Balgoy verbonden met het verhaal van Mariken van Nieumeghen

4744d-img_0084

Mariken van Nieumeghen (Marjolein Pieks) op bezoek in dorpshuis ’t Ballegoyke in september 2016.

Voor mij begon het allemaal op 29 september 2016 toen ik door Mariken van Nieumeghen naar dorpshuis ’t Ballegoyke werd gelokt om te praten over de verbinding van Mariken en haar verhaal met het dorp waar ik woon en leef en zo werd de legende van Mariken van Nieumeghen ook voor mij een stukje Balgoyse historie. In de Gelderlander van 8 december vertelt ook hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten dat het boek “Mariken van Nieumeghen” waarschijnlijk helemaal niet in Nijmegen speelt en dat Nijmegen hoogstwaarschijnlijk alleen gekozen is als symbolische plaatsnaam. Zelfs als Nijmegen wél echt plaats van handeling van het verhaal zou zijn, dan is volgens Jos Joosten in het verhaal duidelijk te lezen dat Mariken niet uit Nijmegen komt, maar uit de omgeving. Meest waarschijnlijke woonplaats van het meisje is dan volgens hem Balgoy.

Trouw 2-11-1977

Krantenartikel in Trouw van 2-11-1977 waarin het verband wordt gelegd tussen Mariken van Nieumeghen en Balgoy. Kent iemand de mensen op de foto?

Dat verhaal was al langer in Balgoy bekend. Toen de Balgoyse mensen in 1977 naar de stembus mochten om te kiezen voor de gemeente Overasselt of de gemeente Wijchen was dat landelijk nieuws. Bijvoorbeeld in een artikel in Trouw werd over de volksraadpleging gesproken en kan men ook lezen dat de moeilijke keuze die de Balgoyse mensen moesten maken werd vergeleken met Mariken die in Balgoy de duivel ontmoette en toen ook moest kiezen wat ze ging doen (zonder bronvermelding).

detail Trouw 2-11-1977

Detail (laatste alinea) uit krantenartikel Trouw.

De verbinding tussen Balgoy en Mariken werd ook opgeschreven door Balgoyenaar Jo Heijmans, de zoon van Wimke Heijmans, die fruitteler (en tolheffer) was op een boerderijtje bij het Balgoyse kasteel. Zijn verhaal Mariken van Nimwegen. Een literair-historische speurtocht naar Mariken’s woonplaats” is nog terug te lezen op internet. Jo Heijmans baseert zich op een publicatie van de historici W.A.F. Janssen, W.H. Beuken en K. de Vries in het tijdschrift Leuvensche bijdragen op het gebied van de Germaansche philologie en in ’t bijzonder van de Nederlandsche dialectkunde Vol. 56, No. 1 (1967), p. 1-99.

In de editie “Mariken van Nieumeghen” van Dirk Coigneau uit 1996 wordt op blz 149 en 150 ook de verbinding met Balgoy uitgelegd. De auteur verwijst o.a. naar dezelfde publicatie als Jo Heijmans. Op dri milen na Nieumeghen: vgl. v. 16 twe groote milen en v. 54 ongeveer drie uren gaans. De Hollands mijl in de middeleeuwen was ongeveer 1 uur gaans, dus ca. 5 km. Volgens v. 652 woonde de Oom in Venlo dat echter geen drie, maar twaalf uur gaans van Nijmegen verwijderd is. Bovendien is Venlo geen dorp (vgl. daarentegen v. 84) en behoorde het tot een ander dekenaat en bisdom (nl. Luik) dan Nijmegen (Keulen) (vgl. echter v. 1007, het proza na v. 1020 en de reis naar Keulen). Daarom stelde Janssen de mogelijkheid voor dat hier oorspronkelijk niet Venlo, maar ‘Balgoy’ zou zijn bedoeld, ‘de naam van een ongeveer tegenover Grave aan de Maas gelegen zeer oude dorpsparochie, die tot het dekenaat Nijmegen en het bisdom Keulen behoorde en vrijwel precies drie uur gaans van Nijmegen verwijderd was’ (Leuv. Bijdr. 56 (1967), p. 22 en 35). Mijns inziens hoeft de terloopse en afzonderlijke vermelding van Venlo in v. 652 (niet in D) niet zo nauw met de initiële afstandsgegevens die heel doelgericht alleen op Nijmegen betrokken zijn, verbonden te worden. In een enkele zin die onverwacht en gedwongen precies de woonplaats van de Oom ten opzichte van die der tante onderscheidt, lijkt ‘Venlo’ eerder een secundair gegeven (ook in het inleidend proza van XIV keert de Oom, geheel ongespecificeerd, ‘tot sinen lande’ weer). Het gedwongen karakter van deze specificering is begrijpelijk binnen de formele structuur van het rondeel dat geheel om het verzoek van Emmeken om haar verwanten ‘inden lande van Ghelre’ te gaan bezoeken ‘draait’ (v. 648-655). Dat de dichter daarbij dan als rijmwoord op ‘no’ en ‘alsoe’ de naam van een bekende plaats in Opper-Gelre in de pen werd gegeven, is, hoewel in de ruimere context ongepast, al even begrijpelijk.

