Een Brabander in Gelderland

IMG_2584

Als je over de dijk kijkt op de kop van de Hoeveweg in Balgoy zie je Brabant aan de andere kant van de Maas.

IMG_2580

Brabant achter de dijk vanuit het dakraam

Het is als rasechte Brabander niet moeilijk om je een echte Brabander te voelen. Dat gevoel blijft ook als je levenslot je in Gelderland heeft laten terechtkomen. Het zit in je. Hoewel ik vanuit het bovenraam van mijn Balgoyse woonhuis uitkijk op de dijk en het Brabantse land nog kan zien, woon ik in Gelderland. En ik ben daar heel tevreden mee, want ik voel me zeker ook Balgoyse mens. In het Wijchense kerkdorp voel ik me thuis en ben ik meer dan gelukkig.

 

veer Balgoy Keent

Veer tussen Balgoy en Keent in de periode 1945 – 1952

En ik ben niet de enige met Brabantse wortels in Balgoy. “Echte” Balgoyse mensen zoals de Hammes of mijn schoonfamilie hebben hun wortels in het Brabantse land. Is ook niet gek, want van oudsher liggen daar de contacten. Ten noorden van Balgoy lag het moeras, een oude bedding van de meanderende Maas. Wilde je toch die kant op, dan moest je nog tol betalen ook. Nee, het was de meeste tijd van het jaar veel gemakkelijker om met een bootje de Maas over te steken.

Misschien is dat ook wel de reden dat we ons meer verbonden voelen met Brabant dan met Gelderland en dat we een dialect hebben met Brabantse invloeden. “Dat kan verkeren….”, om met onze Brabantse burgemeester te spreken, die in een recente tweet tot dezelfde conclusie kwam. En hij hoorde het zelfs terug in het Wijchens, dat volgens hem ook sterke Brabantse invloeden heeft. Ik denk wel dat ik snap wat Hans bedoeld; in Balgoy hoor ik die Brabantse invloeden zeker terug in het taalgebruik.

Wellicht zijn er nog wel meer redenen waarom de mensen in het Rivierengebied zich verbonden weten en voelen; en ik bedoel met Rivierengebied ook de Brabantse maaskant. De mensen leven er met en van de rivieren Maas en Waal. Een Gelders rivierengebied is er zeker ook. Tot het einde van de achttiende eeuw bestond Gelderland uit drie deelstaten: het kwartier van Zutphen, het kwartier van Arnhem en het kwartier van Nijmegen. Deze deelstaten zijn na de Franse revolutie opgeheven, maar zijn in 2018 nog altijd duidelijk te herkennen. Het kwartier van Nijmegen noemen we tegenwoordig het Rivierengebied en onderscheid zich duidelijk van de rest van Gelderland. Het kwartier van Arnhem is gelijk aan de Veluwe en het kwartier van Zutphen bestaat uit de Achterhoek en de Liemers. Er is dus misschien wel niet één Gelderland, of één Gelders gevoel?

Gelukkig komt er een nieuw boek over de geschiedenis van Gelderland las ik in de Gelderlander en in VOX. Hoogleraar Gelderse geschiedenis Dolly Verhoeven gaat het maken. ,,Bijna alle provincies hebben hun geschiedkundige werken in de afgelopen jaren vernieuwd, Gelderland nog niet.” In dat nieuwe boek zal zeker aandacht zijn voor de Gelderse identiteit. Met vragen als: “Hoe keken Gelderlanders naar zichzelf? Hoe keken anderen naar Gelderland? Zagen ze zichzelf als Geldersen en hoe veranderde dat? Welke eigenschappen kenden ze zichzelf toe? En hoe kijken buitenstaanders ernaar?” zal er in het boek naast feitelijke informatie ook aandacht zijn voor het Gelderse gevoel. De realisatie van zo’n boek zal nog wel vier tot vijf jaar kosten, is de inschatting van Dolly Verhoeven. Ze wil ook lokale, historische verenigingen bij het maken van het boek betrekken. Om mee te denken, of te reageren op teksten. Zo wordt de inhoud van het boek breder gedragen door een veel breder deel van de historische wereld dan alleen de academische. We gaan hier zeker meer van horen.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie

Netherlands,_leaflet_for_the_promotion_of_unemployment_relief,_1907

Pamflet uit 1907 waarin wordt opgeroepen tot werkverschaffingsprojecten voor werklozen (Bron: Wikipedea).

De crisis van de jaren 30 was de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. Ze ontstond als gevolg van de beurskrach van 1929, waarbij de aandelenkoersen op Wall Street (New York) ongekend snel kelderden. De krach werd gevolgd door een bankencrisis en een internationale schuldencrisis (Bron: Wikipedea). De Amerikaanse regering en ook de Nederlandse regering stonden in eerste instantie zeer terughoudend ten opzichte van rigoreuze overheidsbemoeienis op het (sociaal-)economische vlak, wat met de kennis van nu geen slimme keuze was.

