Een natte tabakspruim in plaats van een pepermuntje

Wat doe je in je vakantie, behalve genieten van het mooie weer op Noord-Beveland aan het mooiste strand van Nederland? Op het strand kun je niet anders dan een luisterboek “lezen”, maar ’s avonds dan heb je lekker tijd voor het schrijven van een blog of bijvoorbeeld het lezen van verhalen op de BHIC website.

Henk Buijks vertelde daar al weer een paar jaar geleden, op 28 februari 2011, over een plekje dat iedere Geffenaar kent. Ik herkende de plek ook meteen: de kruidenierswinkel, met ook groente en zuidvruchten, van mijn opa en oma in de Kloosterstraat. Een mooie herinnering uit mijn jeugd, met de gezellige keukentafel meteen achter de kleine winkel, waar altijd gebuurt werd, waar over van alles en nog wat gesproken werd. Waar ik als kleine jongen elke keer weer voor de gek gehouden werd door opa die vroeg of ik een pepermuntje lustte en dan als ik mijn hand ophield, een natte tabakspruim kreeg. Ik snap nu nog niet dat ik er elke keer intrapte en hoor opa nog steeds lachen.

Samen met mijn peettante Corry van Esch -van Erp op de foto begin jaren zestig

Ook herinner ik me mijn peettante, tante Corry, die bijna altijd links achter de korte kant van de tafel zat en aan de lange kant zat dan oma. Opa zat naast de kachel in de buurt van de kolenkit die gebruikt werd voor de pruimtabak. Terwijl ik dit schrijf zie ik het beeld weer voor me. Als de deurbel van de winkel rinkelde, stond altijd oma op om te gaan helpen. Trouwens, diezelfde tante Corry was de eerste die reageerde op de vraag van Henk Buijks wie meer wist over de foto van het winkeltje. Haar reactie: “Het te slopen pand: kruideniers- en groentenwinkel van mijn ouders Piet van Erp en Lena van Tuyl, waar zij 40 jaar hebben gewoond. Buren links: waarschijnlijk vd Doelen. Buren rechts: Leida Steenbergen. Zij verkochten voornamenlijk snoep en tabak in hun winkel.” Daarna volgen nog meer reacties met waardevolle informatie over mijn opa en oma en hun buren. De laatste reacties heeft mijn peettante niet meer kunnen lezen, want ruim een jaar na haar eigen reactie op 15 juli 2012 overleed zij op 74-jarige leeftijd.

de03^011

Tante Corry en mijn oma op weg naar de kerk met de dorpspomp op de achtergrond

Cornelis van Erp en Johanna Hermes

Tante Corry, Cornelia Maria, is vernoemd naar haar opa, Cornelis van Erp, die leefde van 1852 tot 1931 en getrouwd was met Johanna Hermes. Hiermee wordt meteen een antwoord gegeven op de vraag van Henk Buijks of toevallig bekend was waaraan mijn opa zijn bijnaam te danken heeft, Piet de Corry. Piet van Cornelis dus! Ik ben dus Piet van Jan van Piet de Corry. Een uitgebreide beschrijving van de stamboom vind je in het boek “Wilhelmus van Erp, Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt” van Arnout en Willie van Erp, respectievelijk een neef en broer van mij.

 

Wat zeker nog de moeite van het vermelden waard is, is dat ook aan huis werd verkocht, eerst nog met paard en wagen en later gemotoriseerd. Nadat opa was gestopt met de winkel zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en in de keuken en ’s zomers voor de winkel werd veel gebuurt. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader Jan de Corry, ome Frans en ome Albert waren duivenmelkers. De Corries zijn een hechte familie, met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Ik probeer die traditie als Balgoyse mens en Geffenaar in ere te houden.

