Heeroom pater Libertus Jans (1875 – 1948)

trouwfoto tante Lies 1944

Trouwfoto van Marinus van Thiel uit Schayk en Lies Jans uit Balgoy. Lies was de dochter van Piet Jans en Hanna Kersten (zittend links van het bruidspaar), die op de boerderij in de Torenstraat te Balgoy woonden, de boerderij waar nu kleinzoon Frans woont. Rechts van het bruidspaar zit heeroom Libertus Jans.

De wortels van de familie Jans liggen in het Brabantse Mill en Escharen. Hieronder is duidelijk te zien hoe in de 19e en begin 20e eeuw de familie Jans verbonden was met Escharen. Met name Godefridus Jans, die schepen was in Escharen heeft een belangrijke rol gespeeld in het Brabantse dorp.Jans Escharen

Hierdoor is er ook regelmatig contact met mensen van EstersHeem, de heemkundekring in Escharen. In 2012 vierde de Stichting Esterse Minipers Escharen haar 40-jarig bestaan. Naar aanleiding hiervan was er een fototentoonstelling in het Dorpshuus. De belangstelling vanuit de Escharense bevolking was groot. Voor enkele enthousiaste dorpelingen was dit een aanzet om een nieuwe Escharense Heemkundekring op te zetten, “Esters Heem” genaamd. De ontvangen foto’s werden benoemd, gerangschikt en gearchiveerd en aan de verzameling toegevoegd.

Afgelopen week werd ik opnieuw benaderd door EstersHeem en het onderwerp was ook deze keer de familie Jans. Een van de mensen van de heemkundekring is de geschiedenis van Pater Libertus Jans (1875-1948) aan het opschrijven. Aanleiding was een mooi oud herinneringsprentje van zijn priesterwijding in december 1902.

De vraag van de heemkundekring was of ik een foto had van pater Libertus. Veel gegevens van hem hebben ze inmiddels bij elkaar gezet, maar ze missen nog een foto/afbeelding van hem.

Ik wil echter beginnen met de gegevens die ik zelf heb verzameld over pater Libertus Jans, wiens doopnamen bij geboorte Antonius Gijsbertus Hermanus waren. Zijn ouders waren Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt en hij was een broer van Piet Jans, de vader van Harrie Jans en de grootvader van mijn echtgenote Ans (zie de stamboom hierboven). Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt trouwen in 1866 en kregen dertien kinderen. In 1874 wordt Antonius Gijsbertus Hermanus Jans geboren als zesde kind van het gezin, maar het overlijdt al in januari 1875.

054-0050-2421-1875_005

Gemeente Escharen, overlijdensakte van Antonius Gijsbertus Hermanus Jans “in den ouderdom van drie maanden”.

Photo5000406Op 6 december van datzelfde jaar krijgen Joannes en Gijsberta weer een zoon, die ze dezelfde naam geven als hun in januari overleden zoon, Antonius Gijsbertus Hermanus. Als Antonius 19 jaar oud is op 3 oktober 1895, treedt hij in de orde der Minderbroeders-Capucijnen in Babberich en een jaar later wordt hij geprofest. In 1902 wordt hij priester gewijd (zie het herinneringsprentje). “Na meermalen de bediening van Novicenmeester, Definitor en Gardiaan vervuld te hebben, voorzien van de H. H. Sacramenten der stervenden”, is Antonius overleden te Handel op 5 maart 1948.

IMG_0049

Pater Libertus Jans

Maar hoe zag pater Libertus er nu uit? Gelukkig heb ik een foto van het huwelijk van de zus van Harrie Jans, Lies met Marinus van Thiel in 1944. De foto komt uit een fotoalbum van Harrie Jans. Op die foto (zie bovenaan dit bericht) zit rechts naast het bruidspaar een geestelijke. Navraag bij de familie van Thiel leverde geen aanknopingspunten op die de pater op de trouwfoto verbond met die familie, dus ik ben overtuigd dat dit pater Libertus Jans is op 69-jarige leeftijd.

