Het verhaal tussen Maas en Waal

Het “Verhaal tussen Maas en Waal” is een nieuwe website, www.verhaaltussenmaasenwaal.nl, die vertelt hoe bewoners eeuwenlang geleefd hebben tussen de twee rivieren. Het water sijpelt, stroomt of klotst door alle verhalen, waarin landschap, economie en macht aan bod komen. Duik in dit Verhaal, ga af en toe kopje onder. En kom boven met een frisse blik op de kolkende geschiedenis van dit land en zijn bewoners.

Een van de verhalen gaat over Balgoy en de Maas. Begin twintigste eeuw zijn er grote zorgen over de waterbeheersing van de Maas. Tussen 1900 en 1927 veroorzaakt de Maas veel problemen. De regering in Den Haag besluit de dijken van de Maas te verzwaren. Bij de overstromingen van 1926 concluderen de bestuurders dat dijkverzwaring alleen onvoldoende is. Waar deze conclusie toe leidde leest u op de nieuwe website.

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie. Meer info vindt u ook elders in deze blog.

Een gebeurtenis met impact in de krant van februari 1931

Het is een spannende tijd! Het begon met de stikstofcrisis, de maximum snelheid op snelwegen is naar 100 km per uur gegaan en de coronacrisis heeft ons leven helemaal op de kop gezet. De impact van de coronaviruspandemie op ons leven is ongekend en heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Balgoyse mensen over 100 jaar nog over de gebeurtenissen in 2020 zullen praten.

Ik weet dat het bericht in de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931 op pagina 9 in geen enkele verhouding staat tot de recente gebeurtenissen, maar toch denk ik dat niemand zich toen heeft gerealiseerd wat voor impact het beschreven besluit uiteindelijk zou hebben. In de jaren twintig van de vorige eeuw waren de overstromingen, de waterbeheersing en de rechtlegging van de Maas zaken die de mensen bezighield. De Maasbodejournalist melde dat de krant er op attent gemaakt was, dat “in het definitief plan tot rechtlegging der Maas de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Dr. C. W. Lely was voorzien. De nieuwe bedding zal niet ten Noorden van Balgooy worden gegraven, zooals wij op gezag van zijn uitvoerig rapport aannamen, maar men zal den kortsten weg kiezen ten Zuiden van dit kerkdorp, zoodat de parochie Balgooy en Keent in twee ongelijke helften zal worden verdeeld.” Waar dit besluit in de afgelopen negentig jaar toe geleid heeft is nu goed zichtbaar als je boven aan de dijk staat bij de Hoeveweg in Balgoy.

De Maas gezien vanaf de dijk aan de Hoeveweg in Balgoy (bron: Werner Peters)

De reden dat de Maas, o.a. bij Balgoy gekanaliseerd moest worden kent een hele lange geschiedenis. In de oudste tijden was de Maas een zelfstandige rivier, die stroomde, waar op het einde van de negentiende eeuw de Bergse Maas is gegraven. De Maas stroomde door de toen nog niet bestaande Biesbosch en mondde uit in een zeearm die thans ook niet meer bestaat. Op het einde van de dertiende eeuw werd de Maas met de Waal verbonden om de Waal te ontlasten, met als gevolg zeer hoge waterstanden het hele jaar door. In de dertiende en veertiende eeuw werd begonnen met de aanleg van dijken langs de Maas, maar daarmee was de wateroverlast niet ten einde. De rivierstanden werden zelfs nog hoger. Het water moest binnen de dijken zijn weg vinden, wat extreem hoge waterstanden met zich meebracht en op die plaatsen waar nog geen of slechte dijken waren aangelegd, stroomde het water weer als vanouds door het lage Brabantse poldergebied naar de Dieze en vandaar weer de Maas in. Ook de dijken aan de Gelderse kant van de Maas kregen het vaak zwaar te verduren. Toen in 1473 Karel de Stoute Brabant en Gelderland in zijn macht kreeg, liet hij aan de Brabantse kant van de Maas, boven Grave, twee gedeelten onbedijkt, de zogenaamde overlaten. De Brabanders, die in het Maaskantgebied woonden, waren het hier vanzelfsprekend niet mee eens en concludeerden dat Gelderland belangrijker werd gevonden dan Brabant.