 

Wilhelmus van Erp - Tweede burgemeester van Geffen en eigenaar van molen de Vlijt

Piet de Corry en Lena van Tuijl, mijn opa en oma, op het bankje voor de winkel

Piet van Willem van Peter van Hannes Schel uit Vinkel

 

Deze keer geen blog over Balgoy of Keent en ook niet over Geffen. Of eigenlijk toch wel een beetje, want Geffen en Vinkel zijn ongeveer hetzelfde als Balgoy en Keent. Naar aanleiding van de vorige blog “Pietje de Hoas en Thé den Hoan, namen om niet te vergeten”, die ging over namen en bijnamen in de vorige eeuw en daarvoor, kreeg ik al binnen een dag een reactie uit Geffen van Herman de Haas. Zoals ik in dat bericht al zei heb ik regelmatig nog even contact met deze Geffense mens, meestal via Facebook. Het WordPress bericht wordt ook altijd vermeld op Facebook, waar het dan wordt opgepikt en eventueel geliked. Soms ook, zoals deze keer, krijg je een reactie.

Pietje de Haas

Pietje de Haas uit de van Coothstraat in Geffen

Herman reageert op Facebook: “Pietje de Hoas, is geborre in Vinkel in de Neeikampen, as Piet van Willem van Hannes Schel, mar deh weten de mensen in Geffen wir nie, mar in Vinkel ist nou nog altijd: oo geh zet er inne van Piet van Willemke Schel.” Ik reageer meteen terug met “Mag ik dit stukske nog d’r bij schrijven? Makt ‘t wel af!”, waarna ik met kerende post een positief antwoord krijg en nog wat extra informatie: “Tuurlijk woarum nie, is ginne scheldnaam mar kumt van een oma af, Sara Schel.”

Natuurlijk geloof ik meteen dat wat Herman zegt klopt. Die bijnamen zitten zo diep geworteld in de families en hoewel onze generatie die bijnamen niet zo vaak meer gebruiken, zijn die door overlevering bewaard gebleven. Ik ben er inne van Jan van Piet de Corry en Herman is er inne van Piet van Willemke Schel!

Toch wil de wetenschapper in mij zoiets dan nog even checken, valideren. Dat kan in zo’n geval simpel met de websites van WieWasWie en BHIC. We typen op WieWasWie Petrus de Haas in en krijgen meer dan 1200 hits. Die vraag moet verfijnd worden. We gaan uitgebreid zoeken en voegen de plaatsnaam toe. Geffen levert geen bruikbare resultaten in de periode 1924-2000 op (Met Google al gevonden dat Piet de Haas op 25 december 2009 85 jaar oud werd en dus in 1924 geboren is), dus nieuwe poging gewaagd met Nuland. Vinkel was in de vorige eeuw opgesplits en hoorde deels bij Geffen, bij Nuland en bij Heesch. De combinatie met Nuland levert 10 resultaten, waaronder het bevolkingsregister vanaf 01-01-1917 met scan.

screenshot

screenshot.png

7340-0009.030

Detail van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934, pagina 29

Uit het bevolkingsregister blijkt dat het de Petrus (Piet) de Haas betreft die we zoeken, want de geboorteplaats is Nuland en de geboortedatum 25 december 1924. Verder is te zien dat Petrus in Wijk B (waarschijnlijk Vinkel) woont op nummer 57. Alleen worden geen ouders vermeld op deze pagina. Het volgnummer van Petrus is 21, dus er staan nog 20 vermeldingen op de pagina hiervoor (pagina 28). Herman vertelde dat hij er “inne was van Piet van Willemke Schel”, dus de naam van de vader van Petrus was Wilhelmus (Willemke). In WieWasWie wordt Petrus vervangen door Wilhelmus en we vinden opnieuw het Bevolkingsregister van 01-01-1917, maar dan een pagina eerder, pagina 28 in plaats van pagina 29.

screenshot.png

7340-0009.029.jpg

Pagina 28 van het Bevolkingsregister van Nuland, periode 1917-1934

Deze pagina vermeldt op volgnummer 1 het hoofd van het gezin van op B57 woont, nl. Wilhelmus de Haas, geboren 28-03-1867 in Nuland, weduwnaar van Antonia Bosch, die op 10-05-1918 getrouwd is met Gijsberdina van Lokven. Hij is dan 51 jaar. Petrus de Haas is hun zoon. Gijsberdina komt volgens het Bevolkingsregister uit Berlicum. Er van uitgaande dat Wilhelmus en Gijsberdina dan ook in Berlicum getrouwd zijn, is de huwelijksakte met behulp van WieWasWie gemakkelijk terug te vinden in het archief van de Burgerlijke Stand.

