Voor mensen die een lichtpuntje verdienen in soms donkere dagen: Mazing Joy

Een lichtpuntje in deze soms donker dagen

De straten van Overasselt, Nederasselt en Balgoy zijn op de vroege vrijdagavond na kerstmis schemerig, stil en leeg. Iedereen is aan het bijkomen van de drukke feestdagen. Ik zat nog even de foto’s te bekijken van de knutselende kinderen, die een mooie ster aan het maken waren en de mooie kindvriendelijke kerstviering van kerstavond. Dan wordt de stilte doorbroken in de Hoeveweg door “Stille Nacht”. Het koor Mazing Joy staat op de oprijlaan van de overburen en zingt kerstliederen. Zij brengen, evenals vorig jaar, een aantal bezoekjes aan mensen die wel een lichtpuntje verdienen en gebruiken kunnen in deze soms donkere dagen. Dit jaar staan er 12 mensen op hun lijstje om te bezoeken.

Onder de bezielende leiding van Ilja van Luijk worden bij de spontaan aangestoken vuurton een aantal bekende kerstliederen gezongen, begeleid door twee gitaren. Volgens mij is het koor vorig jaar begonnen met dit initiatief. Een geweldig initiatief! “Het is heel leuk om te doen”, zegt een van de koorleden. “Het is heel mooi om te zien hoe de mensen reageren”, vindt een ander koorlid. “Na verloop van tijd zie je meer en meer nieuwsgierige buren verschijnen”, zegt ze, “Of luisteren mensen met tranen in de ogen.’’ 

Koor Mazing Joy is opgericht als katholiek kerkkoor en ze zingen gemiddeld drie keer per maand in de vieringen van Balgoy en Nederasselt. Maar daarnaast richten ze zich ook op het ontwikkelen van (inter)culturele muzikale voorstellingen met een boodschap, vaak gekoppeld aan een goed doel. Denk daarbij aan het uitvoeren van musicals en het verzorgen van vredesconcerten. Naast kerkdiensten in Balgoy en Nederasselt werken ze mee aan bruiloften en uitvaarten, en aan koren- en kerstfestivals. Ze vormen met 25 leden een meerstemmig koor voor jong en oud, bestaande uit sopranen, hoge en lage alten en bassen, dat met begeleiding van piano, gitaar en accordeon – en soms ook met gastmuzikanten, waaronder harmonie “Kunst en Vriendschap” uit Balgoy – voor een professionele uitvoering zorgt. Het repertoire is breed en loopt uiteen van pop tot gospel en van jazz tot klassiek. Het koor werd op 3 september 2005 officieel opgericht en komt voort uit de kerkkoren Astrilde in Balgoy en Voices in Nederasselt. Deze dorpen liggen aan de Maas. Vroeger werd er ‘Maze’ geschreven. Je kunt de naam ook lezen als ‘mee-zing-plezier’. De bedenker van de naam was Ries van Haren.

Dit is nu wat kerstmis meer maakt dan een gezellig familiefeestje met cadeautjes onder de kerstboom. Vergis je niet, ik ben dol op gezellig samen zijn met familie, leuke mensen en al helemaal op lekker eten. Maar voor mij draait kerst toch om meer. Om lichtpuntjes zoeken in de duisternis. Om aandacht voor elkaar, het brengen van wat hoop in een soms grimmige wereld. Kerstmis 2019 is voor mij geslaagd door de stralende sterren die de Balgoyse kinderen gemaakt hebben en de bezoekjes van Mazing Joy aan mensen die een lichtpuntje kunnen gebruiken. Zalig Kerstfeest en laat het nieuwe jaar maar komen!

In memoriam Jan van Beuningen 1946 – 2019

Jubileumconcert 100 jaar Kunst en Vriendschap mei 2019 (Bron: Rona Laurant)

Herinner mij, maar niet in sombere dagen
Herinner mij, zoals we elkaar in mooie tijden zagen
Herinner mij, in de stralende zon
Herinner mij, toen ik alles nog kon

Donderdag 7 november jongstleden kreeg ik het droeve bericht dat Jan van Beuningen is overleden.

