De kerststal in de Balgoyse Johannes de Doperkerk

Een levendige gemeenschap in Balgoy is volgens mij belangrijk voor het welzijn van de mensen die er wonen. Dat lijkt niet altijd vanzelfsprekend in deze tijd van druk bestaan met werk en activiteiten op afstand van het dorp. Toch blijf ik voorstander van een rijk verenigingsleven en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners bij activiteiten, evenementen door het jaar heen. Kerstavond in onze Johannes de Doperkerk is voor mij ook zo’n moment van samen gemeenschap zijn. Gelukkig geldt dat niet alleen voor mij; de kerk zat ook dit jaar weer helemaal vol, jong en oud.
Het kerstkindje wordt in
het kribje gelegd
Theo Willems draagt het
kerstkindje binnen

De mooie kerststal voor in de kerk is dan een blikvanger. Traditioneel gebouwd en ingericht door Theo Willems, geholpen door Jan Reijnen en door de kerkhofwerkers. Het is ook traditie dat Theo tijdens de viering op kerstavond het kerstkind de kerk binnendraagt en in de kerststal plaatst. Een mooie kerststal met een mooie beeldengroep, die er al is zolang als we ons kunnen herinneren. Hoe lang precies? Dat weten we niet zeker. Komt de beeldengroep nog uit de oude kerk? Sommigen beweren van wel, maar dat lijkt niet waarschijnlijk.

Kerststal zonder kribbe met kerstkind daags voor Kerstmis
De traditie van gipsen beelden stamt uit de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn enorme hoeveelheden gipsen kerstgroepen en beelden gemaakt. Met name in de eerste helft van de twintigste eeuw waren er in Brabant en Limburg veel ateliers waar ze werden gegoten en gepolychromeerd (beschilderd). Maar ook in Amsterdam en Haarlem waren ateliers te vinden. Het lijkt er dus op dat de kerstgroep is aangeschaft in de tijd dat de nieuwe Johannes de Doperkerk aan de Boomsestraat in gebruik werd genomen, in of net na 1914.
Bijeenkomst Pagus Balgoye in 2000
Wim de Mul (l) in diezelfde
bijeenkomst

Typisch een onderwerp, een vraag voor heemkundekring Pagus Balgoye zou je zeggen. Toch was het onderwerp nog niet eerder aan de orde geweest. Tot enkele dagen voor kerstmis oud-inwoner van Balgoy en oud-lid van Pagus Balgoye Wim de Mul aanbelde met de vraag of hij de kerststal in de Balgoyse kerk nog een keertje mocht zien. Wim heeft een speciale interesse in religieuze kunst, met name kruisbeelden, maar in dit geval betrof het dus de kerstgroep in onze kerk. Hijzelf had thuis een kerstgroep die gemaakt was in het atelier van Pietro Mazzotti in Münster en hij meende zich te kunnen herinneren dat ook de kerstgroep in Balgoy van Mazzotti was. 

Natuurlijk wordt je dan nieuwsgierig. Wie was Pietro Mazzotti?

Pietro Mazzotti werd geboren in 1838 in Coreglia in het hertogdom van Lucca in Toscane en emigreerde als 19-jarige in 1857 naar Duitsland. Vanaf 1865 is zijn naam terug te vinden in documenten in het stadsarchief in Münster. Nadat hij burgerrechten verwierf tegen betaling van 18,50 Mark, trouwde hij met Theresa Horsthemke uit Münster, met wie hij vier kinderen kreeg.
visitekaartje van het bedrijf
Gaddini-Mazzotti
In 1873 richtte hij met een Italiaanse partner het bedrijf Gaddini-Mazzotti op, dat vooral gericht was op de reproductie met gips. Werk van Pietro Mazzotti genoot binnen de kortste keren een hoge reputatie. Toch was wat Mazzotti deed ongebruikelijk in zijn tijd, omdat hij beeldhouwer was, “kunstenaar” dus, in de klassieke zin en zijn collega kunstenaars distantieerden zich als professionele groep van zijn werk vanwege de “zielloze volkskunst massaproducten”. Vanaf 1906 maakte hij kerstgroepen, die erg gewild waren en nog steeds zijn in een groot deel van Duitsland en ook in zuid en oost Nederland.
merkteken PM op een
van de beeldjes

