Openbaar vervoer in Balgoy – een oproep voor een virtuele Breng Flex halte

Openbaar vervoer in Balgoy is er niet! Je vraagt je af of het dan ook niet gemist wordt. Dat zou de gemeente Wijchen en de Wijchense politiek zich toch ook moeten afvragen. Ik heb ze er nooit over gehoord. De Balgoyse mensen hoor ik er ook niet vaak over, trouwens. Men is gewend om naar Wijchen Zuid te fietsen of naar het kruispunt in Nederasselt. Of als je toch al aan het fietsen bent, dan fiets je door naar het NS station in Wijchen. Openbaar vervoer in het dorp?

Has en Mieke van Stippen - van Thiel

Has en Mieke van Stippen – van Thiel (Bron: familie van Stippen)

Misschien omdat het er vroeger ook nooit was. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw had je Has de Stip in de Houtse en Jan den Draad (van Ostrum) in de Hoeve. Zij reden taxi, brachten de mensen die zelf geen auto bezaten naar het ziekenhuis of naar familie die wat verder weg woonde. Maar dat gebeurde niet zo vaak. Meestal gingen mensen te voet of met de fiets. En als het niet anders kon gingen ze naar de Rijksweg in Lunen of Nederasselt en pakten daar de bus, net als nu eigenlijk.

Jan van Osterom met sigaar bij de benzinepomp

Jan van Ostrum met sigaar bij de benzinepomp (Bron: Marietje Jonker – Hulsman)

Toch denk ik er zelf wel over na. Hoe moet dat straks als ik zelf niet meer kan of mag autorijden? Wie brengt mij dan naar Wijchen of Nijmegen. Is de gemeenschapszin en saamhorigheid, waar ik nu Balgoy zo om waardeer, er dan ook nog. Het is niet voor niets dat we een stichting in het leven hebben geroepen, stichting Balgoy Beter Bekend, die zich hard maakt om initiatieven te steunen om leefbaarheid en sociale samenhang te bevorderen en/of te verbeteren. En ik ben niet de enige natuurlijk. Nederland vergrijst in hoog tempo en zeker in de kleinere dorpen neemt de gemiddelde leeftijd snel toe. Openbaar vervoer in Balgoy, een lijndienst terug in het dorp, zoals al eerder is geprobeert, lijkt me geen haalbare optie.

normal_9344_BF-90-JY_ZO

Zuidooster 9344 Nijmegen (Bron: www.busfoto.nl)

Toen ik in juli 1992 in Balgoy kwam wonen, stonden er op de route Balgoyseweg, Houtsestraat, Torenstraat, Boomsestraat, Eindsestraat borden met busrouteinformatie. Op 3 juni 1984 werd Zuid-Ooster lijn 88 vanuit Beuningen verlengd naar Grave via Wijchen. Tussen Wijchen en Grave reed lijn 88 via Balgoy en Nederasselt. Deze lijn reed maandag t/m zaterdag overdag tot ongeveer 19:00. Vanaf 27 mei 1990 werd lijn 88 ingekort tot Beuningen – Molenhoek. Het traject Grave – Beuningen bleef bestaan onder de lijnnummers 94, Beuningen – Wijchen en 95, Wijchen – Grave. Deze werden gereden als belbussen. Dus het busbordje bij de kerk in 1992 gaf aan dat de Zuidooster/Hermes reed met de belbuslijnen 95 op dit traject, waarbij in Wijchen moest worden overgestapt door doorgaande reizigers. Per 23 mei 1993 werden deze lijnen samengevoegd en reed lijn 94 1x per uur tussen Wijchen en Grave in de spitsuren en 1x per 2 uur in de daluren als belbus. Een ochtendrit naar Grave begon in Beuningen en in de middag reed 1x per 2 uur een bus vanuit Beuningen naar Grave. De eerste rit op de dag kwam uit Woezik en reed als vaste rit. Vanaf Grave reed de eerste rit op de ochtend naar Beuningen. Tot de middagspits reden de bussen dan slechts tot Wijchen en reden in de middagspits weer tot Beuningen. De dienstregeling eindigde rond 18:00. Lijn 94 reed niet in het weekend. Deze informatie is terug te vinden op de website OV in Nederland.

