Australia hier….. Het verhaal van Hent Jansen en zijn bijnaam

Via mijn weblog over Balgoy en de Balgoyse minse krijg ik regelmatig vragen of informatie over Balgoy en zijn inwoners. Bovenstaand bericht prikkelde mijn belangstelling om verschillende redenen. Op de eerste plaats de bijnaam “de mof”, omdat ik die naam wel kende van Harry Jansen die jarenlang klarinet speelde bij harmonie Kunst en Vriendschap. Ik kende Harry Jansen eigenlijk alleen maar als Harry de mof, maar wist niet hoe hij aan die bijnaam was gekomen.

Federaal Muziekconcours Groenlo 1952 – eerste prijs in de ereafdeling harmonie.
Voor: Piet Dinnissen, Gerard Overman. Zittend: Wim Willems, Harrie Willems, Wim Verhoeven, burgemeester van Hugenpoth tot Aerdt, pastoor Aarts, Jan Verhoeven en Marte van Haren. Staande: Miem de Valk, Gerard Overman, Nol van Haren, Jan de Bruin, Jan van Haren, Harry Jansen, Koos Dinnissen, Ermert de Valk, Koos Wintjes, Jo Willems, The Berben, Harrie Jans, Jan Willems, Wim Berben en Jan Overman. Achteraan: Chris van Haren, Koos Hulsman, Jan Wintjes, Tinie van Haren, Gerard de Valk, Joske van Haren, Frans Berben, Toon van Haren, The van Beuningen, Jan Driessen en Bernard Groenen.

De tweede reden waarom ik het bericht interessant vond, was dat eind vorig jaar mijn vrouw Ans aangesproken werd in de kerk door mensen die ze in eerste instantie niet kende. De oudere man vertelde dat hij Piet Jansen heette en in Balgoy gewoond had. Na wat over en weer gepraat bleek deze man de broer te zijn van Harrie de mof. Ans kende Harrie ook, omdat ze zelf ook klarinet gespeeld heeft bij de harmonie. Uit het bericht hierboven blijkt dat de vader van Roel Jansen uit Brisbane Piet de mof is. De derde reden om wat dieper in de geschiedenis van de familie Jansen te duiken is de plek waar ze gewoond hebben in de Eindsestraat, een stukje Balgoy (eigenlijk Nederasselt) waar ik nog niet veel over heb verteld.

Hendricus (Hent) Jansen was een van de negen kinderen van Peter Jansen. Peter werd geboren op 1 Augustus 1856 in Overasselt en trouwde in 1887 met Regina van Raaij uit Nederasselt. In 1898 vertrok hij naar Duitsland met vrouw en 7 kinderen om werk te vinden in het industriegebied bij Dusseldorf (Hochdahl/Trills). Hij ging werken bij Mannesman, een toen net opgericht metaalindustrie-bedrijf dat zijn hoofdvestiging had in Düsseldorf. Een zoontje (Hendrikus), was al na 7 dagen overleden in Velp op 5 januari 1893. De negende baby is in Duitsland geboren (Regina) in 1902. Van de negen kinderen zijn er in totaal drie gestorven tijdens deze zware tijden. (Bron: Roel Jansen uit Brisbane Australie, kleinkind van Hent en Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900).

Deel van blad 58 van het Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900. Het gezin van Peter Jansen en Regina van Raaij woonden in Ewijk Dorp op nr 40. Ze woonden daar vanaf 9 mei 1896 en op 24 mei 1898 zijn ze vertrokken naar “Hochthal”.

Hent werd geboren in 1894 in Escharen en was dus 4 jaar oud toen het gezin vertrok naar Duitsland. Hoe het de familie daar is vergaan is mij niet precies bekend, maar Hent werd op jonge leeftijd ziek. De familie vermoedt dat hij last van maagzweren had, en hij werd door vader en moeder naar Nederland gestuurd om beter te worden. Hent ging toen wonen bij zijn oom, een broer van zijn moeder, Hendrikus van Raay, in Nederasselt.

Hent werd als achtste kind van het gezin geboren op 19 april 1894 in Escharen. (Bron: boek BS Escharen, Deel: 2396, Periode: 1894, Geboorteregister Escharen 1894)

Hendrikus van Raaij heeft het huis aan de Eindsestraat in 1922 gekocht (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 20) en daarna verbouwd. Volgens het bevolkingsregister 1924-1931 woonde in dat huis (B101) toen ook Hendricus Jansen. Daarvoor woonde Hendrikus van Raaij in Nederasselt Dorp op nr 61 en 53 en tot 1900 in ieder geval zonder Hendricus Jansen, maar ik mis nog gegevens van het bevolkingsregister Overasselt tussen 1900 en 1924 (niet digitaal gevonden). Volgens de familie is Hendricus in 1919 op 25-jarige leeftijd teruggekomen naar Nederland en bij Hendrikus van Raaij in gaan wonen. In Nederasselt leerde hij Elisabeth van Tilburg kennen waarmee hij op 8 Mei 1929 trouwde in Balgoy. Op 1 mei werd al getrouwd voor de wet in Overasselt.