Jan was een trouw en fanatiek lid van harmonie Kunst en Vriendschap, die met zijn kwaliteiten jarenlang een visitekaartje was voor harmonie en drumband. Met zijn 73 jaar was Jan een van de oudere leden. Samen met de andere leden van de harmonie en ook alleen, maar dan wel in het KeV uniform, liet hij zien dat de muziekvereniging de naam Kunst en Vriendschap met ere draagt en dat de leden doen wat in de statuten staat, namelijk “Zo goed mogelijk bijdragen aan het gemeenschapsleven te Balgoy, in de gemeente en omgeving door de bevordering van de beoefening van instrumentele muziek”.

Jan verving de dirigent bij serenades

Jan was lid van Kunst en Vriendschap sinds 1961, uitgegroeid tot een vaste kracht en leider van de trompetsectie van de harmonie. Hij verving de dirigent als die niet aanwezig was bij serenades en culturele opluisteringen. Iedereen in de HaFa-wereld, tot in de verre omgeving wist wie Jan van Beuningen was. Hij werd altijd gevraagd voor het taptoe-signaal, vanuit het dakraam van toenmalig bakkerij van Dorst op de Markt in Wijchen.

Taptoe-signaal vanuit het dakraam van bakkerij van Dorst

Hij werd gevraagd voor de Last Post bij dodenherdenking en de herdenking van Market Garden in Wijchen. Behalve de harmonie had Jan nog een passie, de hofkapel. Als kapelmeister, in de voetsporen van vader Thé van Beuningen senior, is Jan jarenlang het gezicht geweest van de Ruisende Knotwilgen. Het was ook Jan die na afloop van bijna ieder concert, zijn trompet weer uit zijn koffer haalde om, samen met een aantal andere leden, al dweilend, de avond nog eens extra muzikaal af te sluiten.

Carnaval 2006

De laatste jaren zijn voor Jan niet gemakkelijk geweest, vanwege zijn gezondheid. Zijn gezin, de verbouwing en zeker ook de harmonie hielden hem op de been. Als Jan maar half kon, zat hij weer op zijn stoel achter de lessenaar op de repetitie of was hij van de partij bij een concert. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn op die repetitieavonden. Ondenkbaar dat hij er niet meer zal zijn tijdens alle concerten en andere activiteiten. Jan is onlosmakelijk verbonden met harmonie en drumband, met de vereniging. Ze zullen zijn kennis en ervaring moeten missen. Ze missen die nu al. 

Mooier en meer herkenbaar kan Jan’s verbondenheid met muziek niet duidelijk worden gemaakt dan met de trompet, zijn eigen trompet, die op de rouwkaart staat. Muziek en muziekvereniging vervlochten met leven, gezin en familie van Jan. Opgegroeid met muziek, van vader op zoon, van generatie op generatie is en wordt nog steeds het KeV-gevoel doorgegeven binnen de familie van Beuningen. Jan, jouw liefde voor de muziek klinkt nu door in de instrumenten van Patricia, Silke en Jelle.

Koninklijke onderscheiding tijdens de taptoe in Wijchen

Jan werd onderscheiden vanwege zijn bijdrage, niet alleen aan de harmonie, maar aan de hele Balgoyse en Wijchense gemeenschap. Trots was Jan op zijn koninklijke onderscheiding, die hij in 2008 ontving tijdens de taptoe en misschien nog wel meer trots was hij op de KeV-speld als lid van verdienste van Kunst en Vriendschap, die hij opgespeld kreeg in 2004. Wat is de vereniging ook blij dat ze donderdag 31 oktober, een week voor zijn overlijden, Jan thuis in zijn vertrouwde eigen omgeving, nog erelid heeft mogen maken. Het was een bijzondere en emotionele gebeurtenis, die de vereniging zal blijven koesteren.

Kunst en Vriendschap tijdens optreden in theater ’t Mozaiek te Wijchen met Jan van Beuningen links midden in de trompetsectie (bron: Antonie van den Heuvel)

Jan van Beuningen zal herinnert blijven als een warme gezellige Balgoyse mens, een gedreven en fanatieke muzikant en verenigingsman, voor wie niets te veel was en die altijd voor iedereen klaar stond.

In memoriam Ries van Haren 1938 – 2019

Ries van Haren (1938 – 2019), met Landleven tussen de dijken (foto: de Gelderlander 2007)
Rouwadvertentie Ries van Haren

Op Zondagmorgen 3 november werd ik gebeld met het bericht dat Ries van Haren was overleden, een dag nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen en een plek had gekregen in verpleeghuis Waelwick in Ewijk. Een echte Balgoyse mens was toch nog onverwachts overleden. Ries was niet alleen Balgoyse mens en boer, maar ook een echte familiemens, echtgenoot, een vader, een opa, die boven alles zijn familie om hem heen wilde en met iedereen vriend wilde zijn. Hij vond het ook geweldig dat de boerderij omgebouwd was tot een mantelzorgwoning, hoewel hij die zelf zo nooit genoemd heeft.