017-550-295-1918_014.jpg

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Berlicum 1918

Behalve het bruidspaar, worden in de akte ook de wederzijdse ouders genoemd. Wilhelmus de Haas was boerenarbeider en meerderjarige zoon van Peter de Haas en Theodora van den Bosch uit Nuland. De stamreeks van Herman de Haas telt nu al een viertal generaties, maar de naam van “oma” Sara Schel is nog niet gevonden. We zoeken nu het huwelijk van Peter de Haas en Theodora van den Bosch op WieWasWie op. Zij zijn op 17-09-1857 in Nuland getrouwd. Peter was de zoon van Johannes Cornelus de Haas en Sara Schel!

116-050-5501-1857_024

Huwelijksregister Burgerlijke Stand Nuland 1857

stamreeks Piet de Haas

Korte stamreeks Piet de Haas 

Samengevat, kunnen we het volgende concluderen, nadat ik met behulp van de websites WieWasWie en BHIC enkele feiten heb opgezocht over de voorvaderen van Piet de Haas. Sara Schel was getrouwd met Johannes Cornelis (Hannes) de Haas en die kregen in 1825 een zoon Petrus (Peter) in Geffen. Dus Geffense mensen zouden ’t kunnen weten. Peter was de vader van Wilhelmus (Willemke) en dat was weer de vader van Pietje. Dus dat betekent dat Herman de Haas, Herman van Pietje van Willemke van Peter van Hannes Schel moet zijn. Een mooie bijnaam, diep geworteld in de Geffense en Vinkelse grond. Ik ben nog wel benieuwd naar waarom precies de naam van de vrouwelijke lijn als bijnaam werd aangenomen.

Pietje de Hoas en Thé den Hoan, namen om niet te vergeten

De sociale media zijn zo gek nog niet! Het houd contacten levend, die anders wellicht verwateren. Mijn contacten in Indianapolis bijvoorbeeld, waar ik in 2005 een aantal maanden mocht werken bij het farmaceutische bedrijf Eli Lilly. Natuurlijk zou ik ze vaker willen bezoeken, maar de Amerikaanse Midwest is niet bij de deur. Maar ook contacten dichterbij zijn belangrijk. Regelmatig heb ik nog even contact met een Geffense mens. Herman van Pietje de Haas (of de Hoas op z’n Geffens) is zo iemand. Hij reageert regelmatig op een Facebook-bericht van mij. Sociale media hebben zeker mindere kanten, maar tegelijkertijd zijn er dus ook positieve kanten. Zo blijf je verbonden met je roots, zelfs als je er al veertig jaar niet meer woont.

facebook-HermanMet een kop koffie in de kapschuur moest ik terugdenken aan de blog over de vliegshow in Keent in 1933. Het verhaal van het vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent is algemeen bekend bij de Balgoyse mensen. Oud-marinier en oud-vlieger Van der Vijver, burgemeester van Overasselt 1927 – 1934, was het die ervoor zorgde dat in de uiterwaarden van Keent, op het Meridelterrein, een vliegterrein van 600 x 600 meter werd aangelegd.

Wat heeft die blog te maken met Herman de Haas? Eigenlijk niet veel, maar ik moest denken aan een foto die besproken is in de betreffende blog. Een van de publiekstrekkers van de vliegshow was een vlucht met bejaarden uit de regio, waaronder Piet Cornelissen, oud 92 jaren (1) en Hent de Haan, oud 94 jaren (2), beiden uit Balgoy. Dat Hent de Haan uit Wijchen kwam en niet uit Balgoy, zoals onder een foto in het boek van dhr. Boeijen geschreven staat, was snel gevonden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924-1930 wordt Hendricus de Haan niet genoemd en in de overlijdensakte van de burgerlijke stand staat geschreven dat hij geboren en wonende te Wijchen was toen hij op eenennegentigjarige aldaar overleed op 7 november 1937. Toen ik vroeg om meer informatie over Hent de Haan reageerde Theo Thoonen uit Balgoy. Hij zei dat het in ieder geval geen familie was van hem. Hoezo vroeg ik, jouw achternaam is toch Thoonen, niet de Haan? “Ja, dat klopt” zei Theo, maar wij komen uit Alverna en daar heet ik Theetje d’n Hoan. Een bijnaam zoals zovelen vroeger een bijnaam hadden, ook in Balgoy. Vaak hadden de bijnamen een betekenis, soms ook niet. Wie kent de Balgoyse bijnamen en weet waar ze vandaan komen? Harry den Bels en Jo de Post, de Sjarreltjes, Bartje Buiting, Thijs van Sissen, Thé d’n Dekker, Marinus de Kriemel, Petje Kamer, Piet Fuuk, Hent de Mulder, Pet de Smid en Tinnuske Puf om er maar een paar te noemen, maar er zijn er nog veel meer. Een stukje Balgoyse en Keentse geschiedenis, dat niet verloren mag gaan, vind ik.

