Waar heeft Lena Derks gewoond in Keent?

Balgoy gezien vanaf de dijk in Keent.

Op 26 maart 2026 ontving ik een e-mail van Peter Pouwels uit Groesbeek. Hij is op zoek naar waar zijn moeder vandaan komt.

Hij schrijft dat zijn moeder is geboren in het ‘oude’ Keent. Toen zij een paar jaar oud was moest het gezin i.v.m. de verlegging van de Maas verhuizen en kwam men in Overasselt terecht in de Valkstraat. Hij weet niet precies welk huisnummer. Ze heeft er vroeger over verteld. Zijn moeder leeft nu niet meer en ooms en tantes zijn er ook niet meer om informatie te vragen. Tijdens zijn zoektocht stuit hij op de website van de “Heemkundekring Pagus Balgoye” en vindt daarop dat ik betrokken ben bij het deelproject “Onderzoek naar wie waar woonde in Balgoy en Keent ten tijde van de maaskanalisatie”.

Natuurlijk wil ik graag helpen. Het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt uit de periode 1924-1931, dat ik samen met Werner Peters, ook lid van Pagus Balgoye, heb geïnventariseerd in het Regionaal Archief te Nijmegen, levert een mooie basis. Het bevolkingsregister bestaat eigenlijk uit 10-jarige tabellen met daarin de inwoners van de gemeente geregistreerd op huisnummer. Bovendien is opgetekend wanneer zij in de betreffende periode zijn gevestigd of wanneer zij zijn vertrokken. De onlogische begindatum in dit geval wordt verklaard door het feit dat op 1 mei 1923 de gemeente Balgoy en Keent haar zelfstandigheid opgaf en werd gevoegd bij de gemeente Overasselt.

In de e-mail schrijft Peter Pouwels dat zijn moeder Helena Hendrika (Lena) Derks is, geboren op 26-07-1932 en dat haar ouders Marinus Johannes Derks en Johanna van Gaal waren. In folio 255 van het bevolkingsregister 1924-1931 worden de bewoners van Wijk C59 genoemd. Dit is de nummering, die door de gemeente Overasselt werd ingevoerd in de zomer van 1928. Daarvoor was het de nummering van de gemeente Balgoy en Keent, Wijk D26 (nog wel vermeld, maar doorgestreept).

Hoofd van het gezin is Marinus Johannes Derks, geboren 28-6-1892 te Balgoy, van beroep landbouwer. Zijn vrouw is Johanna van Gaal, geboren 3-4-1895 te Balgoy. Behalve een neef uit Mill, Josef Verbrocken, geboren 4-8-1896, worden nog vijf kinderen genoemd. Laurentius Johannes (zoon), geboren 20-9-1924 te Overasselt, Geertruda Maria (dochter), geboren 14-4-1926 te Overasselt, Johannes Marinus (zoon), geboren 9-11-1927 te Overasselt, Maria Hendrika Theresia (dochter), geboren 23-2-1929 te Overasselt en Hendrikus Laurentius (zoon), geboren 3-9-1930 te Overasselt. Helena Hendrika was in 1931 nog niet geboren.

Marinus Johannes Derks trouwde Johanna van Gaal op 30-10-1923 in Overasselt.

Detail uit BS huwelijksakte van de gemeente Overasselt.

Marinus Johannes Derks is na zijn trouwen in hetzelfde huis blijven wonen als waar hij geboren was. Dat blijkt uit de geboorteakte van de burgerlijke stand. Het wijknummer is dan weliswaar nog B26, maar door de gemeentelijke veranderingen werd B26 later C26, D26 en C59. De locatie bleef dezelfde.

Geboorteakte BS van de gemeente Balgoy en Keent uit 1892. De aangifte van de geboorte van Marinus Johannes Derks, geboren 28 juni om half een ’s morgens te Keent.
Kadastrale kaart van Keent. Marinus Johannes Derks woonde op sectie B nummer 366.
Kadaster Keent, gemeente Balgoy. Verkoop van huis, schuur, erf en bouwland in dienstjaar 1935. Dat betekent dat het gezin in 1934 verhuisd zal zijn naar Overasselt. Volgens het kadaster is de Staat der Gewone Domeinen eigenaar geworden.

Marinus Johannes Derks is in 1923 (dienstjaar 1924) eigenaar geworden. Hij kocht huis, schuur, erf en bouwland van zijn vader Laurentius Derks.
Uit het bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1890-1923) blijkt ook dat Laurentius Derks, geboren 2-1-1859 te Gassel, woonde in wijk B26. Hij is daar ingeschreven op 16 mei 1883 komende uit Overasselt. Hij is overleden op 28-11-1921 en niet lang daarna heeft zoon Marinus Johannes de boerderij overgenomen.

