Nieuw eBook (Flipboek) met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse

Afgelopen weekend verscheen het boek “Balgoyse minse, verhalen over Balgoy en haar inwoners door de eeuwen heen, het vervolg”. Zoals de titel zegt is het boek een vervolg op een eerder verschenen boek. Wederom een boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse mensen. De verhalen zijn (deels bewerkingen van) in 2017 en 2018 op deze weblog geplaatste teksten. Verhalen over mijn familie. De familie Jans, generaties terug al boer in Mill en via Escharen in Balgoy terecht gekomen. Ook over de familie van Erp uit Geffen, waar dezelfde verhalen worden rondverteld en die ik meegebracht heb naar Balgoy en zo worden verweven met de Balgoyse geschiedenis. Ook verhalen over Keent, kasteel, maaskanalisatie en tweede wereldoorlog zijn gebundeld in het 175 pagina’s tellende boek. Lees, leer en geniet ervan!

In 2017 verscheen het eerste boek met verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse met als titel “Boeren, burgers en buitenlui”. De titel van dat boek was een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. Net als met het OMD-thema, lag de nadruk van het boek sterk op mensen en hun onderlinge economische en culturele relaties. De korte verhalen in het boek hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners.

Het klinkt tegenstrijdig, maar verhalen vertellen over de geschiedenis van het dorp en zijn inwoners is een belangrijke manier om het dorp levend te houden. We moeten nooit ophouden met deze overlevering! Het verbindt de mensen in het dorp en bevordert daardoor de leefbaarheid en sociale cohesie. De boeken over Balgoyse minse zijn een bescheiden poging om mijn bijdrage te leveren aan die overlevering. Een nieuwe tijd kent nieuwe vormen en ik heb de afgelopen jaren geprobeerd om middels website van stichting Balgoy Beter Bekend, website van Pagus BalgoyefacebookQR-codes en mijn weblog een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu te vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Het nieuwe boek is (nog) niet verschenen op papier. Misschien hoeft dat ook niet meer in deze nieuwe tijd van podcasts, youtube en e-readers. Ook het eerste boek uit 2017 heb ik daarom omgezet naar een flipboek (zie hierboven).

Australia hier….. Het verhaal van Hent Jansen en zijn bijnaam

Via mijn weblog over Balgoy en de Balgoyse minse krijg ik regelmatig vragen of informatie over Balgoy en zijn inwoners. Bovenstaand bericht prikkelde mijn belangstelling om verschillende redenen. Op de eerste plaats de bijnaam “de mof”, omdat ik die naam wel kende van Harry Jansen die jarenlang klarinet speelde bij harmonie Kunst en Vriendschap. Ik kende Harry Jansen eigenlijk alleen maar als Harry de mof, maar wist niet hoe hij aan die bijnaam was gekomen.

Federaal Muziekconcours Groenlo 1952 – eerste prijs in de ereafdeling harmonie.
Voor: Piet Dinnissen, Gerard Overman. Zittend: Wim Willems, Harrie Willems, Wim Verhoeven, burgemeester van Hugenpoth tot Aerdt, pastoor Aarts, Jan Verhoeven en Marte van Haren. Staande: Miem de Valk, Gerard Overman, Nol van Haren, Jan de Bruin, Jan van Haren, Harry Jansen, Koos Dinnissen, Ermert de Valk, Koos Wintjes, Jo Willems, The Berben, Harrie Jans, Jan Willems, Wim Berben en Jan Overman. Achteraan: Chris van Haren, Koos Hulsman, Jan Wintjes, Tinie van Haren, Gerard de Valk, Joske van Haren, Frans Berben, Toon van Haren, The van Beuningen, Jan Driessen en Bernard Groenen.