Op 1 juni 1997 is lijn 94 opgeheven en vervangen door lijn 594. Lijn 594 is een voormalige lijntaxi die reed van Beuningen naar Grave. Lijn 594 reed op werkdagen 1x per uur in de spitsuren, daarbuiten 1x per 2 uur. De dienst eindige om 19:00 uur. Op zaterdag en zondag reed lijn 594 in de ochtend en avond 1x per uur, in de middag 1x per 2 uur. De dienst eindige al om 18:00. Op 28 mei 2000 werd lijn 594 samen met alle andere lijntaxi’s weer opgeheven omdat de formule niet aansloeg bij de reiziger. Lijn 594 werd omgezet in lijn 94. Het aantal ritten werd flink beperkt. Op werkdagen reden nog slechts vijf ritten. In het weekend verviel de verbinding geheel. In de dienstregeling 2002 waren bijna alle ritten vervallen. Op 12 december 2004 werd lijn 94 opgeheven en was er in Balgoy geen openbaar vervoer meer.

Apple-car

Apple zelfrijdende auto

Zoals ik al zei, is het niet voor de hand liggend dat er nu nog een lijnbus door Balgoy gaat rijden. Ikzelf zit al enkele jaren op een doorbraak te wachten van de auto zonder chauffeur op bestelling. Onder andere Google en Apple zijn de laatste jaren druk bezig met het ontwikkelen van technologie voor zelfrijdende auto’s. Google heeft bijvoorbeeld een klein autootje ontwikkeld wat zelf kan rijden, dat kleine autootje is nu ook op de openbare weg te vinden. De autootjes doen testritten op de openbare weg in Mountain View. Het stadje in Silicon Valley waar Google is gevestigd. Google rijdt al jaren op de openbare weg met zelfrijdende auto’s van andere merken. Zo zijn er aangepaste Lexus en Prius-auto’s die al meer dan een miljoen kilometer hebben afgelegd. Daarbij zit er echter altijd iemand achter het stuur die kan ingrijpen indien dat nodig mocht zijn. Op termijn is het de bedoeling dat auto’s echt zelf gaan rijden zonder bestuurder. Maar als we straks allemaal massaal zonder handen aan het stuur gaan autorijden, hoe zit het dan met de autoverzekering en de aansprakelijkheid? De Nederlandse wet schrijft nu nog voor dat je altijd twee handen aan het stuur moet hebben. Veroorzaak je een ongeluk wanneer je de handen niet aan het stuur had door de autopilot? Dan ben je aansprakelijk. Dat kan er zelfs toe leiden dat je eigen verzekering jou aansprakelijk stelt bij een ongeluk wanneer je schade veroorzaakt. Maar als de auto verantwoordelijk is voor schade als jij de auto niet bestuurd, in hoeverre kan een verzekeraar dan de autofabrikant aansprakelijk stellen en dit in de premie meenemen? Mogelijk dat autoverzekeringen uiteindelijk zelfs verdwijnen, omdat verzekeraars bij schade direct afspraken gaan maken met de fabrikant en jij bij personenschade bijvoorbeeld alleen zorg vergoed krijgt via de zorgverzekering. Eventuele schade aan de auto wordt dan wellicht kosteloos gerepareerd en de rekening komt direct bij de fabrikant terecht.

BRENG-1Maar zover is het nog niet. Tot die tijd lijkt me het Breng Flex initiatief een prima oplossing. Ikzelf heb daar al een aantal keren gebruik van gemaakt. Breng Flex is een handige vervoerservice op bestelling, die rijdt van halte naar halte. Welke haltes? Dat bepaal jezelf. Breng flex komt op alle haltes van de gewone bus, plus enkele virtuele haltes of buurtbushaltes. Met een handige app of per telefoon reserveer je een zitplaats in een voertuig. Je bepaalt zelf wanneer je wordt opgehaald bij de halte en waar je naar toe reist. Je bestelt Breng flex dus als het jou uitkomt. En je betaalt altijd € 3,50 per rit. Lekker duidelijk! Breng Flex mist hier dus wel een aantal eisen van de Wet Personenvervoer 2000 om te voldoen aan de norm voor openbaar vervoer. Er is geen vaste route, geen vaste dienstregeling en er wordt geen OV-tarief gehanteerd. Maar de flexibiliteit is toch ook weer een voordeel!

Breng haltes

Op het kaartje is de plek aangegeven waar de RK kerk van Balgoy staat (rode speld), maar daar is geen Breng flex halte in de buurt. De haltes het dichts in de buurt zijn aangegeven met de blauwe rondjes (het eventuele cijfer in de rondjes geeft het aantal haltes aan).