Door de jaarlijkse overstromingen was het Maaskantgebied een prachtige buffer voor Gelderland en Holland, tegen eventuele vijanden, die het op Noord-Nederland hadden gemunt. De Brabantse Maaskant werd dus opgeofferd in het belang van Holland en Gelderland. De Overlaten werkten vrijwel elk jaar, en in een aantal jaren leidde het zelfs tot grote rampen. Het duurde tot dik in de 19e eeuw voordat er maatregelen kwamen. Als laatste van die maatregelen restte nog de sluiting van de Beerse Overlaat. Toen daar in 1904 een positief besluit over werd genomen, tekende de provincie Gelderland protest aan. Gelderland was bang dat als de dijken aan de Brabantse kant verzwaard zouden worden bij hoog water de dijken aan de Gelderse kant het zouden begeven. In 1919 stelde de minister van Waterstaat een commissie in, de Commissie Jolles, die met adviezen moest komen die tot verbetering van de toestand moesten leiden ook aan de Gelderse kant.

Op 31 december 1925 ’s morgens om 07.30 uur sloeg het hoge water een gat van 100 meter in de maasdijk bij Nederasselt waardoor in een korte tijd een heel groot gedeelte van het Land van Maas en Waal onderliep (Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen).

Op basis van het advies van die Commissie Jolles werden de hoogtes van de dijken aangepast, maar in de nacht van 6 op 7 maart 1923 ging de Overlaat weer werken. Men herstelde de schade en het zou nu toch wel even rustig blijven. Helaas, ook in 1924 overstroomde de Maas aan de Brabantse kant. En dat was niet de laatste keer. De overstroming van 1924 betekende niets in vergelijking met de ramp in de winter van 1925-’26. In de Brabantse rivierdijken ontstonden veertien doorbraken en diverse dorpskernen kwamen meters diep in het water te staan. Ook de Gelderse Maasdijken braken door, zodat het gehele land van Maas en Waal overstroomde. Iedereen sprak erover en er moest iets gebeuren! Dr. Ir. Lely kreeg direct opdracht een zodanig plan op te stellen dat de waterstanden van 1926 verleden tijd zouden zijn. Reeds op 21 juli 1927 bracht Lely zijn lijvig rapport uit, waarin de volgende uit te voeren werken werden voorgesteld: kanalisatie van de Maas van Grave tot de Blauwe Sluis in Gewande waarbij vijf bochten in de Maas zouden worden afgesneden, verbreding van het zomerbed van de Maas van 75 tot 100 meter, bouw van de stuw bij Lith om te zorgen dat de Maas ook in de zomer bevaarbaar zou blijven en het dichten van de Beerse Overlaat tot zogenaamde bandijkhoogte (+ 12,60m NAP). De letterlijke tekst uit het rapport over de bochtafsnijding bij Balgoy luidde:

Tusschen Grave en Blauwe Sluis kan de rivier zeer belangrijk door afsnijding van bochten verkort worden, op de wijze als behandeld in Hoofdstuk IV van het Verslag der Commissie-JOLLES en globaal aangegeven voor de ontworpen verbetering Grave—Lith, op de bij dat Verslag behoorende bijlage 11. Doordat na de in Januari 1926 opgedane ervaring van een belangrijk grooter maximum afvoer en lagere hoogste standen dient te worden uitgegaan, moet wat de aan te brengen verbetering betreft het plan der Comissie-JOLLES echter belangrijk worden uitgebreid. In Hoofdstuk VI is reeds aangetoond, dat zelfs een voortzetting der rivierverbetering van Lith tot Blauwe Sluis nog niet voldoende zal zijn en de Maas beneden Blauwe Sluis en ten deele ook de Bergsche Maas nog in het verbeteringsplan moeten worden opgenomen. Omtrent de tusschen Grave en Blauwe Sluis aan te brengen bochtafsnijdingen, welke op bijlage 15 in rood zijn aangegeven, kan het volgende worden medegedeeld. Tusschen Grave en Ravenstein kan, bij den zeer kronkeligen loop der rivier, alleen door afsnijding van bochten binnen de bandijken, geen noemenswaardige verbetering worden tot stand gebracht, zoodat hier een bochtafsnijding is ontworpen door het land heen. De meest aangewezen richting voor de nieuw te graven rivier zou zijn, door van de thans in aanbouw zijnde stuw beneden Grave af met een flauwe bocht door den polder van Balgoy te gaan. De nieuwe rivier zou dan echter door de R.K. kerk te Balgoy komen en de vrijwel één geheel vormende buurtschappen Balgoy en Keent in tweeën snijden. Dit meest voor de hand liggende tracé kan om deze redenen, die een zeer kostbare onteigening zouden vorderen, behalve nog de noodzakelijkheid om ter sparing van de kerk in de doorgaande bocht nog een S-bocht bezuiden de kerk te maken, niet voor uitvoering in aanmerking komen. De afsnijding tusschen Grave en Ravenstein is daarom ontworpen benoorden de bebouwing van Balgoy omgaande, zoodat alleen bij de doorsnijding van den weg van Neder-Asselt naar Balgoy een aantal woningen zullen moeten verdwijnen, doch verder vrijwel geen bebouwde eigendommen zullen worden geraakt. Ook kan het thans in aanbouw zijnde gemaal bij de Balgoysche sluis behouden blijven voor de bemaling van het afgesneden gebied. Het door de nieuwe rivier van Gelderland afgesneden land zal door afdamming van de bestaande rivier met het in noordwestelijke richting loopende dijksvak van den Marspolder in verbinding worden gebracht, zoodat vandaar, via de in aanbouw zijnde brug over de stuw beneden Grave, de verbinding met Gelderland, zonder dat een pontveer noodig is, behouden blijft. De lengte van de nieuwe rivier benoorden Balgoy is ongeveer 1 K.M. grooter dan van een afsnijding tusschen Balgoy en Keent, doch levert nog een rivierverkorting tusschen Grave en Ravenstein op van ongeveer 5,3 K.M. volgens de as der rivier en ruim 7 K.M. van de gestrekte lengte. Deze zeer belangrijke verkorting van ruim 40 % heeft toch nog tot gevolg, dat aan het benedeneinde bij Niftrik en Ravenstein de hoogste stand bij maximum afvoer, uitgaande van een stand van 10,80 M, + N.A.P. te Grave, nog even hoog zal blijven als de stand die daar in Januari 1920 is bereikt.

