Het Rijke Roomsche Leven in Balgoy – Levend Erfgoed op Open Monumentendag

Zondag 10 september is het niet alleen Balgoyse kermis, maar staat Balgoy ook in het teken van Open Monumentendag, en dit jaar draait alles om het prachtige thema van Levend Erfgoed. Wat bedoelen we hiermee? Wel, Levend Erfgoed omvat de kostbare culturele gebruiken en tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven. Het zijn die waardevolle stukjes erfgoed die mensen van huis uit hebben meegekregen, eigen hebben gemaakt en met liefde doorgeven aan de volgende generaties.

R.K. kerk Balgoy met pastorie

In Balgoy wordt momenteel nagedacht over de toekomst van de H. Johannes de Doperkerk. Deze gelegenheid heeft de heemkundekring Pagus Balgoye aangegrepen om hier extra aandacht aan te schenken. Dat gebeurt middels een expositie in de Oude Toren met onder andere beeld- en geluidsfragmenten over de Balgoyse kerk. Ook de oude toren zelf kan dan bezichtigd worden.

Het Nederlandse religieuze erfgoed is werkelijk schitterend en kan rekenen op de warme waardering van een breed publiek. Monumentale kerken, kloosters en hun prachtige interieurs worden gekoesterd door zowel jong als oud, of men nu zelf actief kerkganger is of niet. Maar helaas staat dit erfgoed onder druk door het afnemende aantal religieuzen, waardoor veel kerken hun deuren sluiten, een nieuwe bestemming zoeken, of zelfs het gevaar van sloop dreigt.

Het interieur van het in 1852 gebouwde schip van de oude St. Janskerk in Balgoy, waarvan nu alleen de Oude Toren nog over is.

Het kerkgebouw zelf is misschien geen ‘levend erfgoed,’ maar het ‘Rijke Roomsche Leven’ dat het vertegenwoordigt, is dat zeker wel. Het mag dan wel een tijdperk uit het verleden zijn, maar bij talloze vijftigplussers, vooral in het katholieke zuiden van ons land, leeft de herinnering aan die tijd nog steeds. Mensen die deze periode bewust of onbewust hebben meegemaakt, spreken erover in nostalgische bewoordingen. Hun kinderen en kleinkinderen willen meer weten. Wat betekende dat precies, dat ‘Rijke Roomsche Leven’?

Sacramentsprocessie bij kerk Balgoy, voor 1935, vlnr: Piet Schamp, achter de baldacijn The Verhoeven, Wim Schamp, Piet Berben, Koos Arts, Jan Arts (Keent), Grad Berben, Koos Kersten en Willem Arts

In vrijwel elke familie had je wel een ‘Heeroom’ of een ‘tante non.’ En hoe werd je priester? Dat gebeurde door een roeping. Tijdens het tijdperk van het ‘Rijke Roomsche Leven’ waren er talloze priesterroepingen. De priesterwijding was een groots en feestelijk gebeuren, niet alleen voor de familie maar voor de hele parochie. De pastoor leidde niet alleen de parochie maar was eigenlijk betrokken bij elk aspect van het menselijk leven. Geboorte, opgroeien, trouwen, rusten, ziekte, sterven – elk moment van het menselijk leven werd begeleid door de kerk.

Eerste H. Communie in Balgoy (1960). Van links naar rechts: Theo van Beuningen, Bernard van Teeffelen, Jan de Valk, Christien Rossen, Annemarie v.d. Boogaard, Nellie van Haren, Riky Banken, Antoon Berben, Gerard Hammen, Jan Berben. Daarachter: Pastoor Remy en juffrouw Lia Verhoeven.

Alle kinderen deden de Eerste Heilige Communie. De voorbereiding vond plaats op school en in Balgoy kwam de pastoor of de kapelaan naar de klas, of de kinderen trokken naar de kerk. De kleintjes leerden netjes zitten in de kerkbank, maakten zich vertrouwd met het biechten en de handelingen tijdens de mis. De viering van de Eerste Heilige Communie was een prachtige, feestelijke dag voor de kinderen en hun families, en het hele dorp deelde in die vreugde.