In de fotoverzameling van Harrie Jans zaten verder een tweetal foto’s, waarvan dochter Ans weet dat hij de pater die op die foto’s te zien is heeroom noemde. Hoewel de pater op die foto’s een stuk jonger is, is er zeker een gelijkenis met de pater op de trouwfoto en ik ben vrijwel zeker dat dit pater Libertus is op jongere leeftijd. Op de achterkant van de foto staat met de hand geschreven Janssen, Balagoye ± 80 stuks.

IMG_0051

Soms zit het mee en soms zit het tegen

BHIC (Brabants Historisch informatiecentrum) in de Citadel van ‘s-Hertogenbosch (Bron: BHIC op Wikipedea)

Onderzoek doen naar de geschiedenis van je familie of je leefomgeving is een fantastische hobby. Elke keer vind je weer verrassende informatie over mensen en de tijd waarin ze leefden. Er is zoveel bewaard gebleven over onze geschiedenis en er zijn heel veel bronnen waarin je kunt zoeken, in een archief en ook thuis achter je pc. Omdat veel Balgoyse mensen roots hebben in het Brabantse is een bezoek aan het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in de Citadel van Den Bosch onontkoombaar, maar ook zeer de moeite waard. Blijf je liever thuis, dan kun je in de digitale studiezaal van het BHIC informatie vinden in bijna 40 kilometer archieven en collecties. Je krijgt hulp bij onderzoek, kunt vragen stellen aan een archivaris via chat en ontmoet andere onderzoekers op het forum.

screenshot.png

BHIC Bronnen die je thuis kunt raadplegen

Toch kun je soms pech hebben. Dat overkwam mij met mijn speurtocht naar de voorouders van mijn vrouw Ans Jans, Godefridus Jans en Geertrudis van Raaij uit Escharen en hun verwanten. Informatie over het huwelijk van Godefridus en Geertrudis was niet te vinden. Omdat beiden uit Escharen kwamen, moet het huwelijk bijna zeker in de kerk van Escharen gesloten zijn. Zoeken in de Doop, Trouw en Begraafboeken van omringende plaatsen leverde ook niets op. Dan maar een vraag op het BHIC forum geplaatst. Nog diezelfde avond, was er al een reactie. De Doop, Trouw en Begraafboeken van Escharen van eind 18e eeuw blijken niet compleet te zijn en o.a. het R.K. trouwen Escharen 1788-1800 ontbreekt in het archief.

Soms heb je ook een meevaller. In het archief van het dorp Escharen wordt onder nummer 67 een lijst van eigenaren van onroerend goed bewaard (Bron: Escharen rond 1800: een boeren-gemeenschap, uitgave in het kader van de finan­ciële actie “Werk aan de kerk” onder auspiciën van het kerkbestuur van de Lambertuskerk in Escharen). Deze lijst werd begin 18e eeuw aangelegd voor belastingdoeleinden, en wel in het kader van nieuwe wetgeving op het (al bestaande) zegelrecht. Alle transportak­ten van onroerend goed, alle uitgiften van bezittingen in erfpacht, elke verkoop of ver­vreemding van erf pachtbrieven, alle renten, tienden en huren en alle verhuringen en ver­pachtingen voor een termijn van 25 jaar of langer op gezegeld papier moesten worden geschreven. Het tarief was progressief: hoe duurder het goed, des te duurder het zegel. Om de heffing van dit recht te kunnen verzekeren, diende de uitgangssituatie te worden vastgelegd: alle bewaarders van registers van vast goed moesten hun bestanden moesten actualiseren. Voor Escharen berustte deze verplichting bij het dorpsbestuur.
Al te willig waren de regeerders van Escharen niet, zo min overigens als vele anderen in den lande. Het opschrift van het Escharense kohier meldt dat het dorpsbestuur pas in actie kwam na een waarschuwing van het departementaal bestuur dat het kohier vóór 1 januari 1807 in orde moest zijn gemaakt. Conform de opdracht werden nu alle eigenaren van onroerend goed en alle tiendheffers onder de jurisdictie van Escharen in een register gebracht. Naderhand werden nog enkele mutaties opgetekend, zodat de beschreven situatie geldig mag worden geacht voor de periode ca. 1807 – ca 1810.