Breng flex is elke dag van de week beschikbaar tijdens deze uren:

  • maandag – vrijdag 06.30 – 24.00 uur
  • zaterdag 08.00 – 24.00 uur
  • zondag 09.00 – 24.00 uur

In de Gelderlander van afgelopen december stond een bericht dat de vrees bestaat dat Breng Flex een ‘subsidievreter’ blijkt te zijn, waardoor de opdrachtgever (de provincie Gelderland) een keer de stekker eruit trekt. Ik denk dat zonder subsidie heel veel initiatieven zoals Breng Flex zullen mislukken, omdat tijd nodig is om bekend te worden en te laten zien dat het haalbaar is. In diezelfde Gelderlander stond ook een bericht dat de pilot Breng Flex in Wijchen een succes was. Gebruikers van Breng Flex waarderen de ritten van de service gemiddeld met een 9,7. Zo blijkt uit een informatienota van de gemeente Wijchen.

Kerk Balgoy

Een virtuele Breng Flex halte bij de kerk in Balgoy

Wat mij betreft is er nog maar een wens om Breng Flex helemaal mijn favoriet te maken en daarmee ook het “Openbaar Vervoer” weer terug te krijgen in Balgoy. Ik zou heel graag zien dat er een virtuele halte bij zou komen bij de R.K. Kerk in Balgoy. Dit zou mijns inziens de leefbaarheid voor met name de oudere Balgoyse mensen enorm bevorderen. In combinatie met de 34% leeftijdskorting voor 65-plussers kunnen zij voor ongeveer 2 euro zelfstandig en op het moment dat zij dat willen naar Wijchen of Nijmegen blijven gaan voor boodschappen, winkelen, theater of gewoon een gezellig bezoekje aan familie, vrienden of bekenden. Laat iedereen een verzoek daartoe indienen bij Breng!

Een natte tabakspruim in plaats van een pepermuntje

Wat doe je in je vakantie, behalve genieten van het mooie weer op Noord-Beveland aan het mooiste strand van Nederland? Op het strand kun je niet anders dan een luisterboek “lezen”, maar ’s avonds dan heb je lekker tijd voor het schrijven van een blog of bijvoorbeeld het lezen van verhalen op de BHIC website.

Henk Buijks vertelde daar al weer een paar jaar geleden, op 28 februari 2011, over een plekje dat iedere Geffenaar kent. Ik herkende de plek ook meteen: de kruidenierswinkel, met ook groente en zuidvruchten, van mijn opa en oma in de Kloosterstraat. Een mooie herinnering uit mijn jeugd, met de gezellige keukentafel meteen achter de kleine winkel, waar altijd gebuurt werd, waar over van alles en nog wat gesproken werd. Waar ik als kleine jongen elke keer weer voor de gek gehouden werd door opa die vroeg of ik een pepermuntje lustte en dan als ik mijn hand ophield, een natte tabakspruim kreeg. Ik snap nu nog niet dat ik er elke keer intrapte en hoor opa nog steeds lachen.

Samen met mijn peettante Corry van Esch -van Erp op de foto begin jaren zestig

Ook herinner ik me mijn peettante, tante Corry, die bijna altijd links achter de korte kant van de tafel zat en aan de lange kant zat dan oma. Opa zat naast de kachel in de buurt van de kolenkit die gebruikt werd voor de pruimtabak. Terwijl ik dit schrijf zie ik het beeld weer voor me. Als de deurbel van de winkel rinkelde, stond altijd oma op om te gaan helpen. Trouwens, diezelfde tante Corry was de eerste die reageerde op de vraag van Henk Buijks wie meer wist over de foto van het winkeltje. Haar reactie: “Het te slopen pand: kruideniers- en groentenwinkel van mijn ouders Piet van Erp en Lena van Tuyl, waar zij 40 jaar hebben gewoond. Buren links: waarschijnlijk vd Doelen. Buren rechts: Leida Steenbergen. Zij verkochten voornamenlijk snoep en tabak in hun winkel.” Daarna volgen nog meer reacties met waardevolle informatie over mijn opa en oma en hun buren. De laatste reacties heeft mijn peettante niet meer kunnen lezen, want ruim een jaar na haar eigen reactie op 15 juli 2012 overleed zij op 74-jarige leeftijd.