Nog voordat Lely’s plan van 21 juli 1927 bij de inwoners van Balgoy en Keent bekend was en hen zou doen beseffen dat ze Brabander zouden worden verscheen het krantenbericht in de Maasbode.

Bericht uit de Maasbode van zaterdag 28 februari 1931. Hierin wordt melding gemaakt dat de doorsnijding van de bocht in de Maas dwars door Balgoy en Keent gaat lopen.

Toen werd dus alles anders. Alleen Keent kwam te liggen in de provincie Noord-Brabant en Balgoy bleef Gelderland. Het was dus begin 1931 dat voor het eerst in de media werd gesproken over de scheiding van Balgoy en Keent. Binnen tien jaar was de scheiding een feit. Wat ik wel zou willen weten is hoe, wanneer en door wie het definitieve besluit is genomen om af te wijken van Lely’s plan. Een onderzoek in het archief van de gemeente Overasselt en de raadsstukken uit de periode 1926-1931 zal zeker informatie opleveren. De impact moet gigantisch geweest zijn voor jong en oud, voor de inwoners uit Keent, maar ook voor de inwoners uit Balgoy. Een simpel voorbeeld is het feit dat Keentse kinderen niet meer in Balgoy naar school konden gaan. Ben benieuwd hoeveel kinderen die nu op de Roncallischool zitten dit feit nog kennen. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoeveel kinderen op de Roncallischool in 2120 nog kunnen vertellen over de gevolgen van de coronaviruspandemie van 2020.

Een van de laatste keren dat de kinderen uit Keent de school in Balgoy bezoeken. Herkenbaar vlnr Jo Zwartjes, Rien Gerrits, Piet Willems, Gerrit Schamp, …. Schamp, Nol van Zwam, Jan (?) Gerrits, Toon Zwartjes, Harrie Schamp, e.o. Fie en Dora van Zwam, 3e van links Bart Gerrits. Links op de achtergrond het huis van Joaneske Arts, in 1940 bij het uitbreken van de oorlog door de Nederlandse militairen afgebrand. Achter het huis de school en op de achtergrond de “nieuwe” kerk met de originele torenspits.

Tewerkgestelden uit Nijmegen en West-Nederland in Werkkamp Balgoy ingezet bij maaskanalisatie

Netherlands,_leaflet_for_the_promotion_of_unemployment_relief,_1907

Pamflet uit 1907 waarin wordt opgeroepen tot werkverschaffingsprojecten voor werklozen (Bron: Wikipedea).

De crisis van de jaren 30 was de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. Ze ontstond als gevolg van de beurskrach van 1929, waarbij de aandelenkoersen op Wall Street (New York) ongekend snel kelderden. De krach werd gevolgd door een bankencrisis en een internationale schuldencrisis (Bron: Wikipedea). De Amerikaanse regering en ook de Nederlandse regering stonden in eerste instantie zeer terughoudend ten opzichte van rigoreuze overheidsbemoeienis op het (sociaal-)economische vlak, wat met de kennis van nu geen slimme keuze was.

De werkloosheid in Nederland nam schrikbarend toe. De Nederlandse regering begint een actievere houding aan te nemen naarmate de jaren dertig voortschrijden. De uitvoer van publieke werken gedurende de jaren dertig, de werkverschaffing, is een voorbeeld hiervan.