De tweede reden waarom ik het bericht interessant vond, was dat eind vorig jaar mijn vrouw Ans aangesproken werd in de kerk door mensen die ze in eerste instantie niet kende. De oudere man vertelde dat hij Piet Jansen heette en in Balgoy gewoond had. Na wat over en weer gepraat bleek deze man de broer te zijn van Harrie de mof. Ans kende Harrie ook, omdat ze zelf ook klarinet gespeeld heeft bij de harmonie. Uit het bericht hierboven blijkt dat de vader van Roel Jansen uit Brisbane Piet de mof is. De derde reden om wat dieper in de geschiedenis van de familie Jansen te duiken is de plek waar ze gewoond hebben in de Eindsestraat, een stukje Balgoy (eigenlijk Nederasselt) waar ik nog niet veel over heb verteld.

Hendricus (Hent) Jansen was een van de negen kinderen van Peter Jansen. Peter werd geboren op 1 Augustus 1856 in Overasselt en trouwde in 1887 met Regina van Raaij uit Nederasselt. In 1898 vertrok hij naar Duitsland met vrouw en 7 kinderen om werk te vinden in het industriegebied bij Dusseldorf (Hochdahl/Trills). Hij ging werken bij Mannesman, een toen net opgericht metaalindustrie-bedrijf dat zijn hoofdvestiging had in Düsseldorf. Een zoontje (Hendrikus), was al na 7 dagen overleden in Velp op 5 januari 1893. De negende baby is in Duitsland geboren (Regina) in 1902. Van de negen kinderen zijn er in totaal drie gestorven tijdens deze zware tijden. (Bron: Roel Jansen uit Brisbane Australie, kleinkind van Hent en Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900).

Deel van blad 58 van het Bevolkingsregister Overasselt 1890-1900. Het gezin van Peter Jansen en Regina van Raaij woonden in Ewijk Dorp op nr 40. Ze woonden daar vanaf 9 mei 1896 en op 24 mei 1898 zijn ze vertrokken naar “Hochthal”.

Hent werd geboren in 1894 in Escharen en was dus 4 jaar oud toen het gezin vertrok naar Duitsland. Hoe het de familie daar is vergaan is mij niet precies bekend, maar Hent werd op jonge leeftijd ziek. De familie vermoedt dat hij last van maagzweren had, en hij werd door vader en moeder naar Nederland gestuurd om beter te worden. Hent ging toen wonen bij zijn oom, een broer van zijn moeder, Hendrikus van Raay, in Nederasselt.

Hent werd als achtste kind van het gezin geboren op 19 april 1894 in Escharen. (Bron: boek BS Escharen, Deel: 2396, Periode: 1894, Geboorteregister Escharen 1894)

Hendrikus van Raaij heeft het huis aan de Eindsestraat in 1922 gekocht (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 20) en daarna verbouwd. Volgens het bevolkingsregister 1924-1931 woonde in dat huis (B101) toen ook Hendricus Jansen. Daarvoor woonde Hendrikus van Raaij in Nederasselt Dorp op nr 61 en 53 en tot 1900 in ieder geval zonder Hendricus Jansen, maar ik mis nog gegevens van het bevolkingsregister Overasselt tussen 1900 en 1924 (niet digitaal gevonden). Volgens de familie is Hendricus in 1919 op 25-jarige leeftijd teruggekomen naar Nederland en bij Hendrikus van Raaij in gaan wonen. In Nederasselt leerde hij Elisabeth van Tilburg kennen waarmee hij op 8 Mei 1929 trouwde in Balgoy. Op 1 mei werd al getrouwd voor de wet in Overasselt.

Burgerlijke Stand Overasselt, Huwelijken 1929. Uit deze akte blijkt dat Peter Jansen nog steeds in Duisland woont en dat zijn vrouw Regina van Raaij is overleden.
Hendricus (Hent) Jansen en Elisabeth Mechtilda van Tilburg op hun trouwdag op 8 mei 1929.
Familiefoto bij het huwelijk van Hent Jansen en Elisabeth van Tilburg. De foto is genomen bij het ouderlijke huis van Elisabeth van Tilburg aan de Eindsestraat in Nederasselt.

De trouwfoto is gemaakt bij het ouderlijk huis van Elisabeth van Tilburg. De boerderij was van 1908 tot 1949 eigendom van Petrus van Tilburg (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 95). Na verkoop werd de boerderij, die stond op de hoek van de Eindsestraat en de Oude Graafscheweg, afgebroken en er werd een nieuw huis gebouwd dat sinds 1979 eigendom is van Jos van Beuningen (kadastraal Nederasselt, sectie C nummer 2269; nu sectie D nummer 21).

