Gaat AI onze (onder)zoekactiviteiten naar het verleden van Balgoy en de Balgoyse mensen beïnvloeden?

OpenAI en Microsoft hebben GPT-3.5 ontwikkeld, wat nu gebruikt wordt in de Bing-zoekmachine

Goedemorgen! Vandaag wil ik graag met jullie delen hoe een nieuwe ontwikkeling ons leven gaat beïnvloeden. Het gaat hier om kunstmatige intelligentie (AI), wat al een tijdje een populair onderwerp is. Maar nu lijkt het erop dat de AI-industrie echt gaat doorbreken met de opkomst van ChatGPT. OpenAI en Microsoft hebben GPT-3.5 ontwikkeld, wat het taalmodel is achter ChatGPT. Dit taalmodel is nu ook geïntegreerd in de Bing-zoekmachine en Edge-webbrowser. Daarnaast is Microsoft van plan om deze technologie te integreren in hun Office-suite, zoals Word, Outlook en PowerPoint. Google is nog wat terughoudend en loopt iets achter, maar zij hebben hun eigen alternatief genaamd Bard, gebaseerd op LaMDA. Dit is een krachtig taalmodel dat jaren geleden door Google is ontwikkeld en uiteindelijk zullen ze ook hiermee succes gaan hebben. Deze ontwikkeling zal niet alleen ons dagelijks leven beïnvloeden, maar ook onze (onder)zoekactiviteiten naar het verleden van de Balgoyse mensen.

Detail van de invulpagina van Bing

Hoezo en wanneer gaat dat gebeuren zult u zich misschien afvragen. Nou, het gebeurd nu al. Ik heb zojuist in de Edge-browser van mijn laptop een poging gedaan om een blog verhaal te maken voor mijn weblog. Ik ga het resultaat met jullie delen en laat maar weten wat je ervan vindt. Ik heb de volgende vraag ingetikt:

Goeiemorgen Bing. Wil je voor mij een verhaal maken voor mijn weblog over de geschiedenis van Balgoy, Keent en de Balgoyse mensen. Met name over de heerlijkheid Balgoy en Keent, de gemeente Balgoy en Keent, de overstroming van 1926 en de maaskanalisatie. Verder ook nog een stukje recente geschiedenis over de keuze die de Balgoyse mensen moesten maken om bij de gemeente Overasselt te blijven of naar de gemeente Wijchen te gaan. Meestal maak ik verhalen van ongeveer 750 woorden met geïntegreerde bronvermelding en een lijst op het einde. Wil je dat doen?

Brabants Dagblad 8 maart 2019

Bing kwam terug met het volgende verhaal:

Balgoy, Keent en de Balgoyse mensen: een korte geschiedenis

Balgoy en Keent zijn twee dorpen die al eeuwenlang met elkaar verbonden zijn door de geschiedenis, de cultuur en de natuur. Samen hebben ze veel meegemaakt: van heerlijkheid tot gemeente, van overstroming tot kanalisatie, van herindeling tot keuze. In dit verhaal zullen we een kijkje nemen naar enkele belangrijke momenten uit hun verleden.

De heerlijkheid Balgoy en Keent

Balgoy ontstond op een oeverwal tussen twee armen van de Maas. Nog voor 1200 raakte de noordelijke rivierarm afgesneden van de Maas. De oude rivierarm slibde dicht en is als Broeksloot en de Balgoijse Wetering nog herkenbaar in het landschap. Balgoy kwam aan de noordelijke, Gelderse kant van de Maas te liggen, net als Keent, een ander buurtschap (1). De beide dorpen waren via de Molenstraat met elkaar verbonden (2). Samen vormden zij een hoge heerlijkheid, wat betekende dat de heer veel macht had over zijn onderdanen (3). Hij kon bijvoorbeeld rechtspreken, belastingen heffen en soldaten leveren. In 1795 werd de heerlijkheid afgeschaft door de Franse bezetting.

De gemeente Balgoy en Keent

In 1810 werd Balgoy samen met Keent een zelfstandige gemeente onder het Koninkrijk Holland. De gemeente behoorde tot verschillende arrondissementen en districten in Gelderland (3). In 1845 bedroeg het aantal inwoners 406. De gemeente was klein en had weinig voorzieningen. Er was bijvoorbeeld geen school of dokter in Balgoy of Keent. De meeste mensen leefden van de landbouw of de visserij. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt, omdat ze te klein was om zelfstandig te blijven (2, 4).

De overstroming van 1926

In januari 1926 brak er een grote ramp uit in het rivierengebied: de overstroming van de Maas (5). Door hevige regenval en smeltwater steeg het waterpeil enorm. Op nieuwjaarsdag brak de Maasdijk bij Overasselt en Nederasselt waardoor het Land van Maas en Waal overstroomde. Ook Balgoy en Keent kwamen onder water te staan. Veel huizen, boerderijen, wegen en bruggen werden beschadigd of verwoest. Mensen moesten vluchten naar hogere gebieden of werden geëvacueerd naar andere plaatsen. Gelukkig vielen er geen doden of gewonden in Balgoy of Keent, maar wel veel materiële schade.

De maaskanalisatie

Na de overstroming besloot de regering om maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Ir. W.C. Lely kreeg de opdracht om met een betere oplossing te komen voor het beheersen van de Maas. Hij kwam met het plan om tien scherpe bochten af te snijden waardoor de rivier met 19 kilometer zou worden ingekort (6, 7). Hierdoor zou de waterafvoer worden bevorderd en zou er meer ruimte komen voor landbouw en recreatie langs de oevers. De maaskanalisatie werd uitgevoerd tussen 1932 en 1942 (6). Een van de bochten die werd afgesneden was die bij Balgoy en Keent. Hierdoor werd Keent afgescheiden van Balgoy en kwam het op Brabants grondgebied te liggen (4, 7). De Molenstraat werd onderbroken door een nieuwe Maasarm en er werd een veerpont ingesteld om de verbinding te behouden.

