Een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw – nu de residentie van Prins Ruud d’n Urste

Prins Ruud d’n Urste
De carnavalsperiode van 2015-2016, nu prins Ruud d’n Urste als 53e prins heerst over Moasland in ’t Historisch Joar, is voor mij aanleiding voor een terugblik naar de rol van de bewoners van den Holdschen Hoek (1) tijdens de grote bestuurlijke chaos eind 18e en begin 19e eeuw. Prins Ruud, die woont in den Holdschen Hoek op een plek waarvan we weten dat er al eeuwen mensen gewoond en gewerkt hebben, gaat het – weliswaar tijdelijk – voor het zeggen krijgen in Balgoy, dat tijdens de carnavalstijd Moasland heet. Meer dan tweehonderd jaar geleden grepen zijn voorgangers, boeren, burgers dus, op die mooie plek vlakbij het kasteel ook hun kans om het bestuur van Balgoy en Keent over te nemen.

In de periode van 1795, toen de Bataafse Republiek een feit was, tot 1813, toen Nederland van de Franse overheersing werd bevrijd, vonden er op bestuurlijk gebied de nodige veranderingen plaats en de gevolgen van deze elkaar snel opvolgende veranderingen werkten door in een groot deel van Nederland en ook in het gebied waar Balgoy en Keent deel van uitmaakten. Aanvankelijk bestond er bestuurlijk gezien een grote chaos, omdat onder andere de jonkers en schouten gevlucht waren uit angst voor de Fransen. Eind maart 1795 werden er verkiezingen gehouden om de nodige mensen te krijgen voor allerlei functies in het gebied van Maas en Waal. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde (2).
Toch was er geen sprake van een revolutie, van een instantane ommekeer. Het ambt van Maas en Waal kreeg weliswaar een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden opgeheven en als zelfstandige gemeenten bij het ambt gevoegd, terwijl bijna alle buurmeesters en schouten op de dorpen door nieuwe werden vervangen. Toch bleven de laatste heren van de heerlijkheid Balgoij en Keent, Bernhard Rappard (overleden in 1819) en Conrad Willem Le Mercier van Rappard nog aan de macht en werden zij tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent.
In 1824 overleed Conrad Willem Le Mercier van Rappard, schout van de gemeente en voormalig heer der heerlijkheid Balgoy en Keent; in de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor (tot ca. 1850 de naam voor wethouder) Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen (3). Hoewel niet officieel genoemd in de lijst van burgemeesters op Wikipedia, is Cornelus eigenlijk de eerste “burger” burgemeester van Balgoy. Hij woonde ook in Den Holschen Hoek.
Kadasterkaart (minuutplan) Balgoy sectie A,  blad 01 1811-1832
Op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn drie boerderijen te zien. Het Hold (linksboven) waar in het begin van de 18e eeuw Jacob de Bruijn woonde (op die plek wonen momenteel de families Albert Peters en Eric Rossen), op de hoek woonde Sebilla Loeffen, die de boerderij overnam na het overlijden van vader Francis Loeffen (Nu woont er dhr. Leo Nelissen). In het minuutplan was nog vermeld dat de in 1802 geboren Sebilla alleenstaand was, maar op 12-9-1832 trouwde zij met de arbeider Johannes Lamers, geb. 26-12-1809 uit Overasselt, die later poldersecretaris zou worden. Verder naar rechts woonde de eerder genoemde Cornelus van den Anker. De boerderij staat er niet meer. Nadat de familie Hammen, de laatste bewoners, naar de Torenstraat verhuisde eind 1925 (4), is dit huis vervallen en uiteindelijk afgebroken. In die tijd was de plek waar nu prins Ruud d’n Urste woont nog onbewoond!
Op 1-8-1840 trouwt de arbeider Christiaan van Lunen (geb. 18-7-1803 in Nederasselt) de Balgoyse Maria de Bruijn (geb. 14-5-1814). In de memories van successie na zijn overlijden op 18-4-1870, staat o.a. zijn huis met erf beschreven (5).
detail uit Memorie van Successie van Christiaan van Lunen na diens overlijden in 1870
In diezelfde memories staat ook geschreven dat Christiaan en Maria hun eigendommen testamentair hebben vastgelegd in 1845. De boerderij waarin zij woonden (Wijk A, nr. 6) volgens het Bevolkingsregister van Balgoy en Keent (6), moet dus in de periode 1840-1845 zijn gebouwd.  Deze gegevens moet ik nog wel controleren in de kadastrale archieven om meer zekerheid te hebben.