Eindsestraat 12 Nederasselt. Op de plek waar eerste helft vorige eeuw Petrus van Tilburg woonde.

Omdat Hent Jansen al vanaf jonge leeftijd in Duitsland had gewoond (3-25) en omdat er zeker drie mannen in Balgoy ook Hendricus (Hent) heette werd hij meestal door de mensen uit de omgeving Hent de mof genoemd. Ook zoon Piet herinnert zich als kind aangesproken te zijn als Piet van Hent de mof en zoals eerder al gezegd was zoon Harry bij de harmonie ook beter bekend als Harry (van Hent) de mof.

In een e-mail vertelt Roel Jansen: “Hendricus en Elisabeth kregen acht kinderen. Regina (Gina), Petrus Joseph (Piet), mijn vader, Hendricus Petrus (Harry), Maria Regina (Riet), Johannus Martinus (Jan), Elisabeth Helena (Lies), Johanna Hendrika (overleden op 3 jarige leeftijd in 1946), Wilhelmina Mechtilda (Willie). Ze woonden in de Eindsestraat B101. Daar woonden ze in een mooie boerderij (met een dak van stro, maar toen de overburen grote brand kregen is ook het huis van mijn opa helemaal afgebrand. Onverzekerd en met weinig geld hebben ze een klein huisje gebouwd op dezelfde plaats als het oude huis.”

De boerderij aan de Eindsestraat waar Hent Jansen met zijn gezin gewoond hebben tot het in 1950 afbrandde. Deze foto is van eind jaren veertig (Bron: Piet Jansen, Oss). Linksboven de huidige situatie met het klein huisje dat werd gebouwd na de brand.
Bericht in de Gelderlander van 11 april 1950.

Hent Jansen kocht de boerderij van Hendrikus van Raaij in 1941 (kadastraal Eindsestraat sectie C nummer 20, leggerartikel 1128 (13) naar 1685 (3). Hendrikus van Raaij blijft in het huis wonen tot zijn overlijden op 22 april 1944.

De dubbele brand die Roel noemt vond plaats op maandag 10 april 1950, Tweede Paasdag. De eerste brand brak uit in een boerderij op de hoek van de Maasbandijk en het Veerstraatje in Balgoy (kadastraal Nederasselt (NDA00), sectie C perceelnummer 165). In zeer korte tijd stond de boerderij van de gebroeders Hulsman (Piet, Koos en Jan) in vuur en vlam, mede door de sterke zuidwester storm. De ramp werd nog groter toen een tweede boerderij op zo’n 500 meter afstand, de boerderij van Hent Jansen aan de Eindsestraat, ook in brand vloog doordat de rieten kap vlam vatte door een vonkenregen. In de Gelderlander van 11 april 1950 staat geschreven dat door deze branden zeventien personen dakloos werden en bijna al hun bezittingen verloren gingen. Rikie, dochter van Jan Hulsman, vult nog aan dat die dag niet 17 maar 19 mensen dakloos werden en dat ze allemaal onderdak kregen in hun eigen dorp.

Restanten van het huis van de familie Hulsman aan de Maasbandijk. De foto met Rikie Hulsman is genomen in 1950 toen het huis op tweede paasdag afgebrand was en zij haar eerste verjaardag vierde bij Jan en Drieka Bours, hun buren van toen.