De gemarkeerde plek waar Marinus Johannes Derks geboren is en na zijn trouwen gewoond heeft. En waar dus ook dochter Lena geboren is.
De plek waar Lena Derks geboren is (Google Streetview).

Met deze speurtocht krijgt het verleden van Lena Derks en haar familie weer een duidelijke plaats op de kaart. Archiefstukken, bevolkingsregisters, kadastergegevens en oude kaarten laten zien hoe één boerderij in Keent enkele generaties het middelpunt van een familiegeschiedenis vormde, totdat de ingrepen in het Maaslandschap daar onherroepelijk een einde aan maakten. Wat begon als een persoonlijke vraag groeide uit tot een klein, maar betekenisvol stukje lokale geschiedenis, waarin zichtbaar wordt hoe ingrijpende landelijke plannen het leven van gewone gezinnen bepaalden. Zo verbinden herinneringen, documenten en het landschap van nu zich tot een tastbaar verhaal dat het ‘oude’ Keent opnieuw tot leven brengt.

Infobord op plek waar molen “de Hoop” in Keent heeft gestaan

infobord over molen “de Hoop” in Keent (Bron: Henk Buijks)

Afgelopen vrijdag 6 augustus werd in Keent een infobord geplaatst op de plek waar tot 1938 molen “de Hoop” stond. Een belangrijke plek, niet alleen voor de inwoners van Keent, maar ook voor de Balgoyse mensen, want de molen maalde voor de boeren uit Keent en Balgoy. Balgoy en Keent waren, tot de maaskanalisatie eind jaren dertig een feit was, fysiek met elkaar verbonden en vormden tot 1923 zelfs een gemeente, de gemeente Balgoy en Keent. Het is belangrijk om de verbinding tussen de twee kernen te koesteren en de verhalen uit die tijd te bewaren, want veel families hebben op deze plek geleefd en gewerkt. Keentse en Balgoyse families zijn met elkaar verweven en velen zijn na de maaskanalisatie uiteindelijk in Balgoy gaan wonen. De Molenweg verbond Keent en Balgoy (nu de Oude Maasweg in Keent en de Hoeveweg in Balgoy met de Maas ertussen).

Links Harrie Jans (overleden in 2011) en rechts Frans Berben (overleden in 2017) in Keent: waar stond toch die molen? Twee “echte” Balgoyse mensen wijzen naar de plek waar de molen heeft gestaan tijdens een rondwandeling in Keent in 2007 van heemkundekring Pagus Balgoye (Bron: Piet van Erp)

Balgoy en Keent waren al vanaf de middeleeuwen verbonden met elkaar, ingesloten aan een kant door de Maas en aan de andere kant door een moerasgebied. Sinds die tijd vormden Balgoy en Keent één heerlijkheid. Ooit was die in handen van het kapittel van Sint-Jan in Utrecht. Of de middeleeuwse kapittelheren de dorpen ook aan een molen hebben geholpen, weten we niet zeker. De aller vroegste vermelding van een molen in Keent en Balgoy is een regest van de stad Arnhem dat dateert uit 1550 en waarin staat dat de molen toebehoorde aan de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy (Gelders archief, 2003 ORA Arnhem, Inventarisnummer 394).

Transcriptie: Wij, burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem, tuigen met deze open brief dat voor ons in onze tegenwoordigheid in schependom verschenen zijn Derick Putman en Beell, zijn echte huisvrouw, en hebben beloofd Johan Henrickss van Goch, wonende te goy, schadeloos te houden als van alzulke borgtocht als Johan voorzegd gedaan heeft voor Otto Janss van de windmolen, gelegen te Kendt, toebehorende de heer van Balgoy en de heilige kerk te Balgoy, alles naar vermogen en inhoud der voorwaarden van dezelve molen met alle puncten en articulen, bij de kaarse uitgelezen, waarvoor Derick Putman en Bele e.l. ter rechter waarschap gesteld en gezet hebben en mits dezen stellen en zetten hun huis en hofstede, waarin zij nu ter tijd wonen, gelegen in de Ketelstraat tussen huis en hofstede van Ffranss Hoeffsmyt op de ene zijde en huis en hofstede van Derick Pouwelss op de andere zijde; [enz.]; 

Rond 1630 werd de molen afgebeeld door Willem Janszoon Blaeu op een kaart van het rivierengebied: als een standerdmolen. Op het infobord kunnen we lezen dat die in 1639 eigendom was van Jan Adriaenszoon Mulder en Jaerxken Hermansdochter. Blijkens zijn achternaam zal Jan ook wel de molenaar zijn geweest. En in 1715 waren Henrick Heijnen en Johanna Richters de eigenaars van de “wintmolen met annexe huijs, hof en boomgaerd, groot ongeveer een en halven mergen”. 