De keuze tussen Overasselt en Wijchen

In 1980 vond er een gemeentelijke herindeling plaats in Gelderland. De gemeente Overasselt, waartoe Balgoy behoorde, zou worden opgeheven en verdeeld over twee andere gemeenten: Heumen en Wijchen (4). De inwoners van Balgoy kregen de keuze om bij Overasselt te blijven of naar Wijchen te gaan. De meeste mensen kozen voor Wijchen omdat ze zich meer verbonden voelden met deze gemeente dan met Overasselt. Ze hadden bijvoorbeeld meer contacten, voorzieningen en verenigingen in Wijchen dan in Overasselt. Bovendien lag Wijchen dichter bij Nijmegen, waar veel mensen werkten of studeerden. Sinds 1 januari 1984 hoort Balgoy officieel bij de gemeente Wijchen.

Bronvermeldingen:

  1. https://balgoyseminse.blog/2023/02/21/de-katholieken-in-balgoy-en-keent-de-vroegste-geschiedenis/
  2. https://nl.wikipedia.org/wiki/Balgoij
  3. https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Gemeente_Balgoij_en_Keent
  4. https://www.wijchenis.nl/zien-en-doen/cultuur-historie/balgoij/
  5. https://nl.wikipedia.org/wiki/Overstroming_van_de_Maas_(1926)
  6. https://mijngelderland.nl/inhoud/routes/cultuurhistorie-in-het-land-van-maas-en-waal/watersnood-in-balgoy
  7. https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/verhaal-tussen-maas-waal/balgoij-en-keent-gescheiden
MyHeritage AI Time Machine™ foto van mezelf

Tot zover het verhaal dat Bing leverde. Het zijn ca. 600 woorden en geen 750 en het verhaal klopt op een enkel detail na. De Maasdijk is bijvoorbeeld niet op nieuwjaarsdag doorgebroken, maar op oudjaarsdag en het is een vrij kleurloos verhaal. Misschien dat je denkt, wat zeur je Piet, maar dat komt misschien wel doordat het verhaal beter is dan ik had verwacht. Dat je zo’n verhaal krijgt na het intypen van een simpele zin, is heel veelbelovend. Ik verwacht er nog veel meer van. Wie weet wat we nog kunnen verwachten als de hoeveelheid data zal toenemen in de toekomst en de machine misschien wel gevoed gaat worden met archiefbronnen. Ik vond het een leuk experiment zegt de gepensioneerde wetenschapper.

De katholieken in Balgoy en Keent – de vroegste geschiedenis

Figuur 1 Boerderij aan de Veldsestraat (situatie voor 1980) op de plek waar tot 1811 een schuurkerk stond.

Er is al veel gepubliceerd over “de oude toren” en “de nieuwe kerk” in Balgoy. Met name Wim Verhoeven heeft veel geschreven over de Balgoyse kerkgeschiedenis. Een hoofdstuk “Een stukje kerkgeschiedenis” in het boek 60 jaar Kunst en Vriendschap uit 1979, bladzijde 100 – 125 geeft een mooi overzicht. In 1989 schrijft Wim het boek 75 jaar Kerkkroniek Balgoy. In dat jaar bestond de kerk aan de Boomsestraat, “de nieuwe kerk”, 75 jaar, een goede gelegenheid om terug te blikken naar het verleden. Het boek geeft het verhaal van de Balgoyse kerk in grote lijnen weer. Het is geen algemene kerkgeschiedenis, maar veel meer de geschiedenis van de Balgoyse parochiekerk met gebeurtenissen die er plaatsvonden. Pas geleden stuitte ik in Delpher (www.delpher.nl, een website met ruim 130 miljoen pagina’s uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften) op een boek uit 1872 over de geschiedenis van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Dat viel samen met genealogisch onderzoek dat ik aan het doen was en nog aan het doen ben naar enkele oude boerderijen in de Veldsestraat, waaronder een woning waarvan verteld werd dat er ooit een schuurkerk in was gevestigd (figuur 1). Genoeg informatie om mijn nieuwsgierigheid op te wekken en een onderzoek te starten naar de vroegste geschiedenis van de katholieken in Balgoy.

Historisch perspectief

De reden dat de Rooms-Katholieke kerk zo groot is geworden, is omdat Keizer Constantijn de Grote rond 300 de kerk zag als een manier om het Romeinse Rijk bij elkaar te houden. De kerk nam de manier waarop het rijk was georganiseerd met provincies en districten bijna letterlijk over en dit bleek een succesvolle formule. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk ontstonden er problemen. Keizers van het Karolingische en later ook het Duitse Rijk wilden ook de macht over de kerk en dat leidde vanzelfsprekend tot een strijd tussen paus en keizer. Het Land van Maas en Waal viel tot 1648 onder het Duitse Rijk en de kloosters en kerken die zich hier vestigden, volgden de keizer. Hierdoor werden oorspronkelijk Romaanse kerken in dit gebied uitgebouwd in de Gotiek tot pseudobasilieken, wat de keizerlijke bouwvorm was, zo ook die van bijvoorbeeld Bergharen, Batenburg en Balgoy. Meer hierover is te lezen op de website van het verhaal tussen Maas en Waal: Een landschap vol kerken – Verhaal Tussen Maas en Waal.

De vele kerken en torens die we nu tegenkomen in het Land van Maas en Waal laten zien dat de Rooms-Katholieke kerk veel macht had in deze regio. Dat begon al in de vroege middeleeuwen en dit bleef zo totdat het gebied gedwongen protestants werd tussen 1600-1850. In de tweede helft van de zestiende eeuw begon de Nederlandse opstand tegen de katholieke koning Filips II. De Staten van Gelderland sloten zich bij de opstand aan, verboden de uitoefening van het katholieke geloof en voerden de reformatie door. Katholieken mochten geen openbare ambten meer vervullen en er werden harde maatregelen tegen hen genomen tijdens de Synode van Dordrecht in 1618. Ondanks deze harde opstelling bleef het aantal rooms-katholieken relatief stabiel. Het Land tussen Maas en Waal bleef grotendeels rooms-katholiek, mede door de geïsoleerde ligging en de steun van adellijke families en kloosters uit naburige godsdienstvrije gebieden. Wel kregen de protestanten de bestaande kerken toegewezen en mochten de katholieken geen nieuwe bouwen. Het gebruik van schuilkerken werd gedoogd, maar er moest wel voor betaald worden en er golden strenge regels. Ze moesten zover van de begane wegen staan, dat mensen het gezang niet konden horen en ze moesten rieten daken hebben om op schuren te lijken. Ze werden dan ook wel schuurkerken genoemd. Pas vanaf 1853 konden de katholieken weer nieuwe kerken bouwen en ook de protestanten bouwden toen hun eigen kerken.

