Geschiedenis van de andere kant van Balgoy

Kleinkinderen Casper 6 jaar (links) en Thomas 8 jaar op de veerpontsteen in Keent.

De titel van deze blog zijn woorden van mijn 6 jarige kleinzoon Casper toen ik zei dat ik wel een verhaaltje schrijven wilde over onze wandeling door Keent. Het was vandaag 12 augustus dat Thomas en Casper de derde etappe liepen, samen met opa en oma, van de avond4daagse 2021. Na Wijchen en Grave was nu Keent aan de beurt (de laatste dag is gereserveerd voor Balgoy). Ik mocht het doel van de derde dag kiezen en had uitgelegd dat vroeger Balgoy en Keent bij elkaar hoorden en samen een gemeente waren. Verder had ik verteld dat er in Keent een molen had gestaan en dat die er was geweest voor de Keentse en Balgoyse mensen. Toen de Maas eind jaren dertig van de vorige eeuw werd gekanaliseerd en precies tussen Balgoy en Keent kwam te liggen, betekende dat het einde van de molen. Op 6 augustus werd een nieuw informatiebord onthuld en dat wilde ik graag zien.

Er lopen kuddes met runderen rond in het natuurgebied bij Keent.
En ook grote groepen wilde paarden.

De laatste decennia is de oude rivierbedding van de Maas weer voor een deel uitgegraven en aangesloten op de rivier. Daarmee is een verlaging van de waterstand op de Maas gerealiseerd. Dit vergroot de veiligheid voor bewoners achter de dijken. Tegelijkertijd is een mooi natuurgebied ontstaan. Om het gebied open te houden, zodat maximaal water kan worden opgevangen bij hoogwater, lopen er op Keent kuddes rond van grote grazers, paarden en runderen, die het gebied open houden door het grazen. De kerktoren van Balgoy aan de overkant van de rivier is goed te zien. De postbode vertelde aan Thomas en Casper dat het wel een mooi natuurgebied is geworden in Keent, maar dat hij het niet meer zo druk heeft, omdat er nog maar zo’n vijftien huizen staan.

Op de achtergrond de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

Behalve de hele mooie natuur mag een stukje historie natuurlijk niet ontbreken. Het verhaal van de kapel van Keent en het verhaal over de Keentse kermis en café Kersten.

Het infobord over de Sint Antoniuskapel in Keent.
Onderweg passeren we ook het voormalige café Kersten.

En natuurlijk zijn we de dijk opgelopen en hebben we het infobord over de Keentse molen bekeken.

Op weg naar het nieuwe infobord over de molen.
Doel van de derde etappe van de avond4daagse 2021: het infobord over molen “De Hoop”.

Infobord op plek waar molen “de Hoop” in Keent heeft gestaan

infobord over molen “de Hoop” in Keent (Bron: Henk Buijks)

Afgelopen vrijdag 6 augustus werd in Keent een infobord geplaatst op de plek waar tot 1938 molen “de Hoop” stond. Een belangrijke plek, niet alleen voor de inwoners van Keent, maar ook voor de Balgoyse mensen, want de molen maalde voor de boeren uit Keent en Balgoy. Balgoy en Keent waren, tot de maaskanalisatie eind jaren dertig een feit was, fysiek met elkaar verbonden en vormden tot 1923 zelfs een gemeente, de gemeente Balgoy en Keent. Het is belangrijk om de verbinding tussen de twee kernen te koesteren en de verhalen uit die tijd te bewaren, want veel families hebben op deze plek geleefd en gewerkt. Keentse en Balgoyse families zijn met elkaar verweven en velen zijn na de maaskanalisatie uiteindelijk in Balgoy gaan wonen. De Molenweg verbond Keent en Balgoy (nu de Oude Maasweg in Keent en de Hoeveweg in Balgoy met de Maas ertussen).