Kaft van het eerste boek van Ries bij gelegenheid van 100 jaar Boerenbond in Nederasselt, Balgoy en Keent

Naast zijn boer zijn, was Ries van Haren ook de dorpsdichter en verhalenschrijver en verteller van de Balgoyse en Keentse geschiedenis en taal. Ries kende de agrarische streekgeschiedenis als geen ander. Hij probeerde op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden over de tijd die hij in Balgoy en Keent heeft geleefd of door overlevering heeft meegekregen. Dat blijkt niet alleen uit zijn gedichten, maar ook uit de zes boeken die hij heeft geschreven. In 1996 verscheen “Veel gewonnen veel verloren”, een boek met informatie en anekdotes over de dorpen Balgoy, Keent en Nederasselt. Aanleiding en motivatie voor dit boek was het 100-jarig bestaan van de N.C.B., de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. In 1999 kwam “Ballegoyse minsen – Een eeuw Balgoijse sfeer tussen de Loswal en de Bremdenmeer” uit, een fotoboek met nagenoeg alle mensen, die in het Millenniumjaar 2000 in Balgoy woonden.

Het boek “Ballegoyse minsen” uit 1999

Enkele jaren later, in 2007, verscheen de gedichten- en verhalenbundel “Landleven tussen de dijken” over het boerenleven in de streek waar de auteur is opgegroeid. Zeven jaar geleden, in 2012, verscheen “Oude ploegvoren, een boekwerkje met veel spreekwoorden en gezegdes, limericks en gedichten. “Geleefd Verleden – Balgoy in de 20e eeuw” verscheen in 2014 en vertelt over Balgoyse mensen, die in de vorige eeuw in het dorpje aan de Maas geleefd hebben en op het kerkhof aldaar zijn begraven. Met foto’s, waar wie gewoond heeft, gedachtenisprentjes en een levensverhaal van de betrokkenen in dichtvorm wordt hun herinnering levend gehouden.

“Marga’s huwelijk met de Heer van Wiechen”, Ries’ laatste boek

Ries van Haren schreef, volgens zijn eigen zeggen, zonder moeilijke woorden. Met de gedichten en verhalen probeerde hij op zijn eigen wijze zijn gevoelens en gedachten te verwoorden. Teksten met nostalgie en maatschappelijke betrokkenheid, maar bovenal met optimisme en humor. In zijn laatste boek, waarin eerder in krant en carnavalsgids gepubliceerde verhalen over de Ballegoijse Marga die trouwt met de Heer van Wiechen herschreven zijn, herkennen we die elementen zeker terug, maar het is ook een unieke kijk op de hele Balgoyse gemeenschap en de relatie met de gemeente Wijchen, die formeel begonnen is na een gemeentelijke herindeling in 1980. Ries koos voor een andere vorm dan zijn eerdere boeken, een versmelting van fictie en feitelijke gebeurtenissen. Verder bevat het boek een groot aantal foto’s van Paul Berben die een beeld geven van het maaslandschap in de periode die door Ries in het boek beschreven wordt en dat hem zo dierbaar was.

De liefde van Ries voor Balgoy en zeker ook voor Keent is gemakkelijk te verklaren. In januari 2018 schreef ik daarover al eens een blog naar aanleiding van een uitgave van Tweestromenland (174, 12-2017), het tijdschrift van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West. Daarin stond een artikel van Hans Eerdmans over de geschiedenis van Keent. Het artikel eindigt met een gedicht van Ries van Haren, dat gaat over de Keentse mensen die er in de eerste helft van de 20e eeuw gewoond hebben, het merendeel was keuterboer.