Figuur 2 Meanderende Maas (tekening: Werner Peters)

Ook de loop van de Maas heeft zeker een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het gebied waar Balgoy en Keent nu liggen. De meanderende rivier heeft eeuwenlang invloed gehad op het landschap en het lot van de dorpen die in de buurt lagen. Het dorp Balgoy is waarschijnlijk ontstaan op een wat hoger gelegen zandgebied ten westen van Nederasselt, waar de rivier gedwongen werd een ruime bocht naar het noordwesten te maken. Balgoy lag toen westelijk van de rivier, op Brabantse grond. Toen de rivier in de 11e eeuw van bedding veranderde en een nieuwe loop aannam, kwam Balgoy aan de noordelijke, Gelderse kant van de Maas te liggen (figuur 2). Deze verandering zal ongetwijfeld hebben geleid tot veranderingen in het gebied en de manier waarop de dorpen met elkaar in verbinding stonden. Het is aannemelijk dat Balgoy en Keent door deze veranderingen meer met elkaar te maken kregen. Zo heeft de Maas niet alleen een grote invloed gehad op de fysieke omgeving, maar ook op de sociale en economische ontwikkeling van het gebied.

Hoe het begon, de Vroonhoeve

De kerken, met name het bisdom Utrecht, maar ook het dekenaat Xanten, behorend tot het aartsbisdom Keulen, spelen in de vroege geschiedenis van Balgoy een belangrijke bestuurlijke rol. We weten dat in de 12e eeuw de buurschappen Balgoy en Keent werden ondergebracht in één kerspel. In Balgoy was al lang daarvoor een kerkje gebouwd (ca. 960) en in Keent een kapel. De bisschoppen van Utrecht verwierven veel grond in het gebied en zij inden de tienden (belastingen) in Balgoy voor het Kapittel van St. Jan. Zij bouwden er ook een grote herenboerderij of vroonhoeve. Horigen deden het werk en het bestuur van Balgoy werd geregeld vanuit deze vroonhoeve, die waarschijnlijk gestaan moet hebben in de Holtsehoek (in de buurt van de boerderijen ’t Hof en/of ’t Hold). Een vroonhof, vroonhoeve of vroenhof was in de middeleeuwen de hoeve, van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd volgens het puur economische Hofstelsel, dus voordat er in Balgoy sprake was van een meer feodaal, politiek systeem, de Heerlijkheid. Wanneer die herenboerderij definitief verdween, is nog niet duidelijk. Het kerkje in Balgoy bleek al snel te klein, want al in diezelfde 12de eeuw werd het vergroot. De kanunniken van het Kapittel van St. Jan, die de gronden in bezit kregen en exploiteerden, gaven de kerk de naam St. Jan. Johannes de Doper was hun beschermheilige.

Figuur 3 Passage uit het Registrum Memorial van de Johannes de Doperkerk waarin staat dat de kerk van Balgoy is gebouwd in het jaar 960.

De eerste kerk

Zoals hierboven al beschreven, werd de eerste kerk in Balgoy gebouwd in het jaar 960, zo staat in het Registrum Memorial van de Johannes de Doperkerk (figuur 3). Of die kerk ook op de plek gestaan heeft waar de oude toren nu staat en hoe die kerk er toen uitzag is niet bekend. Voor het jaar 1100 hoorde de parochie Balgoy waarschijnlijk bij het bisdom Utrecht. In de elfde of begin twaalfde eeuw werd door een Heer van Herpen, hoogstwaarschijnlijk machthebber van het gebied waarin de parochie lag, een zaalkerkje van veld- en tufsteen gebouwd. Deze bouwstijl was typisch voor de regio Nederrijn-Maasgebied waarin Balgoy zich bevond. Later in de twaalfde eeuw werden Balgoy en Keent samengevoegd tot één parochie en werd het zaalkerkje in Balgoy omgedoopt tot parochiekerk.  In de loop der tijd werd de kerk in Balgoy uitgebreid door het Kapittel van St. Jan, totdat het oorspronkelijke zaalkerkje was getransformeerd tot een pseudo-basiliek. In de veertiende en vijftiende eeuw werd het koor in gotische stijl uitgebouwd met aan de zuidzijde een kapelachtige uitbouw. Tegen de westzijde werd een toren gebouwd. Deze kerk werd gewijd aan Johannes de Doper. De parochie Balgoy en Keent was inmiddels onder het bestuur van Keulen komen te vallen. Dit betekende dat de bisschop van Keulen het kerkelijke gezag had over de parochie. Dit had ook gevolgen voor de manier waarop de kerk bestuurd werd en hoe het kerkelijke leven in Balgoy zich ontwikkelde. In de late vijftiende en vroege zestiende eeuw onderging de kerk van Balgoy een belangrijke transformatie. Het oude, eenbeukige schip werd vervangen door een nieuw schip met zijbeuken, waarin de toren werd opgenomen. De toren zelf werd verhoogd en voorzien van een indrukwekkende naaldspits (figuur 4). Deze ingrijpende vernieuwing resulteerde in een ruimere en statigere kerk.

Figuur 4 Volgens de tekening van C. Pronk bestond de Balgoyse kerk in de late middeleeuwen uit een pseudobasilikaal schip met een ingebouwde toren en een verlaagd priesterkoor in gotische stijl 1732 © C. Pronk.