Detail kaart van het rivierengebied met molen in Keent, Blaeu ca. 1630 (Bron: infobord molen Keent – Henk Buijks)

Op het infobord is verder te lezen dat ook in de 19e eeuw  de molen volop in bedrijf was. Balgoy had daar belang bij, dus werd in 1852 de weg naar de molen verhoogd voor een optimale bereikbaarheid. Overigens was in die tijd Keent groter dan Balgoy: in 1840 telde Keent 40 huizen met 235 inwoners en Balgoy slechts 29 met 171 inwoners.  

In september 1867 gebeurde er een bizar ongeluk in de Keentse molen. Vóór dag en dauw waren twee jonge vrouwen op weg om koeien te melken. Bij de molen zagen zij een kruiwagen staan. Die wilden ze verstoppen. Raar idee? Niet als het kort voor Keentse kermis is. In een aantal (landelijke) kranten van toen werd beschreven wat er toen gebeurd is, bijvoorbeeld de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 16 september 1867:

De Nieuwe Rotterdamsche Courant 16 september 1867

Het jonge meisje dat verongelukt is, was naar alle waarschijnlijkheid de 28-jarige Theodora Maria Peters, dochter van Peter Peters en Gijsberdina Willems, die op 13 september 1867 overleed om 5 uur ’s morgens (Overlijdensakte BS van de gemeente Balgoy en Keent).

Burgerlijke Stand Balgoy en Keent 1867

Na een brand in 1908 werd de molen weer opgeknapt. Nadien was Lambertus Broeren molenaar. In de tijd dat Broeren molenaar was, werd de straatnaam Molenweg veranderd in Hoeveweg; aan de Balgoyse kant van de Maas is de straatnaam tot aan de kerk nog steeds Hoeveweg. Voor boeren in Keent maalde Broeren roggemeel dat werd gebruikt als varkensvoer. En bakkers in de omgeving namen zijn tarwemeel af. Arno van Zwam vertelt op de website van het BHIC dat zijn opa Jan van Zwam met zijn grote gezin naast de molen van Broeren en de molenwiel woonde. De boerderij van opa bezat een bakhuisje; hij bakte daar voor de kern Keent en iets verder het brood af zoals nu in de supermarkt gebeurd. Het geknede deeg werd in bussen door de boer aangeleverd en opa kneedde er nog een beetje aan voordat hij het in het bakhuis afbakte. Het vuur stookte hij met snoeihout van de meidoornhagen die nog steeds in Keent te zien zijn.

Een oude foto van de houten standerdmolen die vroeger in Keent stond, aan een wiel bij de Uiterdijk, vlakbij bij de huidige Oude Maasweg (Bron: BHIC – foto eigen bezit Jeroen Arts)

De maaskanalisatie maakte een eind aan de nauwe relatie tussen Balgoy en Keent, maar ook aan de bestaansmogelijkheid van een molenaar in Keent. Op 24 november 1938 werd de molen publiek bij inschrijving verkocht, voor afbraak. Voor 105,50 gulden mochten de drie hoogste bieders, afkomstig uit Elst en Bemmel, hem slopen.  Volgens de krant De Gelderlander zouden “vele pogingen zijn gedaan om de molen te behouden; zulks bleek echter niet mogelijk.”

De Gelderlander 25 november 1938

En het Algemeen Handelsblad van 15 december 1938 verzucht: “De molen was een sieraad voor de streek en de verdwijning beteekent dan ook een gevoelig verlies.” 

Algemeen Dagblad 14 december 1938

Het verhaal tussen Maas en Waal

Het “Verhaal tussen Maas en Waal” is een nieuwe website, www.verhaaltussenmaasenwaal.nl, die vertelt hoe bewoners eeuwenlang geleefd hebben tussen de twee rivieren. Het water sijpelt, stroomt of klotst door alle verhalen, waarin landschap, economie en macht aan bod komen. Duik in dit Verhaal, ga af en toe kopje onder. En kom boven met een frisse blik op de kolkende geschiedenis van dit land en zijn bewoners.

Een van de verhalen gaat over Balgoy en de Maas. Begin twintigste eeuw zijn er grote zorgen over de waterbeheersing van de Maas. Tussen 1900 en 1927 veroorzaakt de Maas veel problemen. De regering in Den Haag besluit de dijken van de Maas te verzwaren. Bij de overstromingen van 1926 concluderen de bestuurders dat dijkverzwaring alleen onvoldoende is. Waar deze conclusie toe leidde leest u op de nieuwe website.