De kinderen van Hent Jansen waren heel actief in het Balgoyse verenigingsleven. Harmonie Kunst en Vriendschap is al genoemd in het begin van dit verhaal. Zoon Piet speelde trompet en Harry klarinet. Ook voetbalden Harry, Piet en Jan (doelman) in Balgoy. De geschiedenis van het Balgoyse voetbal begint in 1932. Eigenlijk al eerder kunnen we lezen in “Boterhammen met Spek! – 75 jaar voetbal op ’t Gelderse platteland” (jubileumboek vv Diosa 2007), want voor 1932 nam pastoor Aarts op zondag na het lof de jongens van ongeveer 14 to 17 jaar oud mee naar de speelplaats van de school aan de Hoeveweg om een partijtje te voetballen. Maar vanaf 1932 zien we de voetballers van BVV, de Balgoyse Voetbal Vereniging, spelen op weilanden in de Bremdenmeer en achter het cafe aan de Hoeveweg. In het begin is de voetbalclub lid van RK Voetbalbond Den Bosch. Na 1940 worden ze lid van de KNVB afdeling Nijmegen, maar dat leverde een onverwacht probleem op: er waren meerdere BVV’s. Er moest een nieuwe naam komen en er werd een prijsje uitgeloofd voor de origineelste naam. Jan Jansen bedacht de winnende naam: Diosa, Doelen Is Ons Streven Altijd.

Tenslotte nog een voetbalfoto met twee zonen van Hent Jansen. Staand van l-r Jo v Haren- Frans v Haren-Grad Heymans-Antoon v Haren-Wim Heymans-Huub van Haren. Zittend van l-r Theo v Haren -Arie Willems-Jan Jansen- Harrie Jansen-Leo Stevens. Elftal kampioen geworden in Alphen in 1957. De laatste keer van Diosa. Naam bedacht door deze keeper. Normaal deed Louis v Haren ook mee. Het veld is misschien op het veld bij de Hoeve. Dat veld is later iets naar achter gegaan. (Bron: Ruud van Haren)
Bidprentje Hendricus Jansen (Bron: collectie bidprentjes Heemkunde werkgroep Esters Heem Bid- en Gedachtenisprentjes uit Escharen | Esters Heem (bidprent-escharen.nl))

Hent Jansen overleed op 27 juli 1967 in het St. Canisiusziekenhuis te Nijmegen en ligt in Balgoy op het kerkhof begraven. In 1992 werd daar ook zijn vrouw Elisabeth van Tilburg begraven. Het huis werd in 1970 verkocht aan Adrianus Hoogstraten, tuinder uit Neerbosch en staat er nog steeds. Toen het huis verkocht werd woonde weduwe Elisabeth van Tilburg met haar twee dochters Regina en Wilhelmina er nog. De vijf andere kinderen waren allemaal uit huis volgens de gegevens van het kadaster.

Leggerartikel 1685 uit het kadaster Nederasselt, sectie C, perceelnr. 20.

De stamboom van Hendricus Jansen is te vinden op MyHeritage: Stamboom Hendricus Jansen – Balgoyse minse – MyHeritage.

Geschiedenis van de andere kant van Balgoy

Kleinkinderen Casper 6 jaar (links) en Thomas 8 jaar op de veerpontsteen in Keent.

De titel van deze blog zijn woorden van mijn 6 jarige kleinzoon Casper toen ik zei dat ik wel een verhaaltje schrijven wilde over onze wandeling door Keent. Het was vandaag 12 augustus dat Thomas en Casper de derde etappe liepen, samen met opa en oma, van de avond4daagse 2021. Na Wijchen en Grave was nu Keent aan de beurt (de laatste dag is gereserveerd voor Balgoy). Ik mocht het doel van de derde dag kiezen en had uitgelegd dat vroeger Balgoy en Keent bij elkaar hoorden en samen een gemeente waren. Verder had ik verteld dat er in Keent een molen had gestaan en dat die er was geweest voor de Keentse en Balgoyse mensen. Toen de Maas eind jaren dertig van de vorige eeuw werd gekanaliseerd en precies tussen Balgoy en Keent kwam te liggen, betekende dat het einde van de molen. Op 6 augustus werd een nieuw informatiebord onthuld en dat wilde ik graag zien.

Er lopen kuddes met runderen rond in het natuurgebied bij Keent.
En ook grote groepen wilde paarden.