De lijst bevat veel interessante informatie over ontroerend goed in Escharen, waaronder twee nummers die van bijzondere interesse zijn, no. 40 en no. 55.

No. 55 zijn de eigendommen van Godefridus Jans:

  • “een Huys en verder getimmers gen: de bolt, voor 2/3, met 3/4 morgen Zompgrond”
  • “4 Hond biesagtig Weijland gelegen in eenen onverdeelden Kamp genaamt de Horst in het geheel groot 3 morgen belend Eenerzijds B: van de Wiegelaar en meer Erven eene Eynde de Rivier de Raam, en Verders de Gemeente”
  • “1/3 in eenen Kamp zompig wijland genaamt de Lagen waeijcamp, in het geheel groot”
  • “1/2 morgen belend, Eenerzyds Derk Prinss en meer Erven, Anderzyds B Van de Wiegelaar Eene Eynde de Rivier de Raam ander Eynde Mathijs Cuppen Escharen terug in de tijd pagina 19 4 een Parceel Heygrond groot 4 1/2 morgen gelegen aan de Legeheij belend, Eener­zeyds het Weversveld en verder de Gemeente”

No. 40 zijn eigendommen van de erfgenamen van Hendricus Theunisse van Raaij (de vader van Geertrudis van Raaij):

  • “eenen bouwhoff gelegen in de Lege­heij, met 4 1/2 morgen zoo bouw weij als Heijland belend Eener Zeyds de Wed: Jacob Jans en meer Erven en verder gemeene Wegen in de marge: Modo Godefridus Jans het huys met hoff en aangelegen bouwland groot 1/2 morgen, Reinier Reijnders c:s: eene morgen bouw en groesland, Jan van Raaij eene morgen bouw en Heyland, Johannes v:d: Broek 6 & 3/4 morgen bouw en een Kampke wyland groot 1/4 morgen, Hermanus van den bogaard c:s: eene morgen bouw en groesland”
  • “4 1/2 hond Weijland geleegen in Eenen onverdeelden Kamp, in het geheel groot 3 H: Morgen, gen: de Horst, belend EenerZeijds B: van de Wiegelaar en meer Erven, Eynde de Rivier de raam ander zeyds en eynde de Gemeente in de marge: Modo de Heer A:W: van Ham te Grave”

Deze beschrijving komt overeen en wordt bevestigd door de erfdeling die in 1807 plaatsvindt en die is terug te vinden in de index van het schepenprotocol van Escharen onder toegangsnummer en inventarisnummer 7040.522.
De kinderen en erfgenamen van Hendricus Theunissen van Raaij en Catharina Jacobs van den Heuvel in leven echtelieden, Jan van Raaij, Godefridus Jans weduwnaar van Geertruij van Raaij, Anthonet van Raaij en Johannes van den Broek echtelieden, Angenes van Raaij en Reinier Reinders echtelieden, Elisabeth van Raaij en Hermanus van den Bogaart echtelieden verdelen de volgende onroerende goederen: een huisje met aangelegen moeshof en bouwland in de Legeheij, groot samen ongeveer een halve morgen. Een perceel bouw- en groesland een Hollandse morgen groot. Een morgen bouw- en heiland, grenzend enerzijds Godefridus Jans en verder rondom de gemeene wegen. Drie vierde morgen bouwland en een kampke groesland ongeveer een tiende morgen tussen de gemeene straat en Godefridus Jans. Een stuk bouw- en groesland ongeveer een Hollandse morgen groot, grenzend enerzijds de gemeente en een eind Melchior en ander eind Rein Hendriks. Was getekend M. Poos klerk.