De werkloosheid in Nederland nam schrikbarend toe. De Nederlandse regering begint een actievere houding aan te nemen naarmate de jaren dertig voortschrijden. De uitvoer van publieke werken gedurende de jaren dertig, de werkverschaffing, is een voorbeeld hiervan.

Dat de maaskanalisatie in Balgoy voornamelijk gedurende de jaren dertig van de vorige eeuw is gerealiseerd, is daarom niet verwonderlijk. Mede vanwege de goedkope arbeidskrachten door de crisisjaren (tewerkgestelden) en de angst voor herhaling van een dijkdoorbraak zoals in 1926, kon ingenieur Lely zijn plannen versneld uitvoeren. In juli van datzelfde jaar 1926 kwam Lely al met o.a. de aanbeveling dat tussen Grave en Blauwe Sluis tien scherpe bochten moesten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 kilometer zou worden ingekort, hierbij ook de bocht bij Balgoy en Keent en bij Neerloon. Hierdoor zou de waterafvoer worden bevorderd. De ingekorte rivier was bovendien een extra voordeel voor de intensievere vrachtscheepvaart.

Voorontwerp Lely

In het voorontwerp van Lely is de bochtafsnijding ten noorden van Balgoy getekend, zoals in deze tekening uit de Gelderlander van 24 februari 1938 duidelijk te zien is (vergissing van de Gelderlander?).

blogger-image-1351337676

Met de schop uitgestoken (Bron: “Het Werkende Land – Opbouw van Nederland in Moeilijke Tijden” door Mr. W.J. van Balen, 1936)

In de Gelderlander van maandag 2 maart 1931 op pagina 11 wordt voor het eerst gesproken over “het definitieve plan tot rechtlegging der Maas”, waarin de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Lely. De nieuwe bedding werd niet ten noorden van Balgoy gegraven, maar men koos de korste weg ten zuiden van het dorp. Alle boeren in Keent werden onteigend en de meesten waren gedwongen te verhuizen. De bedding van de nieuwe Maas werd met de schop uitgestoken en deels gebruikt om een nieuwe zware bandijk aan te leggen met een kruinbreedte van 10 meter, waarna grote zandzuigerinstallaties de rest van het werk deden.

Op deze plekken waar boeren eeuwenlang het land hadden bewerkt, werd tussen 1936 en eind 1938 gewerkt door tewerkgestelden met name uit Nijmegen en uit het westen van Nederland. De maaswerken kunnen als de meest productieve werkverschaffing worden aangemerkt (Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 17 juli 1937). In totaal waren er in 1937 ruim 1800 mensen aan het werk, afkomstig uit ongeveer 40 gemeenten verspreid over het hele land (dit was ook het geval in 1938, Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 6 augustus 1938). Voor zover dat mogelijk was werden de tewerkgestelden per autobus aangevoerd of ze kwamen met de fiets. Een deel werd ook ondergebracht in kampen bij Balgoy en Maasbommel. Tot juli 1937 was ongeveer 6 miljoen kubieke meter grond verzet, op enkele uitzonderingen na, vrijwel geheel in werkverschaffing.

Balgoij-werkkamp

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Als je de kranten moet geloven, was iedereen zeer positief over de inzet van de tewerkgestelden bij de maaswerken. Het hele project is redelijk binnen de planning afgerond en er zijn nauwelijks problemen geweest met de werkers. In de regionale kranten, zoals de Gelderlander of de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, ben ik geen incidenten tegengekomen. Na wat zoeken kwam ik wel een bericht tegen in de IJmuider Courant van 4 mei 1938. Het betrof een probleempje van een groepje tewerkgestelden van het werkkamp die werkzaam waren bij de maaskanalisatie te Balgoy (Brabant!). Zij waren gaan stappen in Grave en te laat binnengekomen (althans dat was de versie van de werkers). Zij werden voor straf naar huis gestuurd. Alleen stond in het rapport een heel andere lezeing over de reden waarom ze naar huis waren gestuurd.

 

Wat natuurlijk niet mag ontbreken aan een verhaal over een werkkamp in Balgoy is een persoonlijk verhaal van een inwoner van Balgoy. Een van de inwoners van Balgoy, die de gevolgen van de Maaskanalisatie aan den lijve heeft ondervonden, is Nellie Stevens (1926), bij oud-Balgoyenaren beter bekend als zus Hulsman. Zij vertelt hierover het volgende:

image628

Thijs Hulsman en Dora van Stippen voor hun huis in de Veldsestraat met Wim, Lies, Nellie, Marietje en Thea.