Links Harrie Jans (overleden in 2011) en rechts Frans Berben (overleden in 2017) in Keent: waar stond toch die molen? Twee “echte” Balgoyse mensen wijzen naar de plek waar de molen heeft gestaan tijdens een rondwandeling in Keent in 2007 van heemkundekring Pagus Balgoye (Bron: Piet van Erp)

Balgoy en Keent waren al vanaf de middeleeuwen verbonden met elkaar, ingesloten aan een kant door de Maas en aan de andere kant door een moerasgebied. Sinds die tijd vormden Balgoy en Keent één heerlijkheid. Ooit was die in handen van het kapittel van Sint-Jan in Utrecht. Of de middeleeuwse kapittelheren de dorpen ook aan een molen hebben geholpen, weten we niet zeker. De aller vroegste vermelding van een molen in Keent en Balgoy is een regest van de stad Arnhem dat dateert uit 1550 en waarin staat dat de molen toebehoorde aan de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy (Gelders archief, 2003 ORA Arnhem, Inventarisnummer 394).

Transcriptie: Wij, burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem, tuigen met deze open brief dat voor ons in onze tegenwoordigheid in schependom verschenen zijn Derick Putman en Beell, zijn echte huisvrouw, en hebben beloofd Johan Henrickss van Goch, wonende te goy, schadeloos te houden als van alzulke borgtocht als Johan voorzegd gedaan heeft voor Otto Janss van de windmolen, gelegen te Kendt, toebehorende de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy, alles naar vermogen en inhoud der voorwaarden van dezelve molen met alle puncten en articulen, bij de kaarse uitgelezen, waarvoor Derick Putman en Bele e.l. ter rechter waarschap gesteld en gezet hebben en mits dezen stellen en zetten hun huis en hofstede, waarin zij nu ter tijd wonen, gelegen in de Ketelstraat tussen huis en hofstede van Ffranss Hoeffsmyt op de ene zijde en huis en hofstede van Derick Pouwelss op de andere zijde; [enz.]; 

Rond 1630 werd de molen afgebeeld door Willem Janszoon Blaeu op een kaart van het rivierengebied: als een standerdmolen. Op het infobord kunnen we lezen dat die in 1639 eigendom was van Jan Adriaenszoon Mulder en Jaerxken Hermansdochter. Blijkens zijn achternaam zal Jan ook wel de molenaar zijn geweest. En in 1715 waren Henrick Heijnen en Johanna Richters de eigenaars van de “wintmolen met annexe huijs, hof en boomgaerd, groot ongeveer een en halven mergen”. 

Detail kaart van het rivierengebied met molen in Keent, Blaeu ca. 1630 (Bron: infobord molen Keent – Henk Buijks)

Op het infobord is verder te lezen dat ook in de 19e eeuw  de molen volop in bedrijf was. Balgoy had daar belang bij, dus werd in 1852 de weg naar de molen verhoogd voor een optimale bereikbaarheid. Overigens was in die tijd Keent groter dan Balgoy: in 1840 telde Keent 40 huizen met 235 inwoners en Balgoy slechts 29 met 171 inwoners.  

In september 1867 gebeurde er een bizar ongeluk in de Keentse molen. Vóór dag en dauw waren twee jonge vrouwen op weg om koeien te melken. Bij de molen zagen zij een kruiwagen staan. Die wilden ze verstoppen. Raar idee? Niet als het kort voor Keentse kermis is. In een aantal (landelijke) kranten van toen werd beschreven wat er toen gebeurd is, bijvoorbeeld de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 16 september 1867:

De Nieuwe Rotterdamsche Courant 16 september 1867

Het jonge meisje dat verongelukt is, was naar alle waarschijnlijkheid de 28-jarige Theodora Maria Peters, dochter van Peter Peters en Gijsberdina Willems, die op 13 september 1867 overleed om 5 uur ’s morgens (Overlijdensakte BS van de gemeente Balgoy en Keent).