De laatste decennia is de oude rivierbedding van de Maas weer voor een deel uitgegraven en aangesloten op de rivier. Daarmee is een verlaging van de waterstand op de Maas gerealiseerd. Dit vergroot de veiligheid voor bewoners achter de dijken. Tegelijkertijd is een mooi natuurgebied ontstaan. Om het gebied open te houden, zodat maximaal water kan worden opgevangen bij hoogwater, lopen er op Keent kuddes rond van grote grazers, paarden en runderen, die het gebied open houden door het grazen. De kerktoren van Balgoy aan de overkant van de rivier is goed te zien. De postbode vertelde aan Thomas en Casper dat het wel een mooi natuurgebied is geworden in Keent, maar dat hij het niet meer zo druk heeft, omdat er nog maar zo’n vijftien huizen staan.

Op de achtergrond de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

Behalve de hele mooie natuur mag een stukje historie natuurlijk niet ontbreken. Het verhaal van de kapel van Keent en het verhaal over de Keentse kermis en café Kersten.

Het infobord over de Sint Antoniuskapel in Keent.
Onderweg passeren we ook het voormalige café Kersten.

En natuurlijk zijn we de dijk opgelopen en hebben we het infobord over de Keentse molen bekeken.

Op weg naar het nieuwe infobord over de molen.
Doel van de derde etappe van de avond4daagse 2021: het infobord over molen “De Hoop”.

Infobord op plek waar molen “de Hoop” in Keent heeft gestaan

infobord over molen “de Hoop” in Keent (Bron: Henk Buijks)

Afgelopen vrijdag 6 augustus werd in Keent een infobord geplaatst op de plek waar tot 1938 molen “de Hoop” stond. Een belangrijke plek, niet alleen voor de inwoners van Keent, maar ook voor de Balgoyse mensen, want de molen maalde voor de boeren uit Keent en Balgoy. Balgoy en Keent waren, tot de maaskanalisatie eind jaren dertig een feit was, fysiek met elkaar verbonden en vormden tot 1923 zelfs een gemeente, de gemeente Balgoy en Keent. Het is belangrijk om de verbinding tussen de twee kernen te koesteren en de verhalen uit die tijd te bewaren, want veel families hebben op deze plek geleefd en gewerkt. Keentse en Balgoyse families zijn met elkaar verweven en velen zijn na de maaskanalisatie uiteindelijk in Balgoy gaan wonen. De Molenweg verbond Keent en Balgoy (nu de Oude Maasweg in Keent en de Hoeveweg in Balgoy met de Maas ertussen).

Links Harrie Jans (overleden in 2011) en rechts Frans Berben (overleden in 2017) in Keent: waar stond toch die molen? Twee “echte” Balgoyse mensen wijzen naar de plek waar de molen heeft gestaan tijdens een rondwandeling in Keent in 2007 van heemkundekring Pagus Balgoye (Bron: Piet van Erp)

Balgoy en Keent waren al vanaf de middeleeuwen verbonden met elkaar, ingesloten aan een kant door de Maas en aan de andere kant door een moerasgebied. Sinds die tijd vormden Balgoy en Keent één heerlijkheid. Ooit was die in handen van het kapittel van Sint-Jan in Utrecht. Of de middeleeuwse kapittelheren de dorpen ook aan een molen hebben geholpen, weten we niet zeker. De aller vroegste vermelding van een molen in Keent en Balgoy is een regest van de stad Arnhem dat dateert uit 1550 en waarin staat dat de molen toebehoorde aan de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy (Gelders archief, 2003 ORA Arnhem, Inventarisnummer 394).

Transcriptie: Wij, burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem, tuigen met deze open brief dat voor ons in onze tegenwoordigheid in schependom verschenen zijn Derick Putman en Beell, zijn echte huisvrouw, en hebben beloofd Johan Henrickss van Goch, wonende te goy, schadeloos te houden als van alzulke borgtocht als Johan voorzegd gedaan heeft voor Otto Janss van de windmolen, gelegen te Kendt, toebehorende de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy, alles naar vermogen en inhoud der voorwaarden van dezelve molen met alle puncten en articulen, bij de kaarse uitgelezen, waarvoor Derick Putman en Bele e.l. ter rechter waarschap gesteld en gezet hebben en mits dezen stellen en zetten hun huis en hofstede, waarin zij nu ter tijd wonen, gelegen in de Ketelstraat tussen huis en hofstede van Ffranss Hoeffsmyt op de ene zijde en huis en hofstede van Derick Pouwelss op de andere zijde; [enz.]; 