Een ander voorbeeld van het ‘Rijke Roomsche Leven’ is de H. Mis met drie Heren, een Hoogmis bij speciale gelegenheden. Een voorbeeld is de H. Mis vanwege het 50-jarig huwelijksfeest van de opa en oma van mijn echtgenote in 1960. Piet Jans, geboren in Escharen, vader van Harry Jans en opa van Ans Jans (mijn echtgenote) trouwde in 1910 met de Balgoyse Hanna Kersten. Ze gingen daarna in het ouderlijk huis van Hanna Kersten wonen in Balgoy. In 1960 waren ze dus 50 jaar getrouwd en dat werd vanzelfsprekend ook in de kerk gevierd. Pastoor Remy, in 1958 als pastoor benoemd in Balgoy, deed toen samen met twee zonen van Albert Jans uit Velp (N.Br.) de mis. Albert was een broer van Piet Jans. De twee zonen waren Antonius Henricus “pater Alardus” Jans, geboren 27.10.1908 in Velp (N.Br.), overleden 2.2.1985 in Nijmegen en Petrus Antonius “pater Severinus” Jans, geboren 4.10.1913 in Velp (N.Br.), overleden 7.8.2009 in Tilburg. Severinus was petekind van Piet Jans.

Familie Jans loopt het kerkpad op naar de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy vanwege het 50-jarig huwelijksfeest van Piet Jans en Hanna Kersten, de oudste zoon Harrie Jans voorop, met echtgenote Truus van Overbeek en de kinderen Piet en Tonnie.
Het diamanten bruidspaar Piet Jans en Hanna Kersten gaan de kerk binnen. De bruidsmeisjes zijn de kleinkinderen.
In de Balgoyse kerk, van links naar rechts op de rug gezien: pater Severinus Jans, pater Alardus Jans en pastoor Remy. Pater Severinus is de hoofdselebrant en draagt een kazuifel. Pater Alardus en pastoor Remy dragen een dalmatiek. Daarachter geknield het diamanten huwelijkspaar Piet Jans en Hanna Kersten.

Een kazuifel behoort tot de gewaden die worden gebruikt in de katholieke eredienst. Het is het priesterlijk bovengewaad, dat is voorgeschreven voor de hoofdcelebrant van een eucharistieviering. Priesters en bisschoppen dragen onder hun kazuifel een albe en een stool, manipel en cingel. Vanaf de negende eeuw wordt het kazuifel niet meer door alle clerici gedragen. De subdiakens dragen voortaan een tunica en de diakens een dalmatiek. Beide gewaden onderscheiden zich van het mouwloze kazuifel door mouwen. Ook als meerdere priesters in een H. Mis voorgaan, zal in principe alleen de hoofdcelebrant een kazuifel dragen.

Kazuifel (afb. links) en twee dalmatieken (afb. rechts), die gedragen werden tijdens de H. Mis met drie Heren in 1960. Goudbrokaat; ca. I800. Nog steeds aanwezig in de Balgoyse kerk en ter gelegenheid van Open Monumentendag te bezichtigen in de Oude Toren. Met acanthusranken en rozen in zilverdraad; op rugzijde kazuifel Lam Gods op boek, in zilverdraad en rood fluweel. (Bron: A.G. Schulte, De Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte. 1982)
Pater Severinus met kazuifel (links) en pater Alardus met dalmatiek (rechts).
Het diamanten bruidspaar met familie na afloop van de H. Mis bij de ingang van de H. Johannes de Doperkerk in Balgoy.