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie. Meer info vindt u ook elders in deze blog.

Een gebeurtenis met impact in de krant van februari 1931

Het is een spannende tijd! Het begon met de stikstofcrisis, de maximum snelheid op snelwegen is naar 100 km per uur gegaan en de coronacrisis heeft ons leven helemaal op de kop gezet. De impact van de coronaviruspandemie op ons leven is ongekend en heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Balgoyse mensen over 100 jaar nog over de gebeurtenissen in 2020 zullen praten.

Ik weet dat het bericht in de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931 op pagina 9 in geen enkele verhouding staat tot de recente gebeurtenissen, maar toch denk ik dat niemand zich toen heeft gerealiseerd wat voor impact het beschreven besluit uiteindelijk zou hebben. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de overstromingen, de waterbeheersing en de rechtlegging van de Maas zaken die de mensen bezighield. De Maasbodejournalist melde dat de krant er op attent gemaakt was, dat “in het definitief plan tot rechtlegging der Maas de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Dr. C. W. Lely was voorzien. De nieuwe bedding zal niet ten Noorden van Balgooy worden gegraven, zooals wij op gezag van zijn uitvoerig rapport aannamen, maar men zal den kortsten weg kiezen ten Zuiden van dit kerkdorp, zoodat de parochie Balgooy en Keent in twee ongelijke helften zal worden verdeeld.” Waar dit besluit in de afgelopen negentig jaar toe geleid heeft is nu goed zichtbaar als je boven aan de dijk staat bij de Hoeveweg in Balgoy.

De Maas gezien vanaf de dijk aan de Hoeveweg in Balgoy (bron: Werner Peters)

De reden dat de Maas, o.a. bij Balgoy gekanaliseerd moest worden kent een hele lange geschiedenis. In de oudste tijden was de Maas een zelfstandige rivier, die stroomde, waar op het einde van de negentiende eeuw de Bergse Maas is gegraven. De Maas stroomde door de toen nog niet bestaande Biesbosch en mondde uit in een zeearm die thans ook niet meer bestaat. Op het einde van de dertiende eeuw werd de Maas met de Waal verbonden om de Waal te ontlasten, met als gevolg zeer hoge waterstanden het hele jaar door. In de dertiende en veertiende eeuw werd begonnen met de aanleg van dijken langs de Maas, maar daarmee was de wateroverlast niet ten einde. De rivierstanden werden zelfs nog hoger. Het water moest binnen de dijken zijn weg vinden, wat extreem hoge waterstanden met zich meebracht en op die plaatsen waar nog geen of slechte dijken waren aangelegd, stroomde het water weer als vanouds door het lage Brabantse poldergebied naar de Dieze en vandaar weer de Maas in. Ook de dijken aan de Gelderse kant van de Maas kregen het vaak zwaar te verduren. Toen in 1473 Karel de Stoute Brabant en Gelderland in zijn macht kreeg, liet hij aan de Brabantse kant van de Maas, boven Grave, twee gedeelten onbedijkt, de zogenaamde overlaten. De Brabanders, die in het Maaskantgebied woonden, waren het hier vanzelfsprekend niet mee eens en concludeerden dat Gelderland belangrijker werd gevonden dan Brabant.

Door de jaarlijkse overstromingen was het Maaskantgebied een prachtige buffer voor Gelderland en Holland, tegen eventuele vijanden, die het op Noord-Nederland hadden gemunt. De Brabantse Maaskant werd dus opgeofferd in het belang van Holland en Gelderland. De Overlaten werkten vrijwel elk jaar, en in een aantal jaren leidde het zelfs tot grote rampen. Het duurde tot dik in de 19e eeuw voordat er maatregelen kwamen. Als laatste van die maatregelen restte nog de sluiting van de Beerse Overlaat. Toen daar in 1904 een positief besluit over werd genomen, tekende de provincie Gelderland protest aan. Gelderland was bang dat als de dijken aan de Brabantse kant verzwaard zouden worden bij hoog water de dijken aan de Gelderse kant het zouden begeven. In 1919 stelde de minister van Waterstaat een commissie in, de Commissie Jolles, die met adviezen moest komen die tot verbetering van de toestand moesten leiden ook aan de Gelderse kant.