f5012-cornelisvanerpca1920

Cornelis van Erp en zijn vrouw Johanna Hermes 

Voor wie het interessant vindt, ook in Geffen hadden ze bijnamen. Niet Herman van Pietje de Haas, want dat is z’n echte achternaam. Maar mijn bijnaam bijvoorbeeld is Piet de Corry. Mijn overgrootvader was Cornelis van Erp en diens afstammelingen kregen de bijnaam de Corry. In Geffen waren meerdere families die van Erp heetten en op die manier konden die uit elkaar worden gehouden.

Getekend,
Piet van Jan van Piet de Corry

Bronnen:
1) 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven
2) Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen

Schaatsen op een dichtgevroren Maas

Het wekelijkse prietpraatje van Jan van Ravenstein uit Geffen op zijn WordPress weblog is naast mijn in Geffen wonende familie een welkome informatiebron over wel en wee in het Brabantse dorp waar ik geboren ben. Deze week was de titel van z’n blog “SKOTSE”. Ik moest effe nadenken voordat ik het snapte, want wij uit Geffen komen toch niet uit “Skijndel”; volgens mij zei ik vroeger altijd “schotse”, net zoals ik dat nou nog doe in Balgoy. En natuurlijk kan ik me de Karreput nog herinneren in Nuland en ik weet ook nog dat er verschillende mensen gingen schaatsen ’s winters. Maar wij niet. Wij schaatsten in Geffen zelf, in de Bieskempes of op de Wiel bij Wimke Linders en in het begin bij onze buurman Piet van de Oever achter in den hof, want dat lag een stuk lager en liep altijd onder in de winter. Jammer dat ik er geen foto’s meer van heb!

WP142 IMG_4582

Schaatsen op het “schaatsbaantje” op de kop van de Hoeveweg in Balgoy.

Hier in Balgoy werd en wordt natuurlijk ook volop geschaatst. Wij hebben natuurlijk de Maas en het hoeft maar een paar dagen te vriezen, zoals de afgelopen week, en in de ondergelopen uiterwaarden of op het speciale schaatsbaantje op de kop van de Hoeveweg wordt geschaatst. Maar echte harde winters hebben we niet meer. Dat was vroeger.

nr1-ReinierPaping

Reinier Paping tijdens de Elfstedentocht in 1963     Foto: Bert Breed

Koud was het meer dan vijfenzestig jaar geleden zeer zeker. De barre winter van 1962-1963.  Herinneren we ons nog iets van die winter van 1963? Iedereen grofweg boven de 60 jaar die je deze vraag stelt komt met verhalen over de sneeuwstormen, het bevroren IJsselmeer en natuurlijk de Elfstedentocht. De historische beelden van een heroïsch zegevierende Reinier Paping staan in ieders geheugen gegrift. Andere Tijden, het geschiedprogramma van de NTR en de VPRO, geeft een terugblik op deze strengste winter van de eeuw, die niet alleen maar sneeuw en ijspret bracht. De winter van 1962-63 was de koudste winter van de vorige eeuw. De winter van ‘63 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. Ook daarvoor was het al koud geweest. Van 21 tot 23 november en in de eerste week van december had het al goed gevroren. De gemiddelde temperatuur is in de wintermaanden december, januari en februari is +2,2 C. Voor 1963 is dit –3,0 C. De laagste temperatuur is gemeten op 18 januari – de dag van de Elfstedentocht – in Joure en bedroeg –20,8 C.

