Een veerpont tussen Balgoy en Keent 1938 – 1952

 

Eind jaren dertig van de vorige eeuw werden Balgoy en Keent van elkaar gescheiden door een bochtafsnijding van de Maas.

Voor de inwoners van beide leefgemeenschappen werd door het Ministerie van Waterstaat in 1938 een veerpont in de vaart genomen. Een verzoek vanuit de inwoners van Balgoy, om deze veerdienst gratis te maken, werd afgewezen. Het tarief voor volwassenen bedroeg 4 cent per overtocht. Wel mochten de schoolkinderen uit Keent tot 1940 gratis naar de overkant om naar school te gaan.

De veerpont voer tot eind 1944, vastgehouden aan een ketting tussen Balgoy en Keent, op en neer. Deze ketting zat verbonden aan grote oeverstenen. In de laatste dagen van de tweede wereldoorlog werd het veerpont vernietigd; het opnieuw in de vaart nemen bleek na de oorlog, om met name financiële redenen, niet haalbaar.

 

Wel werd er een roeiboot ingezet om mensen over te zetten tussen Balgoy en Keent. Deze “Rijksveerdienst” werd in 1952 opgeheven. Het veerhuisje is nog een tijdje blijven staan.

Op zaterdag 5 april 2014 werden twee veerpontsteenbankjes onthuld, vervaardigd met twee originele oeverstenen. De twee bankjes, een in Balgoy en de ander in Keent, vormen tezamen een monument dat de band tussen de beide dorpen, die eens een gemeente vormden, symboliseert.

Balgoy en de maaskanalisatie, een stukje Balgoyse geschiedenis.

Balgoy en Keent waren twee kleine leefgemeenschappen in een lus van de Maas in de eerste decennia van de vorige eeuw. Twee kleine kernen, die een beetje geïsoleerd lagen in een meandergebied van de rivier en samen een gemeente vormden. De loop van de Maas was in de loop van eeuwen wel een aantal keren veranderd; soms waren de kernen Gelderland, soms ook Brabant. Ten noorden liep een oude maasbedding, een moerassig gebied, wat de contacten met Wijchen niet gemakkelijk maakte. Eerder stak men met een bootje de Maas over en ging naar Grave, Neerloon of Overangel. Ook vond men de liefde aan de overkant van de Maas, in Gassel, Escharen of Overangel. Zo leefde men jaar na jaar, eeuw na eeuw. De Balgoyse mensen in evenwicht met hun omgeving.
Toch was niet iedereen tevreden. In het eerste kwart van de 20e eeuw werd de waterbeheersing op de Maas zorgwekkend gevonden. Tussen 1900 en 1927 veroorzaakte de Maas 34 overstromingen, waardoor in Den Haag werd besloten om de dijken van de Maas te verzwaren. Bij de overstromingen van februari 1926 werd geconcludeerd dat de dijkverzwaring alleen onvoldoende was. Wim Lely kreeg de opdracht om met een betere oplossing te komen. In juli kwam hij met de o.a. de aanbeveling dat tussen Grave en Blauwe Sluis 10 scherpe bochten moesten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 km werd ingekort, hierbij ook de bocht bij Balgoy en Keent. Hierdoor zou de waterafvoer worden bevordert. De ingekorte rivier was bovendien een extra voordeel voor de intensievere vrachtscheepvaart.
Wat de Balgoyse en Keentse inwoners er van vonden werd nooit gevraagd. In een videointerview van Pagus Balgoye met Frans Berben en Harry Jans over die periode vertelt Frans dat de maaskanalisatie voor de Balgoyse en Keentse mensen “nog nie zonne ramp” was. Harry Jans wist wel te vertellen dat alle boeren in Keent werden onteigend en dat de meesten gedwongen waren te verhuizen. Sowieso, de mensen die in loop van de nieuwe Maas woonden moesten verhuizen.
Op deze plekken waar boeren eeuwenlang het land hadden bewerkt, werd tussen 1934 en 1940 gewerkt door honderden tewerkgestelden uit Nijmegen en uit het westen van Nederland. De bedding van de nieuwe Maas werd met de schop uitgestoken. Een paar mooie en illustratieve foto’s zijn te zien op de openluchtexpositie “Leven met de Maas” van stichting Het Batenburgs Erfgoed, waaronder de foto hieronder.