Het historische moment, dat de doorbraak een feit was, kan ik me nog goed herinneren, omdat wij van de meester hierover een brief moesten schrijven aan Frans Berben, die toentertijd in Oss op kostschool zat en van alle belangrijke gebeurtenissen in ons dorp op de hoogte moest blijven (internet bestond nog niet). En werkelijk iedereen schreef over de fluit, behalve ik. Ik dacht namelijk: “Dat doen anderen al; waarom zou ik hetzelfde schrijven?” Op het moment, dat de draglines de laatste klompen klei tussen de twee delen weghaalden, hoorden we luid de fluit van die machines. Wij waren toen op school. Na school zijn we meteen gaan kijken, maar er was niet zo bijster veel nieuws te zien, want de loop van de nieuwe “waterweg” was eigenlijk al maanden zichtbaar. We hadden al lang kunnen volgen, hoe vanuit Niftrik aan de westkant en vanuit Grave aan de oostkant de twee geulen elkaar naderden. Volgens mij kwamen ze ongeveer ergens tussen de Hoeveweg en de Veldsestraat bij elkaar. Totdat de oorlog uitbrak was Keent toch nog bereikbaar, omdat de gemeente Overasselt voor een pontje had gezorgd. Op een gegeven ogenblik besloot de gemeente niet meer te betalen en hebben wij dus, met de hele school, op een zaterdag de Keentse kinderen voor het laatst (naar wij dachten) naar de pont gebracht. Mijn nichtje Fien Kersten had al huilend afscheid genomen, omdat ze niet meer met haar vriendinnetjes naar dezelfde school kon. De gemeente ging echter na een weekend al overstag (waarschijnlijk vanwege de leerplicht) en de pont bleef varen, totdat hij bij het begin van de oorlog werd opgeblazen, tegelijk met de kerktoren (mislukt) en 4 woningen bij de dijk:

  • aan de Hoeveweg, waar nu Timmermans en Walraven wonen.
  • aan de Veldsestraat de villa van de Bruin en het ouderlijk huis van de burgemeester. Dit laatste huis is weer opgebouwd; de villa niet. Het naambord van deze Villa Johanna is nu te zien op de villa tegenover de Huttenkamp in Wychen.

Mijn nichtje Nellie Toenders (wegens hertrouwen van moeder later Nellie Poos genoemd) was al in 1935 verhuisd naar Alphen, omdat hun woning precies op de nieuwe dijk zou komen te staan. Chris van Rossum (de bakker) is vertrokken naar Lunen, want zijn huis stond anders midden in de Maas. Piet de Bruin moest ook weg: die woonde op de plek, waar de pont kwam. Ook mensen, die niet weg hoefden, werden uitgekocht. Veel mensen kwamen in noodwoningen. Heel Keent kwam in het bezit van de domeinen. Slechte pachters kregen geen nieuw contract. Wij moesten er bijvoorbeeld voor zorgen, dat er geen distels stonden en zulke dingen.

Van de werkzaamheden herinner ik me verder, dat er dagelijks rijen fietsers bij ons langs kwamen, die in het kader van de werkverschaffing met de schop kiepkarretjes moesten gaan vullen met klei. Die karretjes liepen op rails, die dwars over de weg lagen bij Chris van Rossum. Op een zondag ging ik daar, met mijn zusje achterop, spelen (we hadden stiekem de fiets van moeder gepakt) en we zijn uitgegleden over die rails. Vies dat we waren, vol klei. Gelukkig kwam Oom Grad uit Keent net op visite, zodat het niet opviel toen we zo thuis kwamen.

Een ander probleem: Elke dag was er om 7.30 uur een H.Mis in Balgoy en daarna kathechismusles (wie weet nu nog, wat dat is?). De kinderen uit Keent konden daarna niet meer terug op en neer, voordat om 9 uur de school begon en bleven zolang bij vriendjes of familie. Schoolgaande kinderen voeren overigens gratis op dagen, dat er school was. Zoals al gezegd, is de pont in 1940 kapotgeschoten. Later voer Gerrit van Berkel met een roeiboot op en neer. Hij was toen niet in dienst van de Gemeente Overasselt, maar werd betaald door Rijkswaterstaat. Voor de kanalisatie waren de oevers vol wissen en er waren kribben. Wij keken graag, hoe de golven tegen die kribben sloegen, als er een grote boot voorbijkwam. Het was daar een echt strand waar wij op blote voeten liepen en naar kleine visjes zochten. Na de kanalisatie was er niet zo veel meer aan.

Ik ben ook veel vriendinnetjes kwijtgeraakt door de nieuw gegraven rivier, want de kinderen uit Keent gingen in Overlangel naar school of ze waren verhuisd. Nellie Haerkmans ging naar Malden; Lieske Pfeffer naar Kerkdriel; die van de Bruin naar Wychen; mijn latere man Frans Stevens was al naar de Huurling verhuisd; de familie Gerrits ging naar Niftrik. Het hoofd der school was daar erg blij mee, omdat zij zoveel kinderen hadden, kon de school blijven bestaan! Zo zie je maar. Was getekend, Nellie Stevens-Hulsman.

22219801_1324355934360089_7036121674647757895_o

De Maas anno 2017 (Bron: Werner Peters)

Wat zeker geconcludeerd kan worden is dat de Maas sinds de tweede helft van de jaren dertig beter beschermd is tegen overstromingen door de inzet van heel veel mankracht. Deze menselijke ingrepen hebben bijgedragen aan het herstel van de Nederlandse economie en aan de welvaart van ons land, maar hebben ook ingrijpende gevolgen gehad voor Balgoy en Keent die hierdoor voorgoed van elkaar gescheiden werden door de rivier.