 

Piet van Willem van Peter van Hannes Schel uit Vinkel

 

Deze keer geen blog over Balgoy of Keent en ook niet over Geffen. Of eigenlijk toch wel een beetje, want Geffen en Vinkel zijn ongeveer hetzelfde als Balgoy en Keent. Naar aanleiding van de vorige blog “Pietje de Hoas en Thé den Hoan, namen om niet te vergeten”, die ging over namen en bijnamen in de vorige eeuw en daarvoor, kreeg ik al binnen een dag een reactie uit Geffen van Herman de Haas. Zoals ik in dat bericht al zei heb ik regelmatig nog even contact met deze Geffense mens, meestal via Facebook. Het WordPress bericht wordt ook altijd vermeld op Facebook, waar het dan wordt opgepikt en eventueel geliked. Soms ook, zoals deze keer, krijg je een reactie.

Pietje de Haas

Pietje de Haas uit de van Coothstraat in Geffen

Herman reageert op Facebook: “Pietje de Hoas, is geborre in Vinkel in de Neeikampen, as Piet van Willem van Hannes Schel, mar deh weten de mensen in Geffen wir nie, mar in Vinkel ist nou nog altijd: oo geh zet er inne van Piet van Willemke Schel.” Ik reageer meteen terug met “Mag ik dit stukske nog d’r bij schrijven? Makt ‘t wel af!”, waarna ik met kerende post een positief antwoord krijg en nog wat extra informatie: “Tuurlijk woarum nie, is ginne scheldnaam mar kumt van een oma af, Sara Schel.”

Natuurlijk geloof ik meteen dat wat Herman zegt klopt. Die bijnamen zitten zo diep geworteld in de families en hoewel onze generatie die bijnamen niet zo vaak meer gebruiken, zijn die door overlevering bewaard gebleven. Ik ben er inne van Jan van Piet de Corry en Herman is er inne van Piet van Willemke Schel!

Toch wil de wetenschapper in mij zoiets dan nog even checken, valideren. Dat kan in zo’n geval simpel met de websites van WieWasWie en BHIC. We typen op WieWasWie Petrus de Haas in en krijgen meer dan 1200 hits. Die vraag moet verfijnd worden. We gaan uitgebreid zoeken en voegen de plaatsnaam toe. Geffen levert geen bruikbare resultaten in de periode 1924-2000 op (Met Google al gevonden dat Piet de Haas op 25 december 2009 85 jaar oud werd en dus in 1924 geboren is), dus nieuwe poging gewaagd met Nuland. Vinkel was in de vorige eeuw opgesplits en hoorde deels bij Geffen, bij Nuland en bij Heesch. De combinatie met Nuland levert 10 resultaten, waaronder het bevolkingsregister vanaf 01-01-1917 met scan.

screenshot

screenshot.png

7340-0009.030

Detail van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934, pagina 29

Uit het bevolkingsregister blijkt dat het de Petrus (Piet) de Haas betreft die we zoeken, want de geboorteplaats is Nuland en de geboortedatum 25 december 1924. Verder is te zien dat Petrus in Wijk B (waarschijnlijk Vinkel) woont op nummer 57. Alleen worden geen ouders vermeld op deze pagina. Het volgnummer van Petrus is 21, dus er staan nog 20 vermeldingen op de pagina hiervoor (pagina 28). Herman vertelde dat hij er “inne was van Piet van Willemke Schel”, dus de naam van de vader van Petrus was Wilhelmus (Willemke). In WieWasWie wordt Petrus vervangen door Wilhelmus en we vinden opnieuw het Bevolkingsregister van 01-01-1917, maar dan een pagina eerder, pagina 28 in plaats van pagina 29.