Samen met Wim naar de kerk dus en naar de kerststal om te kijken of die ook van Pietro Mazzotti is. Wim bekeek de beeldengroep van afstand en was meteen overtuigd dat het inderdaad beelden waren van Mazzotti. Bij nadere inspectie, was er toch ook wel wat twijfel, want de beelden waren deels overschilderd en er waren ook zeker beelden bij, met name een aantal schapen, die met zekerheid niet tot de originele beeldengroep behoorden. Op zoek naar een merkteken, want dan heb je meer zekerheid. En inderdaad op een paar beelden, die ook gelijkenis vertoonden met de beelden van Wim thuis, werd een merkteken gevonden. Op anderen niet, wat volgens Wim niet hoeft te betekenen dat ze niet origineel zijn, want niet alle beelden van een groep werden voorzien van een merkteken. Tevreden naar huis dus, met de nieuwe kennis dat de kerstgroep in onze kerk in het begin van de twintigste eeuw is vervaardigd in Münster en dus naar alle waarschijnlijkheid is aangeschaft voor de nieuwe kerk.

kerstkindje in de kribbe
merkteken GLV op beeldje
van het kerstkind

Toch is het verhaal nog niet volledig, want toen Wim en ik de kerststal bekeken, was er nog geen kribbe in de kerststal. Het kerstkind werd pas in de kerststal geplaatst op kerstavond. En wat schetst mijn verbazing toen ik met kerst het beeldje van het kerstkindje bekeek op zoek naar het merkteken PM? Wel een merkteken, maar niet PM! Het merkteken aan het hoofdeinde van het beeldje vermelde GLV. Dat was een verrassing. Wie of wat was GLV? Op de website van Vrienden van de Kerstgroep is een alfabetisch overzicht te vinden van ca. 375 gegevens over merktekens op gipsen Kerstgroepen. GLV wordt vermeld in deze lijst en is het merkteken van Gerard Linssen die in 1893 een gipsenbeelden fabriek oprichtte in Venlo. Daarvoor was hij werkzaam voor beeldenfabriek Schmitt-Heckler in Keulen. Gerard overleed in 1921. Zijn zoon Martin volgde hem op. Dat werd geen succes. In 1931 verkocht Martin Linssen de zaak aan Jos Heintges (merkteken J.H.V.). Het gipsen kerstkindje uit onze kerststal is dus in Venlo vervaardigd, ook in het begin van de vorige eeuw.
We kunnen concluderen dat we in onze H. Johannes de Doperkerk een mooie kerststal hebben met een gemengde beeldengroep, die we kunnen dateren op het begin van de twintigste eeuw. Met een grote mate van zekerheid kunnen we daarom ook zeggen dat deze beeldengroep niet uit de oude kerk aan de Torenstraat afkomstig is, maar wellicht is aangeschaft voor de huidige kerk aan de Boomsestraat, die ruim honderd jaar geleden gebouwd werd. Natuurlijk zijn in de loop van de jaren sommige beelden voorzien van een nieuw laagje verf. Af een toe zal er ook een beeldje beschadigd, zelfs gesneuveld en vervangen zijn. Daardoor is het een gemengde beeldengroep geworden. Maar wel een hele mooie beeldengroep die al ruim honderd jaar door de Balgoyse mensen met Kerstmis is bewonderd.

Jozef en Maria in de kerststal met het kerstkind in de kribbe
De hele kerststal (foto: Rikie Peters)

Een nieuwe boerderij in Den Holdschen Hoek begin 19e eeuw – nu de residentie van Prins Ruud d’n Urste

Prins Ruud d’n Urste
De carnavalsperiode van 2015-2016, nu prins Ruud d’n Urste als 53e prins heerst over Moasland in ’t Historisch Joar, is voor mij aanleiding voor een terugblik naar de rol van de bewoners van den Holdschen Hoek (1) tijdens de grote bestuurlijke chaos eind 18e en begin 19e eeuw. Prins Ruud, die woont in den Holdschen Hoek op een plek waarvan we weten dat er al eeuwen mensen gewoond en gewerkt hebben, gaat het – weliswaar tijdelijk – voor het zeggen krijgen in Balgoy, dat tijdens de carnavalstijd Moasland heet. Meer dan tweehonderd jaar geleden grepen zijn voorgangers, boeren, burgers dus, op die mooie plek vlakbij het kasteel ook hun kans om het bestuur van Balgoy en Keent over te nemen.