Dat de maaskanalisatie in Balgoy voornamelijk gedurende de jaren dertig van de vorige eeuw is gerealiseerd, is daarom niet verwonderlijk. Mede vanwege de goedkope arbeidskrachten door de crisisjaren (tewerkgestelden) en de angst voor herhaling van een dijkdoorbraak zoals in 1926, kon ingenieur Lely zijn plannen versneld uitvoeren. In juli van datzelfde jaar 1926 kwam Lely al met o.a. de aanbeveling dat tussen Grave en Blauwe Sluis tien scherpe bochten moesten worden afgesneden waardoor de rivier met 19 kilometer zou worden ingekort, hierbij ook de bocht bij Balgoy en Keent en bij Neerloon. Hierdoor zou de waterafvoer worden bevorderd. De ingekorte rivier was bovendien een extra voordeel voor de intensievere vrachtscheepvaart.

Voorontwerp Lely

In het voorontwerp van Lely is de bochtafsnijding ten noorden van Balgoy getekend, zoals in deze tekening uit de Gelderlander van 24 februari 1938 duidelijk te zien is (vergissing van de Gelderlander?).

blogger-image-1351337676

Met de schop uitgestoken (Bron: “Het Werkende Land – Opbouw van Nederland in Moeilijke Tijden” door Mr. W.J. van Balen, 1936)

In de Gelderlander van maandag 2 maart 1931 op pagina 11 wordt voor het eerst gesproken over “het definitieve plan tot rechtlegging der Maas”, waarin de eerste diepe bocht beneden Grave op een andere wijze wordt afgesneden, dan in het voorontwerp van Lely. De nieuwe bedding werd niet ten noorden van Balgoy gegraven, maar men koos de korste weg ten zuiden van het dorp. Alle boeren in Keent werden onteigend en de meesten waren gedwongen te verhuizen. De bedding van de nieuwe Maas werd met de schop uitgestoken en deels gebruikt om een nieuwe zware bandijk aan te leggen met een kruinbreedte van 10 meter, waarna grote zandzuigerinstallaties de rest van het werk deden.

Op deze plekken waar boeren eeuwenlang het land hadden bewerkt, werd tussen 1936 en eind 1938 gewerkt door tewerkgestelden met name uit Nijmegen en uit het westen van Nederland. De maaswerken kunnen als de meest productieve werkverschaffing worden aangemerkt (Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 17 juli 1937). In totaal waren er in 1937 ruim 1800 mensen aan het werk, afkomstig uit ongeveer 40 gemeenten verspreid over het hele land (dit was ook het geval in 1938, Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant, zaterdag 6 augustus 1938). Voor zover dat mogelijk was werden de tewerkgestelden per autobus aangevoerd of ze kwamen met de fiets. Een deel werd ook ondergebracht in kampen bij Balgoy en Maasbommel. Tot juli 1937 was ongeveer 6 miljoen kubieke meter grond verzet, op enkele uitzonderingen na, vrijwel geheel in werkverschaffing.

Balgoij-werkkamp

“Werkkamp Balgoij” aan de Eindschestraat waar tewerkgestelden werden ondergebracht, die werkten aan de maaskanalisatie.

Als je de kranten moet geloven, was iedereen zeer positief over de inzet van de tewerkgestelden bij de maaswerken. Het hele project is redelijk binnen de planning afgerond en er zijn nauwelijks problemen geweest met de werkers. In de regionale kranten, zoals de Gelderlander of de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, ben ik geen incidenten tegengekomen. Na wat zoeken kwam ik wel een bericht tegen in de IJmuider Courant van 4 mei 1938. Het betrof een probleempje van een groepje tewerkgestelden van het werkkamp die werkzaam waren bij de maaskanalisatie te Balgoy (Brabant!). Zij waren gaan stappen in Grave en te laat binnengekomen (althans dat was de versie van de werkers). Zij werden voor straf naar huis gestuurd. Alleen stond in het rapport een heel andere lezeing over de reden waarom ze naar huis waren gestuurd.

 

Wat natuurlijk niet mag ontbreken aan een verhaal over een werkkamp in Balgoy is een persoonlijk verhaal van een inwoner van Balgoy. Een van de inwoners van Balgoy, die de gevolgen van de Maaskanalisatie aan den lijve heeft ondervonden, is Nellie Stevens (1926), bij oud-Balgoyenaren beter bekend als zus Hulsman. Zij vertelt hierover het volgende:

image628

Thijs Hulsman en Dora van Stippen voor hun huis in de Veldsestraat met Wim, Lies, Nellie, Marietje en Thea.