screenshot.png

7340-0009.029.jpg

Pagina 28 van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934

Deze pagina vermeldt op volgnummer 1 het hoofd van het gezin van op B57 woont, nl. Wilhelmus de Haas, geboren 28-03-1867 in Nuland, weduwnaar van Antonia Bosch, die op 10-05-1918 getrouwd is met Gijsberdina van Lokven. Hij is dan 51 jaar. Petrus de Haas is hun zoon. Gijsberdina komt volgens het Bevolkingsregister uit Berlicum. Er van uitgaande dat Wilhelmus en Gijsberdina dan ook in Berlicum getrouwd zijn, is de huwelijksakte met behulp van WieWasWie gemakkelijk terug te vinden in het archief van de Burgerlijke Stand.

017-550-295-1918_014.jpg

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Berlicum 1918

Behalve het bruidspaar, worden in de akte ook de wederzijdse ouders genoemd. Wilhelmus de Haas was boerenarbeider en meerderjarige zoon van Peter de Haas en Theodora van den Bosch uit Nuland. De stamreeks van Herman de Haas telt nu al een viertal generaties, maar de naam van “oma” Sara Schel is nog niet gevonden. We zoeken nu het huwelijk van Peter de Haas en Theodora van den Bosch op WieWasWie op. Zij zijn op 17-09-1857 in Nuland getrouwd. Peter was de zoon van Johannes Cornelus de Haas en Sara Schel!

116-050-5501-1857_024

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Nuland 1857

stamreeks Piet de Haas

Korte stamreeks Piet de Haas 

Samengevat, kunnen we het volgende concluderen, nadat ik met behulp van de websites WieWasWie en BHIC enkele feiten heb opgezocht over de voorvaderen van Piet de Haas. Sara Schel was getrouwd met Johannes Cornelis (Hannes) de Haas en die kregen in 1825 een zoon Petrus (Peter) in Geffen. Dus Geffense mensen zouden ’t kunnen weten. Peter was de vader van Wilhelmus (Willemke) en dat was weer de vader van Pietje. Dus dat betekent dat Herman de Haas, Herman van Pietje van Willemke van Peter van Hannes Schel moet zijn. Een mooie bijnaam, diep geworteld in de Geffense en Vinkelse grond. Ik ben nog wel benieuwd naar waarom precies de naam van de vrouwelijke lijn als bijnaam werd aangenomen.

In memoriam Frans Berben 1924-2017

Op zaterdag 22 juli ontvingen de leden van Pagus Balgoye via de secretaris het droevige bericht dat het oudste lid van de vereniging, Frans Berben (92 jaar) was overleden.

Rouwkaart Frans Berben

Frans was een trouw en fanatiek lid van Pagus Balgoye. Hij genoot van de werkavonden, andere bijeenkomsten en excursies van de vereniging en was helemaal in zijn element als hij kon vertellen over de tijd dat hij jong was in Balgoy en in Keent. Toen Harrie Jans ook nog leefde, konden ze urenlang vertellen en herinneringen ophalen uit vroegere tijden en zij kenden nog veel van de oorspronkelijke Balgoyse mensen persoonlijk. Zij waren zelf echte Balgoyse mensen. Pagus Balgoye mag zich gelukkig prijzen met een opname uit 2007 op DVD van een gesprek dat ik had met Frans en Harrie over de maaskanalisatie, opgenomen door Adriaan Berben. Niet lang daarna in juli 2007 maakten een aantal leden van Pagus een rondwandeling door Keent en ook daar was Frans bij (zie foto hieronder).

DSCF4547 (1)

Harrie Jans en Frans Berben tijdens rondwandeling in Keent: waar stond toch die molen?