Burgerlijke Stand Balgoy en Keent 1867

Na een brand in 1908 werd de molen weer opgeknapt. Nadien was Lambertus Broeren molenaar. In de tijd dat Broeren molenaar was, werd de straatnaam Molenweg veranderd in Hoeveweg; aan de Balgoyse kant van de Maas is de straatnaam tot aan de kerk nog steeds Hoeveweg. Voor boeren in Keent maalde Broeren roggemeel dat werd gebruikt als varkensvoer. En bakkers in de omgeving namen zijn tarwemeel af. Arno van Zwam vertelt op de website van het BHIC dat zijn opa Jan van Zwam met zijn grote gezin naast de molen van Broeren en de molenwiel woonde. De boerderij van opa bezat een bakhuisje; hij bakte daar voor de kern Keent en iets verder het brood af zoals nu in de supermarkt gebeurd. Het geknede deeg werd in bussen door de boer aangeleverd en opa kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn.

Een oude foto van de houten standerdmolen die vroeger in Keent stond, aan een wiel bij de Uiterdijk, vlakbij bij de huidige Oude Maasweg (Bron: BHIC – foto eigen bezit Jeroen Arts)

De maaskanalisatie maakte een eind aan de nauwe relatie tussen Balgoy en Keent, maar ook aan de bestaansmogelijkheid van een molenaar in Keent. Op 24 november 1938 werd de molen publiek bij inschrijving verkocht, voor afbraak. Voor 105,50 gulden mochten de drie hoogste bieders, afkomstig uit Elst en Bemmel, hem slopen.  Volgens de krant De Gelderlander zouden “vele pogingen zijn gedaan om de molen te behouden; zulks bleek echter niet mogelijk.”

De Gelderlander 25 november 1938

En het Algemeen Handelsblad van 15 december 1938 verzucht: “De molen was een sieraad voor de streek en de verdwijning beteekent dan ook een gevoelig verlies.” 

Algemeen Dagblad 14 december 1938

Balgoy of Balgoij

Balgoy uit hout gesneden, met vlnr. de kerk, onze voormalige woning, de oude toren, de knoten, de school en het patronaat.

In de woonkamer van onze huidige woning in de Lingert te Wijchen hangt een mooie uit hout gesneden representatie met gebouwen uit Balgoy, of Balgoij zoals op de poststukken van de gemeente Wijchen staat vermeld. Een jarenlange discussie die in het dorp wordt gevoerd. Geen wonder dat een van de jongeren uit het dorp mij een Whatsapp bericht stuurt met de volgende vraag:
[03-06-2021] Bart van de Oever: Ha Piet, goedemiddag. Zou je me kunnen helpen met hoe Balgoij goed wordt geschreven. Is het Balgoij, Balgoy of BalgoIJ ? Dan bedoel ik de oorspronkelijke schrijfwijze.

Ik heb geantwoord: Hoi Bart, leuke vraag. Er zijn nog steeds mensen in Balgoy die “Balgoy” gebruiken. Sommige zijn/waren daar heel stellig in, bv. Ries van Haren, Rikie Peters en Wim Verhoeven. In de tijd van de Heerlijkheid Balgoy en de bezetting door de Fransen, was het voor een periode zeker Balgoy. Dat bleef zo toen Balgoy een eigenstandige gemeente werd, hoewel burgemeester en gemeentesecretaris ook wel Balgoij gebruikten. Ze waren daarin niet consequent. En dat was zelfs ook nog in de Overasseltse periode. Vanaf 1980, toen we gemeente Wijchen werden, is het Balgoij geworden. Ik weet niet of het door de gemeente Wijchen is gekomen of dat het provinciaal of landelijk is besloten. Zoek ik nog wel uit.

Een mooie start om naar de naamgeving door de jaren heen te kijken, zijn oude landkaarten. Ik werd daarop geattendeerd toen ik het verhaal terug las dat Werner Peters en ik gemaakt hebben voor het verhaal tussen Maas en Waal over de maaskanalisatie en de scheiding van Balgoij en Keent. Of was het toch Balgoy? Kijk maar een op het Google Maps kaartje hieronder.