In de periode van 1795, toen de Bataafse Republiek een feit was, tot 1813, toen Nederland van de Franse overheersing werd bevrijd, vonden er op bestuurlijk gebied de nodige veranderingen plaats en de gevolgen van deze elkaar snel opvolgende veranderingen werkten door in een groot deel van Nederland en ook in het gebied waar Balgoy en Keent deel van uitmaakten. Aanvankelijk bestond er bestuurlijk gezien een grote chaos, omdat onder andere de jonkers en schouten gevlucht waren uit angst voor de Fransen. Eind maart 1795 werden er verkiezingen gehouden om de nodige mensen te krijgen voor allerlei functies in het gebied van Maas en Waal. In januari 1798 vond er een staatsgreep plaats en kwam er een nieuwe staatsregeling, waardoor er op het platteland in snel tempo het één en ander veranderde (2).
Toch was er geen sprake van een revolutie, van een instantane ommekeer. Het ambt van Maas en Waal kreeg weliswaar een nieuw bestuur, de heerlijke rechten werden afgeschaft en de heerlijkheden, waaronder Balgoy en Keent, werden opgeheven en als zelfstandige gemeenten bij het ambt gevoegd, terwijl bijna alle buurmeesters en schouten op de dorpen door nieuwe werden vervangen. Toch bleven de laatste heren van de heerlijkheid Balgoij en Keent, Bernhard Rappard (overleden in 1819) en Conrad Willem Le Mercier van Rappard nog aan de macht en werden zij tevens schout in het schoutambt Balgoy en Keent.
In 1824 overleed Conrad Willem Le Mercier van Rappard, schout van de gemeente en voormalig heer der heerlijkheid Balgoy en Keent; in de raadsvergadering van 1 oktober 1824 verklaarde eerste assessor (tot ca. 1850 de naam voor wethouder) Cornelus van den Anker dat hij tijdelijk de functies van schout zal waarnemen (3). Hoewel niet officieel genoemd in de lijst van burgemeesters op Wikipedia, is Cornelus eigenlijk de eerste “burger” burgemeester van Balgoy. Hij woonde ook in Den Holschen Hoek.
Kadasterkaart (minuutplan) Balgoy sectie A,  blad 01 1811-1832
Op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn drie boerderijen te zien. Het Hold (linksboven) waar in het begin van de 18e eeuw Jacob de Bruijn woonde (op die plek wonen momenteel de families Albert Peters en Eric Rossen), op de hoek woonde Sebilla Loeffen, die de boerderij overnam na het overlijden van vader Francis Loeffen (Nu woont er dhr. Leo Nelissen). In het minuutplan was nog vermeld dat de in 1802 geboren Sebilla alleenstaand was, maar op 12-9-1832 trouwde zij met de arbeider Johannes Lamers, geb. 26-12-1809 uit Overasselt, die later poldersecretaris zou worden. Verder naar rechts woonde de eerder genoemde Cornelus van den Anker. De boerderij staat er niet meer. Nadat de familie Hammen, de laatste bewoners, naar de Torenstraat verhuisde eind 1925 (4), is dit huis vervallen en uiteindelijk afgebroken. In die tijd was de plek waar nu prins Ruud d’n Urste woont nog onbewoond!
Op 1-8-1840 trouwt de arbeider Christiaan van Lunen (geb. 18-7-1803 in Nederasselt) de Balgoyse Maria de Bruijn (geb. 14-5-1814). In de memories van successie na zijn overlijden op 18-4-1870, staat o.a. zijn huis met erf beschreven (5).
detail uit Memorie van Successie van Christiaan van Lunen na diens overlijden in 1870
In diezelfde memories staat ook geschreven dat Christiaan en Maria hun eigendommen testamentair hebben vastgelegd in 1845. De boerderij waarin zij woonden (Wijk A, nr. 6) volgens het Bevolkingsregister van Balgoy en Keent (6), moet dus in de periode 1840-1845 zijn gebouwd.  Deze gegevens moet ik nog wel controleren in de kadastrale archieven om meer zekerheid te hebben.