Het historische moment, dat de doorbraak een feit was, kan ik me nog goed herinneren, omdat wij van de meester hierover een brief moesten schrijven aan Frans Berben, die toentertijd in Oss op kostschool zat en van alle belangrijke gebeurtenissen in ons dorp op de hoogte moest blijven (internet bestond nog niet). En werkelijk iedereen schreef over de fluit, behalve ik. Ik dacht namelijk: “Dat doen anderen al; waarom zou ik hetzelfde schrijven?” Op het moment, dat de draglines de laatste klompen klei tussen de twee delen weghaalden, hoorden we luid de fluit van die machines. Wij waren toen op school. Na school zijn we meteen gaan kijken, maar er was niet zo bijster veel nieuws te zien, want de loop van de nieuwe “waterweg” was eigenlijk al maanden zichtbaar. We hadden al lang kunnen volgen, hoe vanuit Niftrik aan de westkant en vanuit Grave aan de oostkant de twee geulen elkaar naderden. Volgens mij kwamen ze ongeveer ergens tussen de Hoeveweg en de Veldsestraat bij elkaar. Totdat de oorlog uitbrak was Keent toch nog bereikbaar, omdat de gemeente Overasselt voor een pontje had gezorgd. Op een gegeven ogenblik besloot de gemeente niet meer te betalen en hebben wij dus, met de hele school, op een zaterdag de Keentse kinderen voor het laatst (naar wij dachten) naar de pont gebracht. Mijn nichtje Fien Kersten had al huilend afscheid genomen, omdat ze niet meer met haar vriendinnetjes naar dezelfde school kon. De gemeente ging echter na een weekend al overstag (waarschijnlijk vanwege de leerplicht) en de pont bleef varen, totdat hij bij het begin van de oorlog werd opgeblazen, tegelijk met de kerktoren (mislukt) en 4 woningen bij de dijk:

  • aan de Hoeveweg, waar nu Timmermans en Walraven wonen.
  • aan de Veldsestraat de villa van de Bruin en het ouderlijk huis van de burgemeester. Dit laatste huis is weer opgebouwd; de villa niet. Het naambord van deze Villa Johanna is nu te zien op de villa tegenover de Huttenkamp in Wychen.

Mijn nichtje Nellie Toenders (wegens hertrouwen van moeder later Nellie Poos genoemd) was al in 1935 verhuisd naar Alphen, omdat hun woning precies op de nieuwe dijk zou komen te staan. Chris van Rossum (de bakker) is vertrokken naar Lunen, want zijn huis stond anders midden in de Maas. Piet de Bruin moest ook weg: die woonde op de plek, waar de pont kwam. Ook mensen, die niet weg hoefden, werden uitgekocht. Veel mensen kwamen in noodwoningen. Heel Keent kwam in het bezit van de domeinen. Slechte pachters kregen geen nieuw contract. Wij moesten er bijvoorbeeld voor zorgen, dat er geen distels stonden en zulke dingen.

Van de werkzaamheden herinner ik me verder, dat er dagelijks rijen fietsers bij ons langs kwamen, die in het kader van de werkverschaffing met de schop kiepkarretjes moesten gaan vullen met klei. Die karretjes liepen op rails, die dwars over de weg lagen bij Chris van Rossum. Op een zondag ging ik daar, met mijn zusje achterop, spelen (we hadden stiekem de fiets van moeder gepakt) en we zijn uitgegleden over die rails. Vies dat we waren, vol klei. Gelukkig kwam Oom Grad uit Keent net op visite, zodat het niet opviel toen we zo thuis kwamen.

Een ander probleem: Elke dag was er om 7.30 uur een H.Mis in Balgoy en daarna kathechismusles (wie weet nu nog, wat dat is?). De kinderen uit Keent konden daarna niet meer terug op en neer, voordat om 9 uur de school begon en bleven zolang bij vriendjes of familie. Schoolgaande kinderen voeren overigens gratis op dagen, dat er school was. Zoals al gezegd, is de pont in 1940 kapotgeschoten. Later voer Gerrit van Berkel met een roeiboot op en neer. Hij was toen niet in dienst van de Gemeente Overasselt, maar werd betaald door Rijkswaterstaat. Voor de kanalisatie waren de oevers vol wissen en er waren kribben. Wij keken graag, hoe de golven tegen die kribben sloegen, als er een grote boot voorbijkwam. Het was daar een echt strand waar wij op blote voeten liepen en naar kleine visjes zochten. Na de kanalisatie was er niet zo veel meer aan.

Ik ben ook veel vriendinnetjes kwijtgeraakt door de nieuw gegraven rivier, want de kinderen uit Keent gingen in Overlangel naar school of ze waren verhuisd. Nellie Haerkmans ging naar Malden; Lieske Pfeffer naar Kerkdriel; die van de Bruin naar Wychen; mijn latere man Frans Stevens was al naar de Huurling verhuisd; de familie Gerrits ging naar Niftrik. Het hoofd der school was daar erg blij mee, omdat zij zoveel kinderen hadden, kon de school blijven bestaan! Zo zie je maar. Was getekend, Nellie Stevens-Hulsman.