Soms hoef je niet te kiezen tussen Balgoij en Balgoy (zie Google Map – 2021! – Bron: Balgoij en Keent gescheiden)

Oude kaarten zijn ook niet eenduidig over de naam. Een mooie optie is Old maps of Balgoij (oldmapsonline.org).

Kaart 1570-1580 – Balgoyen
Kaart 1680-1700 – Ballegoije
Kaart 1718-1775 – Ballegoye
Kaart ca. 1754 – Balgoy
Kaart 1791 – Ballegoye
Kaart 1799 – Balgoijen
Kaart 1861 – Balgoij

Voor meer recente kaarten is de website Topotijdreis: 200 jaar topografie een goede optie. Tot ca 1850 wordt nog Balgoijen gebruikt, daarna is de algemeen gebruikte plaatsnaam Balgoij. Er zijn twee uitzonderingen. In de dertiger jaren wordt een korte periode Balgooi gebruikt en de eerste 10 jaren van deze eeuw is plotseling Balgoy weer de standaardnaam. Daarna wordt weer Balgoij gebruikt.

Kaart 1933 – Balgooi
Kaart 2000 – Balgoy
Kaart 2011 – Balgoij

Het is dus niet Balgoy of Balgoij als je naar de naamgeving van ons dorp kijkt over de afgelopen eeuwen. Uit deze eerste inventarisatie van namen door middel van oude landkaarten is nog niet duidelijk geworden wie of welke regels bepaalden hoe in een bepaalde periode de naam van het dorp werd geschreven. Ik weet ook niet of dat erg belangrijk is. Door de specifieke ligging in het loopgebied van en ingesloten door een meanderende Maas, met een moerassig gebied in het noorden en de rivier in het zuiden, is Balgoy een dorp met een heel eigen karakter. De variatie zegt misschien wel iets over dat karakter, gevormd en gevoed door een mix van intrinsieke tolerantie, eigenzinnigheid en Brabantse invloed.

Café annex koffiehuis JP van Haren bij de kerk in Balgoy rond 1900

Café annex koffiehuis JP van Haren rond 1900 (ingekleurde foto, bron: familie van Haren)

Sinds 16 januari 2012 heeft Balgoy geen café meer. Toen sloot namelijk het café tegenover de kerk van Teun en Sjan van Haren haar deuren permanent. Wat nu bijna tien jaar later een gegeven is, was tot dan toe ondenkbaar; sinds veel langer dan mensenheugenis hadden Balgoy en Keent een of meerdere café’s. Veel van deze café’s noemden zich ook koffiehuizen. Zo beschouwd hebben we nog wel een koffiehuis, Theetuin en Koffiehuis Balgoy “De Holtsehoek” van Ruud en Yvon van Haren.

De café’s, c.q. koffiehuizen hebben altijd een belangrijke functie gehad in het dorp, niet alleen sociaal maar ook als vergader- en verkooplocatie, bijvoorbeeld voor gemeente, verenigingen en notarissen. Dit gold ook voor de vroeg-19de-eeuwse hallenhuisboerderij met een dwars voorhuis met lage verdieping en omlijste ingang, die rond 1900 in het toenmalige centrum van Balgoy stond bij de kerk op de kruising van Molenweg, weg naar Heumen, Holtschenhoek en Wegelaar. Volgens het kadaster is de boerderij in 1825 gebouwd; tot die tijd stond het perceel, sectie A128, dat op naam stond van Jan van Eldonk, landbouwer te Balgoy, beschreven als tuin.

Enkele voorbeelden van advertenties in lokale kranten (De Gelderlander, Provincale Geldersche en Nijmeegsche courant) uit het begin van de vorige eeuw, die laten zien dat de dorpscafé’s o.a. een belangrijke rol hadden in de verkoop van onroerend goed.