Per 7-10-1870, na het overlijden van Christiaan, komen er nieuwe mensen uit Grave in het huis (6). Naaister Gertruida van Heeswijk en een jong gezin, arbeider Mathijs Loeffen uit Balgoy met echtgenote Elisabeth Aussems, die ook naaister is. Gertruida overlijdt op 7-3-1874 en Mathijs en Elisabeth verhuizen in 1876 naar Overasselt. In hetzelfde jaar komt een nieuw echtpaar uit Overasselt in het huis wonen, schoenmaker Mathijs Smits met echtgenote Geertrui Beker. Twee jaar later gaan ze terug naar Overasselt (6).
In de tussentijd groeit het gezin van Johannes Lamers en Sebilla Loeffen op nr. 5.
detail uit het Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent 1860-1923 voor woning Wijk A, nr. 5
Kadaster, grondbelastingplan Balgoy,
1881-1887
Maar op 2-10-1859 overlijdt Sebilla en ik veronderstel dat dat veel impact heeft gehad in het gezin. Waarschijnlijk om het gezin draaiende te houden, trouwt Johannes in april 1865 op 55-jarige leeftijd met de Niftrikse in 1837 geboren Christina Jansen. Er verandert dan veel in huize Lamers. Dochter Regina trouwt tegelijk met haar vader en verhuist naar Wijk A nr. 9 (6). Broers Jacobus en Willem verhuizen mee. Een jaar later trouwt zoon Francis in Velp (NB) met Johanna Jacoba Hendriks uit die plaats. Het jonge stel gaat in Balgoy wonen, niet inwonen op nr. 5, maar er wordt waarschijnlijk woonruimte gemaakt op het erf, want ze gaan wonen op nr. 5a. Daar wordt ook hun eerste kind geboren in 1867, maar er volgen er nog veel meer en als Mathijs Smits en Geertrui Beker van nr. 6 in 1878 verhuizen naar Overasselt, dan gaat het gezin Francis Lamers daar wonen (6).
Francis Lamers verhuist van Wijk A, nr. 5a naar nr. 6 in 1878
Francis en Johanna Jacoba (Koosje) kregen zoals gezegd veel, waarschijnlijk elf, kinderen. Gerardus (Gradje), geb. 25-8-1870 bleef in het ouderlijk huis wonen (7). Francis overlijdt in 1913 en Koosje in 1936.
Geboorteakte van Gerardus (Gradje) Lamers in 1870
Gradje Lamers
Gradje trouwde met vissersdochter Johanna Maria (Moena) Driessen uit Millingen en zij kregen een dochter Johanna Jacoba (Hanneke) Lamers, geb. 7-6-1923. Hanneke leefde erg op zichzelf, als een soort kluizenaarster. Ze overleed op 22 augustus 2002 (7).
Bidprentje van Hanneke Lamers (2002)
Hanneke (ca. 2000)
De boerderij van Hanneke Lamers rond 2000
Ruud van Haren en Yvon Vugts wonen sinds 2009 in de grondig verbouwde boerderij aan de Houtsestraat in den Holdschen Hoek. Zij runnen er een B&B. Ze zijn gezegend met twee lieve kinderen, Anika en Jasper, die ook al meehelpen in de B&B. Ze zijn nu gesetteld op de boerderij die ze in eigen beheer hebben verbouwd, met veel aandacht voor de oude kenmerken.
Bronnen:
(1) Naam zoals vermeld op de kadasterkaart (Minuutplan), Balgoij, Gelderland, sectie A, blad 01, 1811-1832
(2) Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis: Gemeente Balgoij en Keent
(3) Secretariearchief gemeente Balgoij en Keent, (1776) 1811 – 1923, inv. nr. 1
(4) Bevolkingsregister van de gemeente Overasselt (1924-1931)
(5) Persoon Memorie van Successie, Kantoor Nijmegen, inventarisnummer 111, 1870
(6) Bevolkingsregister van de gemeente Balgoy en Keent (1860-1923)
(7) Geleefd Verleden, Balgoy in de 20e eeuw, Ries van Haren (2014)