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Op basis van het advies van die Commissie Jolles werden de hoogtes van de dijken aangepast, maar in de nacht van 6 op 7 maart 1923 ging de Overlaat weer werken. Men herstelde de schade en het zou nu toch wel even rustig blijven. Helaas, ook in 1924 overstroomde de Maas aan de Brabantse kant. En dat was niet de laatste keer. De overstroming van 1924 betekende niets in vergelijking met de ramp in de winter van 1925-’26. In de Brabantse rivierdijken ontstonden veertien doorbraken en diverse dorpskernen kwamen meters diep in het water te staan. Ook de Gelderse Maasdijken braken door, zodat het gehele land van Maas en Waal overstroomde. Iedereen sprak erover en er moest iets gebeuren! Dr. Ir. Lely kreeg direct opdracht een zodanig plan op te stellen dat de waterstanden van 1926 verleden tijd zouden zijn. Reeds op 21 juli 1927 bracht Lely zijn lijvig rapport uit, waarin de volgende uit te voeren werken werden voorgesteld: kanalisatie van de Maas van Grave tot de Blauwe Sluis in Gewande waarbij vijf bochten in de Maas zouden worden afgesneden, verbreding van het zomerbed van de Maas van 75 tot 100 meter, bouw van de stuw bij Lith om te zorgen dat de Maas ook in de zomer bevaarbaar zou blijven en het dichten van de Beerse Overlaat tot zogenaamde bandijkhoogte (+ 12,60m NAP). De letterlijke tekst uit het rapport over de bochtafsnijding bij Balgoy luidde:

Tusschen Grave en Blauwe Sluis kan de rivier zeer belangrijk door afsnijding van bochten verkort worden, op de wijze als behandeld in Hoofdstuk IV van het Verslag der Commissie-JOLLES en globaal aangegeven voor de ontworpen verbetering Grave—Lith, op de bij dat Verslag behoorende bijlage 11. Doordat na de in Januari 1926 opgedane ervaring van een belangrijk grooter maximum afvoer en lagere hoogste standen dient te worden uitgegaan, moet wat de aan te brengen verbetering betreft het plan der Comissie-JOLLES echter belangrijk worden uitgebreid. In Hoofdstuk VI is reeds aangetoond, dat zelfs een voortzetting der rivierverbetering van Lith tot Blauwe Sluis nog niet voldoende zal zijn en de Maas beneden Blauwe Sluis en ten deele ook de Bergsche Maas nog in het verbeteringsplan moeten worden opgenomen. Omtrent de tusschen Grave en Blauwe Sluis aan te brengen bochtafsnijdingen, welke op bijlage 15 in rood zijn aangegeven, kan het volgende worden medegedeeld. Tusschen Grave en Ravenstein kan, bij den zeer kronkeligen loop der rivier, alleen door afsnijding van bochten binnen de bandijken, geen noemenswaardige verbetering worden tot stand gebracht, zoodat hier een bochtafsnijding is ontworpen door het land heen. De meest aangewezen richting voor de nieuw te graven rivier zou zijn, door van de thans in aanbouw zijnde stuw beneden Grave af met een flauwe bocht door den polder van Balgoy te gaan. De nieuwe rivier zou dan echter door de R.K. kerk te Balgoy komen en de vrijwel één geheel vormende buurtschappen Balgoy en Keent in tweeën snijden. Dit meest voor de hand liggende tracé kan om deze redenen, die een zeer kostbare onteigening zouden vorderen, behalve nog de noodzakelijkheid om ter sparing van de kerk in de doorgaande bocht nog een S-bocht bezuiden de kerk te maken, niet voor uitvoering in aanmerking komen. De afsnijding tusschen Grave en Ravenstein is daarom ontworpen benoorden de bebouwing van Balgoy omgaande, zoodat alleen bij de doorsnijding van den weg van Neder-Asselt naar Balgoy een aantal woningen zullen moeten verdwijnen, doch verder vrijwel geen bebouwde eigendommen zullen worden geraakt. Ook kan het thans in aanbouw zijnde gemaal bij de Balgoysche sluis behouden blijven voor de bemaling van het afgesneden gebied. Het door de nieuwe rivier van Gelderland afgesneden land zal door afdamming van de bestaande rivier met het in noordwestelijke richting loopende dijksvak van den Marspolder in verbinding worden gebracht, zoodat vandaar, via de in aanbouw zijnde brug over de stuw beneden Grave, de verbinding met Gelderland, zonder dat een pontveer noodig is, behouden blijft. De lengte van de nieuwe rivier benoorden Balgoy is ongeveer 1 K.M. grooter dan van een afsnijding tusschen Balgoy en Keent, doch levert nog een rivierverkorting tusschen Grave en Ravenstein op van ongeveer 5,3 K.M. volgens de as der rivier en ruim 7 K.M. van de gestrekte lengte. Deze zeer belangrijke verkorting van ruim 40 % heeft toch nog tot gevolg, dat aan het benedeneinde bij Niftrik en Ravenstein de hoogste stand bij maximum afvoer, uitgaande van een stand van 10,80 M, + N.A.P. te Grave, nog even hoog zal blijven als de stand die daar in Januari 1920 is bereikt.