Bertuske Kocken en Mieke Coelen uit Keent

Ries beschrijft in dichtvorm op zijn eigen wijze hoe Bertuske Kocken en diens vrouw Mieke daar hebben geleefd en gewerkt. In de allerlaatste regel van het gedicht verklapt hij dat hij familie is van Bertuske:

“En zo kun je dit gedichtje lezen of bekieke
Gemaakt door een nakomeling van Bertuske en Mieke”

Bertuske Kocken was de opa van Ries, van zijn moeders kant. Deze familierelatie verklaart ook de gedetailleerde beschrijving van “het keuterijtje van anderhalve morgen groot”. Ook Ries’ vader, Jo van Haren, heeft in Keent gewoond. De familie van Haren en de familie Kocken zijn in de zomer van 1936 verhuisd naar Balgoy. Jo van Haren trouwt met Drieka Kocken op 9 mei 1931 in Overasselt (op 13 mei in Balgoy in de kerk) en ze gingen in Balgoy wonen. Ze kregen samen negen kinderen. Ries, Marinus Johannes van Haren, werd geboren in Balgoy op 26 juni 1938. Hij trouwde op 4 juni 1966 met Gerarda Maria Elisabeth (Ger) de Kleijn en trouwde in op de Houtsestraat, waar Jo en Drieka toen woonden. Hij nam het bedrijf over in 1966 toen Jo 65 jaar oud werd en heeft er de rest van zijn leven gewoond en gewerkt.

Het gezin van Jo en Drieka van Haren – Kocken, vlnr.: Marietje, Joke, Lambert, Jo, Tilly, Ries, Drieka, Dinie en Riek van Haren, Houtsestraat op 13 mei 1956
Ries van Haren (rechts) tijdens vergadering van heemkundekring “Pagus Balgoye”

Ries van Haren was zoals gezegd een maatschappelijk betrokken Balgoyse mens, die enorm hield van zijn boerenleven en de natuur om hem heen. Maar hij is ook lid van het school- en kerkbestuur geweest, hielp als kerkhofwerker om het kerkhof en de omgeving van de kerk schoon te houden, hij was tot het laatst toe actief in het gemengd zangkoor en een trouw lid van de heemkundekring “Pagus Balgoye”. Wanneer dat bij opruimen of opbouwen van pas kwam, bracht Ries zijn tractor mee. Harmonie Kunst en Vriendschap kon altijd terecht bij Ries in de Holtse Hoek als ze opslagruimte nodig hadden voor rommelmarktspullen.

“Ik ben blij de ge al zoveul van mijn geleerd hed” zei Ries bij de boekpresentatie van mijn Balgoyse boek “Boeren, burgers en buitenlui” tijdens Open Monumenten Dag 2017 bij de Oude Toren. Het was een eer en mijn grote wens dat Ries als geboren en getogen Balgoyse mens bij die boekpresentatie een exemplaar uitreikte aan nieuwe inwoners van Balgoy. Het zijn mensen als Ries, die voorbeeld zijn voor Piet’s Blog. De weblog over Balgoy en de Balgoyse minse.

Ries reikt als geboren en getogen Balgoyse mens een exemplaar uit van “Boeren, burgers en buitenlui” aan de nieuwe inwoners van Balgoy, Antonio en Carolina Gasquez

Ries van Haren, die we gekend hebben als familie of als Balgoyse mens, is overleden. Sindsdien klinkt zijn naam meer dan ooit. Op onverwachte momenten duikt de naam op: als het gaat over iets wat hij graag deed, of bij activiteiten in ons dorp. We koesteren de naam met herinneringen. Elke dag zijn er wel herinneringen, ze komen vanzelf bovendrijven. De ene keer doordat je iets persoonlijks tegenkomt, de andere keer doordat je het er samen met anderen over hebt. Sommige dingen ben je misschien vergeten of heb je verder weggestopt – oh ja, nu je het zegt, dat was ook zo…. Iedereen heeft zo zijn eigen herinneringen. Herinneren wordt een actief werkwoord als het ons lukt, onze herinneringen levend te houden. “Herinneren” wordt dan “Gedenken”. “Gedenken” is: gaande houden, bij het nu betrekken, niet verloren laten gaan. Dat is wat we moeten doen, Ries blijven betrekken bij het leven, bij ons leven. Zijn gedichten en boeken zullen daarbij zeker helpen.