IMG_8796kopieZW

Op de voorgrond Wim Ariëns en op de achtergrond nog enkele Balgoyse(?) mensen op een dichtgevroren Maas. Welk jaar de foto genomen is, is onbekend. (Foto: dochter Maaike Erdmann)

Toch was de Maas in dat jaar niet helemaal dichtgevroren. Wel stukken en op sommige plaatsen zijn ook wel foto’s gemaakt van mensen op de bevroren maas (bron: BHIC). 1963 was niet het enige jaar in de afgelopen eeuw waarin de rivier deels dichtvroor, maar het was wel de koudste winter van de eeuw. Dat dichtvriezen gebeurde eveneens in (waarschijnlijk) 1956, 1954 en 1947 en (zeker) in 1942, 1940, 1929 en 1917. Hoewel er in februari 1985 ook een Elfstedentocht plaatsvond en het behoorlijk winter was, was er toen zeker geen sprake van een dichtgevroren Maas. Door de intensieve scheepvaart in de tweede helft van de vorige eeuw werd het dichtvriezen ook bemoeilijkt.

Wim Ariëns, die in 1930 te Nederasselt geboren werd, zal op de foto tussen de 20 en 30 jaar oud zijn. De vraag is dan wanneer de foto gemaakt is, in 1954 of 1956 of toch in 1963. Binnen een paar uur kreeg ik al een prachtige reactie van Joke Niessing – van Haren, die nu in Grave woont, maar die geboren is en bijna haar hele leven gewoond heeft in Balgoy. “1953 (de winter van 1953/1954). Wij zijn toen met z’n allen vanuit de school over de Maas naar Keent gelopen. Zelfs tante Anna van de Heijden heeft toen haar zus tante Mina in Neerloon bezocht. En Richard en Gerrit van Berkel hadden zand gestrooid, zodat het minder moeilijk was om te lopen.”

Natuurlijk blijft de vraag wie heeft wellicht ook nog andere mooie foto’s van Balgoyse mensen, die schaatsen op een dichtgevroren Maas?

Waarom een boek over Balgoyse minse?

2002_011 (1)

Alle Balgoyse mensen: Millenniumfoto 1999 (Bron: Ber van Haren)

Op 3 september komt mijn boek “Boeren, burgers en buitenlui – Verhalen over Balgoy en de Balgoyse minse” beschikbaar. Het is een boek over, voor en opgedragen aan Balgoyse mensen. Daarmee is trouwens het boek niet minder interessant voor al die andere boeren, burgers en buitenlui! Waarom een nieuw boek?

Balgoy heeft samen met Keent al een lange geschiedenis achter de rug. Ooit een Heerlijkheid, lange tijd een eigenstandige gemeente, in 1924 samengegaan met de gemeente Overasselt en na een referendum in 1977 een meerderheid van de Balgoyse mensen die zich uitsprak voor aansluiting bij de gemeente Wijchen, wat in 1980 ook gebeurde. En dan was er ook nog de maaskanalisatie die in 1939 Balgoy en Keent van elkaar splitste, waardoor Keent in 1958 definitief naar de gemeente Ravenstein overging en later gemeente Oss werd. Een operatie met ongekende impact voor de kleine leefgemeenschap. De specifieke ligging van de dorpen Balgoy en Keent, ingesloten tussen de rivier de Maas in het zuiden en een moeras (gevolg van de meandering van diezelfde Maas) in het noorden, maakte en maakt dat de Balgoyse en Keentse mensen een herkenbaar karakter hadden en nog steeds hebben, met een mengeling van de Brabantse gemoedelijkheid en Gelderse nuchterheid. Die mengeling maakt ze behoorlijk eigenzinnig, maar ook gezellig en tolerant; geeft ze een duidelijke eigen identiteit. Natuurlijk kregen die Balgoyse mensen ook nog eens te maken met oorlog en natuurrampen, zoals de dijkdoorbraak in 1926.