Nog voordat Lely’s plan van 21 juli 1927 bij de inwoners van Balgoy en Keent bekend was en hen zou doen beseffen dat ze Brabander zouden worden verscheen het krantenbericht in de Maasbode.

Bericht uit de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931. Hierin wordt melding gemaakt dat de doorsnijding van de bocht in de Maas dwars door Balgoy en Keent gaat lopen.

Toen werd dus alles anders. Alleen Keent kwam te liggen in de provincie Noord-Brabant en Balgoy bleef Gelderland. Het was dus begin 1931 dat voor het eerst in de media werd gesproken over de scheiding van Balgoy en Keent. Binnen tien jaar was de scheiding een feit. Wat ik wel zou willen weten is hoe, wanneer en door wie het definitieve besluit is genomen om af te wijken van Lely’s plan. Een onderzoek in het archief van de gemeente Overasselt en de raadsstukken uit de periode 1926-1931 zal zeker informatie opleveren. De impact moet gigantisch geweest zijn voor jong en oud, voor de inwoners uit Keent, maar ook voor de inwoners uit Balgoy. Een simpel voorbeeld is het feit dat Keentse kinderen niet meer in Balgoy naar school konden gaan. Ben benieuwd hoeveel kinderen die nu op de Roncallischool zitten dit feit nog kennen. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoeveel kinderen op de Roncallischool in 2120 nog kunnen vertellen over de gevolgen van de coronaviruspandemie van 2020.

Een van de laatste keren dat de kinderen uit Keent de school in Balgoy bezoeken. Herkenbaar vlnr Jo Zwartjes, Rien Gerrits, Piet Willems, Gerrit Schamp, …. Schamp, Nol van Zwam, Jan (?) Gerrits, Toon Zwartjes, Harrie Schamp, e.o. Fie en Dora van Zwam, 3e van links Bart Gerrits. Links op de achtergrond het huis van Joaneske Arts, in 1940 bij het uitbreken van de oorlog door de Nederlandse militairen afgebrand. Achter het huis de school en op de achtergrond de “nieuwe” kerk met de originele torenspits.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie

Netherlands,_leaflet_for_the_promotion_of_unemployment_relief,_1907

Pamflet uit 1907 waarin wordt opgeroepen tot werkverschaffingsprojecten voor werklozen (Bron: Wikipedea).

De crisis van de jaren 30 was de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. Ze ontstond als gevolg van de beurskrach van 1929, waarbij de aandelenkoersen op Wall Street (New York) ongekend snel kelderden. De krach werd gevolgd door een bankencrisis en een internationale schuldencrisis (Bron: Wikipedea). De Amerikaanse regering en ook de Nederlandse regering stonden in eerste instantie zeer terughoudend ten opzichte van rigoreuze overheidsbemoeienis op het (sociaal-)economische vlak, wat met de kennis van nu geen slimme keuze was.

De werkloosheid in Nederland nam schrikbarend toe. De Nederlandse regering begint een actievere houding aan te nemen naarmate de jaren dertig voortschrijden. De uitvoer van publieke werken gedurende de jaren dertig, de werkverschaffing, is een voorbeeld hiervan.

Dat de maaskanalisatie in Balgoy voornamelijk gedurende de jaren dertig van de vorige eeuw is gerealiseerd, is daarom niet verwonderlijk. Mede vanwege de goedkope arbeidskrachten door de crisisjaren (tewerkgestelden) en de angst voor herhaling van een dijkdoorbraak zoals in 1926, kon ingenieur Lely zijn plannen versneld uitvoeren. In juli van datzelfde jaar 1926 kwam Lely al met o.a. de aanbeveling dat tussen Grave en Blauwe Sluis tien scherpe bochten moesten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 kilometer zou worden ingekort, hierbij ook de bocht bij Balgoy en Keent en bij Neerloon. Hierdoor zou de waterafvoer worden bevorderd. De ingekorte rivier was bovendien een extra voordeel voor de intensievere vrachtscheepvaart.