de03^011

Tante Corry en mijn oma op weg naar de kerk met de dorpspomp op de achtergrond

Cornelis van Erp en Johanna Hermes

Tante Corry, Cornelia Maria, is vernoemd naar haar opa, Cornelis van Erp, die leefde van 1852 tot 1931 en getrouwd was met Johanna Hermes. Hiermee wordt meteen een antwoord gegeven op de vraag van Henk Buijks of toevallig bekend was waaraan mijn opa zijn bijnaam te danken heeft, Piet de Corry. Piet van Cornelis dus! Ik ben dus Piet van Jan van Piet de Corry. Een uitgebreide beschrijving van de stamboom vind je in het boek “Wilhelmus van Erp, Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt” van Arnout en Willie van Erp, respectievelijk een neef en broer van mij.

 

Wat zeker nog de moeite van het vermelden waard is, is dat ook aan huis werd verkocht, eerst nog met paard en wagen en later gemotoriseerd. Nadat opa was gestopt met de winkel zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en in de keuken en ’s zomers voor de winkel werd veel gebuurt. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader Jan de Corry, ome Frans en ome Albert waren duivenmelkers. De Corries zijn een hechte familie, met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Ik probeer die traditie als Balgoyse mens en Geffenaar in ere te houden.

 

Wilhelmus van Erp - Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt

Piet de Corry en Lena van Tuijl, mijn opa en oma, op het bankje voor de winkel

Balgoys nieuws in de krant precies 100 jaar geleden

screenshot 2Wat was het Balgoyse nieuws vandaag precies 100 jaar geleden op maandag 22 juli 1918? We zouden daarvoor een krant moeten kunnen lezen van die datum. Dat kan! Met behulp van Delpher kunnen we dat. In “De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad“, een landelijk dagblad nogwel, vinden we een kort berichtje over Balgoy.

screenshot.png

De Tijd 22 juli 1918

In Delpher vindt je miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften die je allemaal woord voor woord kunt doorzoeken. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. Ze worden in Delpher onder één knop aangeboden om het vinden van informatie voor u gemakkelijk te maken.

Delpher is een goudmijn voor iedere onderzoeker. Het maakt niet uit wat voor onderzoek je doet en op welk niveau. Delpher biedt voor iedereen de originele teksten uit meer dan ruim 1,3 miljoen kranten, 4,4 miljoentijdschriftpagina’s en meer dan 320.000 boeken uit de 15de tot de 21ste eeuw. En het aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien. Van 60 miljoen pagina’s nu tot 100 miljoen over een paar jaar. Wat nog mooier is, is dat het vrij te gebruiken is voor privé-doeleinden en onderzoek. Al het materiaal uit Delpher mag je voor eigen onderzoek vrij gebruiken. Het gebruik van de website wijst zichzelf, maar er is ook een uitgebreide handleiding voor wie dat wil.

pastoor Jan Cornelis Martens

Joannes Cornelis Martens (Bron: Wim Verhoeven)

Terug naar het Balgoys nieuws van 1918. De Balgoyse pastoor Martens werd op 22 juli voorzien van het H. Sacrament der Zieken, hij werd bediend. Joannes Cornelis Martens werd pastoor van Balgoy in 1911. Hij was geboren te Udenhout op 11-12-1866 als zoon van Adriaan Martens en Cornelia Burgmans. Hij had gestudeerd aan het seminarie van Haaren, werd in 1892 tot priester gewijd en in 1894 tot kapelaan in Wanroij benoemd. Van 1898 tot 1911 was hij aangesteld als kapelaan in Asten (Bron: Heemkundekring De Vonder Asten – Someren). Onder zijn pastoraat in Balgoy is de in 1913-1914 aan de Boomsestraat gebouwde nieuwe parochiekerk tot stand gekomen; Martens werd dan ook wel de “bouwpastoor” genoemd. Joannes Cornelis Martens is op 04-09-1918 te Balgoy overleden en hieronder zijn overlijdensakte.

overlijdensakte Martens

BS Overlijden Balgoy, Gelders Archief, Arnhem, Archief 0207, regnr 8074

screenshot

Het Centrum, 4 september 1918

In die overlijdensakte staat duidelijk dat “Johannes Cornelis Martens, roomsch Katholiek Pastoor”, “op den vierde september dezes jaars, des namiddags, om half een uur, binnen deze gemeente in het huis, wijk A, nummer negen en dertig a is overleden. Toch verscheen in het landelijk dagblad Het Centrum van woensdag 4 september 1918 een kort bericht, dat de pastoor “zijn intrek heeft genomen in het gesticht te Wanroy”.