De expositie vond plaats in de Oude Toren, die na een grondige restauratie sinds 2000 het visitekaartje is van heemkundekring Pagus Balgoye en nu regelmatig wordt gebruikt voor exposities, zeker na de aanpassingen achter de toren vorig jaar. Een keer per jaar op de feestdag van Johannes de Doper wordt er een openluchtviering gehouden.

Openluchtviering op 25 juni 2023, een mooi voorbeeld van levend erfgoed.
De Oude Toren is wat nu nog resteert van de oude kerk in waterstaatsstijl van 1852.

De expositie laat een een stukje zien van het Balgoyse ‘Levend Erfgoed,’ dat we koesteren en delen met de wereld. Het herinnert ons aan een tijdperk dat mag zijn verdwenen, maar nooit zal worden vergeten. Het ‘Rijke Roomsche Leven’ is een deel van onze geschiedenis en identiteit, en het blijft levendig door de verhalen van degenen die het hebben beleefd. Op Open Monumentendag in Balgoy vieren we niet alleen het verleden, maar ook het Levend Erfgoed dat ons verbindt met onze roots en ons erfgoed in stand houdt voor toekomstige generaties.

Een vraag van de overkant van de Maas: Heeft er een familie Stevens in Keent gewoond?

Vorige week ontving ik een e-mail van Henk Swinkels uit Keent, die een vraag kreeg van Ria Stevens (meisjesnaam), een onbekende voor hem. Ze was op zoek naar informatie of er begin vorige eeuw een familie Stevens in Keent had gewoond, mogelijk in verband met een huis aan de Veldweg in Balgoy of de Hoogveldsestraat in Keent, dat dateerde uit 1914, 1925 en de jaren 30. Henk vroeg mij of ik haar vraag kon beantwoorden.

Uitzicht vanaf de dijk aan de Veldsestraat in Balgoy. Aan de overkant van de Maas ligt Keent en de Hoogveldsestraat.

Met de Veldweg die Ria noemt, zal ze wel de huidige Veldsestraat in Balgoy bedoelen, die in het verlengde van de Hoogveldsestraat ligt. In de eerste helft van de vorige eeuw, voor de maaskanalisatie dus, was dat een lange weg die Balgoy en Keent met elkaar verbond.

Pet de smid en Lieneke Arts

Denkend aan Keent en de Hoogveldsestraat herinnerde ik me een verhaal van Ries van Haren over Pet de smid en Lieneke Arts, dat ook is opgenomen in zijn boek “Geleefd Verleden” op bladzijde 133. Daarin staat ook een mooie beschrijving, een typisch Ries van Haren gedicht. Pet de smid, wiens volledige naam Petrus (Piet, Pet) Stevens was, werd geboren in Keent. Hij trouwde op 19 september 1891 met Helena (Lieneke) Arts in Balgoy en ze gingen in oktober van dat jaar wonen in het Keentse Hoogveld volgens het Bevolkingsregister van Overasselt (Nederasselt) 1880-1900.

Bevolkingsregister van Overasselt 1880-1900

Daar zijn ze blijven wonen met hun kinderen, zoals blijkt uit het bevolkingsregister van Overasselt 1923-1930. Pet’s beroep smid is ook vermeld in het bevolkingsregister.

Bevolkingsregister van Overasselt 1923-1930
Kadastraal leggerartikel waarin huis, tuin en erf van Piet Stevens staan beschreven

Met behulp van de gegevens uit het bevolkingsregister, aangevuld met enkele aktes van de Burgerlijke Stand is snel een korte stamboom gemaakt, die laat zien dat Pet de smid, zijn vader Jan en diens vader Petrus allemaal in Keent woonden, wat hen echte Keentse mensen maakte. Het kadaster bevestigde dat Petrus Stevens, Jzn, de eigenaar was van het huis, erf en tuin gelegen aan de Hoogveldsestraat, zoals vastgelegd in Nederasselt sectie C nummer 818 en 819. Het huis werd verkocht in kadastraal dienstjaar 1935 (1934), waarschijnlijk na het overlijden van Lieneke in 1930, terwijl Petrus zelf in 1937 overleed in Grave, volgens de overlijdensakte van de Burgerlijke Stand.

