Balgoyse kerkhof als gemeentelijk monument?

Los van sentimenten – ik ben tot slot van rekening geen geboren Balgoyenaar – wil ik proberen een overzicht te geven van de situatie in Balgoy. Aan de ene kant speelt het verhaal van de grafrechten die niet meer betaald worden voor de oude graven en de kosten voor onderhoud van die graven. Aan de andere kant is er een cultuurhistorische betekenis van het kerkhof en de graven.
Monumentale graven op het kerkhof
Voor een aantal oude graven worden al jaren geen grafrechten meer betaald door nabestaanden (als die er al zijn). De kerk ontvangt hier dus geen inkomsten meer voor, vandaar dat het parochiebestuur ook wil overgaan tot ruiming van die graven. In een schriftelijke vraag van Kernachtig Wijchen in de Wijchense gemeenteraad (13 RZ 149) eind vorig jaar heeft de fractie van die partij aangegeven dat alle betrokkenen er naar zouden moeten streven om de belangrijkste grafmonumenten te behouden. Dit vanwege hun cultuurhistorische betekenis en de sfeerbepaling op de begraafplaatsen. Ze verwijst daarbij naar de bevoegdheid van het college om gemeentelijke monumenten aan te wijzen.
Het college van B&W van de gemeente Wijchen heeft mede op initiatief van heemkundekring Pagus Balgoye en de leefbaarheidsgroep Hernen/Leur het Gelders Genootschap opdracht gegeven om een waardestellend onderzoek naar de begraafplaatsen in Hernen en Balgoy uit te voeren. Op basis daarvan kan dan bepaald worden of en in hoeverre er graven zijn die door aanwijzing als gemeentelijk monument beschermd dienen te worden. Dit onderzoek loopt nog. In de gemeente Wijchen zijn volgens de Gelderlander de katholieke begraafplaatsen van Niftrik, Alverna en Woezik, als ook de hervormde begraafplaats aan de Kasteellaan al gemeentelijke monumenten.
De vraag is of Cultuurhistorische betekenis belangrijker is dan het kostenaspect en dat heeft in Balgoy al tot redelijk wat onrust geleid.
In Balgoy gaat het over ongeveer vijftig graven van Balgoyse mensen die mede bepalend zijn geweest voor het culturele en historische beeld van het dorp in de vorige eeuw. Het gaat niet alleen over individuele graven van pastoors en andere „notabelen”, maar het kerkhof kenschetst een tijdsperiode waarin kerk en geloof een hele belangrijke rol speelden en bepalend waren voor de mensen in die tijd. De graven zijn daarvan nog een levend bewijs en houden de herinnering aan die tijd mede levend. Het kerkhof bij de kerk, die dit jaar precies 100 jaar op die plek staat, in zijn geheel is een levend bewijs van de cultuurbepalende rol van de kerk in de vorige eeuw en daarbij zijn de oude graven sfeerbepalend. Zonder die graven blijft van dat beeld niet veel over.
De kerkhofwerkers in Balgoij zijn wekelijks actief
op het kerkhof en dat is ook te merken (foto: Leo Bijmans)
Wat betreft de kosten van het onderhoud van het kerkhof is de Balgoyse dorpsgemeenschap altijd zelfvoorzienend geweest en zijn er in het verleden nauwelijks kosten geweest voor de parochiebesturen. Een groep Balgoyenaren (de kerkhofwerkers) is al sinds de tweede helft van de vorige eeuw belangeloos en kosteloos actief om kerkhof en kerkomgeving op orde te houden. Ook bij winters ongemak of na een storm, bij belangrijke kerkelijke feestdagen of wanneer er een uitvaart of avondwake plaatsvindt zijn het de kerkhofwerkers die zorg dragen voor kerkhof en kerkomgeving. Wanneer de graven geruimd zullen worden, zal dit klassieke voorbeeld van burgerinitiatief en gemeenschapszin naar alle waarschijnlijk ophouden te bestaan. Dit zal zeker extra blijvende kosten met zich meebrengen voor parochiebestuur en gemeente, los van het feit dat er een wekelijkse sociale activiteit in het kleine dorp zal verdwijnen. Daarenboven zal het ruimen van de graven, weliswaar eenmalig, maar toch, ook betaald moeten worden. Het argument van het parochiebestuur dat graven inkomsten moeten opleveren gaat in Balgoy niet op, omdat er nauwelijks kosten worden gemaakt. Een kerkhof en graven in stand houden om inkomsten te generen per se lijkt me ethisch ongewenst. Of deze argumenten voor de andere geloofsgemeenschappen van parochie De Twaalf Apostelen gelden weet ik niet, waarmee ik wel wil aangeven dat het standpunt van het parochiebestuur om een uniform beleid te voeren voor alle geloofsgemeenschappen niet vanzelfsprekend is. Tenslotte, moet het wel zo zijn dat directe familieleden (als die er zijn) uit solidariteitsoogpunt en eerlijkheid grafrechten moeten betalen volgens de richtlijnen van parochiebestuur en bisdom, waarbij afspraken uit het verleden met betrekking tot die grafrechten dienen gerespecteerd te worden, zelfs als daar geen schriftelijk bewijs voor is. Ik ben geen psycholoog, maar weet wel dat dit soort afspraken uit het verleden niet altijd juridisch verantwoord zijn gemaakt en altijd met veel sentiment omgeven zijn geweest. Wat waar is of wat voor waar wordt beleefd is dan lastig te onderscheiden.
Economische en cultuurhistorische belangen, sociale idealen en lokaal karakter moeten worden gewogen. Vooralsnog blijft de situatie nog even zoals die was. De komende weken zal het rapport van het Gelders Genootschap afgerond worden en dan zal in maart het college van B&W alles overwegend een besluit moeten nemen.
Bronnen:

Na bijna 90 jaar weer minister op bezoek in Balgoy

8432a-1460185_420416981418248_516017009_n

Het genoegen was maar kort, maar desalniettemin had Balgoy gisteren bezoek van een minister. Ik zeg bewust Balgoy, want Balgoyse mensen waren in principe niet uitgenodigd. Huidige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister.

Na bijna 90 jaar weer minister op bezoek in BalgoyOm vier uur precies begon het bezoek bij de Oude Toren, het visitekaartje van heemkundekring Pagus Balgoye. Minister Plasterk dronk een kop koffie met de genodigden, om vervolgens na tien minuten al wandelend richting Wijchen te vertrekken.

e8705-555885_421189744674305_722103061_nDe minister maakte nog wel tijd om in de Oude Toren de kleine expositie over de geschiedenis van het dorp te bekijken en hij zette ook zijn handtekening in het gastenboek. Het bewijs dat Balgoy, na bijna 90 jaar, wederom een minister op bezoek heeft gehad. De vorige keer was in januari 1926, toen koningin Wilhelmina en Dirk Jan de Geer, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, het door de Maas overstroomde dorp kwamen bezoeken.

1fb8e-image072

Koningin Wilhelmina en minister Dirk Jan de Geer op bezoek in Balgoy (1926)

Hoeve levert prins in dweiljoar

Niet Rudy van Haren, Theo Toonen, Joris Willems, Theo van Beuningen of Jeroen Gerrits wordt de nieuwe prins van Moasland. Nee, oud cafe-eigenaar Teun van Haren wordt de nieuwe prins, bijgestaan door adjudant Dirk van Gelder.

Bron: Facebookpagina Prins Teun D’n Urste

In januari 2012, na ruim dertig jaar café in de Hoeveweg, hielden Jeanne en Teun van Haren er mee op. Het laatste café in Balgoij, gelegen tegenover de kerk in de Hoeveweg, ging dicht. “Een afscheid met een lach en een traan” schreef de Gelderlander. Natuurlijk was stoppen niet leuk, maar het stoppen bracht ook nieuwe mogelijkheden. Werken in de horeca is geen vijfdaagse baan van negen tot vijf. Er zijn dan weinig mogelijkheden voor andere dingen, zeker niet in de weekenden. Nu, zonder het cafe, is dat anders en Teun (en ook het bestuur van cv de Moaslanders) grijpen de kans.
Het thema voor dit carnavalsjaar is daarmee ook snel gevonden. Het wordt het dweiljoar.
Mooi, want dat betekent dat we het vaandel dat de nieuwe overbuurman van Teun op zolder vond toen hij zijn nieuwe huis in de Hoeve betrok, weer zouden kunnen gebruiken. Gemaakt door Wim Verhoeven in 1999: Het verrassingsjaar van prins Marcel I. De carnavalsoptocht is dat jaar evenals andere jaren weer een spektakel. Mooi versierde wagens en grappig uitgedoste loopgroepen. Heel wat uren noeste arbeid, maar het resultaat mag er wezen. Behalve Kunst en Vriendschap, de Balgoyse muziekvereniging, die traditiegetrouw voorop loopt in de bonte stoet, is er dat jaar ook een dweilorkest van de partij. Het is dweilorkest de Parkse dweilers uit de Hoeve (insiders zullen de link naar de prins zeker snappen) met een prachtig vaandel, gebaseerd op het oude vaandel van de harmonie. Tip: Dit vaandel kan dit dweiljoar dus weer mooi gebruikt worden in de optocht!