 

Bloggen in de vakantie. De vakantie, zeker met de extreme temperaturen van deze keer, is voor de gemiddelde blogschrijver net een beetje anders dan de rest van het jaar. Veel bloggers zien de vakantietijd als een nadeel voor hun blog, maar voor mij is er dan net een beetje meer tijd! Nu zit de vakantie er weer op. Morgen mag ik weer gaan werken, maar dat betekent ook dat er minder tijd zal zijn om te schrijven. Hopelijk hebben jullie de afgelopen twee weken leuk gevonden, ik heb er in ieder geval van genoten.

Openbaar vervoer in Balgoy – een oproep voor een virtuele Breng Flex halte

Openbaar vervoer in Balgoy is er niet! Je vraagt je af of het dan ook niet gemist wordt. Dat zou de gemeente Wijchen en de Wijchense politiek zich toch ook moeten afvragen. Ik heb ze er nooit over gehoord. De Balgoyse mensen hoor ik er ook niet vaak over, trouwens. Men is gewend om naar Wijchen Zuid te fietsen of naar het kruispunt in Nederasselt. Of als je toch al aan het fietsen bent, dan fiets je door naar het NS station in Wijchen. Openbaar vervoer in het dorp?

Has en Mieke van Stippen - van Thiel

Has en Mieke van Stippen – van Thiel (Bron: familie van Stippen)

Misschien omdat het er vroeger ook nooit was. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw had je Has de Stip in de Houtse en Jan den Draad (van Ostrum) in de Hoeve. Zij reden taxi, brachten de mensen die zelf geen auto bezaten naar het ziekenhuis of naar familie die wat verder weg woonde. Maar dat gebeurde niet zo vaak. Meestal gingen mensen te voet of met de fiets. En als het niet anders kon gingen ze naar de Rijksweg in Lunen of Nederasselt en pakten daar de bus, net als nu eigenlijk.

Jan van Osterom met sigaar bij de benzinepomp

Jan van Ostrum met sigaar bij de benzinepomp (Bron: Marietje Jonker – Hulsman)

Toch denk ik er zelf wel over na. Hoe moet dat straks als ik zelf niet meer kan of mag autorijden? Wie brengt mij dan naar Wijchen of Nijmegen. Is de gemeenschapszin en saamhorigheid, waar ik nu Balgoy zo om waardeer, er dan ook nog. Het is niet voor niets dat we een stichting in het leven hebben geroepen, stichting Balgoy Beter Bekend, die zich hard maakt om initiatieven te steunen om leefbaarheid en sociale samenhang te bevorderen en/of te verbeteren. En ik ben niet de enige natuurlijk. Nederland vergrijst in hoog tempo en zeker in de kleinere dorpen neemt de gemiddelde leeftijd snel toe. Openbaar vervoer in Balgoy, een lijndienst terug in het dorp, zoals al eerder is geprobeert, lijkt me geen haalbare optie.

normal_9344_BF-90-JY_ZO

Zuidooster 9344 Nijmegen (Bron: www.busfoto.nl)

Toen ik in juli 1992 in Balgoy kwam wonen, stonden er op de route Balgoyseweg, Houtsestraat, Torenstraat, Boomsestraat, Eindsestraat borden met busrouteinformatie. Op 3 juni 1984 werd Zuid-Ooster lijn 88 vanuit Beuningen verlengd naar Grave via Wijchen. Tussen Wijchen en Grave reed lijn 88 via Balgoy en Nederasselt. Deze lijn reed maandag t/m zaterdag overdag tot ongeveer 19:00. Vanaf 27 mei 1990 werd lijn 88 ingekort tot Beuningen – Molenhoek. Het traject Grave – Beuningen bleef bestaan onder de lijnnummers 94, Beuningen – Wijchen en 95, Wijchen – Grave. Deze werden gereden als belbussen. Dus het busbordje bij de kerk in 1992 gaf aan dat de Zuidooster/Hermes reed met de belbuslijnen 95 op dit traject, waarbij in Wijchen moest worden overgestapt door doorgaande reizigers. Per 23 mei 1993 werden deze lijnen samengevoegd en reed lijn 94 1x per uur tussen Wijchen en Grave in de spitsuren en 1x per 2 uur in de daluren als belbus. Een ochtendrit naar Grave begon in Beuningen en in de middag reed 1x per 2 uur een bus vanuit Beuningen naar Grave. De eerste rit op de dag kwam uit Woezik en reed als vaste rit. Vanaf Grave reed de eerste rit op de ochtend naar Beuningen. Tot de middagspits reden de bussen dan slechts tot Wijchen en reden in de middagspits weer tot Beuningen. De dienstregeling eindigde rond 18:00. Lijn 94 reed niet in het weekend. Deze informatie is terug te vinden op de website OV in Nederland.