Korte stamboom van Petrus Stevens
Oude kadastrale kaart met de huisnummers volgens het bevolkingsregister 1923-1930

Op een oude kadastrale kaart van begin 20e eeuw, waarop de toenmalige huisnummering is aangegeven, is te zien dat het huis met adres B147 stond op de hoek van de Hoogveldsche Straat en het Mertste Straatje en in het boek van Ries van Haren staat ook nog een foto van het huis.

Woonhuis en smederij van Pet de smid in Keent.

Hoe de omgeving er nu uitziet weet ik niet precies, maar als ik op perceelloep.nl kijk is het toenmalige huis van Pet de smid niet ver van Henk Swinkels vandaan en zal hij dat wel weten.

Huidige situatie in de Hoogveldsestraat

De Vierdaagse stop bij Teun en Jeanne: Een verhaal van Balgoyse soep, gastvrijheid en gemeenschap

In de jaren dertig van de vorige eeuw werd er in de Hoeveweg tegenover de kerk een nieuw café, winkel en bakkerij gebouwd door de familie De Valk. Die hadden tot dan een café aan de Hoogveldsestraat tussen Balgoy en Keent, maar dat moest wijken voor de rechtgetrokken Maas. Café De Valk aan de Hoeveweg kreeg de naam van Haren toen Teun en Jeanne van Harens er in 1981 introkken. Niet meteen. Aanvankelijk hielden ze de kroegnaam De Valk in ere. Maar toen hun dochter werd aangesproken met Hanneke de Valk, besloten zij het café te herdopen tot Van Haren.

Langs de Vierdaagse route met koffie, soep en broodjes (Bron: Werner Peters)

Dat betekent ook dat Jeanne veertig jaar aan de Vierdaags route stond met grote pannen zelfgemaakte soep en broodjes. In 1982 begon ze er mee. Toen nog vanuit het dorpscafé. Het café werd al snel een vaste rustplaats voor veel wandelaars tijdens de Dag van Wijchen. Jeanne, een geboren gastvrouw, serveerde niet alleen koffie en frisdrank, maar haar zelfgemaakte hartige tomatensoep en smaakvolle groentesoep werden al snel de ster van het café.

“De soep van Sjan” (De Gelderlander 9 juli 2017).

In 2012 sloot het café in Balgoy voorgoed zijn deuren. De Balgoyse mensen vonden dat vanzelfsprekend heel erg, want het café was een belangrijk onderdeel van de gemeenschap. Het pand werd verkocht en kreeg een andere bestemming. Teun en Jeanne bleven naast het pand wonen en wilden de vierdaagse-activiteiten in Balgoy niet verloren laten gaan. Ze zetten een tent op bij hun woonhuis en maakten een keuken onder hun carport. Ze haalden de stoeltjes van het café uit de opslag en draaiden weer gehaktballen. De soep leek nooit weggeweest. Het werd een groot succes! Het werd drukker dan ooit. Het werd een dorpsfeest, waar iedereen aan meedeed. De Balgoyse mensen stonden langs de route te juichen en te klappen voor de wandelaars en voor Teun, die ging doen waar ie goed in was, muziek maken.

Teun en zijn muzikanten, die er in Balgoys Vierdaagse feest van maakte tegenover de plek waar Jeanne stond met de soep (Bron: Werner Peters).

Teun en Jeanne genoten van al die blije gezichten en dankbare reacties. Ze maakten vrienden voor het leven met sommige wandelaars, die elk jaar weer terugkwamen. Maar helaas, zoals het spreekwoord zegt, komt aan alle goede dingen een einde. Begin dit jaar maakte Jeanne bekend dat ze zou stoppen met de Vierdaagse stop en in de Gelderlander van dinsdag 18 juli vertelt ze nog een keer haar verhaal. Afgelopen week was er dus geen rustplaats meer voor haar deur. Een einde van een tijdperk en dat betekent ongetwijfeld toch even slikken voor degenen die haar gastvrijheid, warme soep en genegenheid zullen moeten gaan missen. Het was stil in de Hoeveweg.