Burgerlijke Stand Overasselt, Huwelijken 1929. Uit deze akte blijkt dat Peter Jansen nog steeds in Duisland woont en dat zijn vrouw Regina van Raaij is overleden.
Hendricus (Hent) Jansen en Elisabeth Mechtilda van Tilburg op hun trouwdag op 8 mei 1929.
Familiefoto bij het huwelijk van Hent Jansen en Elisabeth van Tilburg. De foto is genomen bij het ouderlijke huis van Elisabeth van Tilburg aan de Eindsestraat in Nederasselt.

De trouwfoto is gemaakt bij het ouderlijk huis van Elisabeth van Tilburg. De boerderij was van 1908 tot 1949 eigendom van Petrus van Tilburg (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 95). Na verkoop werd de boerderij, die stond op de hoek van de Eindsestraat en de Oude Graafscheweg, afgebroken en er werd een nieuw huis gebouwd dat sinds 1979 eigendom is van Jos van Beuningen (kadastraal Nederasselt, sectie C nummer 2269; nu sectie D nummer 21).

Eindsestraat 12 Nederasselt. Op de plek waar eerste helft vorige eeuw Petrus van Tilburg woonde.

Omdat Hent Jansen al vanaf jonge leeftijd in Duitsland had gewoond (3-25) en omdat er zeker drie mannen in Balgoy ook Hendricus (Hent) heette werd hij meestal door de mensen uit de omgeving Hent de mof genoemd. Ook zoon Piet herinnert zich als kind aangesproken te zijn als Piet van Hent de mof en zoals eerder al gezegd was zoon Harry bij de harmonie ook beter bekend als Harry (van Hent) de mof.

In een e-mail vertelt Roel Jansen: “Hendricus en Elisabeth kregen acht kinderen. Regina (Gina), Petrus Joseph (Piet), mijn vader, Hendricus Petrus (Harry), Maria Regina (Riet), Johannus Martinus (Jan), Elisabeth Helena (Lies), Johanna Hendrika (overleden op 3 jarige leeftijd in 1946), Wilhelmina Mechtilda (Willie). Ze woonden in de Eindsestraat B101. Daar woonden ze in een mooie boerderij (met een dak van stro, maar toen de overburen grote brand kregen is ook het huis van mijn opa helemaal afgebrand. Onverzekerd en met weinig geld hebben ze een klein huisje gebouwd op dezelfde plaats als het oude huis.”

De boerderij aan de Eindsestraat waar Hent Jansen met zijn gezin gewoond hebben tot het in 1950 afbrandde. Deze foto is van eind jaren veertig (Bron: Piet Jansen, Oss). Linksboven de huidige situatie met het klein huisje dat werd gebouwd na de brand.
Bericht in de Gelderlander van 11 april 1950.

Hent Jansen kocht de boerderij van Hendrikus van Raaij in 1941 (kadastraal Eindsestraat sectie C nummer 20, leggerartikel 1128 (13) naar 1685 (3). Hendrikus van Raaij blijft in het huis wonen tot zijn overlijden op 22 april 1944.

De dubbele brand die Roel noemt vond plaats op maandag 10 april 1950, Tweede Paasdag. De eerste brand brak uit in een boerderij op de hoek van de Maasbandijk en het Veerstraatje in Balgoy (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 165). In zeer korte tijd stond de boerderij van de gebroeders Hulsman (Piet, Koos en Jan) in vuur en vlam, mede door de sterke zuidwester storm. De ramp werd nog groter toen een tweede boerderij op zo’n 500 meter afstand, de boerderij van Hent Jansen aan de Eindsestraat, ook in brand vloog doordat de rieten kap vlam vatte door een vonkenregen. In de Gelderlander van 11 april 1950 staat geschreven dat door deze branden zeventien personen dakloos werden en bijna al hun bezittingen verloren gingen. Rikie, dochter van Jan Hulsman, vult nog aan dat die dag niet 17 maar 19 mensen dakloos werden en dat ze allemaal onderdak kregen in hun eigen dorp.

Restanten van het huis van de familie Hulsman aan de Maasbandijk. De foto met Rikie Hulsman is genomen in 1950 toen het huis op tweede paasdag afgebrand was en zij haar eerste verjaardag vierde bij Jan en Drieka Bours, hun buren van toen.