De schuurkerk

In 1609 werden de parochiekerk van Balgoy en de kapel van Keent, die al geruime tijd zonder priester zaten, aan de katholieke eredienst onttrokken. Voortaan gingen de katholieken van deze dorpen in Ravenstein of Velp naar de kerk, vanaf 1675 konden ze ook in Wijchen terecht waar zich een pastoor gevestigd had. In 1693 kregen ze toestemming in Balgoy een schuurkerk te openen, waarvan ook de katholieken van een deel van Nederasselt (o.a. het Eind en Hoogveld) gebruik maakten. Een schuurkerk was een schuilkerk die was gevestigd in een gebouw dat er van buiten als een schuur uitzag. Rooms-katholieken, remonstranten, lutheranen en doopsgezinden waren voor hun erediensten na de reformatie aangewezen op deze schuilkerken, ze kwamen dan ook in grote delen van Nederland voor. De geloofsgemeenschap mocht ook geen parochie meer heten, maar werd een statie. De statie “Balgoy en Keent” omvatte toen behalve Balgoy en Keent, een deel van Nederasselt en “twee hoeven op de Weggelaar onder Wijchen”. In 1715 werd een nieuwe schuurkerk ingewijd. De schuurkerk werd gebouwd op grond, die de katholieke kasteelvrouw, Everdina geboren gravin van Weede, prinses van Anholt en Vrijvrouwe van Balgoy en Keent, daarvoor ter beschikking stelde. Zij legde op 15 juli 1715 de eerste steen. Verder droeg zij tot de bouw bij door een deel van het oude kasteel te laten afbreken en de stenen ten behoeve van het te bouwen “kerkehuis” te schenken. De gemeente Balgoy en Keent droeg f 700, – bij, de grond kostte f 35. Voor de verder benodigde penningen zorgde Maximilianus Snel, broer van de pastoor Eustachius Snel. Dat de mensen weer samen konden komen in hun eigen (schuur)kerk verbond ze en gaf ze dat saamhorigheidsgevoel dat we nu nog zien. Ik denk dat in die periode ook de basis is gelegd voor een leefgemeenschap groter dan de geografische grenzen van het dorp Balgoy. De statie werd aanvankelijk bediend door reguliere priesters, tot 1707 een karmeliet uit Boxmeer, daarna tot 1731 kapucijnen uit Velp. In 1730 vaardigden de Staten van Gelderland een plakkaat uit tegen regulieren, waarop de schuurkerk korte tijd werd gesloten. Vanaf 1732 waren aan de statie seculiere pastoors verbonden. In 1795, nadat de Bataafse Republiek was uitgeroepen, werd de statie weer omgezet in een parochie en in 1805 kregen de katholieken de oude parochiekerk van Balgoy terug; de schuurkerk werd in 1811 verkocht en gesloopt. De RC Kerk en pastorie zijn in de OAT tabel behorend bij het minuutplan 1811-1832 van Balgoy, Gelderland, sectie A, blad 012 (OAT05015A012) nog wel terug te vinden, maar zijn wel al doorgestreept (figuur 5).

Figuur 5 Collage met detail van het minuutplan 1811-1832 van Balgoy. Links een detail van topografische kaart van Balgoy uit 1980. Met pijlen is de locatie aangegeven van de schuurkerk (rechts) en later boerderij van figuur 1 (links). Onder detail van OAT tabel met vernoeming van kerk en pastorie Balgoy.

In 1835 werden het schip en koor afgebroken van de kerk, die meer dan twee eeuwen in handen van de protestanten was geweest. Waarschijnlijk mede door achterstallig onderhoud was een verbouwing noodzakelijk. Het oude schip met zijbeuken werd vervangen door een eenvoudiger, eenbeukig schip met een halfronde afsluiting aan de oostzijde. Deze nieuwe kerk was nog steeds gewijd aan Johannes de Doper, maar was beduidend soberder dan de voorganger. De kerk was echter nog niet klaar met veranderingen. In 1852 werd de kerk onder de bezielende leiding van pastoor Reijnen toch weer opnieuw vergroot, ditmaal in waterstaatsstijl.

Figuur 6 Topografische kaart uit 1850 waarop te zien is dat op de plek waar tot 1811 een schuurkerk had gestaan een nieuwe boerderij is gebouwd.

Op de plek waar de schuurkerk had gestaan is waarschijnlijk al heel snel een nieuwe boerderij gebouwd, want die staat al aangegeven op een topografische kaart uit 1850 (figuur 6). In het bevolkingsregister van 1860-1890 wonen in Wijk A nummer 26 vanaf mei 1887 landbouwer Petrus de Bruijn met zijn echtgenote Franciska van Haren. Dit komt overeen met kadastergegevens uit die tijd. Diezelfde kadastergegevens laten ook zien dat het de woning betreft van figuur 1, waar in die tijd (1950-1985) Petrus Antonius (Piet) van Haren en Anna Maria (Anna) Ariens woonden.