Op 12 mei 1893 trouwt in de gemeente Balgoy en Keent Johannes Petrus van Haren met Lina Sengers, beiden afkomstig uit die gemeente. Johannes Petrus van Haren, geboren op 8 november 1862, is de enige zoon en nakomer van Jacobus van Haren en Theodora van Eldonk, die woonden op Florenstein (Wijk A, nr 30). Hij is ook de overgrootvader van Ruud van Haren.

Deel van de stamboom van Ruud van Haren, die hem verbindt met Johannes Petrus van Haren van koffiehuis JP van Haren
Trouwakte gemeente Balgoy en Keent uit 1893 van Johannes Petrus van Haren en Lina Sengers

Op dezelfde dag dat Johannes Petrus van Haren en Lina Sengers trouwden werden ze ook ingeschreven in het bevolkingsregister van Balgoy op adres Wijk A, nr A22, de hierboven genoemde genoemde boerderij die ook koffiehuis was. In het bevolkingsregister is ook te lezen dat het beroep van Johannes Petrus van Haren herbergier was (en landbouwer en later polderontvanger). Er werden vier kinderen geboren, Jacobus Petrus (Koos) in 1894, Johannes Theodorus (Jan) in 1895, Petrus Marinus (Piet) in 1897 en Theodora Gertruda (Doortje) in 1898.

Bevolkingsregister Balgoy 1890-1923, Wijk A nr 22
vlnr. Piet, Doortje, Jan en Koos van Haren voor café van Haren omstreeks 1904 (Bron: familie van Haren)

In de periode dat Johannes Petrus van Haren hoofdbewoner is blijft hij de landbouw combineren met de horeca. Dit valt op te maken uit de advertenties en berichten die in de lokale kranten verschijnen over veilen en verkopen van ontroerende goederen en wordt ook geïllustreerd door onderstaande foto, die omstreeks 1930 is gemaakt.

Kaartje leggen bij café van Haren: vlnr. Piet van Haren, Nad Boers, Hendriks, Spann en Koos van Haren. Deze (ingekleurde) foto is omstreeks 1930 gemaakt (Bron: familie van Haren)

In 1913 overlijdt Johannes Petrus van Haren. Daarom is in het kadaster legger artikel (Balgoy, BGY00 Artikel 850), dat o.a. perceelnummer A664 (huis en erf) bevat, de naam van Johannes Petrus van Haren doorgestreept in het dienstjaar 1915 en zijn de weduwe Lina Sengers en de zonen Jacobus Petrus, Johannes Theodorus en Petrus Marinus als eigenaars genoemd. In dienstjaar 1931 vindt scheiding plaats. Dit zal te maken hebben met het huwelijk van Johannes Theodorus met Geertruida Wilhelmina Kistemaker op 27 mei 1930. In dienstjaar 1931 wordt kadastraal legger artikel 850 aangepast en omgezet naar 1250, waarbij Johannes Theodorus alleen eigenaar wordt. De bestemming van koffiehuis of café wordt dan niet meer genoemd.

Kadaster Legger Artikel 850 BGY00 (Balgoy) Reeks 1

Het gezin van Johannes Theodorus (Jan) van Haren en Geertruida Wilhelmina (Truus) Kistemaker woont dan op de boerderij, die nadat gemeente Balgoy gemeente Overasselt is geworden in 1923 niet meer Wijk A nr 22 of 24 is, maar Wijk C nr 24 en daarna nr 21.

Het gezin van Haren – Kistemaker: vlnr. Paula, Jan, Jan Jr., Wilma, Truus, Antoon, Annie en Theo (ingekleurde foto, bron: familie van Haren)

In 1962, als zoon Theo (Theodoor Bernardus Jacobus) trouwt met Annie (Anna Hermina Gerda) van Haren uit Ewijk, blijven ze in de boerderij wonen tot ze in 1980 verhuizen naar een nieuwe boerderij op de Luumpt in Balgoy. Truus blijft tot haar overlijden in 1983 op de boerderij, die de familie daarna verkoopt.