De kinderen van Hent Jansen waren heel actief in het Balgoyse verenigingsleven. Harmonie Kunst en Vriendschap is al genoemd in het begin van dit verhaal. Zoon Piet speelde trompet en Harry klarinet. Ook voetbalden Harry, Piet en Jan (doelman) in Balgoy. De geschiedenis van het Balgoyse voetbal begint in 1932. Eigenlijk al eerder kunnen we lezen in “Boterhammen met Spek! – 75 jaar voetbal op ’t Gelderse platteland” (jubileumboek vv Diosa 2007), want voor 1932 nam pastoor Aarts op zondag na het lof de jongens van ongeveer 14 to 17 jaar oud mee naar de speelplaats van de school aan de Hoeveweg om een partijtje te voetballen. Maar vanaf 1932 zien we de voetballers van BVV, de Balgoyse Voetbal Vereniging, spelen op weilanden in de Bremdenmeer en achter het cafe aan de Hoeveweg. In het begin is de voetbalclub lid van RK Voetbalbond Den Bosch. Na 1940 worden ze lid van de KNVB afdeling Nijmegen, maar dat leverde een onverwacht probleem op: er waren meerdere BVV’s. Er moest een nieuwe naam komen en er werd een prijsje uitgeloofd voor de origineelste naam. Jan Jansen bedacht de winnende naam: Diosa, Doelen Is Ons Streven Altijd.

Tenslotte nog een voetbalfoto met twee zonen van Hent Jansen. Staand van l-r Jo v Haren- Frans v Haren-Grad Heymans-Antoon v Haren-Wim Heymans-Huub van Haren. Zittend van l-r Theo v Haren -Arie Willems-Jan Jansen- Harrie Jansen-Leo Stevens. Elftal kampioen geworden in Alphen in 1957. De laatste keer van Diosa. Naam bedacht door deze keeper. Normaal deed Louis v Haren ook mee. Het veld is misschien op het veld bij de Hoeve. Dat veld is later iets naar achter gegaan. (Bron: Ruud van Haren)
Bidprentje Hendricus Jansen (Bron: collectie bidprentjes Heemkunde werkgroep Esters Heem Bid- en Gedachtenisprentjes uit Escharen | Esters Heem (bidprent-escharen.nl))

Hent Jansen overleed op 27 juli 1967 in het St. Canisiusziekenhuis te Nijmegen en ligt in Balgoy op het kerkhof begraven. In 1992 werd daar ook zijn vrouw Elisabeth van Tilburg begraven. Het huis werd in 1970 verkocht aan Adrianus Hoogstraten, tuinder uit Neerbosch en staat er nog steeds. Toen het huis verkocht werd woonde weduwe Elisabeth van Tilburg met haar twee dochters Regina en Wilhelmina er nog. De vijf andere kinderen waren allemaal uit huis volgens de gegevens van het kadaster.

Leggerartikel 1685 uit het kadaster Nederasselt, sectie C, perceelnr. 20.

De stamboom van Hendricus Jansen is te vinden op MyHeritage: Stamboom Hendricus Jansen – Balgoyse minse – MyHeritage.

Café annex koffiehuis JP van Haren bij de kerk in Balgoy rond 1900

Café annex koffiehuis JP van Haren rond 1900 (ingekleurde foto, bron: familie van Haren)

Sinds 16 januari 2012 heeft Balgoy geen café meer. Toen sloot namelijk het café tegenover de kerk van Teun en Sjan van Haren haar deuren permanent. Wat nu bijna tien jaar later een gegeven is, was tot dan toe ondenkbaar; sinds veel langer dan mensenheugenis hadden Balgoy en Keent een of meerdere café’s. Veel van deze café’s noemden zich ook koffiehuizen. Zo beschouwd hebben we nog wel een koffiehuis, Theetuin en Koffiehuis Balgoy “De Holtsehoek” van Ruud en Yvon van Haren.

De café’s, c.q. koffiehuizen hebben altijd een belangrijke functie gehad in het dorp, niet alleen sociaal maar ook als vergader- en verkooplocatie, bijvoorbeeld voor gemeente, verenigingen en notarissen. Dit gold ook voor de vroeg-19de-eeuwse hallenhuisboerderij met een dwars voorhuis met lage verdieping en omlijste ingang, die rond 1900 in het toenmalige centrum van Balgoy stond bij de kerk op de kruising van Molenweg, weg naar Heumen, Holtschenhoek en Wegelaar. Volgens het kadaster is de boerderij in 1825 gebouwd; tot die tijd stond het perceel, sectie A128, dat op naam stond van Jan van Eldonk, landbouwer te Balgoy, beschreven als tuin.

Enkele voorbeelden van advertenties in lokale kranten (De Gelderlander, Provincale Geldersche en Nijmeegsche courant) uit het begin van de vorige eeuw, die laten zien dat de dorpscafé’s o.a. een belangrijke rol hadden in de verkoop van onroerend goed.