Rond 1630 werd de molen afgebeeld door Willem Janszoon Blaeu op een kaart van het rivierengebied: als een standerdmolen. Op het infobord kunnen we lezen dat die in 1639 eigendom was van Jan Adriaenszoon Mulder en Jaerxken Hermansdochter. Blijkens zijn achternaam zal Jan ook wel de molenaar zijn geweest. En in 1715 waren Henrick Heijnen en Johanna Richters de eigenaars van de “wintmolen met annexe huijs, hof en boomgaerd, groot ongeveer een en halven mergen”. 

Detail kaart van het rivierengebied met molen in Keent, Blaeu ca. 1630 (Bron: infobord molen Keent – Henk Buijks)

Op het infobord is verder te lezen dat ook in de 19e eeuw  de molen volop in bedrijf was. Balgoy had daar belang bij, dus werd in 1852 de weg naar de molen verhoogd voor een optimale bereikbaarheid. Overigens was in die tijd Keent groter dan Balgoy: in 1840 telde Keent 40 huizen met 235 inwoners en Balgoy slechts 29 met 171 inwoners.  

In september 1867 gebeurde er een bizar ongeluk in de Keentse molen. Vóór dag en dauw waren twee jonge vrouwen op weg om koeien te melken. Bij de molen zagen zij een kruiwagen staan. Die wilden ze verstoppen. Raar idee? Niet als het kort voor Keentse kermis is. In een aantal (landelijke) kranten van toen werd beschreven wat er toen gebeurd is, bijvoorbeeld de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 16 september 1867:

De Nieuwe Rotterdamsche Courant 16 september 1867

Het jonge meisje dat verongelukt is, was naar alle waarschijnlijkheid de 28-jarige Theodora Maria Peters, dochter van Peter Peters en Gijsberdina Willems, die op 13 september 1867 overleed om 5 uur ’s morgens (Overlijdensakte BS van de gemeente Balgoy en Keent).

Burgerlijke Stand Balgoy en Keent 1867

Na een brand in 1908 werd de molen weer opgeknapt. Nadien was Lambertus Broeren molenaar. In de tijd dat Broeren molenaar was, werd de straatnaam Molenweg veranderd in Hoeveweg; aan de Balgoyse kant van de Maas is de straatnaam tot aan de kerk nog steeds Hoeveweg. Voor boeren in Keent maalde Broeren roggemeel dat werd gebruikt als varkensvoer. En bakkers in de omgeving namen zijn tarwemeel af. Arno van Zwam vertelt op de website van het BHIC dat zijn opa Jan van Zwam met zijn grote gezin naast de molen van Broeren en de molenwiel woonde. De boerderij van opa bezat een bakhuisje; hij bakte daar voor de kern Keent en iets verder het brood af zoals nu in de supermarkt gebeurd. Het geknede deeg werd in bussen door de boer aangeleverd en opa kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn.

Een oude foto van de houten standerdmolen die vroeger in Keent stond, aan een wiel bij de Uiterdijk, vlakbij bij de huidige Oude Maasweg (Bron: BHIC – foto eigen bezit Jeroen Arts)

De maaskanalisatie maakte een eind aan de nauwe relatie tussen Balgoy en Keent, maar ook aan de bestaansmogelijkheid van een molenaar in Keent. Op 24 november 1938 werd de molen publiek bij inschrijving verkocht, voor afbraak. Voor 105,50 gulden mochten de drie hoogste bieders, afkomstig uit Elst en Bemmel, hem slopen.  Volgens de krant De Gelderlander zouden “vele pogingen zijn gedaan om de molen te behouden; zulks bleek echter niet mogelijk.”

De Gelderlander 25 november 1938

En het Algemeen Handelsblad van 15 december 1938 verzucht: “De molen was een sieraad voor de streek en de verdwijning beteekent dan ook een gevoelig verlies.” 