Deel van Legger Artikel BGY00 1513 waarin vermeld wordt dat de boerderij (sectie A nr 664) in dienstjaar 1963 wordt overgenomen door Theo en in 1985 wordt verkocht.
Vooraanzicht van de boerderij in maart 1976 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Zijaanzicht van de boerderij in maart 1976 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Ingevoegd rechtsonder de boerderij in november 2020 (bron: Google Maps)

Een gebeurtenis met impact in de krant van februari 1931

Het is een spannende tijd! Het begon met de stikstofcrisis, de maximum snelheid op snelwegen is naar 100 km per uur gegaan en de coronacrisis heeft ons leven helemaal op de kop gezet. De impact van de coronaviruspandemie op ons leven is ongekend en heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Balgoyse mensen over 100 jaar nog over de gebeurtenissen in 2020 zullen praten.

Ik weet dat het bericht in de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931 op pagina 9 in geen enkele verhouding staat tot de recente gebeurtenissen, maar toch denk ik dat niemand zich toen heeft gerealiseerd wat voor impact het beschreven besluit uiteindelijk zou hebben. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de overstromingen, de waterbeheersing en de rechtlegging van de Maas zaken die de mensen bezighield. De Maasbodejournalist melde dat de krant er op attent gemaakt was, dat “in het definitief plan tot rechtlegging der Maas de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Dr. C. W. Lely was voorzien. De nieuwe bedding zal niet ten Noorden van Balgooy worden gegraven, zooals wij op gezag van zijn uitvoerig rapport aannamen, maar men zal den kortsten weg kiezen ten Zuiden van dit kerkdorp, zoodat de parochie Balgooy en Keent in twee ongelijke helften zal worden verdeeld.” Waar dit besluit in de afgelopen negentig jaar toe geleid heeft is nu goed zichtbaar als je boven aan de dijk staat bij de Hoeveweg in Balgoy.

De Maas gezien vanaf de dijk aan de Hoeveweg in Balgoy (bron: Werner Peters)

De reden dat de Maas, o.a. bij Balgoy gekanaliseerd moest worden kent een hele lange geschiedenis. In de oudste tijden was de Maas een zelfstandige rivier, die stroomde, waar op het einde van de negentiende eeuw de Bergse Maas is gegraven. De Maas stroomde door de toen nog niet bestaande Biesbosch en mondde uit in een zeearm die thans ook niet meer bestaat. Op het einde van de dertiende eeuw werd de Maas met de Waal verbonden om de Waal te ontlasten, met als gevolg zeer hoge waterstanden het hele jaar door. In de dertiende en veertiende eeuw werd begonnen met de aanleg van dijken langs de Maas, maar daarmee was de wateroverlast niet ten einde. De rivierstanden werden zelfs nog hoger. Het water moest binnen de dijken zijn weg vinden, wat extreem hoge waterstanden met zich meebracht en op die plaatsen waar nog geen of slechte dijken waren aangelegd, stroomde het water weer als vanouds door het lage Brabantse poldergebied naar de Dieze en vandaar weer de Maas in. Ook de dijken aan de Gelderse kant van de Maas kregen het vaak zwaar te verduren. Toen in 1473 Karel de Stoute Brabant en Gelderland in zijn macht kreeg, liet hij aan de Brabantse kant van de Maas, boven Grave, twee gedeelten onbedijkt, de zogenaamde overlaten. De Brabanders, die in het Maaskantgebied woonden, waren het hier vanzelfsprekend niet mee eens en concludeerden dat Gelderland belangrijker werd gevonden dan Brabant.