Lijst met pastoors van Balgoy en Keent tot ca. 1850

  • 1421: De eerst beschreven pastoor van Balgoy, wiens naam niet genoemd wordt, was ook rector van het beneficie in de kapel van Keent.
  • 1457: Udo de Buchulin.
  • 1460: Het is onzeker of Henricus Bloemaerts of Bloemaerts, in 1460 rector van de kapel van Keent, ook de parochie Balgoy heeft bediend.
  • 1515: Joannes.
  • 1549: Antonius Spierinck. Hij aanvaardde de parochie op 23 juni 1549 en deed al snel afstand in 1552.
  • 1552: Albertus Wemmari. Hij werd aangesteld op 2 december 1552, maar het is niet bekend hoelang hij tijdens de “Nederlandse beroerten” in Balgoy heeft kunnen blijven.
  • 15..: Missionarissen.
  • 1609-1672: Pastoors van Ravenstein en vooral van Velp.
  • 1672: Pastoor van Wijchen.
  • 1693: Florentius Spapen uit Poederle. Florentius van Sint Joanne Baptista, een karmeliet uit het klooster in Boxmeer, was de eerste pastoor na de godsdienstvervolging die van 1693 tot 1706 de parochies Balgoy en Keent bediende, evenals een deel van Nederasselt.
  • 1707: Eustachius Snel van Brussel. Hij was een kapucijn uit Velp die beschreef dat bijna de helft van Nederasselt sinds 1693 geestelijk aan de parochie Balgoy was toegevoegd. Er waren destijds in totaal 200 communicanten. Pastoor Snel werd begraven op 30 juli 1728 in de kloosterkerk te Velp.
  • 1728: Franciscus Nijpels. Hij was een kapucijn met de kloosternaam Tranquilinus en waarschijnlijk afkomstig uit St. Truiden, die in 1695 als gardiaan van Velp werd gekozen. Door het edict van 19 oktober 1731 tegen de reguliere geestelijken kon de pater de parochie niet blijven besturen en werd zelfs in 1731 de kerk gesloten. Deze dwangmaatregel werd het jaar daaropvolgend wel opgeheven, maar pastoor Nijpels moest vertrekken en vervangen worden door een seculiere priester. Sindsdien is er geen sprake meer van reguliere pastoors in Balgoy, behalve in 1808.
  • 1732: Marc. Joan. Rutten uit Maashees. Hij overleed op 21 januari 1745.
  • 1745: Gosuinus van Linden uit Lith. In 1748 werd hij pastoor van Wamel. Van Linden was in 1742 kapelaan in Puijflijk en werd, net als zijn voorganger, op aanbeveling van Wilhelm van Hessen Philipsthal, heer van Balgoy en Keent, tot pastoor benoemd.
  • 1748: Jacobus Sengers uit Batenburg. Hij overleed op 15 februari 1786.
  • 1786: Hubertus Voet uit Ravenstein. Hij overleed op 5 juni 1808.
  • 1808: Joannes Sengers uit Wijchen wordt pastoor van Balgoy en Keent en overlijdt op 9 februari 1838. Hij was een capucijn van het klooster in Velp en zijn kloosternaam was Basilius.
  • 1838: Theod. Melsen uit Beuningen wordt pastoor van Balgoy en Keent en overlijdt op 2 augustus 1848. Melsen was kapelaan in Grave in 1818 en werd in 1819 pastoor van Druten.
  • 1848: Antonius Reijnen uit Wanroij wordt deken en pastoor van Balgoy en Keent. Reijnen werd geboren op 16 maart 1804 en was kapelaan in Nijmegen in 1832 en in St. Antonius in 1838. In 1848 werd hij pastoor van Balgoy en in 1858 deken van het district Nijmegen. Hij was ook de gedreven herder die de kerk en parochie nieuw leven inblies nadat de statie Balgoy weer werd omgezet naar een parochie.

De bovenstaande lijst is afkomstig uit een publicatie van 1872. Een lijst met meer recente pastoors is beschreven in 75 jaar: Kerkkroniek Balgoy.

Lid zijn van harmonie Kunst en Vriendschap uit Balgoy voelt als familie

Een blijde boodschap. Daar draait het om met kerstmis. Het is ook een tijd om dankbaar te zijn voor alles wat we hebben en om onze goede wensen te uiten aan anderen. Met kerst wensen we iedereen zalig kerstfeest en de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar. Dat geldt voor je gezin, je familie en alle mensen om je heen. Natuurlijk ook voor de verenigingen waar je lid van bent, want dat is ook een soort familie. Zeker harmonie Kunst en Vriendschap uit Balgoy, waar ik al meer dan dertig jaar actief (bestuurs)lid ben. Weliswaar ben ik “import” in Balgoy, maar ik heb me er altijd “thuis” gevoeld, familie gevoeld. Je hoort nog wel eens, zeker ook buiten Balgoy, dat het moeilijk is om binnen de Balgoyse verenigingen geaccepteerd, opgenomen te worden, maar dat is niet zo. Natuurlijk is er wel verschil tussen familie voelen en familie zijn. Voor zover ik wist had ik geen genealogische familiebanden met Balgoyse mensen, maar dat veranderde deze week door een verrassende Whatsapp.

Bladzijde uit trouwboekje van Johannes Gerrits en Francisca van Erp

Via e-mail of Whatsapp krijg ik regelmatig berichtjes met vragen over Balgoyse mensen of vragen die daaraan zijn gerelateerd. Zo kreeg ik 20 december via Whatsapp een foto gestuurd van een bladzijde uit een oud trouwboekje (zie hierboven). Rieky de Valk – Gerrits, echtgenote van Kunst en Vriendschap bassist Peter de Valk, schreef erbij: “Hallo Piet, is dit familie van jou?? Het zijn mijn opa en oma.” Nou snap ik wel dat Rieky dit vraagt want haar oma heet Francisca van Erp en in het trouwboekje staat geboren in Geffen in 1875. Toch hoeft iemand met de achternaam van Erp uit Geffen niet zonder meer familie te zijn van mij, want de achternaam van Erp komt er frequent voor en er wonen verschillende families met dezelfde achternaam terwijl het geen familie is. Nieuwsgierig was ik natuurlijk wel.

Stamreeks Gerrits

Een genealogisch aanknopingspunt naar de familie Gerrits was snel gevonden op de Myheritage-website. De Gerritsen komen oorspronkelijk uit Leur, hier bij Wijchen. In 1756 wordt Wilhelmus, zoon van Gerardus Willems en Petronella Peeters geboren, die Willem Gerardisse genoemd wordt. Later gaat Willem de naam Gerrits voeren. Diens zoon Jan (1799 – 1848), die zijn hele leven in Leur heeft gewoond, krijgt in 1844 een zoon Gijsbertus Gerrits en die trouwt in 1872 met Henrica Willems uit Huisseling aan de andere kant van de Maas. Gijsbertus en Henrica zijn in Huisseling gaan wonen. Daar wordt ook hun zoon Jan Gerrits (1873 – 1952) geboren, die in 1903 trouwt met de Geffense Cisca van Erp (1875 – 1948). De oma van Rieky, die ook familie van mij zou kunnen zijn. Jan en Ciska krijgen elf kinderen; een van hen is Grad (1907 – 2000). Hij trouwt in 1939 in Reek met Kea Gerrits en ze blijven in Reek wonen.

Links trouwfoto van Grad Gerrits en Kea Gerrits en rechts een artikel uit de krant toen het echtpaar 50 jaar getrouwd was

Zoals in het krantenartikel hierboven is te lezen kreeg het echtpaar Grad en Kea Gerrits-Gerrits veertien kinderen, waaronder Rieky, die met Peter de Valk in Wijchen is gaan wonen en Jan, die met Riek de Valk in Balgoy is gaan wonen. Nu terug naar Rieky’s vraag: “Zijn wij familie van elkaar?”