WO040914039

Franciscus Allegondus Gerardus (Frans) Berben werd geboren in Balgoy en was op twee na de jongste uit een gezin van twaalf kinderen. Zijn vader was Gradus Petrus (Grad) Berben, molenaar, geboren op 21-11-1889 te Balgoy, overleden op 10-01-1972 te Balgoy op 82-jarige leeftijd, zoon van Johannes Wilhelmus Berben en Johanna Arts. Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 12-10-1910 te Beers met Adriana Maria Willems, 23 jaar oud, geboren op 07-06-1887 te Beers, overleden op 28-01-1968 te Balgoy op 80-jarige leeftijd, dochter van Willem Willems en Maria Elisabeth Kocken. Meer gegevens over de stamboom van Frans zijn te vinden in de genealogie van Andreas Berben.

Het bidprentje ter herinnering aan Frans geeft een mooi beeld van zijn levensverhaal.

Tekst bidprentje Frans Berben

De verbinding van Balgoy met Keent: Van Molenweg naar Hoeveweg

Alweer meer dan 25 jaar woonachtig in Balgoy aan de Hoeveweg of “op de Hoeve”. Uitzoeken waar die naam vandaan komt en wanneer precies de naam “Hoeveweg” aan de straat werd gegeven staat nog op mijn to-do-lijstje, maar met die laatste verwijzing “op de Hoeve” lijkt het voor de hand dat “de Hoeve” al eerder bestond dan de Hoeveweg. Nadat ik pas geleden op een werkvond van Pagus Balgoye dit onderwerp besprak, kwam ’s avonds al een reactie van mijn buurman en medelid van Pagus Balgoye. Een e-mail met een plattegrond die dateerde uit 1866 (1).

Ontwerp ter verbetering der rivier de Maas onder Balgoij (1866)

In het Balgoy uit die tijd heette volgens deze plattegrond het land ten oosten van de Herreweg “de Lumtte” (nu bekend als de Luumpt) en tussen de Herreweg en Molenweg “de Hoeve”. De Molenweg is wat nu de Hoeveweg heet en deze Molenweg verbond Keent en Balgoy, die een hoge vrije heerlijkheid vormden en die te zamen een kerspel en een rechtsgebied uitmaakten (2). In deze bron wordt weliswaar gesproken over Molenstraat, maar dit moet een vergissing zijn. Op een kadastrale kaart uit ca. 1830 is dit nog duidelijker te zien (3). De Molenweg vormt de verbindingsweg tussen de dorpskernen van Keent en van Balgoy. De kern van Balgoy was in die tijd gesitueerd rondom de toenmalige kerk (nu de Oude Toren).

Detail kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Balgoij, Gelderland (MIN05015VK1)

De naam Molenweg was te danken aan de Molen die aan de Maasbandijk was gelegen net voordat de dorpskern Keent begon (4). Volgens de molendatabase was er al een molen op die plek in 1730 of zelfs eerder. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 staat dat het een windkorenmolen betrof. Een korenmolen van het type standerdmolen, in 1908 door brand verwoest, weer opgebouwd en na 1937 gesloopt, omdat door de maaskanalisatie de functie verloren was gegaan. De molen was in de 20e eeuw eigendom van Lambertus Broeren, die woonde op de toen genaamde Hoeveweg, nu genaamd oude Maasweg. Broeren maalde voor boeren uit Keent roggemeel wat gebruikt werd voor varkensvoer en uiteraard ook ander meel voor bakkers uit de omgeving. Zo ook voor de opa van Arno van Zwam, die met zijn grote gezin naast de molen en molenwiel woonde. Zijn woning (boerderij) bezat een bakhuisje en hij bakte daar voor Keent het brood af. Het geknede deeg werd in bussen door Broeren aangeleverd en de opa van Arno kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn (5).
Wie woonde er nog meer in de Hoeveweg in die tijd (6)? Misschien ook wel een interessante vraag voor de vele nieuwe bewoners van de straat. Een stukje geschiedenis van de plek waar je woont willen de meeste mensen wel weten. Hiervoor werd het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt periode (1924 – 1931) in het Regionaal Archief te Nijmegen geraadpleegd. Het bevolkingsregister bestaat uit 10-jarige tabellen met daarin de inwoners van de gemeente geregistreerd op huisnummer. Bovendien is opgetekend wanneer zij in de betreffende periode zijn gevestigd of wanneer zij zijn vertrokken. De onlogische begindatum (1924) wordt verklaard door het feit dat op 1 mei 1923 de gemeente Balgoy en Keent haar zelfstandigheid opgaf en werd gevoegd bij de gemeente Overasselt. Als huisnummer is de nummering aangehouden zoals die door de gemeente Overasselt werd ingevoerd in de zomer van 1928 (juli/augustus). De huisnummers zijn ingetekend op een landkaart van die periode. Deze kaart is weer als overlay gebruikt op een Google Earth luchtfoto met datering 2006.