22219801_1324355934360089_7036121674647757895_o

De Maas anno 2017 (Bron: Werner Peters)

Wat zeker geconcludeerd kan worden is dat de Maas sinds de tweede helft van de jaren dertig beter beschermd is tegen overstromingen door de inzet van heel veel mankracht. Deze menselijke ingrepen hebben bijgedragen aan het herstel van de Nederlandse economie en aan de welvaart van ons land, maar hebben ook ingrijpende gevolgen gehad voor Balgoy en Keent die hierdoor voorgoed van elkaar gescheiden werden door de rivier.

 

Bloggen in de vakantie. De vakantie, zeker met de extreme temperaturen van deze keer, is voor de gemiddelde blogschrijver net een beetje anders dan de rest van het jaar. Veel bloggers zien de vakantietijd als een nadeel voor hun blog, maar voor mij is er dan net een beetje meer tijd! Nu zit de vakantie er weer op. Morgen mag ik weer gaan werken, maar dat betekent ook dat er minder tijd zal zijn om te schrijven. Hopelijk hebben jullie de afgelopen twee weken leuk gevonden, ik heb er in ieder geval van genoten.

Ries van Haren staat met twee benen in Keent

In de laatste uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West, staat een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

image081

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

In de vier generaties tellende stamboom (kwartierstaat) van Ries hieronder kun je zien dat Bertuske Kocken de opa van Ries was van zijn moeders kant.

stamboom_Ries_van_Haren_4_generaties

De kwartierstaat van Ries van Haren met vier generaties

Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot” (Met een morgen wordt een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen is meestal iets minder dan een hectare groot. De precieze grootte is echter streekgebonden.). Ries kent de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeert op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de vijf boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Landleven met Ries Gelderlander 2007

Ries van Haren, met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Vijf jaar geleden verscheen in 2012 “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen wordt hun herinnering levend gehouden.

geboorte_Bertus_Kocken_in_Overangel

Geboorteakte Lambertus Henricus (Bertus) Kocken, Herpen 1867

Wie was Bertus Kocken? Hij werd in 1867 geboren in het gehucht Overlangel, zoals in zijn geboorteakte staat vermeld. Zijn vader Emericus Kocken woonde op B125 in Overlangel, eigenlijk vlakbij maar wel gescheiden door de Maas.

Keent en Overlangel.png

Keent en Overlangel werden gescheiden door de Maas in die tijd.

Op 17 mei 1893 trouwt Bertus in Overasselt met Maria (Mieke) Coelen, een naaister, en ze gaan in Nederasselt wonen. Daar worden ook hun zes kinderen geboren, waaronder in 1900 Hendrika (Drieka), de moeder van Ries van Haren. Op “den zestienden Januari dezes jaars,  des middags ten drie uren, in nummer achtentachtig te Nederasselt” staat er in de geboorteakte.

geboorteakte_BS_Hendrika_Kocken

Geboorteakte Hendrika Kocken, Overasselt 1900

image662

Marinus van Haren in de boerderij aan de Eindsestraat

Nummer 88 in Nederasselt is de boerderij waar lang Marinus de Kriemel (van Haren) heeft gewoond aan de Eindsestraat (nu Eindsestraat 24A en 24B). Bertus werkte als boerenknecht in Nederasselt bij van Tienen. Volgens het bevolkingsregister van Balgoy 1890-1923 is Bertus naar Keent verhuisd op 2 mei 1906. De reden van de verhuizing is volgens Ries van Haren dat hij gevraagd werd om in het Keentse boterfabriekje te komen werken. Bertuske wilde wel, maar om van Nederasselt naar Keent te lopen elke dag vond hij toch te veel werk. Er stond een boerderijtje te koop aan de Kapelstraat, maar Bertuske vond het wel erg duur. Gelukkig dat Grad Schamp en Hent de Mulder (Willems, de toenmalige molenaar) garant wilden staan, dus ging hij verhuizen.  Het adres van Lambertus Henricus Kocken, zoals Bertuske staat vernoemd in de meeste bronnen,  is dan C14. Wanneer de gemeente Balgoy opgaat in Overasselt (1923) wordt dat in eerste instantie D14 en daarna wordt het nummer veranderd in C70 (zie kaartje hieronder).

detail_kaart_Keent_1930

Detail van kaart Keent uit de twintiger jaren van de vorige eeuw met adressen uit het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931