De geboorteaangifte van Francisca van Erp

De geboorteaangifte van Francisca van Erp uit de burgerlijke stand van de gemeente Geffen geeft meer duidelijkheid over haar afkomst. De aangifte van haar geboorte wordt gedaan op 15 december 1875 door haar vader, de drieëndertigjarige voerman Gerardus van Erp. Hij verklaart dat op 14 december in zijn huis aan de Papendijk 67 zijn echtgenote Maria Kuijpers is bevallen van een dochter.

Detail uit de stamboom van Erp

In de stamboom van onze familie van Erp kunnen we terugvinden, dat Gerardus (Grad) van Erp een broer was van mijn overgrootvader Cornelis van Erp. Francisca was dus een nicht van mijn opa Petrus (Piet) van Erp. Zij ging al op 18-jarige leeftijd als dienstmeid werken in Alem (1893-1897; bevolkingsregister). In mei 1902 gaat ze in Huisseling werken (volgens bevolkingsregister van Huisseling en Neerloon in ’t Weegstraatje op C75). Misschien dat Jan Gerrits en Cisca van Erp langs die weg met elkaar in contact zijn gekomen? Het antwoord op de vraag van Rieky is in ieder geval wel duidelijk. Rieky en ik zijn familie en dat betekent ook dat ik nu weet dat ik familie ben van mijn medebestuursleden van harmonie Kunst en Vriendschap Jeroen (zoon van Jan Gerrits) en Yvonne (dochter van Rieky de Valk – Gerrits). Een lid van harmonie Kunst en Vriendschap uit Balgoy voelt zich dus niet alleen familie, maar kan zomaar ineens ook echt familie worden.

Fietsend of wandelend van Wijchen naar Grave – Historie van Wijchen, Balgoy en Grave verbinden

Bij het teruglezen van een artikel op de website van de Gelderlander van vorig jaar, waarin Balgoyenaar en medelid van Pagus Balgoye Ruud van Haren weer eens enthousiast aan het vertellen was over de Balgoyse geschiedenis, werd mijn nieuwsgierigheid ook weer geprikkeld. Hoe zit dat nou met die verbinding tussen Balgoy en Wijchen. Het zijn leuke artikelen in de krant, op tv Gelderland en op Facebook, waarin Ruud enthousiast verteld over het Balgoyse kasteel en ook altijd weer zegt dat er meer moet worden onderzocht.

Uit het proefschrift van Hermans, links: Overzicht van de opgraving van Balgoy. Tekening J. Renaud 1942 en rechts: Fantasietekening van Balgoy door J. Stellingwerf, ca 1725.

Toch is het een feit dat we best veel weten over hoe het middeleeuwse kasteel van Balgoy eruit gezien moet hebben en dat is te danken aan Renaud, die in het begin van de jaren veertig van de vorige eeuw de fundamenten van het kasteel blootlegde. In die periode werd de burchtheuvel afgegraven en het grachtentracé gedempt. Maar dat zegt nog niets over wie er in het kasteel gewoond heeft en wat er allemaal gebeurd is. Ik ben geen expert wat de kastelen in de regio betreft, maar ik ben wel nieuwsgierig naar de bewoners van het Balgoyse kasteel in relatie met de Balgoyse mensen. Automatisch wil je dan ook weten wat er met het kasteel gebeurd is. Dus toch maar even terug in de tijd gedoken.

Zoals in de Canon van Nederland wordt beschreven was de Republiek der Nederlanden in de 17e eeuw één van de rijkste en machtigste landen ter wereld. Niet voor niets wordt deze periode de Gouden Eeuw genoemd. De buurlanden van de Republiek hadden hier moeite mee en Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen verklaarden de Republiek in 1672 de oorlog. Het grootste leger van Europa sinds de Romeinen stond voor de deur van de Republiek: 1672 zou dan ook de geschiedenis ingaan als het Rampjaar. Een grote troepenmacht onder aanvoering van de Franse koning Lodewijk XIV trok plunderend en moordend vanuit het zuiden opwaarts door ons land. Ook het kasteel in Balgoy, dat al vanaf 1584 Spaans bezit was (De heerlijkheid was van de 15e tot en met de 17e eeuw in het bezit van de families van Ooi, Maschereel en d’Oultremont) werd tijdens die plundertocht totaal verwoest. Het kan niet anders dan dat ook de Balgoyse mensen slachtoffer zijn geweest van plunderende en moordende soldaten van het leger van Lodewijk XIV. De strijd van de Republiek tegen de Fransen zou nog zes jaar duren: tot de Vrede van Nijmegen in 1678-1679. Het is niet duidelijk of het kasteel bewoond was in die tijd, maar wel is het kasteel gebruikt als hoofdkwartier bij de maanden durende belegering van het door de Fransen bezette Grave in 1674.

Carel Rabenhaupt op een prent uit 1673 (Bron: Romeyn de Hooghe, Rijksmuseum).

Een van de meest ervaren officieren van Willem III, de 72-jarige baron Carel Rabenhaupt, krijgt de opdracht om Grave op de vijand te heroveren. Op 8 juli 1674 verlaat Rabenhaupt Den Haag en reist hij naar Nijmegen en op 25 juli begon het beleg van Grave. De capitulatie was op 27 oktober. De bevelhebber van het leger der Staten had zijn hoofdkwartier in Balgoy (M.T. Roelofs, Geschiedenis van Grave (1938) blz. 33) en in een uitgave van het tijdschrift Militaire Spectator uit 1836 over het beleg van Grave staat ook beschreven dat dat op het kasteel Balgoijen was.

Detail uit Militaire Spectator 1836.