Een veerpont tussen Balgoy en Keent 1938 – 1952

 

Eind jaren dertig van de vorige eeuw werden Balgoy en Keent van elkaar gescheiden door een bochtafsnijding van de Maas.

Voor de inwoners van beide leefgemeenschappen werd door het Ministerie van Waterstaat in 1938 een veerpont in de vaart genomen. Een verzoek vanuit de inwoners van Balgoy, om deze veerdienst gratis te maken, werd afgewezen. Het tarief voor volwassenen bedroeg 4 cent per overtocht. Wel mochten de schoolkinderen uit Keent tot 1940 gratis naar de overkant om naar school te gaan.

De veerpont voer tot eind 1944, vastgehouden aan een ketting tussen Balgoy en Keent, op en neer. Deze ketting zat verbonden aan grote oeverstenen. In de laatste dagen van de tweede wereldoorlog werd het veerpont vernietigd; het opnieuw in de vaart nemen bleek na de oorlog, om met name financiële redenen, niet haalbaar.

 

Wel werd er een roeiboot ingezet om mensen over te zetten tussen Balgoy en Keent. Deze “Rijksveerdienst” werd in 1952 opgeheven. Het veerhuisje is nog een tijdje blijven staan.

Op zaterdag 5 april 2014 werden twee veerpontsteenbankjes onthuld, vervaardigd met twee originele oeverstenen. De twee bankjes, een in Balgoy en de ander in Keent, vormen tezamen een monument dat de band tussen de beide dorpen, die eens een gemeente vormden, symboliseert.

Na bijna 90 jaar weer minister op bezoek in Balgoy

8432a-1460185_420416981418248_516017009_n

Het genoegen was maar kort, maar desalniettemin had Balgoy gisteren bezoek van een minister. Ik zeg bewust Balgoy, want Balgoyse mensen waren in principe niet uitgenodigd. Huidige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ronald Plasterk, bezocht Wijchen en Balgoy onder meer om kennis te nemen van het door bewoners van Balgoy zelfgemaakte plan voor woningbouw in het dorp. “Een mooi voorbeeld van een bur­gerinitiatief”, aldus de minister.

Na bijna 90 jaar weer minister op bezoek in BalgoyOm vier uur precies begon het bezoek bij de Oude Toren, het visitekaartje van heemkundekring Pagus Balgoye. Minister Plasterk dronk een kop koffie met de genodigden, om vervolgens na tien minuten al wandelend richting Wijchen te vertrekken.

e8705-555885_421189744674305_722103061_nDe minister maakte nog wel tijd om in de Oude Toren de kleine expositie over de geschiedenis van het dorp te bekijken en hij zette ook zijn handtekening in het gastenboek. Het bewijs dat Balgoy, na bijna 90 jaar, wederom een minister op bezoek heeft gehad. De vorige keer was in januari 1926, toen koningin Wilhelmina en Dirk Jan de Geer, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, het door de Maas overstroomde dorp kwamen bezoeken.

1fb8e-image072

Koningin Wilhelmina en minister Dirk Jan de Geer op bezoek in Balgoy (1926)

Mais plat in Balgoy door onweersstorm

Bron: © De Gelderlander 30/7/2013.


Mais
Bron: Leo Klaassen/DG

In de Gelderlander van 30 juli was te lezen dat de maisoogst in Maas en Waal een behoorlijke klap heeft gekregen door het noodweer van afgelopen weekeinde.
Mijn neef en veehouder Frans Jans uit Balgoy zag zondagmorgen driekwart van zijn zeventien hectare mais plat liggen. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt, dus ik heb geen idee of het nog goed komt”, zegt hij in de Gelderlander. “Dit kan me zo vijfduizend euro per hectare kosten. De koeien moeten toch eten.”
De mais wordt verhakseld en ingekuild en vervolgens als veevoer gebruikt. De voedermais wordt in september/oktober geoogst. Het begint nu pas in de pluim te schieten. Het heeft nog geen kolven. Daarin zit de voe­dingswaarde. Stengel, blad en kolf gaan in de hakselaar, maar zonder de kolven waarin tot wel 70 pro­cent van de voedingswaarde zit, is de mais niet meer bruikbaar als veevoer.
De Balgoyse maiszaadhan­delaar Henk Willems wordt in de papieren versie van de krant gevraagd naar zijn mening. Volgens hem hoeft nog niet al­les verloren te zijn. Een blik op een akker van Frans Jans leert hem dat de mais scheef in de grond ligt: de stengels lijken niet geknakt. Dat zou het einde van de oogst be­tekend hebben. Als het weer nu meewerkt, is de kans groot dat het mais weer ‘bijtrekt’, zegt Henk. De mais is door het koude voor­jaar zo’n vier weken te laat gaan groeien, maar ze heeft nu net een groeispurt gehad. Door de slappe stengels ging ’t gewas eerder plat.