advertentie fam Martens

De Tijd, 5 september 1918

Blijkbaar is pastoor Martens toch nog onverwacht overleden. Uit de overlijdensadvertentie van de familie in De Tijd, kan opgemaakt worden dat er sprake was van “een langdurig, geduldig lijden”. De benoeming van een nieuwe pastoor in Balgoy was in die tijd snel geregeld. Nog in diezelfde maand werd kapelaan van Acht uit Kaatsheuvel aangesteld als pastoor in Balgoy. Uit een bericht in De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918 blijkt dat Balgoy blij mocht zijn met de nieuwe pastoor en op 20 september was de benoeming een feit.

Kaatsheuvel

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918

beeldengroep

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918

Het meest verrassende en interessante bericht dat ik las in het krantennieuws van 2018, was een bericht uit de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918, een paar maanden na de benoeming van pastoor van Acht. Het betrof een cadeau van de leden van de vereniging van de H. Familie uit Kaatsheuvel, waarvan de toenmalige kapelaan van Acht directeur was geweest aan de nieuwe pastoor van Balgoy. Een beeldengroep. De beeldengroep!

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

De beeldengroep (Bron: Rikie Peters)

In december 2015 schreef ik een blog over de kerstal in de Balgoyse kerk. Samen met religieuze kunstkenner Wim de Mul had ik in de kerk naar de kerststal gekeken of die van Pietro Mazzotti was. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie bleek bij een aantal beelden ook het merkteken van Mazzotti (PM) aangebracht te zijn. Ik was heel tevreden met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw was vervaardigd in Münster door Pietro Mazzotti en dus naar alle waarschijnlijkheid was aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914. Mooi niet dus! Een cadeautje uit Kaatsheuvel voor de nieuwe pastoor in  1918 is veel waarschijnlijker na dit krantenbericht gelezen te hebben. En een feestje om te vieren met Kerst: de kerstal is 100 jaar oud.

Er was natuurlijk nog veel meer nieuws in Balgoy in 1918. Ter illustratie een tweetal berichten uit de Maasbode. Dit klinkt als een regionale krant, maar de Maasbode was opgericht als weekblad met 800 abonnees in 1868 en vanaf 1885 een in Rotterdam verschijnend landelijk katholiek dagblad, na de Tweede Wereldoorlog als avondkrant (Bron: Wikepedia).

boerderijbrand

Het eerste bericht betreft een boerderijbrand in Keent. Vraag is wie weet wie H. St. was, die 2 koeien en een vaars verloor en onderverzekerd was? (De Maasbode van 23 februari 1918)

post

Met het tweede bericht begint een lange periode met postbezorging door de familie Willems. Dus 100 jaar geleden werd Jentje de Post benoemd als brievengaarder te Balgoy. (De Maasbode 4 maart 1918)

Wilhelmus van Erp – Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt

Willie van Erp (links) en
zoon Arnout laten de kaft
van hun nieuwe boek zien.