Een landschapsbiografie van het Balgoyse cultuurlandschap

Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft, via de gemeente Wijchen, contact gezocht met enkele mensen in ons dorp om te proberen de identiteit van het dorp vast te stellen in de vorm van een landschapsbiografie. Hiertoe worden in principe vijf onderdelen onderzocht en geïnventariseerd, te weten oude kaarten, toponiemen en veldnamen, mondelinge geschiedenis, lokale natuur en huidig landschapsgebruik. Met hulp van enkele geïnteresseerde personen uit het dorp, zullen studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein (de grootste “groene” school van Nederland) in de periode november-januari proberen om tot deze biografie te komen. Een korte slag derhalve die zeker interessante gegevens en materialen zal opleveren. Vanwege het vernieuwende karakter van dit onderdeel is er ruime begeleiding vanuit de opleiding. Vanuit Landschapsbeheer zal er ook een begeleider zijn die in een vervolgfase gaat proberen om bepaalde onderdelen van de uitkomst van de biografie samen met vrijwilligers uit het dorp tot uitvoering te brengen.

Wat is een landschapsbiografie? Een landschapsbiografie beschrijft de levensloop van een cultuurlandschap. Hoe is het landschap in de loop der eeuwen veranderd en geworden tot het landschap van vandaag? Hoe veranderde het menselijke gebruik van het landschap in die tijd? Hoe beleefden mensen het landschap in verschillende perioden van de geschiedenis en welke betekenis kenden ze eraan toe? En welke betekenis heeft dit alles voor ruimtelijke vraagstukken in onze tijd? Dat zijn allemaal vragen die in een landschapsbiografie aan de orde kunnen komen. Cruciaal daarbij is, dat ‘landschap’ niet alleen iets tastbaars is, maar nadrukkelijk ook een sociale dimensie heeft, dus een duidelijke relatie heeft met mensen die er wonen. Dit verklaart ook de interesse van mijn kant.
Afgelopen vrijdag 8 november vond de eerste kennismaking plaats. ’s Morgens was er een hartelijk welkom op een plek, waarvan we weten dat daar de oudste sporen van Balgoy zijn gevonden, de B&B van Ruud en Yvonne van Haren in de Holtsche Hoek. In de 13 eeuw of al eerder werd in deze buurt door het Kapittel van St. Jan al een grote herenboerderij of vroonhoeve gebouwd. Na de voortreffelijk verzorgde lunch werd een ronde door het dorp gemaakt, om een indruk te krijgen van Balgoy en de omgeving.

Het was een inspirerende startbijeenkomst met enthousiaste, gemotiveerde studenten, die aan de slag moeten met onze soms wat warrige inbreng over de ontwikkeling van het dorp Balgoy de laatste 60 jaar en zelfs daarvoor, verandering van agrarische bedrijven (kleine agrarische bedrijven verdwijnen),  over middenstand (er verdwijnen veel kleine bedrijfjes zoals smederij, bakkerij, winkels, cafés,tuinderij, transportbedrijf, benzinepomphouder en taxibedrijf), er komen bedrijven bij zoals champignonstelers, meer fruitteelt, varkenshouderij, de ruilverkaveling (verandering landschap: grotere percelen en veel heggen en slootjes verdwijnen, de boerderijen zijn nieuwbouw met grotere schuren erbij), over de maaskanalisatie, waardoor afsplitsing van kern Keent en over gemeentelijke herindelingen. Veel informatie, die in evenwicht moet worden gebracht, met de uitgangspunten om een bruikbare landschapsbiografie te maken. Ik kijk er naar uit.

Mais plat in Balgoy door onweersstorm

Bron: © De Gelderlander 30/7/2013.


Mais
Bron: Leo Klaassen/DG

In de Gelderlander van 30 juli was te lezen dat de maisoogst in Maas en Waal een behoorlijke klap heeft gekregen door het noodweer van afgelopen weekeinde.
Mijn neef en veehouder Frans Jans uit Balgoy zag zondagmorgen driekwart van zijn zeventien hectare mais plat liggen. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt, dus ik heb geen idee of het nog goed komt”, zegt hij in de Gelderlander. “Dit kan me zo vijfduizend euro per hectare kosten. De koeien moeten toch eten.”
De mais wordt verhakseld en ingekuild en vervolgens als veevoer gebruikt. De voedermais wordt in september/oktober geoogst. Het begint nu pas in de pluim te schieten. Het heeft nog geen kolven. Daarin zit de voe­dingswaarde. Stengel, blad en kolf gaan in de hakselaar, maar zonder de kolven waarin tot wel 70 pro­cent van de voedingswaarde zit, is de mais niet meer bruikbaar als veevoer.
De Balgoyse maiszaadhan­delaar Henk Willems wordt in de papieren versie van de krant gevraagd naar zijn mening. Volgens hem hoeft nog niet al­les verloren te zijn. Een blik op een akker van Frans Jans leert hem dat de mais scheef in de grond ligt: de stengels lijken niet geknakt. Dat zou het einde van de oogst be­tekend hebben. Als het weer nu meewerkt, is de kans groot dat het mais weer ‘bijtrekt’, zegt Henk. De mais is door het koude voor­jaar zo’n vier weken te laat gaan groeien, maar ze heeft nu net een groeispurt gehad. Door de slappe stengels ging ’t gewas eerder plat.