Natuurlijk ging de Vierdaagse gewoon door, ook in de Hoeveweg (Bron: Werner Peters).

De Vierdaagse van Nijmegen blijft natuurlijk, maar zal een unieke plek moeten missen. Teun en Jeanne waren meer dan alleen soepverkopers. Ze waren ook gastheer en gastvrouw. Ze verwelkomden de wandelaars en zorgden ervoor dat ze zich thuis voelden. Ze spraken met de wandelaars over hun ervaringen en vertelden hun eigen verhalen. Het was altijd gezellig bij Teun en Jeanne, typische Balgoyse gemeenschapszin. De wandelaars zullen Teun en Jeanne en hun soep nooit vergeten. Ze hebben een stukje geschiedenis geschreven in Balgoy. En echt stoppen? Ik kwam Teun weer tegen bij de rustplaats aan de Balgoyse weg, met zijn band “Moizat” en ze bliezen er lustig op los. Muziek maken zit ‘m in het bloed en hoe moet je dat nou stoppen….

“Moizat” met Teun bij de rustplaats aan de Balgoyse weg.

In de Gelderlander: op zoek naar de ambtsketen van de gemeente Balgoy en Keent.

Ruud van Haren (zittend) en ik (© Koen Verheijden, De Gelderlander)

Het artikel in de Gelderlander van zaterdag 20 mei (1) vertelt het verhaal van de zoektocht naar de burgemeestersketen van de gemeente Balgoy en Keent, de gemeente die in 1923 (precies honderd jaar geleden dus) opging in de gemeente Overasselt en nu deel uitmaakt van de gemeente Wijchen. Na het verschijnen van het artikel vroegen verschillende mensen, hoe zat en zit dat nou met zo’n burgemeestersketen?

De ambtsketen van de gemeente Balgoy en Keent in 1931 na het overlijden van de laatste burgemeester (Bron: 60 jaar harmonie Kunst en Vriendschap (1979) Wim Verhoeven)

Alweer een paar jaar geleden, als ik me goed herinner met de opening van het gemeentehuis aan de Kasteellaan in Wijchen, hadden Rudy van Haren en ik het idee opgepakt om uit te zoeken wat er met de ambtsketen van de laatste burgemeester van Balgoy en Keent is gebeurd. Dat ook de gemeente Balgoy en Keent zo’n ambtsketen heeft gehad wisten we door een foto die afgedrukt staat in het boek 60 jaar harmonie Kunst en Vriendschap van Wim Verhoeven. Onder andere door corona is dat toen uiteindelijk niet gelukt. Maar omdat het dit jaar honderd jaar geleden is dat de gemeente Balgoy en Keent ophield een zelfstandige gemeente te zijn, willen we nog een poging doen. Het lijkt ons mooi om de ambtsketen op te nemen in de collectie ambtsketens van Kasteel Museum Wijchen, of op zijn minst daar een tijdje tentoon te stellen.