Door de jaarlijkse overstromingen was het Maaskantgebied een prachtige buffer voor Gelderland en Holland, tegen eventuele vijanden, die het op Noord-Nederland hadden gemunt. De Brabantse Maaskant werd dus opgeofferd in het belang van Holland en Gelderland. De Overlaten werkten vrijwel elk jaar, en in een aantal jaren leidde het zelfs tot grote rampen. Het duurde tot dik in de 19e eeuw voordat er maatregelen kwamen. Als laatste van die maatregelen restte nog de sluiting van de Beerse Overlaat. Toen daar in 1904 een positief besluit over werd genomen, tekende de provincie Gelderland protest aan. Gelderland was bang dat als de dijken aan de Brabantse kant verzwaard zouden worden bij hoog water de dijken aan de Gelderse kant het zouden begeven. In 1919 stelde de minister van Waterstaat een commissie in, de Commissie Jolles, die met adviezen moest komen die tot verbetering van de toestand moesten leiden ook aan de Gelderse kant.

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Op basis van het advies van die Commissie Jolles werden de hoogtes van de dijken aangepast, maar in de nacht van 6 op 7 maart 1923 ging de Overlaat weer werken. Men herstelde de schade en het zou nu toch wel even rustig blijven. Helaas, ook in 1924 overstroomde de Maas aan de Brabantse kant. En dat was niet de laatste keer. De overstroming van 1924 betekende niets in vergelijking met de ramp in de winter van 1925-’26. In de Brabantse rivierdijken ontstonden veertien doorbraken en diverse dorpskernen kwamen meters diep in het water te staan. Ook de Gelderse Maasdijken braken door, zodat het gehele land van Maas en Waal overstroomde. Iedereen sprak erover en er moest iets gebeuren! Dr. Ir. Lely kreeg direct opdracht een zodanig plan op te stellen dat de waterstanden van 1926 verleden tijd zouden zijn. Reeds op 21 juli 1927 bracht Lely zijn lijvig rapport uit, waarin de volgende uit te voeren werken werden voorgesteld: kanalisatie van de Maas van Grave tot de Blauwe Sluis in Gewande waarbij vijf bochten in de Maas zouden worden afgesneden, verbreding van het zomerbed van de Maas van 75 tot 100 meter, bouw van de stuw bij Lith om te zorgen dat de Maas ook in de zomer bevaarbaar zou blijven en het dichten van de Beerse Overlaat tot zogenaamde bandijkhoogte (+ 12,60m NAP). De letterlijke tekst uit het rapport over de bochtafsnijding bij Balgoy luidde:

Tusschen Grave en Blauwe Sluis kan de rivier zeer belangrijk door afsnijding van bochten verkort worden, op de wijze als behandeld in Hoofdstuk IV van het Verslag der Commissie-JOLLES en globaal aangegeven voor de ontworpen verbetering Grave—Lith, op de bij dat Verslag behoorende bijlage 11. Doordat na de in Januari 1926 opgedane ervaring van een belangrijk grooter maximum afvoer en lagere hoogste standen dient te worden uitgegaan, moet wat de aan te brengen verbetering betreft het plan der Comissie-JOLLES echter belangrijk worden uitgebreid. In Hoofdstuk VI is reeds aangetoond, dat zelfs een voortzetting der rivierverbetering van Lith tot Blauwe Sluis nog niet voldoende zal zijn en de Maas beneden Blauwe Sluis en ten deele ook de Bergsche Maas nog in het verbeteringsplan moeten worden opgenomen. Omtrent de tusschen Grave en Blauwe Sluis aan te brengen bochtafsnijdingen, welke op bijlage 15 in rood zijn aangegeven, kan het volgende worden medegedeeld. Tusschen Grave en Ravenstein kan, bij den zeer kronkeligen loop der rivier, alleen door afsnijding van bochten binnen de bandijken, geen noemenswaardige verbetering worden tot stand gebracht, zoodat hier een bochtafsnijding is ontworpen door het land heen. De meest aangewezen richting voor de nieuw te graven rivier zou zijn, door van de thans in aanbouw zijnde stuw beneden Grave af met een flauwe bocht door den polder van Balgoy te gaan. De nieuwe rivier zou dan echter door de R.K. kerk te Balgoy komen en de vrijwel één geheel vormende buurtschappen Balgoy en Keent in tweeën snijden. Dit meest voor de hand liggende tracé kan om deze redenen, die een zeer kostbare onteigening zouden vorderen, behalve nog de noodzakelijkheid om ter sparing van de kerk in de doorgaande bocht nog een S-bocht bezuiden de kerk te maken, niet voor uitvoering in aanmerking komen. De afsnijding tusschen Grave en Ravenstein is daarom ontworpen benoorden de bebouwing van Balgoy omgaande, zoodat alleen bij de doorsnijding van den weg van Neder-Asselt naar Balgoy een aantal woningen zullen moeten verdwijnen, doch verder vrijwel geen bebouwde eigendommen zullen worden geraakt. Ook kan het thans in aanbouw zijnde gemaal bij de Balgoysche sluis behouden blijven voor de bemaling van het afgesneden gebied. Het door de nieuwe rivier van Gelderland afgesneden land zal door afdamming van de bestaande rivier met het in noordwestelijke richting loopende dijksvak van den Marspolder in verbinding worden gebracht, zoodat vandaar, via de in aanbouw zijnde brug over de stuw beneden Grave, de verbinding met Gelderland, zonder dat een pontveer noodig is, behouden blijft. De lengte van de nieuwe rivier benoorden Balgoy is ongeveer 1 K.M. grooter dan van een afsnijding tusschen Balgoy en Keent, doch levert nog een rivierverkorting tusschen Grave en Ravenstein op van ongeveer 5,3 K.M. volgens de as der rivier en ruim 7 K.M. van de gestrekte lengte. Deze zeer belangrijke verkorting van ruim 40 % heeft toch nog tot gevolg, dat aan het benedeneinde bij Niftrik en Ravenstein de hoogste stand bij maximum afvoer, uitgaande van een stand van 10,80 M, + N.A.P. te Grave, nog even hoog zal blijven als de stand die daar in Januari 1920 is bereikt.

Nog voordat Lely’s plan van 21 juli 1927 bij de inwoners van Balgoy en Keent bekend was en hen zou doen beseffen dat ze Brabander zouden worden verscheen het krantenbericht in de Maasbode.

Bericht uit de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931. Hierin wordt melding gemaakt dat de doorsnijding van de bocht in de Maas dwars door Balgoy en Keent gaat lopen.

Toen werd dus alles anders. Alleen Keent kwam te liggen in de provincie Noord-Brabant en Balgoy bleef Gelderland. Het was dus begin 1931 dat voor het eerst in de media werd gesproken over de scheiding van Balgoy en Keent. Binnen tien jaar was de scheiding een feit. Wat ik wel zou willen weten is hoe, wanneer en door wie het definitieve besluit is genomen om af te wijken van Lely’s plan. Een onderzoek in het archief van de gemeente Overasselt en de raadsstukken uit de periode 1926-1931 zal zeker informatie opleveren. De impact moet gigantisch geweest zijn voor jong en oud, voor de inwoners uit Keent, maar ook voor de inwoners uit Balgoy. Een simpel voorbeeld is het feit dat Keentse kinderen niet meer in Balgoy naar school konden gaan. Ben benieuwd hoeveel kinderen die nu op de Roncallischool zitten dit feit nog kennen. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoeveel kinderen op de Roncallischool in 2120 nog kunnen vertellen over de gevolgen van de coronaviruspandemie van 2020.

Een van de laatste keren dat de kinderen uit Keent de school in Balgoy bezoeken. Herkenbaar vlnr Jo Zwartjes, Rien Gerrits, Piet Willems, Gerrit Schamp, …. Schamp, Nol van Zwam, Jan (?) Gerrits, Toon Zwartjes, Harrie Schamp, e.o. Fie en Dora van Zwam, 3e van links Bart Gerrits. Links op de achtergrond het huis van Joaneske Arts, in 1940 bij het uitbreken van de oorlog door de Nederlandse militairen afgebrand. Achter het huis de school en op de achtergrond de “nieuwe” kerk met de originele torenspits.