Gedachtenisprentje Ries van Haren

Het Balgoyse roomboterfabriekje “de Eendracht”

Torenstraat 9 te Balgoy, het voormalige “botterfabriekje” (foto dateert van de 70-er jaren, bron: boek 60 jaar harmonie Kunst en Vriendschap, samensteller Wim Verhoeven, uitgegeven samen met de vereniging in 1979 )

Tijdens de Open Monumentendagexpositie bij de oude toren in het weekend van 14 en 15 september, kreeg ik de vraag of ik wist wanneer het huis aan Torenstraat 9 (het voormalige “botterfabriekje”) werd gebouwd en wie er allemaal hebben gewoond. De vraag naar het bouwjaar is relatief gemakkelijk te beantwoorden. Daar hebben we sinds 1815-1830 het kadaster voor. Opzoeken kan bijvoorbeeld via kadasterdata.nl. Het huis, dat nu kadastraal geregistreerd is als BGY00 (Balgoy) Sectie B Nr. 117, lijkt in 1900 te zijn gebouwd.

Gegevens en ligging van de woning Torenstraat 9 zoals die te vinden zijn in kadasterdata.nl

De oudst bekende kadastrale gegevens voor het perceel dateren van eind 19e eeuw: BGY00 leggerartikel 458: eigendom Joannes de Bruijn, burgemeester van Balgoy. Het betreft sectie A, nr. 336, volgnr. 16. De omschrijving van het perceel was bouwland. Het perceel gaat dan over naar artikel 889 volgnr. 3. op naam van Elisabeth de Bruijn, particulier. In dienstjaar 1906 wordt het perceel (nog steeds bouwland) verkocht aan Johanna Arts, weduwe van Johannes Wilhelmus Berben, en gaat over naar artikel 950 volgnr. 6. In die periode werd volgens de website www.zuivelfabrieken.nl in Balgoy een handkrachtfabriekje gestart, de coöperatieve roomboterfabriek “de Eendracht”, maar een link van de nieuwe boterfabriek naar het betreffende perceel kwam vooralsnog niet naar boven in het kadastrale register.

De melk wordt gezeefd en vervoerd in melkbussen (foto: Jan van Haren, Batenburg)

Na een tijdje verder zoeken, kwam ik achter de reden waarom de bouw van de boterfabriek niet op het bovengenoemde perceel te vinden was. De fabriek werd gebouwd op de “openbare weg”, gemeentegrond die geen kadastraal nummer had tot dan toe. Het kadastrale leggerartikel dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj (dienstjaar) 1908 geeft die verklaring. Sectie A, nr. 726 is niet getrokken uit een eerder artikel, maar krijgt de omschrijving “ong weg” (bijna elke weg kreeg de afkorting ong) en is dus een nieuw perceel op de plek waar eerst openbare weg was.

Het kadastrale leggerartikel 1009, dat de nieuwe (boter)fabriek en erf beschrijft in dj 1908.
Hulpkaart BGY00 A 80

De kadastrale hulpkaart illustreert duidelijk de ligging van de nieuwe boterfabriek. Op het punt waar Herre Weg en toen nog Molen Weg (nu Torenstraat) samen kwamen is de nieuwe fabriek gebouwd en krijgt het perceel een nieuw kadastraal nummer. De eigenaar van het perceel met fabriek en erf is de Coöperatieve Roomboterfabriek de Eendracht uit Balgoy. De hulpkaart die door het kadaster gemaakt werd dateert van juli 1907; daarmee weten we omstreeks welke datum de boterfabriek is gaan draaien.

Rudolf Arts: de eerste melkmachine in Balgoy ca. 1957. De karhoepel diende als bescherming en kon tevens gebruikt worden om de koeien vast te zetten. (bron: boek 100 jaar NCB – Ries van Haren)

In ons land zijn zuivelfabrieken nog niet oud: omstreeks 1880 werd nog vrijwel alle melk op de boerderijen verwerkt. Het was zelfs zo, dat ons land in dit opzicht achter liep bij andere landen. Te lang werd hier vastgehouden aan het bereiden van boter op de boerderijen zelf, wat de kwaliteit van het product niet ten goede kwam. In de laatste jaren van de 19e eeuw begon de situatie in de landbouw te verbeteren. Er werden langzamerhand allerlei verbeteringen ingevoerd. De kunstmest deed zijn intrede, wat vooral voor de zandgronden vooruitgang betekende. Met de uitvinding van de centrifuge begon ook in Nederland de zuivelindustrie zich te ontwikkelen. Friesland liep daarbij voorop: in de 80-er jaren werden daar de eerste zuivelfabrieken opgericht. Beetje bij beetje volgden daarna de andere provincies: Brabant en Limburg, en ook Gelderland, enz. De ontwikkelingen gingen gestaag door en in 1939 waren er in ons land 877 zuivelfabrieken in bedrijf, waarvan 240 als boterfabriek.