Op 1 juni 1997 is lijn 94 opgeheven en vervangen door lijn 594. Lijn 594 is een voormalige lijntaxi die reed van Beuningen naar Grave. Lijn 594 reed op werkdagen 1x per uur in de spitsuren, daarbuiten 1x per 2 uur. De dienst eindige om 19:00 uur. Op zaterdag en zondag reed lijn 594 in de ochtend en avond 1x per uur, in de middag 1x per 2 uur. De dienst eindige al om 18:00. Op 28 mei 2000 werd lijn 594 samen met alle andere lijntaxi’s weer opgeheven omdat de formule niet aansloeg bij de reiziger. Lijn 594 werd omgezet in lijn 94. Het aantal ritten werd flink beperkt. Op werkdagen reden nog slechts vijf ritten. In het weekend verviel de verbinding geheel. In de dienstregeling 2002 waren bijna alle ritten vervallen. Op 12 december 2004 werd lijn 94 opgeheven en was er in Balgoy geen openbaar vervoer meer.

Apple-car

Apple zelfrijdende auto

Zoals ik al zei, is het niet voor de hand liggend dat er nu nog een lijnbus door Balgoy gaat rijden. Ikzelf zit al enkele jaren op een doorbraak te wachten van de auto zonder chauffeur op bestelling. Onder andere Google en Apple zijn de laatste jaren druk bezig met het ontwikkelen van technologie voor zelfrijdende auto’s. Google heeft bijvoorbeeld een klein autootje ontwikkeld wat zelf kan rijden, dat kleine autootje is nu ook op de openbare weg te vinden. De autootjes doen testritten op de openbare weg in Mountain View. Het stadje in Silicon Valley waar Google is gevestigd. Google rijdt al jaren op de openbare weg met zelfrijdende auto’s van andere merken. Zo zijn er aangepaste Lexus en Prius-auto’s die al meer dan een miljoen kilometer hebben afgelegd. Daarbij zit er echter altijd iemand achter het stuur die kan ingrijpen indien dat nodig mocht zijn. Op termijn is het de bedoeling dat auto’s echt zelf gaan rijden zonder bestuurder. Maar als we straks allemaal massaal zonder handen aan het stuur gaan autorijden, hoe zit het dan met de autoverzekering en de aansprakelijkheid? De Nederlandse wet schrijft nu nog voor dat je altijd twee handen aan het stuur moet hebben. Veroorzaak je een ongeluk wanneer je de handen niet aan het stuur had door de autopilot? Dan ben je aansprakelijk. Dat kan er zelfs toe leiden dat je eigen verzekering jou aansprakelijk stelt bij een ongeluk wanneer je schade veroorzaakt. Maar als de auto verantwoordelijk is voor schade als jij de auto niet bestuurd, in hoeverre kan een verzekeraar dan de autofabrikant aansprakelijk stellen en dit in de premie meenemen? Mogelijk dat autoverzekeringen uiteindelijk zelfs verdwijnen, omdat verzekeraars bij schade direct afspraken gaan maken met de fabrikant en jij bij personenschade bijvoorbeeld alleen zorg vergoed krijgt via de zorgverzekering. Eventuele schade aan de auto wordt dan wellicht kosteloos gerepareerd en de rekening komt direct bij de fabrikant terecht.

BRENG-1Maar zover is het nog niet. Tot die tijd lijkt me het Breng Flex initiatief een prima oplossing. Ikzelf heb daar al een aantal keren gebruik van gemaakt. Breng Flex is een handige vervoerservice op bestelling, die rijdt van halte naar halte. Welke haltes? Dat bepaal jezelf. Breng flex komt op alle haltes van de gewone bus, plus enkele virtuele haltes of buurtbushaltes. Met een handige app of per telefoon reserveer je een zitplaats in een voertuig. Je bepaalt zelf wanneer je wordt opgehaald bij de halte en waar je naar toe reist. Je bestelt Breng flex dus als het jou uitkomt. En je betaalt altijd € 3,50 per rit. Lekker duidelijk! Breng Flex mist hier dus wel een aantal eisen van de Wet Personenvervoer 2000 om te voldoen aan de norm voor openbaar vervoer. Er is geen vaste route, geen vaste dienstregeling en er wordt geen OV-tarief gehanteerd. Maar de flexibiliteit is toch ook weer een voordeel!

Breng haltes

Op het kaartje is de plek aangegeven waar de RK kerk van Balgoy staat (rode speld), maar daar is geen Breng flex halte in de buurt. De haltes het dichts in de buurt zijn aangegeven met de blauwe rondjes (het eventuele cijfer in de rondjes geeft het aantal haltes aan).