Op 12 mei 1893 trouwt in de gemeente Balgoy en Keent Johannes Petrus van Haren met Lina Sengers, beiden afkomstig uit die gemeente. Johannes Petrus van Haren, geboren op 8 november 1862, is de enige zoon en nakomer van Jacobus van Haren en Theodora van Eldonk, die woonden op Florenstein (Wijk A, nr 30). Hij is ook de overgrootvader van Ruud van Haren.

Deel van de stamboom van Ruud van Haren, die hem verbindt met Johannes Petrus van Haren van koffiehuis JP van Haren
Trouwakte gemeente Balgoy en Keent uit 1893 van Johannes Petrus van Haren en Lina Sengers

Op dezelfde dag dat Johannes Petrus van Haren en Lina Sengers trouwden werden ze ook ingeschreven in het bevolkingsregister van Balgoy op adres Wijk A, nr A22, de hierboven genoemde genoemde boerderij die ook koffiehuis was. In het bevolkingsregister is ook te lezen dat het beroep van Johannes Petrus van Haren herbergier was (en landbouwer en later polderontvanger). Er werden vier kinderen geboren, Jacobus Petrus (Koos) in 1894, Johannes Theodorus (Jan) in 1895, Petrus Marinus (Piet) in 1897 en Theodora Gertruda (Doortje) in 1898.

Bevolkingsregister Balgoy 1890-1923, Wijk A nr 22
vlnr. Piet, Doortje, Jan en Koos van Haren voor café van Haren omstreeks 1904 (Bron: familie van Haren)

In de periode dat Johannes Petrus van Haren hoofdbewoner is blijft hij de landbouw combineren met de horeca. Dit valt op te maken uit de advertenties en berichten die in de lokale kranten verschijnen over veilen en verkopen van ontroerende goederen en wordt ook geïllustreerd door onderstaande foto, die omstreeks 1930 is gemaakt.

Kaartje leggen bij café van Haren: vlnr. Piet van Haren, Nad Boers, Hendriks, Spann en Koos van Haren. Deze (ingekleurde) foto is omstreeks 1930 gemaakt (Bron: familie van Haren)

In 1913 overlijdt Johannes Petrus van Haren. Daarom is in het kadaster legger artikel (Balgoy, BGY00 Artikel 850), dat o.a. perceelnummer A664 (huis en erf) bevat, de naam van Johannes Petrus van Haren doorgestreept in het dienstjaar 1915 en zijn de weduwe Lina Sengers en de zonen Jacobus Petrus, Johannes Theodorus en Petrus Marinus als eigenaars genoemd. In dienstjaar 1931 vindt scheiding plaats. Dit zal te maken hebben met het huwelijk van Johannes Theodorus met Geertruida Wilhelmina Kistemaker op 27 mei 1930. In dienstjaar 1931 wordt kadastraal legger artikel 850 aangepast en omgezet naar 1250, waarbij Johannes Theodorus alleen eigenaar wordt. De bestemming van koffiehuis of café wordt dan niet meer genoemd.

Kadaster Legger Artikel 850 BGY00 (Balgoy) Reeks 1

Het gezin van Johannes Theodorus (Jan) van Haren en Geertruida Wilhelmina (Truus) Kistemaker woont dan op de boerderij, die nadat gemeente Balgoy gemeente Overasselt is geworden in 1923 niet meer Wijk A nr 22 of 24 is, maar Wijk C nr 24 en daarna nr 21.

Het gezin van Haren – Kistemaker: vlnr. Paula, Jan, Jan Jr., Wilma, Truus, Antoon, Annie en Theo (ingekleurde foto, bron: familie van Haren)

In 1962, als zoon Theo (Theodoor Bernardus Jacobus) trouwt met Annie (Anna Hermina Gerda) van Haren uit Ewijk, blijven ze in de boerderij wonen tot ze in 1980 verhuizen naar een nieuwe boerderij op de Luumpt in Balgoy. Truus blijft tot haar overlijden in 1983 op de boerderij, die de familie daarna verkoopt.

Deel van Legger Artikel BGY00 1513 waarin vermeld wordt dat de boerderij (sectie A nr 664) in dienstjaar 1963 wordt overgenomen door Theo en in 1985 wordt verkocht.
Vooraanzicht van de boerderij in maart 1976 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Zijaanzicht van de boerderij in maart 1976 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Ingevoegd rechtsonder de boerderij in november 2020 (bron: Google Maps)

Het Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent

Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent
Sticker op de voorkant van het boek: “Thijns-boek van D. Paringet, 1703”

De afgelopen weken mocht ik genieten van een belangrijk stuk historisch en cultureel erfgoed; een handgeschreven Balgoys en Keents boekwerk uit het begin van de 18e eeuw. Het is het belastingregister van de ambachtsheer van Balgoy en Keent en bevat informatie over de tijnsen (tienden) en erfpachten die jaarlijks op St. Lambertusdag aan hem verschuldigd waren.

Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, overleden in 1707 (bron: dit thijnsboek)

Het register is samengesteld door Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, in 1703, aan de hand van en volgend op oudere registers en bijgehouden door hem en zijn opvolgers tot ca. 1860. Paringet was niet alleen rigter en secretaris van Balgoy. Diederik Paringet werd op 12 augustus 1657 in Ravenstein Nederduits gereformeerd gedoopt als het eerste kind en de eerste zoon van het echtpaar Robbert Paringet en Margareta Richters. Hij heeft zeker een goede scholing gehad, met name in het Latijn, maar geen universitaire opleiding. Deze informatie komt uit een verhaal van de website van het BHIC. Vanaf juli 1677 was hij notaris in ’s-Gravenhage en vanaf 8 september 1678 oefende hij dat ambt uit in Grave. Hij trad er ook op als advocaat en procureur. Op 23 december 1692 werd Paringet benoemd tot rentmeester van de stad Grave, een functie die hij combineerde met zijn andere taken, waaronder dus ook rigter en secretaris van Balgoy. Wederom blijkt hieruit dat Balgoy en Keent, die aan de Gelderse kant van de Maas lagen, meer georiënteerd waren op Brabant, dan op Gelderland.

Een handgeschreven manuscript uit 1701 van Diederik Paringet over de stad Grave en het Land van Cuijk werd in 1752 in drukvorm uitgegeven (Bron: BHIC)

Paringet heeft zeer veel documenten voor het nageslacht vastgelegd, waarvan velen over de geschiedenis van Grave en het Land van Cuijk gingen; verschillende ervan zijn sindsdien spoorloos zoekgeraakt. Ook de locatie van dit thijnsboek was onbekend, totdat het opdook bij een antiquariaat in Haarlem. Ruud van Haren wist het boek in handen te krijgen en de bedoeling is nu om het complete boek te vertalen en te digitaliseren. Diederik Paringet overleed in functie; op 21 november 1707 werd hij in de Sint Elisabethkerk te Grave begraven.

Van ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent wordt de ligging in 1703 door Paringet omschreven en wordt het jaarlijks ontvangen bedrag genoteerd met de naam van de eigenaar/tijnsplichtige. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw. Nagenoeg alle tijnsen zijn dan afgekocht, wat feitelijk het einde betekent van een belangrijk Balgoys en Keents tijdperk. Over ca. anderhalve eeuw kan het grondbezit worden nagegaan, zowel door vererving als door verkoop. Het mooie is ook dat bij bijna alle percelen in de periode 1820-1840 het nieuw ingevoerde kadasternummer wordt vermeld, waardoor de registratie naadloos aansluit op het nieuwe registratiesysteem in Nederland dat tot nu toe gebruikt wordt. Dit maakt het boekwerk uniek.

Het thijnsboek bevat ook een beknopt overzicht van historische gebeurtenissen in Balgoy en Keent in de 12e-17e eeuw.

Het boekwerk bevat verder nog een aantal beschrijvingen en jaartallen van gebeurtenissen in de regio, die overgenomen zijn uit “de inleiding tot de Historie van Gelderland” door W.A. van Spaan uit 1805. Ook staat er een lijst in van heren en vrouwen van Balgoy, van rigteren en van secretarissen. Er is ook nog een tijnsreglement in opgenomen. De jaarlijkse tijnsbedragen worden in 1703 nog aangegeven met een aantal hoenen (later 5 stuivers voor een hoen), capoenen (10 stuivers) of eieren ( 2 duiten). Dit thijnsboek is daarom een uniek boekwerk met gedetailleerde historische informatie over de regio, maar ook topografische informatie. Voor genealogisch onderzoek in dit gebied (Balgoy en Keent) in de periode 1700 – 1850 is dit een belangrijke unieke bron.

Met deze pagina in het boek begint de registratie van de ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent waarover tijns is verschuldigd aan de Vrijheeren van Balgoy en Keent

Een voorbeeld van de tijnsregistratie is folio 21. Van het perceel wordt de ligging in 1703 omschreven en wordt het jaarlijks te ontvangen bedrag genoteerd: “Deselve Vol. 11.9 uijt de helft van de vierde hoeve, oost de hoogveltse straat west de maas suijd en noord een merghen zestien en 1/2 duijt 4 3/4 eij”.

Voorbeeld van tijnsregistratie uit 1703.

In de meeste gevallen wordt ook de naam van de eigenaar/tijnsplichtige vermeld. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw, toen de meeste tijnsen werden afgekocht.

Eigendomsovergangen werden bijgehouden tot in het midden van de 19e eeuw; uiteindelijk het eigendom door aankoop over aan Albertus van Laatum, tuinman te Balgoy.