Dit sluit aan bij het verhaal van Ruud van Haren die vond dat legeraanvoerder Rabenhaubt tijdens het beleg van Grave in de zomer van 1674 zijn hoofdkwartier had in Balgoy. In de Gelderlander vertelt hij: “Hij moet zijn hoofdkwartier in het kasteel gehad hebben. Andere voorname gebouwen waren er niet.’’ Het artikel in De Militaire Spectator toont aan dat het kasteel in Balgoy inderdaad werd gebruikt als hoofdkwartier. Als op een gegeven moment prins Willem III het beleg te lang vindt duren, komt hij op 9 oktober van dat jaar met versterkingen aan in Wijchen om zo te proberen voor de winter Grave te heroveren. Hij verblijft dan in het Wijchens kasteel. Een bijzonder feit dus wat Wijchen nog beter op de kaart zal zetten in de historische geschiedenis van ons land en ook nog eens een belangrijke rol voor Wijchen en Balgoy samen in de slag om Grave.

Ruud van Haren vertelt enthousiast over Balgoy en de verbinding met Wijchen en Grave.

In hetzelfde artikel op de website van de Gelderlander oppert Ruud het idee van een leuke historische fietstocht van kasteel Wijchen langs de plek waar het kasteel in Balgoy heeft gestaan en dan naar Grave. Hij heeft ook al een naam: de Rabenhaupt-fietstocht. Ik zou daar aan willen toevoegen dat een historische wandeltocht zeker ook een optie kan zijn. Starten vanaf het treinstation in Wijchen via het kasteel in Wijchen lopen door een fantastisch natuurgebied, waar eeuwenlang de Maas gemeanderd heeft en waar het kasteel van Balgoy gestaan heeft, naar de vestingstad Grave. Een flinke wandeling van zo’n 15 km en dan met de bus vanaf het busstation in Grave terug naar het treinstation in Wijchen. Dit ga ik zeker uitwerken in de komende tijd.

Wandelen van Wijchen via Balgoy naar Grave. De historie van Wijchen, Balgoy en Grave verbinden.

Met pensioen – herinneringen aan de Veegerkliniek in Nijmegen

De Veegerkliniek in 1992. De afdeling Huidziekten van het Radboudziekenhuis ging verhuizen van de Javastraat naar het Radboudterrein.

En dan is het zover…. Na meer dan 44 jaar onderzoek op de afdeling Dermatologie (Huidziekten) van het Radboudumc (Radboud Universitair Medisch Centrum) “mag je met pensioen”. Natuurlijk was er op 3 november een heel gezellige afscheidsreceptie en daarna een etentje met de directe collega’s. Nu, een paar weken later, is het tijd voor een eerste terugblik. Tijd voor een stukje geschiedenis van de afdeling Dermatologie en wel het begin op de Veegerkliniek aan de Javastraat, ver van het Radboudterrein.

Vragen die in de afgelopen jaren vaak gesteld werden: “Waarom doe je dit onderzoek?”, “Hoe kom je er bij om dit te gaan onderzoeken?” en “Wat hebben patiënten daar nu aan?”. Ik denk dat simpele antwoorden op deze terechte en op zich vanzelfsprekende vragen niet zijn te geven, maar dat veel duidelijk wordt wanneer een beeld geschetst wordt van hoe een researchlaboratorium zich heeft ontwikkeld in de loop der jaren.

Omdat er geen laboratoriummensen van het eerste uur meer werkzaam zijn, heb ik voor de situatie in de vroegste jaren hoofdzakelijk en vaak ook letterlijk geput uit het Liber Amicorum, aangeboden bij het afscheid van Prof. Dr. J.W.H. Mali op 31 oktober 1985. Ikzelf was toen weliswaar ruim zeven jaren werkzaam als analist op het researchlaboratorium, maar nog wel een groentje. Het is met name de inleiding van het Liber Amicorum die Mali zelf schreef, die een prachtige omschrijving geeft van de locatie van het eerste uur en die de oorspronkelijke doelstellingen en achtergronden voor research op Dermatologie op een originele manier verwoorden.

Onderzoek op het laboratorium in het tandheelkundegebouw met in het midden zittend biochemicus en hoofd van het lab Paul Mier en links ikzelf, begonnen als biochemisch analist, maar na het vertrek van Henk Roelfzema zelfstandig onderzoeker. Naast mij post-doc Joan Gommans.

De wandelaar die vanaf het Nijmeegse station de Javastraat inslaat, ontmoet op de hoek van deze met meidoorn beplante allee een vreemd conglomeraat van bouwsels. Om een in het begin der eeuw in een soort Jugendstil gebouwd landhuis strekken zich enkele vleugels uit, die naar de westkant overgaan in een souterrain. Is onze wandelaar enigszins bereisd, dan zal hem ongetwijfeld de overeenkomst met de stad New York en speciaal Manhattan opvallen. Daar, zoals hier een organisch gegroeide eenheid die uit zeer verschillende elementen is opgebouwd. De grijze ernst der grote granietblokken wordt enigszins verlicht door speelse elementen in de architraven. Een fraai contrast levert de fietsenbergplaats aan de noordzijde van het complex met de grote verzinkte vuilnisbakken aan de zuidkant van het toegangsplein. Hier verheffen zich twee pylonen als hommage aan de ontdekkers van het DNA, Watson en Crick. Men zou hen kunnen zien als het hart van het geheel, waren zij niet zo ongenaakbaar.

Op 18 juni 1957 werd na een H. Mis in de ziekenhuiskapel en een “feestelijk ontbijt”, de inzegening van het gebouw verricht door Mgr. Post op de van hem zo bekende, nauwkeurige en precieze wijze (geen steen werd overgeslagen). Het pand kreeg de naam Dr. Veegerkliniek naar de toen juist overleden inspecteur van de Volksgezondheid in de provincie Gelderland, Dr. Veeger. ’s Middags hield de pas benoemde hoogleraar, Prof. Dr. J.W.H. Mali, zijn oratie en ’s avonds vierde hij zijn verjaardag. Lange tijd is de verjaardag van de kliniek op deze datum gevierd. Een belangrijk onderdeel hiervan was het “dagje uit” of schoolreisje. Een traditie die de afdeling ook heden ten dage nog in ere houdt. Het eerste uitstapje was naar de wereldtentoonstelling te Brussel, waarnaar, zoals later bleek, Mgr. Post zo graag was meegegaan. Hoe de tijden veranderd zijn blijkt uit het nu onvoorstelbare gegeven dat bij een volgend dagje uit alléén de hoogleraar en de uitgenodigde directeur van het Radboudziekenhuis mochten zwemmen, maar dat ’s avonds het hele gezelschap vrolijk in een Arnhemse nachtclub verdween.