Het is een boerderijtje aan het begin van de Kapelstraat. Volgens Ries in zijn gedicht is het een keuterijtje van anderhalve morgen groot, dat net genoeg opleverde om hun zes kinderen te eten te geven. Het was omringd door smalle droge sloten, waarlangs een rij oude walnoten stonden, met verder sterappels, pruimen en verschillende soorten peren. Daar omheen stond ook nog een meidoornhaag. Verder hadden ze een grote moestuin en 5 akkertjes land voor rogge, haver, gerst, mangelen en piepers. Met twee kuuskes, drie varkens, twaalf kippen en een sana geit was de keuterboerderij compleet. In de zomer van 1936 verhuizen Bertus en Drieka naar Woort (Wijchen), Bertus is dan 68 jaar oud. In 1940 doet Bertus aangifte van het overlijden van zijn vrouw, Maria Coelen bij de gemeente Wijchen. Zelf overlijdt Bertus in Wijchen op 14 mei 1954, hij is dan 87 jaar oud en in de overlijdensakte staat dat zijn beroep op dat moment koster is.

BS_Wijchen_1940_004528045_02443

Overlijdensakte van Maria Coelen

image285

Mathijs van Haren (Sjarreltje) met vrouw en dochter Til naar de kerk (1941)

Sigbertus Gerardus (Bertus) Schamp was de buurman van Bertus Kocken in Keent, want die stond in het bevolkingsregister van de gemeente Overasselt 1924-1931 geregistreerd op nr C71, waarbij D15 was doorgestreept. In Balgoy 1890 – 1923 was het C15, dus de nummering is van C15 -> D15 geworden en daarna C71. Bertus was de vader van Piet Schamp die later op de Hoeve in Balgoy ging wonen. Naast Bertus op C72 woonde Mathijs (Thijs) van Haren (Sjarreltje). In het bevolkingsregister van Balgoy 1890 – 1923 woont de vader van Mathijs van Haren, Sigbertus Antonius (Siebert) van Haren niet op dezelfde plek als Mathijs in de periode 1924-1931. Het adresnummer C31 is doorgestreept en is C36 geworden. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924 – 1931 was het eerst D36, daarna C49 en uiteindelijk C53. Deze boerderij ligt ook in Keent en zelfs dichtbij de drie andere woningen (zie kaartje).

Bidprentjes

Bidprentje Thijs van Haren, overleden in Balgoy 1957

Ook Mathijs van Haren en diens vader Siebert komen voor in de stamboom van Ries van Haren. Mathijs van Haren is de opa van Ries van vaders kant. Johannes Si(e)gbertus (Jo) van Haren, zoon van Mathijs en de vader van Ries, werd op 2 juni 1901 geboren in Altendorf (Duitsland). Uit het bevolkingsregister van Reek, 1880-1910, blijkt dat Jo tussen 1903 en 1905 in Reek heeft gewoond, Sectie B nr. 47. Mathijs van Haren, geb 3-12-1873, en Huberdina Toonen Dekkers, geb. 17-10-1874, zijn 30 maart 1905 vanuit Reek naar Keent gegaan met 4 kinderen, Wilhelmina Petronella Antonia, Johannes Siegbertus, Petronella Antonia Wilhelmina en Siegbertus Johannes (Bevolkingsregister Reek 1880 – 1910). In 1906 woonde het gezin in Keent, want daar werd dochter Anna Maria geboren. Ze waren al getrouwd in Balgoy op 13 april 1899. In de zomer van 1936 (in dezelfde tijd als Bertus Kocken) verhuist het gezin Mathijs van Haren naar de Houtsestraat (Holtsehoek) in Balgoy. Mathijs overlijdt in 1957.

Zoon Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd.

image082

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956

Jo overleed op 9 augustus 1978 en Drieka overleed op 8 februari 1985.

Bidprentjes

Bidprentje Jo van Haren

Kocken19850208

Bidprentje Drieka Kocken

 

 

 

 

 

 

 

Keent 1930 - 2015

Keent toen en nu. De boerenfamilies Kocken (C70), Schamp (C71) en van Haren (C72, C53) in het begin van de 20e eeuw en hoe het er nu uitziet.

Bronnen:

Een vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent

Het verhaal van het vliegveld in de uiterwaarden van de Maas bij Keent is algemeen bekend bij de Balgoyse mensen [1,2]. Oud-marinier en oud-vlieger Van der Vijver, burgemeester van Overasselt 1927 – 1934, was het die ervoor gezorgd heeft dat in de uiterwaarden van Keent vanaf de zomer van 1928 af en toe vliegtuigen van de marine en de luchtmacht landden op een provisorisch vliegterrein.

Een aantal notabelen uit de gemeente Overasselt op het vliegveld in Keent (Burgemeester H. van der Vijver 5e van rechts, bron: Wim Verhoeven)

 

Van der Vijver wilde meer en met de watersnoodramp van 1926 nog vers in het geheugen van de mensen wist hij het gemeentebestuur te interesseren voor een grote vliegdemonstratie. Er werd een vliegterrein van 600 x 600 meter aangelegd op het Meridelterrein in Keent, waar van 15 t/m 19 juli 1933 de Overasseltse vliegweek plaatsvond. De vliegdemonstraties trokken meer dan 20.000 bezoekers. Een deel van de opbrengst kwam ten gunste van het crisiscomité van de overstromingsramp.

