duidelijkheid over het moment van de nummeraanpassing; hiervoor zijn andere bronnen nodig.
In de geboorteakte van Francis Lamers vinden we dat hij niet, zoals in het Bevolkingsregister vermeld, werd geboren op 28 januari, maar op 1 februari 1836 “ten acht ure des ’s avonds” en dat zijn ouders Johannes Lamers en Siebilla Loeffen zijn. Uit het Bevolkingsregister blijkt dat Johannes Lamers en Siebilla Loeffen ook in de Houtsestraat, Wijk A woonden, maar dan op nr. 5. Francis Lamers is dus naast zijn geboortehuis gaan wonen toen hij in 1866 trouwde, in een nieuwgebouwde boerderij op nr. 5a wat later nr. 6 is geworden.

Geboorteakte BS van Francis Lamers
(1) Presentatie “Balgoyse minse: wie was wie en waar was wat? Het gebruik van bronnen..”, werkavond Pagus Balgoye 3-2-2016
(2) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)
(3) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

Een levendige gemeenschap in Balgoy is volgens mij belangrijk voor het welzijn van de mensen die er wonen. Dat lijkt niet altijd vanzelfsprekend in deze tijd van druk bestaan met werk en activiteiten op afstand van het dorp. Toch blijf ik voorstander van een rijk verenigingsleven en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners bij activiteiten, evenementen door het jaar heen. Kerstavond in onze Johannes de Doperkerk is voor mij ook zo’n moment van samen gemeenschap zijn. Gelukkig geldt dat niet alleen voor mij; de kerk zat ook dit jaar weer helemaal vol, jong en oud.
Het kerstkindje wordt in
het kribje gelegd
Theo Willems draagt het
kerstkindje binnen

De mooie kerststal voor in de kerk is dan een blikvanger. Traditioneel gebouwd en ingericht door Theo Willems, geholpen door Jan Reijnen en door de kerkhofwerkers. Het is ook traditie dat Theo tijdens de viering op kerstavond het kerstkind de kerk binnendraagt en in de kerststal plaatst. Een mooie kerststal met een mooie beeldengroep, die er al is zolang als we ons kunnen herinneren. Hoe lang precies? Dat weten we niet zeker. Komt de beeldengroep nog uit de oude kerk? Sommigen beweren van wel, maar dat lijkt niet waarschijnlijk.

Kerststal zonder kribbe met kerstkind daags voor Kerstmis
De traditie van gipsen beelden stamt uit de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn enorme hoeveelheden gipsen kerstgroepen en beelden gemaakt. Met name in de eerste helft van de twintigste eeuw waren er in Brabant en Limburg veel ateliers waar ze werden gegoten en gepolychromeerd (beschilderd). Maar ook in Amsterdam en Haarlem waren ateliers te vinden. Het lijkt er dus op dat de kerstgroep is aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914.
Bijeenkomst Pagus Balgoye in 2000
Wim de Mul (l) in diezelfde
bijeenkomst

Typisch een onderwerp, een vraag voor heemkundekring Pagus Balgoye zou je zeggen. Toch was het onderwerp nog niet eerder aan de orde geweest. Tot enkele dagen voor kerstmis oud-inwoner van Balgoy en oud-lid van Pagus Balgoye Wim de Mul aanbelde met de vraag of hij de kerststal in de Balgoyse kerk nog een keertje mocht zien. Wim heeft een speciale interesse in religieuze kunst, met name kruisbeelden, maar in dit geval betrof het dus de kerstgroep in onze kerk. Hijzelf had thuis een kerstgroep die gemaakt was in het atelier van Pietro Mazzotti in Münster en hij meende zich te kunnen herinneren dat ook de kerstgroep in Balgoy van Mazzotti was. 

Natuurlijk wordt je dan nieuwsgierig. Wie was Pietro Mazzotti?