Hendrik Hammen aan het ploegen – kaft boek 100 jaar NCB geschreven door Ries van Haren

Met de opbloei van de landbouw zag je ook de coöperatieve gedachte in Nederland opbloeien. De Boerenbond werd opgericht vanaf het einde van de 19e eeuw (Balgoy in 1912; boek 100 jaar NCB – Veel gewonnen, veel verloren, de ploeg bouwt steeds weer nieuwe voren – auteur: Ries van Haren). De oprichting van collectieve veeverzekeringen, ook die in Balgoy, waren van grote betekenis voor de boeren evenals de Coöperatieve Boerenleenbank, die een concurrent werd van de Rijkspostspaarbank. Dit alles wordt mooi geïllustreerd in een krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915. Hierin wordt verslag gedaan van de ledenvergaderingen van het Balgoyse veefonds en de coöperatieve roomboterfabriek, die de activiteiten over het jaar 1914 bespraken.

Krantenartikel uit de Gelderlander van 17 januari 1915
De coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt ( Bron: NN-Nederasselt Nieuws, feiten en historie op Facebook)

Toch had de boterfabriek het niet gemakkelijk. Dat blijkt uit het artikel uit de Gelderlander hieronder. Het besluit van minister Posthuma (minister van landbouw van 1914-1918) dat melk voortaan gepasteuriseerd moest worden, bleek zeer moeilijk uit te voeren voor kleine handkrachtfabriekjes zoals de Eendracht. Daarmee kwamen ze ook niet in aanmerking voor “het Rijksmerk” en dat maakte de afzet lastig. Het werd de aanzet tot de aansluiting bij de coöperatieve (stoom)roomboterfabriek in Nederasselt. In oktober 1915 tijdens een ledenvergadering werd besloten tot ontbinding van “de Eendracht”, zodra de aansluiting tot stand was gekomen. (Stoom)roomboterfabriek De Volharding in Nederasselt is gebouwd rond 1915, en tot 1954 in gebruik geweest.

Bericht uit de Gelderlander van 28 oktober 1915 waarin het einde van het Balgoyse “Botterfabriekje” wordt aangekondigd

Het “botterfabriekje” werd verkocht aan timmerman Marinus Janssen, die er een timmerwinkel runde volgens de kadasterregistratie.

Kadastraal Leggerartikel 1086 BGY00 waaruit kan worden opgemaakt dat Marinus Janssen in 1916 het boterfabriekje kocht en er een timmerwinkel begon.

Marinus Janssen verkocht het perceel in dienstjaar 1929 aan Petrus Johannes Berben, administrateur. Die woonde in boerderij Florenstein tegenover het perceel (C30) en heeft het huis (C28) toen verhuurd. De eerste huurders waren volgens het bevolkingsregister van Overasselt (1923-1930) vrachtrijder Johannes van Osterom en Petronella Johanna Arntz. Recentere gegevens uit kadaster en bevolkingsregister zijn nog niet openbaar en dus nog niet beschikbaar, maar Ries van Haren schreef in zijn millenniumboek een mooi gedicht over “het oude botterfabriekje” waarin alle recente bewoners worden vermeld.

HET OUDE BOTTERFABRIEKJE
In 1936 huurde Sigbert Toonen Dekkers als woning de oude botterfabriek
Mei ’40 sneuvelde hij, en vrouw Hanneke vertrok met Piet en Woutje naar familie aan den diek
Zijn neef Pietje Toonen Dekkers huurde toen dat pand voor enkele jaren
Daarna vertrok Pietje met vrouw Anna van Uden naar de Veldsestraat en werd het pand verhuurd aan Piet van Haren
In die tijd werd er door Pietje Arts en Nelleke de Bruyn een woning gezocht
Zo kwam Pietje Arts er wonen, met zijn eikenhouten kruiwagen,
Wel onder zijn stand, zodat menigeen hem deed plagen
Maar Pietje bleef en 30 jaren kruide hij naar zijn land, houtmijt en aardbeien
Iedereen in Balgoy “ja juist” zag Pietje dagelijks rijen
Toen kwam Sjef van Haaren op de proppen, en kocht de oude botterfabriek
Zijn dochter kwam er wonen, daarna de fam. Martien van Diek
Daarna werd het door Gerard Hammen en Corrie van Halen gekocht, zij wilden gaan trouwen
Die hebben er een mooi huis van gemaakt, daarvoor moesten ze het wel helemaal verbouwen
Je ziet er nooit meer een eikenhouten kruiwagen staan,
En de laatste flessen cognac van Pietje Arts zijn door “verkeerde kelen” gegaan