Hoe staat het er nu precies geschreven? De legende begint met het verzoek van heer Ghijsbrecht, de oom en priester waar Mariken in huis is, om boodschappen te gaan doen in Nijmegen. Op bladzijde  53 van het boek van Coigneau staat een soort inleiding, waarin al een hint naar Balgoy kan worden gelezen:

Die prologhe
(I)nden tijde dat hertoghe Arent van Gheldre te Grave ghevanghen wert gheset van sijnen sone hertoghe Olof ende sijnen medepleghers, so woende op dri milen na Nieumeghen een devoet priester gheheeten heer Ghijsbrecht ende met hem woende een schoon ionghe maecht gheheeten Mariken, zijnder suster dochter, wiens moeder doot was. Dese voerscreven maecht regeerde haers ooms huys, hem zijn gherief wel eerlijck ende neerstelijck doende.

I Hoe heer Ghijsbrecht Mariken zijnder nichten tot Nimmeghen ghesonden heeft.

Mariken1

Bron: “Mariken van Nieumeghen” van Dirk Coigneau uit 1996

Het ghebuerde dat des heer Ghijsbrecht Mariken zijnder nichten seynden wilde in die stadt van Nieumeghen om daer te coopen tghene dat si behoefden, tot haer seggende aldus:

MARIKEN
Wat ghelieft u heer oom?

DIE OOM
Hoort kint, slaet mijnder woorden goom
Ghi moet nae Nimmeghen nemen u vertreck
Om ons provande te halen, wi hebbens ghebreck
Van keersen, van olie in die lampe te doene,
Van azine, van soute ende van enzoene
Ende van solferpriemen soe ghi selve ontcnoopt.
Daer zijn acht stuvers; gaet henen, coopt
Te Nimmeghen van dies wi hebben breke.
Tesser nu iuyst mertdach vander weke,
Te bat suldi vinden al dat u ghereyt.

MARIKEN
Heer oom, tot uwer onderdanicheit Kent mi bereet in alder (mate).

DIE OOM
Om tavont weder thuys te sine werdet te late
Want die daghen zijn seer cort nu ter wilen
Ende tes van hier te Nieumeghen twe groote milen
Ende tes nu tien uren of daer toe bet.
Hoort kint, eest dat ghier so lange let
Dat u dunct dat ghi met schonen daghe
Niet gheraken en sout tuwen behaghe,
Blijft daer vri te nacht, ick werts te gherustere
Ende gaet slapen tot uwer moeyen, mijnder suster(e),
Die en sal u om eenen nacht niet ontsegghen.
Ick hebt liever dan dat ghi doer haeghen ende heggen
Thuys by doncker sout comen alleene,
Want den wech en es van bo(e)ven niet alte reene,
Ende ghi sijt een schone, ionghe lustighe maecht,
Men soude u lichtelijck aenspreken.

Een stukje verderop bij versregel 54 staat nog een tweede aanwijzing.
Beginnend bij versregel 45:

Nu heb ic van als dat ons ghebrack
Doen weghen ende meten naer mijn ghemack

Ende daer na ghecocht ende wel betaelt.
Maer mi dunct dat ic hier so langhe heb gedraelt
Dat ghinder die nacht compt op gheresen.
Daer sie ick eenen wiser; wat macht wesen
Aenden dach? Tes alre tusschen vieren ende viven!
Nu moet ic tavont int stede bliven;
Ten es noch maer een ure dach
Ende in drie uren dat ict nauwelijck gaen en mach
Van hier tot mijns ooms. Neen, tes beter ghebleven.
Mijn moeye die woent recht hier neven;
Ick wil haer gaen bidden datse mi een bedde decke,
Ende morghen, also vroech als ick ontwecke,
Soe mach ic mi nae huys snel ten labuere s(l)aen.
Ick sie mijn moeye voer haer dore staen;
Soot wel betaemt, wil icse gaen groeten.

Zoals gezegd is het verhaal van Mariken, dat vanzelfsprekend nog veel langer is, een laat-middeleeuwse legende, maar toch is de hele context van het verhaal gebaseerd op historische feiten. De schrijver of schrijvers waren goed op de hoogte van de politieke en maatschappelijke situatie in en ook rond Nijmegen. De samenstelling van het uiteindelijke gedrukte boekwerk is wel erg complex geworden en bevat elementen van verzen en proza van verschillende tijden, die vermengd zijn. Daarmee kan ook de geschiedenis van de hoofdpersoon misschien wel deels verweven zijn met feitelijke gegevens die op verschillende plekken en zelfs verschillende tijden hebben plaatsgevonden. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld, maar het lijkt heel aannemelijk dat een deel van het verhaal plaatsvond in en rond Balgoy. In ieder geval kende(n) de schrijver(s) de situatie daar. Zij wisten dat er een kerkje was in het dorpje waar Mariken woonde. In Balgoy werd al in de 11e of begin 12e eeuw van veld- en tufsteen een zaalkerkje gebouwd zoals die voorkomen in het Nederrijnsgebied. Van dit zaalkerkje zijn funderingsrestanten teruggevonden. Sinds september 2016 zijn voor mij dit kerkje, de “devote priester heer Ghijsbrecht en de met hem wonende schone jonge maagd geheten Mariken, de dochter van zijn zuster” onlosmakelijk met Balgoy verbonden.

331da-img_0132

Halverwege de 18e werd door Bulthuis een kopergravure gemaakt van “het dorp Balgoyen” met zijn kerkje. Ik ben de gelukkige bezitter van zo’n mooie kopergravure, die ook nog eens “oud” is ingekleurd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s