Voorontwerp Lely

In het voorontwerp van Lely is de bochtafsnijding ten noorden van Balgoy getekend, zoals in deze tekening uit de Gelderlander van 24 februari 1938 duidelijk te zien is (vergissing van de Gelderlander?).

blogger-image-1351337676

Met de schop uitgestoken (Bron: “Het Werkende Land – Opbouw van Nederland in Moeilijke Tijden” door Mr. W.J. van Balen, 1936)

In de Gelderlander van maandag 2 maart 1931 op pagina 11 wordt voor het eerst gesproken over “het definitieve plan tot rechtlegging der Maas”, waarin de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Lely. De nieuwe bedding werd niet ten noorden van Balgoy gegraven, maar men koos de korste weg ten zuiden van het dorp. Alle boeren in Keent werden onteigend en de meesten waren gedwongen te verhuizen. De bedding van de nieuwe Maas werd met de schop uitgestoken en deels gebruikt om een nieuwe zware bandijk aan te leggen met een kruinbreedte van 10 meter, waarna grote zandzuigerinstallaties de rest van het werk deden.

Op deze plekken waar boeren eeuwenlang het land hadden bewerkt, werd tussen 1936 en eind 1938 gewerkt door tewerkgestelden met name uit Nijmegen en uit het westen van Nederland. De maaswerken kunnen als de meest productieve werkverschaffing worden aangemerkt (Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 17 juli 1937). In totaal waren er in 1937 ruim 1800 mensen aan het werk, afkomstig uit ongeveer 40 gemeenten verspreid over het hele land (dit was ook het geval in 1938, Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 6 augustus 1938). Voor zover dat mogelijk was werden de tewerkgestelden per autobus aangevoerd of ze kwamen met de fiets. Een deel werd ook ondergebracht in kampen bij Balgoy en Maasbommel. Tot juli 1937 was ongeveer 6 miljoen kubieke meter grond verzet, op enkele uitzonderingen na, vrijwel geheel in werkverschaffing.

Balgoij-werkkamp

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Als je de kranten moet geloven, was iedereen zeer positief over de inzet van de tewerkgestelden bij de maaswerken. Het hele project is redelijk binnen de planning afgerond en er zijn nauwelijks problemen geweest met de werkers. In de regionale kranten, zoals de Gelderlander of de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, ben ik geen incidenten tegengekomen. Na wat zoeken kwam ik wel een bericht tegen in de IJmuider Courant van 4 mei 1938. Het betrof een probleempje van een groepje tewerkgestelden van het werkkamp die werkzaam waren bij de maaskanalisatie te Balgoy (Brabant!). Zij waren gaan stappen in Grave en te laat binnengekomen (althans dat was de versie van de werkers). Zij werden voor straf naar huis gestuurd. Alleen stond in het rapport een heel andere lezeing over de reden waarom ze naar huis waren gestuurd.

 

Wat natuurlijk niet mag ontbreken aan een verhaal over een werkkamp in Balgoy is een persoonlijk verhaal van een inwoner van Balgoy. Een van de inwoners van Balgoy, die de gevolgen van de Maaskanalisatie aan den lijve heeft ondervonden, is Nellie Stevens (1926), bij oud-Balgoyenaren beter bekend als zus Hulsman. Zij vertelt hierover het volgende:

image628

Thijs Hulsman en Dora van Stippen voor hun huis in de Veldsestraat met Wim, Lies, Nellie, Marietje en Thea.

Het historische moment, dat de doorbraak een feit was, kan ik me nog goed herinneren, omdat wij van de meester hierover een brief moesten schrijven aan Frans Berben, die toentertijd in Oss op kostschool zat en van alle belangrijke gebeurtenissen in ons dorp op de hoogte moest blijven (internet bestond nog niet). En werkelijk iedereen schreef over de fluit, behalve ik. Ik dacht namelijk: “Dat doen anderen al; waarom zou ik hetzelfde schrijven?” Op het moment, dat de draglines de laatste klompen klei tussen de twee delen weghaalden, hoorden we luid de fluit van die machines. Wij waren toen op school. Na school zijn we meteen gaan kijken, maar er was niet zo bijster veel nieuws te zien, want de loop van de nieuwe “waterweg” was eigenlijk al maanden zichtbaar. We hadden al lang kunnen volgen, hoe vanuit Niftrik aan de westkant en vanuit Grave aan de oostkant de twee geulen elkaar naderden. Volgens mij kwamen ze ongeveer ergens tussen de Hoeveweg en de Veldsestraat bij elkaar. Totdat de oorlog uitbrak was Keent toch nog bereikbaar, omdat de gemeente Overasselt voor een pontje had gezorgd. Op een gegeven ogenblik besloot de gemeente niet meer te betalen en hebben wij dus, met de hele school, op een zaterdag de Keentse kinderen voor het laatst (naar wij dachten) naar de pont gebracht. Mijn nichtje Fien Kersten had al huilend afscheid genomen, omdat ze niet meer met haar vriendinnetjes naar dezelfde school kon. De gemeente ging echter na een weekend al overstag (waarschijnlijk vanwege de leerplicht) en de pont bleef varen, totdat hij bij het begin van de oorlog werd opgeblazen, tegelijk met de kerktoren (mislukt) en 4 woningen bij de dijk:

  • aan de Hoeveweg, waar nu Timmermans en Walraven wonen.
  • aan de Veldsestraat de villa van de Bruin en het ouderlijk huis van de burgemeester. Dit laatste huis is weer opgebouwd; de villa niet. Het naambord van deze Villa Johanna is nu te zien op de villa tegenover de Huttenkamp in Wychen.