Over anderhalve eeuw valt het grondbezit op deze wijze na te gaan, zowel door vererving als door verkoop. Bij veel van de percelen is ook rond 1830 het nieuw ingevoerde kadasternummer vermeld. In dit geval Sectie A, nummers 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161 en 168. Met de combinatie van beschrijving en het minuutplan van de kadastrale kaart 1811-1832, sectie A, blad 2 is de locatie van het betreffende perceel gemakkelijk te vinden.

Kadastrale kaart 1811-1832: detail van minuutplan Balgoy, sectie A, blad 02 (MIN05015A02)
Met behulp van de Oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) Balgoy, sectie A, blad 010 (OAT05015A010) is ook de toenmalige eigenaar te traceren, in dit geval Maria van Florenstein
Manus de Valk

Met de kadastergegevens kunnen we het grondbezit nagaan tot ca. 1950. In leggerartikel 731 wordt Albertus Johannes van Laatum nog genoemd en in dienstjaar (dj) 1898 wordt het huis vervangen en opnieuw “gesticht”. Het kadasternummer verandert van A159, naar A592 en als van Laatum het huis verkoopt in dj 1912 heeft het kadastraal nummer A705 gekregen. Het huis werd verkocht aan schipper Hermanus (Manus) de Valk. Het verhaal van Manus de Valk, getrouwd met Maria van Geffen, die zich omstreeks kerstmis 1910 vestigde in Balgoy werd al eerder verteld in deze blog. Dat hij een huis kocht van een zekere Van Lathum in Balgoy, in het bevolkingsregister genummerd C38; later Veldsestraat genoemd kunnen we nu bevestigen. Zoon Ermert nam het winkelboerderijtje over begin jaren veertig en hij ventte met brood en kruidenierswaar. Tot in de zestiger jaren gingen er schoolkinderen snoep kopen voor een stuiver of een dubbeltje. Toen op 1 januari 1969 de BTW werd ingevoerd, besloot Ermert de winkel te sluiten. Op de voorgevel van de woning stond het jaartal 1747 vermeld. In het thijnsboek (Folio 21, no. 13) staat vermeld dat Paulus en Jacomijna Arts op 10 mei 1740 het daarin vermelde perceel overgenomen hebben. De kans is groot dat zij het boerderijtje destijds hebben gebouwd. Met de informatie uit het Thijnsboek der vrije heerlijckheyt Balgoy en Keent kunnen we nu anderhalve eeuw verder terug in de tijd op zoek naar bewoners en hun eigendommen in Balgoy en Keent.

Het winkelboerderijtje van Ermert de Valk.

Heeroom pater Libertus Jans (1875 – 1948)

trouwfoto tante Lies 1944

Trouwfoto van Marinus van Thiel uit Schayk en Lies Jans uit Balgoy. Lies was de dochter van Piet Jans en Hanna Kersten (zittend links van het bruidspaar), die op de boerderij in de Torenstraat te Balgoy woonden, de boerderij waar nu kleinzoon Frans woont. Rechts van het bruidspaar zit heeroom Libertus Jans.

De wortels van de familie Jans liggen in het Brabantse Mill en Escharen. Hieronder is duidelijk te zien hoe in de 19e en begin 20e eeuw de familie Jans verbonden was met Escharen. Met name Godefridus Jans, die schepen was in Escharen heeft een belangrijke rol gespeeld in het Brabantse dorp.Jans Escharen

Hierdoor is er ook regelmatig contact met mensen van EstersHeem, de heemkundekring in Escharen. In 2012 vierde de Stichting Esterse Minipers Escharen haar 40-jarig bestaan. Naar aanleiding hiervan was er een fototentoonstelling in het Dorpshuus. De belangstelling vanuit de Escharense bevolking was groot. Voor enkele enthousiaste dorpelingen was dit een aanzet om een nieuwe Escharense Heemkundekring op te zetten, “Esters Heem” genaamd. De ontvangen foto’s werden benoemd, gerangschikt en gearchiveerd en aan de verzameling toegevoegd.

Afgelopen week werd ik opnieuw benaderd door EstersHeem en het onderwerp was ook deze keer de familie Jans. Een van de mensen van de heemkundekring is de geschiedenis van Pater Libertus Jans (1875-1948) aan het opschrijven. Aanleiding was een mooi oud herinneringsprentje van zijn priesterwijding in december 1902.

De vraag van de heemkundekring was of ik een foto had van pater Libertus. Veel gegevens van hem hebben ze inmiddels bij elkaar gezet, maar ze missen nog een foto/afbeelding van hem.