Breng flex is elke dag van de week beschikbaar tijdens deze uren:

  • maandag – vrijdag 06.30 – 24.00 uur
  • zaterdag 08.00 – 24.00 uur
  • zondag 09.00 – 24.00 uur

In de Gelderlander van afgelopen december stond een bericht dat de vrees bestaat dat Breng Flex een ‘subsidievreter’ blijkt te zijn, waardoor de opdrachtgever (de provincie Gelderland) een keer de stekker eruit trekt. Ik denk dat zonder subsidie heel veel initiatieven zoals Breng Flex zullen mislukken, omdat tijd nodig is om bekend te worden en te laten zien dat het haalbaar is. In diezelfde Gelderlander stond ook een bericht dat de pilot Breng Flex in Wijchen een succes was. Gebruikers van Breng Flex waarderen de ritten van de service gemiddeld met een 9,7. Zo blijkt uit een informatienota van de gemeente Wijchen.

Kerk Balgoy

Een virtuele Breng Flex halte bij de kerk in Balgoy

Wat mij betreft is er nog maar een wens om Breng Flex helemaal mijn favoriet te maken en daarmee ook het “Openbaar Vervoer” weer terug te krijgen in Balgoy. Ik zou heel graag zien dat er een virtuele halte bij zou komen bij de R.K. Kerk in Balgoy. Dit zou mijns inziens de leefbaarheid voor met name de oudere Balgoyse mensen enorm bevorderen. In combinatie met de 34% leeftijdskorting voor 65-plussers kunnen zij voor ongeveer 2 euro zelfstandig en op het moment dat zij dat willen naar Wijchen of Nijmegen blijven gaan voor boodschappen, winkelen, theater of gewoon een gezellig bezoekje aan familie, vrienden of bekenden. Laat iedereen een verzoek daartoe indienen bij Breng!

Balgoys nieuws in de krant precies 100 jaar geleden

screenshot 2Wat was het Balgoyse nieuws vandaag precies 100 jaar geleden op maandag 22 juli 1918? We zouden daarvoor een krant moeten kunnen lezen van die datum. Dat kan! Met behulp van Delpher kunnen we dat. In “De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad“, een landelijk dagblad nogwel, vinden we een kort berichtje over Balgoy.

screenshot.png

De Tijd 22 juli 1918

In Delpher vindt je miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften die je allemaal woord voor woord kunt doorzoeken. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. Ze worden in Delpher onder één knop aangeboden om het vinden van informatie voor u gemakkelijk te maken.

Delpher is een goudmijn voor iedere onderzoeker. Het maakt niet uit wat voor onderzoek je doet en op welk niveau. Delpher biedt voor iedereen de originele teksten uit meer dan ruim 1,3 miljoen kranten, 4,4 miljoentijdschriftpagina’s en meer dan 320.000 boeken uit de 15de tot de 21ste eeuw. En het aanbod zal de komende jaren alleen maar groeien. Van 60 miljoen pagina’s nu tot 100 miljoen over een paar jaar. Wat nog mooier is, is dat het vrij te gebruiken is voor privé-doeleinden en onderzoek. Al het materiaal uit Delpher mag je voor eigen onderzoek vrij gebruiken. Het gebruik van de website wijst zichzelf, maar er is ook een uitgebreide handleiding voor wie dat wil.

pastoor Jan Cornelis Martens

Joannes Cornelis Martens (Bron: Wim Verhoeven)

Terug naar het Balgoys nieuws van 1918. De Balgoyse pastoor Martens werd op 22 juli voorzien van het H. Sacrament der Zieken, hij werd bediend. Joannes Cornelis Martens werd pastoor van Balgoy in 1911. Hij was geboren te Udenhout op 11-12-1866 als zoon van Adriaan Martens en Cornelia Burgmans. Hij had gestudeerd aan het seminarie van Haaren, werd in 1892 tot priester gewijd en in 1894 tot kapelaan in Wanroij benoemd. Van 1898 tot 1911 was hij aangesteld als kapelaan in Asten (Bron: Heemkundekring De Vonder Asten – Someren). Onder zijn pastoraat in Balgoy is de in 1913-1914 aan de Boomsestraat gebouwde nieuwe parochiekerk tot stand gekomen; Martens werd dan ook wel de “bouwpastoor” genoemd. Joannes Cornelis Martens is op 04-09-1918 te Balgoy overleden en hieronder zijn overlijdensakte.

overlijdensakte Martens

BS Overlijden Balgoy, Gelders Archief, Arnhem, Archief 0207, regnr 8074

screenshot

Het Centrum, 4 september 1918

In die overlijdensakte staat duidelijk dat “Johannes Cornelis Martens, roomsch Katholiek Pastoor”, “op den vierde september dezes jaars, des namiddags, om half een uur, binnen deze gemeente in het huis, wijk A, nummer negen en dertig a is overleden. Toch verscheen in het landelijk dagblad Het Centrum van woensdag 4 september 1918 een kort bericht, dat de pastoor “zijn intrek heeft genomen in het gesticht te Wanroy”.

advertentie fam Martens

De Tijd, 5 september 1918

Blijkbaar is pastoor Martens toch nog onverwacht overleden. Uit de overlijdensadvertentie van de familie in De Tijd, kan opgemaakt worden dat er sprake was van “een langdurig, geduldig lijden”. De benoeming van een nieuwe pastoor in Balgoy was in die tijd snel geregeld. Nog in diezelfde maand werd kapelaan van Acht uit Kaatsheuvel aangesteld als pastoor in Balgoy. Uit een bericht in De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918 blijkt dat Balgoy blij mocht zijn met de nieuwe pastoor en op 20 september was de benoeming een feit.