Heel lang vormden Balgoy en Keent een Heerlijkheid. In 1810 werd het gebied geannexeerd door het Franse keizerrijk en kregen de dorpen Balgoy en Keent zelfs de namen Commune de Balgoij et Keent (1810-1813) en Mairie de Balgoij et Keent (1810-1813). Na het vertrek van de Fransen in 1814 en met de Grondwet van 1848 en de daarvan afgeleide gemeentewet van 1851 werden er een aantal wijzigingen doorgevoerd in de organisatie van het gemeentelijk bestuur (2). Balgoy en Keent werden een gemeente. Per 1 januari 1853, kort na de invoering van de gemeentewet van 1851, werd er door Thorbecke, de minister van binnenlandse zaken, een verplicht ambtsteken ingesteld voor burgemeesters om te dragen bij bijzondere gelegenheden. Dit ambtsteken bestond uit een zilveren penning met een diameter van 40 mm. Op de ene zijde van de penning stond het rijkswapen afgebeeld, terwijl de andere zijde het gemeentewapen of de naam van de gemeente toonde. De penning diende te worden gedragen aan een oranje lint of een zilveren ketting, waarbij het lint de goedkopere optie was. De burgemeestersketting die hierboven afgebeeld staat, dateert zeer waarschijnlijk uit de tijd van Thorbecke of niet lang daarna. Deze ketting is van eenvoudige schoonheid en destijds ook niet duur geweest. Zo’n penning werd in die tijd voor ƒ10 geslagen bij de Rijks Munt te Utrecht, terwijl de standaardketting ƒ15 kostte. De ambtsketting diende gedragen te worden wanneer de burgemeester de raad voorzat, bij brand, bij oproer, wanneer hij op basis van een wet in het openbaar persoonlijk bevelen gaf, en bij plechtige gelegenheden waarin hij de gemeente vertegenwoordigde. Sommige burgemeesters hadden ook een extra ketting thuis voor noodgevallen, zoals brand. Bij afwezigheid van de burgemeester droeg zijn vervanger de ketting. Het was niet duidelijk wie de kosten voor het ambtsteken zou dragen, ofwel de burgemeester zelf of de gemeente, maar de voorkeur ging uit naar de gemeente. In het geval van de gemeente Balgoy en Keent is niet bekend of de burgemeester persoonlijk een penning met keten besteld heeft of dat de gemeenteraad besloot tot aanschaffing van een penning met een ketting voor rekening van de gemeente, maar we mogen er wel van uitgaan dat er zo’n ambtsketen is aangeschaft (3)(4).

Vanaf 1825 trad er in de plattelandsgemeenten rondom Nijmegen een nieuw reglement in werking dat voorzag in een gemeenteraad en een college. Het college werd gevormd door de burgemeester (in het begin nog schout genoemd) en één of meer assessoren (wethouders). De burgemeester werd door de koning benoemd, de gemeenteraad door de gedeputeerde staten en de assessoren door de gouverneur. Mr. Pieter Hendrik de la Court (1778-1848) was in 1838 schout van de gemeente Balgoy en Keent. Het Rivierpolder reglement van datzelfde jaar maakte in feite een definitief einde aan de heerlijkheid Balgoy en Keent. Toch blijft ook in de jaren daarna de naam heerlijkheid Balgoy en Keent een veel gebruikte naam voor de zelfstandige gemeente. De la Court werd op zijn verzoek bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1840 eervol ontslag verleend en Henricus van Lunen werd tegelijkertijd benoemd tot “heer van de heerlijkheid”. Dus zelfs in 1840 wordt nog gesproken van de gemeenteraad van de heerlijkheid Balgoy en Keent. Desalniettemin is er dan dus wel een gemeenteraad; de eerste stappen naar een democratie.