Mijn broer Willie en zijn zoon Arnout hebben in de afgelopen drie jaren zoveel informatie verzameld over Wilhelmus van Erp, een van onze voorvaderen, dat ze besloten er een boek over te schrijven. Wilhelmus (1802 – 1883) was de tweede en langstzittende burgemeester van Geffen, en eigenaar van molen De Vlijt. Geffen is het Brabantse dorp waar ik geboren ben en meer dan twintig jaar van mijn leven heb gewoond.
Wilhelmus van Erp werd in 1833 benoemd tot burgemeester van Geffen. Zijn leven en regeerperiode vielen midden in een tijdvak tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914). In deze periode ontwikkelde de wetenschap en technologie zich met rasse schreden, wat zorgde voor een materialistische levensbeschouwing en een geloof in de vooruitgang. Toch was hiervan nog niet veel te merken op het Brabantse platteland. Armoede was dan nog steeds de standaard. Het onderwijs was nog slecht en zeker niet toegankelijk voor alle kinderen. Burgemeester, pastoor, notaris, dokter en enkele andere notabelen hadden het voor het zeggen. In Geffen, en op het Brabantse platteland in het algemeen, was het een tijd van traditie en stilstand, of een heel langzame vooruitgang in sommige sectoren. In 1862 beëindigde Wilhelmus van Erp zijn burgemeesterschap. In het boek worden zijn leven en werk beschreven aan de hand van aktes en ander schriftelijk bewijs. Hij kocht in 1864 molen De Vlijt en ook het hele verhaal van deze molen met al zijn eigenaren wordt in het boek beschreven.
Geffen 1880: midden molen De Vlijt, links De Zeldenrust (1).
In 1883 overleed Wilhelmus van Erp in Geffen op 80-jarige leeftijd. Hij was niet meer ‘bij zijn verstand’. Tijdens het leven van Wilhelmus heeft Geffen toch wel een ander gezicht gekregen. Het centrum van het dorp is vanaf “De Heuvel” naar de Molenstraat verplaatst met de in 1840 gebouwde burgemeesters-woning en het in 1856 opgerichte gemeentehuis en plein, genaamd ’t Dorp. In 1876 verplaatste Wilhelmus van Erp molen De Vlijt vanaf de Papendijk naar een perceel naast zijn burgemeestershuis. Samen met molen De Zeldenrust, eveneens gesitueerd aan de Molenstraat, vormde dit het nieuwe beeld van Geffen aan het einde van de negentiende eeuw.
Het boek geeft een prachtig tijdsbeeld van een Brabants dorp in de periode 1800 – 1900, zeker niet alleen interessant voor familie en Geffenaren. De auteurs hechten aan een feitelijk relaas, goed onderbouwd met originele documenten, aktes, kadasterkaarten en foto’s, historisch en genealogisch verantwoord dus.
Dit was al het uitgangspunt vanaf het allereerste begin van onze genealogische zoekacties. Het begon in 1989 toen mijn vrouw Ans met de wetenschap dat haar opa Piet Jans uit Escharen kwam, op zoek ging naar meer genealogische informatie in het streekarchief in Grave. Ook ik werd nieuwsgierig en niet veel later werd begonnen met de stamboom van van Erp uit Geffen en was ik regelmatig in het BHIC in Den Bosch te vinden. Vanaf 1989 werd de gevonden informatie gedeeld op genealogieonline. Iets meer dan vier jaar geleden stapte ik over op MyHeritage om de gevonden gegevens weer te geven en te beheren; deze genealogische database en website is alleen toegankelijk voor leden. Het betreft niet alleen de van Erp stamboom, maar de database bevat meerdere gelinkte stambomen met o.a. de namen Jans, van Overbeek, Elbers en van de Koolwijk, in totaal meer dan 4000 personen met veel foto’s, aktes en andere genealogische documenten. Arnout ziet de genealogische verzameling als een uitdaging en gaat de stamboom van onze van Erp familie verder invullen en wordt mede beheerder van de Myheritage website. Het duurt niet lang of Arnout stuit op Wilhelmus van Erp, de zoon van Joannes van Erp. Joannes is een broer van Adrianus van Erp, onze stamvader en de zoon van Jan Rutte van Erp. Hij vraagt zijn vader hem te assisteren.
Deel van de stamboomgegevens (2) waarin de relatie wordt aangegeven tussen de verschillende Geffenaren met de achternaam van Erp. Vele Geffenaren met de achternaam Van Erp zijn familie. Niet alleen onze stam (met de bijnaam ”Corrie”), maar ook de bijnamen als “Smid” en “Zouaaf” zijn rechtstreekse afstammelingen van Jan Rutte van Erp.
Cornelis (Corrie) van Erp met
echtgenote Johanna Hermes
rond 1920
Winkeltje met kruidenierswaren
en zuidvruchten in de Kloosterstraat (3)
Piet en Lena van Erp van Tuijl voor
hun winkel in de Kloosterstraat in 1959
Waar komt die interesse in onze voorvaderen vandaan? Of beter gezegd vanwaar onze belangstelling in de kennis van de eigen omgeving, de Brabanders, de gebruiken en heemkundig waardevolle overblijf-selen. Ik denk dat het met de paplepel is ingegeven door de generaties voor ons. We zijn opgegroeid en opgevoed met “buurten” en verhalen vertellen. Horeca is een goede voedingsbodem en we stammen af van een familie met een lange horeca historie. Het café tegenover de kerk wordt door menig Geffenaar “De Gover” genoemd. Onze voorvaderen, Jan Rutte van Erp, zoon Adriaan van Erp en diens kinderen en kleinkinderen, zijn de oudst bekende uitbaters van deze horecagelegenheid (4). Mijn opa en naamgenoot Piet van Erp, Piet “de Corrie” (zoon van Cornelis van Erp) had een winkeltje midden in Geffen in de kloosterstraat met kruidenierswaren en zuidvruchten. Nadat opa was gestopt met de winkel zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis, eerst met paard en wagen en later ome Toon nog met een klein soort “SRV-wagen”. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en voor de winkel werd veel “gebuurt”. Ome Albert had later o.a. een café (Nooit Gedacht) in Oss waar mijn vader Jan van Piet de Corrie regelmatig ging oberen. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader en ome Frans waren duivenmelkers. De Corries zijn een hechte familie, met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Wie de familie kent, wie Willie of Arnout kent, weet ook dat ze nooit als eerste naar huis gaan als ze aan het buurten slaan.