Een van de publiekstrekkers was een vlucht met bejaarden uit de regio, waaronder Piet Cornelissen, oud 92 jaren uit Overasselt en Hent de Haan, oud 94 jaren met echtgenote Tonia van Rossum uit Wijchen (2). In de lijst met mensen die deelnamen aan de vlucht voor hoogbejaarden staan geen inwoners uit Balgoy of Keent. Hoewel onder de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 staat dat het echtpaar de Haan afkomstig was uit Balgoy, heb ik dat niet kunnen achterhalen en bevestigen. In het bevolkingsregister van Overasselt 1924-1930 wordt Hendricus de Haan niet genoemd en in de overlijdensakte van de burgerlijke stand staat geschreven dat hij geboren en wonende te Wijchen was toen hij op eenennegentigjarige aldaar overleed op 7 november 1937.

Overlijden H de Haan

Overlijdensakte Hendricus de Haan, Burgerlijke Stand Wijchen 1937, inventarisnummer 9797.

De leeftijd bij overlijden (91) klopt niet met de leeftijd die wordt genoemd in het boek van Boeijen (94 jaren in juli 1933). De geboorteakte in de Burgerlijke Stand van de gemeente Wijchen geeft uitsluitsel: Hendricus de Haan is geboren op 20 januari 1846 in Wijchen, Aktenummer 4, Invertarisnummer 2314. Dit betekent dat Hendricus in juli 1933 “pas” 87 jaren oud was.

Een lastiger probleem is wie het echtpaar is op de foto in het boek van Boeijen op blz. 36 en in het boek van Verhoeven op blz. 82? Twee foto’s met dezelfde mensen, maar in het boek van Boeijen is het Hent de Haan en in het boek van Verhoeven is het Piet Cornelissen. Bovendien is nu niet duidelijk wie de tekst heeft uitgesproken die onder de foto staat. Op de foto lijkt een echtpaar te staan en dit suggereert dat het Hent de Haan en Tonia van Rossum zijn, omdat zij het enige echtpaar in de lijst van bejaarde passagiers waren. Wie de uitspraak gedaan heeft “Ik ben dichter bij Hem geweest dan U” of “Ik ben korter bij God gewèst as Gij” is lastig te achterhalen.

Photo527968916995_inner_56-20-647-22-32-947-668-928

Foto uit Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen, blz. 36

Photo527968965263_inner_44-59-553-64-86-951-567-951
Foto uit 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven, blz. 8

Toen het vliegfeest achter de rug was en in 1935 Walraed (W.J.F.M) baron van Hugenpoth tot Aerdt burgemeester werd van Overasselt werd het vliegveld snel vergeten. De maaskanalisatie en de splitsing van Balgoy en Keent kregen de volle aandacht van de gemeente Overasselt en toen net voor de oorlog de maaswerken waren voltooid lag Keent aan de Brabantse kant van de Maas en was er weinig over van het vliegveld.

Het waren de Duitsers, die op het einde van de oorlog in 1944 een soort uitwijklandingsbaan zochten voor Volkel dat steeds werd gebombardeerd door de geallieerden en in Keent terecht kwamen. In juni 1944 werd in de uiterwaarden begonnen met de aanleg van een vliegstrip, ongeveer op dezelfde plek als het eerdere vliegveld, maar dan twee keer zo groot. Het nieuw aangelegde vliegveld werd nauwelijks gebruikt door de Duitsers. Toch werd Keent op 25 en 26 september 1944 als klein onderdeel van Market Garden toch nog geschiedenis; de grootste bevoorradingsoperatie door de lucht naar een frontlijn. Het vergeten vliegveld werd even een belangrijke levensader voor de snel oprukkende grondtroepen. Tijdens deze operatie kreeg het ook de code AIRSTRIP B82 Grave(4).

 

759D6A72-D7F9-4091-A9C5-6C494481DDD3-1060-000002749FD9C7F1

Luchtfoto van B.82 Grave, genomen kort
na de spectaculaire bevoorradingsoperatie, bron: BHIC en Bommeltje.nl(4,5).

Bronnen:
1) Vliegveld Keent, Wikipedia
2) Het vergeten vliegveld Keent / Airstrip B82 Grave (1994) dhr. Boeijen
3) 60 Jaar Harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven
4) Airstrip B82 Grave, Bommeltje.nl
5) Vliegveld Keent (2014) Paul Huismans, BHIC