Ik wil echter beginnen met de gegevens die ik zelf heb verzameld over pater Libertus Jans, wiens doopnamen bij geboorte Antonius Gijsbertus Hermanus waren. Zijn ouders waren Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt en hij was een broer van Piet Jans, de vader van Harrie Jans en de grootvader van mijn echtgenote Ans (zie de stamboom hierboven). Joannes Jans en Gijsberta Hermina van der Burgt trouwen in 1866 en kregen dertien kinderen. In 1874 wordt Antonius Gijsbertus Hermanus Jans geboren als zesde kind van het gezin, maar het overlijdt al in januari 1875.

054-0050-2421-1875_005

Gemeente Escharen, overlijdensakte van Antonius Gijsbertus Hermanus Jans “in den ouderdom van drie maanden”.

Photo5000406Op 6 december van datzelfde jaar krijgen Joannes en Gijsberta weer een zoon, die ze dezelfde naam geven als hun in januari overleden zoon, Antonius Gijsbertus Hermanus. Als Antonius 19 jaar oud is op 3 oktober 1895, treedt hij in de orde der Minderbroeders-Capucijnen in Babberich en een jaar later wordt hij geprofest. In 1902 wordt hij priester gewijd (zie het herinneringsprentje). “Na meermalen de bediening van Novicenmeester, Definitor en Gardiaan vervuld te hebben, voorzien van de H. H. Sacramenten der stervenden”, is Antonius overleden te Handel op 5 maart 1948.

IMG_0049

Pater Libertus Jans

Maar hoe zag pater Libertus er nu uit? Gelukkig heb ik een foto van het huwelijk van de zus van Harrie Jans, Lies met Marinus van Thiel in 1944. De foto komt uit een fotoalbum van Harrie Jans. Op die foto (zie bovenaan dit bericht) zit rechts naast het bruidspaar een geestelijke. Navraag bij de familie van Thiel leverde geen aanknopingspunten op die de pater op de trouwfoto verbond met die familie, dus ik ben overtuigd dat dit pater Libertus Jans is op 69-jarige leeftijd.

In de fotoverzameling van Harrie Jans zaten verder een tweetal foto’s, waarvan dochter Ans weet dat hij de pater die op die foto’s te zien is heeroom noemde. Hoewel de pater op die foto’s een stuk jonger is, is er zeker een gelijkenis met de pater op de trouwfoto en ik ben vrijwel zeker dat dit pater Libertus is op jongere leeftijd. Op de achterkant van de foto staat met de hand geschreven Janssen, Balagoye ± 80 stuks.

IMG_0051

Soms zit het mee en soms zit het tegen

BHIC (Brabants Historisch informatiecentrum) in de Citadel van ‘s-Hertogenbosch (Bron: BHIC op Wikipedea)

Onderzoek doen naar de geschiedenis van je familie of je leefomgeving is een fantastische hobby. Elke keer vind je weer verrassende informatie over mensen en de tijd waarin ze leefden. Er is zoveel bewaard gebleven over onze geschiedenis en er zijn heel veel bronnen waarin je kunt zoeken, in een archief en ook thuis achter je pc. Omdat veel Balgoyse mensen roots hebben in het Brabantse is een bezoek aan het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in de Citadel van Den Bosch onontkoombaar, maar ook zeer de moeite waard. Blijf je liever thuis, dan kun je in de digitale studiezaal van het BHIC informatie vinden in bijna 40 kilometer archieven en collecties. Je krijgt hulp bij onderzoek, kunt vragen stellen aan een archivaris via chat en ontmoet andere onderzoekers op het forum.

screenshot.png

BHIC Bronnen die je thuis kunt raadplegen

Toch kun je soms pech hebben. Dat overkwam mij met mijn speurtocht naar de voorouders van mijn vrouw Ans Jans, Godefridus Jans en Geertrudis van Raaij uit Escharen en hun verwanten. Informatie over het huwelijk van Godefridus en Geertrudis was niet te vinden. Omdat beiden uit Escharen kwamen, moet het huwelijk bijna zeker in de kerk van Escharen gesloten zijn. Zoeken in de Doop, Trouw en Begraafboeken van omringende plaatsen leverde ook niets op. Dan maar een vraag op het BHIC forum geplaatst. Nog diezelfde avond, was er al een reactie. De Doop, Trouw en Begraafboeken van Escharen van eind 18e eeuw blijken niet compleet te zijn en o.a. het R.K. trouwen Escharen 1788-1800 ontbreekt in het archief.