De research speelde zich in die dagen in hoeken en gaten van de zolder af. De eerste medewerker op dit gebied was Drs. J. van Kooten, fysisch chemicus, die als opdracht kreeg de functies van de huid als membraan te analyseren. Prof. Mali stond in die dagen het wiskundig model voor ogen dat Slaverman in Delft voor een synthetisch membraan had ontworpen, waarvoor hij 17 vergelijkingen nodig had.

Inmiddels had het grote leven buiten de Veegerkliniek niet stilgestaan. De massale opleving van de woningbouw in de zeventiger jaren bracht vele Nederlanders voor het eerst in contact met het chroom dat in alle cementen verstopt was. Hardnekkige eczemen waren hiervan het gevolg. Voor de dames dreigde het gevaar uit een andere zijde, namelijk dat van de jarretelle. Als een olievlek breidde de overgevoeligheid voor nikkel zich uit, waarbij de ongelooflijke lijdzaamheid van de slachtoffers bijzonder treffend was.

Prof. Kuiper (links) en Prof. Malten aan de wandel tijdens een dagje uit

Ten gevolge van de explosie van contacteczemen werd de research in deze richting geleid. Zij kreeg een extra impuls door de komst van Dr. Malten, die zich reeds een grote ervaring als allergoloog en bedrijfsarts had verworven. Een ander probleem dat de buitenwereld op de afdeling Dermatologie en haar onderzoekers afstuurde was dat van de open benen. Met de komst van Dr. Kuiper in 1960, die zich met een koffertje met dia’s over open benen presenteerde, werd een nieuwe impuls verkregen, die door een gelukkige verbinding tussen kliniek en research van de afdeling Medische Fysica (Dr. Brakkee) tot een zeer succesvolle ontwikkeling heeft geleid. In de loop der jaren werden methoden ontwikkeld en aangepast voor de meting van waterverlies via de huid, van CO2 afgifte, geleidbaarheid van de huid voor wisselstromen, van celdelingsactiviteit door middel van flowcytometrie, van huidtemperatuur en warmtegeleidingsvermogen. Verder werden technieken ontwikkeld zoals plethysmografie voor arteriële doorbloeding, plethysmografie voor meting van veneuze druk en dopplermetingen.

De behandeling van en onderzoek naar eczeem namen een belangrijke plaats in.

Juist toen met name het eczeemonderzoek zijn hoogtepunt kende, en de vraag ontstond of de hele onderzoeksgroep zich voor dit soort onderzoek zou moeten gaan inzetten, werd besloten om over te gaan tot een heroriëntatie van het onderzoek. Als reden werd opgegeven dat door verandering van de conjunctuur (bouw) en mode (panty) het aantal patiënten met chroom en nikkeleczeem snel begon af te nemen. De grote problemen van de dermatologie, atopische dermatitis, psoriasis en acne waren in die tijd (eind zestiger jaren) nog even groot als tien jaren daarvoor. Alleen kwamen er nu aanwijzingen dat op het moleculairbiologische vlak voor het eerst hypothesen te formuleren waren die exact getoetst konden worden. Met groot enthousiasme begonnen rond 1970 twee Engelse biochemici met dermatologische ervaring, Mier en Cotton, de aanval op het moleculairbiologische vlak. Omdat met name ook Prof. Mali vermoedde dat de zweetklier een rol zou spelen in de pathogenese van bovengenoemde ziektebeelden, concentreerde zich een deel van het onderzoek hierop. De Japanner Sato werd voor een jaar als onderzoeker aangetrokken en Nijmegen werd in dat jaar het zweetmiddelpunt van de wereld, met Dobson en Sleegers op de afdeling Fysiologie, Sato, Mier, Cotton, Hemels en Warndorff, Seutter en Kuypers op de afdeling Dermatologie. Het vele onderzoek resulteerde in een nieuwe theorie over de functie van de zweetklier als “heat-pipe” (Thiele, Reay).

Afdelingsfoto uit begin jaren tachtig van de vorige eeuw met op de achtergrond de Veegerkliniek

Ruimtegebrek op de Veegerkliniek maakte dat moest worden uitgezien naar additionele werkplekken. Er werden laboratoriumruimten verkregen op de Tandheelkundige afdeling en het isotopenlaboratorium van de afdeling Neurologie werd ter onzer beschikking gesteld. Het onderzoek op de laboratoria in het tandheelkundegebouw werd verlegd naar de epidermale cellen en naar groeiregulatie (Mier, Bauer, Boezeman, Roelfzema en Gommans). Onderzoek naar de etiologie en pathogenese van psoriasis kreeg de nadruk. In eerste instantie ontstond er een kloof tussen kliniek en onderzoek, mede veroorzaakt door de verschillende locaties, maar later werd ingezien dat de kracht van deze afdeling met name moest worden gezocht in de integratie van klinisch en fundamenteel onderzoek. Al in 1970 werd een deel van de tuin door een vijftal kamers voor stafleden ingenomen. Toen was alles vol! De vraag rees: hoe zal de toekomst verlopen? Nieuwbouw misschien?

Als de bereisde wandelaar van 1985 in 1996 vanaf het Nijmeegse station richting Malden fietst, ontmoet hij, ongeveer halverwege zijn reis in een met gigantische beuken beplante allee, een parallellogram-vormig bouwwerk dat een eenheid vormt met het parmantige autoriteit-uitstralende torentje aan de westzijde. Het gebouw onderscheidt zich in alles van zijn buren. Een buitenbeentje in vele opzichten. Onze fietser, bereisd als hij is, ziet dan ongetwijfeld geen overeenkomst met het in het begin der eeuw in een soort Jugendstil gebouwde landhuis in de Javastraat op nummer 1, laat staan met de stad New York.

Bron: 25 jaar Dermatologie onder Prof.Dr. J.W.H.Mali. Liber Amicorum, aangeboden bij zijn afscheid op 31 oktober 1985 (Kuiper, Prof.Dr. J.P. (e.a.))