 

De boekpresentatie, in samenwerking met Heemkundewerkgroep Vladerack, zal plaatsvinden op zaterdag 21 mei van 14.00 tot 16.00 uur bij molen De Vlijt in Geffen, met muzikale ondersteuning van blaaskapel De Pompzwengels.
Daar vindt u een inkijkexemplaar en kunt u inschrijven voor het boek dat € 15,50 zal gaan kosten. Bij voorinschrijving betaalt u slechts € 13,50.
Graag nodigen wij u uit om er een gezellige middag van te maken. De molenaars van molen de Vlijt zullen bij genoeg wind de molen laten draaien.

Bronnen:
(1) Geffen in oude ansichten, G.H.J. Ulijn, 1971, Zaltbommel.
(4) Een pot nat. De historie van de Geffense horeca van 1840 tot 2010, Ruud Verhagen, 2010, Geffen

Wie was wie en waar was wat? Het gebruik van Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister.

Naar aanleiding van een eerdere blog over een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw kreeg ik veel vragen over hoe de informatie verkregen was. Met andere woorden welke bronnen werden gebruikt om de gegevens over deze Balgoyse boerderij en zijn bewoners te vinden.
Boerderij in Den Holdschen Hoek
(bron: bedenbreakfast.nl)

Zoals ook al uitgelegd op een werkavond van heemkundekring Pagus Balgoye (1) was het uitgangspunt bij die zoektocht niet verschillend van elk ander genealogisch onderzoek en begint altijd dicht bij huis. Probeer zoveel mogelijk gegevens uit je geheugen op te diepen en raadpleeg mensen die de betreffende plek of mensen nog gekend hebben. Vooral oudere mensen uit de buurt of familieleden kunnen je waarschijnlijk nog veel vertellen. Ga bovendien op zoek naar bewaard gebleven documenten zoals trouwboekjes, geboortekaartjes, trouwkaarten, rouwkaarten, familieberichten uit kranten ed. om deze gegevens te controleren. Verder werd in dit specifieke geval alleen gebruik gemaakt van bronnen die digitaal beschikbaar waren, omdat het onderzoek in relatief korte tijd moest gebeuren.
Bidprentje Johanna “Hanneke” Lamers
(bron: “Geleefd Verleden”, Ries van Haren)
Gerardus Lamers en Johanna Maria
Driessen zijn begraven op het
kerkhof in Balgoy

Van de huidige bewoners weten we dat ze in de boerderij zijn komen wonen in 2009 na een periode van leegstand. Daarvoor woonde Hanneke Lamers in de boerderij. In het boek “Geleefd Verleden” van Ries van Haren staat een gedicht over haar en haar ouders en is ook een bidprentje te vinden (2). Hierin staat dat Johanna “Hanneke” Lamers werd geboren in Balgoy in 1923 en overleed in Nijmegen in 2002. We weten ook dat ze in Balgoy is begraven, omdat ze vermeld is in het boek (2) en terug te vinden is op  Begraafplaatsen Online.