De kerk is uit (1981). De gebroeders Lamers en Hendrik Hammen (midden) wandelen naar huis. Rechts de verbouwde “botterfabriek” (foto: Gerard Hammen)

Het Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent

Thijnsboek der Vrijheerlijckheyt Balgoy en Keent
Sticker op de voorkant van het boek: “Thijns-boek van D. Paringet, 1703”

De afgelopen weken mocht ik genieten van een belangrijk stuk historisch en cultureel erfgoed; een handgeschreven Balgoys en Keents boekwerk uit het begin van de 18e eeuw. Het is het belastingregister van de ambachtsheer van Balgoy en Keent en bevat informatie over de tijnsen (tienden) en erfpachten die jaarlijks op St. Lambertusdag aan hem verschuldigd waren.

Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, overleden in 1707 (bron: dit thijnsboek)

Het register is samengesteld door Diederik Paringet, rigter en secretaris van Balgoy, in 1703, aan de hand van en volgend op oudere registers en bijgehouden door hem en zijn opvolgers tot ca. 1860. Paringet was niet alleen rigter en secretaris van Balgoy. Diederik Paringet werd op 12 augustus 1657 in Ravenstein Nederduits gereformeerd gedoopt als het eerste kind en de eerste zoon van het echtpaar Robbert Paringet en Margareta Richters. Hij heeft zeker een goede scholing gehad, met name in het Latijn, maar geen universitaire opleiding. Deze informatie komt uit een verhaal van de website van het BHIC. Vanaf juli 1677 was hij notaris in ’s-Gravenhage en vanaf 8 september 1678 oefende hij dat ambt uit in Grave. Hij trad er ook op als advocaat en procureur. Op 23 december 1692 werd Paringet benoemd tot rentmeester van de stad Grave, een functie die hij combineerde met zijn andere taken, waaronder dus ook rigter en secretaris van Balgoy. Wederom blijkt hieruit dat Balgoy en Keent, die aan de Gelderse kant van de Maas lagen, meer georiënteerd waren op Brabant, dan op Gelderland.

Een handgeschreven manuscript uit 1701 van Diederik Paringet over de stad Grave en het Land van Cuijk werd in 1752 in drukvorm uitgegeven (Bron: BHIC)

Paringet heeft zeer veel documenten voor het nageslacht vastgelegd, waarvan velen over de geschiedenis van Grave en het Land van Cuijk gingen; verschillende ervan zijn sindsdien spoorloos zoekgeraakt. Ook de locatie van dit thijnsboek was onbekend, totdat het opdook bij een antiquariaat in Haarlem. Ruud van Haren wist het boek in handen te krijgen en de bedoeling is nu om het complete boek te vertalen en te digitaliseren. Diederik Paringet overleed in functie; op 21 november 1707 werd hij in de Sint Elisabethkerk te Grave begraven.

Van ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent wordt de ligging in 1703 door Paringet omschreven en wordt het jaarlijks ontvangen bedrag genoteerd met de naam van de eigenaar/tijnsplichtige. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw. Nagenoeg alle tijnsen zijn dan afgekocht, wat feitelijk het einde betekent van een belangrijk Balgoys en Keents tijdperk. Over ca. anderhalve eeuw kan het grondbezit worden nagegaan, zowel door vererving als door verkoop. Het mooie is ook dat bij bijna alle percelen in de periode 1820-1840 het nieuw ingevoerde kadasternummer wordt vermeld, waardoor de registratie naadloos aansluit op het nieuwe registratiesysteem in Nederland dat tot nu toe gebruikt wordt. Dit maakt het boekwerk uniek.

Het thijnsboek bevat ook een beknopt overzicht van historische gebeurtenissen in Balgoy en Keent in de 12e-17e eeuw.