Algemeen Dagblad 14 december 1938

Balgoy of Balgoij

Balgoy uit hout gesneden, met vlnr. de kerk, onze voormalige woning, de oude toren, de knoten, de school en het patronaat.

In de woonkamer van onze huidige woning in de Lingert te Wijchen hangt een mooie uit hout gesneden representatie met gebouwen uit Balgoy, of Balgoij zoals op de poststukken van de gemeente Wijchen staat vermeld. Een jarenlange discussie die in het dorp wordt gevoerd. Geen wonder dat een van de jongeren uit het dorp mij een Whatsapp bericht stuurt met de volgende vraag:
[03-06-2021] Bart van de Oever: Ha Piet, goedemiddag. Zou je me kunnen helpen met hoe Balgoij goed wordt geschreven. Is het Balgoij, Balgoy of BalgoIJ ? Dan bedoel ik de oorspronkelijke schrijfwijze.

Ik heb geantwoord: Hoi Bart, leuke vraag. Er zijn nog steeds mensen in Balgoy die “Balgoy” gebruiken. Sommige zijn/waren daar heel stellig in, bv. Ries van Haren, Rikie Peters en Wim Verhoeven. In de tijd van de Heerlijkheid Balgoy en de bezetting door de Fransen, was het voor een periode zeker Balgoy. Dat bleef zo toen Balgoy een eigenstandige gemeente werd, hoewel burgemeester en gemeentesecretaris ook wel Balgoij gebruikten. Ze waren daarin niet consequent. En dat was zelfs ook nog in de Overasseltse periode. Vanaf 1980, toen we gemeente Wijchen werden, is het Balgoij geworden. Ik weet niet of het door de gemeente Wijchen is gekomen of dat het provinciaal of landelijk is besloten. Zoek ik nog wel uit.

Een mooie start om naar de naamgeving door de jaren heen te kijken, zijn oude landkaarten. Ik werd daarop geattendeerd toen ik het verhaal terug las dat Werner Peters en ik gemaakt hebben voor het verhaal tussen Maas en Waal over de maaskanalisatie en de scheiding van Balgoij en Keent. Of was het toch Balgoy? Kijk maar een op het Google Maps kaartje hieronder.

Soms hoef je niet te kiezen tussen Balgoij en Balgoy (zie Google Map – 2021! – Bron: Balgoij en Keent gescheiden)

Oude kaarten zijn ook niet eenduidig over de naam. Een mooie optie is Old maps of Balgoij (oldmapsonline.org).

Kaart 1570-1580 – Balgoyen
Kaart 1680-1700 – Ballegoije
Kaart 1718-1775 – Ballegoye
Kaart ca. 1754 – Balgoy
Kaart 1791 – Ballegoye
Kaart 1799 – Balgoijen
Kaart 1861 – Balgoij

Voor meer recente kaarten is de website Topotijdreis: 200 jaar topografie een goede optie. Tot ca 1850 wordt nog Balgoijen gebruikt, daarna is de algemeen gebruikte plaatsnaam Balgoij. Er zijn twee uitzonderingen. In de dertiger jaren wordt een korte periode Balgooi gebruikt en de eerste 10 jaren van deze eeuw is plotseling Balgoy weer de standaardnaam. Daarna wordt weer Balgoij gebruikt.

Kaart 1933 – Balgooi
Kaart 2000 – Balgoy
Kaart 2011 – Balgoij

Het is dus niet Balgoy of Balgoij als je naar de naamgeving van ons dorp kijkt over de afgelopen eeuwen. Uit deze eerste inventarisatie van namen door middel van oude landkaarten is nog niet duidelijk geworden wie of welke regels bepaalden hoe in een bepaalde periode de naam van het dorp werd geschreven. Ik weet ook niet of dat erg belangrijk is. Door de specifieke ligging in het loopgebied van en ingesloten door een meanderende Maas, met een moerassig gebied in het noorden en de rivier in het zuiden, is Balgoy een dorp met een heel eigen karakter. De variatie zegt misschien wel iets over dat karakter, gevormd en gevoed door een mix van intrinsieke tolerantie, eigenzinnigheid en Brabantse invloed.