Per 7-10-1870, na het overlijden van Christiaan, komen er nieuwe mensen uit Grave in het huis (6). Naaister Gertruida van Heeswijk en een jong gezin, arbeider Mathijs Loeffen uit Balgoy met echtgenote Elisabeth Aussems, die ook naaister is. Gertruida overlijdt op 7-3-1874 en Mathijs en Elisabeth verhuizen in 1876 naar Overasselt. In hetzelfde jaar komt een nieuw echtpaar uit Overasselt in het huis wonen, schoenmaker Mathijs Smits met echtgenote Geertrui Beker. Twee jaar later gaan ze terug naar Overasselt (6).
In de tussentijd groeit het gezin van Johannes Lamers en Sebilla Loeffen op nr. 5.
detail uit het Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent 1860-1923 voor woning Wijk A, nr. 5
Kadaster, grondbelastingplan Balgoy,
1881-1887
Maar op 2-10-1859 overlijdt Sebilla en ik veronderstel dat dat veel impact heeft gehad in het gezin. Waarschijnlijk om het gezin draaiende te houden, trouwt Johannes in april 1865 op 55-jarige leeftijd met de Niftrikse in 1837 geboren Christina Jansen. Er verandert dan veel in huize Lamers. Dochter Regina trouwt tegelijk met haar vader en verhuist naar Wijk A nr. 9 (6). Broers Jacobus en Willem verhuizen mee. Een jaar later trouwt zoon Francis in Velp (NB) met Johanna Jacoba Hendriks uit die plaats. Het jonge stel gaat in Balgoy wonen, niet inwonen op nr. 5, maar er wordt waarschijnlijk woonruimte gemaakt op het erf, want ze gaan wonen op nr. 5a. Daar wordt ook hun eerste kind geboren in 1867, maar er volgen er nog veel meer en als Mathijs Smits en Geertrui Beker van nr. 6 in 1878 verhuizen naar Overasselt, dan gaat het gezin Francis Lamers daar wonen (6).
Francis Lamers verhuist van Wijk A, nr. 5a naar nr. 6 in 1878
Francis en Johanna Jacoba (Koosje) kregen zoals gezegd veel, waarschijnlijk elf, kinderen. Gerardus (Gradje), geb. 25-8-1870 bleef in het ouderlijk huis wonen (7). Francis overlijdt in 1913 en Koosje in 1936.
Geboorteakte van Gerardus (Gradje) Lamers in 1870
Gradje Lamers
Gradje trouwde met vissersdochter Johanna Maria (Moena) Driessen uit Millingen en zij kregen een dochter Johanna Jacoba (Hanneke) Lamers, geb. 7-6-1923. Hanneke leefde erg op zichzelf, als een soort kluizenaarster. Ze overleed op 22 augustus 2002 (7).
Bidprentje van Hanneke Lamers (2002)
Hanneke (ca. 2000)
De boerderij van Hanneke Lamers rond 2000
Ruud van Haren en Yvon Vugts wonen sinds 2009 in de grondig verbouwde boerderij aan de Houtsestraat in den Holdschen Hoek. Zij runnen er een B&B. Ze zijn gezegend met twee lieve kinderen, Anika en Jasper, die ook al meehelpen in de B&B. Ze zijn nu gesetteld op de boerderij die ze in eigen beheer hebben verbouwd, met veel aandacht voor de oude kenmerken.
Bronnen:
(1) Naam zoals vermeld op de kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, sectie A, blad 01, 1811-1832
(2) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: Gemeente Balgoij en Keent
(3) Secretariearchief gemeente Balgoij en Keent, (1776) 1811 – 1923, inv. nr. 1
(4) Bevolkingsregister van de gemeente Overasselt (1924-1931)
(5) Persoon Memorie van Successie, Kantoor Nijmegen, inventarisnummer 111, 1870
(6) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)
(7) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)