Het boekwerk bevat verder nog een aantal beschrijvingen en jaartallen van gebeurtenissen in de regio, die overgenomen zijn uit “de inleiding tot de Historie van Gelderland” door W.A. van Spaan uit 1805. Ook staat er een lijst in van heren en vrouwen van Balgoy, van rigteren en van secretarissen. Er is ook nog een tijnsreglement in opgenomen. De jaarlijkse tijnsbedragen worden in 1703 nog aangegeven met een aantal hoenen (later 5 stuivers voor een hoen), capoenen (10 stuivers) of eieren ( 2 duiten). Dit thijnsboek is daarom een uniek boekwerk met gedetailleerde historische informatie over de regio, maar ook topografische informatie. Voor genealogisch onderzoek in dit gebied (Balgoy en Keent) in de periode 1700 – 1850 is dit een belangrijke unieke bron.

Met deze pagina in het boek begint de registratie van de ruim 200 percelen grond in Balgoy en Keent waarover tijns is verschuldigd aan de Vrijheeren van Balgoy en Keent

Een voorbeeld van de tijnsregistratie is folio 21. Van het perceel wordt de ligging in 1703 omschreven en wordt het jaarlijks te ontvangen bedrag genoteerd: “Deselve Vol. 11.9 uijt de helft van de vierde hoeve, oost de hoogveltse straat west de maas suijd en noord een merghen zestien en 1/2 duijt 4 3/4 eij”.

Voorbeeld van tijnsregistratie uit 1703.

In de meeste gevallen wordt ook de naam van de eigenaar/tijnsplichtige vermeld. Daaronder volgen gegevens over de jaarlijkse betalingen en over eigendomsovergangen tot in het midden van de 19e eeuw, toen de meeste tijnsen werden afgekocht.

Eigendomsovergangen werden bijgehouden tot in het midden van de 19e eeuw; uiteindelijk het eigendom door aankoop over aan Albertus van Laatum, tuinman te Balgoy.

Over anderhalve eeuw valt het grondbezit op deze wijze na te gaan, zowel door vererving als door verkoop. Bij veel van de percelen is ook rond 1830 het nieuw ingevoerde kadasternummer vermeld. In dit geval Sectie A, nummers 154, 155, 156, 157, 158, 159, 160, 161 en 168. Met de combinatie van beschrijving en het minuutplan van de kadastrale kaart 1811-1832, sectie A, blad 2 is de locatie van het betreffende perceel gemakkelijk te vinden.

Kadastrale kaart 1811-1832: detail van minuutplan Balgoy, sectie A, blad 02 (MIN05015A02)
Met behulp van de Oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) Balgoy, sectie A, blad 010 (OAT05015A010) is ook de toenmalige eigenaar te traceren, in dit geval Maria van Florenstein
Manus de Valk

Met de kadastergegevens kunnen we het grondbezit nagaan tot ca. 1950. In leggerartikel 731 wordt Albertus Johannes van Laatum nog genoemd en in dienstjaar (dj) 1898 wordt het huis vervangen en opnieuw “gesticht”. Het kadasternummer verandert van A159, naar A592 en als van Laatum het huis verkoopt in dj 1912 heeft het kadastraal nummer A705 gekregen. Het huis werd verkocht aan schipper Hermanus (Manus) de Valk. Het verhaal van Manus de Valk, getrouwd met Maria van Geffen, die zich omstreeks kerstmis 1910 vestigde in Balgoy werd al eerder verteld in deze blog. Dat hij een huis kocht van een zekere Van Lathum in Balgoy, in het bevolkingsregister genummerd C38; later Veldsestraat genoemd kunnen we nu bevestigen. Zoon Ermert nam het winkelboerderijtje over begin jaren veertig en hij ventte met brood en kruidenierswaar. Tot in de zestiger jaren gingen er schoolkinderen snoep kopen voor een stuiver of een dubbeltje. Toen op 1 januari 1969 de BTW werd ingevoerd, besloot Ermert de winkel te sluiten. Op de voorgevel van de woning stond het jaartal 1747 vermeld. In het thijnsboek (Folio 21, no. 13) staat vermeld dat Paulus en Jacomijna Arts op 10 mei 1740 het daarin vermelde perceel overgenomen hebben. De kans is groot dat zij het boerderijtje destijds hebben gebouwd. Met de informatie uit het Thijnsboek der vrije heerlijckheyt Balgoy en Keent kunnen we nu anderhalve eeuw verder terug in de tijd op zoek naar bewoners en hun eigendommen in Balgoy en Keent.

Het winkelboerderijtje van Ermert de Valk.