Om te weten te komen wanneer de boerderij gebouwd is heb je kadastrale gegevens nodig. Alleen zijn die niet digitaal beschikbaar vanuit thuis; daarvoor moet je naar het Gelders Archief in Arnhem. Alleen de oudste gegevens zijn thuis in te zien via de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Vanaf 1 januari 2016 is de collectie Kadastrale Kaarten 1811-1832 raadpleegbaar en  daarbinnen onderverdeeld in 3 deelcollecties:  VerzamelplansMinuutplans  en Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT-bladen).

detail kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, 
sectie A, blad 01, 1811-1832
Het minuutplan van den Holdschen Hoek uit die periode is helder. De boerderij moest nog worden gebouwd. Met behulp van de OAT-bladen kunnen we wel vaststellen wie er in de al wel bestaande boerderijen woonden. In de Steeg (nu Houtsestraat) woonde op Het Hold, kadastraal nr. 26 Jacob de Bruijn (landbouwer), verder op de hoek, kadastraal nr. 32 Sebilla Loeffen (doorgestreept Francis Loeffen, landbouwer) en dan naar het oosten kadastraal nr. 70 Cornelis van den Anker (bouwman). We kunnen hieruit concluderen dat er voor 1832 nog geen huis stond op de plek waar Hanneke Lamers werd geboren. In de buurt stond wel een huis dat eigendom was van Cornelis van den Anker en een huis waar Sebilla Loeffen (ogenschijnlijk alleen) woonde. Hoewel er legio bronnen zijn om onderzoek mee te doen, kunnen we voor verder onderzoek vooralsnog volstaan met het Bevolkingsregister en de registers van de Burgerlijke Stand, die voor een groot deel digitaal beschikbaar zijn. Voor de meeste andere bronnen moet je naar een gemeente- of streekarchief (Raadpleeg op www.archiefnet.nl) of naar het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag.
Trouwakte Gerardus Lamers en Johanna Maria Driessen in 1922

Ons onderzoek start dus bij Hanneke Lamers, geboren te Balgoy op 7 juni 1923. In het boek van Ries van Haren vinden we ook dat zij de dochter was van Gradje Lamers en Moena Driessen. Met behulp van wiewaswie gaan we op zoek naar hun huwelijk. Gerardus Lamers en Johanna Maria Driessen zijn in 1922 getrouwd in Balgoy. Gerardus was toen al 51 jaar oud en zijn vrouw 42. In 1923 wordt hun enige kind geboren. In de trouwakte vind je ook de wederzijdse ouders terug. Vader van Gerardus was Francis Lamers, die in 1922 al is overleden. Hij was getrouwd met Johanna Jacoba Hendriks (die volgens overlevering Koosje heette). Zij was in 1922 nog wel in leven.
Op de GenVer website kunnen we vinden dat voor de gemeente Balgoy en Keent het bevolkingsregister 1860-1923 beschikbaar is (3).

Aanwezige akten Burgerlijke Stand en Bevolkingregister voor Balgoy (1)

Hierin is dan ook het gezin Francis Lamers en Johanna Jacoba Hendriks terug te vinden. Een groot gezin, zoals gebruikelijk in die tijd, met elf kinderen.

Onderste helft van blad 28 van Bevolkingsregister Balgoij (1860-1923)
Detail blad 28

Als we naar de twee bovenste namen in het register kijken zien we dat Francis Lamers op 28 januari 1836 geboren werd in Balgoy en Johanna Jacoba Hendriks op 16 november 1843 in Velp, Noord Brabant. Met deze informatie kunnen we middels de akten van de Burgerlijke Stand de ouders van beide personen opzoeken.

Een ander opvallend detail op blad 28 van het Bevolkingsregister is, dat het adres in de betreffende periode werd veranderd van 5a naar 6. Dit heeft vanzelfsprekend als consequentie dat de buurwoning naar het oosten, van nr. 6 naar nr. 7 gaat. Het Bevolkingsregister geeft geen duidelijkheid over het moment van de nummeraanpassing; hiervoor zijn andere bronnen nodig.
In de geboorteakte van Francis Lamers vinden we dat hij niet, zoals in het Bevolkingsregister vermeld, werd geboren op 28 januari, maar op 1 februari 1836 “ten acht ure des ’s avonds” en dat zijn ouders Johannes Lamers en Siebilla Loeffen zijn. Uit het Bevolkingsregister blijkt dat Johannes Lamers en Siebilla Loeffen ook in de Houtsestraat, Wijk A woonden, maar dan op nr. 5. Francis Lamers is dus naast zijn geboortehuis gaan wonen toen hij in 1866 trouwde, in een nieuwgebouwde boerderij op nr. 5a wat later nr. 6 is geworden.

Geboorteakte BS van Francis Lamers
(1) Presentatie “Balgoyse minse: wie was wie en waar was wat? Het gebruik van bronnen..”, werkavond Pagus Balgoye 3-2-2016
(2) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)
(3) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)