Pietro Mazzotti werd geboren in 1838 in Coreglia in het hertogdom van Lucca in Toscane en emigreerde als 19-jarige in 1857 naar Duitsland. Vanaf 1865 is zijn naam terug te vinden in documenten in het stadsarchief in Münster. Nadat hij burgerrechten verwierf tegen betaling van 18,50 Mark, trouwde hij met Theresa Horsthemke uit Münster, met wie hij vier kinderen kreeg.
visitekaartje van het bedrijf
Gaddini-Mazzotti
In 1873 richtte hij met een Italiaanse partner het bedrijf Gaddini-Mazzotti op, dat vooral gericht was op de reproductie met gips. Werk van Pietro Mazzotti genoot binnen de kortste keren een hoge reputatie. Toch was wat Mazzotti deed ongebruikelijk in zijn tijd, omdat hij beeldhouwer was, “kunstenaar” dus, in de klassieke zin en zijn collega kunstenaars distantieerden zich als professionele groep van zijn werk vanwege de “zielloze volkskunst massaproducten”. Vanaf 1906 maakte hij kerstgroepen, die erg gewild waren en nog steeds zijn in een groot deel van Duitsland en ook in zuid en oost Nederland.
merkteken PM op een
van de beeldjes

Samen met Wim naar de kerk dus en naar de kerststal om te kijken of die ook van Pietro Mazzotti is. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie, was er toch ook wel wat twijfel, want de beelden waren deels overschilderd en er waren ook zeker beelden bij, met name een aantal schapen, die met zekerheid niet tot de originele beeldengroep behoorden. Op zoek naar een merkteken, want dan heb je meer zekerheid. En inderdaad op een paar beelden, die ook gelijkenis vertoonden met de beelden van Wim thuis, werd een merkteken gevonden. Op anderen niet, wat volgens Wim niet hoeft te betekenen dat ze niet origineel zijn, want niet alle beelden van een groep werden voorzien van een merkteken. Tevreden naar huis dus, met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw is vervaardigd in Münster en dus naar alle waarschijnlijkheid is aangeschaft voor de nieuwe kerk.

kerstkindje in de kribbe
merkteken GLV op beeldje
van het kerstkind

Toch is het verhaal nog niet volledig, want toen Wim en ik de kerststal bekeken, was er nog geen kribbe in de kerststal. Het kerstkind werd pas in de kerststal geplaatst op kerstavond. En wat schetst mijn verbazing toen ik met kerst het beeldje van het kerstkindje bekeek op zoek naar het merkteken PM? Wel een merkteken, maar niet PM! Het merkteken aan het hoofdeinde van het beeldje vermelde GLV. Dat was een verrassing. Wie of wat was GLV? Op de website van Vrienden van de Kerstgroep is een alfabetisch overzicht te vinden van ca. 375 gegevens over merktekens op gipsen Kerstgroepen. GLV wordt vermeld in deze lijst en is het merkteken van Gerard Linssen die in 1893 een gipsenbeelden fabriek oprichtte in Venlo. Daarvoor was hij werkzaam voor beeldenfabriek Schmitt-Heckler in Keulen. Gerard overleed in 1921. Zijn zoon Martin volgde hem op. Dat werd geen succes. In 1931 verkocht Martin Linssen de zaak aan Jos Heintges (merkteken J.H.V.). Het gipsen kerstkindje uit onze kerststal is dus in Venlo vervaardigd, ook in het begin van de vorige eeuw.
We kunnen concluderen dat we in onze H. Johannes de Doperkerk een mooie kerststal hebben met een gemengde beeldengroep, die we kunnen dateren op het begin van de twintigste eeuw. Met een grote mate van zekerheid kunnen we daarom ook zeggen dat deze beeldengroep niet uit de oude kerk aan de Torenstraat afkomstig is, maar wellicht is aangeschaft voor de huidige kerk aan de Boomsestraat, die ruim honderd jaar geleden gebouwd werd. Natuurlijk zijn in de loop van de jaren sommige beelden voorzien van een nieuw laagje verf. Af een toe zal er ook een beeldje beschadigd, zelfs gesneuveld en vervangen zijn. Daardoor is het een gemengde beeldengroep geworden. Maar wel een hele mooie beeldengroep die al ruim honderd jaar door de Balgoyse mensen met Kerstmis is bewonderd.