Mijn nichtje Nellie Toenders (wegens hertrouwen van moeder later Nellie Poos genoemd) was al in 1935 verhuisd naar Alphen, omdat hun woning precies op de nieuwe dijk zou komen te staan. Chris van Rossum (de bakker) is vertrokken naar Lunen, want zijn huis stond anders midden in de Maas. Piet de Bruin moest ook weg: die woonde op de plek, waar de pont kwam. Ook mensen, die niet weg hoefden, werden uitgekocht. Veel mensen kwamen in noodwoningen. Heel Keent kwam in het bezit van de domeinen. Slechte pachters kregen geen nieuw contract. Wij moesten er bijvoorbeeld voor zorgen, dat er geen distels stonden en zulke dingen.

Van de werkzaamheden herinner ik me verder, dat er dagelijks rijen fietsers bij ons langs kwamen, die in het kader van de werkverschaffing met de schop kiepkarretjes moesten gaan vullen met klei. Die karretjes liepen op rails, die dwars over de weg lagen bij Chris van Rossum. Op een zondag ging ik daar, met mijn zusje achterop, spelen (we hadden stiekem de fiets van moeder gepakt) en we zijn uitgegleden over die rails. Vies dat we waren, vol klei. Gelukkig kwam Oom Grad uit Keent net op visite, zodat het niet opviel toen we zo thuis kwamen.

Een ander probleem: Elke dag was er om 7.30 uur een H.Mis in Balgoy en daarna kathechismusles (wie weet nu nog, wat dat is?). De kinderen uit Keent konden daarna niet meer terug op en neer, voordat om 9 uur de school begon en bleven zolang bij vriendjes of familie. Schoolgaande kinderen voeren overigens gratis op dagen, dat er school was. Zoals al gezegd, is de pont in 1940 kapotgeschoten. Later voer Gerrit van Berkel met een roeiboot op en neer. Hij was toen niet in dienst van de Gemeente Overasselt, maar werd betaald door Rijkswaterstaat. Voor de kanalisatie waren de oevers vol wissen en er waren kribben. Wij keken graag, hoe de golven tegen die kribben sloegen, als er een grote boot voorbijkwam. Het was daar een echt strand waar wij op blote voeten liepen en naar kleine visjes zochten. Na de kanalisatie was er niet zo veel meer aan.

Ik ben ook veel vriendinnetjes kwijtgeraakt door de nieuw gegraven rivier, want de kinderen uit Keent gingen in Overlangel naar school of ze waren verhuisd. Nellie Haerkmans ging naar Malden; Lieske Pfeffer naar Kerkdriel; die van de Bruin naar Wychen; mijn latere man Frans Stevens was al naar de Huurling verhuisd; de familie Gerrits ging naar Niftrik. Het hoofd der school was daar erg blij mee, omdat zij zoveel kinderen hadden, kon de school blijven bestaan! Zo zie je maar. Was getekend, Nellie Stevens-Hulsman.

22219801_1324355934360089_7036121674647757895_o

De Maas anno 2017 (Bron: Werner Peters)

Wat zeker geconcludeerd kan worden is dat de Maas sinds de tweede helft van de jaren dertig beter beschermd is tegen overstromingen door de inzet van heel veel mankracht. Deze menselijke ingrepen hebben bijgedragen aan het herstel van de Nederlandse economie en aan de welvaart van ons land, maar hebben ook ingrijpende gevolgen gehad voor Balgoy en Keent die hierdoor voorgoed van elkaar gescheiden werden door de rivier.

 

Bloggen in de vakantie. De vakantie, zeker met de extreme temperaturen van deze keer, is voor de gemiddelde blogschrijver net een beetje anders dan de rest van het jaar. Veel bloggers zien de vakantietijd als een nadeel voor hun blog, maar voor mij is er dan net een beetje meer tijd! Nu zit de vakantie er weer op. Morgen mag ik weer gaan werken, maar dat betekent ook dat er minder tijd zal zijn om te schrijven. Hopelijk hebben jullie de afgelopen twee weken leuk gevonden, ik heb er in ieder geval van genoten.