9c45b-omd-logo-met-bgl-sidebarDe titel van het nieuwe boek is een verwijzing naar het thema van Open Monumenten Dag 2017: “Boeren, burgers en buitenlui”. Net als met het OMD-thema, ligt de nadruk van het boek ook sterk op mensen en hun onderlinge economische en culturele relaties. De korte verhalen hebben betrekking op de leefbaarheid van de kleine leefgemeenschap Balgoy en zijn voorbeelden voor zowel de geboren en getogen Balgoyenaren als voor nieuwe inwoners. Het verbindt de Balgoyse en Keentse mensen met het landschap, werk, culturele leven en de bebouwing.

In 2000 werd “Pagus Balgoye” opgericht. “Pagus Balgoye” is de heemkundekring van Balgoy en Keent en kent een twintigtal actieve leden. Samen willen die de belangstelling voor de kennis van eigen omgeving, volk, gebruiken bevorderen en heemkundig waardevolle overblijfselen conserveren en bewaren.

5c15e-photo5001123

Mijn opa Piet “de Corrie”en zijn echtgenote Lena van Tuijl

Dat ikzelf daar graag deel van wil uitmaken is niet verwonderlijk als je mijn achtergrond kent. Afkomstig uit het Brabantse dorp Geffen en vernoemd naar mijn opa, de plaatselijke kruidenier, Piet van Erp, is de interesse voor de plaatselijke geschiedenis en zijn mensen niet raar. Die interesse is met de paplepel ingegeven door de generaties voor mij. Ik ben opgegroeid en opgevoed met buurten en verhalen vertellen. Mijn opa Piet van Erp, Piet “de Corrie” (zoon van Cornelis van Erp) had een kruidenierswinkeltje midden in Geffen, in de Kloosterstraat. Nadat opa was gestopt met de winkel, zijn ome Frans en ome Toon nog lang doorgegaan met verkoop aan huis en ik mocht vaak meegaan. In de winkel gingen verhalen uit het dorp over de toonbank en voor de winkel werd veel gebuurt. Ome Harrie en ome Kees werkten bij “de Post” en mijn vader, ome Frans en ome Albert waren duivenmelkers. De “Corries” zijn een hechte familie met een lange traditie van verhalen vertellen over de Geffense mensen en hun gebruiken. Wie de familie kent, wie mij kent, weet ook dat ze nooit als eerste naar huis gaan als ze aan het buurten slaan.

Wim Verhoeven 2000

Wim Verhoeven

Het was dan ook geen straf om kennis te maken met de verhalen van en over de typische Balgoyse mensen met namen als Hammen, Jans, Stevens, de Bruijn, Berben, Dinnissen, Arts, Willems en van Haren. De boeken van Wim Verhoeven en later Ries van Haren hebben mijn interesse voor de Balgoyse geschiedenis mee bepaald. De boeken van Wim Verhoeven bevatten veel relevante informatie en foto’s en zijn bovendien doorspekt van anekdotes en Balgoyse overlevering, waardoor ze heel prettig lezen.

Ries van Haren

Ries van Haren

Naast Wim Verhoeven heeft ook Ries van Haren zijn sporen verdiend met zijn visie in verhaal en dichtvorm op met name het Balgoyse en Keentse agrarische leven. Ries schrijft op zijn eigen Balgoyse wijze gedichten en verhalen met veel nostalgie en zeker ook maatschappelijke betrokkenheid. Heel veel overlevering van Balgoyse mensen zijn door Wim en Ries op papier gezet.

We moeten nooit ophouden met deze overlevering! Het verbindt de mensen in het dorp en bevordert daardoor de leefbaarheid en sociale cohesie. Dit boek is een poging om een bijdrage te leveren aan die overlevering. Een nieuwe tijd kent nieuwe vormen en ik heb de afgelopen jaren geprobeerd om middels website van Pagus Balgoye, facebook, QR-codes en een weblog een stukje verhaal van het Balgoy toen en nu te vertellen. Wel op mijn manier, met veel feitelijke informatie uit documenten die in archieven zijn bewaard gebleven. Een deel van die informatie kunt u terugvinden in het nieuwe boek.
Lees, leer en geniet ervan!