Hierna volgden nog enkele andere burgemeesters voordat de familie De Bruijn aantrad. Deze familie was generaties lang betrokken bij het lokale bestuur. Details daarover vinden we in een stamboom op genealogie online (5). Jacobus “Jacob” de Bruijn werd geboren rond 1690 in Keent. Hij was van beroep landbouwer. Hij was schepen van Balgoy en trad ook op als stadhouder aldaar. Hij is overleden op 4 augustus 1760 in Balgoy. Hij was getrouwd met Helena Gerardts. Hun zoon Johannes Jacobs de Bruijn werd gedoopt op 28 juni 1744 in Balgoy. Hij was schepen van Balgoy en trad ook op als stadhouder (d.w.z. plaatsvervanger van de Vrijheer van de heerlijkheit Balgoy). Hij was een rijke landbouwer met veel land en enige boerderijen (zie koopakten in het rechterlijk archief van Balgoy). Van hem stamt waarschijnlijk het familiewapen de Bruijn, waarmee hij als schepen zegelde. Hij huwde in de kerk te Balgoy op 8 juni 1786, met kerkelijke dispensatie wegens bloedverwantschap, met Maria Hermens van Haren. Uit dit huwelijk werd Hermanus de Bruijn geboren. Gedoopt 26 september 1789 te Balgoy en overleden 31 augustus 1859. Hij was assessor (wethouder, schepen) van Balgoy en heerboer. Hij huwde te Balgoy 27 januari 1821 met Antonetta Toonen. De oudste zoon, Johannes de Bruijn, geboren 5 november 1821 te Balgoy stierf er 6 mei 1893. Hij werd begraven bij de oude kerk (de zerk van het graf is nog steeds aanwezig bij de oude toren). Johannes was een rijke heerboer, die blijkens notariële akten veel land bijkocht. Verder was hij heemraad en rentmeester. Hij trouwde te Balgoy op 3 juni 1857 met Hendrika van Eldonk. In 1856 werd Johannes burgemeester van Balgoy, en in 1886 schoof hij zijn zoon Wilhelmus Joannes Cornelius naar voren als zijn opvolger. Wilhelmus Joannes Cornelius de Bruijn trouwde op 9 augustus 1898 te Balgoy met Maria van Eldonk. Deze echtlieden waren dubbel neef en nicht. Wilhelmus was de allerlaatste burgemeester van de gemeente Balgoy en Keent, tot het samenging met Overasselt in 1923 (6)(7). Tijdens deze periode ging het financieel minder goed met Balgoy en Keent. Er was gebrek aan geld en de salarissen van de ambtenaren moesten omhoog, wat het dorp niet kon dragen met slechts vierhonderd inwoners. Uiteindelijk moest Balgoy vanwege armoede aansluiting zoeken bij de gemeente Overasselt. Deze informatie hebben we van oudere mensen uit het dorp vernomen.

Via goede kennissen van de familie de Bruijn kwamen we in contact met een achterneef van Wilhelmus Joannes Cornelius de Bruijn, die in Hilversum woont. En tot onze grote vreugde bleek de ambtsketen al die tijd in de familie te zijn gebleven. We konden ons geluk niet op toen we foto’s van de ambtsketen ontvingen van de nazaten. We deelden ons plan om de keten tentoon te stellen in Kasteel Museum Wijchen, maar de familie De Bruijn was terughoudend en niet direct bereid om de ambtsketen uit handen te geven. Ze waren misschien bezorgd dat ze hem niet meer zouden terugkrijgen. De familie had bezwaren tegen de standaard bruikleenovereenkomst van het museum en zo eindigde het contact.

We vroegen ons af of de gemeente Wijchen eigenaar was van de ambtsketen van Balgoy, maar we konden geen definitief antwoord vinden. Zoals in het begin al genoemd, zou het ook mogelijk kunnen zijn dat de ambtsketen particulier was aangeschaft (4). Ook de gemeente Wijchen was niet op de hoogte van de huidige status van de keten, maar ze waren bereid om verder onderzoek te doen. Wijzelf gaan natuurlijk ook verder met het zoeken naar meer informatie over de aanschaf en het gebruik van de ambtsketen.

Ons doel blijft om de ambtsketen fysiek aan de mensen te tonen. We zien het al voor ons, in de vitrinekast van het Kasteel Museum Wijchen samen met de ambtsketens van Bergharen, Batenburg en ook een oude keten van de gemeente Wijchen. We vinden als leden van de Heemkundekring Pagus Balgoye dat we onze lokale geschiedenis moeten koesteren en willen graag dat onze erfgoedstukken worden gedeeld met anderen.