Jozef en Maria in de kerststal met het kerstkind in de kribbe
De hele kerststal (foto: Rikie Peters)

Een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw – nu de residentie van Prins Ruud d’n Urste

Prins Ruud d’n Urste
De carnavalsperiode van 2015-2016, nu prins Ruud d’n Urste als 53e prins heerst over Moasland in ’t Historisch Joar, is voor mij aanleiding voor een terugblik naar de rol van de bewoners van den Holdschen Hoek (1) tijdens de grote bestuurlijke chaos eind 18e en begin 19e eeuw. Prins Ruud, die woont in den Holdschen Hoek op een plek waarvan we weten dat er al eeuwen mensen gewoond en gewerkt hebben, gaat het – weliswaar tijdelijk – voor het zeggen krijgen in Balgoy, dat tijdens de carnavalstijd Moasland heet. Meer dan tweehonderd jaar geleden grepen zijn voorgangers, boeren, burgers dus, op die mooie plek vlakbij het kasteel ook hun kans om het bestuur van Balgoy en Keent over te nemen.

In de periode van 1795, toen de Bataafse Republiek een feit was, tot 1813, toen Nederland van de Franse overheersing werd bevrijd, vonden er op bestuurlijk gebied de nodige veranderingen plaats en de gevolgen van deze elkaar snel opvolgende veranderingen werkten door in een groot deel van Nederland en ook in het gebied waar Balgoy en Keent deel van uitmaakten. Aanvankelijk bestond er bestuurlijk gezien een grote chaos, omdat onder andere de jonkers en schouten gevlucht waren uit angst voor de Fransen. Eind maart 1795 werden er verkiezingen gehouden om de nodige mensen te krijgen voor allerlei functies in het gebied van Maas en Waal. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde (2).
Toch was er geen sprake van een revolutie, van een instantane ommekeer. Het ambt van Maas en Waal kreeg weliswaar een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden opgeheven en als zelfstandige gemeenten bij het ambt gevoegd, terwijl bijna alle buurmeesters en schouten op de dorpen door nieuwe werden vervangen. Toch bleven de laatste heren van de heerlijkheid Balgoij en Keent, Bernhard Rappard (overleden in 1819) en Conrad Willem Le Mercier van Rappard nog aan de macht en werden zij tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent.
In 1824 overleed Conrad Willem Le Mercier van Rappard, schout van de gemeente en voormalig heer der heerlijkheid Balgoy en Keent; in de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor (tot ca. 1850 de naam voor wethouder) Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen (3). Hoewel niet officieel genoemd in de lijst van burgemeesters op Wikipedia, is Cornelus eigenlijk de eerste “burger” burgemeester van Balgoy. Hij woonde ook in Den Holschen Hoek.
Kadasterkaart (minuutplan) Balgoy sectie A,  blad 01 1811-1832
Op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn drie boerderijen te zien. Het Hold (linksboven) waar in het begin van de 18e eeuw Jacob de Bruijn woonde (op die plek wonen momenteel de families Albert Peters en Eric Rossen), op de hoek woonde Sebilla Loeffen, die de boerderij overnam na het overlijden van vader Francis Loeffen (Nu woont er dhr. Leo Nelissen). In het minuutplan was nog vermeld dat de in 1802 geboren Sebilla alleenstaand was, maar op 12-9-1832 trouwde zij met de arbeider Johannes Lamers, geb. 26-12-1809 uit Overasselt, die later poldersecretaris zou worden. Verder naar rechts woonde de eerder genoemde Cornelus van den Anker. De boerderij staat er niet meer. Nadat de familie Hammen, de laatste bewoners, naar de Torenstraat verhuisde eind 1925 (4), is dit huis vervallen en uiteindelijk afgebroken. In die tijd was de plek waar nu prins Ruud d’n Urste woont nog onbewoond!
Op 1-8-1840 trouwt de arbeider Christiaan van Lunen (geb. 18-7-1803 in Nederasselt) de Balgoyse Maria de Bruijn (geb. 14-5-1814). In de memories van successie na zijn overlijden op 18-4-1870, staat o.a. zijn huis met erf beschreven (5).