Kaatsheuvel

De Nieuwe Tilburgsche Courant van 17 september 1918

beeldengroep

Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918

Het meest verrassende en interessante bericht dat ik las in het krantennieuws van 2018, was een bericht uit de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant van 13 november 1918, een paar maanden na de benoeming van pastoor van Acht. Het betrof een cadeau van de leden van de vereniging van de H. Familie uit Kaatsheuvel, waarvan de toenmalige kapelaan van Acht directeur was geweest aan de nieuwe pastoor van Balgoy. Een beeldengroep. De beeldengroep!

De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

De beeldengroep (Bron: Rikie Peters)

In december 2015 schreef ik een blog over de kerstal in de Balgoyse kerk. Samen met religieuze kunstkenner Wim de Mul had ik in de kerk naar de kerststal gekeken of die van Pietro Mazzotti was. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie bleek bij een aantal beelden ook het merkteken van Mazzotti (PM) aangebracht te zijn. Ik was heel tevreden met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw was vervaardigd in Münster door Pietro Mazzotti en dus naar alle waarschijnlijkheid was aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914. Mooi niet dus! Een cadeautje uit Kaatsheuvel voor de nieuwe pastoor in  1918 is veel waarschijnlijker na dit krantenbericht gelezen te hebben. En een feestje om te vieren met Kerst: de kerstal is 100 jaar oud.

Er was natuurlijk nog veel meer nieuws in Balgoy in 1918. Ter illustratie een tweetal berichten uit de Maasbode. Dit klinkt als een regionale krant, maar de Maasbode was opgericht als weekblad met 800 abonnees in 1868 en vanaf 1885 een in Rotterdam verschijnend landelijk katholiek dagblad, na de Tweede Wereldoorlog als avondkrant (Bron: Wikepedia).

boerderijbrand

Het eerste bericht betreft een boerderijbrand in Keent. Vraag is wie weet wie H. St. was, die 2 koeien en een vaars verloor en onderverzekerd was? (De Maasbode van 23 februari 1918)

post

Met het tweede bericht begint een lange periode met postbezorging door de familie Willems. Dus 100 jaar geleden werd Jentje de Post benoemd als brievengaarder te Balgoy. (De Maasbode 4 maart 1918)

Soms zit het mee en soms zit het tegen

BHIC (Brabants Historisch informatiecentrum) in de Citadel van ‘s-Hertogenbosch (Bron: BHIC op Wikipedea)

Onderzoek doen naar de geschiedenis van je familie of je leefomgeving is een fantastische hobby. Elke keer vind je weer verrassende informatie over mensen en de tijd waarin ze leefden. Er is zoveel bewaard gebleven over onze geschiedenis en er zijn heel veel bronnen waarin je kunt zoeken, in een archief en ook thuis achter je pc. Omdat veel Balgoyse mensen roots hebben in het Brabantse is een bezoek aan het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in de Citadel van Den Bosch onontkoombaar, maar ook zeer de moeite waard. Blijf je liever thuis, dan kun je in de digitale studiezaal van het BHIC informatie vinden in bijna 40 kilometer archieven en collecties. Je krijgt hulp bij onderzoek, kunt vragen stellen aan een archivaris via chat en ontmoet andere onderzoekers op het forum.

screenshot.png

BHIC Bronnen die je thuis kunt raadplegen

Toch kun je soms pech hebben. Dat overkwam mij met mijn speurtocht naar de voorouders van mijn vrouw Ans Jans, Godefridus Jans en Geertrudis van Raaij uit Escharen en hun verwanten. Informatie over het huwelijk van Godefridus en Geertrudis was niet te vinden. Omdat beiden uit Escharen kwamen, moet het huwelijk bijna zeker in de kerk van Escharen gesloten zijn. Zoeken in de Doop, Trouw en Begraafboeken van omringende plaatsen leverde ook niets op. Dan maar een vraag op het BHIC forum geplaatst. Nog diezelfde avond, was er al een reactie. De Doop, Trouw en Begraafboeken van Escharen van eind 18e eeuw blijken niet compleet te zijn en o.a. het R.K. trouwen Escharen 1788-1800 ontbreekt in het archief.