Op C85 woonde molenaar Broeren

Op C86 Petrus de Bruijn, die enkele jaren later moest wijken voor de maaskanalisatie en naar de Herreweg verhuisde

Op C87 woonde Hend Stevens

Een stukje verderop aan de Maasbandijk woonde het gezin van Peter van den Boogaard

Op C90 woonde het gezin Adrianus Arts

C92 was schuin tegenover C90 en werd bewoond door Gerardus Walk


Op C94 woonde de familie Rossen; de foto is van achter het huis gemaakt, want links ervan is heel mooi de “nieuwe” kerk te zien

Op C96 was ook een kruidenierswinkeltje gevestigd in die tijd

 

Het huis op C100 werd in die tijd bewoond door 2 broers en een zus; later in 1955 werd het gekocht door mijn schoonouders en nu woon ik er

Er zijn natuurlijk heel veel feiten met betrekking tot de Hoeveweg die we op dit moment nog niet kennen. Gebeurtenissen, activiteiten, gebouwen en mensen die er geleefd en gewerkt hebben, bijvoorbeeld het veerpont dat tussen Keent en Balgoy voer na de maaskanalisatie en van de maaskanalisatie zelf?

 

Wanneer werd de naam Hoeveweg ingevoerd en was het niet meer Molenweg? De geschiedenis van het café, dat halverwege de dertiger jaren werd gebouwd tegenover de kerk. De kerk die in 1914 werd gebouwd; waarom op die plek? De geschiedenis van het postkantoor dat er nu niet meer is.
In de periode dat bovengenoemde mensen in de Hoeveweg woonden, in 1927 om precies te zijn, werd er ook een school gebouwd in de Hoeveweg (7). De reden van het bouwen van deze school en waarom op die plek, toentertijd halverwege de Hoeveweg (of Molenweg) is mij (nog) niet helemaal bekend. Wellicht was de lokatie zo gekozen, omdat ook de kinderen uit Keent naar die school gingen. Het jaartal 1927 is niet helemaal zeker, omdat op de website van “huis van de Nijmeegse geschiedenis” 1914 wordt genoemd (8). In 1964 werd de school gesloten en niet lang daarna afgebroken. De kinderen gingen naar de nieuwe Roncallischool aan de Boomsestraat. De lagere school aan de Hoeveweg is zeker ook een stukje Balgoyse geschiedenis waar nog meer over te vertellen en schrijven valt.

Bron:

  1. Uit 1866 daterende kaart uit archief Pagus Balgoye betreffende de maaskanalisatie.
  2. Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte (1982) – A.G. Schulte, bladz. 287
  3. Kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Balgoij, Gelderland (MIN05015VK1)
  4. http://www.molendatabase.org/ (nummer=3684)
  5. Arno van Zwam in: “de standerdmolen van Keent” van Jeroen Arts, Brabants Historisch Informatie Centrum
  6. “Wie woonde waar in Balgoy en Keent ten tijde van de maaskanalisatie” (2010) Piet van Erp, Werner Peters
  7. “75 jaar Kerkkroniek Balgoy” (1989) Wim Verhoeven
  8. Gemeente Balgoij en Keent