Soms heb je ook een meevaller. In het archief van het dorp Escharen wordt onder nummer 67 een lijst van eigenaren van onroerend goed bewaard (Bron: Escharen rond 1800: een boeren-gemeenschap, uitgave in het kader van de finan­ciële actie “Werk aan de kerk” onder auspiciën van het kerkbestuur van de Lambertuskerk in Escharen). Deze lijst werd begin 18e eeuw aangelegd voor belastingdoeleinden, en wel in het kader van nieuwe wetgeving op het (al bestaande) zegelrecht. Alle transportak­ten van onroerend goed, alle uitgiften van bezittingen in erfpacht, elke verkoop of ver­vreemding van erf pachtbrieven, alle renten, tienden en huren en alle verhuringen en ver­pachtingen voor een termijn van 25 jaar of langer op gezegeld papier moesten worden geschreven. Het tarief was progressief: hoe duurder het goed, des te duurder het zegel. Om de heffing van dit recht te kunnen verzekeren, diende de uitgangssituatie te worden vastgelegd: alle bewaarders van registers van vast goed moesten hun bestanden moesten actualiseren. Voor Escharen berustte deze verplichting bij het dorpsbestuur.
Al te willig waren de regeerders van Escharen niet, zo min overigens als vele anderen in den lande. Het opschrift van het Escharense kohier meldt dat het dorpsbestuur pas in actie kwam na een waarschuwing van het departementaal bestuur dat het kohier vóór 1 januari 1807 in orde moest zijn gemaakt. Conform de opdracht werden nu alle eigenaren van onroerend goed en alle tiendheffers onder de jurisdictie van Escharen in een register gebracht. Naderhand werden nog enkele mutaties opgetekend, zodat de beschreven situatie geldig mag worden geacht voor de periode ca. 1807 – ca 1810.

De lijst bevat veel interessante informatie over ontroerend goed in Escharen, waaronder twee nummers die van bijzondere interesse zijn, no. 40 en no. 55.

No. 55 zijn de eigendommen van Godefridus Jans:

  • “een Huys en verder getimmers gen: de bolt, voor 2/3, met 3/4 morgen Zompgrond”
  • “4 Hond biesagtig Weijland gelegen in eenen onverdeelden Kamp genaamt de Horst in het geheel groot 3 morgen belend Eenerzijds B: van de Wiegelaar en meer Erven eene Eynde de Rivier de Raam, en Verders de Gemeente”
  • “1/3 in eenen Kamp zompig wijland genaamt de Lagen waeijcamp, in het geheel groot”
  • “1/2 morgen belend, Eenerzyds Derk Prinss en meer Erven, Anderzyds B Van de Wiegelaar Eene Eynde de Rivier de Raam ander Eynde Mathijs Cuppen Escharen terug in de tijd pagina 19 4 een Parceel Heygrond groot 4 1/2 morgen gelegen aan de Legeheij belend, Eener­zeyds het Weversveld en verder de Gemeente”

No. 40 zijn eigendommen van de erfgenamen van Hendricus Theunisse van Raaij (de vader van Geertrudis van Raaij):

  • “eenen bouwhoff gelegen in de Lege­heij, met 4 1/2 morgen zoo bouw weij als Heijland belend Eener Zeyds de Wed: Jacob Jans en meer Erven en verder gemeene Wegen in de marge: Modo Godefridus Jans het huys met hoff en aangelegen bouwland groot 1/2 morgen, Reinier Reijnders c:s: eene morgen bouw en groesland, Jan van Raaij eene morgen bouw en Heyland, Johannes v:d: Broek 6 & 3/4 morgen bouw en een Kampke wyland groot 1/4 morgen, Hermanus van den bogaard c:s: eene morgen bouw en groesland”
  • “4 1/2 hond Weijland geleegen in Eenen onverdeelden Kamp, in het geheel groot 3 H: Morgen, gen: de Horst, belend EenerZeijds B: van de Wiegelaar en meer Erven, Eynde de Rivier de raam ander zeyds en eynde de Gemeente in de marge: Modo de Heer A:W: van Ham te Grave”

Deze beschrijving komt overeen en wordt bevestigd door de erfdeling die in 1807 plaatsvindt en die is terug te vinden in de index van het schepenprotocol van Escharen onder toegangsnummer en inventarisnummer 7040.522.
De kinderen en erfgenamen van Hendricus Theunissen van Raaij en Catharina Jacobs van den Heuvel in leven echtelieden, Jan van Raaij, Godefridus Jans weduwnaar van Geertruij van Raaij, Anthonet van Raaij en Johannes van den Broek echtelieden, Angenes van Raaij en Reinier Reinders echtelieden, Elisabeth van Raaij en Hermanus van den Bogaart echtelieden verdelen de volgende onroerende goederen: een huisje met aangelegen moeshof en bouwland in de Legeheij, groot samen ongeveer een halve morgen. Een perceel bouw- en groesland een Hollandse morgen groot. Een morgen bouw- en heiland, grenzend enerzijds Godefridus Jans en verder rondom de gemeene wegen. Drie vierde morgen bouwland en een kampke groesland ongeveer een tiende morgen tussen de gemeene straat en Godefridus Jans. Een stuk bouw- en groesland ongeveer een Hollandse morgen groot, grenzend enerzijds de gemeente en een eind Melchior en ander eind Rein Hendriks. Was getekend M. Poos klerk.