Soms heb je ook een meevaller. In het archief van het dorp Escharen wordt onder nummer 67 een lijst van eigenaren van onroerend goed bewaard (Bron: Escharen rond 1800: een boeren-gemeenschap, uitgave in het kader van de finan­ciële actie “Werk aan de kerk” onder auspiciën van het kerkbestuur van de Lambertuskerk in Escharen). Deze lijst werd begin 18e eeuw aangelegd voor belastingdoeleinden, en wel in het kader van nieuwe wetgeving op het (al bestaande) zegelrecht. Alle transportak­ten van onroerend goed, alle uitgiften van bezittingen in erfpacht, elke verkoop of ver­vreemding van erf pachtbrieven, alle renten, tienden en huren en alle verhuringen en ver­pachtingen voor een termijn van 25 jaar of langer op gezegeld papier moesten worden geschreven. Het tarief was progressief: hoe duurder het goed, des te duurder het zegel. Om de heffing van dit recht te kunnen verzekeren, diende de uitgangssituatie te worden vastgelegd: alle bewaarders van registers van vast goed moesten hun bestanden moesten actualiseren. Voor Escharen berustte deze verplichting bij het dorpsbestuur.
Al te willig waren de regeerders van Escharen niet, zo min overigens als vele anderen in den lande. Het opschrift van het Escharense kohier meldt dat het dorpsbestuur pas in actie kwam na een waarschuwing van het departementaal bestuur dat het kohier vóór 1 januari 1807 in orde moest zijn gemaakt. Conform de opdracht werden nu alle eigenaren van onroerend goed en alle tiendheffers onder de jurisdictie van Escharen in een register gebracht. Naderhand werden nog enkele mutaties opgetekend, zodat de beschreven situatie geldig mag worden geacht voor de periode ca. 1807 – ca 1810.

De lijst bevat veel interessante informatie over ontroerend goed in Escharen, waaronder twee nummers die van bijzondere interesse zijn, no. 40 en no. 55.

No. 55 zijn de eigendommen van Godefridus Jans:

  • “een Huys en verder getimmers gen: de bolt, voor 2/3, met 3/4 morgen Zompgrond”
  • “4 Hond biesagtig Weijland gelegen in eenen onverdeelden Kamp genaamt de Horst in het geheel groot 3 morgen belend Eenerzijds B: van de Wiegelaar en meer Erven eene Eynde de Rivier de Raam, en Verders de Gemeente”
  • “1/3 in eenen Kamp zompig wijland genaamt de Lagen waeijcamp, in het geheel groot”
  • “1/2 morgen belend, Eenerzyds Derk Prinss en meer Erven, Anderzyds B Van de Wiegelaar Eene Eynde de Rivier de Raam ander Eynde Mathijs Cuppen Escharen terug in de tijd pagina 19 4 een Parceel Heygrond groot 4 1/2 morgen gelegen aan de Legeheij belend, Eener­zeyds het Weversveld en verder de Gemeente”

No. 40 zijn eigendommen van de erfgenamen van Hendricus Theunisse van Raaij (de vader van Geertrudis van Raaij):

  • “eenen bouwhoff gelegen in de Lege­heij, met 4 1/2 morgen zoo bouw weij als Heijland belend Eener Zeyds de Wed: Jacob Jans en meer Erven en verder gemeene Wegen in de marge: Modo Godefridus Jans het huys met hoff en aangelegen bouwland groot 1/2 morgen, Reinier Reijnders c:s: eene morgen bouw en groesland, Jan van Raaij eene morgen bouw en Heyland, Johannes v:d: Broek 6 & 3/4 morgen bouw en een Kampke wyland groot 1/4 morgen, Hermanus van den bogaard c:s: eene morgen bouw en groesland”
  • “4 1/2 hond Weijland geleegen in Eenen onverdeelden Kamp, in het geheel groot 3 H: Morgen, gen: de Horst, belend EenerZeijds B: van de Wiegelaar en meer Erven, Eynde de Rivier de raam ander zeyds en eynde de Gemeente in de marge: Modo de Heer A:W: van Ham te Grave”

Deze beschrijving komt overeen en wordt bevestigd door de erfdeling die in 1807 plaatsvindt en die is terug te vinden in de index van het schepenprotocol van Escharen onder toegangsnummer en inventarisnummer 7040.522.
De kinderen en erfgenamen van Hendricus Theunissen van Raaij en Catharina Jacobs van den Heuvel in leven echtelieden, Jan van Raaij, Godefridus Jans weduwnaar van Geertruij van Raaij, Anthonet van Raaij en Johannes van den Broek echtelieden, Angenes van Raaij en Reinier Reinders echtelieden, Elisabeth van Raaij en Hermanus van den Bogaart echtelieden verdelen de volgende onroerende goederen: een huisje met aangelegen moeshof en bouwland in de Legeheij, groot samen ongeveer een halve morgen. Een perceel bouw- en groesland een Hollandse morgen groot. Een morgen bouw- en heiland, grenzend enerzijds Godefridus Jans en verder rondom de gemeene wegen. Drie vierde morgen bouwland en een kampke groesland ongeveer een tiende morgen tussen de gemeene straat en Godefridus Jans. Een stuk bouw- en groesland ongeveer een Hollandse morgen groot, grenzend enerzijds de gemeente en een eind Melchior en ander eind Rein Hendriks. Was getekend M. Poos klerk.