Bronnen:

  1. Ruud en Piet zochten naar de oude burgemeestersketen van Balgoij. Ze vonden hem, maar krijgen ze hem ooit terug? In: De Gelderlander (editie Maas en Waal), 20 mei 2023
    https://www.gelderlander.nl/wijchen/ruud-en-piet-zochten-naar-de-oude-burgemeestersketen-van-balgoij-ze-vonden-hem-maar-krijgen-ze-hem-ooit-terug~a5869e97/
  2. Gemeente Balgoij en Keent, in: Huis van de Nijmeegse geschiedenis
    https://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/info/Gemeente_Balgoij_en_Keent
  3. Ambtsketting van de burgemeester, in: Streekarchief Hattem, Epe en Heerd
    https://www.streekarchiefepe.nl/blog/ambtsketting-van-de-burgemeester/
  4. Molen-den Outer, B. ter (1979) Ambtsketens van burgemeesters in Nederland (‘s-Gravenhage: Stichting Gemeentelijk Cultuurfonds)
  5. Stamboom van de familie de Bruijn samengesteld door W. de Bruijn en bestaat uit 53.767 personen
    https://www.genealogieonline.nl/stamboom-de-bruijn/
  6. Lijst van burgemeesters van Balgoij, in: Wikipedia
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_burgemeesters_van_Balgoij
  7. Samen maken we de goede keuzes: een naïeve gedachte? In: Piet’s Blog: Balgoyse mins
    https://balgoyseminse.blog/2018/03/20/samen-maken-we-de-goede-keuzes-een-naieve-gedachte/

Met Fotowandelclub Wijchen een rondje Balgoy maken

Met de Wijchense fotowandelclub wandelend door Balgoy (Korte Herreweg). Bron: © Sienie Kolvoort

Woensdagmorgen 19 april was het zo ver. Samen met Fotowandelclub Wijchen zijn we op pad gegaan voor een rondje Balgoy. Dick Vogelzang had een mooie route uitgestippeld die heel afwisselend was. De route leidde ons langs fruitboomgaarden, door weilanden en door het dorp met o.a. karakteristieke woningen gebouwd in de eerste helft van de vorige eeuw. Overal was de relatie van het dorp met de Maas zichtbaar.

De door Dick Vogelzang uitgestippelde route met begin- en eindpunt Theetuin en Koffiehuis “De Holtsehoek”.

Ik mocht de gids zijn en was zelf ook erg enthousiast om op pad te gaan met de club. Het was een prachtige dag om te wandelen en foto’s te maken. De zon scheen en er was een aangenaam briesje. We waren met een grote groep, maar het voelde niet massaal. Het was gezellig en iedereen was druk bezig met zijn of haar camera.

Ik heb het dorp in de tijd dat ik er nu kom wel goed leren kennen en heb geprobeerd de mooiste plekjes te laten zien langs de route die we liepen. De clubleden genoten zichtbaar van het dorp en van de verhalen erover. Tijdens de wandeling werden er veel foto’s gemaakt, vooral van de afwisselende omgeving. Het was mooi om te zien hoe iedereen zijn of haar eigen kijk had op het dorp en hoe deze vastgelegd werd met de camera.

We werden ’s morgens hartelijk ontvangen bij Theetuin en Koffiehuis “De Holtsehoek” door Yvonne. De wandeltocht eindigde ook weer op dezelfde plek. Het was een geweldige wandeling, maar ook van het samenzijn voor- en achteraf hebben we genoten en was erg gezellig.

“Balgoij in al zijn schoonheid”. Wandeling door en rond Balgoij van Henk Loeffen.

Al met al was het een geslaagde dag met de fotowandelclub. We hebben gelachen, elkaar geholpen en mooie herinneringen gemaakt. Misschien moet ik bij een volgende wandeling ook maar eens meegaan en andere mooie plekjes van Wijchen gaan zien.