detail uit Memorie van Successie van Christiaan van Lunen na diens overlijden in 1870
In diezelfde memories staat ook geschreven dat Christiaan en Maria hun eigendommen testamentair hebben vastgelegd in 1845. De boerderij waarin zij woonden (Wijk A, nr. 6) volgens het Bevolkingsregister van Balgoy en Keent (6), moet dus in de periode 1840-1845 zijn gebouwd.  Deze gegevens moet ik nog wel controleren in de kadastrale archieven om meer zekerheid te hebben.
Per 7-10-1870, na het overlijden van Christiaan, komen er nieuwe mensen uit Grave in het huis (6). Naaister Gertruida van Heeswijk en een jong gezin, arbeider Mathijs Loeffen uit Balgoy met echtgenote Elisabeth Aussems, die ook naaister is. Gertruida overlijdt op 7-3-1874 en Mathijs en Elisabeth verhuizen in 1876 naar Overasselt. In hetzelfde jaar komt een nieuw echtpaar uit Overasselt in het huis wonen, schoenmaker Mathijs Smits met echtgenote Geertrui Beker. Twee jaar later gaan ze terug naar Overasselt (6).
In de tussentijd groeit het gezin van Johannes Lamers en Sebilla Loeffen op nr. 5.
detail uit het Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent 1860-1923 voor woning Wijk A, nr. 5
Kadaster, grondbelastingplan Balgoy,
1881-1887
Maar op 2-10-1859 overlijdt Sebilla en ik veronderstel dat dat veel impact heeft gehad in het gezin. Waarschijnlijk om het gezin draaiende te houden, trouwt Johannes in april 1865 op 55-jarige leeftijd met de Niftrikse in 1837 geboren Christina Jansen. Er verandert dan veel in huize Lamers. Dochter Regina trouwt tegelijk met haar vader en verhuist naar Wijk A nr. 9 (6). Broers Jacobus en Willem verhuizen mee. Een jaar later trouwt zoon Francis in Velp (NB) met Johanna Jacoba Hendriks uit die plaats. Het jonge stel gaat in Balgoy wonen, niet inwonen op nr. 5, maar er wordt waarschijnlijk woonruimte gemaakt op het erf, want ze gaan wonen op nr. 5a. Daar wordt ook hun eerste kind geboren in 1867, maar er volgen er nog veel meer en als Mathijs Smits en Geertrui Beker van nr. 6 in 1878 verhuizen naar Overasselt, dan gaat het gezin Francis Lamers daar wonen (6).
Francis Lamers verhuist van Wijk A, nr. 5a naar nr. 6 in 1878
Francis en Johanna Jacoba (Koosje) kregen zoals gezegd veel, waarschijnlijk elf, kinderen. Gerardus (Gradje), geb. 25-8-1870 bleef in het ouderlijk huis wonen (7). Francis overlijdt in 1913 en Koosje in 1936.
Geboorteakte van Gerardus (Gradje) Lamers in 1870
Gradje Lamers
Gradje trouwde met vissersdochter Johanna Maria (Moena) Driessen uit Millingen en zij kregen een dochter Johanna Jacoba (Hanneke) Lamers, geb. 7-6-1923. Hanneke leefde erg op zichzelf, als een soort kluizenaarster. Ze overleed op 22 augustus 2002 (7).
Bidprentje van Hanneke Lamers (2002)
Hanneke (ca. 2000)
De boerderij van Hanneke Lamers rond 2000
Ruud van Haren en Yvon Vugts wonen sinds 2009 in de grondig verbouwde boerderij aan de Houtsestraat in den Holdschen Hoek. Zij runnen er een B&B. Ze zijn gezegend met twee lieve kinderen, Anika en Jasper, die ook al meehelpen in de B&B. Ze zijn nu gesetteld op de boerderij die ze in eigen beheer hebben verbouwd, met veel aandacht voor de oude kenmerken.
Bronnen:
(1) Naam zoals vermeld op de kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, sectie A, blad 01, 1811-1832
(2) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: Gemeente Balgoij en Keent
(3) Secretariearchief gemeente Balgoij en Keent, (1776) 1811 – 1923, inv. nr. 1
(4) Bevolkingsregister van de gemeente Overasselt (1924-1931)
(5) Persoon Memorie van Successie, Kantoor Nijmegen, inventarisnummer 111, 1870
(6) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)
(7) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)